<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57580_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waddinxveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waddinxveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 11-06-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging art. 1, 2.1.3., 2.3.2., 2.3.3., 2.3.4., 2.4.4., 2.5.2., 2.5.5., 4.1, 4.2a, 4.3, 4.6, en vervallen art. 2.2.2, 2.8.2, hoofdstuk III, art. 4.2, 4.4 en 4.7</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14/00250</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Goedkeuring GS provincie Zuid-Holland is verleend op 17-11-2009</al><al>Regeling vervangt de Huisvestingsverordening 1996</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de raad van de gemeente Waddinxveen</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 april 2009;</al><al>gelet op artikel 2 van de Huisvestingswet en artikel 147 van de
                        Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de </al><al>Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>- algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Besluit</cursief>. </al><al>Het Huisvestingsbesluit.</al></li><li nr="-"><al><cursief>BL-score</cursief>. </al><al>Bewoningsduur-/leeftijdscore:</al><lijst><li nr="-"><al>een getal, gelijk aan het aantal volledige maanden dat
                                            het huishouden ononderbroken, blijkend uit de
                                            gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens,
                                            woonachtig is in de huidige zelfstandige woonruimte,
                                            of</al></li><li nr="-"><al>een getal, gelijk aan het aantal volledige maanden dat
                                            de leeftijd van (de hoofdaanvrager van) het huishouden
                                            dat niet (meer) beschikt over zelfstandige woonruimte de
                                            18 jaar overtreft.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al><cursief>Economische binding.</cursief></al><al>Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub L, van de wet
                                    bepaalde.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Eigenaar.</cursief></al><al>Het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Huishouden.</cursief></al><al>Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
                                    duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan
                                    voeren.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Huisvestingsvergunning.</cursief></al><al>De vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Huurprijs.</cursief></al><al>Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub J, van de wet
                                    bepaalde.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Huurprijsgrens</cursief></al><al>Het bedrag zoals bedoeld in artikel 6, lid 3 onder B van de
                                    wet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Ingezetene.</cursief></al><al>Degene die in de gemeentelijke basisadministratie
                                    persoonsgegevens van de gemeente Waddinxveen of van één der
                                    regiogemeenten is opgenomen en daar daadwerkelijk zijn
                                    hoofdverblijf heeft in woonruimte (waaronder ook begrepen
                                    onzelfstandige woonruimte) die permanent mag worden
                                    bewoond.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Inkomen.</cursief></al><al>De gezamenlijke toetsingsinkomens, bedoeld in artikel 8 van de
                                    Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, die in aanmerking
                                    worden genomen voor het bepalen van de draagkracht, bedoeld in
                                    artikel 7 van die wet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Inwoning.</cursief></al><al>Het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een
                                    woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is
                                    genomen.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Kamer</cursief></al><al>Elke afzonderlijke ruimte in een woning geschikt voor woon- of
                                    slaapruimte met een oppervlakte van tenminste 5 m2.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Koopprijs</cursief>. </al><al>Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub K, van de wet
                                    bepaalde.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Koopprijsgrens</cursief></al><al>Het bedrag zoals bedoeld in artikel 6, lid 3 onder A van de
                                    wet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Maatschappelijke binding.</cursief></al><al>Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub M, van de wet bepaalde,
                                    met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval
                                    wordt aangenomen ten aanzien van personen die ten minste twee
                                    jaar onafgebroken ingezetene zijn dan wel gedurende de
                                    voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken
                                    ingezetene zijn geweest van Waddinxveen of de regio;</al></li><li nr="-"><al><cursief>Medehuurderschap.</cursief></al><al>Het daaromtrent in artikel 23, lid 3 van de wet bepaalde</al></li><li nr="-"><al><cursief>Onzelfstandige woonruimte.</cursief></al><al>Woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die
                                    geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan
                                    worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is
                                    van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Regiogemeenten.</cursief></al><al>De gemeenten Bergambacht, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Nederlek,
                                    Ouderkerk, Schoonhoven, Vlist en Zuidplas.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Standplaats.</cursief></al><al>Een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel
                                    e, van de Woningwet (Stb. 1991, 439).</al></li><li nr="-"><al><cursief>Vergunningplichtige</cursief><cursief>
                                        woonruimte.</cursief></al><al>Een woning waarvoor in deze verordening een
                                    huisvestingsvergunning verplicht is gesteld voor het in gebruik
                                    nemen ervan.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Wet.</cursief></al><al>De Huisvestingswet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Woningruil.</cursief></al><al>Het door twee of meer partijen wederkerig in gebruik nemen van
                                    elkaars woning, met het oogmerk van daadwerkelijke permanente
                                    bewoning.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Woonruimte.</cursief></al><al>Een woonruimte met een eigen toegang, die een huishouden kan
                                    bewonen zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van
                                    wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Woonwagen.</cursief></al><al>Een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f,
                                    van de Woningwet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Zorgindicatie.</cursief></al><al>Een indicatie, afgegeven door een bevoegde instantie, die
                                    noodzakelijk is voor toewijzing van een woning, bestemd voor
                                    zorggeïndiceerden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>- verdeling van de woonruimte</titel></kop><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>- werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>huurprijs- en koopprijsgrens</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op </al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten met een huurprijs beneden de
                                        huurprijsgrens.</al></li><li nr="b."><al>woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte
                                    met een huurprijs beneden de huurprijsgrens respectievelijk een
                                    nieuw gebouwde woonruimte met een koopprijs beneden de
                                    koopprijsgrens in gebruik te nemen voor bewoning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor
                                    bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet
                                    beschikt over een huisvestingsvergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een
                                    standplaats voor een woonwagen in gebruik te nemen of bezet te
                                    houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>nadere beperking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder woonruimte, als bedoeld in artikel 2.1.2, wordt niet
                                        begrepen onzelfstandige woonruimten en woonruimten, als
                                        vermeld in artikel 6, lid 1, van de wet, en ligplaatsen voor
                                        woonschepen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>- toelating</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>meerderjarigheid</titel></kop><al>Ten minste één der leden van het huishouden moet meerderjarig
                                zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>verblijfsstatus</titel></kop><al>De leden van het huishouden moeten òf de Nederlandse nationaliteit
                                bezitten òf beschikken over een geldige verblijfstitel in
                                Nederland.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>- passendheid</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>bezettingsnormen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een huurwoning met vijf of meer kamers wordt alleen passend
                                    geacht voor een huishouden van vijf personen of meer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een huurwoning van vier kamers of minder wordt niet passend
                                    geacht voor een huishouden van zes personen of meer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.3.2</nr><titel>woningtype en bestemmingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ouderenwoning wordt passend geacht voor een huishouden
                                    waarvan ten minste één der leden 55 jaar of ouder is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jongerenwoning wordt passend geacht voor een huishouden
                                    waarvan de leden van het huishouden niet ouder zijn dan 31
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een zorgindicatiewoning wordt passend geacht voor een huishouden
                                    waarvan tenminste één der leden een indicatie voor
                                    zorggerelateerde huisvesting heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aangepaste woning wordt passend geacht voor een
                                    woningzoekend huishouden waarvan ten minste één lid een fysieke
                                    functiebeperking heeft en op medische gronden hierop aangewezen
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een woning van het overig type wordt, behoudens het bepaalde in
                                    lid 6, voor alle woningzoekenden passend geacht, voor zover dit
                                    niet op medische of sociale gronden is uitgesloten</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen woningen nader onderscheiden
                                    en daarop afgestemde bestemmingscriteria vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.3.3</nr><titel>passendheid en huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woonruimten met huurprijzen boven de aftoppingsgrenzen als
                                    bedoeld in de Wet op de huurtoeslag worden niet passend geacht
                                    voor huishoudens die voor huurtoeslag in aanmerking komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere situaties
                                    afwijken van het gestelde in lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.3.4</nr><titel>financiële passendheid nieuwbouwkoopwoningen</titel></kop><al>Nieuwbouwkoopwoningen met verkoopprijs onder de koopprijsgrens
                                worden passend geacht indien het inkomen van het huishouden niet
                                meer bedraagt dan 1,5 x het bruto modaal inkomen, zoals vastgesteld
                                door het Centraal Planbureau.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>– woningzoekenden met urgentie</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast met de
                                    uitgangspunten, randvoorwaarden en criteria die worden
                                    gehanteerd bij het beoordelen van verzoeken om inschrijving als
                                    woningzoekende met urgentie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nadere regels hebben in elk geval betrekking op navolgende
                                    gronden voor aanvraag van urgentie:</al><lijst><li nr="a."><al>medische gronden;</al></li><li nr="b."><al>gedwongen verlaten van de woning bij calamiteit;</al></li><li nr="c."><al>onbewoonbaarheid van de woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>woonlasten;</al></li><li nr="e."><al>echtscheiding/beëindiging samenwoning, in combinatie met
                                            het hebben van minderjarige kinderen</al></li><li nr="f."><al>geweld of bedreiging;</al></li><li nr="g."><al>bijzondere startersproblematiek;</al></li><li nr="h."><al>economische binding en verhuisplicht;</al></li><li nr="i."><al>economische binding en reisafstand;</al></li><li nr="j."><al>bijzondere groepen (statushouders en stadsvernieuwings-
                                            of herstructureringsurgenten)</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>register van woningzoekenden met urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een register van
                                    woningzoekenden met urgentie bij.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor inschrijving in het register, als bedoeld in lid 1, komen
                                    woningzoekenden in aanmerking die voldoen aan de uitgangspunten,
                                    randvoorwaarden en criteria zoals vastgesteld door het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een verzoek tot inschrijving in het register, als bedoeld in
                                    lid 1, dienen de gegevens te worden verstrekt die noodzakelijk
                                    zijn om vast te kunnen stellen dat wordt voldaan aan de door
                                    burgemeester en wethouders gestelde criteria. Indien er sprake
                                    is van medische omstandigheden wordt advies ingewonnen bij een
                                    onafhankelijke medische instantie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor woningzoekenden met urgentie kunnen de passend geachte
                                    woningen, als bedoeld in paragraaf 2.3, worden beperkt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten schriftelijk en gemotiveerd
                                    op verzoeken tot inschrijving in het register van
                                    woningzoekenden met urgentie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.4.3</nr><titel>bewijs van registratie</titel></kop><al>Op het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie worden
                                ten minste de volgende gegevens vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum van afgifte van het bewijs van registratie;</al></li><li nr="b."><al>de reden waarom de woningzoekende als woningzoekende met
                                        urgentie wordt aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>het aantal personen waaruit het desbetreffende huishouden
                                        bestaat;</al></li><li nr="d."><al>de woningen waarop als urgent woningzoekende gereageerd kan
                                        worden (zoekprofiel);</al></li><li nr="e."><al>de gevallen waarin het bewijs van registratie vervalt of kan
                                        worden ingetrokken, als bedoeld in artikel 2.4.5.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.4.4</nr><titel>woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woningzoekenden met urgentie worden geacht te reageren op het
                                    gepubliceerde woningaanbod als bedoeld in artikel 2.5.2. Voor
                                    zover zij daarbij aan de gestelde voorwaarden voldoen en de
                                    woning waarop zij reageren binnen hun zoekprofiel past, is de
                                    voorrangsregeling als bedoeld in artikel 2.5.4 lid 3 van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de volgende categorieën
                                    woningzoekenden binnen twaalf maanden na datum inschrijving als
                                    woningzoekende met urgentie tweemaal passende woonruimte
                                    aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>woningzoekenden die niet in staat blijken – of geacht
                                            worden – zelfstandig woonruimte te vinden binnen het
                                            gepubliceerde woningaanbod;</al></li><li nr="b."><al>woningzoekenden voor wie passend woningaanbod bijzonder
                                            schaars is;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders, gelet op het feitelijk
                                    beschikbare woningaanbod, niet binnen twaalf maanden tweemaal
                                    een woningaanbieding kunnen doen, wordt deze periode automatisch
                                    verlengd totdat een passende woning is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouder kunnen voor de herhuisvesting van
                                    stadsvernieuwings- en herstructureringsurgenten, als bedoeld in
                                    artikel 2.4.1. lid 2, onder j, afwijken van het bepaalde in
                                    artikel 2.4.4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.4.5</nr><titel>vervallenverklaring en intrekking registratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie
                                    vervalt indien een woningaanbieding is geaccepteerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het bewijs van registratie als
                                    woningzoekende met urgentie intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de woningzoekende niet (meer) voldoet aan de
                                            toelatingscriteria, als bedoeld in paragraaf 2.2,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de woningzoekende niet (meer) voldoet aan de
                                            criteria om als woningzoekende met urgentie, als bedoeld
                                            in deze paragraaf, te kunnen worden aangemerkt, of</al></li><li nr="c."><al>blijkt dat de woningzoekende een jaar na afgifte van het
                                            bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie
                                            nog geen woonruimte heeft gevonden, terwijl hij
                                            aantoonbaar via het gepubliceerde woningaanbod of op
                                            andere wijze binnen zijn zoekprofiel passende woonruimte
                                            had kunnen betrekken, of</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende, als bedoeld in artikel 2.4.4 lid 2,
                                            de tweede aanbieding van een binnen zijn zoekprofiel
                                            passende woning heeft geweigerd.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>– leegmelding, wijze van aanbieding en volgordebepaling</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>leegmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien woonruimte langer dan twee maanden leeg staat, is de
                                    eigenaar van deze woonruimte verplicht deze leegstand binnen
                                    drie werkdagen na afloop van die twee maanden te melden aan
                                    burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn begint op het moment
                                    dat:</al><lijst><li nr="a."><al>degene aan wie laatstelijk een huisvestingsvergunning is
                                            verleend, de woning definitief heeft verlaten, dan
                                            wel:</al></li><li nr="b."><al>de huurovereenkomst beëindigd is, dan wel:</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte niet langer als zodanig in gebruik is, dan
                                            wel:</al></li><li nr="d."><al>op enigerlei wijze is gebleken dat de woning te huur of,
                                            vrij van huur, te koop is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>publicatie van vrijgekomen en vrijkomende woningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor toewijzing beschikbaar gekomen of komende woonruimten
                                    worden door of namens de eigenaren van die woonruimten
                                    bekendgemaakt door middel van openbare publicatie. Iedere
                                    potentiële woningzoekende dient daarbij, eventueel tegen
                                    betaling van een redelijke vergoeding, in de gelegenheid te
                                    worden gesteld kennis te nemen van de per publicatie aangeboden
                                    woningen, zodat hij tijdig op het woningaanbod kan
                                    reageren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door of namens de eigenaar worden woningzoekenden in de
                                    gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn op de
                                    aangeboden huur- of koopwoningen te reageren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Door of namens de eigenaar kunnen onvolledig en/of onjuist
                                    ingevulde reacties op per publicatie aangeboden woningen buiten
                                    behandeling worden gelaten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing indien de woning
                                    aangeboden wordt met toepassing van artikel 2.4.4. lid 2</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>verantwoording toegewezen woningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door of namens de eigenaar of verkopende partij wordt, in
                                    hetzelfde medium als waarin de woning is aangeboden, de
                                    toewijzing van de woning verantwoord door middel van
                                    bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woning is
                                    binnengekomen, alsmede, voor zover van toepassing, de
                                    bewoningsduur- of leeftijdscore van degene aan wie de woning is
                                    toegewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door of namens de eigenaar of verkopende partij worden tevens
                                    alle overige toewijzingen van vergunningplichtige woningen
                                    achteraf door middel van publicatie verantwoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ‘verantwoording achteraf’ als bedoeld in dit artikel vindt
                                    voor huurwoningen zo spoedig mogelijk plaats, doch uiterlijk in
                                    de eerstvolgende publicatie na de feitelijke ingebruikneming van
                                    de woning. Voor koopwoningen geldt dat verantwoording
                                    plaatsvindt binnen één maand na ondertekening van het
                                    definitieve koopcontract.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>volgordebepaling huurwoningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woningzoekenden die op een door publicatie aangeboden woning als
                                    bedoeld in artikel 2.5.2 reageren en voldoen aan de gestelde
                                    voorwaarden komen voor de desbetreffende woning in aanmerking in
                                    volgorde van hun bewoningsduur- of leeftijdscore (BL-score).
                                    Degene met de hoogste BL-score gaat voor. De volgorde van
                                    toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BL-score wordt op
                                    basis van anciënniteit bepaald door de datum van ingebruikneming
                                    van de huidige woonruimte, respectievelijk de datum van de 18e
                                    verjaardag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Woningzoekenden met een inkomen onder de doelgroepgrens voor
                                    meerpersoonshuishoudens hebben voorrang indien zij reageren op
                                    woningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens. De
                                    inkomens- en huurprijsgrens worden jaarlijks aangepast
                                    overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de Huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Woningzoekenden met een urgentieverklaring als bedoeld in
                                    paragraaf 2.4 hebben, in afwijking van het bepaalde in het
                                    eerste lid en met inachtneming van het bepaalde in het tweede
                                    lid, voorrang boven andere kandidaten, indien de woonruimte past
                                    binnen het voor de urgente vastgestelde zoekprofiel. De volgorde
                                    van toewijzing tussen urgenten wordt op basis van anciënniteit
                                    bepaald door de datum van afgifte van het bewijs van registratie
                                    als woningzoekende met urgentie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij toepassing van dit artikel blijkt dat bepaalde
                                    (doel)groepen woningzoekenden in onvoldoende mate voor
                                    woningtoewijzing in aanmerking komen, kunnen burgemeester en
                                    wethouders woningen bij publicatie specifiek voor die
                                    (doel)groep bestemmen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de
                                    herhuisvesting van stadsvernieuwings- en
                                    herstructureringsurgenten, als bedoeld in 2.4.1, lid 2, sub j,
                                    afwijken van het bepaalde in dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.5.5</nr><titel>volgordebepaling nieuwbouw-koopwoningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor nieuwbouwkoopwoningen is de onderstaande volgordebepaling
                                    van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen de in paragraaf 2.2 gestelde toelatingscriteria en het in
                                    artikel 2.3.4 opgenomen passendheidscriterium, wordt bijzondere
                                    voorrang toegekend aan woningzoekenden dieeen
                                    vergunningplichtige huurwoning vrijmaken met een kale huurprijs
                                    onder de aftoppingsgrens voor 1- en 2 persoonshuishoudens</al><al/><al>Daarna komen de overige woningzoekenden die aan de gestelde
                                    criteria voldoen in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onderlinge volgorde tussen de kandidaten wordt vastgesteld
                                    aan de hand van de BL-score.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouder kunnen ten behoeve van de
                                    herhuisvesting van stadsvernieuwings- en
                                    herstructureringsurgenten afwijken van het bepaalde in dit
                                    artikel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.6</nr><titel>- huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning geschiedt door het
                                    indienen van een daartoe door burgemeester en wethouders
                                    verkrijgbaar te stellen en door de aanvrager in te vullen
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>gegevens over de woonruimte en (het huishouden van) de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>bescheiden aan de hand waarvan het inkomen van de
                                            aanvrager kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="c."><al>indien de aanvraag een huisvestingsvergunning voor een
                                            huurwoning betreft, behoudens de gevallen genoemd in
                                            artikel 23, lid 3, van de wet (medehuurderschap): een
                                            verklaring van de verhuurder waaruit blijkt, dat deze
                                            bereid is de woonruimte aan de aanvrager te
                                            verhuren;</al></li><li nr="d."><al>indien de aanvraag een huisvestingsvergunning voor een
                                            koopwoning betreft: een afschrift van de door beide
                                            partijen ondertekende koopovereenkomst dan wel een
                                            daarmee gelijk te stellen verklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanvraag op een of meerdere punten onvolledig is,
                                    wordt de aanvraag geretourneerd en stellen burgemeester en
                                    wethouders de aanvrager in de gelegenheid om een volledige
                                    aanvraag in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk binnen 2 weken na
                                    ontvangst van de volledige aanvraag. De beslissing wordt
                                    schriftelijk ter kennis gebracht van de aanvrager. Een weigering
                                    wordt steeds met redenen omkleed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en
                                    wethouders:</al><lijst><li nr="a."><al>aan wie de vergunning wordt verleend, alsmede het aantal
                                            personen dat de betreffende woonruimte zal
                                            betrekken;</al></li><li nr="b."><al>voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn
                                            gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning
                                    indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt
                                            behoort tot de ingevolge paragraaf 2.2 aangewezen
                                            categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen
                                            van een huisvestingsvergunning in aanmerking komen;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte wordt met toepassing van het bepaalde in
                                            paragraaf 2.3 passend geacht voor het huishouden dat de
                                            huisvestingsvergunning aanvraagt;</al></li><li nr="c."><al>het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt
                                            heeft gereageerd op een per publicatie aangeboden
                                            woonruimte en komt op grond van het bepaalde in artikel
                                            2.5.4 (huurwoningen) of artikel 2.5.5 (koopwoningen)
                                            voor de desbetreffende woonruimte in aanmerking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het vorige lid sub c. bepaalde blijft buiten toepassing
                                    indien zich een situatie voordoet als aangegeven in artikel 9
                                    van het besluit (medehuurderschap en voorgenomen woningruil),
                                    dan wel indien het een huisvestingsvergunning betreft voor de
                                    toewijzing van woonruimte van een particuliere eigenaar, die in
                                    Waddinxveen maximaal drie woonruimten in eigendom heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een
                                    huisvestingsvergunning verlenen aan andere woningzoekenden dan
                                    bedoeld in dit artikel, zonder dat de betrokken woonruimte
                                    vruchteloos is aangeboden als bedoeld in artikel 2.6.3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het in artikel 2.6.2 bepaalde verlenen
                                    burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning steeds,
                                    nadat de woonruimte door de eigenaar, overeenkomstig de in lid 2
                                    weergegeven procedure, gedurende zes weken vruchteloos is
                                    aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge het eerste lid
                                    van artikel 2.6.2 voor die woonruimte in aanmerking komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar moet de woonruimte in de in lid 1 genoemde termijn
                                    tenminste eenmaal door middel van een publicatie als bedoeld in
                                    artikel 2.5.2 te huur of te koop hebben aangeboden. </al><al>Deze publicatie moet in ieder geval bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres van de woonruimte, met vermelding van
                                            woningtype, aantal kamers en ligging;</al></li><li nr="b."><al>de overeenkomstig artikel 26, lid 2, van de wet bepaalde
                                            huurprijs of koopprijs van de woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>de mededeling dat, in eerste aanleg, alleen degenen die
                                            voldoen aan het bepaalde in artikel 2.6.2, lid 1, in
                                            aanmerking komen. De in lid 1 genoemde termijn begint te
                                            lopen op de datum van plaatsing van de eerste publicatie
                                            die voldoet aan het hier bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.6.4</nr><titel>intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen
                                        de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de
                                        vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen, dan
                                        wel</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.7</nr><titel>-woonwagenstandplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>inschrijving en bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken het beschikbaar zijn of komen
                                    van een standplaats door middel van een aanschrijving van
                                    bewoners van woonwagenstandplaatsen en/of door middel van
                                    publicatie bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Standplaatszoekenden worden tevens in de gelegenheid gesteld om
                                    op hun verzoek, tegen een redelijke vergoeding van de kosten, op
                                    andere wijze kennis te nemen van het beschikbaar zijn of komen
                                    van standplaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.7.2</nr><titel>toelating</titel></kop><al>Voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning voor een
                                standplaats komen huishoudens in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden opgenomen in
                                        paragraaf 2.2, en</al></li><li nr="b."><al>die – indien van toepassing – beschikken, dan wel verklaren
                                        binnen korte termijn te kunnen beschikken, over een voor de
                                        betreffende standplaats geschikte woonwagen, en</al></li><li nr="c."><al>die, voorzover het een huurstandplaats betreft, beschikken
                                        over een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat
                                        deze bereid is de standplaats aan hen te verhuren, en</al></li><li nr="d."><al>die tijdig, en onder volledige invulling van de daarbij
                                        gevraagde gegevens, hebben gereageerd op de bekendmaking als
                                        bedoeld in artikel 2.7.1.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.7.3</nr><titel>volgordebepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toewijzing van een standplaats door Burgemeester en
                                    Wethouders komen de volgende categorieën woningzoekenden in
                                    aanmerking in de navolgende rangorde:</al><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekende die op een woonwagenlocatie in
                                            Waddinxveen woont, in het bezit is van een
                                            huisvestingsvergunning, en deze standplaats moet
                                            ontruimen vanwege opheffing of verkleining van die
                                            locatie;</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende die een standplaats inneemt in
                                            Waddinxveen en in het bezit is van een
                                            huisvestingsvergunning en wiens sociale omstandigheden
                                            van zodanig ernstige aard zijn, dat verhuizing van de
                                            huidige standplaats/woning in Waddinxveen naar een
                                            (andere) standplaats geboden is en aan wie een
                                            urgentieverklaring is afgegeven;</al></li><li nr="c."><al>een kind, inwonend bij familie in de eerste en tweede
                                            graad, op een woonwagenlocatie in Waddinxveen;</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende die in Waddinxveen in een woonwagen op
                                            een standplaats woont of heeft gewoond, waarbij de
                                            woningzoekende die een standplaats leeg achterlaat,
                                            voorgaat op de woningzoekende die geen standplaats leeg
                                            achterlaat;</al></li><li nr="f."><al>overige woningzoekenden, volgens volgordebepaling zoals
                                            is neergelegd in artikel 2.5.4 lid 1.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien er meerdere kandidaten binnen eenzelfde prioriteit zijn,
                                    geniet de oudste in leeftijd voorrang, of in het geval van het
                                    gestelde onder b, gaat degene voor die het langst een urgentie
                                    heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.7.4</nr><titel>verlenen huisvestingsvergunning voor een standplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een huisvestingsvergunning wordt verstrekt indien wordt voldaan
                                    aan het bepaalde in artikel 2.7.2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een huisvestingsvergunning voor een standplaats wordt verleend
                                    voor een onbepaalde tijd, is persoonsgebonden en niet
                                    overdraagbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.7.5</nr><titel>vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een
                                    woonwagenstandplaats</titel></kop><al>Een huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats
                                vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen
                                        heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen
                                        maken;</al></li><li nr="b."><al>onmiddellijk nadat de huurovereenkomst voor de standplaats
                                        is beëindigd en de vergunninghouder de standplaats heeft
                                        verlaten;</al></li><li nr="c."><al>onmiddellijk nadat de vergunninghouder de standplaats heeft
                                        verlaten, voorzover de betreffende standplaats niet
                                        ingevolge een huurovereenkomst door de vergunninghouder werd
                                        ingenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.7.6</nr><titel>intrekking huisvestingsvergunning voor een
                                    woonwagenstandplaats</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor het innemen van
                                een standplaats intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder niet binnen twee weken na afgifte van de
                                        vergunning de standplaats inneemt;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder handelt in strijd met het bepaalde bij
                                        of krachtens deze verordening, de voor de standplaats
                                        verstrekte huisvestingsvergunning en/of de daaraan verbonden
                                        voorschriften.</al></li><li nr="c."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.8</nr><titel>- bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.8.1</nr><titel>overeenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met eigenaren van woonruimten
                                    overeenkomsten sluiten over het in gebruik geven van woonruimte,
                                    welke overeenkomsten voor het bezit van deze eigenaren in de
                                    plaats treden van het geheel/delen van/hoofdstuk 2 van deze
                                    verordening. De overeenkomsten dienen een evenwichtige en
                                    rechtvaardige verdeling van woonruimte te bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overeenkomsten kunnen ondermeer betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>Afspraken over slagingspercentages voor specifieke
                                            groepen woningzoekenden;</al></li><li nr="b."><al>Aanvullende toelatingseisen op wijk of complexniveau bij
                                            beheerproblemen;</al></li><li nr="c."><al>Afwijkende passendheidscriteria of volgordebepalingen
                                            bij toewijzing van huurwoningen;</al></li><li nr="d."><al>Maatregelen, gericht op doorstroming met voorrang voor
                                            woningzoekenden die specifieke woonruimte
                                            achterlaten;</al></li><li nr="e."><al>Voorrangsregeling voor doelgroep en aandachtsgroepen van
                                            beleid;</al></li><li nr="f."><al>Experimenten op het gebied van toewijzing van
                                            huurwoningen;</al></li><li nr="g."><al>Woningtoewijzing woongroepen;</al></li><li nr="h."><al>Toewijzing ouderenwoningen aan urgenten;</al></li><li nr="i."><al>Toewijzing zorgindicatiewoningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 4 van de wet is overeenkomstig van toepassing op
                                    overeenkomsten als bedoeld in lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.8.2</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>– vervallen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>- (vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.4</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.5</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.6</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.7</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.1.8</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>- (vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3</nr><titel>- (vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.3</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>- verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.1</nr><titel>hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2.4.2 lid 2 en de artikelen
                            2.7.3 en 2.7.4 lid 1 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor
                            zover toepassing- gelet op het belang van een evenwichtige en
                            rechtvaardige verdeling van de woonruimte- leidt tot onbillijkheid van
                            overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.2</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikel 2.1.2. lid 1 kan worden beboet met een
                                bestuurlijke boete van maximaal € 340</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van artikel 2.1.2. lid 2 kan worden beboet met een
                                bestuurlijke boete van maximaal € 13.500</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overtreding van artikel 2.1.2. lid 3 kan worden beboet met een
                                bestuurlijke boete van maximaal € 340</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd voor
                                overtreding van artikel 2.1.2. tweede lid en binnen één jaar opnieuw
                                dezelfde gedraging wordt begaan kan het bedrag van de op te leggen
                                boete worden verhoogd met maximaal € 5.000</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Overtreding van artikel 2.5.1 lid 1 kan worden beboet met een
                                bestuurlijke boete van maximaal €7.500;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.3</nr><titel>handhaving</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders wijzen toezichthouders aan op grond van
                                artikel 75 van de wet, die zijn belast met het toezicht op de
                                naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en met
                                de opsporing van de bij artikel 4.2 strafbaar gestelde feiten.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.4</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.5</nr><titel>overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van
                            een huisvestingsverordening plegen burgemeester en wethouders overleg
                            met de in de gemeente werkzame, ingevolge artikel 70, eerste lid, of
                            artikel 70j, eerste lid, van de Woningwet (Stb. 1991, 439) toegelaten
                            instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking
                            komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de
                            woonruimteverdeling werkzaam zijn</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.6</nr><titel>verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in de gemeente werkzame, ingevolge artikel 70, eerste lid, of
                                artikel 70j, eerste lid, van de Woningwet toegelaten instellingen
                                brengen periodiek aan burgemeester en wethouders verslag uit over de
                                uitvoering van hoofdstuk 2 van deze verordening</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks aan de gemeenteraad
                                verslag uit over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.7</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>- slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5.1</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Huisvestingsverordening
                            Waddinxveen 2009".</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5.2</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op één januari 2010</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                "Huisvestingsverordening 1996", vastgesteld door de raad op 27 maart
                                1996;</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Waddinxveen in de openbare
                        vergadering van 1 juli 2009 en in werking getreden op 1 januari 2010 </ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente</ondertekening><ondertekening>Waddinxveen in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>Van 1 juli 2009</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>(mr. F.W. van der Dussen) (drs. H.P.L. Cremers)</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting bij de Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009 </label></kop><tussenkop>artikel 1 begripsbepalingen</tussenkop><al>- BL-score</al><al>Van iedere woningzoekende kan de BL-score worden vastgesteld, met behulp waarvan
                    een rangorde kan worden bepaald. Indien het huishouden uit meerdere personen
                    bestaat, is de hoogste BL-score van toepassing mits de woningzoekende aan de
                    geldende toelatingseisen voldoet;</al><al/><al>- Economische binding</al><al>Artikel 1, lid 1, sub l, van de wet verstaat onder economische binding aan een
                    gebied: de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die
                    persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft
                    zich in dat gebied te vestigen, met dien verstande dat een economische binding
                    in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening
                    in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of
                    vanuit dat gebied. Dit begrip blijft van belang voor de doorhet college van Benw
                    vastgestelde urgentiebesluit.</al><al/><al>- Eigenaar</al><al>De tekst van artikel 1, lid 2, van de wet luidt:</al><al>voor zover niet anders is bepaald, wordt in deze wet en de daarop berustende
                    bepalingen onder eigenaar van een woonruimte of een gebouw verstaan: degene die
                    bevoegd is tot het in gebruik geven van die woonruimte of dat gebouw. Onder
                    "eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek" wordt in deze wet en de daarop
                    berustende bepalingen mede verstaan: de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde
                    tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het
                    Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht
                    van een woonruimte is verleend;</al><al/><al>- Huishouden</al><al>Het begrip “Huishouden” is ontleend aan de VNG-modelverordening. In de tekst van
                    de verordening worden ook de begrippen woningzoekende en woningzoekend
                    huishouden gehanteerd. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als huishouden.
                    Tot het huishouden behoren in elk geval één of twee volwassenen die aangeven een
                    duurzaam, gemeenschappelijk huishouden te willen voeren. Daarnaast de (in het
                    GBA ingeschreven) kinderen of ongeboren kinderen, aantoonbaar via verklaring van
                    de verloskundige. Niet tot het huishouden behoren overige inwoners. Ter zake is
                    een uitvoeringsinstructie beschikbaar. Zie ten aanzien van de begrippen
                    medehuurderschap en co-ouderschap het bepaalde hierover in de wet en het besluit
                    en in dit artikel</al><al/><al>-Huisvestingsvergunning</al><al>De tekst van artikel 7 van de wet luidt:</al><al/><al>1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een
                    woonruimte, aangewezen overeenkomstig artikel 5, in gebruik te nemen voor
                    bewoning.</al><al/><al>2.Het is verboden een woonruimte, aangewezen overeenkomstig artikel 5, voor
                    bewoning in gebruik te geven aan een persoon die niet beschikt over een
                    huisvestingsvergunning.</al><al/><al>3.Voor de toepassing van het eerste en tweede lid, wordt het in gebruik nemen of
                    geven van een woonwagen die op een standplaats staat, aangemerkt als het in
                    gebruik nemen of geven van die standplaats. Met lid 3 van artikel 7 van de wet
                    wordt bedoeld dat voor het in gebruik geven of nemen van (een woonwagen op) een
                    standplaats een huisvestingsvergunning kan worden verlangd.</al><al/><al>- Huurprijs.</al><al>Artikel 1, lid 1, sub j, van de wet verstaat onder huurprijs: de prijs die bij
                    huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte,
                    uitgedrukt in een bedrag per maand, dan wel, indien het betreft een standplaats
                    voor een woonwagen het bedrag dat is verschuldigd voor het innemen van die
                    standplaats uitgedrukt in een bedrag per maand;</al><al/><al>- Ingezetene.</al><al>De passage ".... in woonruimte die permanent mag worden bewoond" is toegevoegd
                    om te voorkomen dat huishoudens die (bijvoorbeeld) op een camping hun
                    hoofdverblijf hebben op grond daarvan de positie van ingezetene kunnen
                    verkrijgen.</al><al/><al>- Inkomen.</al><al>In de Wet op de huurtoeslag wordt verwezen naar de Algemene wet
                    inkomensafhankelijke regelingen bij bepaling van de hoogte van het inkomen. In
                    deze verordening wordt aangesloten bij deze systematiek. (Toetsings)inkomen is
                    in de zin van artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, die
                    in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van de draagkracht, bedoeld in
                    artikel 7 van die wet: </al><al/><al>- Koopprijs.</al><al>Artikel 1, lid 1, sub k, van de wet verstaat onder koopprijs: de prijs die voor
                    de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald.</al><al/><al>- Koopprijsgrens</al><al>De grens bedoeld in artikel 15, lid 1, sub a van de Wet bevordering
                    eigenwoningbezit, welke grens met ingang van 1 januari van elk jaar wordt
                    aangepast overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van de Wet bevordering
                    eigenwoningbezit.</al><al/><al>- Maatschappelijke binding.</al><al>Artikel 1, lid 1, sub m, van de wet verstaat onder maatschappelijke binding aan
                    een gebied:</al><al>de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon een
                    redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in
                    dat gebied te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in
                    elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die ten minste twee jaar
                    onafgebroken ingezetene zijn, dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten
                    minste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van dat gebied. Dit begrip
                    blijft van belang voor de door het college van Benw vastgestelde
                    urgentiebesluit.</al><al/><al>- Medehuurderschap.</al><al>In dit artikel wordt verwezen naar de artikelen 268 – 270 in het Burgerlijk
                    Wetboek. Hierin is geregeld welke inwonenden in aanmerking komen voor
                    medehuurderschap.</al><al/><al>- Onzelfstandige woonruimte.</al><al>In het artikel is neergelegd dat een onzelfstandige woonruimte niet beschikt
                    over wezenlijke voorzieningen.</al><al>Het gaat dan om zaken als een toilet en bijvoorbeeld een keukeninrichting die
                    bestemd is voor de bereiding van complete maaltijden.</al><al/><al>- Standplaats.</al><al>een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen
                    aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere
                    instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; </al><al/><al>- Woonruimte.</al><al>Waar in de verordening woonruimte is vermeld, wordt daaronder zelfstandige
                    woongelegenheid verstaan, zoals hier omschreven, tenzij in de tekst
                    uitdrukkelijk is vermeld dat ook onzelfstandige woonruimte hieronder begrepen
                    wordt. Op verzoek van de rijksinspectie is het gebruik van het woord "woning"
                    (behalve in samenstellingen, zoals koopwoning, huurwoning, eengezinswoning)
                    zoveel mogelijk vermeden en is aangesloten bij de wettelijke term
                    "woonruimte".</al><al/><al>- Woonwagen.</al><al>Artikel 1, lid 1, sub f van de Huisvestingswet, verstaat onder woonwagen: voor
                    bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn
                    geheel of in delen kan worden verplaatst.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.1.1 huurprijs en koopprijsgrens</vet></al><al/><al>Het instrumentarium van de Huisvestingswet is alleen van toepassing op
                    woonruimten onder de huurprijs- en koopprijsgrens, zie artikel 6 lid 2 van de
                    wet. Woonruimteverdeling boven de prijsgrenzen is niet toegestaan. Voor de
                    zogenaamde vrije sector geldt vrije vestiging.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.1.3 nadere beperking</vet></al><al>Artikel 6, lid 1, van de wet sluit van aanwijzing als vergunningplichtige
                    woonruimte uit: woonruimten, bestemd voor inwoning, woonwagens en woonschepen.
                    Via de artikelen 1 lid 3 en 7 lid 3 van de wet valt het wonen in een woonwagen
                    op een standplaats of het wonen in een woonschip op een ligplaats, onder de
                    werking van de wet.Wateren in Waddinxveen waar woonschepen
                    kunnen liggen zijn de Ringvaart, de Gouwe, Petteplas en ‘t Weegje. Deze zijn
                    echter uitgesloten voor woonschepen. Bij de tweede wijziging van de
                    Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009 is de huisvestingsvergunning voor
                    ligplaatsen voor woonschepen vervallen. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.2.1 meerderjarigheid</vet></al><al/><al>Het hier gehanteerde criterium van meerderjarigheid is feitelijk niet in de
                    Huisvestingswet voorgeschreven, maar vormt onderdeel van het gewoonterecht. Boek
                    1:233 van het Burgerlijk Wetboek: "minderjarigen zijn zij, die de ouderdom van
                    achttien jaren niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd zijn
                    geweest".</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.2.3 verblijfsstatus</vet></al><al/><al>Zie ook artikel 9 tweede lid van de wet, luidende:</al><al/><al>Een huisvestingsvergunning wordt uitsluitend verleend aan personen die:</al><al/><al>a.de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling
                    als Nederlander worden behandeld, of</al><al/><al>b.vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf houden als bedoeld in artikel 8, onder
                    a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.3.1 bezettingsnormen</vet></al><al/><al>Bij het opstellen van de verordening is ernaar gestreefd de keuzevrijheid en
                    transparantie voor de woningzoekende verder te vergroten. De (ten opzichte van
                    vorige verordening) enige overgebleven beperkingen hebben betrekking op het
                    beschikbaar houden van grote woningen voor grote gezinnen en op het voorkomen
                    van overbewoning.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.3.2 woningtype en bestemmingscriteria</vet></al><al/><al>In verband met de beperkte beschikbaarheid van 55+ woningen, de samenhang met
                    beleid op het gebied van wonen, welzijn en zorg en subsidies die zijn verstrekt
                    in het kader van de Wet Voorzieningen Gehandicapten/ Wet Maatschappelijke
                    Ondersteuning, worden deze woningen alleen passend geacht voor deze doelgroepen.
                    Ook jongerenwoningen en zorgindicatiewoningen kunnen door het college specifiek
                    worden bestemd. Bij jongerenwoningen werd een onderscheid gemaakt tussen
                    woningen voor jongeren tot 23 jaar en woningen voor jongeren tussen 23 en 30
                    jaar. In de praktijk wordt dit bij de toewijzing gezien als één categorie.
                    Daarom is dit aangepast naar één categorie, namelijk woningen voor jongeren tot
                    en met 30 jaar. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.3.3 financiële passendheid</vet></al><al/><al>Op grond van de Wet op de huurtoeslag worden woningen met huurprijzen boven de
                    aftoppingsgrenzen financieel niet passend geacht voor huishoudens die voor
                    huurtoeslag in aanmerking komen.</al><al/><al>Het passend toewijzen van woningen is in het belang van de huurder zelf, als het
                    gaat om de betaalbaarheid van het wonen. De huur die de huurtoeslagontvanger
                    betaalt boven de aftoppingsgrens tot aan de maximale huurprijs, wordt normaliter
                    niet vergoed. Deze extra eigen bijdrage betekent voor de huurtoeslagontvanger
                    een fors beslag op het besteedbare inkomen.</al><al/><al>In bijzondere situaties kunnen burgemeester en wethoudershiervan afwijken. Onder
                    bijzondere situaties wordt ondermeer verstaan medische urgentie, zorgindicatie
                    en bij grote gezinnen vanaf 8 personen, waarbij de verwachting is dat niet
                    binnen één jaar passende woonruimte kan worden verkregen.</al><al/><al>Zie ook artikel 2.5.4., waarin is geregeld dat woningzoekenden met een laag
                    inkomen voorrang hebben bij toewijzing van woningen met een huur onder de
                    aftoppingsgrenzen.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.3.4 financiële passendheid nieuwbouw-koopwoningen</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt geregeld dat goedkope woningenworden toegewezen aan
                    huishoudens met een bruto inkomen tot 1,5 x modaal conform definitie van het
                    Centraal planbureau (CPB)</al><al/><al>Motief om woningen tot de koopprijsgrens bij voorrang toe te wijzen aan
                    huishoudens met een laag- of middeninkomen is gelegen in het feit dat voor de
                    stichtingskosten van deze woningen vaak een lagere grondprijs is doorberekend. </al><al>Bij het opstellen van de verordening is onderzocht welke huishoudens in
                    aanmerking zouden moeten komen voor bedoelde woningen. De betaalbaarheid van de
                    woning is daarbij belangrijk; om de hypotheeklasten van een woning op te kunnen
                    brengen is een bepaald inkomen noodzakelijk. </al><al/><al>Als grens is daarom gekozen het bruto modale inkomen voor huishoudens, zoals
                    vastgesteld door het CPB als uitgangspunt te nemen, omdat deze grens vaak wordt
                    gehanteerd als ondergrens voor middeninkomens. Omdat niet alleen de lagere, maar
                    ook de lagere middeninkomens aangewezen zijn op dit prijssegment is ervoor
                    gekozen deze woningen ook passend te achten voor inkomens van maximaal 1,5 x
                    modaal </al><al>Door het CPB wordt tweemaal per jaar een prognose voor het modale inkomen
                    afgegeven. Bij de uitvoering van de verordening wordt gebruik gemaakt van de
                    prognose uit de Macro Economische Verkenning die in september ten behoeve van de
                    Rijksbegroting bekend gemaakt wordt voor het daarop volgende jaar.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.4.1 urgentie</vet></al><al/><al>Op grond van dit artikel wordt door het college in een apart besluit nadere
                    regels vastgesteld op grond waarvan urgentie kan worden aangevraagd, en welke
                    criteria bij de aanvraag worden gehanteerd. Het vaststellen van de nadere regels
                    is een collegebevoegdheid, waarbij in de verordening is vastgelegd welke gronden
                    door het college nader worden uitgewerkt. Materieel zijn er geen wijzigingen ten
                    opzichte van de voorgaande verordening. De regeling geeft het college wat meer
                    mogelijkheden voor tussentijdse aanpassingen.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.4.2 register van woningzoekenden met urgentie</vet></al><al/><al>In artikel 14 van de wet is opgenomen dat de gemeenteraad in het belang van een
                    evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte in de
                    huisvestingsverordening kan bepalen dat door burgemeester en wethouders een
                    register van woningzoekenden wordt bijgehouden. Daarbij dient in de
                    huisvestingsverordening te worden bepaald:</al><al/><al>a. welke woningzoekenden voor inschrijving in het register in aanmerking komen
                    (artikel 2.4.2, lid 2);</al><al/><al>b. welke gegevens met het oog op een goede toepassing van de verordening bij een
                    verzoek om inschrijving moeten worden overgelegd (artikel 2.4.2, lid 3);</al><al/><al>c. hoe lang een inschrijving geldig blijft (artikel 2.4.5);</al><al/><al>d. welke gegevens op het bewijs van inschrijving moeten worden vermeld (artikel
                    2.4.3);</al><al/><al>e.in welke gevallen een inschrijving door burgemeester en wethouders kan worden
                    doorgehaald (artikel 2.4.5).</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.4.4 woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding</vet></al><al/><al>lid 1: Op het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie wordt onder
                    meer vermeld op welke woningen als woningzoekende met urgentie gereageerd kan
                    worden, het zogenoemde zoekprofiel (artikel 2.4.3 sub d.). Dat zijn in de regel
                    niet alle woningen die op grond van paragraaf 2.3 passend worden geacht. De
                    passend geachte woningen kunnen op grond van artikel 2.4.2 lid 4 worden beperkt.
                    Op de urgentieverklaring wordt vermeld dat een urgentieverklaring alleen geldt
                    voor een geïndiceerd woningtype waarmee het urgentieprobleem wordt opgelost. De
                    urgentieverklaring is niet bedoeld om voorrang te verlenen in de
                    wooncarrière.</al><al/><al>Bijvoorbeeld: een urgent woningzoekende met een of meer kinderen kan in beginsel
                    op gepubliceerde eengezinswoningen reageren, waarbij de volgorde bepaald wordt
                    aan de hand van de bewoningsduur- of leeftijdscore, als bedoeld in artikel 2.5.4
                    lid 1. De voorrangsregeling uit artikel 2.5.4 lid 3 (voorrang voor urgent
                    woningzoekenden boven niet-urgent woningzoekenden) is voor dezelfde
                    woningzoekende met urgentie alleen van toepassing indien hij reageert op
                    woningen die zijn zoekprofiel aangeeft.</al><al/><al>lid 2: In lid 1 is als hoofdregel gegeven dat woningzoekenden met urgentie
                    reageren op het gepubliceerde woningaanbod. Voor een tweetal categorieën
                    woningzoekenden wordt een uitzondering gemaakt en wordt toch tweemaal een binnen
                    het zoekprofiel passend woningaanbod gedaan:</al><al/><al>a. woningzoekenden die niet in staat blijken - of geacht worden – zelfstandig
                    woonruimte te vinden binnen het gepubliceerde woningaanbod, bijvoorbeeld sommige
                    ouderen;</al><al/><al>b. woningzoekenden voor wie passend woningaanbod bijzonder schaars is,
                    bijvoorbeeld grote gezinnen en gehandicapten;</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.4.5 vervallenverklaring en intrekking registratie</vet></al><al/><al>lid 1: Het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie vervalt van
                    rechtswege als een woningaanbieding is geaccepteerd. Dat kan zowel een
                    aanbieding na een reactie op gepubliceerd woningaanbod zijn als een aanbieding
                    bedoeld in artikel 2.4.4 lid 2.</al><al/><al>lid 2: Burgemeester en wethouders kunnen het bewijs van registratie als
                    woningzoekende met urgentie intrekken in de hier genoemde gevallen. De
                    intrekking is een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.5.1 leegmelding</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel 8 van de Huisvestingswet. Op
                    grond van dat artikel kan de gemeenteraad, voor zover dat in het belang van een
                    evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte noodzakelijk is, in de
                    huisvestingsverordening bepalen dat de leegstand van woonruimten in daarbij
                    aangegeven gevallen door de eigenaar aan burgemeester en wethouders dient te
                    worden gemeld, zodra die leegstand langer duurt dan een daarbij aangegeven
                    termijn van ten minste twee maanden.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.5.2 publicatie van vrijgekomen en vrijkomende
                    huurwoningen</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt geregeld hoe vrijgekomen en vrijkomende huurwoningen worden
                    gepubliceerd. Het begrip “openbare publicatie” en het begrip “medium” uit 2.5.3.
                    is niet nader omschreven. Uitgangspunt is dat het aanbod voor woningzoekenden in
                    gedrukte vorm beschikbaar blijft voor woningzoekenden die geen toegang hebben
                    tot het internet. Het gebruik van internet als belangrijkste advertentiemedium
                    voor het aanbieden van woningen is, gezien de technische ontwikkelingen, een
                    logische keus.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.5.3 verantwoording toegewezen huurwoningen</vet></al><al/><al>De ‘verantwoording achteraf’ van toegewezen woningen is een belangrijk element
                    binnen het woonruimteverdelingssysteem. Door of namens de eigenaar dienen alle
                    toewijzingen van vergunningplichtige huurwoningen achteraf door middel van
                    publicatie te worden verantwoord, uiterlijk in de eerstvolgende publicatie na de
                    feitelijke ingebruikneming van de woning. Het hoofddoel van de publicatie is
                    openheid naar de woningzoekenden toe. Het biedt de bij de woonruimteverdeling
                    betrokken partijen de mogelijkheid om de werking van het verdeelsysteem te
                    controleren en levert belangrijke gegevens over de voor bepaalde (typen van)
                    woningen benodigde wachttijden. Woningzoekenden kunnen zo hun kansen op
                    woningtoewijzing beter inschatten.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.5.4 volgordebepaling huurwoningen</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt aangegeven in welke volgorde woningzoekenden, die op per
                    publicatie aangeboden woningen reageren en voldoen aan de gestelde voorwaarden,
                    in aanmerking komen. De hoofdregel is dat de woning wordt toegewezen aan degene
                    met de hoogste bewoningsduur- of leeftijdscore (lid 1).</al><al>Uitzonderingen op die hoofdregel zijn:</al><al/><al>- woningzoekenden met een inkomen tot de doelgroepgrens voor 3- of
                    meerpersoonshuishoudens als bedoeld 14 van de Wet op de huurtoeslag komen met
                    voorrang in aanmerking voor huurwoningen met een huur tot de
                    kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel20 van de Wet op de huurtoeslag
                    (lid 2). Op deze wijze wordt bevorderd dat woningzoekenden meer kans maken op
                    toewijzing van een woning die het best bij hun inkomen past. Woningzoekenden met
                    een hoger inkomen hebben minder kans op goedkopere huurwoningen; woningzoekenden
                    met een lager inkomen hebben al minder kans op duurdere huurwoningen in verband
                    met het bepaalde in artikel 2.3.3. In de voorrangsregeling wordt aangesloten op
                    de prijsgrenzen uit de Wet op de huurtoeslag.</al><al/><al>- urgent woningzoekenden hebben voorrang voor zover de woning binnen hun
                    zoekprofiel past. Reageren er meerdere urgenten dan gaat degene met de oudste
                    urgentieverklaring voor (lid 3).</al><al/><al>- Burgemeester en wethouders kunnen woningen bij publicatie specifiek voor een
                    bepaalde (doel)groep bestemmen, indien die (doel)groep in onvoldoende mate voor
                    woningtoewijzing in aanmerking komt (lid 4). Daarbij moet ondermeer worden
                    gedacht aan woningen voor 55+ woningen, jongerenwoningen, woningen voor oudere
                    jongeren, woningen bestemd voor mensen met een fysieke functiebeperking of
                    woningen bestemd voor speciale doelgroepen.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.5.5 volgordebepaling nieuwbouw-koopwoningen</vet></al><al/><al>In dit artikel worden voor goedkope nieuwbouwwoningen passendheids- en
                    toewijzingscriteria vastgesteld. Er is bij bepaling van de prijsgrens
                    aansluiting gezocht bij de koopprijsgrens uit de Wet bevordering eigen
                    woningbezit. </al><al/><al>lid 2: Hierin wordt een voorrangspositie vastgelegd voor woningzoekenden die een
                    vergunningplichtige</al><al>huurwoning met een huurprijs tot de aftoppingsgrens voor een- en
                    tweepersoonshuishoudens achterlaten of een vergunningplichtige koopwoning).</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.6.1 aanvragen van een huisvestingsvergunning</vet></al><al/><al>lid 2, sub c: Hier wordt uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 23 lid 2
                    van de wet. Op grond van dat artikel kan de gemeenteraad in de
                    huisvestingsverordening bepalen dat een aanvraag slechts in behandeling wordt
                    genomen, indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een
                    huisvestingsvergunning voor de in de aanvraag aangegeven woning krijgt, die
                    woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen. De tekst van artikel
                    23, lid 3, van de wet luidt: Een bepaling als bedoeld in het tweede lid, blijft
                    buiten toepassing indien de aanvraag is gedaan met het oog op het bepaalde in
                    artikel 267, zesde lid, 268, derde lid, of 270, eerste lid, van Boek 7 van het
                    Burgerlijk Wetboek.</al><al/><al>lid 5: Voordeel van het vermelden van de namen van de vergunninghouders op of
                    bij de huisvestingsvergunning is, dat bij kwesties van medehuurderschap voor de
                    burgerlijk rechter helderheid over het publiekrechtelijke aspect van de
                    huisvestingsvergunning verschaft kan worden.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.6.2 criteria voor vergunningverlening</vet></al><al/><al>lid 1: Dit is feitelijk het centrale artikel in het hele hoofdstuk 2 van de
                    verordening. Hier komen de eisen met betrekking tot toelating, passendheid en
                    urgentie, zoals ze in de verschillende paragrafen zijn beschreven, bij
                    elkaar.</al><al/><al>lid 2: Dit artikel geeft aan in welke gevallen publicatie en toepassing van
                    volgordebepalingscriteria geen voorwaarden zijn om voor een
                    huisvestingsvergunning in aanmerking te komen. De tekst van artikel 9 van het
                    besluit luidt: Voorzover de verordening bepaalt dat bij het verlenen van
                    huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld
                    in artikel 11, eerste lid, of artikel 12, eerste lid, van de wet, voorziet de
                    verordening erin dat de betreffende bepalingen buiten toepassing blijven, indien
                    een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd: </al><al/><al>a. door degene die ingevolge artikel 266, eerste lid, of 267, eerste lid, van
                    boek 7 van het Burgerlijk Wetboek medehuurder van de betrokken woonruimte was,
                    indien deze de overeenkomst voortzet krachtens artikel 268, eerste lid, of 270,
                    eerste lid, van boek 7 van dat wetboek;</al><al/><al>b. met het oog op voorgenomen ruil van woonruimte;</al><al/><al>c. door personeel als bedoeld in artikel 6, onder b.</al><al/><al>Een huisvestingsvergunning wordt ook verstrekt aan een woningzoekende die
                    woonruimte van een particuliere eigenaar in gebruik wil nemen en die
                    woningzoekende voldoet aan de toelatings- en passendheidsvoorwaarden (paragrafen
                    2.2 en 2.3). De overige bepalingen, met betrekking tot publicatie en volgorde
                    van toewijzing, blijven dan buiten toepassing. </al><al/><al>Voorwaarde is dat het een particuliere eigenaar betreft die in Waddinxveen niet
                    meer dan drie woonruimten in eigendom heeft. Van particuliere eigenaren van één
                    of enkele woningen kan redelijkerwijs niet verwacht worden dat zij onder
                    dezelfde voorwaarden en bepalingen hun woningen in gebruik geven als sociale en
                    commerciële verhuurders. Particuliere eigenaren willen als regel hun woonruimte
                    verhuren aan familie of bekenden en voor zover die aan de toelatings- en
                    passendheidsvoorwaarden voldoen wordt dat mogelijk gemaakt en wordt een
                    huisvestingsvergunning verstrekt.</al><al/><al>lid 3: Dit artikel is ontleend aan artikel 27 van de wet. De voorwaarde uit
                    artikel 9 lid 2 van de wet (zie artikel 2.2.3 verblijfsstatus en de toelichting
                    daarbij) kan bij de toepassing niet terzijde gesteld worden.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.6.3 vruchteloze aanbieding</vet></al><al/><al>Dit is een invulling van artikel 26, lid 1, van de wet, waarin wordt bepaald dat
                    een huisvestingsvergunning</al><al>voorts aan iedere aanvrager wordt verleend, indien de woonruimte door de
                    eigenaar gedurende een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening te
                    bepalen termijn van ten hoogste 13 weken vruchteloos is aangeboden aan de
                    woningzoekenden die ingevolge het bepaalde krachtens de artikelen 9 t/m 12 voor
                    die woonruimte in aanmerking komen.</al><al>In de verordening is gekozen voor een kortere periode van zes weken. Voor
                    woningen waar veel vraag naar is mag worden verwacht dat deze binnen deze
                    termijn worden verhuurd. Woningen die na zes weken nog niet zijn verhuurd mogen
                    na deze periode vrij worden verhuurd. Niet kan afgeweken worden van artikel 9
                    lid 2 van de wet, respectievelijk artikel 2.2.3 van deze verordening.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.6.4 intrekking</vet></al><al/><al>De tekst van dit artikel is (vrijwel) gelijk aan die van artikel 28 van de
                    wet.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.7.1 bekendmaking</vet></al><al>Burgemeester en Wethouders leggen een belangstellendenregister aan van
                    woningzoekenden die voor een standplaats in aanmerking willen komen. Wanneer aan
                    de orde worden vrijkomende plaatsen gepubliceerd.</al><al/><al><vet>Artikel 2.7.2 toelating</vet></al><al/><al>In dit artikel is aansluiting gezocht bij de voor huurwoningen geldende
                    toelatingsvoorwaarden. Het</al><al>afstammingsbeginsel (woonwagenbewoner in de zin van de Woonwagenwet) is, sedert
                    de intrekking van de Woonwagenwet per 1 februari 1999, als toelatingsvoorwaarde
                    vervallen. Bij de volgordebepaling (artikel 2.7.3) speelt het
                    afstammingsbeginsel nog wel een rol. Dit is een uitwerking van artikel 2 lid 2
                    van de wet.</al><al/><al><vet>Artikel 2.7.3 volgordebepaling</vet></al><al/><al>Bij bepaling van de rangorde wordt een voorrangsregeling gehanteerd. </al><al/><al>- Als eerste komen woningzoekenden voor een staanplaats in aanmerking die de
                    bestaande staanplaats moeten ontruimen door verkleining of opheffing van de
                    locatie.</al><al/><al>- Vervolgens komen woningzoekenden in aanmerking die een staanplaats bezetten,
                    maar waarvoor verhuizing geboden is op grond van sociale problematiek van
                    dringende aard. Hiervoor wordt advies gevraagd bij Kwadraad.</al><al/><al>- Vervolgens komen inwonende meerderjarig kinderen van bestaande
                    standplaatshouders in aanmerking voor een standplaats.</al><al/><al>- Vervolgens komen degenen die in Waddinxveen in een woonwagen op een
                    standplaats woont of heeft gewoond in aanmerking voor een standplaats.</al><al/><al>- Tenslotte komen overige geïnteresseerden in aanmerking.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 2.8.1 overeenkomsten</vet></al><al/><al>Dit artikel creëert de mogelijkheid om met aanbieders van woonruimte nadere
                    afspraken te maken over de verdeling van woonruimte. De afspraken zijn
                    aanvullend op, maar kunnen in voorkomende gevallen ook afwijkend zijn van, het
                    bepaalde in de verordening. Gedacht wordt bijvoorbeeld aan afspraken met de </al><al>corporaties. Aandachtspunt daarbij is publicatie en bekendmaking hiervan.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 4.2 strafbepaling</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt geregeld hoe overtreding van het bepaalde in artikel 2.1.2
                    en artikel 2.5.1 wordt gesanctioneerd.</al><al/><al>In lid 4 wordt bepaald dat bij herhaaldelijke overtreding een hogere
                    bestuurlijke boete wordt opgelegd. Daarvoor gelden de volgende criteria:</al><al/><al>1. De eerste overtreding moet beëindigd zijn, wanneer het gaat om dezelfde
                    woonruimte. Er kan niet tweemaal een boete worden opgelegd voor hetzelfde feit.
                    Wordt bij dezelfde woonruimte opnieuw dezelfde overtreding begaan, nadat er
                    sprake is geweest van een beëindiging van de eerste overtreding, dan geldt dit
                    wel als “opnieuw dezelfde gedraging”.</al><al/><al>2. Wordt eenzelfde overtreding begaan met betrekking tot een andere woonruimte,
                    dan is er sprake van “opnieuw dezelfde gedraging”. Een overtreder overtreedt
                    immers tweemaal hetzelfde artikel en de daarin beschermde norm.</al><al/><al>3. Het moet om overtreding van hetzelfde artikel in de Huisvestingswet gaan.
                    Overtreding van het eerste lid betekent dus niet dat er bij een overtreding van
                    lid 2 sprake is van “opnieuw dezelfde gedraging”.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 4.3 handhaving</vet></al><al/><al>lid 2: De tekst van artikel 75 van de wet luidt:</al><al/><al>1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde
                    zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen
                    ambtenaren.</al><al/><al>2. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde
                    zijn tevens belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.:</al><al/><al/><al>3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door
                    plaatsing in de Staatscourant.</al><al/><al>lid 3: De tekst van artikel 77 van de wet luidt:</al><al>De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een
                    woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.</al><al/><al><vet>Artikel 4.6</vet></al><al>Woonpartners Midden Holland is de grootste woningcorporatie werkzaam in
                    Waddinxveen.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>