<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58188_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeentelijk Besluit Verhaal Wet Werk en Bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Breeduit, 7 december 2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeentelijk Besluit Verhaal Wet Werk en Bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Invoeringswet Wet Werk en Bijstand, art. 13</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging art. 14 en 15, toevoeging art. 16</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>29-11-2006 nr. 12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEMEENTELIJK BESLUIT VERHAAL Wet werk en bijstand </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland besluiten; gelet
                        op het artikel 13 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand; vast te stellen
                        het volgende:</al><al>GEMEENTELIJK BESLUIT VERHAAL Wet werk en bijstand </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><nr>1.</nr><titel><cursief>Verhaal van bijstand</cursief></titel></kop><al>Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het
                            verhalen van kosten van bijstand:</al><lijst><li nr="a."><al>tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het
                            Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband
                            zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet
                            of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn
                            onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;</al></li><li nr="b."><al>tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van
                                    de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht
                                    na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van
                                    tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;</al></li><li nr="c."><al>tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van
                                    de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht
                                    op grond van artikel <cursief>395a van Boek 1 van het
                                    </cursief>Burgerlijk Wetboek <cursief>niet of
                                        niet </cursief>behoorlijk nakomt jegens
                                    zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is
                                    verleend;</al></li><li nr="d."><al>op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft
                                    ontvangen een schenking heeft gedaan voorzover bij het besluit
                                    op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou
                                    zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden,
                                    tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de
                                    schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van
                                    bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen
                                    voorzien;</al></li><li nr="e."><al>op de nalatenschap van de persoon indien:</al><lijst><li nr="1°"><al>aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend indien sprake is
                                            van een situatie als bedoeld in artikel <vet>4 </vet>onder a, e en f van
                                            het Gemeentelijk Besluit Terugvordering WWB en voorzover voor het
                                            overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="2°"><al>bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van
                                            borgtocht.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BEPERKING</titel></kop><artikel><kop><nr>2.</nr></kop><al>Buiten de gevallen aangegeven in artikel 1 vindt geen verhaal
                            plaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>GEHEEL OF GEDEELTELIJK AFZIEN VAN HET NEMEN VAN EEN VERHAALSBESLUIT</titel></kop><artikel><kop><nr>3.</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders zien af van het nemen van een
                                    verhaalsbesluit indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 50,- per
                                            maand;</al></li><li nr="b."><al>daarvoor gelet op de omstandigheden van degene op wie
                                            verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand ontvangt
                                            of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>KWIJTSCHELDING</titel></kop><artikel><kop><nr>4.</nr><titel><cursief>Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek</cursief></titel></kop><al>In afwijking van artikel 1 kunnen burgemeester en wethouders, op</al><al>verzoek van degene op wie verhaald wordt, besluiten gedeeltelijk af te
                            zien van verhaal van kosten van bijstand voorzover het betreft
                            verschuldigde verhaalsbedragen die op het moment van het besluit
                            opeisbaar zijn, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie wordt verhaald niet
                                zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;</al></li><li nr="b."><al>redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met
                                    betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers
                                    zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en</al></li><li nr="c."><al>de vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand ten
                                    minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen
                                    van de schuldeisers van gelijke rang.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.</nr><titel><cursief>Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van
                                                verhaal wegens schuldenproblematiek</cursief></titel></kop><al>Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal treedt niet in
                            werking voordat een schuldregeling als bedoeld in artikel 4 onder b. tot
                            stand is gekomen.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.</nr><titel><cursief>Intrekking van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek</cursief></titel></kop><al>Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de
                            belanghebbende gewijzigd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt,
                                    een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen
                                    bedoeld in de artikel 4 genoemde voorwaarden a, b en c;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet
                                    overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of</al></li><li nr="c."><al>onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander
                                    besluit zou hebben geleid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BEOORDELING VAN MATE VAN ONDERHOUDSPLICHT</titel></kop><artikel><kop><nr>7.</nr><titel><cursief>Beoordeling onderhoudsplicht</cursief></titel></kop><al>Bij de beoordeling <cursief>van het </cursief>bestaan <cursief>van het
                            </cursief>verhaalsrecht als bedoeld <cursief>in </cursief>artikel 1
                            onder a, b en c en de omvang van het te verhalen bedrag wordt rekening
                            gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van
                            belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag
                            of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na
                            echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk
                            na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VERHALEN VAN RECHTERLIJKE UITSPRAAK BETREFFENDE</titel></kop><artikel><kop><nr>8.</nr><titel><cursief>Verhaal op grond van rechterlijke uitspraak</cursief></titel></kop><al>Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud
                            verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar
                            is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze
                            uitspraak.</al><al>Het besluit tot verhaal wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan
                            degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen
                            dertig dagen na verzending van de brief te voldoen.</al><al>Indien aan de aanmaning geen gevolg wordt gegeven vordert de gemeente
                            het verschuldigde met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt.
                            Het besluit tot verhaal levert een executoriale titel op, die op kosten
                            van de schuldenaar wordt betekend en met toepassing van de voorschriften
                            van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tenuitvoergelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>WIJZIGING DOOR RECHTER VASTGESTELD BEDRAG LEVENSONDERHOUD</titel></kop><artikel><kop><nr>9.</nr><titel><cursief>Wijziging door de rechter vastgestelde onderhoudsbijdrage</cursief></titel></kop><al>De gemeente verzoekt de rechter het verhaalsbedrag in afwijking van een
                            rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd
                            krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen, indien de
                            rechter:</al><lijst><li nr="a."><al>deze uitspraak zou kunnen wijzigen op de gronden genoemd in de
                            artikelen 157 en 401 van dat boek;</al></li><li nr="b."><al>geen rekening heeft kunnen houden met alle voor de betrokken
                            beslissing in aanmerking komende gegevens en omstandigheden betreffende
                            beide partijen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HET VERHAALSBESLUIT</titel></kop><artikel><kop><nr>10.</nr><titel><cursief>Het verhaalsbesluit</cursief></titel></kop><al>Een besluit tot verhaal op grond van artikel 1 wordt door het college
                            aan degene op wie verhaal wordt gezocht medegedeeld. Het besluit
                            vermeldt het bedrag of de bedragen waarvan, evenals de termijn of
                            termijnen waarbinnen, betaling wordt verlangd.</al><al>Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden gericht tot de
                            langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij
                            de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VERHAAL IN RECHTE</titel></kop><artikel><kop><nr>11.</nr><titel><cursief>Verhaal in rechte</cursief></titel></kop><al>indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde
                            gelden aan de gemeente te betalen dan wel niet of niet tijdig tot
                            betaling daarvan overgaat, besluiten burgemeester en wethouders tot
                            verhaal in rechte.</al><al>Burgemeester en wethouders zien af van verhaal in rechte indien het te
                            verhalen bedrag een bedrag van € 600,- niet te boven gaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HERONDERZOEK</titel></kop><artikel><kop><nr>12.</nr><titel><cursief>Onderzoek naar draagkracht</cursief></titel></kop><al>Tenminste één keer per drie jaar verrichten burgemeester en
                            wethouders</al><al>onderzoek naar de draagkracht voor het voldoen van een verhaalsbijdrage.
                            Indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geeft wordt als
                            gevolg van dit onderzoek de betalingsverplichting gewijzigd
                            vastgesteld.</al><al>Er wordt niet overgegaan tot het gewijzigd vaststellen van een</al><al>betalingsverplichting indien de draagkracht niet meer blijkt te zijn
                            vermeerderd ten opzichte van het vorige onderzoek dan met € 50,- per
                            maand.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>INVORDERING</titel></kop><artikel><kop><nr>13.</nr><titel><cursief>Vereenvoudigd derdenbeslag</cursief></titel></kop><al>Indien de belanghebbende niet bereid blijkt de door de rechter
                            vastgestelde bijdrage voor levensonderhoud of de op verzoek van de
                            gemeente vastgestelde bijdrage te voldoen dan wordt die uitspraak
                            tenuitvoergelegd door middel van executoriaal beslag overeenkomstig de
                            artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het
                            Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><nr>14.</nr><titel><cursief>Gewijzigde vaststelling bedragen</cursief></titel></kop><al>Het college kan jaarlijks de bedragen in dit Besluit gewijzigd vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><nr>15.</nr><titel><cursief>Nadere regels</cursief></titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><nr>16.</nr><titel><cursief>Inwerkingtreding en werkingsduur</cursief></titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2004.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus op 6 mei 2004 vastgesteld door burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Smallingerland</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>
                        TOELICHTING BESLUIT VERHAAL Wet werk en bijstand
                    </titel></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het betreft hier beleidsregels om vast te stellen dat de gemeente gebruik maakt
                    van de in de Wet werk en bijstand (in casu voornamelijk de Invoeringswet)
                    genoemde mogelijkheid kosten van bijstand te verhalen).</al><al>Een en ander past in de visie om in het kader van de volledige financiële
                    verantwoordelijkheid van de gemeente zorg te dragen voor eenduidige vastlegging
                    van de tot 1 januari 2004 vastgestelde werkwijze en de uit die werkwijze en
                    activiteiten voortvloeiende middelen te waarborgen.</al><al/><al>1.<cursief>Verhaal van bijstand</cursief></al><al>Onder a en b worden de verhaalsmogelijkheden op de (ex)echtgenoot (en daarmee
                    gelijkgesteld de geregistreerd partner) bedoeld t.a.v. zijn onderhoudsplicht
                    jegens zijn (ex) echtgenoot enlof minderjarige kinderen.</al><al>Overeenkomstig het bepaalde hierover in artikel 13 van de Invoeringswet WWB kan
                    de gemeente tot een nader te bepalen tijdstip overgaan tot verhaal van kosten
                    van bijstand conform de regels van de Algemene bijstandswet. De mogelijkheid
                    verhaal op grond van deze wettelijke onderhoudsplicht toe te passen komt met de
                    komst van een nieuw kinderalimentatiestelsel te vervallen.</al><al>Er resteert dan als verhaalsmogelijkheid de onderdelen c,d en e zoals deze in de
                    WWB onder artikel 61 zijn opgenomen.</al><al/><al>2.<cursief>Beperking </cursief>Hierbij wordt benadrukt dat de bijstand
                    uitsluitend wordt verhaal in de in artikel 1 vastgelegde gevallen.</al><al/><al><cursief>7. Beoordeling onderhoudsplicht</cursief></al><al>Het betreft hier de uitvoering van de zogeheten trema-normen. Dit zijn de normen
                    die door de rechtbank worden gehanteerd bij de vaststelling van de alimentatie
                    die voorzien in zowel een zgn. netto- als een brutoberekening. Voor zover het
                    gemeentelijk beleid voorziet in een niet in de volle omvang uitvoeren van die
                    tremanormen (bijv. enkel de netto-berekening of bijv. de vaststelling van een
                    forfaitair verhaalsbedrag ten behoeve van kinderen) kan dat in de toelichting
                    worden opgenomen.</al><al/><al><cursief>12. Onderzoek naar draagkracht</cursief></al><al>Het hier genoemde bedrag kan worden herleid uit de onder de toelichting bij
                    artikel 3 genoemde bedrag van € 50,- per maand.</al><al/><al><cursief>16. Inwerkingtreding</cursief></al><al>Inwerkingtreding per datum invoering WWB. In ieder geval is aanpassing verlangd
                    op het moment dat het voorgenomen nieuwe stelsel van kinderalimentatie
                    ingaat.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>