<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57631_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorziening huisvesting onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Loppersum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs; artikel 102</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorziening huisvesting onderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum, gelezen het voorstel van het college
                        van 16 november 2006; </al><al>gezien het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen;</al><al> gelet op artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs; </al><al> overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in
                        de huisvesting voor het basisonderwijs bij verordening te regelen; </al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de volgende: </al><al/><al><vet>“VERORDENING VOORZIENINGEN HUISVESTING ONDERWIJS”.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder </al><lijst><li nr="a."><al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
                                </al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school, die
                                    geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich
                                    bevindt op het grondgebied van de gemeente; </al></li><li nr="c."><al>school: school voor basisonderwijs; </al></li><li nr="d."><al>school voor basisonderwijs: een basisschool als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="e."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht; </al></li><li nr="f."><al>voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als
                                    bedoeld in artikel 2 van deze verordening; </al></li><li nr="g."><al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening; </al></li><li nr="h."><al>overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de
                                    vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als
                                    bedoeld in artikel 13 van deze verordening; </al></li><li nr="i."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor vergoeding
                                    van een voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding
                                    van een voorziening als bedoeld in artikel 25 van deze
                                    verordening heeft ingediend; </al></li><li nr="j."><al>aanvraag: verzoek om vergoeding van een voorziening of om
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding; </al></li><li nr="k."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, 15 jaren of langer
                                    noodzakelijk is; </al></li><li nr="l."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren
                                    noodzakelijk is;</al></li><li nr="m."><al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp
                                    en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren
                                    als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;
                                </al></li><li nr="n."><al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het
                                    ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste
                                    15 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren; </al></li><li nr="o."><al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                                    vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in artikel
                                    95 van de Wet op het primair onderwijs; </al></li><li nr="p."><al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden. </al></li><li nr="q."><al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet
                                    op het primair onderwijs; </al></li><li nr="r."><al>beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde
                                    staten in een geschil als bedoeld in artikel 110 , tweede lid
                                    van de Wet op het primair; </al></li><li nr="s."><al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in
                                    artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al> Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden: </al><lijst><li nr="a."><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen bestaande uit: </al><lijst><li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                            rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                            nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een
                                            gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet op
                                            dezelfde locatie; </al></li><li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest; </al></li><li nr="3."><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                            gebouw ten behoeve van de huisvesting van een school;
                                        </al></li><li nr="4."><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten
                                            behoeve van de huisvesting van een school; </al></li><li nr="5."><al>terrein voor zover benodigd voor de realisering van een
                                            onder a sub 1 tot en met 4 omschreven voorziening; </al></li><li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket voor zover deze nog
                                            niet eerder voor bekostiging van rijks- of gemeentewege
                                            in aanmerking is gebracht; </al></li><li nr="7."><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder
                                            voor bekostiging van rijks- of gemeentewege in
                                            aanmerking is gebracht; </al></li><li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>aanpassingen aan gebouwen bestaande uit een of meer activiteiten
                                    zoals onderscheiden in bijlage I ; </al></li><li nr="c."><al>onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs
                                    bestaande uit een of meer activiteiten zoals onderscheiden in
                                    bijlage I; </al></li><li nr="d."><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, alsmede
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet manifest
                                    geworden materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit
                                    ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie; </al></li><li nr="e."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket en meubilair ingeval van bijzondere
                                    omstandigheden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel></kop><al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2 kan een
                            aanvraag worden ingediend voor bekostiging van bouwvoorbereiding.
                            Hierbij is het bepaalde in hoofdstuk 4 van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij toekenning van een van de in artikel 2 genoemde
                                    voorzieningen, of bij toekenning van bekostiging van
                                    bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze
                                    van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid
                                    gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd
                                    op de feitelijk voorziene kosten per geval. </al></li><li nr="2."><al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                    inachtneming van het bepaalde in bijlage IV , deel A. De
                                    vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten
                                    worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage
                                    IV, deel B. </al></li><li nr="3."><al>Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als
                                    bedoeld in artikel 2, onder a1, a2, a6, a7 en a8.</al><al>Deel B van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld
                            in artikel 2, onder a3, a4, a5, b, c, d, c, d, e en f</al></li><li nr="4."><al>Voorzieningen als bedoeld in artikel 2 onder c zullen in een door de
                            bevoegde gezagsorganen en gemeente gemeenschappelijk op te stellen en
                            tweejaarlijks te actualiseren meerjarenonderhoudsplan worden opgenomen.
                            De voor een uitvoeringsjaar in aanmerking komende voorzieningen zullen
                            in het huisvestingsprogramma van dat jaar worden opgenomen en behoeven
                            dus niet te worden aangevraagd door de bevoegde gezagsorganen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. </al><al>Bij de gegevensverstrekking wordt gebruik gemaakt van een door de raad
                            vastgesteld formulier. </al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde gegevens worden onderscheiden in: </al><lijst><li nr="a."><al>basisgegevens, zijnde gegevens die eenmalig in hun
                                            geheel worden verstrekt en vervolgens alleen in geval
                                            van wijziging worden gemeld bij het college; </al></li><li nr="b."><al>periodieke gegevens, zijnde gegevens die regelmatig door
                                            het bevoegd gezag dienen te worden verstrekt. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid onder a genoemde basisgegevens omvatten: </al><lijst><li nr="a."><al>gegevens over het bevoegd gezag, bestaande uit naam,
                                            adres, denominatie en vestigingsplaats, alsmede een
                                            opgave van een contactpersoon inzake aangelegenheden
                                            aangaande de huisvesting; </al></li><li nr="b."><al>gegevens over de onder het beheer van het bevoegd gezag
                                            staande school of scholen die geheel of gedeeltelijk
                                            gehuisvest zijn in een gebouw gelegen in de gemeente,
                                            bestaande uit het Brin-nummer, naam, adres,
                                            onderwijssoort en eventuele onderwijsafdelingen en, voor
                                            zover van toepassing, de aanduiding of de school bestaat
                                            uit een hoofdvestiging met een of meer nevenvestigingen;
                                        </al></li><li nr="c."><al>gegevens over de bij de school of nevenvestiging in
                                            gebruik zijnde gebouwen gespecificeerd per gebouw,
                                            bestaande uit: </al><lijst><li nr="§"><al>het adres; </al></li><li nr="§"><al>de status van het gebouw zijnde hoofdgebouw of
                                                  dislocatie; </al></li><li nr="§"><al>de bouwaard zijnde permanent of noodlokaal;
                                                </al></li><li nr="§"><al>het bouwjaar zijnde het oorspronkelijk bouwjaar
                                                  of, ingeval het gebouw bestaat uit in
                                                  verschillende jaren gebouwde delen, de bouwjaren
                                                  onderscheiden naar gebouwdeel met de daarbij
                                                  behorende bruto-vloeroppervlakte; </al></li><li nr="§"><al>de bruto-vloeroppervlakte van het gebouw
                                                  uitgedrukt in m2; </al></li><li nr="§"><al>de genormeerde en feitelijke capaciteit van het
                                                  gebouw voor zover bestemd voor een school voor
                                                  basisonderwijs, te bepalen aan de hand van het
                                                  gestelde in bijlage III , deel A en B; </al></li></lijst></li><li nr="d."><al>gegevens over de omvang van het medegebruik uitgedrukt
                                            in het aantal groepen, te verstrekken door de
                                            hoofdgebruiker van het gebouw waarin het medegebruik
                                            plaatsvindt; </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De in het tweede lid onder b genoemde periodieke gegevens
                                    omvatten: </al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minister
                                            van het aantal leerlingen dat op de wettelijk teldatum
                                            staat ingeschreven op de school, die geheel of
                                            gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw gelegen op het
                                            grondgebied van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>een afschrift van een tussentijdse opgave aan de
                                            minister van het aantal leerlingen dat staat
                                            ingeschreven op de school in verband met een groei van
                                            het aantal leerlingen; </al></li><li nr="c."><al>indien de school gedeeltelijk is gehuisvest in een of
                                            meer locaties op het grondgebied van de gemeente, een
                                            opgave van het aantal leerlingen op de wettelijke
                                            teldatum per locatie. De onder 1 en 2 vermelde gegevens
                                            worden door het bevoegd gezag tegelijkertijd met de
                                            opgave aan de minister verstrekt aan het college. De
                                            onder 3 vermelde gegevens worden door het bevoegd gezag
                                            gevoegd bij de jaarlijkse opgave als bedoeld onder 1.
                                        </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In aanvulling op de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde
                                    gegevens verstrekken de bevoegde gezagsorganen op verzoek van
                                    het college alle inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering
                                    van deze verordening. Hieronder kunnen in ieder geval zijn
                                    begrepen: </al><lijst><li nr="a."><al>een oordeel over de juistheid en volledigheid van door
                                            het college voorgelegde gegevens die betrekking hebben
                                            op het bevoegd gezag; </al></li><li nr="b."><al>inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het opmaken van
                                            de staat van het onderhoud als bedoeld in artikel 37.
                                        </al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor opneming van een voorziening op het programma
                                    wordt voor 1 februari van het jaar van vaststelling van het
                                    betreffende programma door het bevoegd gezag ingediend bij het
                                    college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college
                                    vastgesteld aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag niet voor 1 februari is ingediend, besluit
                                    het college de aanvraag niet te behandelen. Het besluit de
                                    aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt
                                    binnen vier weken na ontvangst van de ingediende aanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager; </al></li><li nr="b."><al>de dagtekening; </al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, voor zover van toepassing,
                                                het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is
                                                bestemd; </al></li><li nr="d."><al>welke voorziening wordt aangevraagd; </al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                                gewenste voorziening; </al></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                                voorziening. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat
                                        de aanvraag vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school, die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten, tenzij het een voorziening
                                                betreft als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen
                                                6 tot en met 8 en artikel 2, onder d, e en f; </al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de
                                                voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een
                                                voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder
                                                a, onderdelen 1 tot en met 4; </al></li><li nr="c."><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak
                                                blijkt indien het een voorziening betreft bestaande
                                                uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging
                                                van een gebouw of uit herstel van een
                                                constructiefout; </al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag
                                                betrekking heeft op een voorziening waarop het
                                                gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                                toepassing is, met uitzondering van de voorziening
                                                zoals bedoeld in artikel 2 onder c; </al></li><li nr="e."><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en
                                                bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een
                                                toekenning van een vergoeding van de kosten van
                                                bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27. Bij de
                                                rapportage als bedoeld onder c wordt gebruik gemaakt
                                                van het door het college vastgestelde formulier
                                                'Bouwkundige opname'. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in
                                        het eerste of tweede lid deelt het college dit voor 15
                                        februari schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
                                        aanvrager in de gelegenheid gesteld voor 15 maart de
                                        ontbrekende gegevens aan te vullen. </al><al>Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet heeft
                                verstrekt voor 15 maart, besluit het college de aanvraag niet te
                                behandelen. </al></li><li nr="4."><al>Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                        betrekking heeft op een voorziening voor een school waarvan
                                        de beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het
                                        aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke
                                        teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd
                                        in artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager onverwijld aan het
                                        college een afschrift van de opgave als bedoeld in artikel
                                        5, vierde lid onder a. Indien het afschrift niet binnen een
                                        week na het tijdstip van de wettelijke teldatum is
                                        ontvangen, deelt het college dit schriftelijk mee aan de
                                        aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid
                                        gesteld het afschrift van de opgave alsnog binnen drie dagen
                                        na de datum van ontvangst van de mededeling in te dienen.
                                        Indien het afschrift van de opgave niet binnen de termijn
                                        bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, besluit het
                                        college de aanvraag niet te behandelen. </al></li><li nr="5."><al>Een besluit om ingevolge het derde lid de aanvraag niet te
                                        behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier
                                        weken na het verstrijken van de daarin genoemde termijn. Een
                                        besluit om ingevolge het vierde lid de aanvraag niet te
                                        behandelen wordt binnen vier weken na het nemen van de
                                        daarin genoemde beslissing bekendgemaakt aan de aanvrager.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al> Het college verstrekt ter informatie aan de bevoegde gezagsorganen
                                een opgave van de ingevolge artikel 6 en artikel 25 ingediende
                                aanvragen. Voor zover van toepassing geeft het college daarbij aan
                                welke aanvraag of aanvragen niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                                overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het in behandeling nemen van een aanvraag door het college,
                                    kan de aanvraag voor 1 mei volgend op de datum als genoemd in
                                    artikel 6, door de aanvrager nader worden toegelicht. De
                                    toelichting kan plaatsvinden op verzoek van de aanvrager of op
                                    verzoek van burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag een voorziening betreft waarop het gestelde
                                    in artikel 4, derde lid, laatste volzin van toepassing is,
                                    treedt het college voor de in het eerste lid genoemde datum in
                                    overleg met de aanvrager indien het college van oordeel is dat
                                    de door de aanvrager overgelegde begroting van de kosten dient
                                    te worden aangepast. Wanneer in het overleg geen overeenstemming
                                    wordt bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag dan geeft
                                    het college dat, onder vermelding van de redenen, aan in het
                                    voorstel tot vaststelling van het bedrag, het programma en het
                                    overzicht als bedoeld in paragraaf 2.3. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft in dit voorstel tevens de hoogte van het
                                    geraamde bedrag aan waarvan voor de aangevraagde voorziening
                                    wordt uitgegaan bij de toepassing van het gestelde in paragraaf
                                    2.3. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens het college het programma en het overzicht
                                        vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
                                        in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
                                        inhoud van dat voorstel naar voren te brengen. </al></li><li nr="2."><al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor
                                        15 oktober. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee
                                        weken voor de door het college vastgestelde datum
                                        schriftelijk daarvan in kennis gesteld. Zij worden hierbij
                                        tevens in kennis gesteld van de voorgenomen inhoud van het
                                        voorstel. </al></li><li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                        als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede
                                        lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken
                                        aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                        overleg hiervan in kennis. </al></li><li nr="4."><al>Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar
                                        voren gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende,
                                        schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en van de reactie
                                        van het college op deze zienswijzen, wordt door het college
                                        een verslag gemaakt. Het verslag wordt toegezonden aan alle
                                        bevoegde gezagsorganen. </al></li><li nr="5."><al>Indien een bevoegd gezag of het college een advies wenst van
                                        de Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                        voorgenomen inhoud van het programma in relatie tot de
                                        vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting, dan
                                        wordt dit door het bevoegd gezag of het college tijdens het
                                        overleg als bedoeld in het eerste lid kenbaar gemaakt. Dit
                                        gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde
                                        omschrijving van de onderwerpen waarover het advies van de
                                        Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het
                                        verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid
                                        van richting en de vrijheid van inrichting. </al></li><li nr="6."><al>De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het
                                        overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren
                                        te brengen over een verzoek om advies van de Onderwijsraad.
                                        Het schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar
                                        voren gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag
                                        van het overleg als bedoeld in het vierde lid. </al></li><li nr="7."><al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om
                                        advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgen zij ervoor dat
                                        de Onderwijsraad alle stukken, waaronder het schriftelijk
                                        verslag van het overleg met de daarin opgenomen zienswijzen,
                                        ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek.
                                    </al></li><li nr="8."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                        advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
                                        toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel
                                        of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad
                                        zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van de
                                        voorgenomen inhoud van het programma, dan worden de bevoegde
                                        gezagsorganen door het college bij de toezending van het
                                        afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader
                                        overleg.</al><al>In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk
                                overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het
                                college geeft dit aan bij de toezending van het afschrift van het
                                advies van de Onderwijsraad. </al></li><li nr="9."><al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee
                                weken plaats na toezending van het advies van de Onderwijsraad aan
                                de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt van dit overleg een
                                verslag en voegt dit toe aan het verslag als bedoeld in het vierde
                                lid. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tijdstip vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast dat beschikbaar
                                    is voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit
                                    bekostigingsplafond kan worden gesplitst in afzonderlijke
                                    bedragen per onderwijssoort en/of per voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld uiterlijk op
                                    31 december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6
                                    valt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud programma</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het
                                jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden
                                gemaakt, komen, voor zover het college heeft vastgesteld dat geen
                                van de in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra
                                en Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van
                                toepassing is, in aanmerking voor plaatsing op het programma.
                                Daarbij past het college de regels toe met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I; </al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als bedoeld in
                                        bijlage III. </al></li></lijst><al>Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende
                                voorzieningen neemt het college, aan de hand van de urgentiecriteria
                                als bedoeld in bijlage V, uitsluitend voorzieningen op in het
                                programma voor zover het bedrag of de deelbedragen als bedoeld in
                                artikel 11, eerste lid, toereikend zijn. </al></li><li nr="2."><al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan
                                        het college de raad verzoeken bij de vaststelling van het
                                        programma af te mogen wijken van de urgentiecriteria als
                                        bedoeld in bijlage V. </al></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen
                                        wordt, voor zover van toepassing, door het college
                                        aangegeven: </al><lijst><li nr="a."><al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV,
                                                deel A voor de betreffende voorziening beschikbaar
                                                wordt gesteld; </al></li><li nr="b."><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                                voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                                laatste volzin; </al></li><li nr="c."><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                                buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inhoud overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die, gelet op
                                    het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in het programma
                                    zijn opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                    voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het programma
                                    zijn opgenomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht geschiedt
                                    binnen twee weken na de datum van vaststelling door toezending
                                    door het college van de besluiten aan de aanvragers.
                                    Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de besluiten door
                                    het college schriftelijk mededeling gedaan aan de overige
                                    bevoegde gezagsorganen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden tegelijkertijd
                                    met de bekendmaking ter inzage gelegd. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoering programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen vier weken na de datum van vaststelling van het programma
                                    treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                    uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In
                                    dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de
                                    uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van
                                    toepassing, afspraken gemaakt over: </al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap als bedoeld in de wet; </al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
                                            begroting door de aanvrager; </al></li><li nr="c."><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                            inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;
                                        </al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop door het college toepassing wordt
                                            gegeven aan de toetsing van het bouwplan en de
                                            begroting, alsmede aan de toetsing in verband met
                                            wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                            omstandigheden als bedoeld in artikel 16; </al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording over
                                            de besteding van de beschikbaar te stellen middelen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een
                                    voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin,
                                    dan geeft de aanvrager aan op welke wijze de aanbesteding van de
                                    uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij worden, voor zover van
                                    toepassing gezien de aard van de voorziening, de gestelde
                                    richtlijnen als bedoeld in bijlage IV, deel B in acht genomen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg
                                    niet tot overeenstemming heeft geleid, wordt door het college
                                    schriftelijk vastgelegd in een verslag van het overleg en binnen
                                    vier weken na afloop van het overleg ter kennis gebracht van de
                                    aanvrager. Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het
                                    verslag of binnen twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk
                                    heeft gereageerd, wordt, afhankelijk van de inhoud van het
                                    vastgestelde verslag, geacht dat er overeenstemming of geen
                                    overeenstemming is bereikt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16,
                                    vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de
                                    overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een
                                    beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                    kan nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het
                                    derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat
                                    het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de
                                    aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
                                    uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                    bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                        omstandigheden; overlegging offertes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde
                                        lid, is bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een
                                        bouwopdracht, dient de aanvrager met inachtneming van de
                                        hierover gemaakte afspraken, de bouwplannen, de
                                        desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstip
                                        waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter
                                        instemming in bij het college. </al></li><li nr="2."><al>Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over de
                                        instemming met de bouwplannen en de desbetreffende begroting
                                        en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                        nemen. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de
                                        aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien
                                        niet binnen deze termijn is besloten, wordt geacht
                                        instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de
                                        begroting en vangt de bekostiging aan op het door de
                                        aanvrager aangegeven tijdstip. </al><al>Binnen twee weken na de datum van de beslissing over het bouwplan,
                                de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging
                                een aanvang neemt, deelt het college de beslissing schriftelijk mee
                                aan de aanvrager. </al></li><li nr="3."><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
                                        college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin
                                        de school verkeert ten opzichte van de feiten en
                                        omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het
                                        programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een
                                        naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging van
                                        de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet
                                        voor bekostiging in aanmerking. </al></li><li nr="4."><al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                        begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of
                                        krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing of
                                        er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen
                                        achterwege blijven als naar het oordeel van het college dat
                                        niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het
                                        programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan
                                        mededeling aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in
                                        artikel 15. </al></li><li nr="5."><al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                        begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft
                                        van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                        laatste volzin. De beslissing van het college als bedoeld in
                                        het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van
                                        het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het
                                        tweede lid van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="6."><al>Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als
                                        bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, heeft
                                        ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de
                                        hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15,
                                        tweede lid, aan het college de aan de aanvrager uitgebrachte
                                        offertes voor de uitvoering van de voorziening. Het college
                                        beslist binnen vier weken na ontvangst van de offertes over
                                        het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de
                                        uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de
                                        bekostiging een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen
                                        twee weken na de datum van deze beslissing hiervan
                                        schriftelijk in kennis gesteld. Voor de vaststelling van het
                                        definitieve bedrag is de offerte met de laagste
                                        prijsstelling bepalend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al> Het college kan bij de beslissing als bedoeld in artikel 16, tweede
                                lid of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de
                                bekostiging een aanvang kan nemen, bepalen dat de
                                beschikbaarstelling van de gelden in termijnen plaatsvindt. De
                                beschikbaarstelling van de gelden geschiedt dan telkens op een
                                zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het
                                programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening kan komen te
                                    vervallen, indien niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het
                                    jaar volgend op de vaststelling van het programma een
                                    bouwopdracht is verleend dan wel een koop-, huur- of
                                    erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift hiervan niet
                                    voor 15 oktober daaropvolgend aan het college is gezonden. De in
                                    de eerste volzin bedoelde bouwopdracht is onherroepelijk en
                                    vermeldt de aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt
                                    in het aantal werkbare dagen, binnen welke het werk wordt
                                    opgeleverd. De in de eerste volzin bedoelde overeenkomsten zijn
                                    onherroepelijk. In geval van een huur- of erfpachtovereenkomst
                                    wordt daarin de datum van inwerkingtreding vermeld, alsmede de
                                    duur van de overeenkomst. In geval van een koopovereenkomst
                                    wordt daarin de datum van aankoop vermeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                    veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de
                                    aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager voor 1 september
                                    een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij het
                                    college tot verlenging van de termijn als bedoeld in het eerste
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist voor 15 september over het verzoek tot
                                    verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt ingewilligd,
                                    wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn als
                                    bedoeld in het eerste lid wordt verlengd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de aanspraak op vergoeding, als bedoeld in het eerste
                                    lid, komt te vervallen, stellen burgemeester en wethouders de
                                    aanvrager daarvan in kennis.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANVRAGEN MET SPOEDEISEND KARAKTER</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al> Een aanvraag om bekostiging van een voorziening in de huisvesting
                                die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden,
                                kan worden ingediend bij het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt
                                van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld in
                                    artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de aanvrager
                                    de volgende gegevens te verstrekken: </al><lijst><li nr="a."><al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                            voorziening in de huisvesting spoedeisend maken; </al></li><li nr="b."><al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting niet
                                            kon worden aangevraagd in het kader van een nog vast te
                                            stellen programma; </al></li><li nr="c."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten, tenzij het een voorziening betreft als
                                            bedoeld in artikel 2 onder a, onderdelen 6o tot en met
                                            8o en artikel 2 onder d, e en f; </al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering
                                            indien het een voorziening betreft als bedoeld in
                                            artikel 4, derde lid, laatste volzin. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college een of meer gegevens als
                                    bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit binnen twee weken
                                    na datum van indiening van de aanvraag schriftelijk medegedeeld
                                    aan de aanvrager. De aanvrager heeft de gelegenheid de
                                    ontbrekende gegevens binnen twee weken na ontvangst van de
                                    mededeling in te dienen bij het college. Indien de aanvrager de
                                    vereiste ontbrekende gegevens niet binnen de in de vorige volzin
                                    bedoelde termijn heeft verstrekt, besluit het college de
                                    aanvraag niet te behandelen. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
                                    aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens zijn
                                    verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee weken na
                                    de datum van de beslissing wordt de aanvrager hiervan
                                    schriftelijk in kennis gesteld door het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden
                                    gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en
                                    noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking
                                    wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inhoud beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het college
                                    heeft vastgesteld dat het treffen van de voorziening, gelet op
                                    de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden en geen
                                    van de in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de
                                    expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen
                                    weigeringsgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling past
                                    het college de regels toe met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I; </al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II; </al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                            bijlage III. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de gewenste
                                    voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening
                                    omvatten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt het college welk
                                    genormeerd bedrag ingevolge het bepaalde in bijlage IV , deel A
                                    voor de toegewezen voorziening beschikbaar wordt gesteld, dan
                                    wel wat het geraamde bedrag is indien het een voorziening
                                    betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin. Bij
                                    de beschikking stelt het college vast voor welke datum een
                                    bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                    erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten, en voor welke datum een
                                    afschrift daarvan aan de raad moet zijn toegezonden. Binnen twee
                                    maanden na de datum van de beschikking door het college moet een
                                    bouwopdracht zijn verleend, dan wel een koop-, huur-, of
                                    erfpachtovereenkomst zijn gesloten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitvoering beslissing</titel></kop><al> Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21, eerste
                                lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college zo
                                spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                uitvoering. Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij
                                overeenkomstig van toepassing, met uitzondering van de in tweede lid
                                van artikel 16 genoemde termijn van zes weken. Hiervoor moet worden
                                gelezen drie weken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde
                                    tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel een koop-,
                                    huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift
                                    daarvan is gezonden aan het college, vervalt de aanspraak op
                                    bekostiging. Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan
                                    wel koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is het gestelde in
                                    artikel 18, eerste lid van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere
                                    omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen,
                                    en de aanvrager uiterlijk vier weken voor het verstrijken van
                                    deze datum een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend
                                    bij het college tot verlenging van de termijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op bekostiging
                                    op totdat het college op het verzoek heeft beslist. Indien het
                                    college het verzoek inwilligt, noemt de raad een nieuwe datum
                                    waarop de aanspraak op bekostiging vervalt. Indien het college
                                    het verzoek afwijst, geldt de datum van beslissing op het
                                    verzoek als vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet
                                    voor de oorspronkelijke vervaldatum kan vallen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BEKOSTIGING BOUWVOORBEREIDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen voor
                                plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan voorafgaand een
                                aanvraag indienen bij het college voor bekostiging van de
                                bouwvoorbereiding. Het betreft de voorbereiding voorafgaand aan het
                                moment van aanbesteding van die voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt gedaan voor 1 februari van het jaar voorafgaand
                                aan het jaar waarin de bekostiging gewenst wordt. Hierbij wordt
                                gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager; </al></li><li nr="b."><al>de dagtekening; </al></li><li nr="c."><al>de naam van de school ten behoeve waarvan de vergoeding
                                        wordt gewenst; </al></li><li nr="d."><al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                        gewenste locatie van de voorziening; </al></li><li nr="e."><al>het gewenste tijdstip van realisering van de voorziening;
                                    </al></li><li nr="f."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten; </al></li><li nr="g."><al>indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een bestaand
                                        gebouw: een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak van
                                        de vervanging blijkt; </al></li><li nr="h."><al>een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste lid,
                                        indien de bekostiging bouwvoorbereiding is aangemerkt als
                                        een voorziening bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin. Bij de rapportage als bedoeld onder g wordt gebruik
                                        gemaakt van het door de raad vastgestelde formulier
                                        'Bouwkundige opname'. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het derde
                                lid, deelt het college dit voor 15 februari schriftelijk mee aan de
                                aanvrager en stellen hem in de gelegenheid om voor 15 maart de
                                gegevens aan te vullen. Het gestelde in artikel 7, derde en vijfde
                                lid is daarbij van overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Toelichting en overleg aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of het
                                overleg over de begroting is het gestelde in artikel 9 van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college een besluit neemt over de aanvraag voor
                                bekostiging van bouwvoorbereiding, treedt het college in overleg met
                                de aanvrager. Dit overleg over de aanvraag vindt plaats tezamen met
                                het overleg als bedoeld in artikel 10, eerste lid. De leden twee,
                                drie en vier van artikel 10 zijn daarbij van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beschikking op aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt op het tijdstip als bedoeld in artikel 11 een
                                beslissing over de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover: </al><lijst><li nr="a."><al>er voldoende middelen voor de vergoeding van de kosten van
                                        bouwvoorbereiding beschikbaar zijn; </al></li><li nr="b."><al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende vaststaat;
                                    </al></li><li nr="c."><al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het
                                        gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in aanmerking
                                        kan worden gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, wordt in de beschikking vermeld
                                tot welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden vergoed. Het
                                bedrag kan in termijnen aan de aanvrager beschikbaar worden gesteld,
                                echter steeds op een zodanig tijdstip dat de aanvrager aan zijn
                                financiële verplichtingen jegens derden die hij heeft ingeschakeld
                                bij de bouwvoorbereiding, kan voldoen. Over de daadwerkelijke
                                beschikbaarstelling van het bedrag worden afspraken gemaakt tussen
                                aanvrager en het college. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de plaatsing
                                van de voorziening op enig toekomstig programma. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><al> De aanspraak die voortvloeit uit de beschikking tot toekenning van
                            bekostiging van bouwvoorbereiding vervalt, indien door de aanvrager niet
                            voor 15 september van het jaar dat volgt op het jaar waarin de
                            beschikking is genomen, daadwerkelijk gestart is met de
                            bouwvoorbereiding en niet voor 1 oktober daaropvolgend informatie is
                            verstrekt aan het college waaruit dit blijkt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>MEDEGEBRUIK EN VERHUUR</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.1</nr><titel>Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al> Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een
                                gebouw of terrein, bestemd voor een school, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een school berekend volgens het gestelde in bijlage III,
                                        delen A en B en het bevoegd gezag van die school een
                                        aanvraag als bedoeld in artikel 6 of 19 voor medegebruik of
                                        uitbreiding heeft ingediend; </al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een
                                        andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door
                                        medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien; </al></li><li nr="c."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare berekeningswijze en
                                    </al></li><li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een
                                        school.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><al>1.Er is sprake van leegstand in een lesgebouw wanneer het betreft
                                een gebouw van een school voor basisonderwijs, indien uit de
                                vergelijking van het aantal groepen zoals berekend op basis van
                                bijlage III, deel B en de capaciteit van het gebouw zoals
                                vastgesteld op basis van bijlage III, deel A blijkt dat er ten
                                minste één leslokaal niet nodig is voor de daar gevestigde school of
                                scholen; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                    medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw
                                    waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik
                                    heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van
                                    het onderwijs aan die school of scholen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het
                                    gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de
                                    aan die scholen reeds ter beschikking staande
                                    huisvestingscapaciteit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in
                                            gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag,
                                            tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van
                                            leegstand in een ander gebouw een betere oplossing
                                            biedt; </al></li><li nr="b."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin
                                            een school van dezelfde richting is gehuisvest en </al></li><li nr="c."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het
                                            dichtstgelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten
                                            behoeve waarvan de vordering plaatsvindt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde
                                    gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de
                                    in het derde lid opgenomen volgorde afwijken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    van leegstand in een lesgebouw, voert het college daarover
                                    overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand gevorderd
                                    wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is
                                    bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld
                                    in artikel 10. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als
                                    bedoeld in artikel 11, doet het college schriftelijk mededeling
                                    van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt.
                                    Van deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in
                                    het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de
                                    vordering te hebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 19, voert
                                    het college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd
                                    gezag waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor
                                    de huisvesting is bestemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in het
                                    vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling van de
                                    vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van
                                    deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het
                                    overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering
                                    te hebben. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in het
                                    tweede en vierde lid, bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve
                                            waarvan wordt gevorderd; </al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal groepen ten behoeve
                                            waarvan gevorderd wordt of, indien het betreft het
                                            onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal klokuren
                                            dat gevorderd wordt; </al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
                                            betrekking heeft; </al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat
                                            gevorderd wordt; </al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum
                                            van het medegebruik. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al> De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling
                                overleg, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, een
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Indien dit overleg niet tot
                                overeenstemming leidt, geldt het bepaalde in bijlage IV, deel
                                C.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.2</nr><titel>Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of
                                recreatieve doeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot vordering indien er sprake is van
                                leegstand van een lesgebouwen zoals bepaald in artikel 30;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens over te gaan tot vordering voert het college overleg
                                    met het bevoegd gezag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde: </al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;
                                        </al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                            onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school; </al></li><li nr="c."><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                            voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
                                            gevestigde school hinder van het medegebruik ondervindt;
                                        </al></li><li nr="d."><al>wat naar de mening van het college en het bevoegd gezag
                                            een redelijke vergoeding voor het medegebruik is; </al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
                                            aanvang kan nemen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen vier weken na afloop van het overleg doet het college
                                    schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag.
                                    Indien het overleg zoals bedoeld in het eerste lid heeft geleid
                                    tot afspraken, bevat de mededeling in ieder geval die afspraken.
                                    Voorzover het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid,
                                    bevat de mededeling de beslissing van het college over de punten
                                    waarover geen overeenstemming bestond. Indien het bevoegd gezag
                                    in het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben
                                    tegen de vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier
                                    bedoeld worden afgezien. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Toestemming college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens een huurovereenkomst te sluiten, vraagt het bevoegd
                                    gezag toestemming voor de verhuur aan het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat
                                    een aanduiding van de huurder, alsmede van de bestemming van de
                                    te verhuren ruimte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verleent de toestemming niet indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met
                                            bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair
                                            onderwijs of regelgeving; </al></li><li nr="b."><al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                            school. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college neemt binnen vier weken na ontvangst van het verzoek
                                    een besluit en zenden dat aan het bevoegd gezag. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>EINDE GEBRUIK GEBOUWEN EN TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag nodig
                                is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik van het
                                gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op
                                de datum genoemd in de door het college en het bevoegd gezag
                                ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals vastgesteld door
                                gedeputeerde staten bij de beslissing inzake een geschil over de
                                totstandkoming van een gezamenlijke akte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is van
                                achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het
                                eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
                                behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden,
                                een staat van onderhoud opgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college
                                na overleg met het bevoegd gezag. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk
                                deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt
                                uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het college betaald
                                wordt. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen
                                partijen vast welke handelwijze gevolgd wordt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit
                                naar het oordeel van het college niet nodig is. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>VERVALLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al> In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                            deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Indexering</titel></kop><al> Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en systematiek
                            van prijsbijstelling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><al> Toelichting </al><lijst><li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: <vet>“Verordening
                                        voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Loppersum”.
                                    </vet></al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2007.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in artikel 8 van de Tijdelijke Referendumwet is van
                                    overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Loppersum</ondertekening><ondertekening>gehouden op 18 december 2006, nr. 10.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Rodenboog, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>drs. M.E. Greven, griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>BIJLAGE I CRITERIA VOOR BEOORDELING VAN AANGEVRAAGDE
                    VOORZIENINGEN</tussenkop><al> Toelichting </al><al>Per onderwijssector en per voorziening worden hieronder opgesomd de nadere
                    voorwaarden waaronder - behoudens de financiële toets - de voorziening voor
                    bekostiging in aanmerking komt. De criteria voor beoordeling van aangevraagde
                    voorzieningen vallen uiteen in twee delen: </al><lijst><li nr="·"><al>deel A: lesgebouwen; </al></li><li nr="·"><al>deel B: voorzieningen voor lichamelijke oefening. </al></li></lijst><tussenkop>DEEL A Lesgebouwen </tussenkop><tussenkop>1 School voor basisonderwijs </tussenkop><al>De voorzieningen genoemd onder 1.2, 1.3.1, 1.3.2a, 1.3.2b en 1.10 d worden
                    niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts
                    in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het
                    bevoegd gezag en ter beoordeling van het college. <vet>1.1 Nieuwbouw</vet></al><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: </al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen
                            worden verwacht of b2 het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen
                            aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                            bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze groepen
                            leerlingen kunnen worden verwacht en </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>zwaarwegende redenen van onderwijskundige aard die het onder lid c.
                            aangeduide verhinderen.</al></li></lijst><al/><tussenkop>1.2 Vervangende bouw</tussenkop><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit: </al><lijst><li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname als bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, zodat onderhoud en/of aanpassingen
                            geen redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de
                            levensduurverlenging); </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>1 het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn (of
                            zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                            de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen
                            worden verwacht of b2 het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen
                            aanwezig zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze groepen leerlingen
                            kunnen worden verwacht en </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> zwaarwegende redenen van onderwijskundige aard die het onder lid c.
                            aangeduide verhinderen</al></li></lijst><al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als: </al><lijst><li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter
                            beoordeling van het college; </al></li><li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                            herschikkingsoperatie; </al></li><li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                            noodzakelijk is. </al></li></lijst><al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het
                    oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van sloopkosten plaats.</al><tussenkop> 1.3 Uitbreiding </tussenkop><tussenkop>1.3.1 Uitbreiding met een of meer leslokalen </tussenkop><al>De noodzaak voor uitbreiding met een of meer leslokalen blijkt uit: </al><al>het feit dat er ten minste één groep leerlingen extra boven de capaciteit van
                    het gebouw of de gebouwen als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A,
                    aanwezig is; </al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren voor een voor blijvend
                            gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen)
                            worden verwacht of </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vier jaren voor een voor tijdelijk
                            gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen)
                            worden verwacht of b3 het feit dat de laatste teldatum voor het indienen
                            van de aanvraag aantoont, dat er een of meer groepen leerlingen aanwezig
                            zijn die niet voor maximaal vier jaren binnen het gebouw of de gebouwen
                            kunnen worden gehuisvest en </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende extra huisvesting voor de school te
                            realiseren, terwijl </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                            de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van een bestaand verschil in
                            oppervlakte tussen de feitelijk aanwezige bruto-oppervlakte en de
                            genormeerde bruto-oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage
                            III, deel A, geheel of gedeeltelijk inpandig een of meer benodigde
                            leslokalen te maken. </al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>zwaarwegende redenen van onderwijskundige aard die het onder lid c.
                            aangegevene verhinderen.</al></li></lijst><tussenkop>1.3.2 Uitbreiding basisschool met een tweede speellokaal </tussenkop><al>De noodzaak voor uitbreiding met een tweede speellokaal blijkt uit: </al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de basisschool ten minste vijf groepen jongste leerlingen
                            (van vier en vijf jaar oud) van ten minste 20 leerlingen telt en dat de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening en voor ten minste vijftien jaren voor een voor blijvend
                            gebruik bestemde voorziening deze groepen leerlingen kunnen worden
                            verwacht terwijl </al></li><li nr="b."><al>voor het spelen van (een deel van) de vier- en vijfjarigen geen gebruik
                            kan worden gemaakt van een gymnastiekruimte of van een speellokaal van
                            een andere basisschool binnen 300 meter hemelsbreed. </al></li></lijst><tussenkop>1.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw</tussenkop><al> De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: </al><lijst><li nr="a."><al>1 het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt of a2 het feit dat het huidige gebouw
                            voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt, terwijl </al></li><li nr="b."><al>1 de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en
                            dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die
                            voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of
                            b2 de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en
                            dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose,
                            die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en
                        </al></li><li nr="c."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren; </al></li><li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig
                            is of op korte termijn beschikbaar komt en </al></li><li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding. </al></li></lijst><tussenkop>1.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen </tussenkop><al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit dat: </al><lijst><li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een
                            tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten minste vier jaren is,
                            waarin beschikbare lege of leegkomende noodlokalen op een afstand van
                            meer dan 2000 meter hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl </al></li><li nr="b."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren en
                        </al></li><li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten van
                            een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal groepen en
                            dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college. </al></li></lijst><tussenkop>1.6 Terrein </tussenkop><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt
                    uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing
                    van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een
                    deel van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren,
                    zodanig dat de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in
                    bijlage III, deel D.</al><tussenkop>1.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket </tussenkop><al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket blijkt uit het feit
                    dat de school, op grond van de laatste teldatum voorafgaand aan de indiening van
                    de aanvraag uitgebreid wordt met ten minste één groep leerlingen, en voor zo'n
                    uitbreiding in de periode vanaf 1 augustus 1985 nog niet eerder bekostiging
                    heeft plaatsgevonden. </al><al>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra onderwijsleerpakket,
                    indien het aantal groepen gewogen leerlingen van de school na fusie groter is
                    dan dat van de aan de fusie deelnemende scholen.</al><al>De noodzaak voor een toeslag tweede speellokaal onderwijsleerpakket blijkt uit
                    het feit dat een basisschool uitgebreid wordt met een tweede speellokaal. </al><tussenkop>1.8 Eerste inrichting meubilair </tussenkop><al>De noodzaak voor eerste aanschaf van meubilair blijkt uit het feit dat de
                    school, op grond van de laatste teldatum voorafgaand aan de indiening van de
                    aanvraag uitgebreid wordt met ten minste één groep leerlingen, en voor zo'n
                    uitbreiding in de periode vanaf 1 augustus 1985 nog niet eerder bekostiging
                    heeft plaatsgevonden.</al><al>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra meubilair, indien het
                    aantal groepen ongewogen leerlingen na fusie groter is dan dat van de aan de
                    fusie deelnemende scholen. De noodzaak voor een toeslag tweede speellokaal
                    meubilair blijkt uit het feit dat een basisschool uitgebreid wordt met een
                    tweede speellokaal. </al><tussenkop>1.9 Medegebruik </tussenkop><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste één groep
                    leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van
                    bijlage III, deel A, aanwezig is. </al><tussenkop>1.10 Aanpassing </tussenkop><al>De voorziening aanpassing bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het basisonderwijs, gelet op de eisen gesteld in
                            bijlage III, delen A en D; </al></li><li nr="b."><al>een integratieverbouwing om een ander gebouw te kunnen afstoten of om,
                            afgezien van een speellokaal, een gebouw van een speciale school voor
                            basisonderwijs geschikt te maken voor kinderen jonger dan zes jaar;
                        </al></li><li nr="c."><al>creëren (extra) leslokaal binnen het gebouw; </al></li><li nr="d."><al>creëren speellokaal binnen het gebouw; </al></li><li nr="e."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet- en
                            regelgeving; </al></li><li nr="f."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties; en </al></li><li nr="g."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of het
                            aanbrengen van een traplift bij meerlaagse schoolgebouwen; </al></li><li nr="h."><al>aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen. </al></li></lijst><tussenkop>Ad a</tussenkop><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat ingebruikneming van het
                    desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria, zoals genoemd onder
                    1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet aan de huisvestingseisen voor
                    een school voor basisonderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks
                    ter beoordeling van het college, te verwezenlijken zijn. </al><tussenkop>Ad b </tussenkop><al>De noodzaak voor een integratieverbouwing teneinde een schoolgebouw te kunnen
                    afstoten blijkt uit het feit dat door terugloop van het aantal groepen
                    leerlingen het gebruik van een gebouw kan of moet worden beëindigd omdat binnen
                    een of meer andere gebouwen in gebruik bij de school voldoende ruimte aanwezig
                    is, terwijl deze niet zijn ingericht voor het onderwijs aan vier- en vijfjarigen
                    of zes- tot twaalfjarigen. De noodzaak voor een integratieverbouwing in een
                    gebouw van een speciale school voor basisonderwijs blijkt uit het feit dat 12
                    kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten tot de school, terwijl het gebouw
                    niet geschikt is voor het onderwijs aan leerlingen jonger dan zes jaar. </al><tussenkop>Ad c</tussenkop><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er meer groepen
                    leerlingen aanwezig zijn dan waar het gebouw, als vastgesteld op grond van
                    bijlage III, deel A, ruimte voor biedt, terwijl er tevens sprake is van een
                    bruikbaar verschil tussen de feitelijke bruto-oppervlakte en de genormeerde
                    bruto-oppervlakte dat het mogelijk maakt inpandig een of meer noodzakelijke
                    extra leslokalen te creëren. Bovendien dienen er geen medegebruiksmogelijkheden
                    aanwezig te zijn binnen een afstand van 2000 meter hemelsbreed. </al><al> Indien het inpandig creëren van een leslokaal meer kost dan uitbreiding, op
                    grond van bijlage IV, deel A, wordt beslist alsof uitbreiding de gevraagde
                    voorziening is.</al><tussenkop>Ad d</tussenkop><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de school niet beschikt
                    over een speellokaal en er geen ruimte groter dan 56 m2 aanwezig is en er
                    bovendien geen medegebruik van een speellokaal van een school binnen 300 meter
                    mogelijk is. Voor een speciale school voor basisonderwijs is de noodzaak ook
                    afhankelijk van het feit dat tot de school minimaal 12 kinderen jonger dan zes
                    jaar worden toegelaten. </al><al>Indien het inpandig creëren van een speellokaal meer kost dan een uitbreiding,
                    zulks ter beoordeling van het college, op grond van bijlage IV, deel A, wordt
                    beslist alsof uitbreiding de gevraagde voorziening is. </al><tussenkop>Ad e</tussenkop><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van het gebouw
                    met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat verschil op korte termijn moet
                    worden opgeheven. </al><tussenkop>Ad f </tussenkop><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de oliegestookte
                    verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert dat vervanging
                    noodzakelijk is. </al><tussenkop>Ad g</tussenkop><al>De noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van een
                    gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de betreffende
                    voorziening noodzakelijk is. Voorzover het betreft het aanbrengen van een
                    traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn om zodanige organisatorische
                    maatregelen te treffen dat het volledige onderwijsproces op de begane grond kan
                    worden gevolgd, respectievelijk kan worden gegeven. </al><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en
                    indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                    gedurende ten minste vijftien jaren voldoende leerlingen om de school in stand
                    te kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing
                    absoluut noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de
                    prognose onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts
                    goedgekeurd als er geen andere, goedkopere, voorziening mogelijk is. </al><tussenkop>Ad h</tussenkop><al>De noodzaak van deze aanpassing blijkt uit het feit dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanpassing nog niet eerder is toegekend, en </al></li><li nr="b."><al>bij de bouw van het gebouw geen rekening is gehouden met
                            onderwijskundige vernieuwingen, en </al></li><li nr="c."><al>het een permanent gebouw betreft, en </al></li><li nr="d."><al>het om een bouwkundige aanpassing van het gebouw gaat. </al></li></lijst><tussenkop>1.11 Onderhoud</tussenkop><al>De voorziening onderhoud bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw voorzover omschreven in het
                            overzicht 'onderhoud primair onderwijs'; </al></li><li nr="b."><al>(algehele) vervanging van binnenkozijnen en binnendeuren (inclusief
                            hang- en sluitwerk); </al></li><li nr="c."><al>algehele vervanging van radiatoren, convectoren en leidingen voor
                            centrale verwarming. </al></li></lijst><al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens het
                    gemeenschappelijk meerjarenonderhoudsplan, terwijl regulier onderhoud door het
                    bevoegd gezag niet langer volstaat.</al><al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud. </al><al>Noodzakelijk onderhoud aan permanente gebouwen komt voor bekostiging in
                    aanmerking indien op basis van een prognose, die voldoet aan de in bijlage II
                    gestelde vereisten, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school nodig is. </al><al>Noodzakelijk onderhoud aan noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking
                    indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het noodlokaal op basis van een prognose, die voldoet aan de in bijlage
                            II gestelde vereisten, nog ten minste vier jaar voor de school nodig is;
                            en </al></li><li nr="b."><al>voor de aanwezige groepen leerlingen geen gebruik kan worden gemaakt van
                            medegebruik binnen een straal van 2000 meter hemelsbreed. </al></li></lijst><tussenkop>1.12 Herstel van constructiefouten</tussenkop><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout. </al><tussenkop>1.13 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                    meubilair in geval van bijzondere omstandigheden </tussenkop><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden
                    bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt
                    gehinderd. </al><tussenkop>I-1 Overzicht 'Onderhoud PO'</tussenkop><al>Activiteiten die behoren tot het onderhoud: </al><lijst><li nr="·"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten </al></li><li nr="·"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging. </al></li><li nr="·"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders. </al></li><li nr="·"><al>Vervangen brandtrap. </al></li><li nr="·"><al>Vervangen erfscheiding. </al></li><li nr="·"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein. </al></li><li nr="·"><al>Vervangen binnenkozijnen inclusief hang- en sluitwerk
                            (renovatie-activiteit). </al></li><li nr="·"><al>Vervangen buitenkozijnen inclusief hang- en sluitwerk
                            (renovatie-activiteit). </al></li><li nr="·"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen (renovatie-activiteit).
                        </al></li><li nr="·"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten. </al></li><li nr="·"><al>Vervangen boeiboorden. </al></li></lijst></bijlage><bijlage><tussenkop>BIJLAGE II CRITERIA VOOR OPSTELLING EN TOETSING VAN LEERLINGPROGNOSES </tussenkop><al> De prognose van het aantal te verwachten leerlingen van de school als bedoeld
                    in artikel 7, tweede lid onder a, artikel 20, eerste lid onder c, en artikel 25,
                    derde lid onder f, wordt gemaakt voor een periode van ten minste vijftien jaren
                    te starten met het gewenste jaar van bekostiging. In bijlage I is voor de
                    voorzieningen aanpassing en onderhoud aangegeven van welke prognosetermijn moet
                    worden uitgegaan. Leidraad hierbij is geweest dat voor (meer) ingrijpende
                    voorzieningen een lange termijnprognose vereist is, terwijl voor voorzieningen
                    met minder financieel gevolg die noodzakelijk zijn om het gebouw te kunnen
                    blijven gebruiken, volstaan kan worden met een korte-termijnprognose. </al><al>De prognose geeft per jaar inzicht in het aantal te verwachten leerlingen van de
                    school of nevenvestiging door in elk geval rekening te houden met: </al><lijst><li nr="a."><al>het voedingsgebied of de voedingsgebieden; </al></li><li nr="b."><al>de aanwezige bevolking, verdeeld in relevante leeftijdsgroepen; </al></li><li nr="c."><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin inclusief een eventuele
                            uitbreiding van het voedingsgebied; </al></li><li nr="d."><al>de veranderingen in de onderscheiden leeftijdsgroepen van de bevolking
                            als gevolg van migratie, sterfte en geboorte; </al></li><li nr="e."><al>de veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in de
                            woningvoorraad; </al></li><li nr="f."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling voor de
                            school en </al></li><li nr="g."><al>het onderwijs dat wordt gegeven. </al></li></lijst><al>De prognose is niet meer dan twee jaar oud.</al><al>De prognose omvat in elk geval de bovenstaande gegevens a t/m g voor een periode
                    van 6 jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar voorafgaand aan de
                    indiening van de aanvraag. Het voedingsgebied van de school omvat het gebied
                    waaruit het overgrote deel van de leerlingen afkomstig is (of bij
                    nieuwbouwwijken: zal zijn). Voor een basisschool wordt bij de prognose in ieder
                    geval een beschrijving geleverd van het voedingsgebied op wijkniveau. Voor een
                    speciale school voor basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het
                    voortgezet onderwijs kan, indien het voedingsgebied zich over de gemeentegrens
                    uitstrekt, worden volstaan met een opsomming van de gemeenten die tot het
                    voedingsgebied worden gerekend. Bij aanlevering van een prognose dienen de
                    relevante gegevens en berekeningen over de analyse- en prognoseperiode op papier
                    te zijn afgedrukt. Bij deze levering worden in elk geval de gebruikte
                    programmatuur en de aannames/assumpties met betrekking tot het gestelde onder d
                    tot en met g, waarop de prognose is gebaseerd, aangegeven en onderbouwd. Het
                    college is bevoegd onderscheiden naar onderwijssoort nadere regels te stellen
                    betreffende de criteria waaraan een prognose moet voldoen. </al></bijlage><bijlage><tussenkop>BIJLAGE III CRITERIA VOOR OPPERVLAKTE EN INDELING </tussenkop><al> De criteria voor oppervlakte en indeling vallen uiteen in vier delen: </al><lijst><li nr="·"><al>deel A: de bepaling van de capaciteit; </al></li><li nr="·"><al>deel B: wijze van bepalen van de ruimtebehoefte; </al></li><li nr="·"><al>deel C: de bepaling van de omvang van de toekenning; </al></li><li nr="·"><al>deel D: minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen. </al></li></lijst><tussenkop>DEEL A De bepaling van de capaciteit</tussenkop><tussenkop> 1 School voor basisonderwijs</tussenkop><al> De capaciteit van de gebouwen voor het basisonderwijs wordt volgens
                    onderstaande methodiek vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het
                    bevoegd gezag van de school besluiten tot vermindering van de met onderstaande
                    methodiek vastgestelde capaciteit, indien de hiertoe beschikbaar komende ruimten
                    worden ingezet ten behoeve van onderwijskundige, culturele, maatschappelijke en
                    recreatieve doeleinden. </al><tussenkop>1.1 Gebouwen van hoofd- en nevenvestigingen (inclusief de T en
                    B-dislocaties met een permanente of tijdelijke bouwaard </tussenkop><al>De brutovloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw is de bvo
                    zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-1, de 'Meetinstructie voor het
                    vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair
                    onderwijs'.</al><al><vet>Basisschool</vet> De capaciteit van een gebouw voor een basisschool wordt
                    vastgelegd in het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Het aantal
                    groepen is gelijk aan het aantal lokalen in het desbetreffende gebouw. Het
                    aantal lokalen in een gebouw betreft het aantal lesruimten, inclusief het
                    handvaardigheidslokaal, groter dan of gelijk aan 42 m2. De speellokalen worden
                    niet meegeteld. Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan
                    overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit
                    deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel
                    geregistreerd. </al><al>Om te kunnen bepalen of een gebouw is 'overgedimensioneerd', dient een relatie
                    te worden gelegd tussen de capaciteitsbepaling van een gebouw op basis van het
                    aantal groepen en normatieve capaciteitsvaststelling. </al><al>Het aantal groepen waarvoor een gebouw normatief geschikt is, wordt, op basis
                    van de bvo, vastgesteld met behulp van tabel 1, 2 en 3 hieronder voor
                    respectievelijk huisvesting met een permanente bouwaard en huisvesting met een
                    tijdelijke bouwaard. </al><al> Tabel 1 Gebouwen met een permanente bouwaard </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Permanente gebouwen voor een basisschool waarin meer
                                            dan 30 leerlingen worden gehuisvest</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo (inclusief m2 bvo voor onderwijskundige
                                        vernieuwingen) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>350 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>465</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>580</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>785</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>900</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>1.015</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1.130</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>1.245</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>1.360</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>1.475</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>1.590</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>1.705</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>en vervolgens te verhogen met 115 m2 ten behoeve van één
                                        groep leerlingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien het gebouw beschikt over een tweede speellokaal,
                                        wordt de minimale bvo opgehoogd met 90 m2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Permanente gebouwen voor een basisschool waarin minder
                                            dan 31 leerlingen worden gehuisvest </vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo (inclusief m2 bvo voor onderwijskundige
                                        vernieuwingen) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>330</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Tabel 2 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, zelfstandige huisvesting </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>305</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>410</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>515</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>710</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>815</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>920</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1.025</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>en vervolgens telkens te verhogen met 105 m2 ten behoeve van
                                        één groep leerlingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Tabel 3 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, aanvullende huisvesting </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>180</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>260 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>340</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>420</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>en vervolgens telkens te verhogen met 80 m2 ten behoeve van
                                        één groep leerlingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Indien het werkelijke aantal lokalen in een gebouw afwijkt van het aantal
                    groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 1, 2 of 3, is het aantal lokalen de
                    capaciteit van het gebouw. In het geval dat het aantal lokalen kleiner is dan
                    het aantal groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 1, 2 of 3, wordt de
                    zogenaamde verschiloppervlakte bepaald tussen de werkelijke bvo en de normatieve
                    bvo behorend bij het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Deze
                    verschiloppervlakte is het aantal waarmee de bvo van het gebouw is
                    overgedimensioneerd. De registratie vindt plaats vanwege het mogelijk verwerken
                    van deze overdimensionering van de bvo op het moment dat het gebouw ten behoeve
                    van de vergroting van de capaciteit moet worden uitgebreid. </al><tussenkop>1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke
                    bouwaard</tussenkop><al>Voor het bepalen van de capaciteit van dislocaties voor basisscholen geldt het
                    gestelde onder 1.1 met uitzondering van de verwijzing naar de tabellen 1, 2 en
                    3. Voor de bepaling van het aantal te huisvesten groepen leerlingen wordt
                    uitgegaan van 115 m2 BVO per groep leerlingen indien sprake is van een gebouw
                    met een permanente bouwaard en van 80 m2 per groep leerlingen indien sprake is
                    van een gebouw met een tijdelijke bouwaard. </al><tussenkop>1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties </tussenkop><al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van welk gebouw
                    als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is van een daling van het
                    aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het hoogste rangordenummer. </al><al>Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw (van een
                    school, een hoofdvestiging of een nevenvestiging) en een of meer dislocaties,
                    wordt de rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit is de rangorde zoals
                    deze is vastgelegd in de gegevensadministratie van het ministerie van Onderwijs,
                    Cultuur en Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw moet worden vastgesteld,
                    doordat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde als volgt
                    vastgesteld. Het hoofdgebouw is het gebouw dat qua oppervlakte, indeling en
                    bouwkundige staat het meest geschikt is om als het enige gebouw voor de school
                    te dienen. Dit is in de regel het grootste gebouw. </al><al>Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering plaats voor de
                    dislocaties met een permanente bouwaard te beginnen met de dislocatie met de
                    grootste capaciteit en vervolgens de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te
                    beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit. </al><al>Bij een fusie van twee of meer scholen wordt het gebouw van de overblijvende
                    school het hoofdgebouw. Indien de overige gebouwen van de bij de fusie betrokken
                    scholen noodzakelijk zijn voor de huisvesting van de gefuseerde scholen, gelet
                    op de capaciteit van het hoofdgebouw, dan krijgen zij als dislocatie een plaats
                    in de rangorde zoals hiervoor omschreven. </al><al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het vorenstaande tenzij na
                    overleg tussen het bevoegd gezag van de school en het college, het college
                    anders beslist. </al><tussenkop>1.4 Terrein</tussenkop><al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale
                    percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De
                    terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het
                    Kadaster. </al><al>Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het
                    schoolterrein, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de
                    terreinoppervlakte vastgelegd. </al><tussenkop>1.5 Inventaris </tussenkop><al>Met de inventarisgegevens worden de gegevens bedoeld, waarmee het aantal groepen
                    van de desbetreffende school wordt vastgesteld, waarvoor het onderwijsleerpakket
                    en meubilair aanwezig is. De aanwezigheid van het onderwijsleerpakket en de
                    aanwezigheid van het meubilair worden afzonderlijk vastgelegd. </al><tussenkop>a. onderwijsleerpakket </tussenkop><al>Het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket aanwezig is, wordt bepaald aan
                    de hand van de volgende twee stappen: </al><lijst><li nr="·"><al>Het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket aanwezig is, is gelijk
                            aan het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket noodzakelijk is bij
                            aanvang van het schooljaar 2001/2002. Indien in het verleden, na
                            inwerkingtreding van de WBO, voor meer groepen onderwijsleerpakket is
                            verstrekt, toont het college dit aan door middel van de door het
                            ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen afgegeven
                            beschikkingen, dan wel door middel van de correspondentie tussen
                            burgemeester en wethouders en het desbetreffende schoolbestuur. Van het
                            laatste is sprake indien het college, zonder tussenkomst van het
                            ministerie, zelf heeft voorzien in de eerste aanschaf van
                            onderwijsleerpakket. Indien in het verleden, na inwerkingtreding van de
                            WBO, voor minder groepen onderwijsleerpakket is verstrekt, toont het
                            bevoegd gezag van de school dit aan. </al></li><li nr="·"><al>Het bovenstaand aantal groepen onderwijsleerpakket dient te worden
                            geconverteerd met behulp van onderstaande omrekentabel: </al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omrekentabel onderwijsleerpakket</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OUD</al></entry><entry colname="col2"><al>NIEUW</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>33</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>b. meubilair</tussenkop><al>Het aantal groepen waarvoor meubilair aanwezig is, wordt bepaald aan de hand van
                    de volgende twee stappen: </al><lijst><li nr="·"><al>- Het aantal groepen waarvoor meubilair aanwezig is, is gelijk aan het
                            aantal groepen waarvoor meubilair noodzakelijk is bij aanvang van het
                            schooljaar 2001/2002. Indien in het verleden, na inwerkingtreding van de
                            WBO, voor meer groepen meubilair is verstrekt, toont het college dit aan
                            door middel van de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                            Wetenschappen afgegeven beschikkingen, dan wel door middel van de
                            correspondentie tussen burgemeester en wethouders en het desbetreffende
                            schoolbestuur. Van het laatste is sprake indien het college, zonder
                            tussenkomst van het ministerie, zelf heeft voorzien in de eerste
                            aanschaf van meubilair. Indien in het verleden, na inwerkingtreding van
                            de WBO, voor minder groepen meubilair is verstrekt, toont het bevoegd
                            gezag van de school dit aan.</al></li><li nr="·"><al>- Het bovenstaand aantal groepen meubilair dient te worden geconverteerd
                            met behulp van onderstaande omrekentabel: </al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omrekentabel meubilair</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OUD</al></entry><entry colname="col2"><al>NIEUW</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>36</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> De aanwezigheid van het onderwijsleerpakket en de aanwezigheid van het
                    meubilair worden afzonderlijk vastgelegd. </al><tussenkop>DEEL B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</tussenkop><tussenkop> 1 School voor basisonderwijs </tussenkop><tussenkop>1.1 Lesgebouwen </tussenkop><al>Voor een basisschool is het aantal groepen bepalend voor de
                    huisvestingsbehoefte. Het bepalen van de huisvestingsbehoefte als gevolg van een
                    aanvraag voor opneming op het programma, is afhankelijk van de vraag of een voor
                    blijvend gebruik bestemde voorziening dan wel een voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening wordt toegekend. Ten behoeve van de bepaling van de omvang
                    van een voor blijvend gebruik bestemde voorziening voor een basisschool wordt
                    voor de bepaling van de ruimtebehoefte van de school uitgegaan van de formule
                    onder a. Ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor tijdelijk
                    gebruik bestemde voorziening voor een basisschool wordt voor de bepaling van de
                    ruimtebehoefte van de school uitgegaan van de formule onder b. </al><al>De formatie die aan basisscholen wordt toegekend is opgebouwd uit de
                    bestanddelen formatie onderbouw (A), formatie bovenbouw (B), kleine
                    scholentoeslag (C) en schoolgewicht (D). </al><al>a.Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor blijvend
                    gebruik bestemde voorziening voor een basisschool:</al><al>G = (A + B + C) / 179 </al><al>Waarbij: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="o"><al>G= de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal
                                    groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een
                                    geheel aantal groepen. </al></li><li nr="o"><al>A= het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op 1
                                    oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking
                                    heeft op de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 9.
                                    Het verkregen getal A wordt niet afgerond. </al></li><li nr="o"><al>B= het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op 1 oktober
                                    voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op
                                    de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17. Het
                                    verkregen getal B wordt niet afgerond. </al></li><li nr="o"><al>C= 280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op 1 oktober
                                    voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op
                                    de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06).
                                    Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de
                                    factor C op 0 bepaald. Het verkregen getal C wordt niet
                                    afgerond. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening voor een basisschool: </al></li></lijst><al>G = (A + B + C + D) / 179 + E + 0,5 F </al><al> Waarbij: </al><lijst><li nr="o"><al>G= de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal groepen. Het
                            verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een geheel aantal
                            groepen. </al></li><li nr="o"><al>A= </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de meest
                                    recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven,
                                    vermenigvuldigd met 9. </al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van
                                    het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO)
                                    het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de datum
                                    van de meest recente telling op de school is ingeschreven,
                                    vermenigvuldigd met 9. Het verkregen getal wordt niet afgerond.
                                </al></li></lijst></li><li nr="o"><al>B = </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de meest
                                    recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven,
                                    vermenigvuldigd met 6,17. </al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van
                                    het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO)
                                    het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de datum van de
                                    meest recente telling op de school is ingeschreven,
                                    vermenigvuldigd met 6,17. Het verkregen getal wordt niet
                                    afgerond. </al></li></lijst></li><li nr="o"><al>C = </al><lijst><li nr="a."><al>280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente
                                    teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd
                                    met 2,06). </al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van
                                    het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO)
                                    280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de datum van de
                                    meest recente telling op de school is ingeschreven,
                                    vermenigvuldigd met 2,06). Indien de uitkomst van deze
                                    berekening negatief is, wordt de factor C op 0 bepaald. Het
                                    verkregen getal wordt niet afgerond. </al></li></lijst></li><li nr="o"><al>D = </al><lijst><li nr="a."><al>som van de gewichten op basis van het totaal aantal leerlingen
                                    dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is
                                    ingeschreven, verminderd met 9% van het totaal aantal leerlingen
                                    dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is
                                    ingeschreven. Het verkregen getal wordt rekenkundig afgerond op
                                    een geheel getal. Dit gehele getal wordt vervolgens
                                    vermenigvuldigd met 3,2. </al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van
                                    het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO)
                                    som van de gewichten op basis van het totaal aantal leerlingen
                                    dat op de datum van de meest recente telling op de school is
                                    ingeschreven, verminderd met 9 % van het totaal aantal
                                    leerlingen dat op de datum van de meest recente telling op de
                                    school is ingeschreven. Het verkregen getal wordt rekenkundig
                                    afgerond op een geheel getal. Dit gehele getal wordt vervolgens
                                    vermenigvuldigd met 3,2. Indien de uitkomst van deze berekening
                                    negatief is, wordt de factor D op 0 bepaald. Het verkregen getal
                                    wordt niet afgerond. </al></li></lijst></li><li nr="o"><al>E = aanvullende formatie op grond van bijzondere omstandigheden,
                            toegekend op basis van artikel 120, vijfde lid van de Wet op het primair
                            onderwijs. </al></li><li nr="o"><al>F = het aantal formatieplaatsen onderwijsachterstandenbestrijding dat
                            door de gemeente wordt bekostigd vanuit de specifieke uitkering. </al></li></lijst><tussenkop>1.2. Vervallen</tussenkop><tussenkop>1.3 Bepaling aantal groepen ten behoeve van (uitbreiding van) eerste
                    aanschaf onderwijsleerpakket en meubilair. </tussenkop><al>De inrichting van een basisschool bestaat uit de volgende componenten: </al><lijst><li nr="a."><al>Onderwijsleerpakket;</al></li><li nr="b."><al>meubilair.</al></li><li nr="a."><al>Onderwijsleerpakket Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de
                            voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel de voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf van het
                            onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het
                            onderwijsleerpakket, wordt voor de bepaling van het aantal groepen
                            uitgegaan van de onderstaande formule: G = (A + B + C + D) / 179 + E
                        </al></li></lijst><al>De componenten G, A, B, C, D en E zijn identiek aan de componenten zoals
                    opgenomen in de formule voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen in bijlage
                    III, deel B, onder 1.1. </al><al>b.Meubilair Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de voor blijvend
                    gebruik bestemde voorziening, dan wel de voor tijdelijk gebruik bestemde
                    voorziening eerste aanschaf van het meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste
                    aanschaf van het meubilair, wordt voor de bepaling van het aantal groepen
                    uitgegaan van de onderstaande formule: G = (A + B + C) / 179. </al><al>De componenten G, A, B en C zijn identiek aan de componenten zoals opgenomen in
                    de formule voor permanent gebruik bestemde voorzieningen in bijlage III, deel B,
                    onder 1.1. </al><tussenkop>DEEL C De bepaling van de omvang van de toekenning</tussenkop><al> De bepaling van de omvang van een inhoudelijk goedgekeurde voorziening is
                    noodzakelijk om op basis van bijlage IV, de financiële normering, de financiële
                    consequenties vast te stellen. </al><tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop><tussenkop> 1.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening,
                    nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald aan de hand van het
                    aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste vijftien jaar noodzakelijk is.
                    Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage:
                    'Wijze van bepalen van de ruimtehoefte'.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, wordt
                    bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting ten
                    minste vijftien jaar noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting
                    aanwezig is. Het verschil is minimaal 1 groep. Het aantal groepen wordt bepaald
                    zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de
                    ruimtehoefte'. </al><al>Indien in de gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde
                    verschiloppervlakte is opgenomen, zijnde het verschil tussen het werkelijk
                    aanwezige aantal m2 en het aantal m2 behorende bij de geregistreerde capaciteit
                    van het uit te breiden gebouw, wordt bezien in hoeverre de noodzakelijke
                    uitbreiding van de capaciteit van het gebouw kan worden gerealiseerd door
                    aanpassing of door aanpassing in combinatie met uitbreiding van het bestaande
                    gebouw. Het betreft de verschiloppervlakte zoals omschreven in deel A van deze
                    bijlage: 'De bepaling van de capaciteit'. Uitbreiding van het gebouw vindt
                    plaats indien de kosten van aanpassing van het gebouw, dan wel aanpassing en
                    uitbreiding van het gebouw, hoger zijn dan de kosten van uitbreiding sec van het
                    gebouw. Een toeslag voor een afzonderlijk speellokaal wordt toegekend indien de
                    omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen
                    nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding dan wel uitbreiding ter vervanging
                    van een bestaand gebouw, de vijfde groep omvat. Indien de voorziening in de
                    huisvesting een uitbreiding dan wel een uitbreiding ter vervanging van een
                    bestaand gebouw betreft, geldt tevens als voorwaarde dat het bestaande gebouw
                    geen speellokaal bevat. Een tweede toeslag voor een afzonderlijk speellokaal
                    wordt toegekend indien de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik
                    bestemde voorzieningen nieuwbouw dan wel vervangende nieuwbouw de veertiende
                    groep omvat. </al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste
                    vijftien jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven
                    in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de ruimtehoefte'. De omvang
                    van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                    groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor
                    huisvesting aanwezig is. </al><tussenkop>1.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald door het aantal groepen
                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is ten minste vier jaar en korter dan vijftien
                    jaar. Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                    bijlage: 'Wijze van bepalen van de ruimtehoefte'.</al><al> De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening,
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, wordt
                    bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting ten
                    minste vier jaar en korter dan vijftien jaar noodzakelijk is en het aantal
                    groepen waarvoor huisvesting aanwezig is. Het verschil is minimaal 1 groep. Het
                    aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze
                    van bepalen van de ruimtehoefte'. </al><al>Een tijdelijke voorziening voor één groep extra ten behoeve van een speellokaal
                    wordt toegekend indien de omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorzieningen nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding dan wel
                    uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, de vijfde groep omvat.
                    Indien de voorziening in de huisvesting een uitbreiding dan wel een uitbreiding
                    ter vervanging van een bestaand gebouw betreft, geldt tevens als voorwaarde dat
                    het bestaande gebouw geen speellokaal bevat. Een tweede tijdelijke voorziening
                    voor één groep extra ten behoeve van een speellokaal wordt toegekend indien de
                    omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                    nieuwbouw dan wel vervangende nieuwbouw de veertiende groep omvat. Indien in de
                    gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde verschiloppervlakte is
                    opgenomen, zijnde het verschil tussen het werkelijk aanwezige aantal m2 en het
                    aantal m2 behorende bij de geregistreerde capaciteit van het uit te breiden
                    gebouw, wordt bezien in hoeverre de noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit
                    van het gebouw kan worden gerealiseerd door aanpassing van het bestaande gebouw.
                    Het betreft de verschiloppervlakte zoals omschreven in deel A van deze bijlage:
                    'De bepaling van de capaciteit'. </al><al>Uitbreiding van het gebouw vindt plaats indien de kosten van aanpassing van het
                    gebouw, hoger zijn dan de kosten van uitbreiding sec van het gebouw. </al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste vier
                    jaar en korter dan vijftien jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt
                    bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de
                    ruimtehoefte'. </al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                    groepen waarvoor huisvesting, ten minste vier jaar en korter dan vijftien jaar,
                    noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is. </al><al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening verplaatsing van
                    noodlokalen wordt bepaald door het aantal groepen waarvoor huisvesting
                    noodzakelijk is ten minste vier jaar en korter dan vijftien jaar. Het aantal
                    groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van
                    bepalen van de ruimtehoefte'.</al><al><vet>1.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                        voorzieningen</vet> De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik
                    bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal
                    noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met
                    inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de
                    terreinoppervlakte en het gestelde in bijlage III, deel D. </al><al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik
                    bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                    aanschaf van het onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf
                    van het onderwijsleerpakket, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                    groepen waarvoor reeds eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket is bekostigd
                    en de normatief noodzakelijke eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket voor
                    het aantal groepen, op basis van het aantal gewogen leerlingen, zoals normatief
                    kan worden gevormd op de, voor het indienen van de aanvraag, laatst bekende
                    teldatum [of: meest recente teldatum]. Het aantal groepen wordt bepaald zoals
                    beschreven in paragraaf 1.3 van deel B van deze bijlage. </al><al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik
                    bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                    aanschaf van het meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het
                    meubilair, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor
                    eerste aanschaf van het meubilair is bekostigd en de normatief noodzakelijke
                    eerste aanschaf van het meubilair voor het aantal groepen, op basis van het
                    aantal ongewogen leerlingen, zoals normatief kan worden gevormd op de, voor het
                    indienen van de aanvraag, laatst bekende teldatum [of: meest recente teldatum].
                    Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in paragraaf 1.3 van deel B
                    van deze bijlage. </al><al>Voor een basisschool wordt een toeslag onderwijsleerpakket tweede speellokaal
                    toegekend indien er sprake is van een uitbreiding met een tweede speellokaal. </al><al>Voor een basisschool wordt een toeslag meubilair tweede speellokaal toegekend
                    indien er sprake is van een uitbreiding met een tweede speellokaal.</al><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs wordt de omvang van de goedgekeurde
                    voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening, eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair,
                    dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en
                    meubilair, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor
                    reeds eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair is bekostigd en
                    de normatief noodzakelijke eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair
                    voor het aantal groepen zoals normatief kan worden gevormd, op basis van de,
                    voor het indienen van de aanvraag, laatst bekende teldatum [of: meest recente
                    teldatum].</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, danwel
                    voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening aanpassing anders dan een aanpassing
                    als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen wordt bepaald door de activiteiten
                    die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het
                    onderwijs, dan wel noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen wordt bepaald door de
                    verschiloppervlakte tussen het aantal genormeerde m2 bvo behorend bij de
                    minimumnormen zoals deze golden voor 1 januari 2003 en het aantal genormeerde m2
                    bvo behorend bij de minimumnormen (zie bijlage III, deel A) bij het aantal
                    groepen dat bepaald is aan de hand van de bepaling van de omvang van een voor
                    blijvend gebruik bestemde voorziening zoals beschreven in deel B van deze
                    bijlage: 'Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte' met als maximum het aantal
                    groepen van de school waarvoor de school over permanente huisvesting
                    beschikt.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening onderhoud wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                    onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het
                    gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van
                    bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al><tussenkop>DEEL D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen </tussenkop><tussenkop>1 School voor basisonderwijs </tussenkop><lijst><li nr="·"><al>minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde gedeelte:
                            3 m2/ll met een minimum van 300 m2 netto, vanaf 200 leerlingen kan
                            worden volstaan met 600 m2 netto; </al></li><li nr="·"><al>1 speellokaal per school met een minimum netto oppervlakte van 84 m2,
                            vanaf de veertiende groep een tweede speellokaal met een minimum netto
                            oppervlakte van 84 m2; </al></li><li nr="·"><al>minimumoppervlakte leslokaal: 42 m2 netto. </al></li></lijst><tussenkop>III-1 Overzicht 'Meetinstructie voor het vaststellen van de
                    bruto-vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs' </tussenkop><al> De vaststelling van de bruto-vloeroppervlakte van een schoolgebouw: </al><lijst><li nr="·"><al>De bruto-vloeroppervlakte van een gebouw is de som van de
                            bruto-vloeroppervlakten van alle onderwijsruimten en andere ruimten op
                            alle vloerniveaus. </al></li><li nr="·"><al>De bruto-vloeroppervlakte van ieder vloerniveau wordt begrensd door de
                            buitenomtrek c.q. het buitenvlak van de begrenzing van het gebouw op
                            vloerhoogte. </al></li><li nr="·"><al>De oppervlakte van trappen en liften dient op ieder vloerniveau tot de
                            bruto-vloeroppervlakte te worden gerekend. </al></li><li nr="·"><al>Bij scheidingswanden tussen het lesgebouw wordt de
                            bruto-vloeroppervlakte gerekend tot het hart van de
                            scheidingsconstructie. </al></li><li nr="·"><al>Tot de bruto-vloeroppervlakte wordt niet gerekend een schalmgat of een
                            vide, voor zover de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m2. </al><al> Uitzonderingen: </al></li><li nr="·"><al>In- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van
                            buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto-vloeroppervlakte
                            gerekend. </al></li><li nr="·"><al>Indien de bruto-vloeroppervlakte niet of moeilijk te bepalen is, mogen
                            de netto-oppervlakten van alle ruimten worden opgeteld. De
                            bruto-vloeroppervlakte wordt dan verkregen door de gevonden
                            nettovloeroppervlakte te vermenigvuldigen met de factor 1,1. </al></li><li nr="·"><al>Bij zolderruimten, kelders of souterrains in gebruik als onderwijsruimte
                            of andere ruimte, wordt de bruto-vloeroppervlakte bepaald door de
                            nettovloeroppervlakte van dat deel van de ruimte met een vrije hoogte ]
                            2,60 m te vermenigvuldigen met de factor 1,1. </al></li><li nr="·"><al>Voorzover een zolderruimte, kelder of souterrain wordt gebruikt als
                            berging, keuken, stencilruimte of werkkast telt deze niet mee voor de
                            berekening van de bruto-vloeroppervlakte. </al></li></lijst></bijlage><bijlage><tussenkop>BIJLAGE IV FINANCIËLE NORMERING</tussenkop><al> De financiële normering valt uiteen in drie delen: </al><lijst><li nr="·"><al>deel A: vergoeding op basis van normbedragen; </al></li><li nr="·"><al>deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten; </al></li><li nr="·"><al>deel C: bepaling medegebruikstarief. </al></li></lijst><tussenkop>DEEL A Vergoeding op basis van normbedragen</tussenkop><al>In onderstaande normbedragen voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding
                    (paragrafen 1.1, 1.2, 2.1, 2.2 en 3.1) is tevens een vergoeding voor
                    bouwvoorbereiding opgenomen. Deze vergoeding omvat 8% (bij projecten tot een
                    bruto-vloeroppervlakte van 2500 m2) respectievelijk 5% (bij grotere projecten)
                    van het aangegeven normbedrag. Bij de uiteindelijke genormeerde vergoeding van
                    een op het programma geplaatste voorziening voor (vervangende) nieuwbouw en
                    uitbreiding wordt de toegekende genormeerde vergoeding voor de kosten van de
                    bouwvoorbereiding in mindering gebracht. <vet>1 School voor
                    basisonderwijs</vet></al><al> In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor: </al><lijst><li nr="·"><al>nieuwbouw (paragraaf 1.1); </al></li><li nr="·"><al>uitbreiding (paragraaf 1.2); </al></li><li nr="·"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 1.3); </al></li><li nr="·"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair (paragraaf 1.4);
                        </al></li><li nr="·"><al>aanpassing (paragraaf 1.5). </al></li><li nr="·"><al><cursief>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn bijgesteld ten
                                behoeve van de vergoedingen voor 2005. De bedragen zijn gebaseerd op
                                het prijspeil van 1 juli 2004 en voorzien van het MEV-indexcijfer
                                voor 2005 (-3,82 % voor de huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw en
                                uitbreiding en 2,07 % voor onderhoud en eerste inrichting). De
                                systematiek van prijsbijstelling en indexering is opgenomen in
                                hoofdstuk 4. </cursief></al><al>1.1<vet>Nieuwbouw (permanente bouwaard)</vet></al></li></lijst><al>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in een vijftal
                    kostencomponenten, te weten: </al><lijst><li nr="·"><al>kosten voor terrein; </al></li><li nr="·"><al>bouwkosten; </al></li><li nr="·"><al>toeslag voor paalfundering; </al></li><li nr="·"><al>toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal; </al></li><li nr="·"><al>toeslag voor sloopkosten, herstel van terreinen/bouwrijp maken en
                            verhuiskosten bij vervangende bouw. </al></li></lijst><al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding van een
                    gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen zoals opgenomen
                    in de financiële normering voor uitbreiding (permanente bouwaard). </al><tussenkop>Kosten voor terreinen </tussenkop><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de
                    gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het
                    juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een terrein dient te
                    worden aangekocht, zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve
                    van het programma. Ook bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke terreinen
                    kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen de gemeentelijke
                    diensten, wenselijk zijn om de kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor
                    de bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de
                    gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de minimaal
                    benodigde oppervlakte van het terrein wordt verwezen naar bijlage III, deel D. </al><al><vet>Bouwkosten</vet> De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw,
                    inclusief fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van het
                    schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per
                    groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven
                    bruto-vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. twee groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 657.444,47</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 128.623,55</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. vier groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.064.693,58</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 123.329,72</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag toeslag extra ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 146.820,75</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toeslag voor paalfundering</tussenkop><al> Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van het
                    gebouw op staal. In een aantal gevallen zal fundering op palen nodig zijn. De
                    kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te
                    weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is
                    uitgedrukt in een vast bedrag (inclusief twee respectievelijk vier groepen) en
                    een bedrag per groep. </al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1&lt;15</al></entry><entry colname="col3"><al>15&lt;20</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt;=20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. twee groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 9.256,07</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 13.462,64</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 21.490,36</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.874,47</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.170,53</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 5.674,59</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1&lt;15</al></entry><entry colname="col3"><al>15&lt;20</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt;=20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. vier groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 14.526,10</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 22.377,84</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 37.442,27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.720,48</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.910,10</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 5.207,06</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Bedrag toeslag extra ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.048,33</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.464,23</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 6.198,78</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toeslag voor een afzonderlijk speellokaal</tussenkop><al>In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van
                    een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk
                    van de lengte van de paalfundering, waarmee 90 m2 ruimte gerealiseerd kan
                    worden.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Geen paalfundering nodig</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 100.662,68</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 1&lt;15 meter</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 102.129,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 15&lt;20 meter</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 103.143,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering &gt;=20 meter</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 105.102,72</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toeslag voor sloopkosten etc.</tussenkop><al>Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt bestaat de mogelijkheid dat het oude
                    schoolgebouw gesloopt dient te worden. Het desbetreffende terrein moet daarna
                    worden hersteld en, indien de vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats wordt
                    gerealiseerd, dienen de leerlingen te verhuizen naar een tijdelijke, vervangende
                    locatie. </al><al>De genormeerde vergoeding voor sloopkosten (inclusief eventuele verhuiskosten)
                    zoals hieronder opgenomen, is gebaseerd op een vast bedrag per groep,
                    afhankelijk van het type huisvesting dat gesloopt dient te worden. </al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Permanente bouw</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.108,33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tijdelijke bouw</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.555,25</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>1.2 Uitbreiding (permanente bouwaard) </tussenkop><al>Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1000 m2
                    brutovloeroppervlakte (maximaal 9 groepen) is onderstaand de financiële
                    normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden uitgegaan van
                    de financiële normering voor nieuwbouw (permanente bouwaard) (paragraaf 1.1). </al><tussenkop>Kosten voor terrein </tussenkop><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding
                    van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het
                    terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1). </al><al><vet>Bouwkosten</vet> De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het lokaal,
                    inclusief fundering op staal, alsmede extra aanleg en inrichting van een deel
                    van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag
                    per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven
                    bruto-vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 92.828,36</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag per groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 148.803,53</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen</al><al>: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="58*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 95.565,48</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag per groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 138.602,63</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag toeslag extra ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 165.003,08</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toeslag voor paalfundering</tussenkop><al> Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van de
                    uitbreiding van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal echter fundering
                    op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er
                    zijn drie categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en
                    langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag en een bedrag per groep.
                    De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1&lt;15</al></entry><entry colname="col3"><al>15&lt;20</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt;=20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Vaste voet</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.155,37</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.419,30</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 8.694,54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Per groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 657,55</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.704,28</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.445,45</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1&lt;15</al></entry><entry colname="col3"><al>15&lt;20</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt;=20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Vaste voet</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.193,40</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.468,90</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 8.774,13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Per groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 599,31</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.555,94</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.146,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Toeslag extra ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 713,93</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.852,73</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.745,67</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toeslag voor een afzonderlijk speellokaal </tussenkop><al>In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van
                    een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk
                    van de lengte van de paalfundering, waarmee 90 m2 ruimte gerealiseerd kan
                    worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een afzonderlijk speellokaal steeds in
                    combinatie met een uitbreiding van ten minste één groep (lokaal) plaatsvindt. </al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Geen paalfundering nodig</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 116.455,47</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 1&lt;15 m</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 116.969,46</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 15&lt;20 m</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 117.788,79</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering &gt;=20 m</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 119.151,99</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> In geval van uitbreiding met alleen een speellokaal zonder gelijktijdige
                    toekenning van een ander lokaal, wordt voor zowel een basisschool als een
                    speciale school voor basisonderwijs de vergoeding op basis van de volgende
                    bedragen bepaald:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="54*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Geen paalfundering nodig</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 209.253,54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 1&lt;15 m</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 215.251,84</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 15&gt;=20 m</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 216.561,79</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering &gt;20 m</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 217.625,07</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toeslag voor sloopkosten etc.</tussenkop><al> Hiervoor gelden dezelfde bedragen als bij nieuwbouw (permanente bouwaard). </al><tussenkop>1.3 Tijdelijke voorziening</tussenkop><al>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten ten behoeve
                    van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid
                    gemaakt tussen nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als
                    hoofdlocatie, uitbreiding van een (permanente) hoofdlocatie met een voor
                    tijdelijk gebruik bestemd gebouw en uitbreiding van bestaande voor tijdelijk
                    gebruik bestemde gebouwen. Daarnaast wordt ingegaan op realisering van een
                    tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik
                    bestemd gebouw. Wat betreft grondkosten wordt ervan uitgegaan dat een tijdelijke
                    voorziening in principe op het aanwezige terrein kan worden gerealiseerd. Is dit
                    niet het geval dan geldt voor de beschikbaarstelling van terrein dezelfde
                    procedure als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1). </al><tussenkop>Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente hoofdlocatie </tussenkop><al>Bij de berekening van de hieronder genoemde bedragen voor nieuwbouw van
                    noodlokalen is uitgegaan van de volgende bruto-vloeroppervlakte:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="69*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Per groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>80 m2;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor eerste groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>20 m2;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor nieuwbouw als hoofdlocatie:</al></entry><entry colname="col2"><al>160 m2. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Elk voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw heeft een aantal
                    standaardvoorzieningen nodig (entree en dergelijke). In verband hiermee wordt
                    voor het eerste lokaal een toeslag gegeven. Hiernaast dienen voor tijdelijk
                    gebruik bestemde voorzieningen, die als hoofdgebouw gaan fungeren, ook te
                    beschikken over een aantal ruimten, die normaliter ook in een permanent
                    hoofdgebouw aanwezig zijn (lerarenkamer, administratieruimte en dergelijke).
                    Hiervoor wordt eveneens een toeslag gegeven.</al><al>De vergoeding bestaat uit een vast bedrag, een bedrag per groep alsmede bedragen
                    voor de beide toeslagen. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de
                    toeslag voor paalfundering, de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen
                    alsmede eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. Tussen haakjes staan de
                    bedragen indien paalfundering niet noodzakelijk is. </al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="34*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>(zonder paalfundering)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vast bedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 38.207,07</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 37.853,91</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag per groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 75.113,97</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 70.811,93</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag eerste groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 18.778,36</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 17.703,12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag hoofdlocatie</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 150.227,39</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 141.623,86</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen</tussenkop><al>Ook bij uitbreiding van tijdelijke voorzieningen wordt wat betreft de
                    bruto-vloeroppervlakte uitgegaan van 80 m2 per groep. De vergoeding bestaat uit
                    een vast bedrag en een bedrag per groep. In deze bedragen zijn begrepen de
                    bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor herstel en
                    inrichting van terreinen (tussen haakjes staan de bedragen indien paalfundering
                    niet noodzakelijk is). De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale
                    school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="34*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vast bedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 21.476,50</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 17.245,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag per groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 78.706,97</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 76.733,07</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen </tussenkop><al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd. </al><al>In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een noodlokaal en huur
                    van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op basis van
                    werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten).</al><tussenkop>1.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair </tussenkop><al><vet>Basisschool</vet> De bedragen voor eerste inrichting vallen uiteen in
                    bedragen voor onderwijsleerpakket (OLP) en bedragen voor meubilair. De hierna
                    opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven aantal
                    groepen. Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de hand van
                    het verschil tussen de investeringsbedragen van de school met en zonder
                    uitbreiding. </al><al>Voor nieuwe instituten geldt dat op de hierna genoemde bedragen, bij eerste
                    aanschaf van het totale onderwijsleerpakket en meubilair, een korting wordt
                    toegepast van 10%. </al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen (in euro): </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen</al></entry><entry colname="col2"><al>OLP</al></entry><entry colname="col3"><al>Meubilair</al></entry><entry colname="col4"><al>Totaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>40.182,79</al></entry><entry colname="col3"><al>23.983,30</al></entry><entry colname="col4"><al>64.166,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>45.726,96</al></entry><entry colname="col3"><al>32.228,96</al></entry><entry colname="col4"><al>77.955,92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>56.903,29</al></entry><entry colname="col3"><al>40.732,64</al></entry><entry colname="col4"><al>97.635,93</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>62.651,29</al></entry><entry colname="col3"><al>48.978,79</al></entry><entry colname="col4"><al>111.630,08</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>6.086,06</al></entry><entry colname="col3"><al>5.753,96</al></entry><entry colname="col4"><al>11.840,02</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag tweede speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>793,44</al></entry><entry colname="col3"><al>5.503,40</al></entry><entry colname="col4"><al>6.296,84</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>1.5 Aanpassing</tussenkop><al>Alle aanpassingen met uitzondering van de aanpassing als gevolg van
                    onderwijskundige vernieuwingen worden vergoed op basis van werkelijke kosten
                    (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten). </al><tussenkop>Aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen </tussenkop><al>Voor zowel een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs wordt de
                    normvergoeding bepaald op basis van de verschiloppervlakte tussen het aantal
                    genormeerde m2 bvo behorend bij de minimumnormen zoals deze golden voor 1
                    januari 2003 en het aantal genormeerde m2 bvo behorend bij de minimumnormen (zie
                    bijlage III, deel A) bij het aantal groepen dat bepaald is aan de hand van de
                    bepaling van de omvang van de permanente ruimtebehoefte van de school
                    (uitgedrukt in groepen). </al><al>De bedragen zijn inclusief een component voor de eerste inrichting.</al><al>Wanneer het bevoegd gezag van een basisschool of speciale school voor
                    basisonderwijs ervoor kiest om als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen in
                    de aanpassingen te voorzien door het op de capaciteit van een gebouw in
                    mindering brengen van een leegstaand lokaal, wordt op het hieronder bepaalde
                    bedrag € 52.182,76 in mindering gebracht. </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Vergoeding school voor basisonderwijs</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 52.182,76</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 67.092,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 82.001,47</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 96.910,83</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 111.820,19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 126.729,55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 141.638,91</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 156.548,27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 171.457,63</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 186.366,99</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 201.276,34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 216.185,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 14.909,36</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>DEEL B Vergoeding op basis van feitelijke kosten </tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen worden
                    vergoed op basis van normbedragen en welke voorzieningen worden vergoed op basis
                    van feitelijke kosten. Indien goedgekeurde huisvestingsvoorzieningen, ingevolge
                    artikel 4, 3e lid laatste volzin, worden vergoed op basis van feitelijke kosten,
                    dient aan de in dit deel van de bijlage opgenomen aanbestedingsregels te worden
                    voldaan. </al><tussenkop>Europese aanbesteding </tussenkop><al>Indien de omvang van een opdracht of contract boven een bepaald bedrag uitkomt,
                    worden ingevolge het Besluit overheidsaanbestedingen 1993 de richtlijnen van de
                    Europese Unie (89/440/EG) toegepast. Deze richtlijnen gelden vanaf de volgende
                    bedragen: </al><lijst><li nr="·"><al>200.000 euro (exclusief BTW) voor leveringen en diensten; </al></li><li nr="·"><al>5.000.000 euro (exclusief BTW) voor werken. </al></li></lijst><al>Bouwactiviteiten, zoals nieuwbouw, uitbreiding en dergelijke, vallen onder de
                    definitie 'werken'. Aankoop van bijvoorbeeld meubilair of onderwijsleerpakket
                    valt onder 'leveringen'. Bij aankoop van gebouwen en terreinen is de richtlijn
                    uiteraard niet van toepassing. </al><al>De richtlijnen voor aanbesteding van deze opdrachten zijn nader uitgewerkt in
                    het Uniform aanbestedingsreglement-EG 1991 (UAR-EG 91), hetgeen van toepassing
                    is op opdrachten in het kader van deze verordening. </al><tussenkop>Opdrachten onder het Europees drempelbedrag</tussenkop><al>Op opdrachten onder het Europees drempelbedrag zijn de richtlijnen, zoals
                    vastgelegd in het Besluit overheidsaanbestedingen 1993, van toepassing. Deze
                    richtlijnen en de hierbij behorende procedures zijn uitgewerkt in het Uniform
                    aanbestedingsreglement 1986 (UAR 86), hetgeen van toepassing is op opdrachten in
                    het kader van deze verordening.</al><al>Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de verordening worden afspraken gemaakt
                    over de wijze van aanbesteding. </al><al>Indien in geval van voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2 onder c de omvang
                    van een opdracht of contract boven € 10.000,00 uitkomt, dient het bevoegd gezag
                    vooraf een drietal offerten in bij het college. Het vergoedingsbedrag zal op
                    basis van de laagste offerte worden vastgesteld. </al><tussenkop>DEEL C Bepaling medegebruikstarieven</tussenkop><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs betaalt voor het
                    onderwijsgebruik van een lokaal, niet zijnde een gymnastiekruimte, een
                    vergoeding. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag dat voor elke groep bij
                    meer dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld binnen de groepsfhankelijke
                    programma's van eisen voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt
                    bekendgemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.</al></bijlage><bijlage><tussenkop>BIJLAGE V CRITERIA VOOR DE URGENTIE VAN DE AANGEVRAAGDE
                    VOORZIENINGEN</tussenkop><tussenkop> 1 Volgorde van hoofdprioriteiten</tussenkop><al>Huisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die voldoen aan de
                    criteria, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c worden ter
                    samenstelling van het programma en het overzicht gerangschikt in volgorde van
                    prioriteit. </al><al>Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit: </al><lijst><li nr="1."><al>voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage
                            III op te heffen; </al></li><li nr="2."><al>voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven
                            i.c. onderhoud van gebouwen voor primair onderwijs; </al></li><li nr="3."><al>voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet
                            gestelde verplichtingen bestaande uit aanpassingen voor zover deze geen
                            capaciteitsuitbreiding inhouden; </al></li><li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe onderwijskundige
                            inzichten en/of gewenste bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te
                            passen aan de eigentijdse eisen van het onderwijs. </al></li></lijst><tussenkop>Ad 1 </tussenkop><al>Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los van andere
                    voorzieningen aangevraagd), verplaatsing noodlokalen, medegebruik en het
                    inpandig of deels inpandig creëren van lesruimten, inclusief (voor zover van
                    toepassing) het daarbij horende terrein en de eerste inrichting. Vervangende
                    bouw en ingebruikneming van een gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen
                    vallen slechts in deze hoofdprioriteit, indien zij dienen om een tekort aan
                    capaciteit op te heffen. <vet>Ad 2</vet></al><al>Vervangende bouw, ingebruikneming van een gebouw ter vervanging van een ander
                    gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen, onderhoud in het primair
                    onderwijs, herstel van constructiefouten, herstel of vervanging van schade in
                    bijzondere omstandigheden en de aanpassing 'vervanging van een oliegestookte
                    verwarmingsinstallatie' in het primair onderwijs vormen de tweede
                    hoofdprioriteit. <vet>Ad 3</vet></al><al>Aanpassingen van gebouwen voor primair onderwijs met uitzondering van het
                    (deels) inpandig creëren van lesruimten en vervanging van een oliegestookte
                    verwarming vallen onder hoofdprioriteit 3. <vet>Ad 4</vet></al><al>Invulling van hoofdprioriteit 4 zal afhangen van de gevolgen van nieuwe
                    onderwijskundige inzichten voor gebouwen. Daarnaast vallen hieronder de
                    activiteiten van aanpassingen van meer algemene aard en herstel of vervanging
                    van schade in bijzondere omstandigheden voor zover dit niet spoedeisend is. </al><tussenkop>2 Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteiten: de
                    subprioriteiten</tussenkop><al>Vervolgens wordt binnen elke hoofdprioriteit op basis van de subprioriteit de
                    nadere volgorde bepaald. Daarbij wordt voor enige hoofdprioriteiten, namelijk de
                    hoofdprioriteiten 2, 3 en 4, de subprioriteit bepaald afhankelijk van de functie
                    die een ruimte heeft. Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per voorziening
                    opnieuw toegepast. </al><al>Onder lesruimten vallen: theorielokalen/leslokalen, vaklokalen en
                    speellokalen.</al><al>Onder niet-lesruimten vallen: kabinetten, personeelsruimten en overige
                    nevenruimten binnen het gebouw. Onder het begrip overige ruimte vallen:
                    bergingen, fietsenstallingen en voorzieningen aan het terrein. </al><tussenkop>2.1 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen om capaciteitstekorten als
                    bepaald op basis van bijlage III op te heffen' komt voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking: </tussenkop><lijst><li nr="a."><al>als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van
                            schoolgebouwen; </al></li><li nr="b."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van
                            schoolgebouwen. </al></li></lijst><tussenkop>2.2 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om een adequaat
                    onderhoudsniveau te handhaven' komt voor plaatsing op het programma in
                    aanmerking: </tussenkop><lijst><li nr="a."><al>als eerste die voorziening aan een gebouw waarbij volgens het
                            meerjarenonderhoudsplan zoals bedoeld in artikel 4, lid 4 de laagste
                            score qua kwaliteit wordt toegekend; </al></li><li nr="b."><al>vervolgens die voorziening aan een theorielokaal/leslokaal waarbij
                            volgens het meerjarenonderhoudsplan zoals bedoeld in artikel 4, lid 4,
                            de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; </al></li><li nr="c."><al>vervolgens die voorziening aan een vaklokaal/speellokaal waarbij volgens
                            het meerjarenonderhoudsplan zoals bedoeld in artikel 4, lid 4, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; </al></li><li nr="d."><al>vervolgens die voorziening aan een niet-lesruimte waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in het meerjarenonderhoudsplan zoals
                            bedoeld in artikel 4, lid 4, de laagste score qua kwaliteit wordt
                            toegekend; </al></li><li nr="e."><al>vervolgens die voorziening aan een overige ruimte waarbij volgens het
                            meerjarenonderhoudsplan zoals bedoeld in artikel 4, lid 4, de laagste
                            score qua kwaliteit wordt toegekend. </al></li></lijst><tussenkop>2.3 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om te voldoen
                    aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen waaronder aanpassingen voor
                    zover deze geen capaciteitsuitbreiding betreffen' komt voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking: </tussenkop><lijst><li nr="a."><al>als eerste de voorziening aan een gebouw dat niet voldoet aan de wet- en
                            regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals
                            bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; </al></li><li nr="b."><al>vervolgens de voorziening aan een theorielokaal/leslokaal dat niet
                            voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie
                            volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                            is; </al></li><li nr="c."><al>vervolgens de voorziening aan een vaklokaal/speellokaal dat niet voldoet
                            aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens
                            het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is;
                        </al></li><li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan een niet-lesruimte die niet voldoet aan de
                            wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; en
                        </al></li><li nr="e."><al>vervolgens de voorziening aan een overige ruimte die niet voldoet aan de
                            wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is. </al></li></lijst><tussenkop>2.4 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen die wenselijk zijn als
                    gevolg van nieuwe onderwijskundige inzichten en/of gewenste bouwkundige
                    aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse eisen van het
                    onderwijs' komt voor plaatsing op het programma in aanmerking: </tussenkop><lijst><li nr="a."><al>als eerste de voorziening aanpassing als gevolg van onderwijskundige
                            vernieuwingen aan een gebouw dat aangepast wordt waarbij het aantal
                            groepen leerlingen het hoogst is; </al></li><li nr="b."><al>vervolgens de voorziening voor theorielokalen/leslokalen waarbij het
                            percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt
                            het hoogst is; </al></li><li nr="c."><al>vervolgens de voorziening voor vaklokalen/speellokalen waarbij het
                            percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt
                            het hoogst is; </al></li><li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan niet-lesruimte die als lesruimte in
                            gebruik wordt genomen waarbij het percentage leerlingen waarvoor nieuw
                            onderwijskundig beleid geldt het hoogst is; </al></li><li nr="e."><al>vervolgens herstel of vervanging van schade in bijzondere
                            omstandigheden, waarbij de ernst van de schade het hoogst is; en </al></li><li nr="f."><al>vervolgens de activiteit ten behoeve van aanpassingen van meer algemene
                            aard, waarbij de ouderdom van het niet-aangepaste gebouw het hoogst is.
                        </al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>