<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58301_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeentelijk besluit terugvordering Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Breeduit, 7-12-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeentelijk besluit terugvordering Wet werk en bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 54, 58, 59 en 60</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging art. 18, 19, 20</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>29-11-2006, nr. 12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEMEENTELIJK BESLUIT TERUGVORDERING Wet werk en bijstand </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland besluiten;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 54, 58, 59 en 60 van de Wet werk en
                        bijstand (WWB); vast te stellen het volgende:</al><al>GEMEENTELIJK BESLUIT TERUGVORDERING Wet werk en bijstand </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Nieuw titeldeel</label></kop><structuurtekst><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland
                            besluiten;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 54, 58, 59 en 60 van de Wet werk en
                            bijstand (WWB); vast te stellen het volgende:</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>ALGEMEEN</label></kop><artikel><kop><label>1. Gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid</label></kop><al>Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot:</al><al>a.het herzien of intrekken van het toekenningsbesluit ingevolge artikel
                            69</al><al>lid 3 van de Algemene bijstandswet (Abw) of artikel 54 lid 3 van de Wet
                            werk en bijstand (WWB);</al><al>b.het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand zoals neergelegd
                            in de artikelen 78 tot en met 90 van de Abw en de artikelen 58 tot en
                            met 60 van de WWB.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HERZIENING EN INTREKKING</label></kop><artikel><kop><label>2. Herziening of intrekking van het toekenningsbesluit</label></kop><al>Een besluit tot toekenning van bijstand wordt herzien of ingetrokken
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting als
                                    bedoeld in artikel 17 lid 1 WWB, of de artikelen 28 lid 2 en 29
                                    lid 1 van de Wet Suwi, heeft geleid tot het ten onrechte of tot
                                    een te hoog bedrag verlenen van bijstand;</al></li><li nr="b."><al>anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
                                    verleend. Van het nemen van een herzienings- of
                                    intrekkingsbesluit kan op grond van dringende redenen worden
                                    afgezien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TERUGVORDERING</label></kop><artikel><kop><label>3. Terugvordering</label></kop><al>Bijstand wordt teruggevorderd in de gevallen zoals vermeld in dit
                            besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>4.Ten onrechte verleende bijstand</label></kop><al>Burgemeester en wethouders vorderen bijstand terug van de belanghebbende
                            voorzover deze bijstand:</al><lijst><li nr="a."><al>ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;</al></li><li nr="b."><al>in de vorm van een geldlening Is verleend en de uit de
                                    geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk
                                    worden nagekomen;</al></li><li nr="c."><al>voortvloeit uit gestelde borgtocht;</al></li><li nr="d."><al>ingevolge artikel 52 WWB bij wijze van voorschot is verleend en
                                    nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat;</al></li><li nr="e."><al>anderszins onverschuldigd is betaald en de belanghebbende dit
                                    redelijkerwijs kon begrijpen, of</al></li><li nr="f."><al>anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen
                                    dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de belanghebbende met betrekking tot de periode waarover
                                            bijstand is verleend, over in aanmerking te nemen
                                            middelen als bedoeld in artikel 31 WWB beschikt of kan
                                            beschikken;</al></li><li nr="2."><al>bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en</al><al>naderhand door de belanghebbende vergoedingen of</al><al>tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op
                                            die</al><al>bestemming.</al></li></lijst></li></lijst><al>g. terugvordering als bedoeld onder e. vindt niet plaats, indien de
                            betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar v6ór de datum van
                            verzending van het besluit tot terugvordering.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>5. Terugvordering van gezinsleden</label></kop><lid><lidnr/><al>a. Onverminderd het bepaalde onder artikel 4 worden kosten</al><al>van bijstand, indien de bijstand aan een gezin wordt verleend, van
                                alle gezinsleden teruggevorderd.</al><lijst><li nr="b."><al>Indien de bijstand als gezinsbijstand aan gehuwden had
                                        moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven
                                        omdat belanghebbende de verplichting bedoeld in artikel 17
                                        WWB, of de artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet Suwi,
                                        niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van
                                        bijstand mede worden teruggevorderd van de gezinsleden met
                                        wier middelen als bedoeld in artikel 31 WWB bij de verlening
                                        van bijstand rekening had moeten worden gehouden.</al></li><li nr="c."><al>de onder a. en b. genoemde personen zijn hoofdelijk
                                        aansprakelijk voor de terugbetaling van de kosten van
                                        bijstand die worden teruggevorderd.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>6. Afzien van het nemen van een terugvorderingbesluit</label></kop><al>Burgemeester en wethouders zien af van het nemen van een</al><al>terugvorderingsbesluit indien hiertoe een dringende reden aanwezig
                            is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>KWIJTSCHELDING</label></kop><artikel><kop><label>7.Kwijtschelding kruimelbedrag</label></kop><al>In afwijking van artikel 4 en 5 kunnen burgemeester en wethouders
                            besluiten van terugvordering af te zien indien de (resterende) hoofdsom
                            niet meer bedraagt dan €150,= en de invorderingsprocedure niet (meer)
                            tot betaling leidt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>8. Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4 en 5 kunnen burgemeester en
                                    wethouders besluiten tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding
                                    van de teruggevorderde bijstand indien:</al><lijst><li nr="a."><al>redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet
                                            zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden,
                                            en</al></li><li nr="b."><al>redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met
                                            betrekking tot alle vorderingen, van de overige
                                            schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand
                                            zal komen, en</al></li><li nr="c."><al>de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde
                                            bijstand ten minste zal worden voldaan naar
                                            evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van
                                            gelijke rang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van kwijtschelding als bedoeld in het eerste lid wordt afgezien
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de terugvordering van bijstand het gevolg is van
                                            verwijtbaar gedrag van de belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een
                                            goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet
                                            op die goederen verhaald kan worden.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>9. Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van terugvordering wegens schuldenproblematiek</label></kop><al>Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het
                            gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering treedt niet in werking
                            voordat een schuldregeling tot stand is gekomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>10.Intrekking kwijtscheldingsbesluit schuldenproblematiek</label></kop><al>Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het
                            gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten
                            nadele van de belanghebbende gewijzigd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt,
                                    een schuldregeling is tot stand gekomen;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet
                                    overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of</al></li><li nr="c."><al>onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander
                                    besluit zou hebben geleid.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>11. Kwijtschelding na het voldoen aan de betalingsverplichting</label></kop><al>1.In afwijking van artikel 4 kunnen burgemeester en wethouders</al><al>besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien,
                            indien de belanghebbende:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen
                                    heeft voldaan;</al></li><li nr="b."><al>gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn
                                    betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige
                                    bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover
                                    verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering
                                    betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet
                                    aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;
                                    of</al></li><li nr="d."><al>een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in
                                    één keer aflost.</al><lijst><li nr="2."><al>Van kwijtschelding als bedoeld in het eerste lid wordt
                                            afgezien indien de vordering wordt gedekt door pand of
                                            hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover
                                            de vordering niet op die goederen verhaald kan
                                            worden.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>12. Verkorting van de periode van volalven aan betalingsverplichting </label></kop><al>De in artikel 11 genoemde termijn is drie jaar indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de
                                    beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het
                                    Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan;
                                    en</al></li><li nr="b."><al>de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet
                                    behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17,
                                    eerste lid WWB.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>INVORDERING VAN TERUGGEVORDERDE BIJSTAND</label></kop><artikel><kop><label>13. lnvorderingsbesluit</label></kop><al>In het terugvorderingsbesluit delen burgemeester en wethouders aan de
                            belanghebbende mede:</al><lijst><li nr="a."><al>tot welk bedrag en over welke periode de ten onrechte ontvangen
                                    bijstand wordt teruggevorderd;</al></li><li nr="b."><al>de termijn of termijnen waarbinnen de belanghebbende de ten
                                    onrechte ontvangen bijstand dient terug te betalen;</al></li><li nr="c."><al>op welke wijze het besluit, bij gebrekkige betaling, ten uitvoer
                                    zal worden gelegd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>14. Verplichtingen met betrekking tof de invordering</label></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>Het aflossingsbedrag, zoals medegedeeld in het
                                        terugvorderingsbesluit of</al></li></lijst><al>dat met de belanghebbende op grond van een minnellijke regeling tot
                                stand is gekomen, geldt als een opgelegde
                                betalingsverplichting;</al><al>b. tenminste één keer per drie jaar verrichten burgemeester en
                                wethouders onderzoek naar de hoogte van het inkomen. Indien het
                                inkomen daartoe aanleiding geeft wordt als gevolg van dit onderzoek
                                de betalingsverplichting gewijzigd vastgesteld.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>15.Verrekening en beslaglegging</label></kop><al>Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een
                            minnelijke betalingsregeling, of een eerder opgelegde
                            betalingsverplichting niet meer nakomt, dan wordt het
                            terugvorderingsbesluit tenuitvoergelegd door middel van:</al><lijst><li nr="1."><al>verrekening met de maandelijks verleende bijstand ingevolge de
                                    Wet werk en bijstand, op grond van artikel 6:127 van het
                                    Burgerlijk Wetboek, of bij het ontbreken van deze
                                    mogelijkheid</al></li><li nr="2."><al>een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en
                                    met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van
                                    Burgerlijke Rechtsvordering.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>OVERIGE BEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>16. Rente en kosten</label></kop><al>Indien moet worden overgegaan tot verrekening of beslaglegging als
                            bedoeld in artikel 15 dan kan de vordering worden verhoogd met:</al><lijst><li nr="a."><al>de wettelijke rente; en</al></li><li nr="b."><al>de op de invordering betrekking hebbende kosten, ten bedrage van
                                    15% van de openstaande hoofdsom van een minimum van € 45,= en
                                    tot een maximum <vet>van € 450,</vet></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>17. Brutering</label></kop><al>Loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die
                            de bijstand verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964
                            inhoudingsplichtige is, alsmede de ziekenfondspremie kunnen worden
                            teruggevorderd, voorzover deze belasting en premies niet verrekend
                            kunnen worden met de belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>18.Gewijzigde vaststelling bedragen</label></kop><al>Het college kan jaarlijks de bedragen in dit Besluit gewijzigd
                            vaststellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>19. Nadere regels</label></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere beleidsregels vaststellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>20. Citeertitel</label></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Gemeentelijk Besluit Terugvordering
                            WWB.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>21.Inwerkingtreding</label></kop><al>Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2004.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus op 18 mei 2004 vastgesteld door burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Smallingerland.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BESLUIT TERUGVORDERING Wet Werk enBijstand</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Algemeen</al></li></lijst><al>In de Wet werk en bijstand, welke per 1 januari 2004 in werking treedt, is het
                    terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand een algehele bevoegdheid
                    geworden van burgemeester en wethouders. Dit houdt in dat het wettelijk kader op
                    zichzelf geen sluitende basis meer vormt voor de gemeentelijke
                    terugvorderingspraktijk. Met onderhavig Besluit Terugvordering WWB wordt</al><al>een nieuwe "wettelijke" basis gecreëerd om het terugvorderingsbeleid zoals deze
                    gold onder het regiem van de Abw (oud) met ingang van 1 januari 2004 te kunnen
                    continueren. Burgemeester en wethouders maken gebruik van de hierboven bedoelde
                    bevoegdheid in de gevallen en op grond van de bepalingen in dit besluit. Ter
                    voorkoming van elke onduidelijkheid over de toepasselijkheid van oude of nieuwe
                    terugvorderingsartikelen in voorkomende gevallen is in dit artikel bepaald dat
                    de beleidsregels betrekking hebben op zowel terugvordering van bijstand
                    ingevolge de Abw als de WWB.</al><al>In het Vademecum is het beleid nader en concreter uitgewerkt.</al><al>De WWB is, evenals de Abw, een minimum bestaansvoorziening, welke aanvullend is
                    op de eigen bestaansmiddelen. Gelet op de gewijzigde financiële
                    verantwoordelijkheid voor de kosten van de bijstand achten burgemeester en
                    wethouders het van groot belang dat de bijstand alleen terecht komt bij die
                    burgers die hieraan de meeste behoefte hebben. Bovendien hebben de ontvangsten
                    voortvloeiend uit de terugvordering een gunstig effect op het beschikbare budget
                    binnen het Inkomensdeel van de WWB. Een eventueel overschot op dit budget kan
                    vervolgens worden ingezet voor extra reïntegratie-trajecten ten behoeve van
                    werkzoekenden. Daarnaast is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat het plegen
                    van bijstandsfraude onder geen enkele voorwaarde mag worden beloond door de ten
                    onrechte verleende bijstand niet terug te vorderen.</al><al/><lijst><li nr=""><al><cursief>2. Herziening of intrekking van het
                                toekenningsbesluit</cursief></al></li></lijst><al>Evenals terugvordering van bijstand is het met terugwerkende gewijzigd
                    vaststellen van het recht op bijstand door middel van een herzienings- of
                    intrekkingsbesluit een algehele bevoegdheid geworden van burgemeester en
                    wethouders. Gelet op de hierboven geformuleerde uitgangspunten maken
                    burgemeester en wethouders in beginsel in alle gevallen waarin er aanleiding is
                    het toekenningsbesluit met terugwerkende kracht te wijzigen gebruik van deze
                    bevoegdheid.</al><al>De bepalingen onder a. en b. zijn identiek aan de bepalingen van artikel 69
                    lid</al><al>3 Abw en 54 lid 3 WWB, doch zijn met een dwingend karakter geformuleerd.</al><al>a. indien als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting van de
                    belanghebbende ten onrechte bijstand is verleend dan wordt in alle gevallen het
                    bijstandsrecht naar het verleden toe gecorrigeerd naar de juiste situatie. Het
                    kan hierbij gaan om het schenden van de inlichtingenplicht naar zowel de
                    gemeente als naar het CWI.</al><al>b. In gevallen waarin er kennelijk in het verleden een niet correct
                    toekenningsbesluit is genomen, maar dit niet is veroorzaakt door de
                    belanghebbende, dan kan in voorkomende gevallen toch herziening of intrekking
                    van het toekenningsbesluit aan de orde zijn.</al><al>Dit zal zich vooral voordoen in gevallen waarin door burgemeester en wethouders
                    onjuiste besluitvorming heeft plaatsgehad. Deze vorm van intrekkinglherziening
                    staat op gespannen voet met het rechtszekerheidsbeginsel. Op grond van dit
                    beginsel kunnen rechten niet zonder meer met terugwerkende kracht worden
                    gewijzigd. Doorslaggevend moet zijn of belanghebbende enige blaam treft bij het
                    niet melden van de onjuiste situatie. De belanghebbende zal derhalve "op zijn
                    klompen" hebben kunnen aanvoelen dat er iets mis was met de toekenning. Als dit
                    niet het geval is dan gaan burgemeester en wethouders niet over tot
                    herzieninglintrekking met terugwerkende kracht. Het uitkeringsrecht zal in dat
                    geval uiterlijk met ingang van de datum waarop de onjuistheid is geconstateerd
                    worden gewijzigd, mits de belanghebbende hiervan tijdig op de hoogte wordt
                    gebracht. Een andere overweging is of burgemeester en wethouders als gevolg van
                    een grove fout een foutief besluit hebben genomen. Grove nalatigheid van het
                    bestuursorgaan kan niet voor rekening komen van de belanghebbende, tenzij het
                    bij de belanghebbende volkomen duidelijk kan zijn dat het hier een fout
                    betreft.</al><al/><lijst><li nr=""><al><cursief>3. Terugvordering</cursief></al></li></lijst><al>Deze bepaling vormt de kernbepaling van het gemeentelijke
                    terugvorderingsbeleid.</al><al>Benadrukt wordt dat de bijstand uitsluitend wordt teruggevorderd in de gevallen
                    waarin dit het Gemeentelijk Besluit Terugvordering WWB is vastgelegd.</al><al/><lijst><li nr=""><al><cursief>4. Ten onrechte verleende
                            bijstand</cursief></al></li></lijst><al>De hier omschreven situaties waarin bijstand wordt teruggevorderd zijn identiek
                    aan de bepalingen van artikel 58 WWB. Om echter geen misverstand te laten
                    bestaan over wanneer bijstand moet worden teruggevorderd zijn deze
                    beleidsregels, in tegenstelling tot de formulering van artikel 58 WWB, dwingend
                    geformuleerd.</al><lijst><li nr="1."><al>Bijstand is ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleend wanneer
                            achteraf komt vast te staan dat over de betreffende periode geen, of tot
                            een lager bedrag, recht op bijstand bestond. Voorafgaande aan deze
                            terugvordering dient op grond van artikel 54 lid 3 WWB (of artikel 69
                            lid 3 Abw) en artikel 2 van de Gemeentelijk Besluit Terugvordering WWB
                            eerst een herzienings- of intrekkingsbesluit te worden genomen.</al></li><li nr="2."><al>Aan de bijstand die in de vorm van een geldlening is verleend dient in
                            alle gevallen een terugbetalingsverplichting te worden verbonden. Deze
                            verplichting wordt in het toekenningsbesluit vastgelegd. Eerst wanneer
                            deze verplichting niet wordt nagekomen wordt ten aanzien van het nog
                            resterende bedrag van de lening een terugvorderingsbesluit genomen.
                            Hiermee ontstaat er ten aanzien van het resterende deel van de lening
                            een executoriale titel.</al></li><li nr="3."><al>Borgstelling is een vorm van bijstandsverlening. Dit betekent dat in het
                            toekenningsbesluit vastgelegd moet zijn dat de gemeente bijstand heeft
                            verleend in de vorm van een borgstelling. Deze bijstand komt echter pas
                            tot uitbetaling (aan de geldverstrekker) indien de belanghebbende in
                            gebreke blijft met het terugbetalen van de door de geldverstrekker</al></li></lijst><al>verleende geldlening. Op het moment van uitbetaling van de bijstand ontstaat
                    tevens een vordering die op grond van artikel 58 lid 1 sub c WWB en het
                    Gemeentelijk Besluit Terugvordering WWB kan worden teruggevorderd.</al><al>In dat geval is, evenals bij de terugvordering van een geldlening, een
                    afzonderlijk terugvorderingsbesluit noodzakelijk.</al><lijst><li nr=""><al>Een voorschot wordt op grond van artikel 52 WWB van rechtswege
                            (automatisch op grond van de wet) verstrekt als een renteloze
                            geldlening. Dit impliceert dat belanghebbende deze lening moet
                            terugbetalen. Artikel 52 lid 3 WWB regelt dat het verstrekte voorschot
                            ineens wordt verrekend met de toegekende uitkering over de periode
                            waarop het voorschot betrekking had. Soms behoort verrekening van dit
                            voorschot niet of niet volledig tot de mogelijkheden. Dat kan zijn omdat
                            er geen toekenning van een uitkering tot stand komt, of dat de
                            toegekende uitkering niet toereikend is om het totale bedrag van het
                            voorschot ineens te verrekenen. Het openstaande bedrag van het voorschot
                            wordt dan van belanghebbende teruggevorderd op grond van artikel 58 lid
                            1 sub d WWB. Wanneer deze omstandigheid zich voordoet dan is een
                            afzonderlijk terugvorderingsbesluit noodzakelijk ten aanzien van het
                            bedrag dat niet (volledig) kan worden verrekend met de toegekende
                            bijstand.</al></li><li nr=""><al>Er kunnen naast de hierboven genoemde omstandigheden andere redenen zijn
                            waarin de bijstand bij nader inzien onverschuldigd is betaald. Het gaat
                            hierbij met name om situaties waarin er geen reden is om te komen tot
                            herziening of intrekking van het toekenningsbesluit, bijvoorbeeld
                            wanneer de bijstand onverschuldigd is uitbetaald als gevolg van een
                            administratieve vergissing.</al></li></lijst><al>Als restrictie geldt dat alleen kan worden teruggevorderd indien de
                    belanghebbende redelijkerwijs kon begrijpen dat hij ten onrechte bijstand
                    ontving. Voor de hier bedoelde vorm van terugvordering geldt een wettelijke
                    vervaltermijn van 2 jaar.</al><lijst><li nr=""><al>Het gaat hierbij met name om situaties waarin er geen reden is om te
                            komen tot herziening of intrekking van het toekenningsbesluit,
                            bijvoorbeeld wanneer bijstand is verleend in afwachting van het
                            beschikbaar komen van middelen (inkomen of vermogen), of wanneer
                            achteraf een vergoeding wordt ontvangen voor kosten waarvoor in een
                            eerder stadium ook reeds (bijzondere) bijstand is ontvangen.</al><al/></li></lijst><al><cursief>5. Terugvordering van gezinsleden</cursief></al><al>Op grond van artikel 59 lid 2 WWB kan bijstand die als gevolg van schending van
                    de inlichtingenplicht niet als gezinsbijstand is verleend, maar wel als
                    gezinsbijstand verleend had moeten worden, tevens worden teruggevorderd van
                    degene met wiens middelen rekening had moeten worden gehouden. Eenvoudiger
                    gesteld: bijstand die aan een alleenstaande is verleend, die achteraf een
                    gezamenlijke huishouding blijkt te voeren, kan tevens van de verzwegen partner
                    worden teruggevorderd.</al><al>Duidelijk moet zijn dat:</al><al>- De bijstandsontvanger het voeren van een gezamenlijke huishouding met deze
                    partner heeft verzwegen.</al><al>- De verzwegen partner van de bijstandsverlening op de hoogte was. Alle
                    gezinsleden waarvan in bovengenoemde situaties kan worden teruggevorderd zijn
                    hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele vordering. Dit betekent in de praktijk
                    dat het gehele bedrag van elk gezinslid kan worden</al><al>teruggevorderd, in gevallen waarin één (of meer) gezinsleden niet in staat zijn
                    om (het volledige) bedrag terug te betalen kunnen andere gezinsleden voor het
                    gehele (restant)bedrag worden aangesproken. In principe dienen alle debiteuren
                    die hoofdelijk aansprakelijk zijn hun aandeel in de aflossing onderling met
                    elkaar te verrekenen. Dit is niet het probleem van de gemeente.</al><lijst><li nr=""><al><cursief>Afzien van het terugvorderingsbesluit wegens
                                dringende redenen </cursief>in het
                            terugvorderingsproces kan op twee momenten warden afgezien van
                            terugvordering.</al></li></lijst><al>Ten eerste kan worden besloten om geen terugvorderingsbesluit te nemen. De
                    vordering komt in dat geval niet tot stand.</al><al>Ten tweede kan worden afgezien van verdere terugvordering in een later stadium.
                    Deze variant, ook wel kwijtschelding genoemd, wordt behandeld in artikel 7 en
                    verder.</al><al>In voorkomende gevallen kunnen er dringende redenen zijn om in het geheel geen
                    terugvorderingsbesluit te nemen.</al><al>Hiervan kan sprake zijn wanneer de vordering is ontstaan buiten toedoen van de
                    belanghebbende, en hem hiervan geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Tevens zal
                    in dat geval aannemelijk moeten zijn dat de belanghebbende niet kon weten dat
                    hij ten onrechte bijstand ontving.</al><al>In gevallen waarin eerst een herzienings- of intrekkingsbesluit aan de orde is
                    kan van een dergelijk besluit reeds worden afgezien wegens en dringende reden
                    (zie beleidsregel 2). In dat geval is ook geen grond tot het nemen van een
                    terugvorderingsbesluit.</al><al/><lijst><li nr=""><al><cursief>7. Kwijtschelding
                            kruimelbedrag</cursief></al></li></lijst><al>Als het terug te vorderen (rest)bedrag lager is dan €150,= én de invordering
                    volgens de gebruikelijke incassoprocedure geen resultaat oplevert, kan van
                    terugvordering worden afgezien.</al><al/><al>8 <cursief>tot en met 10. Kwijtschelding wegens
                    schuldenproblernatiek</cursief></al><al>Wanneer een bijstandsvordering door middel van een terugvorderingsbesluit is
                    vastgelegd dan kan er in een later stadium reden zijn om de vordering
                    (gedeeltelijk) kwijt te schelden.</al><al>In deze beleidsregels is artikel 78a Abw nagenoeg letterlijk overgenomen. Dit is
                    noodzakelijk om het gemeentelijke kwijtscheldingsbeleid met ingang van 1 januari
                    2004 te continueren. Een dergelijke bepaling komt in de WWB namelijk niet meer
                    voor.</al><al/><al>11 en 12. <cursief>Kwijtschelding na voldoen aan
                    betalingsverplichting</cursief></al><al>Op grond van artikel 78c Abw kon een restant van de nog openstaande vordering
                    worden kwijtgescholden indien de belanghebbende gedurende een periode van 5 jaar
                    aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan. Het</al><al>gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid dat na de invoering van de Wet herziening
                    debiteurenbeleid (1 augustus 1998) is geformuleerd kan op deze wijze per 1
                    januari 2004 worden gecontinueerd. De bepalingen van artikel 78c Abw zijn in
                    deze beleidsregels ongewijzigd overgenomen aangezien in de WWB een dergelijke
                    bepaling niet meer voorkomt.</al><lijst><li nr=""><al>13. <cursief>Invorderingsbesluit </cursief>In deze beleidsregel is
                            conform artikel 60 van de WWB geregeld welke aspecten in ieder geval
                            onderdeel uitmaken van het terugvorderingsbesluit.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al><cursief>14. Verplichtingen met
                                betrekking tot de invordering</cursief></al></li></lijst><al>In de beleidsregels wordt meerdere malen gesproken over het aflossingsbedrag als
                    betalingsverplichting. Om er geen misverstand over te laten bestaan dat in dit
                    verband van een verplichting wordt gesproken wordt hier bepaald dat elk
                    aflossingsbedrag, of dit nu is overeengekomen ingevolge een minnelijke
                    betalingsregeling, of op basis van het terugvorderingsbesluit éénzijdig wordt
                    medegedeeld, kan worden beschouwd als een betalingsverplichting.</al><al>Burgemeester en wethouders verrichten regelmatig onderzoek naar de hoogte van
                    het inkomen. Dit gebeurt tenminste éénmaal per drie jaar, of zoveel vaker als
                    wijzigingen in het inkomen hiertoe aanleiding geven.</al><al/><lijst><li nr=""><al><cursief>15. Verrekening en
                                beslaglegging</cursief></al></li></lijst><al>De bepalingen omtrent verrekening en pseudo-verrekening komen in de WWB niet
                    meer terug. Wel heeft het terugvorderingsbesluit op grond van artikel 60 lid 3
                    WWB direct een executoriale titel.</al><al>De gemeente kan overgaan tot dwanginvordering door middel van verrekening
                    (wanneer aan de debiteur tevens bijstand wordt verleend), of door middel van het
                    leggen van vereenvoudigd derdenbeslag.</al><al>Daarnaast staat ook de "gewone" weg van executoriaal beslag open, daar waar
                    verrekening of vereenvoudigd derdenbeslag niet mogelijk is. Deze omstandigheid
                    kan zich voordoen wanneer er geen inkomstenbron beschikbaar is, of wanneer
                    beslag wordt gelegd op een onroerend goed.</al><al/><al>Verrekening met de bijstand wordt gebaseerd op artikel 6:127 van het Burgerlijk
                    Wetboek.</al><al>Voor deze vorm van verrekenen moet aan de navolgende vereisten worden
                    voldaan:</al><lijst><li nr=""><al>er moet een wederkerig schuldenaarschap bestaan. Het gaat hier om het
                            over en weer voldoen van een schuld. De door de belanghebbende te
                            ontvangen bijstand, en de ten onrechte verleende bijstand die moet
                            worden terugbetaald, worden beschouwd als de hier bedoelde wederkerige
                            schuld;</al></li><li nr=""><al>er moet gelijksoortigheid van schuld en prestatie zijn. Hieruit vloeit
                            voort dat bijstand alleen met bijstand kan worden verrekend. Dit
                            betekent dat</al></li></lijst><al>een ten onrechte verleende bijstand niet met bijvoorbeeld een Wvg - vergoeding
                    kan worden verrekend;</al><al>• er moet een bevoegdheid zijn om betaling van de vordering af te dwingen.
                    Verrekening is een vorm van tenuitvoerlegging. Dit kan niet zonder executoriale
                    titel. Het tenuitvoerleggen van deze titel gebeurt pas als debiteur niet aan de
                    (al dan niet minnelijk) vastgestelde betalingsverplichting voldoet;</al><al>• bij verrekening is de gemeente gehouden aan de beslagvrije voet</al><al>• verrekening kan alleen voor zover de uitkering voor beslag vatbaar is (dus
                    bijvoorbeeld niet met bijzondere bijstand voor specifieke kosten)</al><al/><al>Tenuitvoerlegging door middel van beslag kan geschieden conform de regels van
                    het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De gemeente heeft, evenals onder de
                    Abw, de mogelijkheid van <cursief>vereenvoudigd derdenbeslag </cursief>op loon
                    of uitkering.</al><al>De procedure is als volgt:</al><al>• de gemeente stuurt met een kennisgeving een afschrift van het
                    terugvorderingsbesluit naar degene van wie debiteur een periodieke uitkering
                    ontvangt</al><al>• hierin wordt de beslagvrije voet aangegeven</al><al>• de derde-beslagene moet de kennisgeving binnen 8 dagen voor gezien terugzenden
                    aan de gemeente</al><al>• door de terugzending is het beslag gelegd. De derde-beslagene wordt hiermee
                    verplicht het voor beslag vatbare bedrag uit te betalen aan de gemeente</al><al>• de gemeente moet binnen 7 dagen na retourontvangst van de</al><al>kennisgeving een afschrift van die kennisgeving aangetekend</al><al>toezenden aan de debiteur. Als de gemeente dit nalaat kan debiteur de</al><al>President van de rechtbank vragen het beslag op te heffen.</al><al/><al>16. <cursief>Rente en kosten</cursief></al><al>Invorderingskosten dienen, evenals in het reguliere betalingsverkeer voor
                    rekening van de onwillige debiteur te komen. Het is evident dat een onwillige
                    debiteur extra werkzaamheden veroorzaakt voor de gemeente en daarmee extra
                    kosten in de uitvoering. Het is de uitdrukkelijke wens van de gemeente dat de
                    onwillige debiteur wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn gedrag. In de
                    incassopraktijk wordt gewerkt met een forfaitaire percentage van meestal 15% van
                    de hoofdsom. De gemeente sluit zich bij dit systeem aan. Het is voor de gemeente
                    redelijk om de kosten van invordering te bepalen op 15% van de (resterende)
                    vordering (exclusief rente), met een minimum van <vet>45 </vet>euro en een
                    maximum van 450 euro</al><al>per geval. Indien de debiteur meerdere vorderingen onbetaald laat kunnen op eik
                    der afzonderlijke vorderingen de kosten van de invordering in rekening worden
                    gebracht. De debiteur moet niet onnodig worden geconfronteerd met de extra
                    kosten. Enige inpassing van de schuldeiser om de vordering betaald te krijgen
                    kan normaal worden geacht. Daarom worden pas invorderingskosten in rekening
                    gebracht op het moment dat de debiteur dusdanig onwillig is gebleken dat er moet
                    worden overgegaan tot beslaglegging of het inschakelen van een deurwaarder. Om
                    individuele redenen kan van de invorderingskosten worden afgezien. Wat betreft
                    de wettelijke rente kan worden opgemerkt dat deze rente in principe wel moet
                    worden betaald, maar pas daadwerkelijk zal worden geïnd en op het moment dat de
                    software hieraan is aangepast.</al><al/><al><cursief>17. Brutering</cursief></al><al>Verwijzend naar het oude terugvorderingsartikel 90 van de Abw en artikel 58 lid
                    4 van de Wet Werk en Bijstand zijn burgemeester en wethouders van oordeel
                    dat</al><al>ook de loonbelasting, premies volksverzekeringen en de ziekenfondspremie worden
                    teruggevorderd voor zover deze niet te verrekenen zijn met de belastingdienst en
                    het UVW.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>