<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57039_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inburgering gemeente Venlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 04-04-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inburgering gemeente Venlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8">Wet inburgering, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">Wet inburgering, art. 19 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">Wet inburgering, art. 23 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=35">Wet inburgering, art. 35 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen door inwerkingtreding van de Participatieverordening 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inburgering gemeente Venlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8">artikelen 8</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">19, vijfde lid,</extref><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">23, derde lid</extref>, en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35%20">35 van de Wet inburgering</extref> en het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet/article=149">artikel 149</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet/article=156">156 van de gemeentewet</extref>;</al><al>Overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door Venlo aan inburgeringsplichtigen, het aanbieden
                        van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Venlo;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het overige zijn begripsomschrijvingen uit de wet en de
                                    daarop berustende overeenkomstige regelingen van toepassing op
                                    de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 De informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                    middelen en instrumenten: </al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken van schriftelijk voorlichtingsmateriaal
                                            aan de organisaties en op de plaatsen waar (potentiële)
                                            inburgeraars komen;</al></li><li nr="b."><al>het organiseren van spreekuren specifiek voor
                                            (potentiële) inburgeraars;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van digitale informatie via de website
                                            van de gemeente Venlo en het inrichten van I-punten
                                            (informatiepunten inburgering) in de gemeente
                                            Venlo;</al></li><li nr="d."><al>het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten aan de
                                            doelgroep en intermediairs over de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college beoordeelt eenmaal per jaar de doeltreffendheid en
                                    doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan, waaraan
                                    hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden, op
                                    basis van de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al>uitkeringsgerechtigden met een Wwb-uitkering en een
                                            re-integratietraject;</al></li><li nr="b."><al>opvoeders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 12
                                            jaar;</al></li><li nr="c."><al>inburgeringsplichtigen die in 2007 een traject volgen of
                                            hebben gevolgd in het kader van de Wet Inburgering
                                            Nieuwkomers (WIN), de oudkomersregeling 2006 of de Wet
                                            Educatie en Beroep (WEB).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering
                                    van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op
                                    het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                                    omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                    inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                    voor dat de inburgeringsvoorziening hierop wordt afgestemd.</al></li><li nr="3."><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                    geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>trajectbegeleiding;</al></li><li nr="b."><al>onafhankelijke diagnosestelling;</al></li><li nr="c."><al>vervolgadvies.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, tweede lid, van de wet</extref> wordt in ten
                                    hoogste tien termijnen betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                    inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien
                                    het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
                                    bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>het voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op
                                    een tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet</extref>
                                    schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de
                                    inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                                    ingeschreven.</al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de
                                    rechten en verplichtingen vermeld die aan de
                                    inburgeringsvoorziening worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod
                                    al dan niet aanvaardt.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                    overeenkomstig het gedane aanbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="c."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=26">artikel 26 van de wet</extref>, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 10% van de voor de
                                    inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur
                                    van een maand indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten
                                    aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden
                                    dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking
                                    verleent aan het onderzoek, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=25">artikel 25, vierde lid, van de wet</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50% van de voor de
                                    inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur
                                    van een maand indien de inburgeringsplichtige geen of
                                    onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor
                                    hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, eerste lid, van de wet</extref> of aan de
                                    verplichtingen, bedoelt in artikel 9 van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50% van de voor de
                                    inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur
                                    van een maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=7">artikel 7, eerste lid, van de wet</extref> bedoelde termijn
                                    of binnen de door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=31">artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet</extref>
                                    verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li><li nr="4."><al>Bij de vaststelling van het boetebedrag voor
                                    inburgeringsplichtige zonder <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet Werk en Bijstand</extref>, geldt de netto bijstandsnorm
                                    die voor betrokkene zou gelden als hij belanghebbende in de zin
                                    de van Wwb zou zijn, zonder nadere vaststelling van de
                                    woonomstandigheden. Er wordt in alle gevallen uitgegaan van de
                                    norm voor zelfstandig wonende.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van
                                de overtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    eerste lid, bedraagt ten hoogste 20% van de voor de
                                    inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur
                                    van een maand indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf
                                    maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding
                                    opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    tweede lid, bedraagt ten hoogste 50% van de voor de
                                    inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur
                                    van twee maanden indien de inburgeringsplichtige zich binnen
                                    twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                    overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde
                                    overtreding.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50% van de voor de
                                    inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur
                                    van twee maanden indien de inburgeringsplichtige niet binnen de
                                    door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=32">artikel 32 van de wet</extref> vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li><li nr="4."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50% van de voor de
                                    inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur
                                    van twee maanden indien de inburgeringsplichtige niet binnen de
                                    door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=33">artikel 33 van de wet</extref> vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li><li nr="5."><al>Bij de vaststelling van het boetebedrag voor
                                    inburgeringsplichtige zonder <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet Werk en Bijstand</extref>, geldt de netto bijstandsnorm
                                    die voor betrokkene zou gelden als hij belanghebbende in de zin
                                    de van Wwb zou zijn, zonder nadere vaststelling van de
                                    woonomstandigheden. Er wordt in alle gevallen uitgegaan van de
                                    norm voor zelfstandig wonende. De bestuurlijke boete kan voor
                                    betrokkene, voor de overtredingen genoemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Inburgering gemeente
                            Venlo.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>De Wet inburgering (Wi) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats
                    van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende
                    oudkomersregelingen. De Wet inburgering regelt de inburgeringsplicht voor in
                    beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in
                    Nederland willen en mogen verblijven.</al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                    verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een
                    resultaatsverplichting).</al><al>Gemeenten krijgen in de Wet inburgering een aantal belangrijke taken toebedeeld.
                    Zo hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed
                    te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet.
                    Daarnaast hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen
                    een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt
                    inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de
                    inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een
                    bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet
                    houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de Wet inburgering gemeenten op om bij
                    verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, terzake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 Wi).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen
                            aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en
                            plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en
                            artikel 23, derde lid, Wi).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 Wi).</al></li></lijst><divisie><kop><titel>Regels over de informatieverstrekking aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8">Artikel 8 Wi</extref> bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                        regels vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                        inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en
                        plichten uit hoofde van de Wet inburgering en informatie over het aanbod van
                        inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen.</al><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen</al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                        inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                        inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra
                        faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat
                        om de volgende vier groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr="1."><al>nieuw- en oudkomers die algemene bijstand of een uitkering ontvangen
                                die is aangewezen in het Besluit inburgering;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of
                                uitkering hebben;</al></li><li nr="3."><al>asielgerechtigde nieuw- en oudkomers;</al></li><li nr="4."><al>nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke
                                bedienaar.</al></li></lijst><al>Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de eerste twee groepen (nieuw- en
                        oudkomers die een algemene bijstand of een nader aangeduide uitkering
                        ontvangen en oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben)
                        kán het college een inburgeringsvoorziening aanbieden (artikel 19, eerste
                        lid, Wi). Het college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden
                        aan alle asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en
                        aan nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel
                        19, tweede lid, Wi).</al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het
                        inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor
                        asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening
                        ook uit maatschappelijke begeleiding.</al><al>De Wet inburgering draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te
                        stellen met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan
                        deze vier groepen. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in
                        ieder geval regels moeten worden gesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>de procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van
                                een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid,
                                onderdeel a, Wi);</al></li><li nr="-"><al>de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                                inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                                Wi);</al></li><li nr="-"><al>de vaststelling door het college van een passende
                                inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de
                                samenstelling van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde
                                lid, onderdeel b, Wi);</al></li><li nr="-"><al>de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder
                                geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college
                                en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid,
                                Wi).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete</titel></kop><al>Artikel 35 van de Wi draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. Artikel 34 van de Wi bepaalt het bedrag dat ten hoogste
                        als bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en
                        de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 De informatieverstrekking aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed
                        te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet
                        inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                        informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel
                        bepaalt artikel 8 van de Wi dat de gemeenteraad bij verordening regels
                        vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                        inburgeringsplichtigen, terzake van hun rechten en plichten uit hoofde van
                        deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                        inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Het college wil informatievoorziening aan inburgeringsplichtigen breed
                        inzetten in de gemeente Venlo. Dit betekent dat op verschillende manieren de
                        inburgeringsplichtigen actief worden geïnformeerd. Dit gebeurt zowel door
                        middel van het verspreiden van voorlichtingsmateriaal op verschillende
                        plaatsen en bij organisaties in de gemeente Venlo, de website van de
                        gemeente Venlo, een digitaal loket (de informatiepunten), het regelmatig
                        organiseren van voorlichtingen voor de doelgroep inburgeraars, als ook het
                        houden van spreekuren voor potentiële inburgeraars. Op deze manier meent het
                        de college inburgeraars actief te informeren over de Wet inburgering.</al><al>Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt de raad in dit
                        artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening aan de
                        inburgeringsplichtigen. Het college is belast met de organisatie van de
                        informatieverstrekking en legt daarover verantwoording af aan de raad (1x
                        per jaar).</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 2 Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 19, eerste lid, Wi bepaalt dat het college aan twee groepen
                            inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán
                            aanbieden:</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op
                                grond een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen sociale
                                zekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al></li></lijst><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de
                        criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan deze twee
                        groepen inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, Wi).
                        Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt
                        het college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen
                        inburgeringsplichtigen (binnen de twee doelgroepen van artikel 19, eerste
                        lid, Wi) bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden.
                        Bovendien wordt in dit artikel vastgelegd binnen welke kaders het college
                        tot zijn keuze van doelgroepen moet komen.</al><al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst bij voorrang een
                        inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de
                        ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een inburgeringsvoorziening aan te
                        bieden aan inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen
                        die hij heeft aangewezen (maar wel behoren tot de doelgroepen, bedoeld in
                        artikel 19, eerste lid, Wi). Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die
                        behoren tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze
                        aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt
                        dit artikel dat het college aan de groepen die hij aanwijst een
                        inburgeringsvoorziening kan aanbieden.</al><al>Het college hanteert de volgende criteria, bij het met voorrang aanbieden
                        van een inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen met een uitkering
                        of een inburgeringsplichtige die oudkomer is zonder inkomsten uit werk of
                        uitkering:</al><lijst><li nr="a."><al>Uitkeringsgerechtigden met een Wwb-uitkering en een
                                re-integratietraject.</al></li><li nr=""><al>Voor arbeidsmarktinschakeling is het van groot belang om de
                                Nederlandse taal goed te beheersen. Het samenlooptraject van
                                re-integratie en inburgering biedt gericht de mogelijkheid om
                                arbeidsmarktinschakeling en leren van het Nederlands met elkaar te
                                koppelen.</al></li><li nr="b."><al>Opvoeders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar.</al></li><li nr=""><al>Voor opvoeders is het van belang om de Nederlandse taal goed te
                                beheersen om schoolgaande kinderen te ondersteunen en om informatie
                                te verwerven en toe te passen over de opvoeding in Nederland.</al></li><li nr="c."><al>Inburgeringsplichtigen die in 2007 een traject volgen of hebben
                                gevolgd in het kader van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN), de
                                oudkomersregeling 2006 of de Wet Educatie en Beroep (WEB).</al></li></lijst><al>In 2007 is nog een grote groep potentieel inburgeringsplichtigen deelnemer
                        van een traject in de WIN (Wet Inburgering Nieuwkomers), de
                        oudkomersregeling 2006 of de WEB (Wet Educatie en Beroep). Na afloop van
                        deze trajecten zal direct worden vastgesteld of er inburgeringsplicht aan de
                        orde, al dan niet met een aanbod voor een inburgeringsvoorziening. Hiermee
                        wordt voorkomen dat potentiële inburgeraars uit beeld verdwijnen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                        in begrip van de totstandkoming en samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, Wi). In dit
                        artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht
                        heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een
                        op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                        inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid
                        van een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol
                        spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>de kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                                Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit;</al></li><li nr="-"><al>de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                                vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht
                                aan het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van
                                kinderen;</al></li><li nr="-"><al>de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                                bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                inburgeringsplichtige moet vervullen;</al></li><li nr="-"><al>de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige, de
                                leerbaarheid en de mogelijkheden om maatschappelijk te
                                participeren.</al></li></lijst><al>Het college kan op basis van voorgaande besluiten tot het aanbieden van
                        bijkomende faciliteiten, als onderdeel van de inburgeringsvoorziening.
                        Hierbij kan gedacht worden aan een diagnosestelling met betrekking tot het
                        taalniveau, trajectbegeleiding, voortgangsgesprekken of een uitbreiding van
                        de opleiding.</al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                        wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                        mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke
                        bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                        opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is
                        wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor
                        een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde
                        inburgeringsplichtige niet wordt gedaan, indien dat diens
                        arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>De Wi bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met
                        een voorziening gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening)
                        als een inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een
                        inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt
                        op grond van een andere socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én
                        die verplicht is om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20,
                        eerste lid, Wi). Indien in deze specifieke situatie geen
                        re-integratievoorziening wordt aangeboden, kan de gemeente derhalve geen
                        inburgeringsvoorziening aanbieden.</al><al>Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                        inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, Wi). Het tweede lid van
                        artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen dat
                        de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de re-integratievoorziening.
                        Aangezien deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op
                        grond van socialezekerheidswetten of -regelingen ook door andere partijen
                        dan het college (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten
                        maken met de verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of
                        -regeling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
                        eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 Wi).</al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                        onderdeel van de inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan
                        aanbieden. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in
                        ieder geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het
                        inburgeringsexamen en het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen (artikel
                        19, derde lid, Wi). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én
                        nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel
                        uit van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, zesde lid, Wi). Wat betreft
                        de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel van de
                        inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan aanbieden, kan worden
                        gedacht aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden van
                        voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. Ook kan worden gedacht
                        aan een uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een
                        maatschappelijke stage of een aparte module die gericht is op het verwerven
                        van kennis van de Nederlandse samenleving.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                        inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college
                        en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, Wi). De
                        hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit
                        bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23,
                        tweede lid, Wi).</al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                        inburgeringsplichtige de eigen bijdrage in ten hoogste tien termijnen dient
                        te betalen.</al><al>Artikel 24, eerste lid, Wi maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene
                        bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met
                        deze uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat
                        worden vastgelegd in de beschikking tot toekenning van de
                        inburgeringsvoorziening.</al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het
                        college het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te
                        houden op de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, Wi ). In dit
                        geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze
                        van verrekening geschiedt door het UWV en niet door de gemeente, en wordt
                        dus niet in deze verordening geregeld.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, Wi dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                        vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de
                        verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen
                        in het kader van een inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt
                        in de beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening deze
                        verplichtingen vast.</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 3 Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die - als het goed is -
                        leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening. In
                        het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van
                        een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke
                        wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de
                        inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er
                        geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de
                        inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met
                        het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot de
                        toekenning van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente
                        wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als
                        het aanbod (het vierde lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige
                        het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                        meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke
                        mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de
                        inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is
                        opgesteld.</al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente
                        meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op
                        zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod
                        van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane
                        aanbod moeten aanpassen.</al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                        inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er
                        geen termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het
                        inburgeringsexamen moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het
                        college in een dergelijke situatie een handhavingsbeschikking neemt: een
                        besluit op grond van artikel 26 van de Wi, waarmee de termijn van start gaat
                        waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moeten hebben
                        behaald (vijf jaar na aanvang van deze termijn). Het verdient de aanbeveling
                        dat het college deze handelwijze vastlegt in beleidsregels, zodat tevoren
                        voor betrokkenen duidelijk is (of zou kunnen zijn) wat de gevolgen zijn van
                        het weigeren van een aanbod voor een inburgeringsvoorziening.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8 De inhoud van de beschikking toekenning
                            inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                        beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                        tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt
                        geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                        neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                        verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                        worden vermeld (onderdelen a en d). De inburgeringsplichtige is verplicht
                        zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, Wi). Handhaving hiervan is
                        alleen mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk
                        zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de
                        beschikking) bekend zijn gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid Wi). In de
                        beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                        (onderdeel b).</al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                        termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                        plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het
                        college een inburgeringsvoorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet
                        het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de
                        termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22,
                        tweede lid en artikel 26 Wi). Binnen vijf jaar ná deze datum moet de
                        betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald.</al><al>Het college kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de
                        inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn
                        direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop
                        de inburgeringsvoorziening van start gaat). De precieze datum waarop de
                        inburgeringsvoorziening van start gaat, zal niet altijd bekend zijn op het
                        moment dat deze wordt toegekend. Bovendien past het vaststellen van een
                        datum van aanvang van handhaving van de inburgeringsplicht, onafhankelijk
                        van het moment waarop met de inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij
                        het uitgangspunt van de wet dat de betreffende persoon als oudkomer
                        inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf verantwoordelijk is voor het
                        behalen van het inburgeringsexamen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 4 De bestuurlijke boete</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 Wi draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 Wi zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De
                        gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan
                        ook lagere bedragen vaststellen.</al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen
                        en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder
                        de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, Wi). Deze bepaling
                        brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete
                        zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele
                        omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige.</al><al>De opgelegde boete en de hoogte hiervan worden in afstemming bepaald met de
                        Afstemmingsverordening van de Wet Werk en Bijstand.</al><al>In het kader van de uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en
                        inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                        (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens
                        te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                        bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op
                        grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van
                        een boete of maatregel op grond van een andere socialezekerheidswet of
                        -regeling. Artikel 37 Wi bevat een regeling voor deze samenloop. In dit
                        artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete
                        kan opleggen.</al><al>De opgelegde boete en de hoogte zijn bepaald op grond van
                        Afstemmingsverordening van de Wet Werk en Bijstand.</al><al>Het college kiest ervoor, vanuit het gelijkheidsbeginsel, om
                        inburgeringsplichtigen, die niet uitkeringsgerechtigd zijn, bij een
                        overtreding van het nakomen van de overeengekomen verplichtingen, op gelijke
                        wijze te behandelen als uitkeringsgerechtigden, bij het vaststellen van de
                        hoogte van de bestuurlijke boete.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                        overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9
                        mogelijk is.</al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                        overtredingen zich wel binnen 12 maanden voordoen.</al><al>Artikel 34, onderdeel d, Wi biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                        bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1.000 in
                        het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                        verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen.
                        Dit is geregeld in het derde en vierde lid van artikel 10.</al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                        inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                        boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel
                        9, derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 Wi moet het
                        college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de
                        inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen. Als de
                        inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen
                        niet heeft behaald, maakt het derde lid van artikel 10 het mogelijk dat het
                        college een hogere boete vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt</al><al>€ 1.000,= (artikel 34, onderdeel d, Wi). Ook in dat geval zal in de
                        boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden opgenomen waarbinnen de
                        inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen.</al><al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                        inburgeringsexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college
                        wederom een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De maximumboete in het
                        vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van
                        termijnen door de inburgeringsplichtige.</al><al>Evenals bij artikel 9 kiest het college ervoor, vanuit het
                        gelijkheidsbeginsel, om inburgeringsplichtigen, die niet
                        uitkeringsgerechtigd zijn, bij een herhaling van een overtreding, op gelijke
                        wijze te behandelen als uitkeringsgerechtigden, bij het vaststellen van de
                        hoogte van de bestuurlijke boete.</al><al>De artikelen 9 en 10 bieden, het kader voor het college voor het vaststellen
                        van de hoogte van de maatregelen en de bestuurlijke boete in individuele
                        gevallen. Het college zal binnen deze kaders zelf een beleid ontwikkelen
                        mede gezien het feit dat de verwijtbaarheid bij het niet voldoen aan
                        verplichtingen vastgesteld moet worden. Het college wil hier in ieder geval
                        ten aanzien van het voldoen aan de verplichting van het halen van het examen
                        zorgvuldig mee omgaan.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2007.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 12 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als Inburgering gemeente Venlo.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>