<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR57027_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissie 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-10-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, nr. 56847</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissie 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-10-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-06-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging van artikel 4 leden 3 en 4 plus toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/68</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wijziging van artikel 4 leden 3 en 4 plus toelichting</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissie 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het advies van het presidium d.d. 1 juli 2010;</al><al/><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet ;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening op de raadscommissie 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid of buitengewoon lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="d."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>De raad stelt een raadscommissie in ter voorbereiding van de
                            besluitvorming in de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over
                                    in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie bestaat uit raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke in de gemeenteraad vertegenwoordigde fractie is in de
                                raadscommissie vertegenwoordigd. Het aantal beschikbare zetels in de
                                raadscommissie bedraagt de helft van het aantal bezette raadszetels,
                                afgerond naar boven op hele zetels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen fracties zich
                                laten vertegenwoordigen door burgerraadsleden (zijnde een
                                niet-raadslid). Als burgerraadslid komt in aanmerking de kandidaat
                                die door de fractie wordt voorgedragen en voldoet aan de artikelen
                                10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. De raad benoemt op
                                voordracht van de fracties maximaal twee burgerraadsleden per
                                fractie, die bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in
                                de betreffende raadscommissie. Een lid en zijn plaatsvervanger houdt
                                op lid te zijn van een raadscommissie indien niet meer voldaan wordt
                                aan de in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet
                                gestelde eisen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzitters</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van de voorzitter eindigt in ieder geval met het
                                einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan
                                schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na
                                de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is
                                benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in iedere vergadering van de commissie aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe door het presidium in overleg met het college aangewezen
                                ambtenaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders wordt ter vergadering in
                                de gelegenheid gesteld om aan de beraadslagingen deel te nemen,
                                tenzij de commissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan het college verzoeken de secretaris in de
                                vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                                beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van verhindering doen zij daarvan tijdig mededeling aan de
                                voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie plaats
                                    op de dinsdagavond.:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergadering van de raadscommissie vangt aan om 19.30 uur,
                                    eindigt om 23.00 uur en vindt plaats in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval dat, op het in lid 2 genoemde tijdstip, de agenda niet
                                    is afgewerkt wordt de vergadering geschorst en op de
                                    daaropvolgende woensdagavond om 19.30 uur hervat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie vergadert voorts indien de
                                    agenderingscommissie het nodig oordeelt of indien ten minste
                                    twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom
                                    verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agenderingscommissie kan in bijzondere gevallen een andere
                                    dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats
                                    aanwijzen. Zij voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitters van de
                                    raadscommissies almede de plaatsvervangende voorzitters van de
                                    raad. De voorzitter van de raad kan de vergaderingen van de
                                    agendacommissie bijwonen. De griffier is in elke vergadering van
                                    de agendacommissie aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van
                                    de agenda van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                    agendacommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 12, tweede lid, wordt deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een
                                    openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in de Steenwijkerland Express of op de voor
                                    afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website (RaadsInformatieSysteem)
                                    openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                    voorzover digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst in het RaadsInformatie Systeem.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel/></kop><al><vet>vervallen</vet></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de vergadering aanwezige burgers kunnen gedurende
                                        maximaal 30 minuten het woord voeren over geagendeerde
                                        onderwerpen, alsmede over andere niet-geagendeerde
                                        onderwerpen.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar en beroep openstaat of heeft
                                                opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                                van personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van
                                                de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                                ingediend.</al><al/></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen vindt
                                        plaats bij aanvang van de vergadering.</al><al/></li><li nr="4."><al>Het inspreken over geagendeerde onderwerpen vindt plaats
                                        voorafgaand aan de behandeling van het betreffende
                                        onderwerp.</al><al/></li><li nr="5."><al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de
                                        griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                        telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                        voeren.</al><al/></li><li nr="5."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                        voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                        belang is van de orde van de vergadering.</al><al/></li><li nr="6."><al>Elke spreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De
                                        voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over alle
                                        sprekers indien zich meer dan 6 insprekers aangemeld hebben.
                                        De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                        maximale spreektijd.</al><al/></li><li nr="7."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                        commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                        verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie
                                        plaats tussen een inspreker en deelnemers van de
                                        vergadering.</al><al/></li><li nr="8."><al>De spreker kan tijdens de behandeling van het betreffende
                                        onderwerp aan de raadstafel plaatsnemen en krijgt na afloop
                                        van de behandeling nog de mogelijkheid om een kort slotwoord
                                        tot de commissie te richten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De concept-besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt,
                                    zo mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. De concept-besluitenlijst wordt op
                                    hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd
                                    hebben, toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het einde van de vergadering wordt de besluitenlijst van de
                                    vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                    hebben het recht een voorstel tot wijziging van de
                                    besluitenlijst aan de raadscommissie te doen, indien de
                                    besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft
                                    hetgeen besloten is. Een voorstel tot wijziging dient voor de
                                    aanvang van de vergadering schriftelijk bij de griffier te
                                    worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst houdt in:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            adjunct-griffier, de burgemeester en de wethouders, de
                                            secretaris en de leden, allen voorzover aanwezig,
                                            alsmede van de overige personen die het woord gevoerd
                                            hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>het advies aan de raad als bedoeld in artikel 25 ;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid
                                    van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in één
                                    termijn en geschiedt door één woordvoerder per fractie, tenzij
                                    de raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of
                                    voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                    verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
                                    voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan
                                    het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                    de vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies omvat het oordeel van de raadscommissie over de
                                    genoegzaamheid van voorbereiding van een onderwerp of voorstel
                                    voor de besluitvorming in de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een onderwerp of voorstel genoegzaam is voorbereid voor
                                    besluitvorming door de</al><al> raad, brengt de raadscommissie in haar advies onderscheid aan
                                    in hamerstukken en</al><al> inhoudelijke bespreekstukken voor de raad.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar
                                maken van de besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt
                                door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 22
                            van deze verordening is van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29a</nr><titel>Gelegenheid tot het stellen van vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het eind van de vergadering wordt gelegenheid geboden om vragen
                                te stellen. De vragen dienen beleidsmatig van aard, van politiek
                                en/of van maatschappelijk belang en urgent te zijn in die zin dat
                                zij geen uitstel tot schriftelijke beantwoording gedogen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de commissie dat tijdens deze gelegenheid vragen wil
                                stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24
                                uur voor aanvang van de vergadering schriftelijke bij de griffier.
                                De griffier toetst de vragen aan de in lid 1 opgenomen criteria.
                                Indien de vragen niet aan de criteria voldoen worden zij aangemerkt
                                als schriftelijke vragen en vindt schriftelijke beantwoording plaats
                                binnen een termijn van veertien dagen. Bij twijfel overlegt de
                                griffier met de voorzitter. De voorzitter bepaalt de volgorde,
                                waarinaangemelde onderwerpen tijdens de gelegenheid tot het stellen
                                van vragen aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag nadat het is bekend
                            gemaakt.</al><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de raadscommissies 2006,
                            vastgesteld bij raadsbesluit van 4 april 2006 (Gemeenteblad 2006, nr.
                            12)</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, R.G.H.P. Moonen.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter, L.V.Elfers.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de Verordening op de raadscommissie 2010</tussenkop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissie. In veel gemeenten is de
                    afgelopen jaren stil gestaan bij het bestaande vergaderstelsel. De praktijk laat
                    zien dat het commissiestelsel niet alleen op verschillende manieren wordt
                    heringericht, maar dat er ook gemeenten zijn die de keuze hebben gemaakt om
                    zonder raadscommissies te werken. De 'Handreiking vernieuwend vergaderen:
                    voorbeelden uit de praktijk' [Uitgave van de Vernieuwingsimpuls Dualisme en
                    lokale democratie, 2005.] gaat uitgebreid in op de nieuwe overlegvormen. In 2009
                    is er een geactualiseerde versie van deze handreiking verschenen met als titel
                    ‘Op het tweede gezicht; gemeentelijke vergaderpraktijken nader beschouwd’. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden
                    van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het instellen
                    van raadscommissies. Om te bevorderen dat de discussie in de raad plaatsvindt,
                    zijn er gemeenten die ervoor kiezen om geen raadscommissie(s) in te stellen. De
                    vaststelling van een verordening op de raadscommissies is uiteraard overbodig
                    als er geen raadscommissie wordt ingesteld. De instelling van raadscommissies
                    geschiedt veelal bij verordening, waarin de taken bevoegdheden, samenstelling en
                    werkwijze van de raadscommissies worden vastgelegd. Deze verordening voorziet
                    hierin.</al><al>Over het voorzitterschap van een raadscommissie kan het volgende worden
                    opgemerkt:</al><al>De vraag of een raadscommissie een externe voorzitter mag hebben heeft de
                    minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontkennend beantwoord. De
                    VNG heeft in eerste instantie geadviseerd dergelijke commissies te baseren op
                    artikel 84 Gemeentewet, omdat de raad op basis van dit artikel wel een commissie
                    met een externe voorzitter kan instellen. Dit bleek in de praktijk echter lastig
                    te realiseren, omdat leden van commissies die functioneren op basis van artikel
                    84 geen onschendbaarheid krachtens artikel 22 Gemeentewet genieten. Omdat
                    gehecht wordt aan het principe dat raadsleden gedurende het politieke proces
                    vrijuit moeten kunnen spreken is dat een ongewenste situatie.</al><al>Strikt juridisch gezien kan de minister gevolgd worden in haar zienswijze. De
                    raad heeft krachtens artikel 16 Gemeentewet een zeer ruime en zelfstandige
                    bevoegdheid heeft om de eigen werkzaamheden te regelen. Gelet op de strikte
                    interpretatie van de wet is in deze verordening echter gekozen voor het
                    handhaven van de bestaande situatie. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Instelling raadscommissies</tussenkop><al>In onze gemeente is ervoor gekozen om één raadscommissie in te stellen om te
                    bevorderen dat de discussie zich van de raadscommissies naar de raad verplaatst
                    en gelet op de attributie van de bestuursbevoegdheden in de Gemeentewet aan het
                    college. In dat geval kan worden volstaan met een artikel 2 dat luidt: De raad
                    stelt een raadscommissie in. Zoals gezegd kan de raad er zelfs voor kiezen om
                    geen raadscommissies in te stellen. Naarmate er meer taken aan het college zijn
                    gedelegeerd, is wellicht het verminderen of afschaffen van raadscommissies een
                    meer voor de hand liggende keuze. De raad zal deze keuze moeten maken.</al><tussenkop>Artikel 3. Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissie zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de
                    Gemeentewet. De raadscommissie bereidt de besluitvorming van de raad voor en
                    overlegt met het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling van
                    de taken van de raadscommissie zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In
                    het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium
                    (bestaande uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de raad) of de
                    agendacommissie (bestaande uit de voorzitters van de raadscommissies die een
                    voorzitter uit hun midden aanwijzen). Veelal zal het echter wel zo blijven dat
                    een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al><tussenkop>Artikel 4. Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens
                    jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. Om
                    tot een evenwichtige verdeling te komen is gekozen voor een maximum aantal
                    leden. </al><al>Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen welke leden de
                    betreffende fractie vertegenwoordigen in de commissie. Het is mogelijk dat de
                    raad (moet) besluiten een voorgedragen lid niet te benoemen tot lid van een
                    commissie. Dit kan het geval zijn wanneer een “burgerlid” niet voldoet aan de
                    vereisten van de Gemeentewet (zie de toelichting op het vierde lid). Andere
                    redenen om een dergelijke benoeming achterwege te laten zijn niet aan de
                    orde.</al><al>Zoals uit het derde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel wordt er vanuit gegaan dat de politieke groeperingen
                    (fracties) de burgerraadsleden voordragen. Deze burgerraadsleden kunnen op de
                    kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben gestaan. Dit in verband met de
                    ‘kenbaarheid’ (kiezerslegitimiteit) van de kandidaten bij de burgers. Maar dit
                    wordt niet als voorwaarde gesteld. </al><tussenkop>Artikel 5. Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. </al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de
                    voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen
                    termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde geldt overigens voor
                    artikel 4, tweede lid.</al><tussenkop>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>De griffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In
                    principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 24 van deze verordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8. Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college, de burgemeester of de
                    secretaris deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. De commissie kan
                    per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat
                    artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaart, is hiervoor de
                    grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen.
                    In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de burgemeester en de secretaris
                    uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij
                    echter alleen als de raadscommissie hiermee instemt. In de regel zal de
                    portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van
                    overleg en het uitoefenen van controle door de raadscommissie.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 9. Vergaderfrequentie</tussenkop><tussenkop>Behoeft geen nadere toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 10. Agendacommissie</tussenkop><al>Dit artikel is aan de verordening toegevoegd omdat is gebleken dat binnen
                    gemeenten waar raadscommissies zijn ingesteld veelal behoefte bestaat aan een
                    agendacommissie. De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de
                    agendering van zaken in commissies. De agendacommissie stelt de agenda's van de
                    raadscommissies voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van
                    een raadscommissie geschiedt door de betreffende commissie bij de aanvang van de
                    vergadering. </al><tussenkop>Artikel 11. Oproep</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12. De agenda</tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda voorlopig
                    vast (artikel 10). Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                    Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raadscommissie, niet het college, bepaalt vervolgens
                    in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
                    Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de
                    secretaris.</al><tussenkop>Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 14. Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van
                    deze verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de
                    verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op internet te plaatsen. Vanuit
                    het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de hand liggende regeling
                    die, doordat alle gemeenten beschikking hebben over een website, ook praktisch
                    uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op grond van de Gemeentewet;
                    gemeenten kunnen ervoor kiezen het derde lid niet over te nemen.</al><tussenkop>Paragraaf 2. Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 15. </tussenkop><tussenkop>Dit artikel is vervallen.</tussenkop><tussenkop>Artikel 16. Opening der vergadering en quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd.</al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het
                    mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen.
                    Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie
                    over de datum van een nieuwe vergadering.</al><tussenkop>Artikel 17. Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Deze bepaling heeft een facultatief karakter.</al><al>Bij de wijziging van de verordening in 2006 is er voor gekozen om het
                    spreekrecht uit het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                    werkzaamheden van de raad te halen en dit recht te versterken in de verordening
                    op de raadscommissies. Uit de praktijk kwamen namelijk steeds meer signalen dat
                    het inspreekrecht tijdens de raadsvergaderingen niet de goede manier was om
                    burgers te betrekken bij de besluitvorming.</al><al>Juist omdat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces
                    dat lang daarvoor al is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies)
                    is de kans klein dat de raad op dat moment - als reactie op het inspreken van
                    een burger - nog van richting verandert. De inspreekmogelijkheid van de burger
                    tijdens de raadsvergadering kan daarmee als "schijnspreekrecht" worden betiteld.
                    De mogelijkheid van burgers om tijdens de commissievergaderingen in te spreken
                    zou daarentegen beter benut kunnen worden. Deze vergaderingen zijn doorgaans
                    laagdrempeliger en hebben meer mogelijkheden om met de inspreker in overleg te
                    gaan in een informele setting. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het
                    vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van de
                    doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur.</al><al>In het eerste lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures
                    die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten
                    over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht
                    een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het spreekrecht van
                    burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de griffier. De griffier kan, indien nodig, de
                    persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. In het vierde lid is ervoor
                    gekozen om een burger slechts één maal het woord te geven en niet een discussie
                    te laten plaatsvinden. De raad kan er ook voor kiezen om burgers die inspreken
                    een tweede termijn te geven. In dat geval zal het vierde lid moeten worden
                    aangepast. Afhankelijk van de lokale situatie kan als richtlijn 5 minuten
                    spreektijd per burger worden aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in
                    eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en
                    dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd
                    gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.</al><tussenkop>Artikel 18. Besluitenlijst</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 19. Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 20. Spreektijd</tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken.</al><tussenkop>Artikel 21. Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is
                    het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet
                    van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze.</al><tussenkop>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten.
                    In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit
                    de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag
                    kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden
                    ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet,
                    die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 30 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 23. Beraadslaging</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 24. Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. </al><tussenkop>Artikel 25. Advies</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5. Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 26. Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 27. Besluitenlijst</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk besluitenlijst
                    wordt opgemaakt, die niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus
                    de raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid
                    van deze bepaling dat de besluitenlijst van een besloten vergadering ter inzage
                    ligt bij de griffier. De raadscommissie beslist over het openbaar maken van dit
                    verslag.</al><tussenkop>Artikel 28. Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 29. Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Artikel 29a Gelegenheid tot het stellen van vragen</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6. Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 30. Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 32. Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 33. Uitleg verordening en artikel 34 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>