<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58687_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureverordening tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 21-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureverordening tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, hoofdstuk 6, afdeling 6.1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit van 21 april 2008 tot uitvoering van de Wet ruimtelijke ordening zoals gepubliceerd in het Staatsblad 2008, nr. 145</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-08-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureverordening tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/></kop><al><vet>Procedureverordening tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008
                        </vet>De raad van de gemeente Heumen, </al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 juni 2008, </al><al>Gelet op hoofdstuk 6, afdeling 6.1 „Tegemoetkoming in schade‟, Wet
                        ruimtelijke ordening (Wro); Gelet op hoofdstuk 6, afdeling 6.1
                        `Tegemoetkoming in schade´ van het Besluit van 21 april 2008 tot uitvoering
                        van de Wet ruimtelijke ordening (Besluit ruimtelijke ordening), zoals
                        gepubliceerd in het Staatsblad 2008, nr. 145; </al><al><vet>BESLUIT</vet>: vast te stellen de hierna volgende “Procedureverordening
                        tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008”. </al><al><vet>Artikel 1: begripsbepalingen </vet></al><al>Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al><vet>Hoofdstuk 6, afdeling 6.1</vet>: de artikelen 6.1 tot en met
                                6.7 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);</al></li><li nr="-"><al><vet>Planschade</vet>: schade als bedoeld in afdeling 6.1 Wro;</al></li><li nr="-"><al><vet>Planologische maatregel</vet>: de bepalingen van een
                                bestemmingsplan, dan wel een besluit om ontheffing of een
                                projectbesluit, of een van de andere schadeoorzaken zoals genoemd in
                                artikel 6.1 Wro;</al></li><li nr="-"><al><vet>Aanvraag</vet>: aanvraag om tegemoetkoming in de schade als
                                bedoeld in artikel 6.1;</al></li><li nr="-"><al><vet>Aanvrager</vet>: degene die een gemotiveerde en volledig
                                ingevulde aanvraag om tegemoetkoming van planschade indient;</al></li><li nr="-"><al><vet>Bestuursorgaan</vet>: burgemeester en wethouders, of, indien
                                toepassing is gegeven aan artikel 6.6 lid 1, Gedeputeerde Staten,
                                of, indien toepassing is gegeven aan artikel 6.6 lid 2, Onze
                                Minister dan wel Onze aangewezen Minister;</al></li><li nr="-"><al><vet>Het college</vet>: het college van burgemeester en wethouders
                                van de gemeente Heumen;</al></li><li nr="-"><al><vet>Derde-belanghebbende</vet>: degene als bedoeld in afdeling 6.1,
                                die verzocht heeft om ten behoeve van de verwezenlijking van een
                                project een bestemmingsplan te herzien of te wijzigen dan wel om een
                                ontheffing te verlenen, en die met de gemeente een overeenkomst
                                heeft gesloten welke inhoudt dat geheel of gedeeltelijk die schade
                                voor zijn rekening komt, die haar grondslag rechtstreeks vindt in
                                het besluit op dit verzoek en waarvan aanvrager tegemoetkoming
                                vraagt;</al></li><li nr="-"><al><vet>Adviseur</vet>: een persoon, instantie of commissie belast met
                                het adviseren over de door het college te nemen beschikking op een
                                aanvraag om tegemoetkoming in planschade. Deze adviseur is
                                aangewezen door het college, en dient als zodanig als onafhankelijk,
                                erkend deskundige aangewezen te kunnen worden;</al></li><li nr="-"><al><vet>Drempelbedrag</vet>: het recht als bedoeld in het derde lid van
                                artikel 6.4 Wro.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2: de aanvraag </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college tekent de datum van ontvangst van de aanvraag onverwijld
                                aan op de aanvraag of het gemeentelijke aanvraagformulier.</al></li><li nr="2."><al>De ontvangst van de aanvraag wordt door het college zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager. Van de aanvraag
                                wordt een afschrift aan de derde- belanghebbende gezonden.</al></li><li nr="3."><al>In voorkomende gevallen zendt het college de betrokken andere
                                bestuursorganen onverwijld een exemplaar van de aanvraag en van de
                                daarbij gevoegde stukken, onder vermelding van de datum van
                                ontvangst. Het college deelt de aanvrager zo spoedig mogelijk mee
                                door welk bestuursorgaan op de aanvraag zal worden beslist.</al></li><li nr="4."><al>In de mededeling van ontvangst wijst het college de aanvrager er op
                                dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag van €300,-
                                verschuldigd is. Het college deelt de aanvrager mee dat het
                                verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van
                                de mededeling op de rekening van de gemeente gestort moet zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3: de eisen omtrent de aanvraag </vet></al><al>1.Onverminderd artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en
                        artikel 6.1</al><al>van de wet bevat de aanvraag: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van de oorzaak, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid,
                                van de wet, ter zake waarvan een tegemoetkoming in de schade wordt
                                gevraagd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de aard van de schade;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de wijze waarop aan de schade naar het oordeel
                                van de aanvrager tegemoet dient te worden gekomen indien hij geen
                                vergoeding in geld wenst.</al></li></lijst><al>Daartoe wordt het formulier ´Aanvraag tegemoetkoming planschade´ gebruikt. </al><al><vet>Artikel 4: besluit tot het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvrager
                        </vet></al><al>Indien het drempelbedrag niet binnen vier weken na de dag van verzending van
                        de mededeling van ontvangst is bijgeschreven of gestort, verklaart het
                        bestuursorgaan de aanvraag niet-ontvankelijk, tenzij geoordeeld wordt dat de
                        aanvrager niet in verzuim is geweest. </al><al><vet>Artikel 5: besluit tot afwijzing van de aanvraag wegens kennelijke
                            niet-ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan is bevoegd de aanvraag binnen vier weken na
                                ontvangst, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn
                                verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon
                                aanvullen, af te wijzen, indien de aanvraag kennelijk ongegrond
                                is.</al></li><li nr="2."><al>Een besluit om een onvolledige aanvraag niet, onderscheidenlijk niet
                                verder in behandeling te nemen, wordt aan de aanvrager bekendgemaakt
                                binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk
                                binnen acht weken nadat de termijn is verstreken gedurende welke de
                                aanvrager de aanvraag kon aanvullen.</al></li><li nr="3."><al>Het bestuursorgaan kan de laatste in het tweede lid genoemde termijn
                                eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6: besluit tot opdrachtverstrekking </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 4 of 5 van deze
                                procedureregeling of aan artikel 4:5 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, wijst het bestuursorgaan uiterlijk binnen 12 weken na
                                het verstrijken van de termijnen als genoemd in artikel 5 lid een
                                adviseur aan. Het college verstrekt opdracht om ter zake van de
                                aanvraag een advies uit te brengen ten aanzien van de te nemen
                                beslissing.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college de opdracht tot advisering verstrekt, stelt het
                                college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen,
                                alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en
                                derde lid Wro, schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van de
                                adviseur.</al></li><li nr="3."><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de
                                belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid
                                Wro, kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in
                                artikel 6.2 van deze verordening, schriftelijk en voldoende
                                gemotiveerd een verzoek tot wraking van de adviseur(s) bij het
                                college indienen.</al></li><li nr="4."><al>Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in
                                het derde lid bedoeld termijn over een ingediend verzoek tot wraking
                                van de adviseur(s).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7: werkwijze van de adviseur </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt aan de adviseur alle op de aanvraag betrekking
                                hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het
                                oordeel van de adviseur noodzakelijke bescheiden ter
                                beschikking.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meerdere
                                personen aan die de adviseur bij de uitvoering van de adviesopdracht
                                bijstaat.</al></li><li nr="3."><al>De adviseur stelt de aanvrager, eventuele derde-belanghebbenden en
                                het college in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of
                                mondeling (via een hoorzitting) toelichting te geven, informatie te
                                verschaffen danwel hun visie te geven over de aanvraag om
                                tegemoetkoming van planschade. Hiervan wordt een verslag gemaakt dat
                                onderdeel vormt van het uit te brengen advies.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8: de advisering </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De adviseur brengt schriftelijk een concept- advies uit aan het
                                college. Dit geschiedt binnen 16 weken na verzending van de opdracht
                                als bedoeld in artikel 6. Het concept- advies dient in ieder geval
                                het volgende te bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>de vraag of de door de aanvrager in zijn aanvraag gestelde
                                        schade een gevolg is of zal zijn van de in de aanvraag
                                        aangeduide schadeoorzaak;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van de schade, bedoeld onder a;</al></li><li nr="c."><al>de vraag of deze schade redelijkerwijs geheel of
                                        gedeeltelijk ten laste van de benadeelde behoort te
                                        blijven;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In het concept- advies geeft de adviseur in ieder geval het bedrag
                                van de eventuele schade aan en geeft de adviseur aan wat de waarde
                                van de onroerende zaak, waarop de aanvraag betrekking heeft, was,
                                voor de wijziging van het planologisch regime.</al></li><li nr="3."><al>Van een overschrijding van de termijn van 16 weken, stelt de
                                adviseur het college schriftelijk in kennis. Het college stelt de
                                aanvrager hiervan onverwijld schriftelijk in kennis.</al></li><li nr="4."><al>Een afschrift van het concept- advies wordt zo spoedig mogelijk doch
                                maximaal vier weken na ontvangst aan de aanvrager gezonden.</al></li><li nr="5."><al>De aanvrager en de gemeente worden in een periode van 4 weken in de
                                gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk, eventuele
                                opmerkingen naar aanleiding van het concept- advies van de adviseur
                                ter kennis van het college te brengen.</al></li><li nr="6."><al>Na verstrijking van periode van het inbrengen van zienswijzen zullen
                                de opmerkingen, mits gegrond en/of relevant, door de adviseur worden
                                verwerkt in de definitieve versie van het advies. Opmerkingen die
                                niet zijn verwerkt in het definitieve advies zullen als bijlage door
                                de adviseur in het definitieve advies worden opgenomen. Het
                                definitieve advies dient 4 weken na beëindiging van periode tot het
                                inbrengen van opmerkingen op het advies, ontvangen te zijn.</al></li><li nr="7."><al>De adviseur adviseert het bestuursorgaan over de hoogte van de
                                eventueel toe te kennen tegemoetkoming, en doet, indien het
                                bestuursorgaan daartoe een strekkend verzoek heeft gedaan,
                                voorstellen voor maatregelen of voorzieningen waardoor de schade,
                                anders dan een tegemoetkoming in geld, kan worden beperkt of
                                ongedaan worden gemaakt. Heeft een schadeoorzaak, als bedoeld in
                                artikel 2 en 3 van deze verordening, naast schade tevens voordeel
                                opgeleverd, dan wordt dit voordeel bij het advies over de te
                                vergoeden schade in aanmerking genomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9: beslissing van het college </vet></al><al>1.Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies
                        op het verzoek en maakt dit besluit binnen deze termijn bekend aan de
                        aanvrager. 2. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde
                        beslissing, onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste vier weken
                        verdagen.</al><al><vet>Artikel 10: de uitbetaling </vet></al><al>Indien het college een tegemoetkoming van planschade vaststelt, vindt
                        uitbetaling plaats op een door aanvrager aangegeven rekening direct na het
                        onherroepelijk worden van dat besluit. Behalve het uit te keren bedrag ten
                        aanzien van de tegemoetkoming van planschade, waarin de wettelijke rente is
                        verrekend, wordt het drempelbedrag of griffierecht teruggestort aan de
                        aanvrager. </al><al><vet>Artikel 11: overgangsbepalingen </vet></al><al>Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wro
                        blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen om schadevergoeding
                        ingevolge artikel 49 Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) die zijn ingediend
                        voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet of die ingevolge
                        artikel II, lid 2 en 3, van de wet van 8 juni 2005, Stb. 305, tot wijziging
                        van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (verjaring van en heffing bij
                        planschade vergoedingsaanspraken, alsmede
                        planschadevergoedingsovereenkomsten), nog tot 1 september 2010 kunnen worden
                        ingediend. Artikel 6.2 lid 2 Wro geldt tot 1 september 2010 niet voor
                        aanvragen ingevolge artikel 6.1 Wro om tegemoetkoming in schade die voor het
                        tijdstip van inwerkingtreding van de Wro is ontstaan. Voorgaande en datgene
                        dat geregeld is conform artikel 9.1.18 en 9.1.19 Invoeringswet Wro komen
                        neer op het volgende: </al><lijst><li nr="-"><al>oud recht van toepassing op verzoeken voor 1 juli 2008;</al></li><li nr="-"><al>oud recht van toepassing op verzoeken op of na 1 juli met peildatum
                                voor schade voor 1 september 2005 (mits geclaimd voor 2010);</al></li><li nr="-"><al>geen 2%- risico van toepassing op verzoeken die op of na 1 juli
                                2008, maar voor 1 september 2010 zijn ingediend, mits de peildatum
                                voor de planschade ligt tussen 1 september 2005 en 1 september
                                2008;</al></li><li nr="-"><al>nieuw recht van toepassing op verzoeken die na 1 september 2010 zijn
                                ingediend, mits de peildatum voor de schade ligt tussen 1 september
                                2005 en 1 september 2008;</al></li><li nr="-"><al>nieuw recht van toepassing op verzoeken die op en na 1 juli 2008
                                zijn ingediend met de peildatum voor schade voor 1 juli 2008 en na 1
                                september 2005. In dit geval is het 2%- risico niet van
                                toepassing;</al></li><li nr="-"><al>nieuw recht van toepassing op verzoeken van na 1 juli 2008 met
                                peildatum voor de schade na 1 juli 2008.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12: slotbepalingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>In voorkomende gevallen kan worden teruggevallen op hoofdstuk 6,
                                afdeling 6.1 `Tegemoetkoming in schade´ van het Besluit van 21 april
                                2008 tot uitvoering van de Wet ruimtelijke ordening (Besluit
                                ruimtelijke ordening), zoals gepubliceerd in het Staatsblad 2008,
                                nr. 145;</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2008.</al></li><li nr="3."><al>Deze regeling wordt aangehaald als: “Procedureverordening
                                tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008”.</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>RW </al></entry><entry colname="col2"><al>Malden, 24 juni 2008 </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN HEUMEN; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De secretaris, </al></entry><entry colname="col2"><al>De burgemeester, </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>drs. J. Wijnia </al></entry><entry colname="col2"><al>drs. J. van Zomeren </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>