<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57690_1</dcterms:identifier><dcterms:title>REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE SCHIEDAM 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Schiedam 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 7, 8 en 10, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, art. 34, 35 en 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, art. 34, 35 en 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2005-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>24052005,VR2005/070</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding wijziging verordening is geschat op 1 juli 2005.</al><al>Terugwerkende kracht tot 1 januari 2005 [artikel 13].</al><al>De wijziging betreft toevoeging van een nieuw artikel 2 (reikwijdte) en vernummering van de overige artikelen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE SCHIEDAM 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Schiedam;</al></li><li nr="c."><al>de gemeente: de gemeente Schiedam;</al></li><li nr="d."><al>de raad: de gemeenteraad van Schiedam;</al></li><li nr="e."><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, eerste
                                    lid onder a, artikel 10 derde lid a casu quo art 40, eerste lid
                                    van de wet door het college ondersteuning kan worden
                                    geboden;</al></li><li nr="f."><al>voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid
                                    onder a van de wet;</al></li><li nr="g."><al>ondersteuning: ondersteuning bedoeld in artikel 7 eerste lid
                                    onder a van de wet;</al></li><li nr="h."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="i."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="j."><al>arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel
                                    6 onder b van de wet;</al></li><li nr="k."><al>algemeen geaccepteerde arbeid; arbeid als bedoeld in artikel 9
                                    eerste lid van de wet;</al></li><li nr="l."><al>uitvoeringsplan: plan zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="m."><al>voorliggende voorziening: een voorliggende voorziening als
                                    bedoeld in artikel 5, onder f van de wet;</al></li><li nr="n."><al>awb: Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening vindt nadrukkelijk mede haar grondslag in de bepalingen
                            van de EG-verordeningen inzake werkgelegenheidssteun, met name waar het
                            betreft de vormgeving van het bepaalde in artikel 8 (nieuw) ten aanzien
                            van gesubsidieerde arbeid en loonkostensubsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingevolge artikel 7 van de wet biedt het college ondersteuning aan
                                leden van de doelgroep en zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod
                                van voorzieningen. Het college houdt daarbij rekening met de aard en
                                de omvang van door het college te bepalen doelgroepen en de
                                voorzieningen die het meest geschikt zijn voor de leden van die
                                doelgroepen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen
                                prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en
                                met maatschappelijke, economische en conjuncturele
                                ontwikkelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoeringsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                jaarlijks een uitvoeringsplan vast, waarin de doelstellingen, het
                                beschikbare budget en de daarmee te behalen resultaten worden
                                aangegeven;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het uitvoeringsplan voor het nieuwe jaar wordt tegelijkertijd met de
                                begroting vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zendt eenmaal per jaar aan de raad een verslag over de
                                doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag wordt
                                vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van de
                                wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning en voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Leden van de doelgroep hebben aanspraak op ondersteuning bij
                                arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college
                                noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening en het in artikel 3 genoemde
                                uitvoeringsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de doelgroep die door het college een voorziening wordt
                                aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de doelgroep die deelneemt aan een voorziening is
                                gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet
                                Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan
                                de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening
                                heeft verbonden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij niet nakoming van de verplichtingen als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid kan het college voorzover leden van de doelgroep een
                                uitkering ingevolge de wet, IOAW of IOAZ ontvangen, deze uitkering
                                verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                maatregelenverordening;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij niet nakoming van de verplichtingen als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid kan het college voorzover het de overige leden van de
                                doelgroep betreft, de borgsom zoals bedoeld in artikel 7 lid 4 niet
                                terugbetalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafonds en plafonds betreffende voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in het uitvoeringsplan een of meer subsidieplafonds
                                - of plafonds betreffende voorzieningen vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bereiking van de in lid 1 bedoelde plafonds wordt een naar het
                                oordeel van het college pas-sende ondersteuning aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt in beleidsregels vast welke voorzieningen in ieder
                                geval aangeboden kunnen worden alsmede de voorwaarden die daarbij
                                gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
                                bepalingen zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere
                                verplichtingen verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de artikelen 9 eerste lid, 17 en
                                        18 eerste en tweede lid van de wet en de artikelen 28 en 29
                                        van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                        niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de wet;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle duurzame
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij leden van de doelgroep, niet zijnde personen met
                                een uitkering volgens de wet, IOAW of IOAZ voor het gebruik van een
                                voorziening een borgsom opleggen. Deze borgsom wordt terugbetaald,
                                indien de voorziening naar het oordeel van het college heeft geleid
                                tot het met de voorziening beoogde resultaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke kosten bij
                            arbeidsinschakeling voorzover daarvoor geen beroep op een voorliggende
                            voorziening kan worden gedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorzieningen gericht op nazorg</titel></kop><al>Het college kan bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid, niet
                            zijnde gesubsidieerde arbeid, voorzieningen bieden gericht op
                            nazorg.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Reïntegratieverordening Wet
                            werk en bijstand gemeente Schiedam 2004”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt op 1 juni 2004 in werking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente
                    Schiedam</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wet
                    werk en bijstand.</al><al>De omschrijving van de doelgroep is zodanig dat de aanspraak op ondersteuning
                    alleen geldt voor personen woonachtig in Schiedam.</al><tussenkop>Artikel 3 Opdracht college</tussenkop><al>De WWB geeft aan het college de verantwoordelijkheid voor het bieden van
                    ondersteuning aan de doelgroep. Hoewel leden van de doelgroep aanspraak kunnen
                    maken op ondersteuning is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de
                    manier zoals zij het zich bij voorkeur zouden wensen.</al><al>Het is aan het college om te zorgen voor een voldoende aanbod van voorzieningen,
                    maar het college heeft daarbij te maken met beperkte middelen terwijl de vraag
                    naar voorzieningen afhankelijk is van een veelheid aan sociaal-economische
                    factoren.</al><al>Overigens kan een aanspraak op een voorziening niet geweigerd worden om reden
                    dat het budget ontoereikend is: er dient ten minste een alternatief voorhanden
                    te zijn in de vorm van klantmanagement waarbij praktische hulp wordt geboden en
                    advies wordt gegeven of doorverwijzing naar andere instanties plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikel 4 Uitvoeringsplan</tussenkop><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening jaarlijks een
                    uitvoeringsplan vast, waarin de doelstellingen, het beschikbare budget en de
                    daarmee te behalen resultaten worden aangegeven.</al><al>Het uitvoeringsplan voor het nieuwe jaar wordt tegelijkertijd met de begroting
                    voor dat nieuwe jaar vastgesteld.</al><al>Het derde lid biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. De WWB geeft
                    aan dat het college elk jaar een voorlopig en een definitief verslag over de
                    uitvoering (VODU) naar het rijk zendt. Deze verslagen dienen gepaard te gaan met
                    een verklaring van de raad. Daarom is ervoor gekozen expliciet op te nemen dat
                    er een verantwoordingsverslag aan de raad moet worden gezonden. Het ligt voor de
                    hand dat bij de vormgeving van het verslag op grond van deze verordening wordt
                    aangesloten bij de inhoud van het VODU.</al><tussenkop>Artikel 5 Aanspraak op ondersteuning en voorziening</tussenkop><al>In het eerste lid wordt gesproken over de aanspraak op ondersteuning.
                    Ondersteuning wordt geboden door het aanbieden van een traject, waarbij zonodig
                    voorzieningen worden ingezet of door het bieden van praktische hulp, advies of
                    doorverwijzing naar andere instanties.</al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de individuele persoon en de criteria die daarbij in deze
                    verordening en het uitvoeringsplan worden gehanteerd bij het aanbieden van
                    voorzieningen. De gemeente wil die voorziening inzetten die ervoor zorgt dat
                    betrokkene zo snel mogelijk duurzaam aan het werk is, d.w.z. werkaanvaarding
                    voor onbepaalde tijd of tijdelijk voor ten minste zes maanden.</al><tussenkop>Artikel 6 Verplichtingen</tussenkop><al>Tegenover het recht op een uitkering staan de verplichtingen zoals genoemd in de
                    wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede de
                    verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. </al><al>In het derde lid wordt de verbinding met de maatregelenverordening gelegd. Deze
                    verordening regelt het opleggen van een maatregel indien de
                    uitkeringsgerechtigde niet aan zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel
                    bestaat uit het verlagen van de uitkering met een bepaald percentage en voor een
                    bepaalde duur. Echter, voor personen zonder uitkering, ANW-ers kan de gemeente
                    de uitkering niet verlagen als maatregel. Daarom is in het vierde lid de
                    mogelijkheid opgenomen dat in die gevallen de gemeente de vanwege het gebruik
                    van een voorziening opgelegde borgsom niet terugbetaald.</al><tussenkop>Artikel 7 Subsidieplafonds en plafonds betreffende
                    voorzieningen</tussenkop><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan in het uitvoeringsplan
                    gebeuren (zie artikel 3 van deze verordening). De naderende uitputting van
                    begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen
                    te weigeren.</al><al>Om dat wel mogelijk te maken kan de gemeente bij verordening subsidieplafonds en
                    plafonds betreffende voorzieningen instellen.</al><al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan
                    zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke
                    alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen algemeen plafond
                    ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening een plafond wordt
                    ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open dat er naar het oordeel van het college
                    een andere noodzakelijk geachte voorziening wordt aangeboden. Er dient ten
                    minste een alternatief voorhanden te zijn in de vorm van klantmanagement waarbij
                    praktische hulp wordt geboden en advies wordt gegeven of doorverwijzing naar
                    andere instanties plaatsvindt.</al><al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds
                    in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt
                    verwezen naar de bedragen die in het uitvoeringsplan of in de begroting voor de
                    verschillende voorzieningen worden gereserveerd.</al><al>Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die in de vorm van subsidies worden
                    aangeboden. Een subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór de
                    periode waarvoor deze geldt (art. 4:27 lid 1 Awb).</al><al>Een plafond betreffende voorzieningen geldt voor de overige uitgaven die het
                    college doet in het kader van voorzieningen.</al><tussenkop>Artikel 8 Algemene bepalingen over voorzieningen</tussenkop><al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met de voorzieningen.</al><al>Het gaat daarbij in principe om de volgende voorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>Werkstages</al></li><li nr="b."><al>Opstapbanen</al></li><li nr="c."><al>Vangnetbanen</al></li><li nr="d."><al>uitstroompremies aan werkgevers</al></li><li nr="e."><al>loonkostensubsidies aan werkgevers</al></li><li nr="f."><al>inkomstenvrijlating</al></li><li nr="g."><al>sociale activering (als opstap naar werk)</al></li><li nr="h."><al>scholing</al></li></lijst><al>Voor deze voorzieningen zijn nadere beleidsregels (Beleidsregels reïntegratie
                    gemeente Schiedam) opgesteld.</al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn. Zo
                    kan bepaald worden dat betrokkene gedurende het traject op gezette tijden met de
                    klantmanager de voortgang bespreekt.</al><al>Het derde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in
                    welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het
                    stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de
                    arbeidsovereenkomst bij een opstapbaan. Bij deze laatste wijze van beëindigen
                    dienen vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de
                    eventueel aanwezige rechtspositieregeling in acht te worden genomen.</al><al>Een bijzonder aandachtspunt is hier het uitbesteden van voorzieningen aan
                    reïntegratiebedrijven. Immers, bij uitbesteden wordt een deel van de regie uit
                    handen gegeven. Het verdient dan ook aanbeveling dat in het contract met het
                    reïntegratiebedrijf wordt verklaard dat deze reïntegratieverordening van
                    toepassing is.</al><al>In het vierde lid wordt geregeld dat niet-uitkeringsgerechtigden en personen met
                    een uitkering ingevolge de Algemene Nabestaandenwet voor het gebruik van een
                    voorziening een borgsom betalen. </al><al>Betaling van een borgsom bevordert volgens het college het verantwoord gebruik
                    maken van de aangeboden voorziening. De borgsom wordt terugbetaald indien de
                    voorziening heeft geleid tot het met de voorziening beoogde resultaat.</al><tussenkop>Artikel 9 Vergoedingen</tussenkop><al>Het is denkbaar dat de gemeente besluit noodzakelijke kosten te vergoeden die
                    verband houden met arbeidsinschakeling, voorzover daarvoor geen beroep op
                    voorliggende voorzieningen kan worden gedaan.</al><tussenkop>Artikel 10 Voorzieningen gericht op nazorg</tussenkop><al>Mede gezien de beperkte budgetten is het belangrijk ervoor te zorgen dat
                    personen met een uitkering ingevolge de wet na uitstroom niet na een korte
                    periode terugvallen in de uitkering. De gemeente kan ertoe besluiten veel
                    aandacht te besteden aan nazorg, met als doel een werkelijk duurzame plaatsing
                    te realiseren. Bij dit artikel is ervan uitgegaan dat nazorg geboden kan worden
                    ná aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid, dus niet bij gesubsidieerde
                    arbeid. Bij gesubsidieerde arbeid maakt begeleiding en advisering normaal
                    gesproken al onderdeel uit van het traject.</al><tussenkop>Artikel 11 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13 Inwerkingtreding</tussenkop><al>In het kader van de gefaseerde invoering van de WWB hebben gemeenten tot 1
                    januari 2005 de tijd om de verordening vast te stellen.</al><al>Van belang is hierbij ook de Tijdelijke referendumwet. Er moet van worden
                    uitgegaan dat de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand een op grond van
                    artikel 8 eerste lid onder a Tijdelijke referendumwet (TRW) referendabel besluit
                    is. Op grond van artikel 22 lid 2 TRW kan de inwerkingtreding van de
                    Reïntegratieverordening niet worden vastgesteld op een datum eerder dan zes
                    weken na bekendmaking.</al><al>Tenslotte is in het Invoeringsbesluit WWB bepaald dat de reïntegratieverordening
                    en de maatregelenverordening op hetzelfde tijdstip in casu 1 juni 2004 in dienen
                    te gaan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>