<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58743_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bernheze 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bernhezer, 26 september 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bernheze 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-09-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Procedureverordening advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bernheze 2008</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bernheze 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bernheze;</al><al/><al>gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 5
                        augustus 2008;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie Ruimtelijke Zaken van 8 september
                        2008;</al><al/><al>gelet op artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit
                        ruimtelijke ordening;</al><al>besluit vast te stellen de volgende </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade
                            gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als
                            bedoeld in</al><al>artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;</al></li><li nr="b."><al> adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te
                            wijzen persoon als</al><al>bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="c."><al> adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel
                            3, vijfde lid, van</al><al>deze verordening;</al></li><li nr="d."><al> besluit: Besluit ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="e."><al> college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="f."><al> gemeente: gemeente Bernheze;</al></li><li nr="g."><al> planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede
                            lid, Wet ruimtelijke</al><al>ordening;</al></li><li nr="h."><al> planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet
                            ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="i."><al> wet: Wet ruimtelijke ordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in
                            artikel 6.1.3.1 van het</al><al>besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk,
                            opdracht om ter zake van</al><al>een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan
                            artikel 6.1.3.1 van het</al><al>besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt
                                door het college</al><al>een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid
                                inzake advisering</al><al>op het gebied van planschade. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het
                                eerste lid bedoelde</al><al>adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
                                planschade vanwege</al><al>inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de
                                aanvraag,</al><al>behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een
                                tweede adviseur</al><al>aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van
                                financieel</al><al>economische bedrijfsvoering. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het
                                eerste lid bedoelde</al><al>adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
                                planschade vanwege</al><al>waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de
                                complexiteit, aard en</al><al>omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid
                                wordt door het</al><al>college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van
                                de waardering</al><al>van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg
                                van een</al><al>planologische verslechtering. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid
                                van toepassing zijn,</al><al>worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs
                                aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een
                                adviescommissie, waarvan de in</al><al>het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college
                                verlangen dat deze</al><al>aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met
                                betrekking tot de in</al><al>artikel 3, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop
                                deze persoon de</al><al>aanvraag moet beoordelen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van
                                de raad. Eveneens</al><al>mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel
                                waarop de aanvraag</al><al>betrekking heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing
                                adviseur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in
                                artikel 2 verstrekt, stelt</al><al>het college de aanvrager, eventuele andere betrokken
                                bestuursorganen, alsmede de</al><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de wet schriftelijk</al><al>op de hoogte van de aanwijzing van:</al><lijst><li nr="a."><al>een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of</al></li><li nr="b."><al>meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede
                                de</al><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de wet kunnen</al><al>binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid
                                schriftelijk en</al><al>voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere
                                adviseurs bij het</al><al>college indienen.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college beslist binnen drie weken na het verstrijken van de in
                                het tweede lid</al><al>bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of
                                meerdere adviseurs. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Werkwijze adviseur of adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de
                                aanvraag betrekking</al><al>hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het
                                oordeel van de</al><al>adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter
                                beschikking.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen
                                aan die de adviseur</al><al>of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht
                                bijstaat.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één
                                of meerdere</al><al>hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde
                                ambtelijke</al><al>vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag
                                toe te lichten,</al><al>onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante
                                informatie te</al><al>verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag
                                aan de adviseur of</al><al>de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken
                                bestuursorganen,</al><al>alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en
                                derde lid, van de wet</al><al>worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te
                                maken.</al><al/></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het
                                tijdstip waarop de</al><al>adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal
                                bezichtigen en nodigt de</al><al>aanvrager voor de plaatsopneming uit.</al><al/></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken
                                onroerende zaak, wordt</al><al>door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de
                                aanvrager een afspraak</al><al>gemaakt.</al><al/></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde
                                lid bedoelde</al><al>bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de
                                adviseur of de</al><al>voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel
                                vormt van het uit</al><al>te brengen advies.</al><al/></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de
                                adviescommissie binnen</al><al>zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een
                                concept daarvan</al><al>aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken
                                bestuursorganen</al><al>en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en
                                derde lid, van de wet.</al><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn
                                onder opgaaf van</al><al>redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier
                                weken verlengen.</al><al/></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede
                                de</al><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de wet worden in</al><al>de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het
                                concept advies</al><al>schriftelijk hierop te reageren.</al><al/></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of
                                de adviescommissie</al><al>binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid
                                bedoelde termijn een advies</al><al>uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn
                                betrokken.</al><al/></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al>In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de
                                adviseur of de</al><al>adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het
                                achtste lid bedoelde</al><al>termijn een advies uit aan het college.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 27 september 2008.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Procedureverordening voor
                                advisering tegemoetkoming</al><al>in planschade gemeente Bernheze 2008." </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare
                        vergadering van</ondertekening><ondertekening>25 september 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.H.M. van den Oever A.A.M.M. Heijmans </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>