<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58789_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Kerkrade 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuid-Limburger 03-05-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Kerkrade 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-06-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06Rb016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Kapverordening Kerkrade 1994</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Kerkrade 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Kerkrade stelt vast:</al><al>De Bomenverordening Kerkrade 2006</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a. boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel vitaal als afgestorven, met
                        een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter
                        hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                        dwarsdoorsnede van de dikste stam. In afwijking van het hiervoor gestelde
                        kan de dwarsdoorsnede kleiner zijn dan 20 cm op 1,3 meter boven het maaiveld
                        indien sprake is van: </al><al>* een monumentale boom of bijzondere beschermwaardige houtopstand als
                        bedoeld in artikel 5; </al><al>* een houtopstand onderdeel uitmakend van de hoofdbomenstructuur; </al><al>* een houtopstand in het kader van een herplantplicht als bedoeld in de
                        artikelen 9 en 10; </al><al>b. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere
                        (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; </al><al>c. monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een
                        relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of
                        zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving; </al><al>d. hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld opnieuw
                        op de stronk uitlopen; </al><al>e. dunning: velling van een deel van een houtopstand, uitsluitend als
                        verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende
                        houtopstand; </al><al>f. vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent
                        van de kroon of het wortelgestel; het verrichten van handelingen, zowel
                        boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige
                        ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben, behoudens periodiek
                        knotten, kandelaberen of dunnen; </al><al>g. rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de
                        houtopstand; </al><al>h. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel
                        van de houtopstand;</al><al>i. knotten / kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                        uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als
                        periodiek noodzakelijk onderhoud; </al><al>j. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig
                        artikel 1 lid 5 van de Boswet; </al><al>k. boomwaarde de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de
                        meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
                        Bomen; </al><al>l. bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van
                        voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke
                        richtlijnen van de Bomenstichting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders de
                            volgende houtopstanden te vellen of te doen vellen: </al><al>a. houtopstanden die als monumentale boom staan vermeld op een bij
                            besluit van Burgemeester en Wethouders vastgestelde lijst van
                            waardevolle en monumentale bomen Kerkrade; </al><al>b. houtopstanden die als waardevolle boom staan vermeld op de onder sub
                            a genoemde lijst van waardevolle en monumentale bomen Kerkrade; </al><al>c. bomen met een doorsnede groter dan 30 centimeter; </al><al>d. alle overige houtopstanden die onderdeel zijn van de
                            Hoofdgroenstructuur, die is vastgelegd in een Groenstructuurplan
                            Kerkrade of van de Bomenstructuur, die is vastgelegd in een
                            Bomenstructuurplan Kerkrade. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand: </al><al>a. in achtertuinen behorende bij woningen met een perceeloppervlakte
                            kleiner dan 500 m2, tenzij de houtopstand voorkomt op de door het
                            college vastgestelde lijst van waardevolle en monumentale bomen;</al><al>b. die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als
                            bedoeld in artikel 15 lid 2 van de Boswet, tenzij de houtopstand
                            voorkomt op de door het college vastgestelde lijst van waardevolle en
                            monumentale bomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: </al><al>a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of
                            krachtens een aanschrijving van Burgemeester en Wethouders, zulks
                            onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 10 van deze verordening; </al><al>b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere
                            onderhoud; </al><al>c. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                            beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter
                            uitvoering van het reguliere onderhoud. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd, onder bijvoeging van een
                            situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met
                            toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die
                            krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                            houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer door of namens de Minister van Landbouw, Natuur en
                            Voedselkwaliteit aan Burgemeester en Wethouders een afschrift is
                            toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de
                            Boswet, beschouwen Burgemeester en Wethouders dit afschrift mede als een
                            vergunningsaanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen de vergunning om te vellen weigeren
                            dan wel onder voorschriften verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning wordt geweigerd indien het belang van verlening niet
                            opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van
                            houtopstand: </al><al>* esthetische waarden; </al><al>* landschappelijke waarden; </al><al>* cultuurhistorische waarden; </al><al>* waarden van stads- en dorpsschoon; </al><al>* ecologische waarden; </al><al>* waarden voor recreatie en leefbaarheid; </al><al>* vitaliteitswaarde. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In beginsel wordt geen vergunning verleend voor houtopstanden voorkomend
                            op de vastgestelde lijst van waardevolle en monumentale bomen, als
                            bedoeld in artikel 5. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Een vergunning tot vellen van een waardevolle of monumentale boom kan
                            verleend worden indien er sprake is van: </al><al>* gevaarzetting; </al><al>* schade aan gebouwen; </al><al>* een groot maatschappelijk belang.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In beginsel wordt geen vergunning verleend indien velling in strijd is
                            met het vigerende bestemmingsplan, de Flora en faunawet, de
                            Habitatrichtlijn, of andere regelgeving inzake natuurbescherming.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De beslissing op een aanvraag van een vergunning tot vellen kan worden
                            opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met de realisatie
                            van een ander vergunningplichtig werk, zolang op die andere
                            vergunningaanvraag niet is beslist. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een vergunning tot vellen kan worden opgeschort of geweigerd, nadat een
                            bouw- of aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager
                            van de vergunning tot vellen niet, of niet tijdig, of niet volledig de
                            aanwezigheid van een beeldbepalende of anderszins waardevolle
                            houtopstand heeft aangemeld aan Burgemeester en Wethouders. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders verwijzen ter motivering van de in lid 2, 3,
                            4, 5 en 6 van dit artikel genoemde criteria naar de hieraan ten
                            grondslag liggende beleidsregels. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De Burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake
                            is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Monumentale bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente bezit een lijst, als bedoeld in artikel 2 eerste lid sub a
                            en b waarin o.a. monumentale bomen zijn opgenomen, waarvoor in beginsel
                            geen kapvergunning wordt afgegeven, tenzij sprake is van een ernstige
                            bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of andere
                            uitzonderlijke situaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde lijst bevat in ieder geval de bomen
                            voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de
                            landelijke Bomenstichting, eventueel aangevuld met lokale en toekomstige
                            monumentale bomen en andere bijzondere houtopstand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regelmatig bijgewerkte lijst met monumentale bomen omvat in ieder
                            geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats,
                            het kadastrale perceelsnummer, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en
                            de reden van registratie van iedere houtopstand. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van
                            monumentale bomen is verplicht Burgemeester en Wethouders onmiddellijk
                            mededeling te doen van: </al><al>* eigendomsoverdracht van de houtopstand; </al><al>* het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand; </al><al>* de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.
                        </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeente stelt een regeling vast voor het subsidiëren van kosten die
                            noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden van de monumentale
                            bomen en bijzondere houtopstand. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeente heeft een bomenfonds c.q. voorziening voor de instandhouding
                            van waardevolle en monumentale houtopstanden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van een aanvraag van een vergunning wordt overeenkomstig afdeling 3.4
                            Algemene wet bestuursrecht onverwijld na ontvangst kennis gegeven in een
                            lokaal huis-aan-huisblad en deze aanvraag wordt ter inzage gelegd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder kan gedurende twee weken na de in lid 1 bedoelde bekendmaking
                            zijn zienswijze geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt
                            onverwijld kennis gegeven in een huis-aan-huisblad onder gelijktijdige
                            verzending aan aanvrager. Bij deze kennisgeving wordt de concrete datum
                            van verzending aan de aanvrager genoemd als begin van de bezwaartermijn
                            van zes weken voor belanghebbenden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Standaardvoorschrift van niet-gebruik </titel></kop><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                        standaardvoorschrift dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de
                        vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de
                        bezwaartermijn afloopt. Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaar of
                        een voorlopige voorziening is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht
                        één week nadat op dat bezwaar of die voorlopige voorziening is beslist.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vervaltermijn vergunning </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt indien
                            daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de
                            vergunning gebruik is gemaakt; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom
                            betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar geldig, ook
                            als in fasen geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                            voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                            Burgemeester en Wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een
                            vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift
                            dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in een gemeentelijk
                            herplantfonds/herplantvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald
                            binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen
                            herplant moet worden vervangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het
                            voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw-
                            en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag
                            worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke
                            ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en
                            financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoren aanwijzingen
                            ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter
                            bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
                        </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift
                            behoren tot het opstellen en overleggen van een bomen effect analyse in
                            geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit
                            artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan
                            te voldoen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
                            zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders is geveld, dan wel op
                            andere wijze teniet is gegaan, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de
                            zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan
                            wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                            bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de
                            door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op
                            welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd,
                            kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de
                            grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
                            andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                            verplichting opleggen om: </al><al>* overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen
                            te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging
                            wordt weggenomen; </al><al>* een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit
                            artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan
                            te voldoen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij
                        weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17, juncto
                        artikel 13 vierde lid, van de Boswet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld
                        op 2 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bestrijding van iepenziekte </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder: </al><al>a. iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi
                            (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); </al><al>b. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende
                            tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch)
                            en Scolytus pygmaeus. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                            oordeel van Burgemeester en Wethouders gevaar opleveren van verspreiding
                            van de iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
                            rechthebbende, indien hij daartoe door Burgemeester en Wethouders is
                            aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                            termijn: </al><al>a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; </al><al>b. de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen;</al><al>c. de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te
                            behandelen dat verspreiding van de iepenziekte wordt voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                            voorraad te hebben ofte vervoeren. </al><al>b. Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op
                            iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter. </al><al>c. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder
                            a. van dit lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt
                            een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke
                            werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                            namens de gemeente kunnen worden verricht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bescherming publieke houtopstand </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn: </al><al>* te beschadigen, te bekladden of te beplakken; </al><al>* daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen
                            boomverzorgende taken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke
                            houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                            vergunning van Burgemeester en Wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Strafbepaling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4, vijfde en zesde
                            lid, artikel 5 vierde lid, artikel 7, artikel 8 eerste en tweede lid,
                            artikel 9 eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste
                            lid, artikel 10 eerste, tweede, derde en vijfde lid, artikel 13 tweede,
                            derde en vierde lid en artikel 14 eerste en tweede lid is gegeven,
                            onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 10 derde lid
                            is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden
                            dienovereenkomstig te handelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, danwel een
                            voorschrift onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige
                            lid niet na komt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee
                            maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een
                            rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt
                            worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                            boomwaarde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opsporing </titel></kop><al>Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn
                        behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van
                        strafvordering, belast de daartoe door Burgemeester en Wethouders aangewezen
                        personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Overgangsbepaling </titel></kop><al>De kapvergunningsaanvragen, die zijn ingediend voor de in artikel 18
                        genoemde datum van inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van
                        kracht was voorafgaande aan deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Slotbepaling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Kerkrade
                            2006. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij treedt in werking op de dag na afloop van de termijn van zes weken
                            na die van haar bekendmaking. Op datzelfde tijdstip vervalt de
                            kapverordening Kerkrade 1994. </al><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare
                        vergadering d.d. 26 april 2006. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter van de raad, De plv. griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.J.M. Som C.S. Chudy</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>APPENDIX: BIJDRAGEREGELING MONUMENTALE BOMEN EN BIJZONDERE
                        HOUTOPSTAND</titel></kop><al/><tussenkop>Artikel 1 Bijdrageregeling monumentale bomen en bijzondere
                    houtopstand</tussenkop><al/><al>1. Burgemeester en Wethouders kunnen een bijdrage verlenen in de kosten van
                    maatregelen, die noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden van een
                    monumentale boom of bomen of andere bijzondere houtopstand. </al><al/><al>2. Burgemeester en Wethouders kunnen een bijdrage, als bedoeld in het eerste
                    lid, verlenen voor een bepaalde, monumentale houtopstand, indien zij een
                    vergunning tot vellen voor deze houtopstand geweigerd hebben. </al><al/><al>3. Onder duurzame maatregelen, als bedoeld in het eerste lid, zijn in elk geval
                    begrepen: </al><al> a. het onderzoek naar de kwaliteit van de houtopstand en de groeiplaats; </al><al>b. structurele groeiplaatsverbetering; </al><al>c. bescherming van de groeiplaats; </al><al>d. kroonsnoei (herstel- en stabilisatiesnoei); </al><al>e. kroonverankering; </al><al>f. herinrichting omgeving ter versterking van het monumentaal karakter; </al><al>g. hekwerk en plaquettes. </al><al/><al>4. De bijdrage kan worden verleend aan: </al><al>a. de eigenaar van de grond waarop zich houtopstand bevindt; </al><al>b. een natuurlijk of rechtspersoon die krachtens een persoonlijk of zakelijk
                    recht het feitelijke gebruik heeft van de grond waarop zich de houtopstand
                    bevindt. </al><al/><al>5. Burgemeester en Wethouders kunnen, naast het in het eerste en tweede lid van
                    dit artikel bepaalde, diensten verlenen voor het onderhoud en de instandhouding
                    van een houtopstand. Desgewenst kunnen zij hiervoor een schriftelijke,
                    meerjarige overeenkomst sluiten. </al><al/><tussenkop>Artikel 2 Procedure bijdrageregeling monumentale bomen en bijzondere
                    houtopstand </tussenkop><al/><al>1. Een aanvraag om een bijdrage of dienstverlening als bedoeld in het eerste
                    lid, respectievelijk vijfde lid van artikel 1 moet schriftelijk worden ingediend
                    bij Burgemeester en Wethouders. </al><al/><al>2. De aanvraag dient ondertekend te zijn door zowel de eigenaar als de gebruiker
                    van de grond waarop zich de houtopstand bevindt. </al><al/><al>3. De bijdrage wordt slechts verleend indien een begroting van de kosten,
                    opgesteld door een deskundig boomverzorger dan wel door de gemeente, wordt
                    bijgevoegd en vooraf door burgemeester en wethouders is goedgekeurd. </al><al/><al>4. Burgemeester en Wethouders kunnen nadere voorwaarden stellen aan vorm en
                    inhoud van de aanvraag en de aanvraagprocedure. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Hoogte van de bijdrage </tussenkop><al/><al>1. Burgemeester en Wethouders stellen jaarlijks de bijdragen vast voor de in
                    artikel 1 bedoelde maatregelen. Zij kunnen een maximumbijdrage vaststellen voor
                    de maatregelen ter verrichten aan één boom of één andere houtopstand</al><al/><al>2. De bijdrage wordt alleen toegekend voor de kosten, die vooraf door
                    Burgemeester en Wethouders zijn goedgekeurd. </al><al/><al>3. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden dat: a. de maatregelen worden
                    uitgevoerd door een deskundig boomverzorger; b. de maatregelen binnen 1 jaar na
                    toekenning worden uitgevoerd; c. de boom in alle opzichten behoorlijk in stand
                    wordt gehouden. </al><al/><al>4. Aan het verlenen van de bijdrage kunnen door de Burgemeester en Wethouders
                    nadere voorwaarden worden gesteld.</al><al/><tussenkop> Artikel 4 Uitbetaling bijdrage </tussenkop><al>De bijdrage wordt uitbetaald indien:</al><al>a. Burgemeester en Wethouders is gebleken dat de maatregelen naar behoren zijn
                    getroffen; </al><al>b. binnen 15 maanden na toekenning van de bijdrage de rekening van de
                    boomverzorger is overgelegd. </al><al/><tussenkop> Artkel 5 Het vervallen van de bijdrage </tussenkop><al/><al>1. De toekenning van de bijdrage vervalt, zodra: a. degene aan wie de bijdrage
                    is toegekend ophoudt eigenaar te zijn of anderszins onbevoegd wordt over de
                    houtopstand te beschikken; b. de houtopstand teniet is gegaan; c. niet wordt
                    voldaan aan de bepalingen van deze bijdrageregeling; d. niet wordt voldaan aan
                    de voorwaarden gesteld bij toekenning van de bijdrage; e. de eigenaar een
                    privaatrechtelijke rechtspersoon is, die ontbonden wordt. </al><al/><al>2. Ingeval de eigendom van de houtopstand gedeeltelijk overgaat of de
                    houtopstand gedeeltelijk teniet gaat, bepalen burgemeester en wethouders of en
                    in hoeverre voor het overblijvende deel van de houtopstand verdere verlening van
                    de bijdrage plaatsvindt. </al><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><titel><vet>Artikelsgewijze toelichting Bomenverordening 2006</vet></titel></kop><al/><al><vet>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</vet></al><al/><al><vet>a. Boom</vet> : Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met
                    het aangeven van de ondergrens van de bescherming. De minimale diktemaat is de
                    meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Andere vormen, zoals het
                    vrijgeven van bepaalde boomsoorten of gebieden (erven, tuinen of wijken), leiden
                    sneller tot misverstanden en vergissingen. Voor de maat van minimaal 20 cm is
                    gekozen om invulling te geven aan de wens de hoeveelheid regels en bureaucratie
                    te verminderen en de verantwoordelijkheid en zeggenschap van burgers en
                    samenleving te versterken. Door de minimale doorsnede en de meerstammigheid
                    zullen zeer oude struiken ook juridisch beschermd zijn. Beeldbepalende heesters
                    of klimplanten, alsook pasgeplante herdenkings- of toekomstbomen, die niet de
                    minimale doorsnede hebben, kunnen óf binnen de hoofdbomenstructuur staan óf
                    opgenomen zijn in de lijst met monumentale bomen en bijzondere houtopstand op
                    deze wijze beschermd zijn. Zie verder artikel 5. </al><al/><al><vet>b. Houtopstand</vet> : Het kernbegrip van deze verordening, waarop het
                    kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit begrip consequent
                    centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer
                    dan bomen alleen. </al><al/><al><vet>Hoofdbomenstructuur</vet> : Vastgestelde opbouw en onderlinge samenhang van
                    houtopstand in een bepaald gebied, in relatie tot het desbetreffende gebied.
                    </al><al/><al><vet>Boomvormer</vet> : Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met
                    ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een
                    boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse
                    spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat
                    er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom -
                    (meerstammige) boom. </al><al/><al><vet>Hakhout:</vet> Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld,
                    opnieuw op de stronk uitlopen. </al><al/><al><vet>Houtwal:</vet> Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse
                    heesters, struiken en boomvormers. (Lint)begroeiing: Vanwege de grote
                    ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of
                    mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat ‘begroeiing’ in plaats
                    van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden.
                    </al><al/><al><vet>Bosplantsoen</vet> : Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk
                    heesters, struiken en boomvormers. </al><al/><al><vet>Struweel:</vet> Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters
                    en struiken. </al><al/><al><vet>Heg:</vet> Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet
                    in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter. </al><al/><al><vet>Klimplant</vet> : Verhoutend, overblijvend gewas dat zich hecht aan een
                    dragend element, zoals een wand of muur. Bedoeld zijn beeldbepalende verticale
                    begroeiingen van één of meer klimplanten van meer dan twee verdiepingen hoog.
                    </al><al/><al><vet>Dode bomen:</vet> Met ‘zowel vitaal als afgestorven’ is bedoeld ook het
                    vellen van dode of bijna dode bomen vergunningplichtig te maken. Hiermee kan
                    voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een
                    gezonde boom dood gaat of ‘bij vergissing’ een gezonde boom kapt. Het kan tevens
                    wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle
                    functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.</al><al/><al><vet>c. Vellen:</vet> Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand
                    ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij
                    rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende
                    wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent
                    van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of
                    ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door
                    periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet
                    vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel
                    vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden
                    aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens
                    onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op
                    het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen,
                    worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunningplichtig. </al><al/><al><vet>d. Hakhout:</vet> De definitie kan als volgt worden geïnterpreteerd: een of
                    meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld als deel van het (vroegere)
                    (bedrijfs)huishouden (nu veelal ten behoeve van behoud van cultuurhistorische,
                    natuur- en / of landschapswaarden) opnieuw op de stronk uitlopen. </al><al/><al><vet>e. Dunning:</vet> Het begrip dunning is conform artikel 1 lid 1 Boswet
                    toegevoegd. </al><al/><al><vet>f. Monetaire boomwaarde:</vet> De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging
                    van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK
                    Apeldoorn, tel. 055-5999449) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks
                    vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS,
                    marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest
                    deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen
                    en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen
                    ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen. </al><al/><al><vet>g. Bomen effect analyse:</vet> Waardevolle houtopstanden worden regelmatig
                    (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen,
                    rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld,
                    omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet
                    ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is
                    de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en
                    onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze
                    standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede
                    beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient
                    uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur.
                    De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de
                    besluitvorming rond bouw of aanleg.</al><al/><al><vet>Artikel 2: Kapverbod</vet></al><al> 1. Dit verbod is in verschillende opzichten ruimer dan het lijkt. Vellen is
                    meer dan alleen omzagen en houtopstand is meer dan alleen een boom (zie artikel
                    1). </al><al> 2a. De vrijstelling voor tuinen of erven kleiner dan 500 m2 komt voor uit het
                    feit dat bomen het gebruik van relatief kleine (stads)tuinen sterk kunnen
                    beperken. Evenals de beperking van een diktemaat wordt ook hier de eigen
                    verantwoordelijkheid en zeggenschap van de burgers benadrukt. Met een bij een
                    woning behorende achtertuin wordt bedoeld een bij die woning bedoeld perceel of
                    perceelgedeelte dat in gebruik is als tuin of erf en waarbij de woning de tuin
                    voor minimaal de helft van de perceelbreedte afschermt van de openbare weg. In
                    principe wordt hierbij de achtergevelrooilijn conform bestemmingsplan
                    gehanteerd. Bomen in voor- of zijtuinen zijn doorgaans bepalend voor het beeld
                    van de straat of buurt derhalve ze gelijkgesteld worden met bomen in openbaar
                    groen.</al><al> 2b. De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij
                    gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze
                    beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid 2 Boswet genoemde
                    houtopstand:</al><al> - populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of
                    langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al><al> - fruitbomen en windschermen om boomgaarden; </al><al>- fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
                    dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                    terreinen;</al><al> - kweekgoed; </al><al> - houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                    geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom,
                    tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: * ofwel geen grotere
                    oppervlakte beslaat dan 10 are; </al><al>* ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het
                    totale aantal rijen. De zinsnede ‘die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze
                    worden geëxploiteerd’ bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform
                    de Memorie van Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een
                    aantoonbare economisch doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of
                    fruitbomen zijn sierbomen die vruchten dragen dus wel kapvergunningplichtig.
                    Onder het kapverbod valt het houden en de economische exploitatie van
                    (vrucht)bomen niet. </al><al/><al><vet>Artikel 3: Aanvraag vergunning</vet></al><al> 1. Schriftelijke aanvraag voor de uitgebreide procedure is
                    vanzelfsprekend noodzakelijk. Een situatieschets, op te stellen door de
                    aanvrager, blijkt in de praktijk nodig aangezien men anders een tweede maal de
                    kapvergunning voor een andere houtopstand zou kunnen gebruiken. </al><al/><al><vet>Artikel 4: Criteria </vet></al><al>Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een aanvraag tot
                    vellen genoemd moeten worden. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke
                    of gevaarlijke bomen altijd voor vergunning in aanmerking zullen komen. Ervaring
                    leert dat de algemene termen waarin hier genoemde weigeringsgronden gesteld zijn
                    nadere uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en verwijderingsbelang.
                    Deze criteria kunnen in een afwegingsmodel worden geplaatst dat als instrument
                    bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. De beslissing op de
                    aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar beleidsbesluiten. Ook de door
                    derde-belanghebbenden ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden. Als
                    voorbeelden van de weigeringsgronden kunnen worden genoemd: *
                        <onderstreept>esthetische waarden</onderstreept>, zoals het hebben van een
                    bijzondere groeivorm; * <onderstreept>landschappelijke waarden</onderstreept>,
                    zoals het benadrukken van belangrijke lijnen in het landschap; het beeldbepalend
                    zijn vanuit de standplaats in relatie met de omgeving; </al><al> * <onderstreept>cultuurhistorische waarden</onderstreept>, zoals het hebben van
                    een specifieke gebruiksvorm, het verwijzen naar een specifieke historische
                    gebeurtenis, het aanwezig zijn op een plek met bijzondere betekenis, het
                    aanwezig zijn op een markeringsplek, het hebben van een mythologische betekenis,
                    het behoren tot een bijzonder fruitras, het geadopteerd zijn door bijvoorbeeld
                    een vereniging; </al><al>* <onderstreept>waarden van stads- en dorpsschoon</onderstreept> zoals het
                    bepalend zijn voor het straatsbeeld of stadsbeeld; het versterken van de
                    architectonische betekenis van één of meer gebouwen; </al><al>* <onderstreept>ecologische waarden</onderstreept>, zoals het innemen van een
                    bijzondere plaats in het ecosysteem, milieukundig gezien het hebben van een
                    bijzondere waarde vanwege het beïnvloeden van het microklimaat, het behoren tot
                    een bijzondere vertegenwoordiger van één soort (genenreservoir); </al><al>* <onderstreept>waarden voor recreatie en leefbaarheid</onderstreept>; </al><al> * <onderstreept>vitaliteitswaarde</onderstreept>, in die zin dat de houtopstand
                    zijn matige tot goede kwaliteit zeker gedurende de komende tien jaar behoudt. </al><al/><al>Aangezien voor waardevolle en monumentale bomen in beginsel geen vergunning tot
                    vellen wordt afgegeven (art. 4 lid 3) is het wenselijk vooraf helderheid te
                    scheppen in de criteria op grond waarvan voor dergelijke bomen wel een
                    vergunning tot vellen verleend kan worden. Deze criteria zijn als volgt
                    geformuleerd: </al><al/><al><onderstreept>* Gevaarzetting.</onderstreept> Bij acuut gevaar kan de
                    burgemeester toestemming geven tot direct vellen (art 4, lid 9). Bij geen acute
                    gevaardreiging dient een beoordeling plaats te vinden door een gediplomeerd en
                    erkent boomtaxateur. </al><al><onderstreept>* Schade aan gebouwen.</onderstreept> Bomen kunnen aanzienlijke
                    schade berokkenen aan bouwwerken. De grootte van de schade is veelal afhankelijk
                    van de standplaats, de boomsoort en de kwaliteit van de constructie. Reeds
                    aanwezige schade is doorgaans vrij eenvoudig te constateren (bijv. scheuren )
                    Moeilijker is het wanneer nog geen sprake is van schade doch men mogelijke
                    toekomstige schade wenst te voorkomen. Specialistisch onderzoek dient dan aan te
                    geven wat het schaderisico is. Een dergelijk onderzoek dient plaats te vinden
                    door een gespecialiseerd boomtechnisch bedrijf in opdracht van de
                    vergunningaanvrager. Er is hier duidelijk gekozen voor de term ‘gebouwen’ in
                    plaats van bouwwerken aangezien bouwwerken zoals tuinmuren, keerwanden of
                    infrastructurele voorzieningen ondergeschikt worden geacht aan waardevolle en
                    monumentale bomen. In dit kader kan bij de beoordeling nog onderscheid gemaakt
                    worden tussen waardevolle en monumentale bomen. </al><al><onderstreept>* Groot maatschappelijk belang.</onderstreept> Het belang van
                    waardevolle en monumentale bomen kan ondergeschikt zijn aan ontwikkelingen van
                    groot maatschappelijk belang. Daarbij is dit onder invloed van de
                    maatschappelijke ontwikkelingen tijdgebonden en kan enig besluit in tegenspraak
                    zijn met een jaren eerder genomen besluit. In deze situaties zal de afweging
                    steeds door het college plaats dienen te vinden. </al><al/><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46 - 3:50 en 4:82 -
                    4:84) dient de motivering van het besluit van Burgemeester en Wethouders te
                    verwijzen naar gemeentelijke beleidsregels zoals bestemmings-, groen-, bomen-,
                    of landschapsplannen en bijbehorende (beschermings)categorieën en
                    beleidskaarten. Met Habitatrichtlijn is bedoeld de EU richtlijn van 21 mei 1992
                    inzake de instandhouding van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna
                    (92/43).</al><al/><al><vet>Artikel 5: Monumentale bomen en bijzondere houtopstand</vet></al><al> 1. De lijst met monumentale bomen bevat bijzondere beschermwaardige bomen en
                    andere houtopstand. De lijst kan ook houtopstand bevatten met een kleinere
                    dwarsdoorsnede dan in artikel 1 genoemd. Op deze wijze kan een (landschappelijk)
                    waardevolle houtopstand, nieuw aangeplante herdenkingsbomen met een kleinere
                    diktemaat toch bescherming genieten. Duurzaam behoud van houtopstand op de lijst
                    van monumentale bomen heeft een hoge prioriteit. De houtopstand is extra
                    beschermd doordat alleen bij hoge uitzondering een kapvergunning wordt verleend.
                    Verder is het beleid erop gericht de monumentale (niet de waardevolle) bomen op
                    te nemen in bestemmingsplannen waarbij de opname precies uitgewerkt wordt in de
                    bestemmingsplanvoorschriften en de (toekomstige) kroonprojectie zorgvuldig
                    ingetekend wordt op de plankaart. Door het dwingend karakter van het
                    bestemmingsplan zijn deze bomen direct in beeld bij iedere herbestemming. Er
                    kunnen dus geen bouw- en aanlegactiviteiten plaatsvinden zonder dat dit aan de
                    boombestemming getoetst wordt. </al><al>2. Dit artikel geeft gemeenten een aantal algemene richtlijnen waaraan een
                    lokale monumentale bomenlijst minimaal moet voldoen. Het is belangrijk om de
                    eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en het kadastraal perceelsnummer te
                    weten.</al><al> 5. De geïnde boetes en schadevergoedingen op grond van deze verordening zullen
                    in het bomenfonds te storten. Dit fonds of deze voorziening dient gebruikt te
                    worden voor specifieke maatregelen voor de instandhouding van monumentale bomen
                    of voor de subsidiëring van instandhoudingsmaatregelen. </al><al/><al><vet>Artikel 6: Procedure </vet></al><al><vet> Aanvragers</vet> kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk
                    gerechtigden tot een houtopstand. </al><al><vet>Zakelijk gerechtigden</vet> zijn in beginsel degenen die een notariële akte
                    kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal,
                    erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand.
                        <vet>Huurders</vet> hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij
                    moeten dus de schriftelijke toestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die
                    eigenaar van de houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan
                    bij (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot
                    vergunningaanvraag verlenen. </al><al><vet>Publiekrechtelijke bevoegdheden:</vet> Ook de gemeente zelf, waterschappen,
                    hoogheemraadschappen of andere publiekrechtelijke instanties (Rijkswaterstaat,
                    Staatsbosbeheer, enz) kunnen aanvrager zijn. Zij volgen dezelfde procedure als
                    andere aanvragers. </al><al>Een <vet>situatietekening</vet> is verplicht om misverstand over de exacte boom
                    te voorkomen. Indien de aanvraag het gevolg is van een geplande verandering van
                    de situatie is zowel een tekening nodig van de bestaande situatie als van de
                    toekomstige situatie. Op het aanvraagformulier moet dit zijn aangegeven.
                    </al><al><vet>Bekendmaking en kennisgeving:</vet> Een advertentie van de aanvraag
                    onmiddellijk na ontvangst (datum postkamer) in een huis-aan-huisblad blijkt in
                    de praktijk de beste manier om tijdig een inzicht te krijgen in alle betrokken
                    belangen zodat een zorgvuldig voorbereide belangenafweging kan worden gemaakt.
                    Wel moet een aanvraag volledig zijn. Indien een onvolledige aanvraag niet tijdig
                    is aangevuld, vervalt hij. Belangrijk is ook het gelijktijdig kennis geven van
                    een besluit en het verzenden aan aanvrager en belanghebbenden. Dit om
                    belanghebbenden en aanvrager een gelijkwaardige rechtspositie te geven met
                    gelijklopende termijnen. Dit vergt wel een goede interne afstemming van
                    ambtelijke ondersteuning. Het is verstandig eerst zeker te zijn van de datum van
                    publicatie van een besluit in een huis-aan-huisblad alvorens tot verzending aan
                    de aanvrager over te gaan. Het is essentieel om de concrete datum vanaf welk
                    moment de periode van bezwaar ingaat expliciet te noemen. </al><al><vet>Zienswijze en bezwaar</vet> . Lid 5 betekent dat vooraf aan een vergunning
                    een ieder een zienswijze kan indienen. Let op dat na het nemen van het
                    vergunningbesluit alleen belanghebbenden bezwaar kunnen maken. Rechtsgrondslag
                    voor dit lid 3 ligt onder andere vast in artikel 3:13 lid 2 Algemene wet
                    bestuursrecht. </al><al><vet>Belanghebbende.</vet> Belangrijk is om het begrip ‘belanghebbende’ door
                    middel van criteria af te bakenen (zicht, woonafstand, andere betrokkenheid,
                    enz.). Denkbaar is om een ieder toe te staan een zienswijze in te dienen vooraf
                    aan een besluit, maar alleen belanghebbenden toe te staan bezwaar te maken als
                    een besluit genomen is. Volgens vaste rechtspraak worden organisaties die in hun
                    statuten de bescherming van en het behoud van natuur of bomen als doelstelling
                    hebben opgenomen als belanghebbende aangemerkt. </al><al><vet>Keuze procedures</vet> . Indien reeds bij de aanvraag van een vergunning
                    voor grote ingrepen in het openbaar groen, of tijdens de termijn van
                    tervisielegging, blijkt dat er sprake is van groot maatschappelijk belang, kan
                    de vergunningverlener besluiten tot een verlengde procedure op grond van de
                    Algemene wet bestuursrecht en bijvoorbeeld een hoorzitting ter voorbereiding
                    toevoegen. </al><al><vet>Noodkap.</vet> Direct vellen als gevolg van grote gevaarzetting of
                    vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid is bedoeld aan
                    te sluiten bij de bevoegdheden van de Burgemeester op grond van de artikelen 173
                    en 175 van de Gemeentewet. </al><al/><al><vet>Artikel 7: Standaardvoorschrift van niet-gebruik</vet></al><al> Dit artikel is bedoeld om te vermijden dat de boom al feitelijk gekapt is
                    voordat derden kennis van de kapvergunning hebben kunnen nemen. Aansluiting is
                    gezocht met formuleringen en systematiek uit de rechtspraak en de afstemming van
                    de bouwvergunning op de milieuvergunning. In vergelijking met de model
                    bomenverordening 1996 is in dit model de opschortende werking van deze
                    standaardvoorwaarde niet van toepassing tijdens de beroepstermijn. Dit is gedaan
                    om oneigenlijk gebruik door bezwaarmakers te voorkomen. Bouw of aanleg konden op
                    basis van de eerdere regels maandenlang opgehouden worden door het instellen van
                    beroep tegen een kapvergunning voor een (niet-waardevolle) boom. Nu moeten
                    bezwaarmakers om tussentijdse kap te verkomen tijdens de beroepstermijn
                    tegelijkertijd met het indienen van een beroepsschrift een verzoek tot
                    voorlopige voorziening indienen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de
                    rechtbank. Ter voorkoming van directe kap na het ongegrond verklaren van de
                    bezwaren, is een termijn van één week vastgesteld waarin niet gekapt mag worden
                    en de bezwaarmakers de mogelijkheid hebben een beroepschrift en een verzoek tot
                    voorlopige voorziening in te dienen. </al><al/><al><vet>Artikel 8: Vervaltermijn vergunning</vet></al><al> Dit artikel blijkt nodig te zijn om misbruik van (zeer) oude kapvergunningen
                    tegen te gaan. </al><al/><al><vet>Artikel 9: Bijzondere vergunningsvoorschriften</vet></al><al><vet>Herplantplicht:</vet> De voorschriften moeten concreet en precies worden
                    uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte. Uit de rechtspraak
                    naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van
                    aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is.
                        <vet>Natuurbescherming:</vet> Lid 4 maakt het mogelijk op grond van de
                    geldende natuurbeschermingsregels, waaronder de Flora- en Faunawet (wet van 25
                    mei 1998, Stb. 402), Europese vogel- en habitatrichtlijnen, nadere concrete
                    voorschriften op te leggen, bijvoorbeeld het niet vellen zolang er vogels
                    broeden in de bomen of niet vellen op zodanige wijze dat nabije beschermde
                    soorten planten of paddestoelen vernield worden. Het niet mogen vellen in het
                    broedseizoen dient in een vergunningsvoorschrift uitgewerkt te zijn. De
                    bescherming van broedende vogels geldt reeds op grond van de wet (art. 12 Flora-
                    en Faunawet), maar soms is er de behoefte van concretere afbakening van
                    begrippen als broedseizoen of wijze van vellen. Soms geeft men onder de
                    vergunning een uitleg hoe de aanvrager met dit onderwerp om kan gaan. Indien er
                    aanleiding toe is, kan de uitvoering van deze bepaling wel door voorschriften
                    bij de vergunningverlening worden geregeld. </al><al><vet>Andere werken:</vet> Lid 5 verwoordt de bevoegdheid van Burgemeester en
                    Wethouders om de vergunningverlening afhankelijk te stellen van andere
                    vergunningplichtige werken en de uitvoering daarvan. Soms kan in een eerdere
                    fase dan bij vergunning om te vellen al tot een aanhouding van het kapbesluit
                    besloten worden op grond van artikel 4 van deze verordening. Uitvoering van deze
                    bepalingen is afhankelijk van de wijze waarop de communicatie tussen de
                    verschillende sectoren is geregeld. Ook hiervoor is een beleidsmatige uitwerking
                    gewenst. </al><al/><al><vet>Artikel 10: Herplant-/instandhoudingsplicht</vet></al><al><vet>Voorschriften:</vet> Herplantvoorschriften moeten concreet en eenduidig
                    zijn en mogen zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven mits
                    dit in het gangbare beleid past. De wijze waarop de zelfstandige herplant- en
                    instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, vraagt dus om beleidsmatige uitwerking.
                    Deze uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid.
                    Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate
                    van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de
                    feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. Onder het
                    handhavingsbeleid vallen ook de richtlijnen voor het effectief uitvoeren van de
                    strafvervolging door politie en daartoe aangestelde opsporingsambtenaren, zoals
                    bedoeld in artikel 14. </al><al><vet>Financiële herplant:</vet> Let op dat een financiële herplantplicht
                    daadwerkelijk voor herplant elders gebruikt dient te worden blijkens de
                    rechtspraak en niet voor extra snoeien of iets dergelijks. Bovendien moet die
                    herplant zo nabij als mogelijk uitgevoerd worden. </al><al/><al><vet>Artikel 11: Schadevergoeding</vet></al><al> De <vet>Boswet</vet> schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit
                    artikel moet bevatten, hoewel uit de (gepubliceerde) rechtspraak geen enkel
                    geval van een schade-uitkering op grond van dit artikel bekend is. Rechters
                    lijken niet snel (onredelijk) nadeel aanwezig te achten indien een vergunning om
                    te vellen geweigerd wordt. </al><al/><al><vet>Artikel 12: Afstand van de erfgrenslijn</vet></al><al> De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek geeft het
                    bekende verwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen
                    binnen een halve meter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2 is in
                    afwijking van het oude B.W. toegevoegd: tenzij ingevolge een verordening of een
                    plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten’. Daarom is in deze
                    modelverordening dit artikel toegevoegd dat de erfgrensafstand aanzienlijk
                    verkleind. Met ‘nihil’ voor heggen en heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze
                    van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale standaard te maken. Vele bomen
                    en heesters zullen door deze afstandverkleining beter beschermd, misschien wel
                    gespaard worden. De juridische mogelijkheden voor burenruzies zijn hiermee
                    enigszins verminderd. </al><al/><al><vet>Artikel 13: Bestrijding iepenziekte</vet></al><al> Dit artikel is toegevoegd, hoewel reeds soortgelijke artikelen in den lande van
                    kracht zijn, meestal met ‘ontschorsen’ in plaats van ‘ontbasten’. De bast is het
                    levende weefsel onder de schors en het is noodzakelijk de gehele bast te
                    verwijderen. Belangrijk is dat na velling ter plaatse wordt ontbast, om
                    potentieel broedhout en verspreiding van de besmetting te voorkomen. Onder
                    artikel 2 lid 3 is al kort toegelicht dat dit iepenziekte nodig is geworden nu
                    het Besluit bestrijding iepenziekte is opgeheven en de Minister de gemeenten
                    zelf de bevoegdheid heeft gelaten om tegen deze ziekte op te treden. Optreden is
                    dringend gewenst om nog enige iepen in ons land over te houden (vgl. de situatie
                    in Engeland). In het vierde lid is een bijzondere bestuursdwang bevoegdheid in
                    aanvulling op de algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid opgenomen,
                    vanwege de ernst van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen met name voor
                    een afdeling ‘Groen’. </al><al/><al><vet>Straf- en slotbepalingen</vet></al><al> Het apart bijeenzetten van de strafbepalingen levert meer overzichtelijkheid
                    op. </al><al/><al><vet>Artikel 15: Strafbepaling </vet></al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                    mogelijkheid van het instellen door Burgemeester en Wethouders van een
                    privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of
                    houtopstand. </al><al><vet>Ratio</vet> : De strafmaatbepalingen zijn de basis voor aangifte bij de
                    politie en eventuele strafvervolging door justitie. De bepalingen zijn
                    overeenkomstig de grenzen van de Gemeentewet vastgesteld. Soms kan de rechter
                    overgaan tot bijzondere maatregelen, zoals publicatie van een vonnis of
                    voordeeltoekenning (d.w.z. dat justitie afziet van strafvervolging indien
                    verdachte de schade vergoedt). </al><al><vet>Samenloop</vet> : Ook een samengaan met andere delicten (vernieling van
                    eigendom, belediging van personen, enz.) is vaak aanleiding om een illegale kap
                    of beschadiging door justitie aan te laten pakken. De op grond van dit artikel
                    ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het instellen door
                    Burgemeester en Wethouders van een privaatrechtelijke vordering tot
                    schadevergoeding wegens schade aan publieke bomen of houtopstanden. </al><al><vet>Schadevergoeding</vet> : De ingestelde strafvervolging staat het instellen
                    van een privaatrechtelijke schadevordering als gevolg van waardevermindering of
                    verlies van de boom niet in de weg. Wel blijken rechters en officieren in de
                    praktijk terughoudend in het tweemaal juridisch aanpakken van hetzelfde
                    feit.</al><al/><al><vet>Artikel 16: Opsporing</vet></al><al> Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze verordening
                    dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn
                    belast of daaraan moeten meewerken, bevoegdheid gegeven tot opsporing behoudens
                    de strafrechtelijke grenzen in de overige wetgeving. In hoofdstuk 5 van de
                    Algemene wet bestuursrecht (artikelen 5:11 - 5:20 Awb) staan de bijzondere
                    bevoegdheden van toezichthouders, waaronder het betreden van gebouwen, niet
                    zijnde woningen, en terreinen te betreden, desnoods tegen de wil van de
                    rechthebbende. </al><al/><al><vet>Bijdrageregeling monumentale bomen en bijzondere houtopstand</vet> Iedere
                    gemeente in Nederland heeft een zekere financiële autonomie (zelfbestuur). Dus
                    hoewel deze bijdrageregeling zich beperkt tot maatregelen voor duurzaam
                    onderhoud, kan men de regeling natuurlijk uitbreiden tot reguliere
                    onderhoudsmaatregelen.</al><al/><al><vet>Artikel 1: Bijdrageregeling monumentale bomen en bijzondere
                        houtopstand</vet></al><al> 1. Bewust is gekozen voor expliciet noemen van bomen en andere houtopstanden
                    vanwege de grotere ecologische waarde die bomen en/of heesters juist in
                    samenhang met elkaar vormen. </al><al>2. Deze volledig nieuwe bepaling is toegevoegd om de mogelijkheid tot positieve
                    benadering van een kapvergunning en bijdrageregeling aan te geven. Soms zal men
                    immers een kapvergunning aanvragen omdat het onderhoud te duur wordt. </al><al> 3. Dit is een niet limitatief bedoelde lijst van maatregelen. </al><al> 5. Soms zal het praktischer en goedkoper zijn als de gemeente zelf bepaalde
                    werkzaamheden verricht. Het verdient aanbeveling een dergelijke
                    beheersovereenkomst of erfdienstbaarheid voor meer jaren aan te gaan en
                    notarieel vast te leggen en in de daarvoor bestemde registers te laten
                    inschrijven, om in geval van een nieuwe eigenaar of andere zakelijk gerechtigde
                    ook tegenover hen een recht op de houtopstand te hebben. Verstandig is het om
                    het kapverbod nog eens expliciet in een dergelijke overeenkomst te vermelden. </al><al/><al><vet>Artikel 2: Procedure bijdrageregeling monumentale bomen</vet> 4.
                    Boomverzorger is verkozen boven boomverzorgingsbedrijf om niet aan het
                    juridische vereiste van een bedrijf/onderneming te hoeven voldoen. De
                    deskundigheid staat immers voorop. De gemeente zal de begroting moeten opstellen
                    bij geringe financiële draagkracht van aanvrager. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>