<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58738_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening) 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bernhezer, 28-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Bernheze 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-09-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening) 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Geconsolideerde tekst van de regeling</al><al>De raad van de gemeente Bernheze;</al><al>gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 8
                        november 2005;</al><al>gezien het advies van de commissie Bestuur en Strategie van 7 december
                        2005;</al><al>gelet op artikel 150 Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij
                            de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken
                            (Inspraakverordening) 2006.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al> inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                            voorbereiding van gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="b."><al> inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                            gegeven; </al></li><li nr="c."><al> beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                            vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                                beleid. </al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. </al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al> ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                vastgesteld beleidsvoornemen; </al></li><li nr="b."><al> indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                uitgesloten; </al></li><li nr="c."><al> indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; </al></li><li nr="d."><al> inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                Gemeentewet </al></li><li nr="e."><al> indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend
                                is dat inspraak niet kan worden afgewacht; </al></li><li nr="f."><al> indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de
                                samenleving. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing. </al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                                inspraakprocedure vaststellen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                eindverslag op. </al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al> een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; </al></li><li nr="b."><al> een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling
                                of schriftelijk naar voren zijn gebracht; </al></li><li nr="c."><al> een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                                beleidsvoornemen wordt overgegaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar. </al><al/></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Inspraakverordening 1994 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening Bernheze
                            2006.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>22 december 2005.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.H.M. van den Oever A.A.M.M. Heijmans</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting inspraakverordening 2006</al><al>Algemene toelichting</al><al>Artikel 150 van de Gemeentewet </al><al>Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de
                        verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. De VNG heeft
                        in 1993 daarvoor een Model-inspraakverordening opgesteld. In 2003 heeft de
                        VNG deze verordening grondig herzien. De Modelinspraakverordening is
                        aangepast aan diverse wetswijzigingen op nationaal niveau, bijvoorbeeld aan
                        het klachtrecht dat inmiddels in hoofdstuk 9 van de Awb is opgenomen, de
                        dualisering van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur) en de
                        inspraak-verplichtingen in verschillende bijzondere wetten (zoals artikel 47
                        Wet werk en bijstand en artikel 7a van de Wet stedelijke vernieuwing).
                        Tevens is het model aangepast aan de nieuwe openbare voorbereidingsprocedure
                        van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en aan de Aanwijzingen voor de
                        decentrale regelgeving (Adr).</al><al>Afdeling 3.4 Awb (oud/nieuw) </al><al>Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten.
                        Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de
                        wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. Bij het
                        inwerkingtreden van de Awb in 1994 bestond naast deze afdeling nog een
                        afdeling 3.5 die een uitgebreidere voorbereidingsprocedure kende. Met de
                        nieuwe Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb is beoogd deze twee
                        procedures ineen te schuiven en tegelijkertijd te vereenvoudigen. Bij de
                        Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb is de nieuwe
                        afdeling in verschillende bijzondere wetten van toepassing verklaard. In de
                        wet zelf is afdeling 3.4 (nieuw) van toepassing verklaard op de inspraak bij
                        provincies en gemeenten. Uit de laatste zinsnede van het nieuwe tweede lid
                        van artikel 150 van de Gemeentewet blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4
                        Awb zijn toegestaan (zie ook de memorie van antwoord (MvA) Eerste Kamer,
                        2000-2001, 27 023, nummer 177b, blz. 3). In de memorie van toelichting (MvT)
                        op de wet (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 31) is te lezen dat in de
                        inspraakverordening zowel geheel als gedeeltelijk kan worden afgeweken van
                        afdeling 3.4 Awb. Dit laatste kan bijvoorbeeld geschieden in gevallen waarin
                        het wenselijk is om wel een ontwerp ter inzage te leggen, maar de inspraak
                        daarover op andere wijze te organiseren dan via het mondeling naar voren
                        brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen, aldus de
                        MvT.</al><al>Inspraakprocedure/deregulering </al><al>Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren worden vormgegeven. De VNG
                        heeft gekozen voor een sobere regeling mede met het oog op het door haar
                        ondersteunde dereguleringsstreven van opeenvolgende kabinetten. Door het van
                        toepassing verklaren van de procedureregeling van afdeling 3.4 van de Awb en
                        het weghalen van overbodige bepalingen (zoals het beklagrecht) en de
                        onnodige paragraafindeling, is de verordening in 2003 nog verder
                        gedereguleerd. Nu resteert een bondige en goed leesbare verordening van
                        slechts acht artikelen. Bovendien maakt een globale raamregeling het
                        mogelijk dat recht wordt gedaan aan de behoefte van insprekers en
                        gemeentebestuur mede in relatie tot aard, schaal en reikwijdte van het
                        beleidsvoornemen waarop inspraak plaatsvindt. Een gedetailleerde en daardoor
                        rigide wijze van regelgeving dient niet de belangen van insprekers.</al><al>Alternatieven voor inspraak </al><al>Inspraak is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en
                        strekking begrensde fase daarin. Het moet onderscheiden worden van de andere
                        mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te
                        denken valt hierbij aan het spreekrecht bij raads- en commissievergaderingen
                        (regeling via het reglement van orde of een commissieverordening). Andere
                        mogelijkheden die buiten de inspraak vallen zijn: het schrijven van brieven,
                        het bezoeken van spreekuren, het houden van informatiebijeenkomsten,
                        referenda enz. Inspraak is uiteraard ook van een andere orde dan de
                        mogelijkheid om de uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door
                        middel van bezwaar en beroep. Inspraak kan ook worden onderscheiden van
                        interactieve beleidsvorming. Interactieve beleidsvorming is een werkwijze,
                        met name bedoeld voor complexe beleidsprocessen waarbij meerdere actoren
                        betrokken zijn, waarbij een overheidsorganisatie in een zo vroeg mogelijk
                        stadium burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere
                        overheden bij het beleid betrekt om zo in een open en evenwichtige
                        wisselwerking of samenwerking met hen tot de voorbereiding, bepaling,
                        uitvoering of evaluatie van beleid te komen. Interactieve beleidsvorming
                        mobiliseert daarbij de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen
                        waarvan de overheid op voorhand niet weet - of nog niet wil bepalen - hoe
                        deze opgelost zullen worden. De raad van de gemeente Bernheze heeft hiervoor
                        in november 2005 de discussienotitie "Naar een gereedschapskist voor
                        interactief besturen" vastgesteld.</al><al/><al>Artikelgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>a. Inspraak </al><al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel
                        opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                        Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering
                        van het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                        belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                        kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een
                        belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding
                        noodzakelijke belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van
                        de Gemeentewet 'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen
                        gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen.</al><al>b. Inspraakprocedure </al><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                        ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Zoals in de algemene
                        toelichting is vermeld, is in de modelverordening afdeling 3.4 Awb van
                        toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, van het model geeft het
                        bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan
                        is immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en
                        organisatie van de inspraak.</al><al>c. Beleidsvoornemen </al><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                        bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk
                        zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of
                        maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                        gebaseerd.</al><al>Artikel 2 Onderwerp van inspraak </al><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn
                        eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding
                        van gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in
                        artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college en
                        burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen
                        beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. In de MvT (TK 1999-2000, 27 023,
                        nummer 3, blz. 20) is vermeld dat het ter volledige beoordeling van de
                        gemeenteraad blijft ten aanzien van welke beleidsvoornemens inspraak wordt
                        verleend. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als
                        inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij
                        raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de
                        mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze
                        van inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen
                        is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden
                        gemaakt.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                        wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder hebben wij opgesomd welke
                        wettelijke verplichtingen gelden. Wij hebben ervan afgezien om dit op te
                        nemen in de tekst van artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een
                        nieuwe wettelijke verplichting direct de verordening moet worden aangepast
                        en in de tweede plaats het een dermate uitgebreide opsomming is dat de
                        verordening hiermee onoverzichtelijk wordt. Wettelijke verplichtingen tot
                        het bieden van inspraak bestaan thans bij: </al><al>a. de voorbereiding van ruimtelijke plannen of herziening daarvan dan wel
                        bij de toepassing van artikel 19a, Wet op de Ruimtelijke Ordening
                        (facultatief); </al><al>b. de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing
                        (artikel 7a Wet stedelijke vernieuwing); </al><al>c. de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17,
                        derde lid, Wet milieubeheer (WM)); </al><al>d. de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                        afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel 10.26,
                        tweede lid, WM); </al><al>e. het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet
                        voorzieningen gehandicapten); </al><al>f. de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving
                        van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van artikel 47 van de Wet werk en
                        bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42, eerste lid, onder d)
                        en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        werkloze werknemers (artikel 42, eerste lid, onder d); </al><al>g. de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als
                        bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a en b, van de Woningwet (artikel
                        12, vierde lid). In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt
                        verleend. </al><al>Jurisprudentie </al><al>Er zijn geen wettelijke beletselen om bij het in procedure brengen van het
                        ontwerpplan af te wijken van het voorontwerp dat aan inspraak onderworpen is
                        geweest. Dit neemt niet weg dat, indien de afwijkingen ten opzichte van het
                        voorontwerp naar aard en omvang zodanig zijn dat een geheel ander plan is
                        ontstaan, dit aanleiding kan zijn de inspraak opnieuw een aanvang te laten
                        nemen. In dit geval oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
                        van State (ABRS) dat terecht geen nieuwe inspraak is opengesteld (ABRS 22
                        januari 2003, inzake nummer 200001851/1, LJN-nummer AF3164).</al><al>Artikel 3 Inspraakgerechtigden </al><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de
                        tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden 'in de gemeente een belang
                        hebbende natuurlijke en rechtspersonen' vervangen door: belanghebbenden. Het
                        begrip 'belanghebbende' is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie
                        heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al>Jurisprudentie </al><al>In dit geval is het projectdocument uitsluitend aan het wijkoverlegorgaan
                        voorgelegd. De kring van personen die ingevolge artikel 6a WRO moeten worden
                        betrokken bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen is ruimer. Conclusie
                        is dat de inspraak die niet overeenkomstig de inspraakverordening is
                        verleend, in strijd is met artikel 6a WRO (ABRS 14 augustus 2002, inzake
                        nummer 200102132/1, LJN-nummer AE6455).</al><al>Artikel 4 Inspraakprocedure </al><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de
                        Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17
                        is de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van
                        het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk
                        of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal
                        deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van
                        het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Zo kan bijvoorbeeld de
                        genoemde zeswekentermijn te lang wordt bevonden.</al><al>Jurisprudentie </al><al>Bij de behandeling van het beroep tegen de goedkeuring van een
                        bestemmingsplan wordt door de afdeling niet ingegaan op het bezwaar van
                        appellant tegen de beperking van de spreektijd tijdens de inspraakavond.
                        Appellant had hiertegen een klacht kunnen indienen en heeft dit niet gedaan,
                        aldus de afdeling (ABRS 10 juli 2002, inzake nummer 200103950/1, LJN-nummer
                        AE5107).</al><al>Artikel 5 Eindverslag </al><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In
                        artikel 3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt
                        gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is
                        gebracht.</al><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                        inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                        afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter
                        inzage gelegd enz.? </al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                        bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                        schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de
                        MvT bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met
                        een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en
                        vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. </al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                        bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                        gebruikelijke wijze openbaar maakt. De bekendmaking van de resultaten van de
                        inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die
                        hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast
                        kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de
                        gemeentelijke website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden
                        gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te
                        bevelen om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie
                        te verschaffen.</al><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                        vermelden in zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid,
                        aanhef en onder b, van de Gemeentewet.</al><al>Artikel 6 Intrekking oude verordening </al><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De
                        datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de verordening
                        in werking treedt (zie artikel 7).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>