<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57911_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening parkeerbelastingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2009, 48</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 234</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB09.0147</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening parkeerbelastingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al> parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                personen, dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="b"><al> houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                motorrijtuig, dat is ingeschreven in het krachtens de
                                Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554) aangehouden register van opgegeven
                                kentekens als houder wordt aangemerkt degene wiens naam in het voor
                                het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                het register was ingeschreven;</al></li><li nr="c"><al> parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip
                                van verzamelparkeer-meters, en hetgeen naar maatschappelijke
                                opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam van "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><lijst><li nr="a"><al> een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een
                                bij, dan wel een krachtens deze verordening in de daarin aangewezen
                                gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen
                                plaats, tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b"><al> een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                                vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
                            degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a"><al> degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                    heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b"><al> zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
                                    onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig,
                                    met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="1e"><al> indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                            huurovereenkomst wordt overgelegd, waaruit blijkt wie
                                            ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst
                                            de huurder van het voertuig was; niet de houder maar de
                                            huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig
                                            heeft gepareerd;</al></li><li nr="2e"><al> indien blijkt, dat een ander in het kentekenregister
                                            had moeten staan ingeschreven, die ander wordt
                                            aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                                            geparkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
                            degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die
                            het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk
                            maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
                            voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs
                            niet heeft kunnen voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
                            degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing en termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt
                            het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
                            parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze met inachtneming van de
                            door het college van burgemeester en wethouders gestelde
                            voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
                            aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
                            tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
                            aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de
                            aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt
                            verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing van parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in </al><al>artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen
                        door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken
                        besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevoegdheid tot het gebruik wielklem en wegsleepregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de
                            belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook
                            een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het
                            voertuig wordt weggereden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                            ambtenaar wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de
                            terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien na het aanbrengen van de wielklem 48 uren zijn verstreken kan
                            het voertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
                            van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar aangewezen plaats worden
                            overgebracht en in bewaring worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                            artikel 2, onderdeel a, bedragen € 51,--.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem
                            bedragen € 45,38.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De kosten voor de overbrenging en bewaring bedragen € 88,50 voor het
                            overbrengen en € 4,53 per dag voor het bewaren.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te
                            brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 mei 2007.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                parkeerbelastingen".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 maart 1996.</ondertekening><ondertekening>W. K. Hoekzema, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.D. de Bruin, secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al>Goedgekeurd bij besluit van 29 maart 1996, no. 96/4/u8. Afgekondigd op 10 april
                    1996, in werking getreden op 1 mei 1996.</al><al>In deze verordening zijn opgenomen de wijzigingen vastgesteld bij raadsbesluit
                    van </al><lijst><li nr="a."><al>3 november 1997, afgekondigd op 10 november 1997, treedt in werking op
                            18 november 1997;</al></li><li nr="b."><al>25 februari 1998, afgekondigd op 26 februari 1998, treedt in werking op
                            6 maart 1998;</al></li><li nr="c."><al>14 december 1998, afgekondigd op 18 december 1998, treedt in werking op
                            26 december 1998;</al></li><li nr="d."><al>5 april 2000, afgekondigd op 25 april 2000, treedt in werking op 3 mei
                            2000;</al></li><li nr="e."><al>6 juni 2001 (no. 58/BD), afgekondigd op 21 juni 2001, treedt in werking
                            op 29 juni 2001;</al></li><li nr="f."><al>6 juni 2001 (no. 57a/BD), afgekondigd op 21 juni 2001, treedt in werking
                            op 1 januari 2002.;</al></li><li nr="g."><al>12 november 2001(no. 123/BD), afgekondigd op 19 november2001, treedt in
                            werking op 27 november 2001;</al></li><li nr="h."><al>4 november 2002,(no. 130/S&amp;B), afgekondigd op 25 november, treedt in
                            werking op 3 december 2002;</al></li><li nr="i."><al>10 december 2003, (no. 165/S&amp;B en 168/BD), afgekondigd op 12
                            december, treedt in werking op 20 december 2003;</al></li><li nr="j."><al>14 december 2005, (no. 140/RWO), afgekondigd op 12 januari 2006, treedt
                            in werking op 20 januari 2006;</al></li><li nr="h."><al>8 maart 2007, (no. 25/RWO), afgekondigd op 10 april, treedt in werking
                            op 1 mei 2007.</al></li><li nr="i."><al>3 november 2008, bl09.01938, afgekondigd op 5 november 2008, treedt in
                            werking op 1 januari 2009 </al></li><li nr="j."><al>11 november 2009, afgekondigd op 26 november 2009, treedt in werking op
                            1 januari 2010.</al><al/></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen</titel></kop><al/><al>1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2,
                    onderdeel a, bedraagt:</al><al>Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart ingedeeld
                    als zone 1:</al><al>per tijdsduur van 60 minuten: €<vet> 1,70 </vet></al><al>Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart ingedeeld
                    als zone 2:</al><al>per tijdsduur van 60 minuten: €<vet> 1,10 </vet></al><al>Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart ingedeeld
                    als zone 3:</al><al>per tijdsduur van 60 minuten: €<vet> 1,40 </vet></al><al>Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart ingedeeld
                    als zone 4:</al><al>per tijdsduur van 60 minuten: €<vet> 1,10 *)</vet></al><al> voor belanghebbenden woonachtig of bedrijf houdende in zone 4 en die in het
                    bezit zijn van een belanghebbenden pas, per tijdsduur van 60 minuten: €<vet>
                        0,60</vet></al><al>met een maximum van € 60,-- per jaar;</al><al>Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart ingedeeld
                    als zone 5:</al><al>per tijdsduur van 60 minuten, met een maximum van 1 uur: €<vet> 1,70 </vet></al><al/><al>2 Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b,
                    bedraagt:</al><al> a wanneer de aanvrager woont in een gebied waar mede door de vergunninghouders
                    te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en deze zijn gelegen in de
                    tariefzone 1 en/of 2, voor het dichtst bij woning gelegen parkeerterrein, per
                    jaar: €<vet> 35,00</vet></al><al> b wanneer de aanvrager een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar mede
                    door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                    deze zijn gelegen in de tariefzone 1 en/of 2 en aantoont dat het in het belang
                    is van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                    motorvoertuig te parkeren:</al><lijst><li nr="-"><al>in zone 1 voor zes dagen per week € 350,00 per jaar (€ 30,00 per maand
                            of gedeelte daarvan);</al></li><li nr="-"><al>in zone 2 voor zes dagen per week € 175,00 per jaar (€ 15,00 per maand
                            of gedeelte daarvan).</al><al> c wanneer de aanvrager woont in tariefzone 4a waar mede door de
                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                            zijn:</al><al> voor zone 4a en zone 2c, €<vet> 35,00</vet> per jaar (€ 8,84 per
                            kwartaal of gedeelte daarvan);</al><al> d wanneer de aanvrager een beroep of bedrijf uitoefent in tariefzone 4a
                            waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                            aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang is van diens beroep- of
                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te
                            parkeren:</al><al> voor zone 4a en 2c, €<vet> 175,00</vet> per jaar (€ 15,00 per maand of
                            gedeelte daarvan).</al><al/></li></lijst><al><vet>de parkeertarieven voor het Bernhardplein en de voor het parkeren op dit
                        plein af te geven abonnementen als volgt vast te stellen</vet>:</al><al>voor de eerste 2 uren €<vet> 1,70</vet> per uur</al><al>voor ieder volgende <cursief>uur</cursief> € <vet> 2,10 </vet> per uur</al><al>een abonnement voor:</al><al>een bewoner € <vet> 68,00</vet> per jaar</al><al>een bedrijf van maandag t/m vrijdag € <vet>440,00</vet> per jaar</al><al>een bedrijf van maandag t/m zaterdag € <vet>560,00</vet> per jaar</al><al/><al>Griffier van de gemeente Den Helder M. Huisman</al></bijlage></regeling></body></cvdr>