<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57044_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake fraude, terugvordering en verhaal Wwb</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 09-06-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inzake fraude, terugvordering en verhaal Wwb</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, artikel 8a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-06-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake fraude, terugvordering en verhaal Wwb</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8a%20">artikel 8a van de Wet werk en bijstand</extref>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Opstellen handhavingsplan</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen in het kader van het voorkomen van het ten
                        onrechte ontvangen van bijstand alsmede ter bestrijding van misbruik en
                        oneigenlijk gebruik van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> zorg voor het opstellen van een
                        handhavingsplan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Vereisten handhavingsplan</titel></kop><al>Het in artikel 1 genoemde handhavingsplan bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijke visie op handhaving;</al></li><li nr="b."><al>een plan van aanpak met beleidsdoelen/maatregelen om misbruik en
                                oneigenlijk gebruik te voorkomen;</al></li><li nr="c."><al>een plan van aanpak met beleidsdoelen/maatregelen om niet-naleving
                                van de wet of vermoedens van niet-naleving op te sporen en te
                                bestraffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Nadere regels opschorten, herzien en intrekken van
                            bijstand</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels voor het opschorten, het
                        herzien en het intrekken van de bijstand als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=54%20">artikel 54 van de Wet werk en bijstand</extref>.</al><al>Er worden tenminste regels gesteld op grond waarvan wordt afgezien van
                        herziening en intrekking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Nadere regels terugvorderen van bijstand</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels voor het terugvorderen van
                        bijstand als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=58%20">artikel 58 van de Wet werk en bijstand</extref>.</al><al>Er worden tenminste regels gesteld op grond waarvan geheel of gedeeltelijk
                        van verdere terugvordering kan worden afgezien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Nadere regels verhaal van bijstand</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels voor verhaal van bijstand
                        als bedoeld in artikel 61 van de Wet werk en bijstand.</al><al>Er worden tenminste regels gesteld op grond waarvan geheel of gedeeltelijk
                        van verder verhaal kan worden afgezien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening inzake fraude,
                        terugvordering en verhaal Wwb.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Verordening inzake fraude, terugvordering en verhaal Wet werk en bijstand
                        treedt in werking met ingang van 1 juli 2004.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al>De verplichting om in het kader van het financiële beheer bij verordening regels
                    te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand
                    alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet is op het laatste moment, via
                    amendering, alsnog in de Wet werk en bijstand opgenomen.</al><al>Afgezien van de korte bepaling van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8a%20">artikel 8a van de Wet werk en bijstand</extref>, zijn er geen nadere
                    aanduidingen over wat nu precies in die verordening moet worden geregeld. In het
                    kader van slagvaardig beleid is er voor gekozen om de verordening als kader te
                    laten dienen en de nadere uitwerking van het beleid op te dragen aan het college
                    van burgemeester en wethouders. De nadere uitwerking kan plaatsvinden in een
                    handhavingsplan en door het stellen van nadere regels ten aanzien van
                    herziening, terugvordering en verhaal van bijstand.</al><al>In het handhavingsplan moet worden weergegeven hoe de gemeente denkt zo goed
                    mogelijk vorm te kunnen geven aan handhaving van de bestaande wet- en
                    regelgeving.</al><al><vet>Artikel 1 Opstellen handhavingsplan</vet></al><al>Hoewel de wettelijke bepaling meer gericht lijkt op fraudebestrijding-sec is in
                    deze toch gekozen voor het ruimere begrip handhaving. De term fraudebestrijding
                    roept teveel het beeld op van repressie en genoegdoening, terwijl handhaving
                    meer uit gaat van het bevorderen van de spontane naleving van de wet- en
                    regelgeving. Naast repressie is in deze optiek preventie onontbeerlijk. Het is
                    immers altijd nog beter om fraude te voorkomen.</al><al><vet>Artikel 2 Vereisten handhavingsplan</vet></al><al>Om het belang van een goede handhaving te onderstrepen, is in dit artikel
                    aangegeven welke onderwerpen in een gemeentelijk handhavingsplan op zijn minst
                    aan bod moeten komen.</al><al><vet>Artikel 3 Nadere regels opschorten, herzien en intrekken van
                    bijstand</vet></al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20/article=54%20">artikel 54 van de Wet werk en bijstand</extref>is de bevoegdheid neergelegd
                    om het recht op bijstand op te schorten, indien de belanghebbende de voor de
                    verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken
                    niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt,
                    dan wel indien anderszins onvoldoende medewerking is verleend. Ook regelt dit
                    artikel de bevoegdheid tot herzien en intrekken van de bijstand. Deze regeling
                    is analoog aan de regeling in artikel 69 van de Algemene bijstandswet, zij het
                    dat de verplichting tot opschorting, herziening en intrekking is veranderd in
                    een bevoegdheid. Ter bevordering van de rechtszekerheid, is het wenselijk de
                    bevoegdheid in regels nader uit te werken. Daarbij zal onder meer moeten worden
                    aangegeven wanneer het recht op bijstand wordt opgeschort. De bevoegdheid tot
                    het stellen van nadere regels wordt om redenen van efficiëntie gedelegeerd aan
                    burgemeester en wethouders.</al><al><vet>Artikel 4 Nadere regels terugvorderen van bijstand</vet></al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=58">artikel 58</extref>is de bevoegdheid neergelegd om kosten van bijstand
                    terug te vorderen voor zover de bijstand:</al><lijst><li nr="a."><al>ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;</al></li><li nr="b."><al>in de vorm van geldlening is verleend en de uit de geldlening
                            voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden
                            nagekomen;</al></li><li nr="c."><al>voortvloeit uit borgtocht;</al></li><li nr="d."><al>ingevolge artikel 52 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is
                            vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat;</al></li><li nr="e."><al>anderszins onverschuldigd is betaald.</al></li></lijst><al>In het kader van de verplichte terugvordering in de Algemene bijstandswet was in
                    een beleidsplan uitgewerkt hoe deze taak werd uitgevoerd. Het ligt voor de hand
                    om ook onder de Wet werk en bijstand door het stellen van nadere regels, al dan
                    niet vormgegeven middels een beleidsplan, aan te geven in welke gevallen
                    bijstand wordt teruggevorderd en onder welke voorwaarden van terugvordering of
                    verdere terugvordering wordt afgezien.</al><al>Met de invoering van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">Wet werk en bijstand</extref>is de Regeling administratieve
                    uitkeringsvoorschriften 1996 afgeschaft. In deze regeling was onder meer de
                    heronderzoeksfrequentie bepaald. Met het vervallen van deze regeling moet de
                    gemeente zelf bepalen hoe zij tot een adequate invordering komt. In dit verband
                    blijft het noodzakelijk dat periodiek onderzoek wordt gedaan naar de concrete
                    invorderingsmogelijkheden. Bij de te stellen nadere regels zullen hiervoor dan
                    ook nadere criteria moeten worden opgenomen.</al><al><vet>Artikel 5 Nadere regels verhaal van bijstand</vet></al><al>Artikel 61 van de wet bepaalt dat kosten van bijstand kunnen worden verhaald
                    op:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die zijn onderhoudsplicht op grond van het Burgerlijk Wetboek
                            niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie
                            bijzondere bijstand is verleend;</al></li><li nr="b."><al>degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een
                            schenking heeft gedaan;</al></li><li nr="c."><al>de nalatenschap van de persoon, indien aan die persoon ten onrechte
                            bijstand is verleend of bijstand in de vorm van geldlening of borgtocht
                            is verleend.</al></li></lijst><al>Ook deze bevoegdheid dient in beleidsregels nader te worden uitgewerkt. Hierbij
                    ligt het - gelet op het voortduren van de verplichting tot verhaal - voor de
                    hand het beleidsplan 2003 als uitgangspunt te nemen en te onderzoeken of qua
                    (her)onderzoekstermijnen efficiency behaald kan worden.</al><al>Omdat de gemeente gebruik maakt van de bevoegdheid tot verhaal, blijft tot de
                    invoering van een nieuw alimentatiestelsel de Abw-verhaalswetgeving inzake
                    minderjarige kinderen en ex-partners, zoals neergelegd in de artikelen 92 tot en
                    met 98 en 101 tot en met 105 van de Algemene bijstandswet (Abw), gelden. Dit is
                    geregeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invoeringswet%20Wet%20werk%20en%20bijstand/article=13%20">artikel 13 van de invoeringswet Wet werk en bijstand</extref>.</al><al><vet>Artikel 6 Citeerartikel</vet></al><al>Dit artikel betreft de titulatuur van de verordening.</al><al><vet>Artikel 7 Inwerkingtreding</vet></al><al>In dit artikel is aangegeven wanneer de verordening in werking treedt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>