<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58478_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Gemeentenieuws, 28-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005009&amp;artikel=35">Wet op de lijkbezorging, art. 35, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=150">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>../2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR125819_2">Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Lingewaard 2012</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>BESLUIT NR. 144/2002</vet></al><al/><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard 2003</al><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE BEMMEL;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        3 december 2002;</al><al>overwegende dat het gewenst is om regels vast te stellen voor het
                        gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen;</al><al>gehoord de commissie RO/AZ d.d. 26 november 2002;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 35, tweede lid van de Wet op de
                        lijkbezorging en artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende verordening</al><al><vet>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard
                            2003</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a"><al>begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen in Bemmel,
                                    Gendt en Huissen;</al></li><li nr="b"><al>eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor
                                    aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend tot:</al><lijst><li nr="1"><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3"><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="c"><al>eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen,
                                    waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2"><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="d"><al>eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="e"><al>urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="f"><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="g"><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="h"><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, een
                                    verstrooiingsplaats of gedenkplaats;</al></li><li nr="i"><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="j"><al>rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrip eigen graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen
                            urnengraf, eigen urnennis en eigen verstrooiingsplaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende de door burgemeester en wethouders bij nadere regels vast
                                te stellen tijden. Zij maken deze tijden openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en
                                wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                                begraafplaatsen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a"><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b"><al>sneller dan 10 km per uur;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzing
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden
                                gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het lijk dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van
                                een duurzaam identiteitskenmerk.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn
                                binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
                                met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn
                                ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of,
                                indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd
                                in artikel 15, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
                                stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: dagelijks van 08.00
                                uur tot 17.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze
                                tijden afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a"><al>eigen graven en eigen urnengraven;</al></li><li nr="b"><al>eigen urnennissen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels
                                hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen
                                worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as
                                er op of in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens
                                de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De
                                uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld
                                in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde
                                van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders
                                dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte,
                                indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de
                            eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de
                            verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijnen eigen graven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde
                                ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen
                                schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar
                                het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum
                                waarop het eigen graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de
                                personen genoemd in artikel 15, eerste lid. Verlening van het recht
                                ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf
                            vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen
                            van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner
                                dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                                Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
                                ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien
                                daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
                                hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de
                                rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de
                                vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan
                                binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn
                                burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te
                                doen vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een
                                jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam
                                stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking
                                heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring
                            doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de
                            rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Sluiting van graven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op aanvraag van de rechthebbende kunnen burgemeester en wethouders
                                een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten
                                is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag
                                daarin geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet,
                                dan wel as worden verstrooid dan die van de stoffelijke overschotten
                                van de personen die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft
                                genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende
                                de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal
                                geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet
                                zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen
                                burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door
                                hen vastgestelde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren
                                indien:</al><lijst><li nr="a"><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels;</al></li><li nr="b"><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c"><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d"><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Grafbeplanting</titel></kop><al>Beplantingen, zowel niet blijvende als vaste, op een graf die in een
                            verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd
                            zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse
                            bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt
                            zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en
                            dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking
                            gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een mondelinge
                            of schriftelijke aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door
                                burgemeester en wethouders worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te
                                plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt,
                                tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders
                                bekend is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk een jaar voor
                                het genoemd tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en
                                wethouders ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na
                                verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene
                                aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 18 was verleend. De
                                aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid
                                genoemde termijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:</al><lijst><li nr="a"><al>geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de
                                        termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend
                                        is verstreken;</al></li><li nr="b"><al>de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het
                                        graf is verwijderd, is afgehaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in
                                aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking
                                doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter
                                beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente,
                                zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres
                                van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een
                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voorzien in de zorg voor de winterharde
                            beplantingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen
                                wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te
                                plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij
                                het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat
                                geval delen zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat
                                verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn
                                te verlengen maken zij uiterlijk één jaar voor het genoemde tijdstip
                                per brief het voornemen tot ruiming bekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de
                                daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze
                                weder in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders
                                opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een eigen urnengraf of
                                urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter
                                beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen
                                verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van
                                historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een
                                opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken
                                burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen
                                om op de lijst te worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het
                                register van de begraven lijken en de bezorgde as.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Indiening, behandeling en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en
                                rechtspersonen kunnen omtrent feitelijke handelingen of het nalaten
                                van feitelijke handelingen betreffende de begraafplaatsen bij
                                burgemeester en wethouders een schriftelijke klacht indienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst
                                van de klacht. Zij kunnen deze termijn met ten hoogste vier weken
                                verlengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die
                            voortvloeien uit de ingevolge artikel 29 ingetrokken verordeningen,
                            worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 t/m 6 wordt gestraft
                                met een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Overtreding van artikelen 3 t/m 6 van de verordening kan worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt op grond van artikel 25, eerste lid van de
                                Tijdelijke referendumwet, in afwijking van artikel 22 van de
                                Tijdelijke Referendumwet, in werking op 1 januari 2003;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met ingang van de in het eerste lid genoemde datum vervallen:</al><lijst><li nr="-"><al>de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Huissen van
                                        13 oktober 1993, sindsdien gewijzigd;</al></li><li nr="-"><al>de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Gendt 1992,
                                        sindsdien gewijzigd;</al></li><li nr="-"><al>de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 1997 van
                                        de voormalige gemeente Bemmel, sindsdien gewijzigd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Beheersverordening
                            gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard 2003”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 12 december 2002</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. G.S. Stam drs. R.J. Persoon</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>