<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57088_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Middenstandsbelangen, 07-01-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Geldrop-Mierlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM 04.023</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al><al>gezien het voorstel van de stuurgroep samenvoeging Geldrop-Mierlo van 18
                        november 2003;</al><al>gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de Wet
                        op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                        voortgezet onderwijs;</al><al>gelet op het advies van de bijzondere raadscommissie van 3 december
                        2003;</al><al>gezien het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de
                        schoolbesturen;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het
                        overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen over het lokaal
                        onderwijsbeleid;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen “Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.schoolbestuur:</al><al>het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de
                            Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs
                            bekostigde bijzondere school voor basisonderwijs, speciale school voor
                            basisonderwijs, school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en
                            voor algemeen voortgezet onderwijs, die gelegen is op het grondgebied
                            van de gemeente;</al><al>b.advies:</al><al>het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het primair
                            onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het vootgezet
                            onderwijs;</al><al>c.burgemeester en wethouders:</al><al>het college van burgemeester en wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Overleg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie overlegorgaan</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin burgemeester
                                en wethouders met de vertegenwoordigers van alle schoolbestuern
                                overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal
                                onderwijsbeleid.</al></li><li nr="2"><al>In het overlegorgaan komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht overleg
                                        van toepassing is als bedoeld in de Wet op het primair
                                        onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                        voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal
                                        onderwijsbeleid.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is
                                artikel 9 niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan</titel></kop><al>1 De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het
                                overlegorgaan.</al><al> Een schoolbestuur wijst daartoe 1 vertegenwoordiger aan, die namens
                                dit schoolbestuur het overleg voert.</al><al>2 De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt burgemeester en
                                wethouders in het overlegorgaan en fungeert als voorzitter van het
                                overlegorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit wenst
                                of een van de vertegenwoordigers van schoolbesturen, genoemd in
                                artikel 3, dit wenst, deelnemen aan overleg.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><al>1 Alvordens burgemeester en wethouders een voorstal aan de raad doen
                                over een onderwerp, </al><al> zenden zij de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een
                                toelichting daarop en de </al><al> inventarisatie, als bedoeld in artikel 7, toe aan alle
                                schoolbesturen.</al><al>2<sup/>De toezending geschiedt onder bekendmaking van plaats, de
                                datum en het tijdstip waarop het </al><al> overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de toezening
                                van het voorstel en de </al><al> datum van het overleg liggen ten minste twee weken.</al><al>3 <sup/>De schoolbesturen die niet deelnemen aan eht overleg kunnen
                                voor de datum van dit overleg </al><al> hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan de burgemeester en
                                wethouder. Burgemeester </al><al> en wethouders stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in
                                kennis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van het
                                overlegorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorbereidend overleg tussen
                                vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de burgemeester en
                                wethouders instellen dat voorafgaat aan het overleg in het
                                overlegorgaan. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een
                                inventarisatie avn de onderwerpen waarover al dan niet
                                overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het
                                gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder
                                a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders kunnen een agendaoverleg instellen.
                                Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het overlegorgaan aan de orde
                                kunnen komen. Op grond hiervan stellen burgemeester en wethouders de agenda op.</al><al>2 Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs en de
                                vertegenwoordigers</al><al> van de schoolbesturen deel.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><al>1 Indien een of meer schoolbesturen of burgemeester en wethouders
                                een advies wensen over </al><al> een onderwerp waarop het op overeenstemming gericht overleg van
                                toepassing is, maken ze </al><al> dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale
                                zin aan de orde is. Dit gebeurt </al><al> aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het
                                onderwerp waarover het</al><al> advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven
                                tussen het onderwerp en </al><al> de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting van het
                                onderwijs.</al><al>2 Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid hun
                                zienswijzen naar voren te </al><al> brengen over het verzoek om advies.</al><al>3 Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een
                                verzoek om advies. Zij doen </al><al> dit uiterlijk twee weken na afloop van het overleg. Daarbij
                                informeren zij tevens de </al><al> Onderwijsraad over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen.</al><al>4<sup/>De wettelijke termijnen voor het uitbrengen van het advies
                                wordt opgeschort met ingang van </al><al> de dag waarop de Onderwijsraad burgemeester en wethouders uitnodigt
                                het verzoek voor het </al><al> uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij
                                nodig heeft voor een goede </al><al> vervulling van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is
                                aangevuld.</al><al>5<sup/>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van
                                het advies geen besluit over het </al><al> onderwerp waarover advies is gevraagd.</al><al>6 Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een
                                afschrift van het uitgebrachte </al><al> advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het geheel of
                                gedeetelijk opvolgen van het advies </al><al> zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van het
                                voorstel over een onderwerp </al><al> waarover het advies is gevraagd, worden de schoolbesturen bij de
                                toezending van het afschrift </al><al> van het advies uitgenodigd voor nader overleg.</al><al> In alle andere gevallen beoordelen burgemeester en wetouders of
                                nader overleg over het </al><al> advies wenselijk is. Zij geven dit aan bij de toezending van het
                                afschrift van het advies.</al><al>7 Het overleg, als bedoeld in eht vorige lid, vindt binnen twee
                                weken plaats nadat het advies is </al><al> uitgebracht. Burgemeester en wethouders informeren de raad over dit
                                overleg in de vorm van </al><al> een aanvulling op het verlsag als bedoeld in artikel 10.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders maken een verslag van het overleg.</al><al>2 Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen,
                                waarbji per onderwerp wordt aanggegeven:</al><al> a of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b van
                                toepassing is;</al><al> b of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
                                bereikt;</al><al> c de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte
                                zienswijze en – indien van </al><al> toepassing – de zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde
                                lid;</al><al> d de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg toegezegde
                                wijzingen in het </al><al> oorspronkelijke voorstel.</al><al> Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan
                                eveneens een weergave </al><al> opgenomen in het verslag.</al><al>3 Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
                                kunnen burgemeester en </al><al> wethouders spoedheidshalve het verslag ter commentaar toezenden aan
                                de schoolbesturen. </al><al> Binnen 10 dagen na de dag waarop het conceptverslag is teogezonden,
                                maken de </al><al> schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg schriftelijk
                                hun opmerkingen over </al><al> het concept van het verslag kenbaar. Burgemeester en wethouders
                                stellen het verslag vast met </al><al> inachtneming van de opmerkingen.</al><al>4 Burgemeester en wethouders brengen het verslag gelijktig met het
                                voorstel over het </al><al> onderwerp ter kennis van de raad. Voorzover burgemeester en
                                wethouders afwijken van de </al><al> tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen wordt dit
                                gemeld in het voorstel aan de </al><al> raad. Daarbij geven zij de redenen aan van het niet of geheel
                                overnemen van deze zienswijzen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over het
                                    voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat
                                    de meerderheid van de raadscommmissie of een deel van de
                                    raadscommissie dat volgens burgemeester en wethouders geacht
                                    wordt een meerderheid in de raad te vertegenwoordigen, van
                                    oordeel is dat het voorstel inhoudelijk bijstelling behoeft, dan
                                    kan een heropening van het overleg plaatsvinden. Burgemeester en
                                    wethouders beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in
                                    ieder geval indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft
                                    op een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a,
                                    waarover overeenstemming in het overlegorgaan was bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen, dan
                                    roepen zij het overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch
                                    uiterlijk vóór het moment waarop de raad een definitief besluit
                                    neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de
                                    vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijzen te geven op
                                    het oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en wethouders
                                    informeren de raad over het resultaat van dit overleg in de vorm
                                    van een aanvulling op het verslag bedoeld in artikel 10. De raad
                                    betrekt de in dit aanvullend verslag neergelegde zienswijzen bij
                                    zijn definitieve besluitvorming over het onderwerp.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen in het overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><al>1 De verordeing kan worden aangehaald als: Verordening overleg lokaal
                            onderwijsbeleid gemeente Geldrop-Mierlo.</al><al>2 Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de
                                <vet>Verordening overleg lokaal </vet></al><al><vet> onderwijsbeleid gemeente Geldrop van 28 oktober 1999, </vet>in
                            werking met ingang van de dag na bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 januari
                        2004.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>