<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57091_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Overlegverordening der Gemeente Schiermonnikoog</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dorpsbode, 2007, 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Overlegverordening van gemeente Schiermonnikoog</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1994-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1994-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Overlegverordening der Gemeente Schiermonnikoog
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>Aangepaste versie naar aanleiding van bezoek vakbonden d.d. 23 juli
                        1994</al>
          <al>De raad der gemeente Schiermonnikoog;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 augustus
                        1994;</al>
          <al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;</al>
          <al>gehoord de vertegenwoordigers van de overheidsvakbonden;</al>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al>vast te stellen navolgende Overlegverordening</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemene bepalingen:</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>"de commissie":</al>
            <al>de in artikel A5, lid 1 van het Algemeen Ambtenarenreglement bedoelde</al>
            <al>commissie voor georganiseerd overleg;</al>
            <al>"de ambtenaren":</al>
            <al>de ambtenaren in de zin van het Algemeen Ambtenarenreglement en de</al>
            <al>werknemers in de zin van de arbeidsovereenkomstenverordening.</al>
            <al>"de organisaties":</al>
            <al>de plaatselijk werkende groeperingen van de landelijke verenigingen van
                        overheidspersoneel, aangesloten bij de centrales, welke zijn toegelaten tot
                        het centraal overleg met het college van arbeidszaken van de Vereniging van
                        Nederlandse Gemeenten.</al>
            <al/>
            <al>2. De aan het slot van het vorige lid bedoelde centrales zijn: de Alge- mene
                        Centrale van Overheidspersoneel, de Rooms-Katholieke Centrale van burgerlijk
                        overheids- en semi-overheidspersoneel, de Christelijke Centrale van
                        overheids- en onderwijzend personeel, het Ambtenaren- centrum en de Centrale
                        van Hogere Functionarissen bij overheid en onderwijs.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Samenstelling:</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur en een vertegenwoordiging van de organisaties.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wijzen
                                burgemeester en wethouders uit hun midden een vertegenwoordiger en
                                diens plaatsvervanger aan en doet de raad uit zijn midden aanwijzing
                                van tenminste één lid en diens plaatsvervanger.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor de vertegenwoordiging van de organisaties worden per centrale,
                                bedoeld in artikel 1, lid 2, één lid en diens plaatsvervanger aan
                                gewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties,
                                welke tenminste 2 ambtenaren tot haar leden tellen. Indien
                                verschillende organisaties deel uitmaken van eenzelfde centrale,
                                geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze organisaties
                                gezamenlijk.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aanwijzing door burgemeester en wethouders en de raad geschiedt
                                bij elke nieuwe zittingsperiode van de raad en voorts telkens ter
                                vervanging van hen die ophouden lid van het college van burgemeester
                                en wethouders of van de raad te zijn.</al></li>
              <li nr="2."><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                                artikel 2, lid 3, aan burgemeester en wethouders opgaaf van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal der op 1 januari van dat jaar bij haar
                                        aangesloten leden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de namen en adressen der ambtenaren, die ingevolge artikel
                                        2, lid 3, als leden en plaatsvervangers zijn aangewezen.
                                        '</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is
                                aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de
                                organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie
                                schriftelijk aan burgemeester en wethouders doet weten dat zijn
                                aanwijzing als vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken.
                                In deze gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger
                                aangewezen.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voorzitter van de commissie is de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn
                                plaatsvervanger.</al></li>
              <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders wijzen een ambtenaar, niet behorende tot
                                de vertegenwoordiging van de organisatie, tot secretaris van de
                                commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stellen
                                burgemeester en wethouders verder personeel voor het secretariaat
                                ter beschikking .</al></li>
              <li nr="3."><al>De secretaris van de commissie voor het Georganiseerd Overleg kan
                                aan de besprekingen deelnemen.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Taken en bevoegdheden: </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt over alle aangelegenheden van algemeen
                                belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de
                                algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden
                                gevoerd, voorzover in het overleg niet wordt voorzien door het
                                centraal overleg van het college van arbeidszaken van de Vereniging
                                van Nederlandse Gemeenten met de centrales van
                                overheidspersoneel.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wordt over een onderwerp een regeling getroffen overeenkomstig de
                                uitkomsten van Centraal Overleg, dan doen burgemeester en wethouders
                                daarvan mededeling aan de commissie; wordt geen regeling getroffen
                                dan vindt terzake alsnog overleg in de commissie plaats.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Besluiten omtrent de in artikel 5 bedoelde onderwerpen worden door
                        burgemeester en wethouders en de raad niet genomen, noch voorstellen
                        daaromtrent door burgemeester en wethouders aan de raad gedaan, dan, nadat
                        in de commissie voor georganiseerd overleg overeenstemming is bereikt over
                        deze voorstellen.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is
                                bevoegd aangaande de in artikel 5 bedoelde onderwerpen voorstellen
                                te doen aan burgemeester en wethouders.</al></li>
              <li nr="2."><al>Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen, behorende tot de
                                bevoegdheid van burgemeester en wethouders, dan nemen deze
                                daaromtrent een beslissing. Behoren zij tot de bevoegdheid van de
                                raad, dan brengen burgemeester en wethouders het voorstel, voorzien
                                van hun advies, in elk geval ter kennis van de raad, indien uit het
                                voorstel de een stemmige wens der vertegenwoordiging van de
                                organisatie daartoe blijkt.</al></li>
              <li nr="3."><al>De besluiten, welke naar aanleiding van voorstellen van de commissie
                                worden genomen, worden aan de vertegenwoordiging van de organisatie
                                en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde organisaties
                                medegedeeld.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie kan, indien dit voor de behandeling van een bepaald
                                onderwerp nodig wordt geacht, een subcommissie instellen, bestaande
                                uit een door haar aan te wijzen voorzitter en leden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen
                                die ingevolge artikel 4, lid 2, ter beschikking staan.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in artikel 12 is van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Vergaderingen: </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op de
                                door hem te bepalen tijdstippen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien tenminste twee
                                leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen
                                ver zoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het
                                ver zoek.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen van tevoren, ter
                                vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk
                                de te behandelen onderwerpen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een vergadering kan slechts plaatshebben indien tenminste de helft
                                van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig is en
                                tenminste de helft van de organisaties is vertegenwoordigd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het vorige lid een
                                vergadering niet kan plaatshebben worden de aan de orde zijnde
                                onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen
                                14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die
                                onderwerpen in elk geval kunnen worden behandeld.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken door
                        deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen
                        zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de orde. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vergaderingen zijn niet openbaar. </al><al>De plaatsvervangende leden mogen tijdens de vergaderingen aanwezig
                                zijn.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de
                                vergadering doen bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen
                                deelnemen.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vertegenwoordigers der organisaties kunnen zich doen bijstaan
                                door een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun organisatie;
                                zij zijn voorts bevoegd de onderwerpen der agenda binnen de grenzen
                                ener doelmatige en vertrouwelijke behandeling van zaken aan
                                voorbespreking in eigen kring te onderwerpen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken
                                geheimhouding op leggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte
                                van burgemeester en wethouders en van de raad, alsmede niet
                                tegenover de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde
                                organisaties.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>De voorzitter kan op verzoek van tenminste twee leden of zo dikwijls hij dit
                        nodig acht de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen tijd.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                                vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 2, lid 1, één stem uit.</al></li>
              <li nr="2."><al>De stem van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wordt
                                bepaald door hoofdelijke stemming der aanwezige leden in of buiten
                                de vergadering. Bij staking van stemmen beslist de stem van de
                                voorzit ter.</al></li>
              <li nr="3."><al>De stem van de werknemersdelegatie wordt bepaald door stemming per
                                vertegenwoordigende organisatie waarbij iedere organisatie één stem
                                heeft.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de notulen,
                        welke tenzij in het bij artikel 16 bedoelde reglement anders is bepaald, zo
                        spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden gezonden.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen wordt
                        vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van burgemeester en wethouders.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III.</nr>
            <titel/>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties,
                                genoemd in artikel 1, lid 1;</al></li>
              <li nr="b."><al>advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie, in
                                gesteld door het college voor arbeidszaken van de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>De artikelen 19 t/m 23 zijn slechts van toepassing op geschillen inzake
                        aangelegenheden als bedoeld in artikel 5, lid 1, voorzover die
                        aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren met inbegrip
                        van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden
                        gevoerd, betreffen.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Indien één of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg tot
                        het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die
                        instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben, brengen zij dat
                        oordeel binnen zes dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben
                        gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het
                        overleg.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen tien dagen na de kennisgeving in het vorige artikel, schrijft
                                de voorzitter een vergadering van de commissie uit. De vergadering
                                moet worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze is
                                uitgeschreven.</al></li>
              <li nr="2."><al>Tenzij door de commissie wordt besloten het overleg voort te zetten
                                dan wel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan of overeen
                                stemming bestaat over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van
                                het geschil is en of een oplossing van dat geschil zal worden
                                gezocht door middel van voortzetting van het overleg nadat het
                                advies is in gewonnen van de advies- en arbitragecommissie dan wel
                                door onderwerping van het geschil aan een arbitrale uitspraak van
                                    <cursief>d</cursief><cursief>±</cursief><cursief>e
                                </cursief>commissie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich - de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de vertegenwoordiging
                                der organisaties bevoegd. Het bepaalde in artikel 14 is hierbij
                                onverkort van toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming
                                vereist tussen alle deelnemers aan het overleg.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al> Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 20, wordt het
                                verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter van de ad
                                vies- en arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de
                                deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning van het advies
                                hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de inhoud
                                van het geschil. </al><al>Indien in de vergadering, bedoeld in artikel 20 geen overeenstemming
                                is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg over de vraag wat
                                het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige
                                deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud*
                                van het geschil eveneens binnen zes dagen na eerdergenoemde
                                vergadering ter kennis van de voorzitter van de advies- en
                                arbitragecommissie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Binnen zes dagen na de vergadering, bedoeld in artikel 20, wordt het
                                verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van de ad
                                vies- en arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt ondertekend
                                door alle deelnemers aan het overleg en dient tenminste te
                                bevatten:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                        onderwerp en inhoud van het geschil.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                        geschil voortgezet.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft bindende
                        kracht.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV.</nr>
            <titel>Slotbepalingen:</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                        burgemeester en wethouders in overleg met de commissie.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening kan niet worden gewijzigd dan nadat het voorstel
                                tot wijziging in de commissie is behandeld.</al></li>
              <li nr="2."><al>De commissie heeft het recht voorstellen omtrent wijziging voor te
                                leggen aan burgemeester en wethouders.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26.</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Overlegverordening van
                                gemeente Schiermonnikoog".</al></li>
              <li nr="2."><al>Het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is bepaald op
                                1 september 1994.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad op 13 september
                        1994,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>, voorzitter.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>, secretaris.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>