<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57769_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bezoldigingsverordening Enkhuizen 2000</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noordhollands weekblad, 15-12-1999</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsverordening Enkhuizen 2000</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen, artikel 3:1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-12-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>vs1999133</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>salaris, toelage, loon,</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Bezoldigingsverordening Enkhuizen 2000
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Enkhuizen; </al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 november 1999,
                        nummer: 133; </al>
          <al>gelet op het bepaalde in artikel 3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling
                        gemeente Enkhuizen; </al>
          <al>gehoord de Commissie voor Georganiseerd Overleg; </al>
          <al>gelet op de artikelen 147 en 192 van de Gemeentewet; </al>
          <al>b e s l u i t : </al>
          <al>vast te stellen de navolgende verordening “Bezoldigingsverordening Enkhuizen
                        2000” </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>I Begripsbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label>
            </kop>
            <al>Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ambtenaar:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de ambtenaar in de zin van de Arbeidsvoorwaardenregeling
                                            gemeente Enkhuizen;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de werknemer als bedoeld in artikel 2:5:1 van de
                                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>salaris: het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid
                                    onder b, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                    Enkhuizen;</al></li>
              <li nr="c."><al>uurloon: het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid
                                    onder o van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                    Enkhuizen;</al></li>
              <li nr="d."><al>schaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder
                                    a, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen;</al></li>
              <li nr="e."><al>maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;</al></li>
              <li nr="f."><al>bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede
                                    lid onder c, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                    Enkhuizen;</al></li>
              <li nr="g."><al>betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid
                                    onder b, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                    Enkhuizen;</al></li>
              <li nr="h."><al>conversie: de vertaling van de gevonden rangorde naar
                                    salarisschalen;</al></li>
              <li nr="i."><al>volledige betrekking: de volledige betrekking als bedoeld in
                                    artikel 1:1, eerste lid onder k, van de
                                    Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen;</al></li>
              <li nr="j."><al>overwerk: het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid
                                    onder l, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                    Enkhuizen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>II Salaris</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 2 Recht op salaris </label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van
                                de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum
                                van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met de dag
                                waarop feitelijk in dienst is getreden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van
                                de dag waarop het ontslag ingaat.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 3 Gebroken tijdvakken</label>
            </kop>
            <al>Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een
                            gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het
                            maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 4 Onvolledige betrekking</label>
            </kop>
            <al>Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt
                            vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou
                            gelden bij een volledige betrekking. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 5 Salarisbedragen</label>
            </kop>
            <al>De salarissen van de ambtenaren wier salaris niet bij of krachtens de
                            wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de
                            salarisschalen zoals opgenomen in bijlage II of bijlage IIa1 van de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen of indien voor zijn
                            betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag, opgenomen in de bij deze
                            verordening behorende bijlage B. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6 </label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De toepassing van bijlage II (oude salarisstructuur) dan wel bijlage
                                IIa (nieuwe salarisstructuur) van de Arbeidsvoorwaardenregeling
                                gemeente Enkhuizen vindt plaats conform hetgeen is bepaald in
                                artikel 3:1, derde t/m vijfde lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling
                                gemeente Enkhuizen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de
                                resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de
                                vastgestelde conversie de voor de ambtenaar geldende
                                salarisschaal.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De ambtenaar wordt ingedeeld in de functie salarisschaal tenzij de
                                ambtenaar de functie nog niet volledig uitoefent en/of tenzij zijn
                                wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, blijkens een
                                personeelsbeoordeling. In dit geval wordt of blijft de ambtenaar in
                                principe voor ten hoogste één jaar ingedeeld in de naastlagere
                                schaal. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en
                                de daarbij te hanteren methode.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan
                                wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de
                                Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen, kan zonder
                                voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan
                                gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem
                                geldende salarisschaal. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 7 Periodieke verhoging van het salaris</label>
            </kop>
            <al>Het salaris van de ambtenaar die voldoende functioneert wordt binnen de
                            voor hem geldende salarisschaal jaarlijks per 1 januari periodiek
                            verhoogd tot het naast hogere bedrag, tenzij anders wordt bepaald. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 8 Extra periodieke verhoging van het salaris</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende
                                salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke
                                salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet
                                uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van
                                zeer goede of uitstekende vervulling van de betrekking, blijkens een
                                personeelsbeoordeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop
                                ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet,
                                tenzij anders wordt bepaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 9 Geen periodieke verhoging van het salaris</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, blijkens een
                                    personeelsbeoordeling, kan worden bepaald dat voor hem de in
                                    artikel 7 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt
                                    gelaten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met
                                    toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet
                                    met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de
                                    ambtenaar zo spoedig mogelijk doch in elk geval vóór de datum
                                    waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk
                                    mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de
                                    beslissing hebben geleid.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 10 Salaris bij overgang naar hogere schaal</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wanneer de ambtenaar overgaat naar een salarisschaal met een hoger
                                maximumsalaris, wordt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid
                                        onder a, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                        Enkhuizen, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op
                                        het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de
                                        ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten; </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="b."><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid
                                        onder b, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                        Enkhuizen, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op
                                        het eersthogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd
                                        wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude
                                        salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het
                                        verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk
                                        genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel
                                        het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het
                                        salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste
                                        bedrag uit die schaal. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voorzover nodig zal – in afwijking van het eerste lid onder a – de
                                vooruitgang in salaris tengevolge van de indeling in de schaal met
                                een hoger maximumsalaris nimmer minder bedragen dan het geval zou
                                zijn bij verhoging ingevolge artikel 7 in de schaal waarin de
                                ambtenaar wordt ingedeeld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 11 Inschaling gemeentesecretaris</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het salaris van de gemeentesecretaris wordt bij indiensttreding
                                vastgesteld in salarisschaal 13. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij goed functioneren – te beoordelen door burgemeester en
                                wethouders – is een doorgroei naar salarisschaal 14 mogelijk.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 12 Salaris stadsbeiaardier</label>
            </kop>
            <al>Het salaris van de stadsbeiaardier wordt door burgemeester en wethouders
                            bepaald overeenkomstig de salarisnormen en arbeidsvoorwaarden voor
                            beiaardiers vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse
                            Klokkenspelvereniging. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 13 Inschaling werknemers-EWLW-regeling</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De werknemers, die in het kader van de EWLW-regeling worden
                                aangesteld, worden ingeschaald in schaal 1.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het totale loon mag het eerste jaar niet uitkomen boven die 103% van
                                het minimumloon en moet de volgende jaren onder de 130% van het
                                minimumloon blijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Na het eerste jaar kan de laagste gemeentelijke schaal worden
                                doorlopen, rekening houdend met het gestelde in de artikelen 7, 8 en
                                9.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>III Instrumenten van flexibele beloning </label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 14 Gratificatie</label>
            </kop>
            <al>Indien een ambtenaar een uitstekende individuele prestatie heeft
                            geleverd, blijkens een personeelsbeoordeling, kan aan hem een
                            gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen worden toegekend. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 15 Tijdelijke persoonlijke toelage</label>
            </kop>
            <al>Aan een ambtenaar die wordt belast met een project, wat een extra
                            inspanning vraagt, kan een tijdelijke persoonlijke toelage worden
                            toegekend. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 16 Persoonlijke toelage na bereiken maximum schaal</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende schaal
                                heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel
                                3:7:8 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen worden
                                toegekend, indien betrokkene uitstekend heeft gefunctioneerd,
                                blijkens een personeelsbeoordeling. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de
                                gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn,
                                tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat er
                                omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te
                                handhaven.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 17 Arbeidsmarkttoelage</label>
            </kop>
            <al>Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden
                            toegekend. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 18 Nadere regels instrumenten flexibele beloning</label>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de
                            toepassing en de hoogte van de instrumenten van flexibele beloning als
                            bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 19 Geen afbouwregeling</label>
            </kop>
            <al>Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld
                            in artikelen 14 tot en met 17 wordt geen afbouwregeling toegepast. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>IV Overige toelagen en vergoedingen </label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 20 Waarnemingstoelage</label>
            </kop>
            <al>Aan de ambtenaar wordt ingeval van waarneming een waarnemingstoelage
                            toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:1:2 van de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 21 Overwerkvergoeding</label>
            </kop>
            <al>Aan de ambtenaar wordt ingeval van overwerk een overwerkvergoeding
                            toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:2 en artikel 3:2:1
                            van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 22 Overwerkvergoeding (verplicht) bijwonen van vergaderingen of bijeenkomsten</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als overuren worden alleen aangemerkt de uren welke men verplicht
                                aanwezig moet zijn bij vergaderingen of bijeenkomsten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Tot en met salarisschaal 9 geldt hetgeen is geregeld in artikel 3:2
                                en artikel 3:2:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente
                                Enkhuizen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Vanaf salarisschaal 10 wordt alléén de tijd die valt onder hetgeen
                                is geregeld in artikel 3:2:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling
                                Enkhuizen vergoed (een uur voor een uur).</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 23 Toelage onregelmatige dienst</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan de ambtenaar voor wie de werktijden zijn vastgesteld conform in
                                artikel 3:3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen,
                                wordt een toelage toegekend op grond van artikel 3.3 van de
                                Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur
                                een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en
                                wel:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>20 % voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00
                                        en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;</al></li>
                <li nr="b."><al>40 % voor de uren op zaterdag tussen 6.00 en 22.00 uur;</al></li>
                <li nr="c."><al>40% voor uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0.00 en
                                        6.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur; </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="d."><al>65 % voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in
                                        artikel 4:2:1, derde lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling
                                        gemeente Enkhuizen, met dien verstande dat genoemde
                                        percentages worden berekend over: </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>tenminste het salaris per uur, dat is afgeleid van het
                                        salaris horende bij reeksnummer 17 en</al></li>
                <li nr="b."><al>ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het
                                        salaris horende bij reeksnummer 21.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren
                                wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen
                                vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het
                                bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt (bv.
                                beheerders sporthal, beheerders camping R.E.Z.).</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 24 Consignatievergoeding</label>
            </kop>
            <al>Voor het zich beschikbaar houden ten behoeve van de gladheidsbestrijding
                            ontvangen de porders en de strooiers jaarlijks een vergoeding. </al>
            <al>De porders: een netto-vergoeding berekend naar 275 uur van 25% van het
                            netto-uurloon behorende bij reeksnummer 14 en een
                            telefoonkostenvergoeding van 25% van de kosten van een jaarabonnement
                            van de telefoonaansluiting en f 50,-- gesprekskosten; </al>
            <al>de strooiers: een netto-vergoeding berekend naar 185 uur van 25% van het
                            netto-uurloon behorende bij reeksnummer 14 en een
                            telefoonkostenvergoeding van 25% van de kosten van een jaarabonnement
                            van de telefoonaansluiting. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 25 </label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De ambtenaar die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in artikel
                                4:1 en 4:2 van de arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente
                                Enkhuizen ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en
                                wethouders zich bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij
                                oproep arbeid te verrichten, wordt een toelage toegekend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De toelage is gekoppeld aan het maximum van schaal 7 op basis
                                waarvan een uurloon is vastgesteld. Voor de werkdagen geldt een
                                percentage van 5% en voor de zaterdag-, zon en feestdagen geldt een
                                percentage van 10% van het uurloon per uur van bereikbaarheid en
                                beschikbaarheid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 26 Grafruiming</label>
            </kop>
            <al>De ambtenaar die met ruimingswerkzaamheden op de algemene begraafplaats
                            is belast komt voor een nader door burgemeester en wethouders vast te
                            stellen vergoeding per ruiming in aanmerking. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 27 Rijwielvergoeding </label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor het gebruik van een eigen rijwiel tijdens de dienstuitoefening
                                wordt een jaarlijkse vergoeding toegekend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de berekening van deze vergoeding wordt de regeling toegepast,
                                zoals die geldt voor het rijkspersoneel (opgenomen in de
                                Reisbeschikking Nederland van het Reisbesluit 1971).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een vergoeding van minder dan f 25,-- wordt niet toegekend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 28 Kledingvergoeding</label>
            </kop>
            <al>Een kledingvergoeding wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in de
                            regeling “kledingvergoeding gemeente Enkhuizen”. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 29 Afbouwtoelage</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn
                                toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in
                                artikelen 23, 24 en 25 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door
                                burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend,
                                indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som
                                        van het salaris en de toelage, als bedoeld in artikel 18
                                        en</al></li>
                <li nr="b."><al>de ambtenaar de toelage – als bedoeld in artikelen 23, 24 en
                                        25 – direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde
                                        beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee
                                        jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de
                                ambtenaar van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg van het
                                buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage – als
                                bedoeld in artikelen 23, 24 en 25 en – een blijvende verlaging
                                ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien de ambtenaar de
                                toelage – als bedoeld in artikelen 23, 24 en 25 – direct
                                voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of
                                vermindering ervan gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke
                                onderbreking heeft genoten. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de
                                ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor
                                de aanvang van die toelage gedurende ten minste 10 jaren zonder
                                wezenlijke onderbreking een toelage – als bedoeld in artikelen 23,
                                24 en 25 – heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld
                                in het vorige lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke
                                onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee
                                maanden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit
                                artikel nadere regels vast.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>IV Overige bepalingen </label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 30 Onvoorziene gevallen</label>
            </kop>
            <al>Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid
                            voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 31 Slotbepalingen</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2000 en kan
                                    worden aangehaald als de “Bezoldigingsverordening Enkhuizen
                                    2000”.</al></li>
              <li nr="2."><al>De “Bezoldigingsverordening Enkhuizen 1985”, zoals vastgesteld
                                    op 9 oktober 1985 en zoals sindsdien gewijzigd, wordt
                                    ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van 6 december 1999. </ondertekening>
        <ondertekening>De secretaris, De voorzitter, </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr/>
          <titel>Toelichting bezoldigingsverordening</titel>
        </kop>
        <al>
          <vet>1.Algemeen</vet>
        </al>
        <al>De “Bezoldigingsverordening Enkhuizen 1985” is in de raadsvergadering van 7
                    oktober 1985 vastgesteld en met ingang van 1 januari 1985 in werking getreden. </al>
        <al>Deze bezoldigingsverordening is in de loop der jaren gewijzigd en bedoelde
                    wijzigingen zijn niet integraal in de regeling opgenomen, wat de leesbaarheid
                    niet bevordert. </al>
        <al>De bezoldigingsverordening is daaraan aangepast , gemoderniseerd en in
                    overeenstemming gebracht met de nieuwe regelgeving. Daarbij is gebruik gemaakt
                    van de voorbeeld- bezoldigingsverordening van het College voor Arbeidszaken van
                    de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. </al>
        <al>
          <vet>2.Hoofdstuksgewijs</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>I Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 1</vet>
        </al>
        <al>Bij onderdeel a wordt verwezen naar artikel 2:5:1 van de
                    Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen. </al>
        <al>Bij het begrip bezoldiging (onderdeel f) wordt eenvoudigheidshalve verwezen naar
                    artikel 3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling Enkhuizen. Hierin wordt
                    bezoldiging gedefinieerd als: het salaris vermeerderd met het bedrag van de aan
                    de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen – </al>
        <al>niet zijnde onkostenvergoedingen – als omschreven in het eerste lid van de
                    bedoelde regeling [dus als omschreven in de lokale bezoldigingsverordening],
                    alsmede het bedrag van de functioneringstoelage en waarnemingstoelage. Op grond
                    van deze bezoldiging vallen alle </al>
        <al>toelagen van de hoofdstukken II en III onder het begrip bezoldiging. Dan blijven
                    nog over de gratificatie, de groepsgratificatie en de overwerkvergoeding, die
                    een incidenteel karakter dragen. </al>
        <al>Deze vallen niet onder het begrip bezoldiging. </al>
        <al>
          <vet>II Salaris </vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 5</vet>
        </al>
        <al>Er is bewust voor gekozen om te verwijzen naar bijlagen II en IIa van de </al>
        <al>Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente en niet naar bijlagen toegevoegd aan
                    de bezoldigingsverordening. Het voordeel is dat als de bijlagen II en IIa
                    wijzigen, dit automatisch wordt meegenomen voor de bezoldigingsverordening. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 6</vet>
        </al>
        <al>In het eerste lid wordt wat betreft de toepassing van bijlagen II en IIa
                    eenvoudigheidshalve verwezen naar artikel 3:1, derde tot en met vijfde lid, van
                    de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Enkhuizen. </al>
        <al>Er is niet voor gekozen om de tekst van deze leden te verwerken in de
                    bezoldigingsverordening. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 6 en 7 </vet>
        </al>
        <al>In de artikelen 6 en 7 zijn de bepalingen betreffende jeugdsalarissen geschrapt,
                    omdat per 1 januari 1999 de jeugdsalarissen zijn afgeschaft. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 7 t/m 9</vet>
        </al>
        <al>In artikel 7 t/m 9 wordt respectievelijk geregeld: periodieke verhoging, extra
                    periodieke verhoging en het onthouden van een periodieke verhoging. </al>
        <al>In deze artikelen is gekozen voor een andere terminologie dan in het verleden:
                    voldoende functioneren (artikel 7), zeer goede of uitstekende vervulling van de
                    betrekking (artikel 8) en onvoldoende functioneren (artikel 9). Het gaat er om
                    een rangorde aan te brengen in de wijze</al>
        <al>van functioneren. </al>
        <al>De beslissing tot het toekennen van een extra periodieke verhoging, dan wel het
                    onthouden ervan, moet zijn gebaseerd op een personeelsbeoordeling. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 10</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel wordt de overgang naar een hogere schaal geregeld. </al>
        <al>Het eerste lid onder b geeft de aanvullende regels voor de nieuwe
                    salarisstructuur weer (zie ook LOGA-brief van 20 december 1995, nummer Lbr.
                    95/259). Binnen de nieuwe salarisstructuur wordt de ambtenaar, bij overgang naar
                    een hogere schaal, ingeschaald op het naast hogere bedrag in de nieuwe schaal.
                    Echter, in het geval dat het verschil tussen dit naast hogere bedrag en het oude
                    salaris minder bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het bedrag dat de
                    ambtenaar aan salaris zou hebben ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan
                    naar de nieuwe schaal, maar in zijn oude schaal een periodieke verhoging zou
                    hebben gekregen, en het bedrag </al>
        <al>van zijn oude salaris, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het
                    bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 11</vet>
        </al>
        <al>Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Gemeentewet is de centrale vaststelling
                    van het salaris voor de functie van gemeentesecretaris vervallen en dient iedere
                    gemeente die zelf te regelen. </al>
        <al>Dit dient wel te passen in de totale salarisopbouw van de gemeentelijke
                    organisatie. De Vereniging van Gemeentesecretarissen heeft de gemeente
                    aanbevolen het salaris vast te stellen op de salarisschaal welke direct onder de
                    salarisschaal van de burgemeester is gelegen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 12</vet>
        </al>
        <al>In artikel 12 wordt het salaris van de stadsbeiaardier geregeld. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 13</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel wordt de inschaling van de werknemers-EWLW2-regeling geregeld. </al>
        <al>Indien de arbeidsplaatsen worden gecreëerd bij de gemeente zelf, is de
                    gemeentelijke rechtspositie volledig van toepassing. </al>
        <al>De inschaling van de werknemers, die in het kader van de EWLW-regeling worden
                    aangesteld, dient te geschieden op het laagste bedrag van schaal 1, welk bedrag
                    op 1 januari 1999 op een hoger niveau ligt dan 100% WML3. Artikel 7, lid 1c van
                    de EWLW-regeling biedt hiervoor de ruimte. Hierin is namelijk bepaald dat van de
                    100% WML-beloning bij aanvang van de dienstbetrekking mag worden afgeweken, met
                    een algehele loonsverhoging op basis van een collectieve afspraak voorzover het
                    loon met die verhoging niet meer bedraagt dan 103% WML. </al>
        <al>De beloning van de EWLW-werknemers ligt tussen de 100% en de 130% WML. Hiermee
                    kan de gemeentelijke Schaal I, zoals die op 1 januari 1999 geldt, worden
                    doorlopen. Het maximum van schaal I blijft onder de grens van 130% WML. De
                    CAR/UWO is ook hierop van toepassing. </al>
        <al>Instrumenten van flexibele beloning </al>
        <al>
          <vet>Artikel 14 t/m 18</vet>
        </al>
        <al>In artikel 14 t/m 16 worden de volgende instrumenten van flexibele beloning
                    geregeld: gratificatie, tijdelijke persoonlijke toelage, persoonlijke toelage na
                    het bereiken van de maximum functionele schaal. Al deze instrumenten hebben als
                    kenmerk dat hiermee op flexibele wijze kan worden </al>
        <al>gedifferentieerd in beloning. De flexibiliteit zit in het tijdelijke karakter
                    van deze instrumenten. Dit in tegenstelling tot het toekennen van (extra)
                    periodieken, dat een structureel karakter heeft. </al>
        <al>2 EWLW : Extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen (de melkert-regeling) </al>
        <al>3 WML : wettelijk minimumloon </al>
        <al>In de artikelen 14 t/m 16 worden bewust geen maxima ingevuld in de vorm van
                    bedragen, percentages van salaris etc, om zo deze instrumenten op een maximale
                    flexibele wijze te kunnen inzetten. </al>
        <al>In de artikelen 14 en 16 is opgenomen dat de toepassing van een
                    beloningsinstrument is gebaseerd op een personeelsbeoordeling. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 18</vet>
        </al>
        <al>Artikel 18 biedt de mogelijkheid om nadere regels te stellen voor de toepassing
                    en de hoogte van de beloningsinstrumenten. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 19 </vet>
        </al>
        <al>Artikel 19 regelt dat bij beëindiging van (een van) de instrumenten van
                    flexibele beloning geen afbouwregeling wordt toegepast. De gedachte hierachter
                    is dat als de ambtenaar niet meer goed functioneert, de extra beloning zonder
                    meer komt te vervallen. </al>
        <al>
          <vet>IV Overige toelagen en vergoedingen </vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 20 t/m 28 </vet>
        </al>
        <al>In de artikelen 20 t/m 28 worden respectievelijk geregeld: waarnemingstoelage,
                    overwerkvergoeding, overwerkvergoeding (verplicht) bijwonen van vergaderingen of
                    bijeenkomsten, toelage onregelmatige dienst, consignatievergoeding, grafruiming,
                    rijwielvergoeding en kledingvergoeding. </al>
        <al>De waarnemingstoelage, overwerkvergoeding, onregelmatige dienst hebben een
                    grondslag in de CAR en/of de UWO. </al>
        <al>Voor de overige vergoedingen is besluitvorming in het verleden in deze
                    verordening opgenomen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 29</vet>
        </al>
        <al>In artikel 29 wordt de afbouwtoelage voor het wegvallen of verminderen van de
                    toelage onregelmatige dienst en consignatievergoeding geregeld. </al>
        <al>Er is juist voor gekozen om bij deze toelagen een afbouwtoelage toe te kennen,
                    omdat deze toelagen sterk zijn gerelateerd aan de uitoefening van bepaalde
                    functies en het wegvallen of verminderen de betreffende ambtenaar (ervan
                    uitgaande dat het buiten zijn toedoen gebeurt) </al>
        <al>onevenredig veel schade berokkent. Er is gekozen voor een aflopende
                    afbouwtoelage in plaats van een garantieregeling, om ervoor te zorgen dat er
                    geen sprake is van een eindeloze compensatie. De stapsgewijze afbouw bedraagt
                    het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50% en het derde jaar 25%. Het vierde jaar
                    wordt niets meer uitgekeerd. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>