<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58047_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Bezwaarschriftencommissie Gemeente Schiedam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 31-05-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Bezwaarschriftencommissie Gemeente Schiedam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16VR008/16INT00077</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR405196_1">Verordening op de Bezwaarschriftencommissie</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE SCHIEDAM</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de
                                    bezwaarschriften;</al></li><li nr="c."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht (Stbl. 1992, 315).</al></li><li nr="d."><al>ambtelijk horen: het horen door een ambtenaar namens het
                                    bestuursorgaan zoals bedoeld in artikel 7:5 van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Behandeling van de bezwaarschriften</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                        gemaakte bezwaren, ingediend ingevolge artikel 7:1 van de
                                        wet, genaamd Bezwaarschriftencommissie.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van
                                        bezwaarschriften op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>het Ambtenarenreglement van de gemeente
                                                Schiedam;</al></li><li nr="b."><al>de Wet Sociale Werkvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke belastingverordeningen;</al></li><li nr="d."><al>het Eindexamenbesluit v.w.o. - h.a.v.o. - m.a.v.o. -
                                                v.b.o;</al></li><li nr="e."><al>de Verordening maatschappelijke ondersteuning NWN
                                                2007 </al></li></lijst><al>De secretaris van de commissie is bevoegd te adviseren inzake
                                bezwaarschriften die niet voldoen aan het bepaalde in de artikelen
                                6:5 en 6:7 van de wet.</al></li><li nr="3."><al>Naast het horen door de commissie kan bij bepaalde door het
                                        college bij afzonderlijk besluit aangewezen categorieën
                                        bezwaarschriften het horen ambtelijk plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>Ter zake van de bezwaarschriften waarbij ambtelijk is
                                        gehoord adviseert de secretaris van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Splitsing in kamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De behandeling van bezwaarschriften kan geschieden door een
                                    kamer uit de commissie. Een kamer bestaat uit 3 leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bepaalt het aantal kamers, stelt voor elke kamer
                                    vast welke bezwaarschriften door die kamer zullen worden
                                    behandeld en wijst de leden en plaatsvervangende leden van elke
                                    kamer aan. Een kamer wordt voorgezeten door de voorzitter dan
                                    wel een plaatsvervangend voorzitter van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de vergaderingen van de kamers is het
                                    bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitters en de (plaatsvervangende) leden van de commissie
                                    worden benoemd en ontslagen door het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het college van burgemeester en wethouders kunnen
                                    geen lid van de commissie zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als leden kunnen niet worden benoemd:</al><lijst><li nr="a."><al>leden van de gemeenteraad;</al></li><li nr="b."><al>ambtenaren in dienst van de gemeente Schiedam en
                                            personen met wie door een gemeentelijk orgaan een
                                            arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is
                                            gesloten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De functie van de secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het secretariaat van de commissie wordt uitgeoefend door de
                                    teamleider Juridische Zaken. De secretarissen van de kamers van
                                    de commissie zijn door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris neemt deel aan de hoorzittingen, adviseert inzake
                                    kennelijk niet-ontvankelijkheid van bezwaarschriften, woont de
                                    vergaderingen en de besprekingen van de commissie in raadkamer
                                    bij en heeft een raadgevende stem.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter(s) en de (plaatsvervangende leden) worden benoemd
                                    voor de duur van maximaal twee zittingsperiodes van de
                                    gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag
                                    van het aftreden van de gemeenteraad. Met inachtneming van het
                                    eerste lid, kunnen zij terstond worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder
                                    gewenst moment ontslag nemen. Zij dienen dit schriftelijk in bij
                                    de voorzitter van de commissie die daarvan terstond kennis geeft
                                    aan het benoemende orgaan. De voorzitter dient zijn ontslag,
                                    eveneens schriftelijk, rechtstreeks in bij het benoemende
                                    orgaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                    blijven bevoegd hun functie te vervullen, gedurende acht weken
                                    na hun aftreden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester
                                    van Schiedam ontslaan voor het aflopen van de benoemingstermijn
                                    als bedoeld in het eerste lid als het betreffende commissielid
                                    niet naar behoren functioneert. Voordat het besluit genomen
                                    wordt, wordt het desbetreffende lid in de gelegenheid gesteld
                                    zijn zienswijze te geven op het voornemen tot het verlenen van
                                    ontslag.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Toekenning van bevoegdheden</titel></kop><al>De secretaris oefent voor de toepassing van deze verordening de
                                volgende wettelijke bevoegdheden van het bestuursorgaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de bevoegdheden van artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>de bevoegdheden van artikel 6:6, voor wat betreft het
                                        stellen van een termijn aan de indiener waarbinnen het
                                        verzuim in de zin van het niet voldoen aan de vereisten als
                                        gesteld in artikel 6:5 kan worden hersteld;</al></li><li nr="c."><al>de bevoegdheden van artikel 6:17 voor zover het betreft de
                                        verzending van stukken tijdens de behandeling door de
                                        commissie;</al></li><li nr="d."><al>de bevoegdheden van artikel 7:4; tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>de bevoegdheden van artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt
                                    terstond in handen van de commissie gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                    commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en
                                    deze zonodig uitnodigen daartoe ter zitting te verschijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                    zitting waarop de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de
                                    gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen
                                    horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan
                                    ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij
                                    in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de
                                    zitting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                    wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de secretaris op grond van het in het derde lid genoemde
                                    artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan
                                    mededeling aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende in de beslissing op bezwaar;</al></li><li nr="b."><al>het verwerend orgaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Handhaving orde</titel></kop><al>De voorzitter handhaaft de orde ter zitting. Hij is bevoegd wanneer
                                de orde op enigerlei wijze wordt verstoord maatregelen te
                                nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Presentiegeld</titel></kop><al>De voorzitters en de (plaatsvervangende) leden ontvangen voor het
                                bijwonen van de vergaderingen een vergoeding. Deze vergoeding
                                bedraagt per vergadering voor de leden een bedrag van € 175 en voor
                                de voorzitter een bedrag van € 200. Indien daartoe aanleiding
                                bestaat wordt het bedrag eens per twee jaar geïndexeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist, dat de meerderheid van
                                het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel
                                zijn plaatsvervanger, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Niet deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan
                                behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingen van de commissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren worden gesloten, wanneer een der aanwezige leden dit
                                    verzoekt, de voorzitter het nodig oordeelt of een belanghebbende
                                    dit verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
                                    worden vergaderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in de artikel 7:7 van de wet vermeldt de
                                    namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun
                                    hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een korte mededeling in van hetgeen over en
                                    weer gezegd is en overigens ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deur
                                    plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                    gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord maakt
                                    het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde
                                    bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
                                    opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                    voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                                    dit onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
                                    afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en
                                    de belanghebbenden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                    belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in
                                    het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van
                                    de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                                    hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk
                                    verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                    bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                    hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren,
                                    over het door haar uit te brengen advies.</al><lijst><li nr="a."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over
                                            het uit te brengen stemadvies.</al></li><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, dan beslist
                                            de stem van de voorzitter.</al></li><li nr="c."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies
                                            melding gemaakt, indien die minderheid dat
                                            verlangt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                    commissie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het
                                bezwaarschrift dient te beslissen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden aan de
                            gemeenteraad, burgemeester en wethouders en de burgemeester. Dit verslag
                            maakt vervolgens onderdeel uit van het Burgerjaarverslag. Zonodig
                            signaleert de commissie tussentijds – los van het jaarverslag – in de
                            richting van het desbetreffende bestuursorgaan ontwikkelingen waarvan de
                            aanpak niet kan worden uitgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening op de
                                    Bezwaarschriftencommissie.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking onder
                                    gelijktijdige intrekking van de Verordening op de
                                    Bezwaarschriftencommissie gemeente Schiedam, vastgesteld bij
                                    besluit van de gemeenteraad van 14 maart 2002, laatstelijk
                                    gewijzigd op 21 maart 2005.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.Gordijn, W.M. Verver-Aartsen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting wijziging Verordening op de
                    Bezwaarschriftencommissie</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Aanleiding</tussenkop><al>Op 1 januari 2010 wordt de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen van kracht.
                    Deze wet wordt geïntegreerd in de Algemene wet bestuursrecht. De nieuwe regeling
                    betekent o.a. dat indien het bestuursorgaan niet binnen de termijnen uit de Awb
                    beslist op een bezwaarschrift of op een aanvraag, het bestuursorgaan aan de
                    aanvrager een dwangsom verbeurt voor elke dag dat het in gebreke is. </al><al>Vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze wetswijziging is het noodzakelijk
                    om in de verordening op de Bezwaarschriftencommissie wijzigingen door te voeren
                    om tot een efficiëntere afhandeling van de bezwaarschriften te komen. Gebleken
                    is dat eerdere pogingen die moesten leiden tot het bevorderen van de
                    doorlooptijden onvoldoende resultaat hebben opgeleverd. </al><al>In de programmabegroting 2008 is vastgelegd dat in 2008 95% van de
                    bezwaarschriften binnen 14 weken is afgehandeld. Voor 2009 moet 100% van de
                    bezwaarschriften binnen de termijn worden afgehandeld.</al><tussenkop>Zittingsgericht werken</tussenkop><al>Door de gemeente Rotterdam wordt al enige tijd met succes gewerkt aan het
                    verkorten van de doorlooptijden van bezwaarschriften. Het ambtelijk horen voor
                    bepaalde categorieën bezwaarschriften en een verbetering van het ondersteunende
                    softwarepakket worden hiervoor als middel ingezet.</al><al>Gelet op de opgedane ervaring in Rotterdam is het niet noodzakelijk zelf het
                    wiel uit te vinden. Er is voor gekozen aansluiting te zoeken bij de werkwijze
                    van de gemeente Rotterdam inzake de volgende onderdelen: de verordening op de
                    Bezwaarschriftencommissie zoveel mogelijk naar Rotterdams model in te richten;
                    bij apart collegebesluit worden categorieën bezwaarschriften aangewezen merkt
                    die niet door de Bezwaarschriftencommissie zullen worden behandeld, maar ter
                    zake waarvan belanghebbenden ambtelijk zullen worden gehoord; de redactie van
                    brieven/besluiten aan belanghebbenden wordt overgenomen omdat deze uitmunt in
                    juridisch correct doch begrijpelijk taalgebruik; de inrichting van het
                    ondersteunende softwarepakket Octopus wordt overgenomen.</al><al>Om bovenstaande werkwijze op korte termijn te kunnen hanteren wordt een
                    samenwerkingsverband met de gemeente Rotterdam aangegaan. De nieuwe werkwijze
                    betekent frequenter vergaderen voor de kamers uit de bezwaarschriftencommissie.
                    De praktijk was een vergaderfrequentie van gemiddeld één keer per maand per
                    kamer. De nieuwe werkwijze betekent dat een bezwaarschrift bij binnenkomst
                    sneller voor een zitting zal worden geagendeerd. Dit betekent voor de kamers van
                    de commissie vaker maar korter vergaderen. Deze omslag is noodzakelijk om de
                    termijnen te kunnen halen.</al><al>De voorzitters en de (plv) leden worden benoemd voor een periode van maximaal
                    twee zittingsperiodes van de gemeenteraad. De eerste periode gaat in op het
                    moment dat een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad aanvangt
                    (waarschijnlijk in 2010).</al><al>Het presentiegeld wordt verhoogd. De nieuwe werkwijze brengt met zich mee dat de
                    frequentie van de zittingen zal toenemen maar dat de duur ervan afneemt. De
                    tijdsduur van de zitting is niet langer van invloed op de hoogte van de
                    vergoeding (de vergoeding voor een zogenaamde “dubbele zitting”). </al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 - begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de
                    Algemene wet bestuursrecht voor komen. Zo ontbreekt een omschrijving van het
                    begrip bestuursorgaan hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening
                    voorkomt.</al><al>Verschillende bestuursorganen kunnen in het licht van de toepassing van deze
                    verordening worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, in de
                            verordening aangeduid als verwerend orgaan. Dit kan betreffen de
                            gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de
                            burgemeester, een commissie waaraan via delegatie bepaalde bevoegdheden
                            van de hiervoor genoemde bestuursorganen zijn overgedragen en tenslotte
                            de ambtenaar aan wie uitvoeringsbevoegdheden van het college van
                            burgemeester en wethouders of de burgemeester zijn overgedragen.</al></li><li nr="-"><al>Het bestuursorgaan dat dient te beslissen op het ingediende
                            bezwaarschrift. Wanneer het gaat om de behandeling van bezwaarschriften
                            zijn het verwerend orgaan en het onderhavige bestuursorgaan één. Dit
                            volgt uit het karakter van de bezwaarschriftenprocedure als
                            heroverwegingsprocedure door het orgaan dat het oorspronkelijke en
                            bestreden besluit heeft genomen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 - bevoegdheid commissie</tussenkop><al>Het tweede lid geeft beperkingen aan op de algemene taak zoals die in het eerste
                    lid staat omschreven. De beperkingen hebben betrekking op categorieën
                    bezwaarschriften waarvoor thans reeds aparte commissies
                    functioneren.Voortzetting van die werkwijze wordt wenselijk geacht. </al><al>Het derde lid maakt het mogelijk bij collegebesluit te bepalen dat bij bepaalde
                    categorieën bezwaarschriften ambtelijk wordt gehoord. Deze werkwijze heeft tot
                    doel de doorlooptijden van de bezwaarschriften te verkorten. </al><al>Bij enige twijfel wordt het bezwaarschrift voor advies aan de
                    Bezwaarschriftencommissie voorgelegd. Ambtelijk horen vindt uitsluitend plaats
                    bij standaardzaken. </al><al>Het ambtelijk horen vindt plaats door de secretarissen van de
                    Bezwaarschriftencommissie. Ook is namens het bestuursorgaan een
                    vertegenwoordiger aanwezig.Teneinde de onafhankelijkheid en te waarborgen zal
                    nooit worden gehoord door personen die bij het bestreden besluit betrokken zijn
                    geweest. Bovendien staat beroep en hoger beroep open bij de
                    bestuursrechter.</al><al>Ter zake van de bezwaarschriften waarbij het horen door de secretaris van de
                    commissie heeft plaatsgevonden, ligt het in de rede dat de secretaris ook degene
                    is die het bestuursorgaan adviseert. </al><tussenkop>Artikel 3 - kamers</tussenkop><tussenkop>De kamers werken met een vaste bezetting en zo mogelijk met vaste
                    vervangers.Uitgangspunt is dat de leden gemiddeld evenveel zittingen bijwonen.
                    Hiermee wordt recht gedaan aan het evenwichting inzetten van de leden en het
                    optimaal benutten van de specifieke kennis van de leden.</tussenkop><tussenkop>Artikel 4 – samenstelling van de commissie</tussenkop><al>De voorzitters en (plaatsvervangende) leden worden benoemd en ontslagen door het
                    college van burgemeester en wethouders. Voorheen werden de commissieleden
                    benoemd door zowel burgemeester, college als de gemeenteraad. De afgelopen jaren
                    is gebleken dat het overgrote deel van de bezwaarschriften is gericht tegen
                    besluiten van het college. Het ligt dan ook in de rede dat het college de leden
                    van de commissie benoemt en ontslaat. Sinds de invoering van het dualisme is het
                    gebruikelijk dat het college de leden benoemt en ontslaat.</al><al>De commissie selecteert kandidaat-leden en legt vervolgens een voordracht voor
                    aan het college, nadat de portefeuillehouder met de keuze van de kandidaten
                    heeft ingestemd.</al><tussenkop>Artikel 5 - secretaris</tussenkop><al>Het secretariaat wordt uitgeoefend door de teamleider juridische zaken.</al><al>De secretarissen van elk van de kamers zijn door burgemeester en wethouders
                    aangewezen ambtenaren.</al><tussenkop>Artikel 7 – toekenning van bevoegdheden</tussenkop><al>De in dit artikel aangehaalde artikel(led)en van de Awb luiden als volgt:</al><tussenkop>Artikel 2:1, tweede lid</tussenkop><al>2.Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging
                    verlangen.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Deze bepaling is facultatief geformuleerd; de secretaris is dan ook vrij al dan
                    niet van deze bevoegdheid gebruik te maken.</al><tussenkop>Artikel 6:5</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de indiener;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep
                                    is gericht;</al></li><li nr="d."><al>de gronden van het bezwaar of beroep.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit
                            waarop het geschil betrekking heeft overgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en
                            een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep
                            noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een
                            vertaling.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6:6</tussenkop><al>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
                    vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit
                    niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad
                    het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Doordat de bevoegdheid tot advisering over bezwaarschriften die niet voldoen aan
                    het bepaalde in de artikelen 6:5 en 6:7 van de wet is opgedragen aan de
                    secretaris, wordt de termijn waarbinnen het verzuim dient te worden hersteld,
                    eveneens bepaald door de secretaris.</al><al>Er is vanaf gezien in de verordening een vaste termijn daarvoor op te nemen
                    omdat het niet goed mogelijk is in algemene zin voor alle gevallen aan te geven
                    hoe lang deze termijn zou moeten zijn. Uitgangspunt is wel dat er sprake moet
                    zijn van een redelijke termijn (in de meeste gevallen zal met een termijn van
                    twee weken na het einde van de bezwarentermijn kunnen worden volstaan).
                    Enerzijds moet de indiener een reële mogelijkheid worden geboden het
                    geconstateerde verzuim te herstellen, anderzijds moet het niet zo zijn dat door
                    een te lange termijn de procedure wordt vertraagd.</al><tussenkop>Artikel 6:17</tussenkop><al>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op
                    het bezwaar of beroep te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in
                    ieder geval aan de gemachtigde.</al><tussenkop>Artikel 7:4, tweede lid</tussenkop><al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking
                    hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende tenminste een week voor
                    belanghebbenden ter inzage.</al><tussenkop>Artikel 7:6, vierde lid</tussenkop><al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                    toepassing van het</al><al>derde lid achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is
                    geboden (...).</al><al>(Het derde lid van dit artikel luidt:</al><al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid.)</al><tussenkop>Artikel 9 – hoorzitting</tussenkop><al>De secretaris is bevoegd inzake het uitvoering geven aan artikel 7:3 Awb</al><al>De in het derde lid genoemde artikelen van de wet geven aan in welke gevallen
                    van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien. Voor wat betreft een
                    ingediend bezwaarschrift is dat het geval indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><al>Zoals uit de toelichting bij artikel 1 volgt zijn in de bezwaarprocedure het
                    verwerende orgaan en het bestuursorgaan dat op een ingediend bezwaarschrift
                    dient te beslissen één. </al><al>In de beroepsprocedure is dat niet het geval. Het ligt voor de hand dat indien
                    het verwerend orgaan aan het bezwaar van de belanghebbende volledig tegemoet
                    denkt te kunnen komen het daarover met de secretaris van de commissie contact
                    opneemt. In dit verband zij ook gewezen op de artikelen 6:18 en 6:19 Awb. In
                    artikel 6:18 gaat het over het tijdens het aanhangig zijn van bezwaar of beroep
                    intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In artikel 6:19 wordt bepaald
                    dat indien een bestuursorgaan een dergelijk intrekkings- of wijzigingsbesluit
                    heeft genomen het bezwaar of beroep geacht wordt mede gericht te zijn tegen het
                    nieuwe besluit tenzij dat besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet
                    komt. </al><al>De bevoegdheid hierover te beslissen wordt middels de verordening toegekend aan
                    de secretaris van de commissie. De secretaris van de commissie beslist over het
                    afzien van het horen. Deze beslissing is dus niet aan het bestuursorgaan dat het
                    bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook niet mogelijk zijn gelet
                    op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is bepaald dat de commissie,
                    voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, beslist over de
                    toepassing van artikel 7.3.</al><tussenkop>Artikel 13 - niet deelneming aan de behandeling</tussenkop><al>Dit artikel vormt het equivalent van artikel 2:4 Awb, dat verbiedt dat tot het
                    bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk
                    belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.</al><tussenkop>Artikel 14- openbaarheid zitting</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid, Awb besluit het bestuursorgaan, voor zover
                    niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid, Awb wordt deze bevoegdheid aan de daar
                    bedoelde commissie toegekend.</al><al>Verder wordt hier gewezen op artikel 85 Gemeentewet waarin onder andere is
                    bepaald dat ten aanzien van een commissie die is belast met het voorbereiden van
                    door de raad te nemen beslissingen op bezwaarschriften de raad tevens de
                    openbaarheid van de vergaderingen regelt.In de onderhavige bepaling is
                    vastgelegd dat de zitting - het horen - in principe in het openbaar plaatsvindt.
                    Uitzondering op deze regel blijft mogelijk bijvoorbeeld in geval dat bijzonder
                    persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard dan wel andere
                    zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen. De zitting dient te
                    worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie, die ingevolge
                    artikel l5 van de verordening achter gesloten deuren plaats heeft.</al><tussenkop>Artikel 15 - schriftelijke vastlegging</tussenkop><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. De inhoudelijke vereisten aan het verslag worden niet door de Awb
                    geregeld. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de verordening een
                    vaste procedure wordt opgenomen.</al><al>Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het
                    aanwezig publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag
                    duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen
                    naar voren is gebracht.</al><tussenkop>Artikel 16- nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren.</al><al>Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te
                    horen. De onderhavige bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te
                    verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. In de artikelen 7:9 en 7:23
                    wordt bepaald dat, indien het in voor bedoeld geval feiten of omstandigheden
                    betreft die voor de op bezwaar of beroep te nemen beslissing van aanmerkelijk
                    belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt medegedeeld en dat zij opnieuw
                    in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.</al><tussenkop>Artikel 17 - raadkamer en advies</tussenkop><al>Zie ook de toelichting bij artikel 14. De hoorzitting is in principe openbaar,
                    de hier bedoelde beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats.</al><tussenkop>Artikel 18 - uitbrengen advies</tussenkop><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid, Awb maakt in de bezwaarschriftenprocedure het
                    verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    advies schriftelijk uitgebracht. De regeling inzake het administratief beroep in
                    afdeling 7.3 Awb kent een dergelijk voorschrift niet. Ook hier verdient het
                    evenwel aanbeveling dat het advies schriftelijk wordt uitgebracht en dat het
                    verslag daarvan deel uitmaakt. Om die reden is het eerste lid van deze bepaling
                    als zodanig geformuleerd.</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 (bezwaarschrift) van de Awb
                    tien weken behoudens in het geval van opschorting of van gebruikmaking van de
                    mogelijkheid van verdaging.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>