<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58315_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening rechtspositie wethouders, raads-en commissieleden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Westvoornse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening rechtspositie wethouders, raads-en commissieleden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders en rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening rechtspositie wethouders, raads-en commissieleden 2006</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening rechtspositie wethouders, raads-en commissieleden 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Rockanje, 24 oktober 2006. </al><al>Raadsvoorstel 2006.</al><al>Volgnr. 88. </al><al>Raadsvergadering van 28 november 2006. </al><al>Raadsagenda nr. 14. </al><al>Onderwerp: verordening rechtspositie wethouders, raads-en commissieleden
                        2006. </al><al/><al>De verordening rechtspositie wethouders, raads-en commissieleden moet worden
                        aange past aan gewijzigde belastingregels en rechtspositiebepalingen.
                        Hiertoe is een modelverordening van de VNG ontvangen. </al><al>Een aantal elementen van de voorgestelde verordening verdienen extra
                        aandacht: </al><al><vet>-</vet><vet>computer-en</vet><vet> internetkosten. </vet></al><al>Voorgesteld wordt geen computer beschikbaar te stellen aan raads-en
                        commissieleden, maar een vergoeding van de kosten van internet, papier en
                        inkt toe te kennen. Raads-en comissieleden ontvangen in toenemende mate
                        gemeentelijke stukken per e-mail. Wethouders hebben op hun werkplek in het
                        gemeentehuis de beschikking over een laptop; </al><al><vet>-tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. </vet></al><al>Omdat de vergaderingen in onze gemeente vrijwel allemaal in de avonduren
                        zijn, wordt </al><al>voorgesteld dit onderdeel uit de modelverordening niet over te nemen.. </al><al><vet>-dienstauto wethouder. </vet></al><al>Omdat het aantal dienstreizen van onze wethouders zeer beperkt is, wordt
                        voorgesteld dit onderdeel uit de modelverordening niet over te nemen. </al><al><vet>-mobiele telefoon wethouders. </vet></al><al>Voorgesteld wordt de wethouders een mobiele telefoon beschikbaar te stellen
                        voor zakelijk gebruik. </al><al/><al>De vergoeding van de internetaansluiting en de aanschaf van papier, inkt
                        enz. brengt extra kosten met zich mee, waar in de begrotingen 2006 en 2007
                        geen rekening mee is gehouden. De kosten voor 2006 bedragen € 12.200,--en
                        voor 2007 € 15.300,--. De post onvoorzien is in beide jaren toereikend om
                        deze bedragen te dekken. Vanaf 2008 zal een bedrag van € 15.300,--in de
                        begroting worden opgenomen. </al><al>Wij stellen u voor om: </al><lijst><li nr="I."><al>de verordening rechtspositie wethouders, raads-en commissieleden
                                vast te stellen;</al></li><li nr="II."><al>voor de uitvoering van artikel 8 van de concept-verordening
                                (computer en internetverbinding) in 2006 een bedrag van €
                                12.200,--en voor 2007 een bedrag van € 15.300,-beschikbaar te
                                stellen en hiervoor te beschikken over de post onvoorzien.</al></li></lijst><al>Commissie ABZM adviseert unaniem instemmend. </al><al>Burgemeester en wethouders van Westvoorne,</al><al>de secretaris, de burgemeester, </al><al>Raadsbesluit 2006.</al><al>Volgnr. 88. </al><al>De raad van de gemeente Westvoorne; </al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet, gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het
                        rechtspositiebesluit raads-en commissieleden, gelezen het voorstel van
                        burgemeester en wethouders van 24 oktober 2006; </al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>I.vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders, </vet><vet>raads-en</vet><vet>
                            commissieleden 2006 </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>b. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van
                                    22 maart 1994, Stb. 243; </al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders; </al></li><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zakenvan 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; </al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;
                                </al></li><li nr="g."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; </al></li><li nr="h."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt.
                                    181; </al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 5A vastgestelde maximum. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5A,
                                vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
                                gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5A, vermeld in tabel III
                                van het Rechtspositie besluit raads- en commissieleden </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminarsen symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                                gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding etc.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de abonnementskosten
                                voor de internetverbinding voor computerapparatuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid ontvangt een tegemoetkoming in de extra kosten voor
                                papier, inkt enz. tot een bedrag van € 150,--netto per jaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>In dit artikel wordt vastgelegd dat raadsleden gebruik kunnen maken van
                            de geldende Fietsregeling. </al><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                    aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor
                                    de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt
                                    kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van
                                    de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het
                                    raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                                    onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets
                                    als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs-en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening I</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als
                                bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden bedraagt € 175 per jaar. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van
                                het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12a blijven van
                                toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de
                                Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding
                                die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid,
                                ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                                bepalingen van toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde
                                lid, en 10 tot en met 12a van deze verordening zijn van toepassing
                                op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                                raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                                heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onkostenvergoeding :</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5A,
                            vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
                                14 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                                artikel 14 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. De
                                vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                        bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders; </al></li><li nr="c."><al>c. een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs
                                        gemaakte verblijfkosten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk
                                personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is
                                vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de
                                zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a
                                van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling
                                buitenland en artikel 13a van de krachtens het
                                Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verblijfskosten</titel></kop><al>Dit artikel vervalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis-en verblijfkosten vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                                zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening
                                van de gesprekskosten plaats</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze
                                van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van: reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde
                                in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>Dit artikel vervalt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haarsubcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
                                de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                gemeenteklasse 5A vastgestelde maximum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie </al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder; </al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd; </al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de Raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                hogere</al><al>vergoeding vaststellen, ten aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                        beroepsmatige deskun­digheid op het taakgebied van de
                                        commissie voor deelname aan haar werkzaamhe­den is
                                        aangetrokken, en </al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding
                                        niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan
                                        tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te
                                        verrichten arbeid. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis-en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                                niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                                benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                Regeling rechtspositie wethouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis-en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het commissielidmaatschap. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag vergoedt het college het commissielid de
                                abonnementskosten voor de internetverbinding voor
                                computerapparatuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het commissielid ontvangt een tegemoetkoming in de extra kosten voor
                                papier, inkt enz. tot een bedrag van € 150,--netto per jaar. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door
                                betaling uit eigen middelen; of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een gemeentelijke creditcard. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 14,
                                15, 16, 17, 21, 24 en 25 wordt gebruik gemaakt van een
                                declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient
                                het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen
                                ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 15, 16, 17, 18,
                                21 en 26 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door
                                het raadslid, het commissielid, onderscheidenlijk de wethouder voor
                                akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                aangewezen ambtenaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 15, 16, 17 en
                                21 kan plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke
                                creditcard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gemeentelijke creditcard wordt de wethouder op aanvraag in
                                bruikleen ter beschikking gesteld voor het doen van uitgaven die
                                voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de gemeente in
                                aanmerking komen. Aan de verstrekking van de creditcard kunnen
                                voorwaarden worden verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor de aanvraag, verstrekking en
                                intrekking van gemeentelijke creditcards. Bij de aanvraag wordt
                                aangegeven of een persoonlijke pincode voor het opnemen van contant
                                geld gewenst wordt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden
                                ingediend bij de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen
                                ambtenaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                onverwijld ingeleverd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de
                                betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook bij de
                                gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt mits is
                                voldaan aan de daarvoor geldende regels, voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening geldelijke voorzieningen wethouders, raads-en
                            commissieleden wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking gerekend vanaf 1 juli 2006 en werkt voor
                            wat betreft de artikelen 1 tot en met 12 en 23 tot en met 27 terug tot
                            en met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 15 tot en met 22
                            (muv artikel 18) ten aanzien van de op 16 maart 2006 beëdigde wethouders
                            terug tot en met de dag van hun beëdiging. De artikelen 28 tot en met 30
                            werken voor zover het betreft de leden van de raad en commissieleden
                            terug tot en met 16 maart 2006. De artikelen 28 tot en met 31 werken
                            voor zover het de op 16 maart 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot
                            en met de dag van hun beëdiging. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2006. </al><al/><al>II. voor de uitvoering van artikel 8 van de concept-verordening
                            (computer en internetverbinding) in 2006 een bedrag van € 12.200,- en
                            voor 2007 een bedrag van € 15.300,-beschikbaar te stellen en hiervoor te
                            beschikken over de post onvoorzien.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 28 november 2006.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>