<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58817_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bunschoten</dcterms:creator><dcterms:modified>1995-04-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunschoten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen">Wet gemeenschappelijke regelingen </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-04-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-04-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>1995-04-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding en ondertekening zijn bij benadering vastgesteld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde staten van de provincie Utrecht brengen ter openbare kennis dat
                        de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                        Abcoude, Amerongen, Amersfoort, Baarn, Benschop, De Bilt, Breukelen, Bunnik,
                        Bunschoten, Cothen, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Eemnes, Harmelen, Houten,
                        Kamerik, Kockengen, Langbroek, Leersum, Leusden, Linschoten, Loenen, Lopik,
                        Maarn, Maarssen, Maartensdijk, Mijdrecht, Montfoort, Nieuwegein, Polsbroek,
                        Renswoude, Rhenen, Snelrewaard, Soest, Utrecht, Veenendaal, Vinkeveen en
                        Waverveen, Vleuten-De Meern, Wijk bij Duurstede, Willeskop, Wilnis, Woerden,
                        Woudenberg, Usselstein, Zegveld, Zeist, alsmede provincialestaten en
                        gedeputeerde staten van Utrecht, ieder voor zover zij bevoegd zijn en gelet
                        op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen%20">Wet gemeenschappelijke regelingen</extref> hebben besloten tot het
                        aangaan van de "Gemeenschappelijke regeling afvalverwijdering Utrecht".</al><al>De Kroon heeft bij Koninklijk besluit van 1 oktober 1984, nr. 12, krachtens
                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen%20/article=27">artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen</extref>, de
                        desbetreffende regeling goedgekeurd.</al><al>De tekst van de thans aangegane gemeenschappelijke regeling luidt als
                        volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1.</titel></kop><structuurtekst><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>het openbaar lichaam: het rechtspersoonlijkheid bezittend
                                        lichaam als bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>de provincie: de provincie Utrecht;</al></li><li nr="d."><al>de gemeente: een aan deze regeling deelnemende
                                        gemeente;</al></li><li nr="e."><al>gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van
                                        de provincie Utrecht;</al></li><li nr="f."><al>de minister: de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke
                                        ordening en milieubeheer;</al></li><li nr="g."><al>afvalstoffen: afvalstoffen bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Milieubeheer">Wet Milieubeheer</extref>;</al></li><li nr="h."><al>wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Milieubeheer">Wet Milieubeheer</extref>;</al></li><li nr="i."><al>het gebied: het territoir van alle in de provincie Utrecht
                                        gelegen gemeenten, met uitzondering van het territoir van de
                                        gemeente Loosdrecht;</al></li><li nr="j."><al>verwerking van afvalstoffen: het vernietigen, onschadelijk
                                        maken, het geschikt maken voor hergebruik en/of andere
                                        nuttige toepassingen of definitieve verwijdering;</al></li><li nr="k."><al>overladen: het overslaan van afvalstoffen op door AVU
                                        aangewezen locaties;</al></li><li nr="I."><al>vervoer: het vervoer van afvalstoffen vanaf door AVU
                                        aangewezen locaties naar een verwerkingsinrichting;</al></li><li nr="m."><al>transport: hettransport van afvalstoffen vanuit de gemeente
                                        naarde door AVU aangewezen locaties c.q.
                                        verwerkingsinrichtingen;</al></li><li nr="n."><al>sturing: het (doen) organiseren van de verwerking van door
                                        gemeenten en/of particuliere bedrijven aangeboden
                                        afvalstoffen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Doel</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 2.</titel></kop><structuurtekst><al>"Deze gemeenschappelijke regeling heeft tot doel op een doelmatige
                                en uit oogpunt van milieuhygiëne verantwoorde wijze sturing en
                                uitvoering te geven aan het afvalstoffenbeleid in de provincie
                                Utrecht".</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Naam van het openbaar lichaam</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 3.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Ter uitvoering van het in artikel 2 omschreven doel wordt
                                        een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam gevormd genaamd
                                        Openbaar lichaam afvalverwijdering Utrecht.</al></li><li nr="2."><al>Het openbaar lichaam is gevestigd te Utrecht.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bestuursorganen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 4.</titel></kop><structuurtekst><al>De bestuursorganen van het openbaar lichaam zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taak</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 5.</titel></kop><structuurtekst><al>Het openbaar lichaam heeft, met inachtneming van de in artikel 2
                                vermelde doelstelling tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitvoering van het afvalstoffenbeleid in de provincie
                                        Utrecht voor wat betreft de verwerking van huishoudelijke
                                        afvalstoffen en andere categorieën van afvalstoffen waarbij
                                        voor de laatstbedoelde categorieën geldt indien en voorzover
                                        het algemeen bestuur daartoe heeft besloten;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning en adviseri ng aan de deel nemers met betrekki
                                        ng tot het afvalstoffenbeleid;</al></li><li nr="c."><al>de (zorg van de) inzameling en/of het transport van de onder
                                        a. bedoelde afvalstoffen, indien en voorzover een deelnemer
                                        heeft besloten die taak op basis van een daartoe gesloten
                                        nadere overeenkomst over te dragen aan de gemeenschappelijke
                                        regeling;.</al></li><li nr="d."><al>het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de
                                        verwerking van onder a. bedoelde afvalstoffen;</al></li><li nr="e."><al>het exploiteren of doen exploiteren van inrichtingen en
                                        installaties, noodzakelijk voor een doelmatige verwerking
                                        van de onder a. bedoelde afvalstoffen;</al></li><li nr="f."><al>het overladen en vervoer van de onder a. bedoelde
                                        afvalstoffen;</al></li><li nr="g."><al>de afstemming van het transport tussen de gemeente van
                                        inzameling en de plaats van overladen dan wel de plaats van
                                        een inrichting voor verwerking van afvalstoffen;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen van tarieven voor overladen en voor vervoer
                                        van afvalstoffen;</al></li><li nr="i."><al>het vaststellen van tarieven voor verwerking van onder a.
                                        bedoelde afvalstoffen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Binnen het gebied zijn aan de organen van het lichaam in het
                                        kader van deze regeling opgedragen de verplichtingen en de
                                        bevoegdheden die zij binnen de grens van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen">Wet gemeenschappelijke regelingen</extref> kunnen
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>De organen van de provincie behouden de bevoegdheden die hun
                                        zijn toegekend in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Afvalstoffenwet">Afvalstoffenwet</extref>. Zij zullen naast hetgeen in
                                        een provinciaal afvalstoffenplan wordt bepaald evenwel geen
                                        aanvullende regelen stellen jegens het openbaar
                                        lichaam.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>a. Samenstelling</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 7.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Ten behoeve van de samenstelling van het algemeen en het
                                        dagelijks bestuur wordt het gebied van het openbaar lichaam
                                        verdeeld in drie regio's, waarbij: </al><lijst><li nr=""><al>regio I:</al></li><li nr=""><al>bestaat uit de gemeenten Abcoude, Breukelen, De
                                                Ronde Venen, Harmelen, Houten, Loenen, Lopik,
                                                Maarssen, Maartensdijk, Montfoort, Nieuwegein,
                                                Oudewater, Vleuten-De Meern, Woerden, IJsselstein en
                                                Utrecht.</al></li><li nr=""><al>Regio II:</al></li><li nr=""><al>uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten,
                                                Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg.</al></li><li nr=""><al>Regio III:</al></li><li nr=""><al>uit de gemeenten Amerongen, Bunnik, Cothen, De Bilt,
                                                Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Langbroek, Leersum,
                                                Maarn, Renswoude, Rhenen, Veenendaal, Wijk bij
                                                Duurstede en Zeist.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Het algemeen bestuur kan de regio-indeling wijzigen. Daarbij
                                        kan het ook wijziging brengen in het bepaalde in lid 3 van
                                        dit artikel. Tevens besluit het tot welke regio na het in
                                        werking treden van deze regeling toe te treden gemeenten
                                        zullen behoren.</al></li><li nr="2."><al>Een wijziging wordt aangebracht, wanneer zich daarvoor een
                                        meerderheid van ten minste tweederde der uitgebrachte
                                        stemmen uitspreekt.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur bestaat uit de volgende leden: </al><lijst><li nr="a."><al>twee leden te benoemen door provinciale staten uit
                                                hun midden;</al></li><li nr="b."><al>twee leden uit de stad Utrecht, te benoemen door en
                                                uit de gemeenteraad, daaronder de voorzitter van de
                                                gemeenteraad begrepen;</al></li><li nr="c."><al>één vertegenwoordiger per deelnemende gemeente (met
                                                uitzondering van de stad Utrecht) te benoemen door
                                                en uit de gemeenteraden, de voorzitter van de
                                                gemeenteraad daaronder begrepen, van de bij deze
                                                regeling aangesloten gemeenten.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Voor ieder lid wordt een plaatsvervanger benoemd.</al></li><li nr="5."><al>De benoeming van de plaatsvervangende leden
                                        vindttegelijkertijd en op overeenkomstige wijze plaats als
                                        de benoeming van de leden.</al></li></lijst><al>De volgende bepalingen zijn tevens van toepassing op de
                                plaatsvervangende leden.</al><lijst><li nr="6."><al>De leden van het algemeen bestuur mogen: </al><lijst><li nr="a."><al>niet als advocaat, procureur, gemachtigde of
                                                adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de
                                                wederpartij van het openbaar lichaam of haar bestuur
                                                in geschillen;</al></li><li nr="b."><al>middellijk noch onmiddellijk krachtens overeenkomst
                                                tegen beloning diensten ten behoeve van het openbaar
                                                lichaam verrichten;</al></li><li nr="c."><al>middellijk noch onmiddellijk deelnemen aan
                                                onderhandse huur of pacht van goederen of inkomsten
                                                van het openbaar lichaam aan leveringen of
                                                aannemingen ten behoeve van het openbaar lichaam of
                                                aan het kopen van betwistte vorderingen te haren
                                                laste;</al></li><li nr="d."><al>niet werkzaam zijn als werknemer bij het openbaar
                                                lichaam.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>b. Benoeming</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 8.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De leden van het algemeen bestuur, bedoeld in artikel 7,
                                        worden benoemd voor vier jaar.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in de volgende leden van dit
                                        artikel, treden de leden van het algemeen bestuur af op de
                                        dag waarop de zittingsperiode van provinciale staten
                                        respectievelijk de gemeenteraden afloopt.</al></li><li nr="3."><al>De in artikel 7, derde lid, bedoelde staten respectievelijk
                                        gemeenteraden benoemen bij de aanvang van elke
                                        zittingsperiode ten spoedigste, doch in elk geval binnen
                                        drie maanden, nieuwe leden van het algemeen bestuur;
                                        aftredende leden kunnen opnieuw worden benoemd.</al></li><li nr="4."><al>Zolang de staten of de betreffende gemeenteraden niet hebben
                                        voldaan aan het in het vorige lid bepaalde, blijven de door
                                        hen of mee door hen aangewezen leden van het algemeen
                                        bestuur die hadden moeten aftreden, als zodanig fungeren
                                        totdat de staten of de betreffende gemeenteraden nieuwe
                                        leden hebben aangewezen.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, houdt een lid
                                        van het algemeen bestuur dat de hoedanigheid genoemd in
                                        artikel 7, derde lid verliest, daarmee tevens op lid van het
                                        algemeen bestuur te zijn.</al></li><li nr="6."><al>Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag
                                        nemen.</al></li><li nr="7."><al>Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen
                                        bestuur als bedoeld in artikel 7, derdelid, openvalt,
                                        voorzien/voorziet provindalestaten,respectievelijkde
                                        desbetreffende gemeenteraad ten spoedigste in de
                                        vacature.</al></li><li nr="8."><al>Van elke benoeming tot lid geeft het orgaan, dat het
                                        benoemingsbesluit neemt, zo spoedig mogelijk kennis aan het
                                        algemeen bestuur.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>c. Werkwijze</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 9.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter
                                        of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of ten minste
                                        zes leden zulks schriftelijk onder opgave van de te
                                        behandelen onderwerpen verzoeken.</al></li><li nr="2."><al>Met inachtneming van het reglement van orde voor de
                                        vergaderingen van het algemeen bestuur, als bedoeld in
                                        artikel 17, bepaalt de voorzitter dag en plaats der
                                        vergadering en het uur van de opening en roept hij de leden
                                        op.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur mag niet beraadslagen of besluiten
                                        indien niet meer dan de helft van het aantal zitting
                                        hebbende leden aanwezig is.</al></li><li nr="4."><lijst><li nr="a."><al>Indien het vereiste aantal leden niet is opgekomen
                                                wordt een nieuwe vergadering belegd, op de in het
                                                tweede en vijfde lid voorgeschreven wijze. Tussen
                                                het rondzenden van de oproepingsbrieven en
                                                vergaderdatum wordt een periode van tenminste een
                                                week aangehouden.</al></li><li nr="b."><al>De onder a. bedoelde vergadering wordt gehouden
                                                ongeacht het aantal leden dat is opgekomen. Indien
                                                het in het derde lid bedoelde quorum niet aanwezig
                                                is, kan alleen worden beraadslaagd en besloten over
                                                zaken die vermeld zijn in de oproepingsbrief voor de
                                                eerste vergadering. In dat geval is artikel 13 niet
                                                van toepassing.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De openbare kennisgeving van de dag en het uur van de
                                        vergadering geschiedt door de voorzitter in één of meer dag-
                                        of nieuwsbladen.</al></li><li nr=""><al>Tevens wordt op verzoek van de voorzitter in de gemeenten
                                        hiervan kennisgegeven op de aldaar gebruikelijke wijze.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>d. Openbaarheid vergadering</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 10.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a."><al>Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. De
                                                deuren worden gesloten wanneer ten minste eenvijfde
                                                der aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter
                                                het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist
                                                vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd,
                                                indien en voor zover onderwerpen aan de orde zijn
                                                van zodanige aard, dat behandeling daarvan in een
                                                openbare vergadering, gezien de schade welke
                                                daarvoor aan algemene of bijzondere belangen kan
                                                worden toegebracht niet gerechtvaardigd moet worden
                                                geacht.</al></li><li nr="b."><al>Het algemeen bestuur kan in een besloten
                                                vergadering, op grond van een belang genoemd in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbaarheid%20van%20bestuur/article=4">artikel 4 van de Wet openbaarheid van
                                                  bestuur</extref>, omtrent het in die vergadering
                                                met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud
                                                van de stukken die aan het algemeen bestuur worden
                                                overgelegd, geheimhouding opleggen. De geheimhouding
                                                wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren
                                                en allen die van het behandelde of de stukken kennis
                                                dragen, in acht genomen totdat het algemeen bestuur
                                                haar opheft.</al></li><li nr="c."><al>Op grond van een belang genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbaarheid%20van%20bestuur/article=4">artikel 4 van de Wet openbaarheid van
                                                  bestuur</extref>, kan de geheimhouding eveneens
                                                worden opgelegd door het dagelijks bestuur, de
                                                voorzitter en een commissie als bedoeld in artikel
                                                19, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het
                                                algemeen bestuur of aan leden van het algemeen
                                                bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken
                                                melding gemaakt.</al></li><li nr="d."><al>De krachtens het tweede aan het algemeen bestuur
                                                opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt,
                                                indien de oplegging niet door het algemeen bestuur
                                                in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de
                                                presentielijst door meer dan de helft van het aantal
                                                zitting hebbende leden is bezocht, wordt
                                                bekrachtigd.</al></li><li nr="e."><al>De krachtens het tweede lid aan de leden van het
                                                algemeen bestuur opgelegde verplichting tot
                                                geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat
                                                het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan
                                                wel indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding
                                                is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd,
                                                totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het
                                                algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in
                                                een vergadering die blijkens de presentielijst door
                                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                                leden is bezocht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd, noch
                                        een besluit genomen over: </al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het voorlopig vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                                belasting- en andere, door strafbepaling of
                                                politiedwang te handhaven verordeningen;</al></li><li nr="d."><al>het instellen van commissies als bedoeld in artikel
                                                19, alsmede hun samenstelling en bevoegdheden;</al></li><li nr="e."><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven als bedoeld
                                                in artikel 31;</al></li><li nr="f."><al>het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de
                                                regeling overeenkomstig artikel 38;</al></li><li nr="g."><al>het reglement van orde van de vergadering van het
                                                algemeen bestuur als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In een besloten vergadering wordt geen besluit genomen over: </al><lijst><li nr="a."><al>het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een
                                                gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar
                                                lichaam en andere lichamen, alsmede het toetreden en
                                                uittreden;</al></li><li nr="b."><al>het oprichten van of het deelnemen in stichtingen,
                                                maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of
                                                andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of
                                                het beëindigen van deelneming;</al></li><li nr="c."><al>het aangaan van geldleningen en van
                                                rekening-courantovereenkomsten;</al></li><li nr="d."><al>het uitlenen van gelden en het waarborgen van
                                                geldelijke verplichtingen door andere aan te
                                                gaan;</al></li><li nr="e."><al>het vervreemden of bezwaren van goederen van het
                                                openbaar lichaam;</al></li><li nr="f."><al>het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik
                                                geven van goederen van het openbaar lichaam;</al></li><li nr="g."><al>het onderhands aanbesteden van werken of
                                                leveranties;</al></li><li nr="h."><al>het doen van een uitgaaf, voordat de begroting of
                                                begrotingswijziging, waarbij deze uitgaaf is
                                                geraamd, is goedgekeurd;</al></li><li nr="i."><al>de regeling van de rechtspositie van het
                                                personeel.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>e. Stemmingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 11.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 7 bedoelde leden hebben in de vergadering van
                                        het algemeen bestuur: </al><lijst><li nr="a."><al>1 stem indien afkomstig uit een gemeente tot 10.000
                                                inwoners;</al></li><li nr="b."><al>2 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot
                                                25.000 inwoners;</al></li><li nr="c."><al>3 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot
                                                50.000 inwoners;</al></li><li nr="d."><al>4 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot
                                                75.000 inwoners;</al></li><li nr="e."><al>5 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot
                                                100.000 inwoners;</al></li><li nr="f."><al>6 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot
                                                200.000 inwoners;</al></li><li nr="g."><al>7 stemmen indien afkomstig uit een gemeente met meer
                                                dan 200.000 inwoners, met dien verstande dat de twee
                                                leden uit de stad Utrecht gezamenlijk 7 stemmen
                                                hebben.</al></li><li nr="h."><al>De twee leden, benoemd door en uit provinciale
                                                staten, hebben gezamenlijk een aantal stemmen, dat
                                                gelijk is aan dat van de grootste deelnemende
                                                gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als peildatum voor het aantal inwoners geldt 31 december van
                                        het voorgaande jaar.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 12.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De leden onthouden zich van medestemmen over: </al><lijst><li nr="a."><al>aangelegenheden, die hen, hun echtgenoten, of hun
                                                bloed- of aanverwanten, tot de derde graad
                                                ingesloten, rechtstreeks of middellijk, persoonlijk
                                                aangaan of waarin zij als gemachtigde zijn
                                                betrokken;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling of goedkeuring van de rekening van
                                                een lichaam waaraan zij rekenplichtig zijn of tot
                                                welks bestuur zij behoren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan,
                                        wanneer zij behoorttot die personen tot welke de keuze door
                                        een voordracht of bij een herstemming is beperkt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 13.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Eenstemming is nietig, indien niet meer dan de helft van het
                                        aantal leden, dat zitting heeft en zich niet van medestemmen
                                        moet onthouden aan de stemming heeft deelgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Bij een schriftelijke stemming wordt voor de toepassing van
                                        het eerste lid onder het deelnemen aan de stemming verstaan
                                        het inleveren van een stembriefje.</al></li><li nr="3."><al>Een stemming is geldig, ongeacht het aantal leden dat eraan
                                        heeft deelgenomen, ingeval opnieuw wordt gestemd over een
                                        voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling
                                        van een of meer personen, ten aanzien waarvan in een
                                        vroegere vergadering een stemming op grond van het eerste
                                        lid nietig was.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 14.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt
                                        de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem
                                        hebben uitgebracht.</al></li><li nr="2."><al>Bij een schriftelijke stemming wordt voor de toepassing van
                                        het eerste lid onder het uitbrengen van een stem verstaan
                                        het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 15.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De stemming over personen voor het doen van benoemingen,
                                        voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten en
                                        ongetekende stembriefjes.</al></li><li nr="2."><al>Indien de stemmen staken, wordt in dezelfde vergadering een
                                        herstemming gehouden.</al></li><li nr="3."><al>Staken bij de herstemming de stemmen wederom, dan beslist
                                        terstond het lot.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 16.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping,
                                        wanneer de voorzitter of één der leden dit verlangt en
                                        alsdan mondeling.</al></li><li nr="2."><al>Bij hoofdelijke oproeping is ieder verplicht zijn stem voor
                                        of tegen uit te brengen.</al></li><li nr="3."><al>Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel
                                        aangenomen.</al></li><li nr="4."><al>Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van
                                        stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een
                                        volgende vergadering waarin de beraadslagingen kunnen worden
                                        heropend.</al></li><li nr="5."><al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of
                                        voor de tweede maal over hetzelfde voorstel wordt het geacht
                                        niet te zijn aangenomen.</al></li><li nr="6."><al>Onder een voltallige vergadering wordt voor de toepassing
                                        van dit artikel verstaan een vergadering waarin alle leden
                                        die op het moment van de stemming in het algemeen bestuur
                                        zitting hebben, voor zover zij zich niet van medestemmen
                                        moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>f. Reglement van orde</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 17.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een
                                        reglement van orde vast.</al></li><li nr="2."><al>Het reglement van orde mag geen bepalingen bevatten, welke
                                        in strijd zijn met deze regeling.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>g.Vergoeding</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 18.</titel></kop><structuurtekst><al>De leden van het Algemeen Bestuur hebben aanspraak op vergoeding van
                                gemaakte reis- en verblijfskosten, alsmede op vergoeding voor
                                werkzaamheden die door leden van het Algemeen Bestuur worden
                                verricht, volgens regelen door dit bestuur vast te stellen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>h. Commissies</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 19.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan commissies instellen.</al></li><li nr="2."><al>De instelling van vaste commissies van advies aan het
                                        dagelijks bestuur geschiedt door het algemeen bestuur, op
                                        voorstel van het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Andere adviescommissies dan de in het tweede lid bedoelde
                                        commissies van advies aan het dagelijks bestuur worden door
                                        het dagelijks bestuur ingesteld.</al></li><li nr="4."><al>Bevoegdheden van het algemeen bestuur of van het dagelijks
                                        bestuurkunnen worden toegekend aan: </al><lijst><li nr="a."><al>een functionele commissie, met het oog op de
                                                behartiging van bepaalde belangen;</al></li><li nr="b."><al>een territoriale commissie, met het oog op de
                                                behartiging van de belangen van een deel van het
                                                gebied hetwelk daarvoor hetzij door zijn ligging,
                                                hetzij door zijn karakter in aanmerking komt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Indien aan een commissie bevoegdheden van het algemeen
                                        bestuur of van het dagelijks bestuur worden toegekend,
                                        regelt het algemeen bestuur de verantwoording aan het
                                        algemeen bestuur en voor zover zulks in verband met de aard
                                        en de omvang van de toegekende bevoegdheden nodig is, tevens
                                        de werkwijze van de commissie, de openbaarheid van
                                        vergaderingen, de voorbereiding, de uitvoering van de
                                        openbaarmaking van besluiten van de commissie, het toezicht
                                        van het algemeen bestuur of «/an het dagelijks bestuur op de
                                        uitoefening van de bevoegdheden van de commissie en de
                                        verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van andere
                                        organen van het openbaar I ichaam. Voor zover hel betreft
                                        een commissie waaraan bevoegdheden van het dageli|ks bestuur
                                        worden toegekend, worden deze regels vastgesteld op voorstel
                                        van het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="6."><al>De raad (raden) van een of meer gemeente(n) kan (kunnen) het
                                        algemeen bestuur gemotiveerd verzoeken, met het oog op het
                                        uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 5, eerste lid,
                                        aanhef en onder a. en b. en tweede lid, aanhef en onder b.
                                        een commissie als bedoeld in het vijfde lid dan wel een
                                        vaste commissievan advies en bijstand in te stellen. Binnen
                                        vier maanden na ontvangst van het verzoek doet het dagelijks
                                        bestuur daaromtrent een voorstel aan het algemeen bestuur.
                                        Het algemeen bestuur beslist pas over het verzoek nadat het
                                        in de vorige zin bedoelde voorstel is uitgebracht. Een
                                        zodanig verzoek wordt ingewilligd, tenzij een meerderheid
                                        van ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen in een
                                        vergadering van het algemeen bestuur tegen het instellen van
                                        de verlangde commissie wordt uitgebracht.</al></li><li nr="7."><al>Het algemeen bestuur regelt de samenstelling en bevoegdheden
                                        van commissies, met uitzondering van commissies bedoeld in
                                        het derde lid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>a. Samenstelling</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 20.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit acht leden, te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>één lid uit provinciale staten;</al></li><li nr="b."><al>drie leden uit regio I, waarvan in ieder geval één
                                                uit de stad Utrecht;</al></li><li nr="c."><al>twee leden uit regio II;</al></li><li nr="d."><al>twee leden uit regio III.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De benoeming van de in lid 1 bedoelde leden geschiedt door
                                        en uit het midden van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Voor ieder lid wordt een plaatsvervanger benoemd; deze
                                        benoeming vindt tegelijkertijd en op overeenkomstige wijze
                                        plaats als de benoeming van de leden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 21 .</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur besluit bij de aanvang van elke
                                        zittingsperiode ten spoedigste, doch in elk geval binnen
                                        vier maanden over de benoeming van nieuwe leden, bedoeld in
                                        artikel 20. Aftredende leden zijn terstond herkiesbaar.</al></li><li nr="2."><al>Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt
                                        tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur
                                        openvalt, vaneen lid bedoeld in artikel 20, kiest het
                                        algemeen bestuur ten spoedigste doch in elk geval binnen
                                        vier maanden een nieuw lid.</al></li><li nr="4."><al>Leden van het dagelijks bestuur die aftreden of hun ontslag
                                        indienen blijven als zodanig fungeren totdat in hun
                                        opvolging is voorzien.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 22.</titel></kop><structuurtekst><al>Indien een afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur van
                                langdurige aard wordt verwacht kan het algemeen bestuur in de
                                tijdelijke vervanging van dit lid voorzien.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>b. Werkwijze</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 23.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de
                                        voorzitter dit nodig oordeelt, often minste twee leden van
                                        het dagelijks bestuur zulks schriftelijk onder opgave van de
                                        te behandelen onderwerpen verzoeken, in welk geval de
                                        vergadering binnen twee weken plaatsvindt.</al></li><li nr="2."><al>De leden onthouden zich van medestemmen over: </al><lijst><li nr="a."><al>de aangelegenheden die hen, hun echtgenoten, of hun
                                                bloed- of aanverwanten, tot de derde graad
                                                ingesloten persoonlijk aangaan, of waarin zij als
                                                gemachtigde zijn betrokken;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling of goedkeuring der rekening van een
                                                lichaam waaraan zij rekenplichtig zijn of tot welk
                                                bestuur zij behoren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan
                                        wanneer hij behoort tot die personen tot wie de keuze door
                                        een voordracht of bij een herstemming is beperkt.</al></li><li nr="4."><al>De vergadering mag slechts beraadslagen en besluiten, indien
                                        behalve de voorzitter of zijn plaatsvervanger nog drie leden
                                        van het dagelijks bestuur tegenwoordig zijn.</al></li><li nr="5."><al>Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling
                                        gestemd. De leden van het dagelijks bestuur brengen ieder
                                        een stem uit.</al></li><li nr="6."><al>Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door
                                        adviseurs.</al></li><li nr="7."><al>Het dagelijks bestuur kan belanghebbenden uitnodigen of
                                        toelaten om in één of meervan zijn vergaderingen hun
                                        belangen te bepleiten of van hun gevoelen te doen
                                        blijken.</al></li><li nr="8."><al>Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn
                                        vergaderingen vaststellen hetwelk de goedkeuring behoeft van
                                        het algemeen bestuur. Dit reglement mag geen bepalingen
                                        bevatten, welke in strijd zijn met deze regeling.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>c. Vergoeding</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 24.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De leden van het dagelijks bestuur hebben aanspraak op
                                        vergoeding van gemaakte reis- en verblijfkosten volgens
                                        regelen door het algemeen bestuur te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur kan regelen vaststellen inzake de
                                        vergoeding voor werkzaamheden die door leden van het
                                        dagelijks bestuur worden verricht.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>d. Bevoegdheden</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 25.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen
                                                bestuur ter overweging en beslissing zal worden
                                                voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen
                                                bestuur;</al></li><li nr="c."><al>hetvoorstaan van de belangen van het openbaar
                                                lichaam bij andere overheidslichamen en andere
                                                instellingen, diensten of personen, waarmee contact
                                                voor het openbaar lichaam van belang is;</al></li><li nr="d."><al>het beheer van inkomsten en uitgaven van het
                                                openbaar lichaam;</al></li><li nr="e."><al>de zorg, voor zover deze niet aan andere toekomt,
                                                voor de controle op het geldelijk beheer en de
                                                boekhouding;</al></li><li nr="f."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel
                                                in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig
                                                is ter voorkoming van vrijwaring en verlies van
                                                recht op bezit;</al></li><li nr="g."><al>het houden van een voortdurend toezicht op het
                                                beheer en de exploitatie van het openbaar lichaam
                                                alsmede op al wat het openbaar lichaam aangaat;</al></li><li nr="h."><al>het verstrekken van inlichtingen aan de
                                                bestuursorganen van de provincie en van de
                                                gemeenten;</al></li><li nr="i."><al>het aanstellen, schorsen en ontslaan van
                                                personeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur oefent, indien het algemeen bestuur
                                        daartoe besluit en naar door dit bestuur te stellen regelen,
                                        de aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het voorlopig vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen, wijzigen en intrekken van
                                                strafverordeningen;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van belastingverordeningen en de
                                                daarop gebaseerde tarieven;</al></li><li nr="e."><al>overige tarieven.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Politieke controle</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 26.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft het orgaan, dat
                                        hem/haar heeft aangewezen, alle inlichtingen, die door dat
                                        orgaan of door een of meer leden daarvan worden verlangd en
                                        wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de
                                        vergaderingen van dat orgaan.</al></li><li nr="2."><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad, die
                                        geen lid van het algemeen bestuur aanwijst, doch namens
                                        welke raad hij mede in het bestuur zitting heeft, alle
                                        inlichtingen die door die raad of een of meer daarvan worden
                                        verlangd. Het reglement van orde als bedoeld in artikel 17
                                        van deze regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze
                                        waarop de inlichtingen worden verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>Een lidvanhetalgemeenbestuurisverantwoordingschuldigaan het
                                        orgaan, dathem/haar heeft aangewezen, voor het door hem/haar
                                        in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de wijze, te
                                        bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van
                                        het orgaan.</al></li><li nr="4."><al>Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording
                                        verschuldigd aan de raad die hem weliswaar niet heeft
                                        aangewezen, doch namens welke hij wel mede in het algemeen
                                        bestuur zitting heeft.</al></li><li nr=""><al>Het reglement van orde als bedoeld in artikel 17 van deze
                                        regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop
                                        verantwoording wordt afgelegd en de daaraan in overleg met
                                        de raad die verantwoording heeft gevraagd te verbinden
                                        gevolgen.</al></li><li nr="5."><al>Het orgaan, dateenvertegenwoordigerin het algemeen bestuur
                                        heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid dit door hem
                                        aangewezen lid te ontslaan, indien dit lid het vertrouwen
                                        van dat orgaan niet meer bezit.</al></li><li nr="6."><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken
                                        aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen,
                                        die door een of meer leden van die raden worden verlangd en
                                        wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de
                                        vergaderingen van het algemeen bestuur.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 27.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                        afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording
                                        verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen
                                        bestuur, wanneer dat bestuur of een of meer leden daarvan
                                        hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen en wel op de in
                                        het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen
                                        bestuur te bepalen wijze.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorzitter</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 28.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter
                                        en een vice-voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van
                                        het dagelijks bestuur.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 29.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Aan de voorzitter is de leiding van de vergaderingen van het
                                        algemeen bestuur en het dagelijks bestuur opgedragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en van
                                        het dagelijks bestuur uitgaan.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en
                                        buiten rechte.</al></li><li nr="4."><al>Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen
                                        gemachtigde opdragen.</al></li><li nr="5."><al>Hij oefent overigens alle taken uit welke voortvloeien uit
                                        een goed voorzitterschap.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Secretaris</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 30.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de
                                        secretaris. Benoeming van de secretaris geschiedt uit een
                                        door het dagelijks bestuur opgemaakte aanbeveling,
                                        bevattende de namen van ten minste twee personen.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks
                                        bestuur en de voorzitter bij alles wat de hun opgedragen
                                        taken betreft, terzijde.</al></li><li nr="3."><al>Hij draagt zorg voor het verslag van de vergaderingen van
                                        het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="4."><al>Door hem worden alle stukken die van het algemeen bestuur en
                                        van het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 31.</titel></kop><structuurtekst><al>De geldmiddelen van het openbaar lichaam worden gevormd door:</al><lijst><li nr="a."><al>de opbrengst van de ingevorderde bedragen op basis van de
                                        vastgestelde tarieven;</al></li><li nr="b."><al>overige inkomsten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 32.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt de tarieven van overladen,
                                        vervoer en verwerking vast per categorie afvalstoffen. Een
                                        commissie als bedoeld in artikel 19, zesde lid, kan een
                                        aanbeveling met betrekking tot deze tarieven doen.</al></li><li nr="2."><al>De tarieven zijn per categorie afvalstoffen voor alle
                                        gemeenten gelijk, tenzij het algemeen bestuur anders
                                        besluit, waarbij in beginsel als uitgangspunt geldt dat voor
                                        gelijk afgenomen diensten gelijke tarieven gelden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 33.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van
                                        het geldelijke beheer en de boekhouding.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur wijst één of meer registeraccountants
                                        aan voor de controle op het geldelijk beheer en de
                                        boekhouding van het openbaar lichaam.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur stelt met betrekking tot de in het
                                        voorgaande lid bedoelde controle regels vast.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 34.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 1 maart
                                        voorafgaande aan het begrotingsjaar een ontwerp-begroting
                                        op. In deze begroting zijn de bedragen, die voor iedere
                                        gemeente afzonderlijk worden geraamd aan de hand van de door
                                        de gemeente op te geven geraamde te leveren hoeveelheden
                                        afvalstoffen, voor iedere gemeente afzonderlijk
                                        opgenomen.</al></li><li nr=""><al>De bij de ontwerp-begroting behorende toelichting bevat voor
                                        elke post de gronden waarop de raming van inkomsten en
                                        uitgaven berust en wijst, ingeval van aanmerkelijk verschil
                                        met de raming van het vorige jaar, de oorzaak daarvan
                                        aan.</al></li><li nr="2."><al>De ontwerp-begroting wordtjaarlijks voor 15 maart aan
                                        provinciale staten en de raden van de gemeenten toegezonden.
                                        Zij kunnen binnen twee maanden na dagtekening van verzending
                                        van de ontwerp-begroting hun bezwaren ter kennis brengen van
                                        het algemeen bestuur.</al></li><li nr="3."><al>De ontwerp-begroti ng wordt samengesteld op de grondslag,
                                        dat de exploitatiekosten van het openbaar lichaam volledig
                                        moeten worden bestreden, zulks op basis van het daarbij
                                        jaarlijks vast te stellen geschatte totaal van de te
                                        ontvangen hoeveelheden afvalstoffen.</al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast binnen één
                                        maand nadat de termijn als bedoeld in het tweede lid is
                                        verstreken.</al></li><li nr="5."><al>Terstond na de vaststelling wordt de begroting in afschrift
                                        toegezonden aan provinciale staten en de raden van de
                                        gemeenten. Laatstgenoemden nemen de op basis van deze
                                        begroting voor de gemeenten geraamde kosten in hun begroting
                                        op. De gemeenten verplichten zich aan het begin van ieder
                                        kwartaal een evenredig deel van de aan hen toe te rekenen in
                                        de begroting geraamde bedragen aan het openbaar lichaam over
                                        te maken.</al></li><li nr="6."><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting terstond na
                                        vaststelling naar de Kroon ter goedkeuring.</al></li><li nr="7."><al>Met betrekking tot wijziging van de begroting is het
                                        bepaalde in de voorgaande leden - met uitzondering van de
                                        daarin genoemde data - van dit artikel, alsmede artikel 35
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="8."><al>Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar.</al></li><li nr="9."><al>De begroting ligt, zodra hij aan het algemeen bestuur is
                                        aangeboden, voor een ieder ter inzage en wordt algemeen
                                        verkrijgbaar gesteld. De terinzagelegging en
                                        verkrijgbaarstelling worden bekend gemaakt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 35.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks voor 1 april de
                                        rekening over het afgelopen jaar onder toevoeging van een
                                        verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de
                                        rekening, ingesteld door de in artikel 33, tweede lid,
                                        aangeduide deskundige(n), en van hetgeen het dagelijks
                                        bestuurtezijnerverantwoording dienstig acht, met alle
                                        bijbehorende bescheiden ter voorlopige vaststelling aan het
                                        algemeen bestuur aan. De rekening gaat vergezeld van een
                                        verslag van de werkzaamheden over het afgelopen jaar.</al></li><li nr="2."><al>De rekening wordt jaarlijks vóór 15 april aan provinciale
                                        staten en de raden van de gemeenten toegezonden. Zij kunnen
                                        vóór 1 juni bezwaren ter kennis brengen van het algemeen
                                        bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur stelt de rekening vast uiterlijk in de
                                        maandjuni van het jaar, volgend op dat, waarvoor de rekening
                                        dient.</al></li><li nr="4."><al>Van de vaststelling van de rekening doet het dagelijks
                                        bestuur mededeling aan provinciale staten en aan de raden
                                        van de deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="5."><al>De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks
                                        bestuurtot decharge, behoudens later in rechte gebleken
                                        valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.</al></li><li nr="6."><al>In de rekening wordt voor elk van de deelnemende gemeenten,
                                        het over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde
                                        aandeel opgenomen. Dit aandeel wordt bepaald aan de hand van
                                        de werkelijke exploitatiekosten van het openbaar lichaam en
                                        de aangeleverde hoeveelheden afvalstoffen.</al></li><li nr="7."><al>Binnen twee maanden na vaststelling van de rekening vindt
                                        verrekening plaats van het verschil tussen het, op grond van
                                        artikel 34, vijfde lid, betaalde en het op basis van de
                                        voorlopige rekening verschuldigde.</al></li><li nr="8."><al>De rekening en de overige in het eerste lid bedoelde stukken
                                        liggen zodra zij het algemeen bestuur zijn overgelegd, voor
                                        een ieder ter inzage en worden algemeen verkrijgbaar
                                        gesteld. De terinzagelegging en verkrijgbaarstelling worden
                                        bekend gemaakt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 36.</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer aan het algemeen bestuur blijkt, dat de raad van een
                                deelnemende gemeente niet voldoet, aan het bepaald in artikel 34,
                                vijfde lid, tweede volzin, van deze regeling doet het algemeen
                                bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot
                                toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=240a">artikel 240a van de Gemeentewet</extref>.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Archief</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 37.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor en het
                                        toezicht op de bewaring en het beheer van de
                                        archiefbescheiden van het lichaam en zijn organen
                                        overeenkomstig een door het algemeen bestuur met
                                        inachtneming van artikel 36, tweede lid, van de Archiefwet
                                        1962 vast te stellen regeling.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de
                                        archiefbescheiden, bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig
                                        de door het algemeen bestuur vast te stellen regeling.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 38.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Toetreding tot of uittreding vaneen deelnemer aan deze
                                        gemeenschappelijke regeling kan bij besluit van de
                                        bestuursorganen van de provincie of de desbetreffende
                                        gemeente plaatsvinden, doch slechts wanneer het algemeen
                                        bestuur bij een met ten minste twee derde der uitgebrachte
                                        stemmen vastgesteld besluit in de toe- of uittreding en de
                                        eventueel daaraan verbonden voorwaarden, bewilligt. Het
                                        algemeen bestuur bewilligt niet indien de toetreding cq.
                                        uittreding in strijd is met het provinciaal plan.</al></li><li nr="2."><al>Zowel het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam als
                                        provinciale staten als de raad van een gemeente kan/kunnen
                                        voorstellen doen tot wijziging van de regeling.</al></li><li nr="3."><al>Een wijziging wordt aangebracht wanneer de bestuursorganen
                                        van ten minste twee derde gedeelte van de aan de regeling
                                        deelnemende lichamen zich daarvoor uitspreken.</al></li><li nr="4."><al>De toetreding, uittreding en wijziging treden in werking op
                                        de eerste dag van de maand volgende op die waarop de
                                        inschrijving heeft plaatsgevonden in de registers bedoeld in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen/article=27">artikel 27, eerste en tweede lid van de Wet
                                            gemeenschappelijke regelingen</extref>, tenzij het
                                        algemeen bestuur anders bepaalt.</al></li><li nr="5."><al>Gedeputeerde staten van Utrecht zorgen voor de wettelijke
                                        voorgeschreven inzending ter goedkeuring door de Kroon.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 39.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Opheffing van de gemeenschappelijke regeling kan geschieden
                                        wanneer de bestuursorganen van ten minste tweederde gedeelte
                                        van de aan de regeling deelnemende lichamen zich daarvoor
                                        uitspreken.</al></li><li nr="2."><al>De opheffing gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de
                                        maand volgend op die waarop de inschrijving heeft
                                        plaatsgevonden in de registers bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen/article=27">artikel 27, eerste en tweede lid van de Wet
                                            gemeenschappelijke regelingen</extref>, tenzij het
                                        algemeen bestuur anders bepaalt.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zal, nadat tot opheffing is besloten,
                                        overgaan tot de voorbereiding van de liquidatie van het
                                        openbaar lichaam en stelt daartoe zo spoedig mogelijk een
                                        ontwerp-liquidatieplan op. Het liquidatieplan wordt
                                        vastgesteld door het algemeen bestuur en behoeft de
                                        goedkeuring van de minister. Hierbij kan van de bepalingen
                                        van deze regeling worden afgeweken.</al></li><li nr="4."><al>Het liquidatieplan voorziet ook in de financiële en sociale
                                        gevolgen, die de opheffing voor het personeel heeft.</al></li><li nr="5."><al>Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie.</al></li><li nr="6."><al>Zo nodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na
                                        het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie
                                        is voltooid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 40.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De eerste aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur
                                        vindt plaats binnen drie maanden na de inwerkingtreding van
                                        de regeling.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een maand na af loop voor de in het eerste lid
                                        bedoelde termijn roepen gedeputeerde staten de leden van het
                                        algemeen bestuur voor de eerste maal in vergadering
                                        bijeen.</al></li><li nr="3."><al>De begroting wordt voor de eerste maal vastgelegd voor de
                                        periode, aanvangende op de dag waarop de regeling in werking
                                        treedt, tot het einde van het kalenderjaar, dan wel wanneer
                                        het algemeen bestuur dit bepaalt, tot het einde van het
                                        volgende kalenderjaar.</al></li><li nr=""><al>De artikelen 34 en 36 zijn zoveel mogelijk van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De eerste rekening heeft betrekking op de periode waarvoor
                                        de eerste begroting geldt.</al></li><li nr=""><al>Artikel 35 is zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 41.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt
                                        in werking op de eerste dag van de maand, volgend op die
                                        waarin de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen%20/article=8">artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke
                                            regelingen</extref> bedoelde bekendmaking in de
                                        Nederlandse Staatscourant heeft plaatsgevonden. <extref doc="http://bunschoten.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#voetnoot1">[*]</extref></al></li><li nr="2."><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeenschappelijke%20regelingen%20/article=8">artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke
                                            regelingen</extref> bedoelde bekendmakingen totdat er
                                        een dagelijks bestuur van het openbaar lichaam is. De
                                        hieraan verbonden kosten komen voor rekening van het
                                        openbaar lichaam.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 42.</titel></kop><structuurtekst><al>Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel
                                "Gemeenschappelijke regeling afvalverwijdering Utrecht".</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd.</ondertekening><ondertekening>Mr. P. van Dijke, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. P. van Zanten, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al>N.B. Het besluit van het algemeen bestuur d.d. 13 april 1995 tot wijziging van
                    de gemeenschappelijke regeling is hierin verwerkt.</al><al>Deze regeling is derhalve in werking getreden op 1 december 1984.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>