<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58234_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaarschriften Albrandswaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://intranet.albrandswaard.nl/document.php?m=8&amp;fileid=25679&amp;f=6155b4e3427dabfdda3c7574a82435e3&amp;attachment=0&amp;c=56369">De Schakel Albrandswaard</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaarschriften Albrandswaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>85688</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Behandeling bezwaarschriften</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaarschriften Albrandswaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al/><al><vet>COLLEGEBESLUIT</vet></al><al/><al><vet>BURGEMEESTERSBESLUIT</vet></al><al/><al><vet>Besluit nr.: 85688</vet></al><al/><al>Onderwerp:</al><al>Verordening behandeling bezwaarschriften Albrandswaard.</al><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Albrandswaard, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden
                        betreft;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 oktober
                        2010;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om regels te stellen voor de wijze waarop
                        bezwaarschriften worden behandeld;</al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de
                        Gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al>vast te stellen de Verordening behandeling bezwaarschriften
                        Albrandswaard</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="77*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>verwerend orgaan:</al></entry><entry colname="col3"><al>bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                                genomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>commissie:</al></entry><entry colname="col3"><al>vaste commissie van advies voor de
                                                bezwaarschriften;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>wet van 4 juni 1992 (Stbl. 1992, 315) houdende
                                                algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet
                                                  bestuursrecht).<cursief>;</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Behandeling van de bezwaarschriften</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid commissie</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="92*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Er is een bezwaarschriftencommissie die belast
                                                  is met de uitvoering van de in artikel 7:13 van de
                                                  wet genoemde taken voor zover het gaat om
                                                  bezwaarschriften ingediend tegen een besluit van
                                                  de raad, het college en de burgemeester.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van
                                                  bezwaarschriften welke behoren tot de competentie
                                                  van het indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a
                                                  Algemene wet bijzondere ziektekosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Naast het bepaalde in het vorige lid is de
                                                  commissie eveneens niet bevoegd ten aanzien van
                                                  bezwaarschriften, gericht tegen: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>besluiten, betreffende de heffing en invordering
                                                  van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in de
                                                  Gemeentewet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>besluiten, betreffende onder andere de
                                                  toekenning, wijziging en intrekking van
                                                  uitkeringen in het kader van de sociale
                                                  wetgeving;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>besluiten, betreffende de waardebepaling van
                                                  onroerende zaken als bedoeld in de Wet Waardering
                                                  Onroerende Zaken<cursief>;</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>besluiten die betrekking hebben op voorzieningen
                                                  uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De commissie bestaat uit kamers.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders bepalen het aantal
                                                  kamers en stellen voor elke kamer vast welke
                                                  categorie of categorieën bezwaarschriften door
                                                  haar zullen worden behandeld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Elke kamer bestaat uit een voorzitter en twee
                                                  leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen
                                                  door de gemeenteraad op voorstel van burgemeester
                                                  en wethouders.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeenteraad benoemt overeenkomstig het derde
                                                  lid per kamer een plaatsvervangend voorzitter en
                                                  een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden.
                                                  Indien zowel voorzitter als de plaatsvervangend
                                                  voorzitter niet ter zitting aanwezig kunnen zijn,
                                                  kunnen de (plaatsvervangende) leden uit hun midden
                                                  een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>De (plaatsvervangend) voorzitters en de
                                                  (plaatsvervangende) leden van de commissie kunnen
                                                  geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder
                                                  verantwoordelijkheid van een gemeentelijk
                                                  bestuursorgaan.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders wijzen voor elke kamer een secretaris en
                                één of meer plaatsvervangers aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter, de leden en plaatsvervangend
                                                  voorzitter en leden van de commissie treden af op
                                                  de dag van het aftreden van de gemeenteraad.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitters en de leden van de commissie
                                                  kunnen op ieder moment ontslag nemen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden
                                                  van de commissie blijven hun functie vervullen
                                                  totdat in de opvolging is voorzien.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum
                                                  van ontvangst aangetekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde
                                                  stukken wordt binnen zeven werkdagen in handen van
                                                  de commissie gesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in
                                                  artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een
                                                  commissie over het bezwaar zal adviseren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening van bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de artikelen</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>2:1, tweede lid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>6:6, voor wat betreft het de indiener stellen
                                                  van een termijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>6:17, voor zover het betreft de verzending van
                                                  stukken tijdens de behandeling door de
                                                  commissie,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>7:4, tweede lid,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>7:6, vierde lid,</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>van de wet worden voor de toepassing van deze verordening
                                uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter van de commissie is in verband met
                                                  de voorbereiding van de behandeling van het
                                                  bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                                  inlichtingen in te winnen of te laten
                                                  inwinnen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op
                                                  verlangen van de commissie bij deskundigen advies
                                                  of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig
                                                  uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen.
                                                  Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf
                                                  machtiging van burgemeester en wethouders
                                                  vereist.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en
                                                  tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden
                                                  en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden
                                                  gesteld zich door de commissie te doen horen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter beslist over de toepassing van de
                                                  artikelen 7:3 van de wet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter van de commissie deelt de
                                                  belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste
                                                  twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat
                                                  zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen
                                                  horen tijdens een zitting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid
                                                  bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of
                                                  het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de
                                                  voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting
                                                  te wijzigen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De beslissing van de voorzitter op een verzoek
                                                  als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig
                                                  mogelijk, doch in ieder geval één week voor het
                                                  tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en
                                                  het verwerend orgaan meegedeeld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere
                                                  omstandigheden af te wijken of afwijking toe te
                                                  staan van de termijnen als genoemd in het eerste,
                                                  tweede en derde lid.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het houden van een zitting als bedoeld in
                                                  artikel 9 is vereist, dat de meerderheid van het
                                                  aantal leden, waaronder in ieder geval de
                                                  voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig
                                                  is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Van het bepaalde in het vorige lid kan worden
                                                  afgeweken op grond van het daarover bepaalde in de
                                                  wet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                                behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De deuren worden gesloten indien de voorzitter
                                                  van de commissie of een van de aanwezige leden het
                                                  nodig oordeelt of indien een belanghebbende
                                                  daartoe een verzoek doet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat
                                                  gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen
                                                  openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                                                  zitting plaats met gesloten deuren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verslag als bedoeld in de artikelen 7:7 van
                                                  de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met
                                                  daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verslag houdt een korte vermelding in van
                                                  hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter
                                                  zitting is voorgevallen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met
                                                  gesloten deuren plaatsvond, of indien
                                                  belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden
                                                  niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord,
                                                  maakt het verslag hiervan melding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting
                                                  overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden
                                                  gehecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter
                                                  en de secretaris van de commissie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het
                                                  advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk
                                                  blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                                                  beweging of op verlangen van de commissie dit
                                                  onderzoek houden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie
                                                  wordt in afschrift aan de leden van de commissie,
                                                  het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                                                  toegezonden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan
                                                  en de belanghebbenden kunnen binnen een week na
                                                  verzending van de in het eerste lid bedoelde
                                                  nadere informatie aan de voorzitter van de
                                                  commissie een verzoek richten tot het beleggen van
                                                  een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist
                                                  omtrent een dergelijk verzoek.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het
                                                  derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening,
                                                  die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel
                                                  mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="92*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter
                                                  gesloten deuren over het door haar uit te brengen
                                                  advies.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen
                                                  over het uit te brengen advies.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>Indien bij een stemming de stemmen staken dan
                                                  beslist de stem van de voorzitter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het
                                                  advies melding gemaakt, indien die minderheid dat
                                                  verlangt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel
                                                  voor de te nemen beslissing op het bezwaar- of
                                                  beroepschrift.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het advies wordt door de voorzitter en de
                                                  secretaris van de commissie ondertekend.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het advies wordt, onder medezending van het
                                                  verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel
                                                  door de commissie ontvangen nadere informatie,
                                                  tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op
                                                  het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de
                                                  commissie de termijn van twaalf weken, als bedoeld
                                                  in artikel 7:10, eerste lid van de wet,
                                                  ontoereikend is voor achtereenvolgens het
                                                  uitbrengen van een advies door de commissie en het
                                                  nemen van een beslissing verzoekt hij het in het
                                                  eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de
                                                  beslissing te verdagen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de
                                                  belanghebbenden een afschrift.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt. Te zelfder tijd wordt de Verordening behandeling bezwaar-
                            en beroepschriften Albrandswaard ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening behandeling
                            bezwaarschriften Albrandswaard.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard in zijn
                        openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>De gemeenteraad van Albrandswaard, </ondertekening><ondertekening>De griffier a.i., De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>John C.M. Hagenaars mr. Harald M. Bergmann</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente
                        Albrandswaard</ondertekening><ondertekening>d.d. 5 oktober 2010</ondertekening><ondertekening>De secretaris De burgemeester</ondertekening><ondertekening>Hans Cats mr. Harald M. Bergmann</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door de Burgemeester van de gemeente Albrandswaard</ondertekening><ondertekening>d.d. 5 oktober 2010</ondertekening><ondertekening>De burgemeester</ondertekening><ondertekening>Mr. Harald M. Bergmann</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Deze verordening spitst zich toe op de behandeling van bezwaarschriften door een
                    bezwaarcommissie. </al><al>Niet elke gemeente kiest voor behandeling van bezwaarschriften door een externe
                    commissie. In het verleden is gekozen voor een externe commissie, omdat de
                    schijn van partijdigheid wordt vermeden en het een ontlasting vormt van de
                    werkdruk van het bestuursorgaan.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting op Verordening behandeling
                    bezwaarschriften</tussenkop><al>In de aanhef van de regelgeving is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voor zover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat
                    de raad de verordende bevoegdheid heeft. Het college en de burgemeester hebben
                    deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van de
                    commissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de
                    bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op
                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De
                    ondertekening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen.</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop><al>In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Awb
                    voorkomen. Zo ontbreekt er een omschrijving van het begrip ‘bestuursorgaan’
                    hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening voorkomt. Het bestuursorgaan
                    dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in de verordening aangeduid als
                    ‘verwerend orgaan’. Dit kan de gemeenteraad betreffen, het college van
                    burgemeester en wethouders, de burgemeester of een commissie waaraan via
                    delegatie bepaalde bevoegdheden van de hiervoor genoemde bestuursorganen zijn
                    overgedragen.</al><tussenkop>Artikel 2 Bevoegdheid commissie</tussenkop><al>In de algemene toelichting is de keuze verwoord voor het horen en adviseren door
                    een commissie. Deze commissie wordt via deze inleidende bepaling als zodanig
                    geïntroduceerd.</al><al>In het tweede en derde lid worden een aantal bezwaarschriften die betrekking
                    hebben op een specifieke materie uitgesloten van de bevoegdheid van de
                    commissie, omdat deze zijn uitbesteed aan andere bestuursorganen c.q. diensten,
                    dan wel in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale
                    zaken Albrandswaard en Ridderkerk door Ridderkerk worden behandeld.</al><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</tussenkop><al>Om de kwaliteit van de adviezen te waarborgen is er voor gekozen om de
                    mogelijkheid te houden om de commissie uit verschillende kamers te laten
                    bestaan.</al><al>Dit artikel verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13 Awb.
                    De wet stelt als minimale eisen aan de samenstelling van een
                    adviescommissie:</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden;</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam onder
                            verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al></li></lijst><al>Er is gekozen voor een volledig onafhankelijke commissie waarbij zowel de
                    (plaatsvervangend) voorzitter(s) als de (plaatsvervangende) leden niet werkzaam
                    mogen zijn onder verantwoordelijkheid van een van de bestuursorganen van de
                    Gemeente Albrandswaard.</al><al>Voor wat betreft de benoeming is gekozen dit op voordracht van het college, waar
                    ook de burgemeester deel van uitmaakt, door de gemeenteraad te laten
                    plaatsvinden. Op deze wijze zijn alle bestuursorganen die te maken kunnen
                    krijgen met bezwaren tegen hun besluiten betrokken bij de benoeming van
                    commissieleden.</al><tussenkop>Artikel 4 Secretaris</tussenkop><al>Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het
                    gebruikelijk dat een commissie beschikt over een secretaris ter ondersteuning
                    van werkzaamheden.</al><tussenkop>Artikel 5 Zittingsduur</tussenkop><al>Het college heeft op 28 maart 2006 de beleidsregels van het Aannamebeleid
                    Commissie voor de bezwaarschriften aangevuld met een maximale benoemingstermijn
                    van acht aaneengesloten jaren. Dit ter bevordering van de onafhankelijkheid van
                    de commissie en nieuwe zichten ten aanzien van de besluitvormingsprocessen van
                    deze gemeente.</al><al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan
                    ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van
                    lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van
                    orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie
                    te blijven vervullen.</al><tussenkop>Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. In de Awb wordt uitgebreid aandacht geschonken
                    aan de wijze waarop een bezwaarschrift ingediend moet worden en de daarmee
                    samenhangende ontvankelijkheidvragen.</al><al>Met dit artikel wordt de daadwerkelijke behandeling van een ingediend
                    bezwaarschrift door de commissie gestart. In verband met de voor de afhandeling
                    geldende termijn verdient het aanbeveling aan het hier gestelde (zo spoedig
                    mogelijk) ook daadwerkelijk te voldoen. De in artikel 7:13, tweede lid, bepaalde
                    melding dat een commissie over het bezwaar zal adviseren, is van belang omdat
                    hierdoor de beslistermijn van zes weken wordt verlengd tot twaalf weken met een
                    verdagingsmogelijkheid van zes weken (artikel 7:10).</al><tussenkop>Artikel 7 Uitoefening van bevoegdheden</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over onder andere de toepassing
                    van artikel 7:4, zesde lid (geheimhouding stukken), en 7:5, tweede lid
                    (openbaarheid hoorzitting). Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet
                    mogelijk dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de
                    commissie wordt uigeoefend. De hiervoor genoemde bepalingen zijn in dit artikel
                    dan ook niet genoemd.</al><al>De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als
                    volgt.</al><al/><al> Artikel 2:1, tweede lid</al><al> Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging
                    verlangen.</al><al/><al> Artikel 6:6</al><al>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
                    vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit
                    niet-ontvankelijke worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad
                    het verzuim te herstellen.</al><al/><al>Artikel 6:17</al><al>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op
                    het bezwaar te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de
                    gemachtigde.</al><al/><al>Artikel 7:4, tweede lid</al><al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking
                    hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende tenminste één week voor
                    belanghebbende ter inzage.</al><al/><al>Artikel 7:6, vierde lid</al><al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                    toepassing van het derde lid achterwege laten, voorzover geheimhouding om
                    gewichtige redenen is geboden […].</al><al>Het derde lid van dit artikel luidt:</al><al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid.</al><tussenkop>Artikel 8 Vooronderzoek</tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente – hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen –
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de klager in contact te treden om
                    nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al><al/><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de
                    gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien in de
                    normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om bijzondere
                    kosten gaat.</al><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat college de
                    gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost. </al><al/><al>Om deze reden is in deze bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen
                    een machtiging vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het
                    college door zo’n toetsing het werk van de commissie frustreert en haar
                    onafhankelijke positie daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de
                    gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede
                    vervulling van diens taak.</al><al>Uit de hier gebezigde formulering volgt dat het ter beoordeling van het
                    bestuursorgaan blijft welke gegevens dat zullen zijn. Uit de aard van het advies
                    van de commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op de zaak betrekking
                    hebbende gegevens zullen zijn. De commissie zal immers geen afgewogen oordeel
                    kunnen uitbrengen indien gegevens worden achtergehouden.</al><tussenkop>Artikel 9 Hoorzitting</tussenkop><al>Voor het bepaalde in het eerste lid: zie de toelichting op artikel 10 van deze
                    verordening.</al><al/><al>Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van
                    belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat
                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of;</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><al>Ad d.</al><al>Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de
                    voorzitter van de commissie contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op
                    artikel 6:18 en 6:19 Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het
                    aanhangig zijn van bezwaar intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In
                    artikel 6:19 wordt bepaald dat indien een bestuursorgaan zo’n intrekkings- of
                    wijzigingsbesluit heeft genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn
                    tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit geheel tegemoet komt aan het
                    bezwaar.</al><al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is
                    bepaald dat de commissie, voorzover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3.</al><tussenkop>Artikel 10 Uitnodiging zitting</tussenkop><al>Ingevolge het eerste lid van deze bepaling wordt ook het verwerend orgaan
                    uitgenodigd voor de zitting. Het is van groot belang dat dit orgaan zich ook ter
                    zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden voorkomen dat er, vanwege de
                    inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig beeld ontstaat. Voorts is het voor een
                    externe commissie van groot belang om van bestuurlijke zijde te vernemen hoe een
                    beslissing tot stand is gekomen. Anders kan het voor de commissie moeilijk
                    worden om een goede afweging te maken.</al><al/><al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. In het algemeen moet gedacht worden aan een
                    zodanige termijn dat de bezwaarde en de overige belanghebbenden voldoende
                    gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op de zitting voor te bereiden. </al><al>Gekozen is voor een termijn van twee weken, mede in verband met de termijn van
                    12 weken waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist (zie
                    artikel 7:10 Awb) en het bepaalde in artikel 7:4 Awb </al><al>(zie hierna).</al><al/><al>Voorts is een regeling op genomen over het desgevraagd wijzigen van het tijdstip
                    van de zitting. Uitstel hoeft overigens niet altijd te worden verleend.
                    Betrokkene dient wel tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om uitstel te krijgen.
                    Een verzoek om uitstel moet niet automatisch gehonoreerd worden. Een gemotiveerd
                    verzoek om uitstel kan ingewilligd worden, maar dient dan wel te worden beperkt
                    tot een eenmalig uitstel omdat anders de afwikkeling van het bewaarschrift een
                    te grote vertraging kan ondervinden.</al><al>Hierbij wordt ook gewezen op het bepaalde in de artikelen 7:4 en 7:8 van de Awb.
                    Het verdient aanbeveling de inhoud van deze artikelen bij de uitnodiging van de
                    hoorzitting mededeling te doen. </al><al/><al>Artikel 7:4</al><lijst><li nr="1."><al>Tot 10 dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken
                            indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak
                            betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan het horen, gedurende
                            tenminste één week voor belanghebbenden ter inzage.</al></li><li nr="3."><al>Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het
                            eerst lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen
                            liggen.</al></li><li nr="4."><al>Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste
                            de kosten afschriften verkrijgen.</al></li><li nr="5."><al>Voorzover de belanghebbende daarmee instemmen, kan toepassing van het
                            tweede lid achterwege worden gelaten.</al></li><li nr="6."><al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                            toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voorzover
                            geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van
                            deze bepaling wordt mededeling gedaan.</al></li><li nr="7."><al>Gewichtige redenen zijn in elk geval niet aanwezig, voorzover ingevolge
                            de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om
                            informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.</al></li><li nr="8."><al>Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de
                            lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan
                            inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een
                            gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij arts is.</al></li></lijst><al/><al> Artikel 7:8</al><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van de belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen
                            en deskundigen worden gehoord.</al></li><li nr="2."><al>De kosten van getuigen en deskundigen zijn voor rekening van de
                            belanghebbende die hen heeft meegebracht.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 11 Quorum</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Er is geen wettelijk bezwaar tegen het horen in het kader van de
                    bezwaarprocedure door de voorzitter en één lid van de adviescommissie, terwijl
                    advisering door de voltallige commissie heeft plaatsgevonden.</al><tussenkop>Artikel 12 Niet-deelneming aan behandeling</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. Zie ook artikel 2:4 Awb.</al><tussenkop>Artikel 13 Openbaarheid zitting</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voorzover niet
                    bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid aan de
                    commissie toegekend.</al><al>In de onderhavige verordeningbepaling is vastgelegd dat de hoorzitting in
                    principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft
                    mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzondere persoonlijke zaken van familiaire,
                    medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan
                    de orde komen.</al><al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</tussenkop><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    opgemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden
                    niet door de Awb geregeld. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de
                    verordening een vaste procedure wordt opgenomen.</al><al>Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zover te strekken dat van al het
                    aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag
                    duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen
                    naar voren is gebracht.</al><al>Gezien de betekenis van de hoorzitting in het kader van de besluitvorming in de
                    bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewel niet voorgeschreven in de Awb)
                    dat het verslag van de zitting uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het
                    bezwaar aan de belanghebbende wordt gezonden.</al><al>Het verslag kan ook een rol in de raadkamer en bij het advies spelen. Als een
                    lid afwezig is geweest bij het horen en de stemmen staken in de adviescommissie,
                    hoeft bij de hernieuwde behandeling in de commissie niet opnieuw gehoord te
                    worden.</al><tussenkop>Artikel 15 Nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                    nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb wordt bepaald dat indien het in het
                    hier bedoelde geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te
                    nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden
                    wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden
                    gehoord (beginsel van hoor en wederhoor). Is de nieuwe informatie niet van
                    aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen worden om de belanghebbende in de
                    gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren. Na de hoorzitting gehouden
                    telefoongesprekken kunnen gezien worden als nader onderzoek. Een zorgvuldige
                    procedure houdt ook in dat het bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de
                    adviescommissie kan wenden zonder dat de andere belanghebbenden in de
                    gelegenheid worden gesteld om hun standpunt dienaangaande kenbaar te maken.</al><tussenkop>Artikel 16 Raadkamer en advies</tussenkop><al>Zie ook de toelichting bij artikel 13. De hoorzitting is in principe openbaar,
                    de hier bedoelde beraadslaging vindt altijd achter gesloten deuren plaats.</al><al>Het tweede lid, onder b, is opgenomen voor die gevallen waarin het
                    vergaderquorum wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of
                    meer leden dan wel hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van
                    artikel 12) tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat. Het
                    horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie (zie onder 11); de
                    advisering dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen
                    van artikel 7:13, eerste lid, onder a. Hoe het advies tot stand komt, is niet
                    voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk. Advisering door de
                    voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in strijd met artikel 7:13, eerste
                    lid, onder a Awb. Uit het derde lid van dit artikel (mogelijkheid voor de
                    commissie om het horen op te dragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel
                    uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het
                    bestuursorgaan) volgt niet dat de gehele advisering kan worden opgedragen aan de
                    voorzitter en één lid.</al><al>Een adviescommissie kan alleen adviseren, ze kan geen (gedelegeerde)
                    beslisbevoegdheid krijgen.</al><tussenkop>Artikel 17 Uitbrengen advies</tussenkop><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het
                    verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    schriftelijk uitgebracht.</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens
                    in het geval an opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van die voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te verdagen.
                    Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb zijn
                    artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling
                    van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel
                    van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt
                    voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor de hand in verband hiermee ook
                    belanghebbenden in afschrift van het verdagingsbesluit te zenden.</al><tussenkop>Artikel 18 Inwerkingtreding</tussenkop><al>In artikel 139 tot en met 144 Gemeentewet zijn de bekendmaking en
                    inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden
                    geregeld. Besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden, verbinden niet dan wanneer ze bekendgemaakt zijn. De
                    bekendmaking geschiedt door plaatsing in een door de gemeente algemeen
                    verkrijgbaar gestelde uitgave, huis-aan-huis-blad De Schakel. Hetzelfde geldt
                    voor de intrekking van de oude verordening (artikel 144 Gemeentewet).</al><tussenkop>Artikel 19 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><gegeven><label>Nota-toelichting</label><dagtekening><datum isodatum="2010-11-30">2010-11-30</datum></dagtekening></gegeven></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>