<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58209_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-12-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Schiedam 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de ruimtelijke ordening, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op 18 december 2008 heeft de gemeenteraad het volgende besloten met betrekking tot de Exploitatieverordening gemeente Schiedam 2003:</al><al>1.de Exploitatieverordening gemeente Schiedam 2003 in te trekken voor wat betreft ruimtelijke plannen</al><al>die vallen onder de werking van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro);</al><al>2.Artikel 42 Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en daarmee de op grond daarvan vastgestelde Exploitatieverordening</al><al>gemeente Schiedam 2003 blijft van toepassing op overeenkomsten:</al><al>gesloten vóór 1 juli 2008;</al><al>gesloten na 1 juli 2008, die dienen ter uitvoering van bestemmingsplannen, waarvan het ontwerp</al><al>vóór 1 juli 2008 ter inzage is gelegd.</al><al>Uit hoofde van de werking van dit raadsbesluit is de Exploitatieverordening gemeente Schiedam 2003 nog ter inzage beschikbaar voor de betreffende overeenkomsten uit het verleden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Schiedam;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouder;</al><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 222
                        van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Exploitatieverordening 2003</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door
                                    of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaken gebaat worden;</al></li><li nr="b."><al>exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad
                                    aangewezen gebied, dat gebaat is door de aanleg van
                                    voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht of anderszins rechthebbende van een in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke door het treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut gebaat is;</al></li><li nr="d."><al>exploitatie-overeenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan
                                    ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de
                                    voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van
                                    openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking zal
                                    verlenen;</al></li><li nr="e."><al>aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de gemeenteraad
                                    waarin niet alleen overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet, wordt
                                    besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten
                                    zullen kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied,
                                    maar waarin ook een omschrijving van de voorzieningen van
                                    openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten is
                                    opgenomen;</al></li><li nr="f."><al>voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden: onder
                                    meer:</al><lijst><li nr="1."><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="2."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen,
                                            watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met
                                            de aanleg en inrichting van deze voorzieningen en
                                            kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="3."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="4."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="5."><al>waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                                            drainagevoorzieningen;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van
                                    gronden aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De uitvoering van de voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 1 onder f genoemde voorzieningen van openbaar nut
                                worden uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren
                                tot de taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten c.q. op te dragen, indien vaststaat dat een
                                goede uitvoering is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing en tevens
                                het bepaalde in artikel 3 voorzover het niet betreft de
                                voorzieningen van openbaar nut die aan de exploitant worden
                                overgelaten c.q. opgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen:</al><lijst><li nr="1."><al>De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gronden, zijnde:</al><lijst><li nr="a."><al>de waarde van de grond;</al></li><li nr="b."><al>de waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking
                                            van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van het vrijmaken van de gronden van
                                            opstallen;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van vrijmaken van de grond van zich in de
                                            grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                            kabels en van persoonlijke rechten en lasten, eigendom,
                                            bezit of beperkt recht, zakelijke lasten, alsmede de
                                            kosten van schadevergoedingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de
                                    gemeente van de onder artikel 1, onder f omschreven
                                    voorzieningen van openbaar nut.</al></li><li nr="3."><al>De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied voor zover de binnen het exploitatiegebied
                                    liggende onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel
                                    indirect gebaat zijn.</al></li><li nr="4."><al>De kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met
                                            inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>de aanleg van riolering met inbegrip van bijbehorende
                                            werken;</al></li><li nr="c."><al>de aanleg van wegen, parkeergelegenheden, pleinen,
                                            trottoirs, voet- en rijwielpaden, waterpartijen,
                                            watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met
                                            de aanleg van deze voorzieningen van openbaar nut en
                                            kunstwerk verband houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzieningen,
                                            waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>de aanleg van openbare verlichting en brandkranen met de
                                            nodige aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoeken en -sanering, voor
                                            zover het de ondergrond van voorzieningen van openbaar
                                            nut betreft en voor zover verhaal bij derden van de
                                            daarmee verband houdende kosten niet in de rede
                                            ligt;</al></li><li nr="g."><al>in verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch
                                            noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut buiten het exploitatiegebied;</al></li><li nr="i."><al>het slopen van opstallen op de ondergrond van
                                            voorzieningen van openbaar nut buiten het
                                            exploitatiegebied;</al></li><li nr="j."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                            brengen van gronden, in ieder geval:</al><lijst><li nr="1."><al>de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding, planbeheer en
                                    plantoezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                    kosten verband houdende met het opstellen van structuurplannen
                                    en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen
                                    of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen
                                    van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige
                                    planologische maatregelen voor zover deze nodig zijn voor het in
                                    exploitatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied;</al></li><li nr="2."><al>de kosten verband houdende met onderzoeken, voorbereiding en
                                    toezicht ten behoeve van de voorzieningen van openbaar nut voor
                                    zover deze verband houden met het in exploitatie brengen van
                                    gronden binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="3."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor zover die
                                    rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kunnen
                                    worden toegerekend;</al></li><li nr="4."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                                    verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="5."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van
                                    voorzieningen van openbaar nut, zijnde de kosten die tengevolge
                                    van een noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en
                                    niet dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur
                                    worden gedekt; </al></li><li nr="6."><al>overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                                    grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt
                                    aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld
                                    bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                                    bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van
                                            de daarin gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door
                                            de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van gronden, op de genothebbenden
                                            van de in het vorige lid bedoelde onroerende zaken
                                            zullen worden verhaald;</al></li><li nr="c."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband
                                            houdende werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>de bepaling dat, in geval de gronden in het
                                            exploitatiegebied niet door de gemeente zijn of kunnen
                                            worden verworven, in voorkomende gevallen kostenverhaal
                                            zal plaatsvinden op basis van een overeenkomst zoals
                                            bedoeld in art. 7 van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                            overeenstemming kan worden gekomen over een
                                            exploitatie-overeenkomst, kostenverhaal zal kunnen
                                            plaatsvinden door middel van heffing van
                                            baatbelasting;</al></li><li nr="f."><al>een begroting van de ten laste van de onroerende zaken
                                            in het exploitatiegebied komende kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van grond, en van de ten gunste van
                                            het in exploitatie nemen van gronden komende
                                            opbrengsten. De opbrengsten bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>subsidies;</al></li><li nr="2."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="3."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                                    nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al></li><li nr="4."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst><al>Van deze begroting maakt eveneens deel uit de wijze van toerekening van
                            de totale kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                            exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar de mate van het profijt dat de
                            onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen
                            van openbaar nut.</al><lijst><li nr="3."><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de
                                    begroting als bedoeld in het tweede lid onder f later door de
                                    gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door de
                                    gemeenteraad periodiek worden herzien. De begroting wordt
                                    bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 139
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="4."><al>Voor de berekening van de in het tweede lid onder f bedoelde
                                    kosten wordt ervan uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn
                                    geheel door de gemeente in exploitatie zal worden gebracht.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                                het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte
                                van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een
                                bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond,
                                vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en
                                objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het profijt van de van
                                gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                                geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag, welke
                                voorziet in de aanwezige verschillen in profijt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten verband houdende met
                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden het bedrag dat volgens de in de begroting als bedoeld in
                                artikel 4, tweede lid onder f uitgewerkte wijze aan zijn onroerende
                                zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van
                                de gronden bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen
                                van openbaar nut vallende en de kosten van kadastrale uitmeting, en
                                verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom
                                zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke
                                zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en
                                door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                                exploitant is ingebracht wordt door de gemeente en de exploitant
                                gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover
                                geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde
                                vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie één aan
                                te wijzen door de gemeente, één door de exploitant en een derde door
                                de beide reeds aangewezen deskundigen of, indien zij het daarover
                                niet eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde
                                kantonrechter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 7, derde lid, onder e
                                voorzieningen van openbaar nut aanlegt bestaat de
                                exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het
                                eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten
                                van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor zover deze
                                kosten corresponderen met de begroting van kosten zoals bedoeld in
                                artikel 4, tweede lid, onder f.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                                medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt plaats
                                met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                exploitatie-overeenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                                exploitatie-overeenkomst mede een grondtransactie betreft, is dit
                                een notariële akte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatie-overeenkomst op initiatief van de gemeente slechts nadat
                                een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De exploitatie-overeenkomst bevat in ieder geval bepalingen
                                over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of
                                        exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar
                                        nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden
                                        uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage als bedoeld
                                        in artikel 6, eerste lid;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                        gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze
                                        gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                        bodemverontreiniging op kosten van exploitant;</al></li><li nr="e."><al>in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten de
                                        gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente
                                        aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                        exploitant over te laten c.q. op te dragen: deze opdracht en
                                        de waarborging van een tijdige en kwalitatief goede
                                        uitvoering;</al></li><li nr="f."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="g."><al>in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al></li><li nr="h."><al>in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                        omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                        faillissement.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>In exploitatie brengen op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende hierna ook "exploitant" genoemd, kan bij
                                burgemeester en wethouders een aanvraag indienen voor medewerking
                                aan het in exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een exploitatie-overeenkomst als bedoeld in artikel 7, met dien
                                verstande dat artikel 7, tweede lid in dat geval niet van toepassing
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de in
                                        exploitatie te brengen onroerende zaken is of kan
                                        worden;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de
                                vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                                openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag
                                mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig
                                mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende
                                kosten, verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden,
                                worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid
                                worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor
                                medewerking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag voor medewerking,
                                hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding van een
                                concept-overeenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop het
                                verzoek is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanhouding verzoek</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                    zijnd bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is
                                    afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (het
                                    betreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening
                                    daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 10 genoemde
                                    belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                    weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                    weggenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft in
                            ieder geval niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                                    waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan of de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot
                                    ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van
                                    openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend
                                    voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en
                                    andere voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="e."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="f."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                            zal, indien de exploitant een exploitatie-overeenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                            betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><al>Artikel 3 lid 1 en de artikelen 4, 6 en 7 van deze verordening zijn niet
                            van toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van ondergeschikt
                            belang, zoals een uitweg op de openbare weg of een aansluiting op het
                            openbare riool. In dergelijke gevallen besluiten burgemeester en
                            wethouders onder welke voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nut
                            door of met medewerking van de gemeente zullen worden aangelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat voor het moment
                            van inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            genomen, een exploitatie-overeenkomst is afgesloten of de voorzieningen
                            van openbaar nut reeds in uitvoering zijn, vinden de bepalingen van deze
                            verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig op een aan die
                            situatie aangepaste wijze toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na bekendmaking op de wijze
                            zoals bedoeld in artikel 139 Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Schiedam 2003".</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van 27 okt. 2003</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de exploitatieverordening</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Artikel 42 WRO geeft aan dat de exploitatieverordening de voorwaarden bevat
                    waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen
                    van gronden.</al><al>Daarnaast geeft het tweede lid van artikel 42 WRO aan dat de
                    exploitatieverordening onder meer voorschriften bevat omtrent het aandeel van de
                    kosten van voorzieningen van openbaar nut dat ten laste wordt gebracht van de
                    gebate gronden.</al><al>De medewerking kan dus zowel bestaan uit het treffen van voorzieningen van
                    openbaar nut, als uit werkzaamheden die de gemeente verricht teneinde de aanleg
                    van voorzieningen van openbaar nut door een derde (eventueel exploitant zelf)
                    mogelijk te maken.</al><al>De definitie van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond sluit ook
                    aan op de voor de baatbelasting gehanteerde definitie. Dit betekent dat alle
                    eigenaren en genothebbenden van gebate onroerende zaken in een door
                    voorzieningen gebaat gebied, ook de eigenaren van reeds gebouwde percelen, in
                    aanmerking komen voor een exploitatie-overeenkomst. In ieder geval dient hiermee
                    in de omslag van kosten rekening te worden gehouden.</al><al>In de baatbelasting-nieuwe-stijl wordt omschreven wie belastingplichtig is. Deze
                    verordening beoogt een zo nauw mogelijke samenhang in de inzet van
                    privaatrechtelijk en fiscaalrechtelijk kostenverhaal. Om die reden is een
                    definitie van een mogelijke contractpartner in het kader van de
                    exploitatieverordening gekozen die de omschrijving van een mogelijke
                    belastingplichtige 'dekt'. Exploitanten kunnen dus zowel voor fiscaal als
                    privaatrechtelijk kostenverhaal in aanmerking komen.</al><al>Hoewel voor de baatbelasting geldt dat economische eigenaren van gronden die
                    gebaat worden door de aanleg van openbare voorzieningen niet worden geacht
                    genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht' van die gronden te
                    zijn, zijn zij uitdrukkelijk wel partij voor een te sluiten
                    exploitatie-overeenkomst. Om verwarring te voorkomen kan daarom in de definitie
                    ook de 'anderszins rechthebbende' expliciet worden vermeld, zoals in de
                    wijziging van de verordening van 1997 ook is gebeurd.</al><al>In ieder geval valt onder de definitie van exploitant ook de economisch eigenaar
                    en degene die op een andere wijze kan aantonen dat hij de grond in eigendom zal
                    (kunnen) verkrijgen (zie ook artikel 8, derde lid onder b).</al><al>De aanwijzing van exploitatiegebieden maakt ook toepassing mogelijk op
                    onroerende zaken in stads- en dorpsvernieuwinggebieden. Het kan met andere
                    woorden zowel om nieuwbouwlocaties als om reconstructie van bestaand bebouwd
                    gebied gaan.</al><al>Rioolwaterzuiveringsinstallaties en bemalinginrichtingen komen op de lijst van
                    werken die als voorzieningen van openbaar nut kunnen worden aangemerkt niet meer
                    voor (in tegenstelling tot de lijst behorende bij het model van 1968); dit omdat
                    de kosten van deze voorzieningen ten laste van de waterkwaliteitsbeheerders
                    behoren te komen en niet ten laste van de gemeentelijke grondexploitatie.</al><tussenkop>Artikel 2 De uitvoering van de voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al>Dit artikel betreft een aanvulling op het model van de VNG die ook in diverse
                    andere gemeenten van toepassing is. Uitgangspunt is dat de voorzieningen van
                    openbaar nut door de gemeente (of een ander overheidslichaam) worden aangelegd.
                    In uitzonderingssituaties kan de aanleg van deze voorzieningen worden
                    overgelaten c.q. opgedragen aan de exploitant. Dit is afhankelijk van de
                    onderhandelingen met een exploitant over de realisering van het betreffende
                    project. Als de aanleg van de voorzieningen van openbaar nut wordt overgelaten
                    c.q. opgedragen aan de exploitant dan vindt vooraf overleg plaats over de
                    voorwaarden waaronder dit moet plaatsvinden en voor wiens rekening de kosten
                    komen.</al><tussenkop>Artikel 3 Kosten van exploitatie</tussenkop><al>De gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het door of met
                    medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut. Dit kan
                    meer zijn dan alleen de directe kosten van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut. In dit artikel wordt aangegeven welke voorzieningen voor
                    kostenverhaal in aanmerking komen, en vervolgens welke daarmee samenhangende
                    kosten. Ten opzichte van het model van 1968 is een aantal extra
                    kostencategorieën expliciet opgenomen: voorbereiding, toezicht en onderzoek ten
                    behoeve van de voorzieningen van openbaar nut, tijdelijk beheer van gronden,
                    bodemonderzoek en -sanering, in verband met de milieuwetgeving noodzakelijke
                    maatregelen en voorzieningen op, en de verwerving van, de ondergrond van
                    voorzieningen van openbaar nut en het slopen van opstallen op die
                    ondergrond.</al><al>Met nadruk zij vermeld dat als exploitatiegebied wordt aangemerkt het totale
                    gebate gebied;</al><al>dit gebied omvat niet alleen de voor nieuwbouw in aanmerking komende gronden
                    (zoals gebruikelijk bij veel puur gemeentelijke exploitatieopzetten), maar ook
                    het overige gebate gebied.</al><al>Omgekeerd kan het exploitatiegebied weer niet gelijk zijn aan het
                    bestemmingsplangebied.</al><al>Afhankelijk van de doelstellingen van het bestemmingsplan en de daaruit
                    voortvloeiende begrenzing kan het exploitatiegebied kleiner zijn dan het
                    bestemmingsplangebied dan wel groter.</al><al>Onder de inbrengwaarde van gronden wordt zowel de waarde van de grond zelf als
                    de opstallen, die niet kunnen worden gehandhaafd, begrepen. Omdat het hier
                    grondexploitatie betreft is toch gekozen voor de term 'gronden', hoewel het hier
                    feitelijk de inbrengwaarde van onroerende zaken betreft.</al><al>Onder de inbrengwaarde wordt ook begrepen de kosten van schadevergoedingen,
                    waaronder ook zeker planschadevergoedingen. Achterliggend idee van de
                    inbrengwaardemethodiek (zie ook de toelichting op artikel 6 van deze
                    verordening) is de toepassing van de fictie van gemeentelijke grondexploitatie
                    op de situatie van particuliere grondexploitatie. Welnu, in een gemeentelijke
                    grondexploitatie zou het voor de hand liggen de van tevoren getaxeerde (te
                    verwachten) planschadevergoedingen mee te nemen.</al><al>De kosten van bodemsanering komen alleen voor rekening van exploitant voor zover
                    het de gemeente niet lukt de kosten hiervan te verhalen op degene die
                    aansprakelijk kan worden gesteld voor de bodemverontreiniging, en voor zover
                    betrekking hebbend op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut. Dat
                    spreekt weliswaar voor zich, maar voor de duidelijkheid is dit toch in de
                    betreffende bepaling opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 4 Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</tussenkop><al>Sinds juni 1991 is een bekostigingsbesluit een minimale voorwaarde voor het
                    kunnen heffen van een baatbelasting. Een model van een bekostigingsbesluit
                    waarmee aan deze minimale voorwaarde wordt voldaan, is als bijlage toegevoegd.
                    Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat de krachtens de Gemeentewet verplichte
                    elementen van een bekostigingsbesluit ( een aanduiding van het gebate gebied en
                    de mate waarin de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen worden verhaald),
                    maar daarnaast ook een aanduiding van de voorzieningen van openbaar nut en een
                    begroting van kosten en opbrengsten. Deze bepalingen (en enkele andere, zoals de
                    aankondiging dat een exploitatie-overeenkomst zal kunnen worden aangeboden)
                    vormen ook de onderscheidende kenmerken van het aangevuld bekostigingsbesluit
                    ten opzichte van het 'gewone' bekostigingsbesluit. Het aangevuld
                    bekostigingsbesluit wordt, met behulp van deze bepalingen, ook een kader voor
                    het privaatrechtelijk kostenverhaal door de gemeente.</al><al>Een bekostigingsbesluit is een besluit dat exclusief fiscaalrechtelijke
                    rechtsgevolgen heeft en beoogt. Een aangevuld bekostigingsbesluit echter is een
                    rechtsfiguur die alleen bestaat in het kader van de exploitatieverordening. Een
                    dergelijk besluit heeft dezelfde fiscaalrechtelijke status als een
                    bekostigingsbesluit. De bevoegdheid tot het vaststellen van het aangevuld
                    bekostigingsbesluit ligt bij de raad, omdat het tevens geldt als
                    bekostigingsbesluit in de zin van artikel 222 Gemeentewet (baatbelasting). Ook
                    na de Wet dualisering gemeentebestuur is de bevoegdheid tot het vaststellen van
                    bekostigingsbesluiten voor de baatbelasting bij de raad gebleven.</al><al>Met de woorden 'op initiatief van de gemeente' wordt gedoeld op het volgende.
                    Indien de gemeente voornemens is de voorzieningen van openbaar nut aan te
                    leggen, ongeacht of exploitanten daarom hebben gevraagd of niet, dan wordt het
                    initiatief geacht bij de gemeente te liggen. Dit kan betekenen dat de gemeente
                    weliswaar weet dat één (of enkele) exploitanten van zins zijn gronden in
                    exploitatie te brengen, maar ongeacht dat feit zelf van zins is voorzieningen
                    van openbaar nut aan te leggen. Indien de gemeente zelf geen voornemens had
                    aangaande de aanleg van voorzieningen van openbaar nut maar daartoe wel bereid
                    is op verzoek van exploitanten over te gaan, dan is sprake van initiatief van de
                    exploitant.</al><al>Dat Iaat onverlet dat gemeenten een (aangevuld) bekostigingsbesluit kunnen nemen
                    indien exploitant het initiatief neemt maar uiteindelijk er niet in slaagt met
                    de gemeente een exploitatie-overeenkomst te sluiten. In dat geval ligt een
                    'gewoon' bekostigingsbesluit overigens meer voor de hand dan een aangevuld
                    bekostigingsbesluit. De exploitant is immers niet bereid een
                    exploitatie-overeenkomst aan te gaan, dus aan een basis daarvoor in de vorm van
                    een aangevuld bekostigingsbesluit is geen behoefte meer.</al><al>Een begroting van de opbrengsten is opgenomen om de exploitant inzicht te
                    verschaffen in de op alle (dus ook gemeentelijke) gronden te verhalen kosten, en
                    in de mate waarin (denk ook aan tekortlocaties) en de wijze waarop die kosten
                    over de exploitanten worden omgeslagen. Dit inzicht kan de bereidheid van de
                    exploitant tot betaling van een bijdrage vergroten.</al><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting van
                    kosten en opbrengsten later door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting
                    kan ook door de gemeenteraad periodiek worden herzien.</al><al>Er is niet altijd voldoende tijd om de begroting vast te stellen tegelijk met
                    het aangevuld bekostigingsbesluit. In die gevallen kan worden besloten de
                    begroting later vast te stellen.</al><al>Deze bevoegdheid berust overigens per definitie bij de raad, aangezien de
                    begroting deel uitmaakt van het aangevuld bekostigingsbesluit (dat op grond van
                    artikel 156, tweede lid onder g Gemeentewet per definitie door de gemeenteraad
                    moet worden genomen).</al><al>Uiteraard moet er op het moment dat een eerste exploitatie-overeenkomst wordt
                    afgesloten wel een begroting zijn; die begroting vormt immers de grondslag voor
                    de berekening van de exploitatiebijdrage(n). Ten overvloede kan hier nog gewezen
                    worden op het belang van de naleving van de voorschriften van de
                    exploitatieverordening in het algemeen en dit voorschrift in het bijzonder. De
                    exploitatie-overeenkomst die in het arrest-Uden van 15 februari 1996 door de
                    Hoge Raad nietig werd geacht, ontbeerde onder andere een tijdig vastgestelde
                    exploitatieopzet.</al><al>Een begroting kan eveneens periodiek worden herzien. Dat betekent dat de
                    exploitatiebijdragen die middels exploitatie-overeenkomst in rekening worden
                    gebracht, kunnen worden vastgesteld op grond van (in de tijd) verschillende
                    begrotingen, afhankelijk van het moment waarop de exploitatie-overeenkomst wordt
                    aangegaan. Het is echter raadzaam zorgvuldig om te gaan met wijzigingen in de
                    begroting. Grote verschillen kunnen leiden tot vragen over de billijkheid van
                    exploitatiebijdragen in verhouding tot door andere exploitanten eerder betaalde
                    bedragen, en tot druk op de onderhandelingen.</al><al>Overigens kan in het kader van kostenverhaal via baatbelasting het totaalbedrag
                    aan te verhalen kosten géén verandering ondergaan. In het aangevuld
                    bekostigingsbesluit wordt uitgegaan van de vermelding van een percentage te
                    verhalen kosten (in beginsel 100%). In de baatbelastingverordening, die tot twee
                    jaar na realisatie van de voorzieningen kan worden vastgesteld, kan dan worden
                    aangegeven welk bedrag aan werkelijke kosten worden verhaald. Anders is het als
                    er voor wordt gekozen in het aangevuld bekostigingsbesluit reeds een bedrag te
                    vermelden. Dat bedrag is dan het maximaal via baatbelasting te verhalen
                    bedrag.</al><al>Bij hantering van een percentage in het aangevuld bekostigingsbesluit
                    functioneert de begroting dus alleen als berekeningsbasis voor
                    exploitatiebijdragen op grond van de exploitatieverordening. .</al><tussenkop>Artikel 5 Wijze van toerekening naar de mate van profijt</tussenkop><al>Uitgegaan wordt van de situatie dat de gemeente het gebied in zijn geheel tot
                    exploitatie brengt; de berekening is daarom gestoeld op de (fictieve) situatie
                    dat de gemeente alle benodigde gronden heeft verworven en alle kosten omslaat
                    over die gronden, gedifferentieerd naar objectief (dat wil zeggen: aan de grond,
                    niet aan de eigenaar of exploitant) bepaalbare factoren als ligging, bestemming
                    en objectieve gebruiksmogelijkheid.</al><al>Objectief, dat wil in dit geval Ietterlijk zeggen gerelateerd aan het object, de
                    onroerende zaak. De vraag of de 'toevallige' eigenaar of rechthebbende, gezien
                    het huidige gebruik van de onroerende zaak en/of zijn of haar wensen met
                    betrekking tot de inrichting van het gebied, gebaat is of zich gebaat voelt, is
                    in dit verband niet ter zake.</al><al>Dat kan ertoe leiden dat bestaande bebouwing objectief gezien gebaat is, wat
                    betekent dat van de rechthebbenden op die onroerende zaken een bijdrage gevraagd
                    kan worden. In het geval van heffing van baatbelasting is er zelfs de plicht
                    deze onroerende zaken te belasten.</al><al>Alle gebate percelen moeten worden aangeslagen. Wel is het mogelijk door middel
                    van tariefdifferentiatie bebouwde grond minder te belasten dan (nog) niet
                    bebouwde grond, uiteraard alleen voor zover dit verband houdt met objectief
                    aanwijsbare verschillen in baat.</al><al>Deze objectief aanwijsbare verschillen in baat kunnen zich bijvoorbeeld voordoen
                    als een perceel reeds over alle te realiseren voorzieningen beschikt en evenmin
                    wordt gebaat door deze extra voorzieningen (bijvoorbeeld een perceel dat reeds
                    twee ontsluitingen heeft, riolering, enz.).</al><al>Het gebruik van m2 als rekeneenheid sluit aan op de bij de uitgifte van gronden
                    gehanteerde kostprijsberekening per m2. Anders dan in het model van 1968
                    voorziet lid 3 van dit artikel in de mogelijkheid dat (onverhoopt) de naar
                    ligging en dergelijke gedifferentieerde grondslag het profijt onvoldoende tot
                    uitdrukking brengt: in dat geval stelt de gemeenteraad een andere grondslag voor
                    toerekening vast. De model-baatbelastingverordening bevat eveneens verschillende
                    alternatieve toerekeningssystemen.</al><tussenkop>Artikel 6 Vaststelling exploitatiebijdrage</tussenkop><al>De bij de berekening van de exploitatiebijdrage gehanteerde
                    inbrengwaardemethodiek biedt een goede maatstaf voor de baat die gronden hebben
                    bij openbare voorzieningen.</al><al>Uitgangspunt is, zoals gezegd, dat de gemeente het gehele gebied zelf in
                    exploitatie brengt.</al><al>De werkwijze is dan als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>De waarde van alle gronden in het gebied wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Alle kosten verbonden aan de exploitatie worden berekend.</al></li><li nr="3."><al>De op deze wijze berekende totale kosten worden gemiddeld per m2
                            (gebate, bebouwde of onbebouwde) grond (er kunnen ook andere
                            verdeelmaatstaven worden gehanteerd).</al></li><li nr="4."><al>De hieruit resulterende gemiddelde bruto bijdrage per m2 wordt
                            vermenigvuldigd met het aantal m2 gebate grond van exploitant (en
                            eventueel vermenigvuldigd met (een) factor(en) voor ligging, bestemming
                            en dergelijke).</al></li><li nr="5."><al>Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de getaxeerde waarde van de
                            door exploitant ingebrachte grond, zowel die ten behoeve van de
                            exploitatie als die ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van
                            openbaar nut.</al></li></lijst><al>De inbrengwaarde is daarmee van groot belang voor de vaststelling van zowel de
                    gemiddelde kostprijs per m2 ( die stijgt als de inbrengwaarde stijgt) als de
                    individuele exploitatiebijdrage (die daalt als de inbrengwaarde stijgt). Om die
                    reden is in het tweede lid een regeling opgenomen voor de vaststelling van de
                    inbrengwaarde van de gronden van exploitant. Het derde lid van dit artikel
                    regelt de berekening van de exploitatiebijdrage in het geval dat de exploitant
                    tot (gehele of gedeeltelijke) realisatie van de voorzieningen van openbaar nut
                    overgaat. Kort gezegd wordt op de bijdrage dan nog extra in mindering gebracht
                    het in eerste instantie in de begroting opgenomen bedrag voor de voorzieningen
                    van openbaar nut, voorzover die voorzieningen voor rekening en risico van de
                    exploitant komen.</al><al>De methodiek van de inbrengwaarde biedt weliswaar een goede maatstaf voor de
                    berekening van exploitatiebijdragen naar analogie van de gemeentelijke
                    grondexploitatie, maar kan wel bewerkelijk zijn. Om die reden is in artikel 12
                    een aantal uitzonderingssituaties aangegeven waarin de exploitatiebijdrage op
                    een andere wijze kan worden berekend.</al><al>De begroting van kosten en opbrengsten vervult een belangrijke rol bij het
                    privaatrechtelijk kostenverhaal. Het aangevuld bekostigingsbesluit vormt het
                    kader voor de wijze van kostenverhaal, en de begroting vormt de basis voor de
                    berekening van individuele exploitatiebijdragen verschuldigd op grond van een
                    exploitatie-overeenkomst. De begroting vervult weliswaar een belangrijke rol in
                    het privaatrechtelijk kostenverhaal, maar blijft deel uitmaken van het aangevuld
                    bekostigingsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 7 Inhoud exploitatie-overeenkomst</tussenkop><al>In dit artikel wordt uitgesproken dat de gemeente bij kostenverhaal van
                    voorzieningen van openbaar nut de voorkeur geeft aan het instrument van de
                    exploitatie-overeenkomst krachtens de exploitatieverordening. Hiermee wordt het
                    vrijwillige karakter van de overeenkomst bevestigd, zoals dat in de praktijk en
                    jurisprudentie blijkt.</al><al>Teneinde de indruk te vermijden dat in alle gevallen een aangevuld
                    bekostigingsbesluit verplicht is om een exploitatie-overeenkomst te kunnen
                    sluiten, is expliciet vermeld dat het hier exploitatie op initiatief van de
                    gemeente betreft. Op grond van de verordening wordt de overeenkomst ook voorzien
                    van kwaliteitseisen aan de voorzieningen, in voorkomende gevallen van bepalingen
                    omtrent de afstand van grond aan de gemeente, van een betalingsregeling, in
                    voorkomende gevallen (namelijk wanneer de gemeente een deel van de voorzieningen
                    realiseert en een particuliere eigenaar een deel) een taakverdeling,
                    uitvoeringstermijn(en) en een regeling voor gewijzigde omstandigheden,
                    wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement. De afstand van grond aan de
                    gemeente betreft de ondergrond van openbare voorzieningen. De gemeente zal
                    immers in vrijwel alle gevallen onderhoudsplichtig zijn voor de openbare
                    voorzieningen. Het bepaalde onder artikel 42, tweede lid onder a, van de Wet op
                    de Ruimtelijke Ordening vormt de juridische basis voor het afhankelijk stellen
                    van het treffen van voorzieningen van openbaar nut van de afstand van grond.
                    Hiermee wordt niet gedoeld op de afstand van grond waarop woningbouwkavels of
                    kavels voor bedrijfsvestiging zijn voorzien. De exploitatieverordening is geen
                    extra verwervingsinstrument.</al><al>De bevoegdheid te besluiten tot het aangaan van exploitatie-overeenkomsten ligt
                    bij het college van burgemeester en wethouders. Op 7 maart 2002 is de Wet
                    dualisering gemeentebestuur (Stb. 111, 2002) in werking getreden die strekt tot
                    concentratie van bestuursbevoegdheden bij het college en concentratie van
                    kaderstellende en controlerende bevoegdheden bij de raad. In de Wet dualisering
                    gemeentebestuur is de bevoegdheid tot het besluiten tot het aangaan van
                    overeenkomsten aan het college geattribueerd. Het is mogelijk dat een
                    exploitatie-overeenkomst van zodanig belang is, dat de raad moet worden
                    ingelicht. Op die situatie ziet artikel 169, vierde lid Gemeentewet. Dit artikel
                    bepaalt dat vóórdat het college een dergelijk besluit neemt dient het de raad
                    inlichtingen te geven over de uitoefening van de bevoegdheid, 'indien de raad
                    daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de
                    gemeente'. In het laatste geval 'neemt het college geen besluit dan nadat de
                    raad zijn wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van het college heeft kunnen
                    brengen'.</al><tussenkop>Artikel 8 Indiening verzoek om medewerking</tussenkop><al>In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie brengen van
                    een gebied;</al><al>het is echter ook mogelijk dat de exploitant het initiatief neemt. Dat kan
                    middels een bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag.</al><al>In het model van 1968 werd er nog van uitgegaan dat het altijd om de realisatie
                    van opstallen zou gaan, in dit model vallen alle (bouw)werkzaamheden in beginsel
                    onder vigeur van de verordening, en bovendien alle percelen die gebaat zijn,
                    ongeacht of er (bouw)werkzaamheden op plaatsvinden.</al><al>Ten behoeve van de rechtszekerheid van de burger en in verband met de
                    informatietaak van de gemeente wordt, in het geval dat daarvoor voorzieningen
                    van openbaar nut moeten worden aangelegd, een aanvrager van een bouwvergunning
                    vóór de beslissing op die aanvraag gemeld dat van hem of haar een bijdrage wordt
                    verwacht in verband met benodigde voorzieningen van openbaar nut. Dit maakt het
                    de aanvrager ook beter mogelijk de aan de (bouw)werken verbonden kosten af te
                    wegen.</al><al>Het besluit van burgemeester en wethouders op de bouwaanvraag staat uiteraard
                    geheel los van de beslissing van de exploitant om wel of niet een
                    exploitatie-overeenkomst aan te gaan. Zie voor een bespreking van de
                    jurisprudentie over kostenverhaal, specifiek de onmogelijkheid via financiële
                    voorwaarden aan besluiten kostenverhaal te plegen, E1/2.7, van het handboek
                    Grondzaken.</al><al>Een exploitatie-overeenkomst op aanvraag van exploitant is gelijk aan een
                    exploitatie-overeenkomst op initiatief van de gemeente, met dien verstande dat
                    een aangevuld bekostigingsbesluit in het eerste geval niet vereist is. Een
                    begroting is in alle gevallen vereist, want deze vormt de basis voor berekening
                    van de exploitatiebijdragen (zie ook artikel 7, derde lid onder c).</al><al>Het blijft evenwel mogelijk, indien de aanvraag tot het aangaan van een
                    exploitatie-overeenkomst niet kan worden gehonoreerd, dat de gemeente toch
                    voorzieningen van openbaar nut wil (laten) aanleggen en de kosten daarvan op de
                    gebate percelen wil verhalen. Afhankelijk van de aanwezigheid van andere gebate
                    percelen dan dat van de oorspronkelijke aanvrager van de
                    exploitatie-overeenkomst kan de gemeenteraad in zo'n geval een 'gewoon' of een
                    aangevuld bekostigingsbesluit nemen. In het geval van een 'gewoon'
                    bekostigingsbesluit vindt het kostenverhaal niet meer plaats binnen het kader
                    van de exploitatieverordening, maar op grond van de algemene bevoegdheid tot
                    heffing van baatbelasting.</al><tussenkop>Artikel 9 Aanhouding verzoek</tussenkop><al>De gemeente bindt zichzelf met deze verordening. Het is echter niet nodig dat de
                    gemeente zich, in een concreet geval, bindt tegen haar wil en het belang van de
                    aanvrager in. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de gemeente een aanvraag
                    moet afwijzen, terwijl zij er in beginsel positief tegenover staat.</al><tussenkop>Artikel 10 Weigeringsgronden voor een overeenkomst</tussenkop><al>Toegevoegd ten opzichte van het model van 1968 zijn de weigeringsgronden met
                    betrekking tot strijdigheid met het bestemmingsplan respectievelijk die met
                    betrekking tot de weigering ondergrond van te realiseren voorzieningen van
                    openbaar nut over te dragen.</al><al>Met het laatste wordt invulling gegeven aan artikel 42, tweede lid onder a:
                    '(voorschriften omtrent:) de gevallen waarin en de wijze waarop het treffen van
                    voorzieningen van openbaar nut afhankelijk wordt gesteld van de afstand van
                    grond aan de gemeente'.</al><al>Ten slot te is ook nieuw de mogelijkheid medewerking te weigeren als een
                    exploitant de bodem van de aan de gemeente over te dragen (onder)grond (van
                    voorzieningen van openbaar nut) niet wil onderzoeken, of saneren wanneer dat
                    noodzakelijk is. De bodemsaneringproblematiek en met name het gebrek aan
                    middelen voor sanering, maakt het noodzakelijk voor gemeenten voorzichtigheid op
                    dit punt te betrachten.</al><al>De weigeringsgronden kunnen zich zowel voordoen in het geval van een aanvraag
                    van de exploitant als in het geval van een gemeentelijk aanbod tot het aangaan
                    van een exploitatie-overeenkomst op grond van een aangevuld
                    bekostigingsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 11 Relatie met baatbelasting</tussenkop><al>De exploitant sluit niet alleen een overeenkomst over een te betalen
                    exploitatiebijdrage, maar koopt met deze overeenkomst ook het risico van een
                    baatbelasting af .</al><al>De praktijk van grondexploitatie leert dat de daarmee verbonden kosten geregeld
                    hoger uitvallen dan berekend. De baatbelasting wordt vaak berekend op basis van
                    reële kosten, terwijl de exploitatiebijdrage op grond van de
                    exploitatie-overeenkomst wordt berekend op basis van gecalculeerde kosten (op
                    "voorcalculatorische" basis).</al><al>De exploitatie-overeenkomst wordt weliswaar vrijwillig aangegaan, maar de
                    weigering een exploitatie-overeenkomst aan te gaan betekent niet dat de aan de
                    exploitant gepresenteerde rekening dan niet moet worden voldaan; de
                    exploitatiebijdrage wordt niet vergeten'.</al><tussenkop>Artikel12 Uitzonderingsbepalingen</tussenkop><al>De centrale regeling in de model-exploitatieverordening (vaststelling door de
                    raad van een aangevuld bekostigingsbesluit per exploitatiegebied en dergelijke)
                    is onnodig ingewikkeld om te komen tot een contractueel verhaal van kosten van
                    geïsoleerde, geen onderdeel van een complex werken uitmakende, voorzieningen van
                    (semi-)openbaar nut zoals het aanbrengen van een uitrit op de openbare weg of
                    het realiseren van een huisaansluiting tussen erfgrens en straatriool.</al><al>Om die reden wordt voor die voorzieningen in het eerste lid van dit artikel een
                    uitzondering gemaakt wat betreft de procedure voorafgaand aan een
                    exploitatie-overeenkomst.</al><al>Voor gronden die niet in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen
                    (o.a. bestaande bebouwing) geldt evenzeer dat een eenvoudiger werkwijze moet
                    kunnen worden gevolgd voor de berekening van exploitatiebijdragen.</al><al>Het is immers mogelijk dat gronden worden gebaat door de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut, zonder dat zij door deze aanleg 'in de naaste
                    toekomst voor bebouwing in aanmerking komen' (zie artikel 42 WRO). Voor deze
                    gronden geldt dat de wettelijke verplichting tot het hanteren van een
                    exploitatieverordening als basis voor het afsluiten van overeenkomsten strikt
                    genomen niet van toepassing is. Aangezien de exploitatieverordening echter tot
                    doel heeft de rechtszekerheid van de exploitanten te vergroten, ligt het, ook
                    met het oog op voorkoming van juridische vragen over de juiste basis voor een
                    overeenkomst, voor de hand de werking van de verordening verder te laten
                    strekken dan op grond van de wet strikt noodzakelijk is.</al><al>Op grond van de ontstaansgeschiedenis van artikel 42 WRO moet het ervoor worden
                    gehouden dat de wetgever met het begrip 'gronden die in de naaste toekomst voor
                    bebouwing in aanmerking komen' doelde op gronden die deel uitmaken van de
                    grondexploitatie, i.c. gronden die door de aanleg van voorzieningen van openbaar
                    nut technisch voor bebouwing geschikt worden gemaakt (terwijl zij vóór de aanleg
                    van de voorzieningen niet reeds technisch voor bebouwing geschikt waren).</al><al>De begrenzing van het exploitatiegebied in menggebieden (deels wel, deels geen
                    nieuwe bebouwing) wordt bij voorkeur 'ruim' genomen, dus inclusief de percelen
                    die niet in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen maar wel
                    gebaat zijn. Dit vindt vanzelf plaats doordat de exploitatieverordening de
                    vaststelling van exploitatiegebieden voorschrijft. Een exploitatiegebied omvat
                    immers de gronden die door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut gebaat
                    zijn, ongeacht of de gronden wel of niet deel uitmaken van een grondexploitatie.
                    Dit sluit ook aan op de bouwgrondbelasting ex artikel 274 gemeentewet (oud), op
                    grond waarvan bijdragen konden worden geheven van gronden die door de aanleg van
                    openbare voorzieningen door of met medewerking van de gemeente geschikt of beter
                    geschikt voor bebouwing werden gemaakt of in een voordeliger positie kwamen te
                    verkeren.</al><al>Het bepaalde in artikel 12, tweede lid onder a is gericht op exploitatiegebieden
                    die voor een deel (in de praktijk meestal voor het grootste deel) bestaande
                    bebouwing bevatten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de reconstructie van een
                    winkelstraat of de aanleg van riolering in het buitengebied.</al><al>Het bepaalde in artikel 12, tweede lid onder b is gericht op individuele gronden
                    gelegen in een exploitatiegebied dat grotendeels nog niet bebouwd is. Het
                    betreft dan gebieden waar daadwerkelijk grondexploitatie plaatsvindt. De
                    toepassing van de exploitatieverordening heeft betrekking op alle gronden die
                    gebaat zijn, dus ook (bijvoorbeeld) de percelen met bestaande bebouwing aan de
                    rand van het gebied. Voor deze individuele percelen kan op basis van de bedoelde
                    bepaling de inbrengwaardemethodiek buiten toepassing blijven. Dit Iaat onverlet
                    dat deze gronden wel gebaat zijn en in aanmerking komen voor een
                    exploitatie-overeenkomst of de heffing van baatbelasting.</al><al>Overigens maken de kosten van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                    (uiteraard) deel uit van de kosten die verhaald kunnen worden. In de
                    modelexploitatieverordening zoals die is opgenomen in het eerdergenoemde
                    Handboek is artikel 12, tweede lid in die zin verduidelijkt.</al><al>De keuze om voor bepaalde gronden of het exploitatiegebied in zijn geheel de
                    inbrengwaardemethodiek buiten toepassing te laten moet blijken in de begroting
                    van kosten en opbrengsten, waarop immers de inbrengwaarden wel of niet worden
                    vermeld, en waarin bovendien is opgenomen de wijze van toerekening van de kosten
                    aan de betreffende onroerende zaken.</al><al>De verplichting de wijze van toerekening van exploitatiebijdragen in de
                    begroting op te nemen, houdt niet in dat een bedrag per m2 vermeld moet worden.
                    Het gaat erom inzicht te verschaffen in de wijze van toerekening.</al><al>Een exploitant hoeft niet uit de begroting reeds zijn of haar bijdrage te kunnen
                    opmaken. Er moet immers ook nog een onderhandelingsproces plaatsvinden, waarin
                    bijvoorbeeld ook nog de inbrengwaarde van de grond aan de orde komt.</al><tussenkop>Artikel 13 Overgangsbepaling</tussenkop><al>Op het moment van vaststelling van deze verordening beschikt de gemeente niet
                    over een verordening die de figuur van het aangevuld bekostigingsbesluit kent.
                    Voor "lopende" gevallen dient een op het geval toegespitste oplossing te worden
                    gevonden. Op zowel nieuwe als "lopende" gevallen zal bij voorkeur dezelfde
                    berekeningswijze voor exploitatiebijdragen moeten worden toegepast. het ligt dan
                    voor de hand de ("nieuwe") inbrengwaardemethodiek te hanteren. Daarvoor is
                    noodzakelijk dat er een begroting wordt vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 14 Inwerkingtreding</tussenkop><al>In de Gemeentewet is een algemene regeling voor bekendmaking voor besluiten,
                    inhoudende algemeen verbindende voorschriften gegeven.</al><al>De exploitatieverordening kan uiteindelijk als algemeen verbindend voorschrift
                    worden aangemerkt. In verband met het bijzondere karakter van deze verordening,
                    die voorwaarden bevat waaronder de gemeente een overeenkomst zal sluiten, is het
                    echter mogelijk dat de rechter deze verordening toch niet als algemeen
                    verbindend voorschrift aanduidt.</al><al>Om die reden wordt zekerheidshalve voor de inwerkingtreding van deze verordening
                    uitgegaan van de systematiek van de Gemeentewet. Voorts heeft het college van
                    burgemeester en wethouders, gelet op de Tijdelijke referendumwet, de verordening
                    referendabel verklaard. In verband hiermee treedt de verordening niet eerder in
                    werking dan zes weken na bekendmaking ervan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>