<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58027_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-74823.html">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie SoZaWe 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/Hoofdstuk5/53/Artikel47">Participatiewet, art. 47</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>sector samenleving</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Brielle;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2014,
                        volgnummer 54;</al><al/><al>gelet op: </al><al>- artikel 47 van de Participatiewet; </al><al>- het advies van de commissie Samenleving van 22 september 2014;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zaken
                        en Werkgelegenheid (SoZaWe) 2015 en de daarop betrekking hebbende algemene
                        en artikelsgewijze toelichting </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>A. belangenorganisatie: een maatschappelijke organisatie die belangen
                            behartigt van cliënten van de gemeente Brielle; </al><al>B. cliënten: alle personen binnen de gemeente Brielle zoals genoemd in
                            artikel 7, eerste lid van de Participatiewet, personen die een Ioaw- of
                            Ioaz-uitkering ontvangen en personen zoals genoemd in artikel 1 Wsw; </al><al>C. cliëntenparticipatie: de gestructureerde wijze waarop de gemeente
                            Brielle de belanghebbenden betrekken in de beleidsvorming, uitvoering en
                            evaluatie van de wet; </al><al>D. cliëntenraad: de cliëntenraad als bedoeld in artikel 47 van de
                            Participatiewet en artikel 2 lid 3 van de Wsw (gezamenlijke cliëntenraad
                            SoZaWe Bernisse, Brielle en Spijkenisse); </al><al>E. raad: de (opiniërende) raad van de gemeente Brielle; </al><al>F. de afdelingen: de afdeling Inkomen, de afdeling Werk en de afdeling
                            beleid en strategie van de sector Inwoners van de gemeente Spijkenisse; </al><al>G. de directeur: de directeur van de sector Inwoners van de gemeente
                            Spijkenisse; </al><al>H. de gemeente: de gemeente Brielle; </al><al>I. de wet: de Participatiewet, Wet sociale werkvoorziening, Wet
                            Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                            werknemers, Wet Inkomstenvoorziening Oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; </al><al>J. ervaringsdeskundige: een uit het cliëntenbestand voortkomend
                            cliëntenraadslid, dat vanwege zijn ervaring als cliënt zitting heeft in
                            de cliëntenraad; </al><al>K. het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                            gemeente Brielle; </al><al>L. intermediair: vertegenwoordiger van een belangenorganisatie in de
                            cliëntenraad, die door het bestuur van de betreffende organisaties als
                            zodanig is aangewezen; </al><al>M. portefeuillehouder: wethouder van de gemeente Brielle die Sociale
                            Zaken en Werkgelegenheid in diens portefeuille heeft; </al><al>N. secretaris: administratieve ondersteuning vanuit de gemeente
                            Spijkenisse, die geen lid is van de cliëntenraad; </al><al>O. SoZaWe: Sociale Zaken en Werkgelegenheid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Algemeneen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente heeft samen met de gemeenten Bernisse en Spijkenisse één
                                cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de onderhavige verordening ‘Cliëntenparticipatie SoZaWe 2015’
                                wordt de wijze waarop de personen of hun vertegenwoordigers worden
                                betrokken bij de uitvoering van deze wetten vastgelegd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Cliëntenraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad telt tenminste acht en ten hoogste dertien leden.
                                Voor de samenstelling van de cliëntenraad wordt verwezen naar het
                                reglement van de cliëntenraad SoZaWe. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad bestaat uit intermediairs èn ervaringsdeskundigen,
                                die zo veel mogelijk een afspiegeling vormen van de cliënten en de
                                cliëntenaantallen van de gemeenten Bernisse, Brielle en Spijkenisse.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad wordt geleid door een onafhankelijk (technisch)
                                voorzitter, die cliënt noch lid is, noch werkzaam is onder
                                verantwoordelijkheid van het bestuur van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De cliëntenraad wordt ondersteund door een secretaris, die geen lid
                                is van de cliëntenraad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Benoeming van de cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college van
                                Brielle, na goedkeuring van het college van de gemeenten Bernisse en
                                Spijkenisse, op voordracht van de cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zittingsduur van de leden bedraagt een termijn van vier jaar.
                                Leden zijn maximaal twee keer herbenoembaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Beëindiging van het lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van leden eindigt: </al><al>a. Indien het betreffende lid schriftelijk aangeeft geen deel meer
                                uit te willen maken van de cliëntenraad; </al><al>b. aan het einde van de zittingsperiode, indien besloten wordt het
                                betreffende lid niet te herbenoemen of de ervaringsdeskundige niet
                                meer tot de cliënten behoort; </al><al>c. Indien het bestuur van de betreffende belangenorganisatie
                                schriftelijk aangeeft niet langer vertegenwoordigd te willen zijn in
                                de cliëntenraad; </al><al>d. aan het einde van de zittingsperiode, indien het bestuur van de
                                betreffende belangenorganisatie besluit een andere kandidaat voor te
                                dragen; </al><al>e. wanneer hij niet langer werkzaam is bij of onder verband van de
                                betreffende belangenorganisatie; </al><al>f. wanneer het bestuur van de betreffende belangenorganisatie
                                schriftelijk aangeeft dermate ontevreden te zijn over zijn
                                functioneren, dat correcte vertegenwoordiging in de cliëntenraad
                                onmogelijk is geworden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Beëindiging van het lidmaatschap van de cliëntenraad op grond van
                                onderdeel f van het derde lid vindt niet plaats voordat het lid van
                                de cliëntenraad is gehoord. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Beëindiging van het lidmaatschap als bedoeld in het eerste lid sub.
                                a en b. wordt schriftelijk bevestigd namens het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de cliëntenraad wordt benoemd door het college op
                                voordracht van de cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter wordt voor een termijn van vier jaar benoemd. Na het
                                beëindigen van de zittingsduur kan deze door de cliëntenraad
                                gevraagd worden nogmaals een termijn als voorzitter te fungeren. De
                                maximale achtereenvolgende zittingsduur bedraagt drie termijnen.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Functioneren van de cliëntenraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Cliëntenparticipatie strekt zich uit over de door de gemeente te
                                beïnvloeden beleidsonderdelen en uitvoering van de wet, inclusief
                                aanverwante regelgeving en de dienstverlening hieromtrent. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd een niet-bindend
                                advies te geven aan de portefeuillehouder, directeur, het college en
                                de raad over in het eerste lid genoemde zaken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad behartigt de belangen van de cliënten als geheel
                                en/of van bepaalde subgroepen daar-binnen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De cliëntenraad is niet bevoegd: </al><al>a. uitspraken te doen over individuele cliënten (klachten,
                                bezwaarschriften e.d.) tenzij het onderwerpen betreft met een
                                algemeen karakter; </al><al>b. uitspraken te doen over medewerkers van de afdelingen, tenzij het
                                zaken betreft met een algemeen karakter; </al><al>c. te adviseren over onderdelen van beleidsterreinen die door andere
                                overheden of instanties dan de gemeente worden ingevuld en/of
                                uitgevoerd; </al><al>d. te adviseren over de verplichte uitvoering door de gemeentelijke
                                organen van wettelijke voorschriften, voor zover bij deze uitvoering
                                geen ruimte voor eigen gemeentelijk beleid is gelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><al>De directeur draagt er zorg voor dat de cliëntenraad vroegtijdig wordt
                            voorzien van alle informatie die voor een goed functioneren van de
                            cliëntenraad noodzakelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Overleg tussen portefeuillehouder en cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenminste drie maal per jaar vindt overleg plaats tussen de
                                voorzitter van de cliëntenraad, de portefeuillehouder en het hoofd
                                van één van de afdelingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van één van de in het eerste lid genoemde personen,
                                kunnen anderen aan dit overleg deelnemen, tenzij een van de
                                cliëntenraadsleden hier bezwaar tegen heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente Spijkenisse stelt de volgende faciliteiten ter
                                beschikking aan de cliëntenraad: </al><al>a. een vergaderruimte (op verzoek); </al><al>b. de mogelijkheid gebruik te maken van kopieervoorzieningen,
                                telefoon e.d. van de afdelingen en van de mogelijkheid post te
                                verzenden; </al><al>c. ondersteuning van de afdeling Communicatie en Representatie bij
                                de publiciteit rondom (activiteiten van) de cliëntenraad; </al><al>d. een in de gemeentebegroting opgenomen budget ten behoeve van de
                                cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder d genoemde budget wordt onder andere
                                gebruikt voor: </al><al>a. aan cliëntenparticipatie verbonden directe kosten; </al><al>b. een maandelijkse algemene onkostenvergoeding per
                                cliëntenraadslid, voor zover het lid voor de werkzaamheden binnen de
                                cliëntenraad geen salaris of andere onkostenvergoeding ontvangt; </al><al>c. een onkostenvergoeding voor een vervangend lid bij vervanging in
                                de maandelijkse vergadering; </al><al>d. een maandelijkse onkostenvergoeding voor de voorzitter van de
                                cliëntenraad; </al><al>e. kosten van scholing, training en opleiding; </al><al>f. facilitaire kosten zoals briefpapier en voorlichtingsmateriaal; </al><al>g. specifieke onkosten van cliëntenraadsleden die betrekking hebben
                                op activiteiten in verband met het werk voor de cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onkostenvergoeding als bedoeld in het tweede lid sub. b, c en d
                                wordt door het college vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitgaven uit het in het eerste lid onder e genoemde budget worden
                                geautoriseerd door de directeur. Autorisatie vindt plaats, tenzij
                                uitgaven: </al><al>a. zich niet verdragen met gemeentelijk beleid; </al><al>b. naar verwachting leiden tot overschrijding van het budget; </al><al>c. onverenigbaar zijn met de normen van redelijkheid en billijkheid
                                die gelden binnen de gemeente Spijkenisse. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reglement</titel></kop><al>De cliëntenraad stelt een reglement vast waarin in ieder geval de
                            besluitvormingsprocedure van de betreffende cliëntenraad en de orde
                            tijdens vergaderingen wordt geregeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2015. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening cliëntenparticipatie SoZaWe Brielle 2012 wordt
                                gelijktijdig met de inwerkingtreding van de onderhavige verordening
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘verordening cliëntenparticipatie
                            SoZaWe 2015’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de gemeenteraad van Brielle</al><al>in de openbare vergadering van 14oktober 2014</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, L.C.M. van Steijn</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,mw. G.W.M. van Viegen</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel>algemeen</titel></kop><al>Toelichting algemeen</al><al/><al>De Participatiewet schrijft in artikel 47 voor dat cliëntenparticipatie dient
                    plaats te vinden en dat een verorde-ning dient te worden vastgesteld door de
                    raad. Uit artikel 42 van de IOAW en artikel 42 van de IOAZ volgt dat het college
                    zorg moet dragen voor de realisatie en vormgeving van cliëntenparticipatie.
                    Ingevolge die bepalingen is de ‘Verordening cliëntenparticipatie SoZaWe 2015’
                    tot stand gekomen.</al><al/><al>De regering hecht sterk aan actieve betrokkenheid van burgers die met de
                    Participatiewet te maken krijgen.</al><al/><al>Met goede cliëntenparticipatie is de cliënt gediend, doordat deze als geen ander
                    weet wat de uitwerking is van beleid en uitvoering van de gemeentelijke sociale
                    zekerheid. De meest vergaande vorm van cliëntenparticipatie is een cliëntenraad,
                    waarin (ook) cliënten zelf zitting hebben. Een cliëntenraad hoeft echter niet de
                    enige vorm van participatie te zijn. Diverse vormen van cliëntenparticipatie
                    kunnen naast elkaar en in aanvulling op elkaar bestaan.</al><al/><al>Deze verordening dient meerdere doelen. Ten eerste geldt het uitgangspunt van de
                    regelingen dat cliënten en/of hun vertegenwoordigers betrokken moeten worden bij
                    de uitvoering van de wet. Ten tweede kan cliën-tenparticipatie, vormgegeven in
                    een cliëntenraad, gebruikt worden als middel om te komen tot
                    kwaliteitsverbetering van uitvoering en beleid. Een belangrijke randvoorwaarde
                    hierbij is dat de cliëntenraad ruimte krijgt voor het uitdragen van een eigen
                    identiteit. In deze verordening is een balans gezocht tussen het belang van de
                    gemeente Brielle in zinvolle cliëntenparticipatie en het belang van de
                    cliëntenraad tot zelfstandige belangenbehartiging en het creëren van een eigen
                    identiteit.</al><al/><al/><al><vet>Toelichting artikelsgewijs</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1: </vet></al><al>Voor de diverse omschrijvingen is aansluiting gezocht bij de formuleringen in de
                    Participatiewet, Wsw en/of bestaande regelgeving.</al><al/><al>Onder B: Cliënten die behoren tot de categorie als bedoeld in artikel 7, lid 1
                    Participatiewet is een brede doel-groep. Het betreft de groep die voor
                    voorzieningen in aanmerking komt (mensen met een bijstandsuitkering voor
                    levensonderhoud, mensen met een uitkering op grond van de Algemene
                    nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden) en de groep die voor het
                    minimabeleid, waaronder bijzondere bijstand, in aanmerking komt (artikel 7, lid
                    1 sub b Participatiewet). Daarbij is in de definitie opgenomen mensen die een
                    Ioaw- of Ioaz-uitkering ontvangen. Ook zelfstandigen die een beroep doen op
                    ondersteuning via de bijstand (Bijstandsbesluit Zelfstandigen - Bbz) worden
                    gerekend tot de cliënten.</al><al/><al>Onder D: de gemeente Brielle vormt één gezamenlijke cliëntenraad met de
                    gemeenten Bernisse en Spijkenisse.</al><al/><al>Onder G: Met de directeur wordt bedoeld de persoon die de sector Inwoners van de
                    gemeente Spijkenisse als geheel aanstuurt en die hiërarchisch staat boven de
                    afdelingshoofden van de afdelingen.</al><al/><al>Onder J: Een ervaringsdeskundige heeft op het moment van selectie en benoeming
                    een uitkering voor levens-onderhoud op grond van de Participatiewet, Ioaw of
                    Ioaz, dan wel behoort tot de doelgroep van de Wsw als bedoeld in artikel 1 Wsw.
                    De rol binnen de cliëntenraad is de ervaring als cliënt in zijn algemeenheid en
                    als cliënt van SoZaWe Brielle in het bijzonder, kenbaar te maken. Een
                    ervaringsdeskundige gebruikt de eigen ervaring voor algemene advisering.
                    Ervaringsdeskundigen mogen hun positie binnen de cliëntenraad niet gebruiken om
                    individuele belangen te behartigen.</al><al/><al><vet>Artikel 2: </vet></al><al>Geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 3:</vet></al><al>Eerste lid </al><al>Getracht moet worden het maximale aantal cliëntenraadsleden zoveel mogelijk te
                    handhaven. De verhouding tussen de intermediairs en ervaringsdeskundigen mag
                    alleen worden verstoord, indien het maximale aantal niet langer kan worden
                    gehandhaafd, bijvoorbeeld door vertrek van een van de leden. Wanneer een
                    intermediair vertrekt, moet die plek opgevuld worden door een nieuwe
                    intermediair. Voor ervaringsdeskundigen geldt hetzelfde. Wanneer een plek niet
                    kan worden opgevuld, dient deze tijdelijk vacant te blijven. Na een door de
                    cliëntenraad te bepalen periode kan dan opnieuw worden getracht de leeggevallen
                    plek in te vullen.</al><al/><al>Tweede lid </al><al>Een afspiegeling van de cliënten vindt op hoofdlijnen plaats. Hierbij wordt zo
                    mogelijk rekening gehouden met de globale verdeling man-vrouw,
                    leeftijdscategorie, ervaringsdeskundigheid (uitkeringssoort/dienstverband) en
                    soort belangenbehartiging. Getracht moet worden tenminste een alleenstaande
                    ouder met een kind onder de 12 jaar te benoemen. Met de komst van de
                    participatiewet moet daarnaast worden getracht tenminste een jonggehandicapte te
                    benoemen. De belangen van arbeidsgehandicapten kunnen worden vertegenwoordigd
                    door een ervaringsdeskundige of een belangenorganisatie.</al><al/><al><vet>Artikel 4: </vet></al><al>Dit artikel behandelt de benoeming van cliëntenraadsleden. Waar wordt gesproken
                    over leden worden erva-ringsdeskundigen en intermediairs bedoeld.</al><al/><al><vet>Artikel 5: </vet></al><al>Dit artikel behandelt de beëindiging van het lidmaatschap van
                    cliëntenraadsleden.</al><al/><al>Eerste lid </al><al>Waar wordt gesproken over leden worden ervaringsdeskundigen en intermediairs
                    bedoeld.</al><al/><al>Tweede lid </al><al>Het horen vindt plaats door een vertegenwoordiger van het college in
                    aanwezigheid van de voorzitter van de cliëntenraad. De vertegenwoordiger van het
                    college maakt een afweging tussen de belangen van de cliëntenraad als geheel en
                    de belangen van het lid. Daarin wordt meegewogen in hoeverre de cliëntenraad, al
                    dan niet bij aftreden van het lid, in staat is of blijft haar taken uit te
                    voeren. De afweging vormt onderdeel van het colle-gebesluit.</al><al/><al><vet>Artikel 6: </vet></al><al>Geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 7:</vet></al><al>Eerste lid </al><al>Voor de uitvoering van beleid geldt dat de cliëntenparticipatie zich mede
                    uitstrekt tot aanverwante regelgeving, waartoe ook regelingen omtrent
                    zelfstandigen die een vorm van bijstand ontvangen behoren. Verder behoren
                    hiertoe Algemene Maatregelen van Bestuur die zijn uitgevaardigd als uitwerking
                    van de Participatiewet, Ioaw of Ioaz, en dergelijke. Tot slot strekt de
                    cliëntenparticipatie zich uit tot de dienstverlening van de afdelingen met
                    betrekking tot het uitvoeren van bovengenoemde wet- en regelgeving.</al><al/><al>Tweede lid </al><al>De cliëntenraad kan te allen tijde advies geven aan portefeuillehouder,
                    directeur en/ of het college over in artikel 7, eerste lid genoemde zaken. Het
                    betreft echter een niet-bindend advies, hetgeen betekent dat de
                    portefeuillehouder, directeur en/ of het college het advies naast zich neer kan
                    leggen.</al><al/><al>Wanneer schriftelijk advies is gevraagd aan de cliëntenraad, wordt advies
                    gegeven aan het adviesvragend orgaan. Indien het gevraagde advies een
                    collegebesluit betreft dat wordt voorgelegd aan de raad, kan bij een afwijkend
                    advies tevens gebruik worden gemaakt van het spreekrecht bij de betreffende
                    raadvergadering.</al><al/><al>Wanneer de cliëntenraad ongevraagd adviseert, hangt het af van het onderwerp of
                    het advies is gericht aan de portefeuillehouder, directeur en/ of het college.
                    Advisering die uitvoering of dienstverlening betreft wordt gedaan aan de
                    directeur. Beleidsadvisering omtrent een collegevoorstel of –besluit wordt
                    gedaan aan het college. Beleidsadvisering in een beleidsvoorbereidend stadium
                    wordt gedaan aan de directeur.</al><al/><al>Derde lid </al><al>Behartiging van de belangen van cliënten kan ook (doel)groepen daarbinnen
                    betreffen. Als groep binnen de cliënten kan niet worden gezien een of enkele
                    personen, waarbij het een specifieke situatie betreft.</al><al/><al>Vierde lid </al><al>Een duidelijke grens aan de bevoegdheden van de cliëntenraad wordt gesteld om de
                    scheiding tussen taken en rol van de gemeente en taken en rol van de
                    cliëntenraad aan te brengen. De cliëntenraad behoort niet in de wettelijke of
                    organisatorische taken van de gemeente te treden of in taken waarin de gemeente
                    geen zelfstan-dige beleidsbevoegdheid heeft. Mochten bezwaarschriften of
                    individuele klachten worden ontvangen door de cliëntenraad, worden deze
                    doorgestuurd naar de afdelingen. De cliëntenraad is wel bevoegd de bezwaren of
                    klachten te veralgemeniseren indien deze vaker voorkomen, en als algemene
                    beperking binnen beleid, uitvoe-ring of dienstverlening aan de orde te
                    stellen.</al><al/><al><vet>Artikel 8:</vet></al><al> Geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 9:</vet></al><al>Tweede lid </al><al>Het uitbreiden van het aantal deelnemers aan het overleg tussen gemeente en
                    cliëntenraad vindt plaats op incidentele basis, wanneer inhoudelijke of
                    organisatorische redenen dit noodzakelijk maken.</al><al/><al><vet>Artikel 10:</vet></al><al>Eerste lid </al><al>De faciliteiten die ter beschikking van de cliëntenraad worden gesteld, blijven
                    onder verantwoordelijkheid vallen van de gemeente Spijkenisse. Het budget dat
                    beschikbaar is voor de cliëntenraad staat onder beheer van de afdelingen. De
                    cliëntenraad geeft aan voor welke uitgaven zij het budget wenst te
                    gebruiken.</al><al/><al>Vierde lid </al><al>De directeur autoriseert de uitgaven, tenzij in strijd met in dit lid genoemde
                    punten. Het uitgangspunt is dat de cliëntenraad voldoende financiële vrijheid
                    wordt verleend om haar taken naar wens uit te kunnen voeren.</al><al/><al><vet>Artikel 11: </vet></al><al>Dit artikel bepaalt de noodzaak van een reglement voor de cliëntenraad.</al><al/><al><vet> Artikel 12: </vet></al><al>In onvoorziene omstandigheden, beslist het college. Beslissingen op basis van
                    dit artikel vinden plaats na over-leg met de cliëntenraad.</al><al/><al><vet>Artikel 13:</vet></al><al>Tweede lid Deze verordening treedt in de plaats van de verordening
                    cliëntenparticipatie 2012 Brielle. De verordening wordt gelijktijdig met de
                    inwerkingtreding van de onderhavige verordening ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 14: </vet></al><al>Geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>