<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56995_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening adviesorganen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening adviesorganen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening adviesorganen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>het belang van een actieve betrokkenheid van (vertegenwoordigers
                                van) doelgroepen bij de gemeentelijke beleidsvorming;</al></li><li nr="-"><al>het belang van pannels van deskundigen voor enkele specifieke
                                beleidsterreinen;</al></li><li nr="-"><al>de behoefte aan een basisregeling voor wat betreft de relatie tussen
                                de gemeente en particuliere adviesorganen;</al></li><li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet%20/article=160">Gemeentewet artikel 160</extref>;</al></li><li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A81">Algemene Wet Bestuursrecht artikel 4:81</extref>;</al></li></lijst><al>wordt vastgesteld de</al><al>Verordening adviesorgaan</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Adviesorgaan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een adviesorgaan in de zin van deze verordening is een orgaan
                                bestaande uit vertegenwoordigers van organisaties en/of personen die
                                het belang van een bepaalde categorie uit de bevolking
                                vertegenwoordigen en een deskundigheid hebben op het voor deze groep
                                relevante beleidsterrein.</al></li><li nr="2."><al>Bij een verzoek tot erkenning worden statuten en/of reglement
                                overlegd, evenals een overzicht van de personele samenstelling.</al></li><li nr="3."><al>Indien de instelling van een adviesorgaan wettelijk is
                                voorgeschreven wordt het reglement vastgesteld door het college van
                                burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Erkenning via beleidsregel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan middels vaststelling
                                van een beleidsregel besluiten tot erkenning van een
                                adviesorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het college motiveert zijn besluit en brengt het adviesorgaan
                                hiervan op de hoogte.</al></li><li nr="3."><al>In een beleidsregel worden nadere afspraken vastgelegd die op het
                                specifieke adviesorgaan betrekking hebben.</al></li><li nr="4."><al>Over de inhoud van de beleidsregel bestaat overeenstemming tussen
                                het college en het adviesorgaan.</al></li><li nr="5."><al>Het college informeert de raad over zijn besluiten tot erkenning van
                                adviesorganen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan het besluit tot erkenning intrekken indien het
                                college van oordeel is dat het adviesorgaan niet meer voldoet aan de
                                criteria zoals vermeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Criteria erkenning adviesorgaan</titel></kop><al>Erkenning van een adviesorgaan geschiedt op basis van volgende
                        criteria:</al><lijst><li nr="1."><al>Het adviesorgaan dient representatief te zijn voor de relevante
                                doelgroep en/of over aantoonbare deskundigheid te beschikken op het
                                specifieke beleidsterrein.</al></li><li nr="2."><al>Men moet onafhankelijk van de gemeente kunnen opereren.</al></li><li nr="3."><al>Het adviesorgaan moet passen binnen het geheel van gemeentelijke
                                adviesorganen.</al></li><li nr="4."><al>Het college moet overtuigd zijn van de werkbaarheid en continuïteit
                                van het adviesorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Proces van advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een adviesorgaan is bevoegd het college gevraagd of ongevraagd te
                                adviseren over zaken betreffende het aandachtsgebied zoals in de
                                beleidsregel beschreven.</al></li><li nr="2."><al>Door het college worden alle ontwerp beleidsnota’s of -verordeningen
                                voor advies voorgelegd aan het relevante adviesorgaan. Dit gebeurt
                                in een zodanig stadium dat het advies van invloed kan zijn op de
                                besluitvorming.</al></li><li nr="3."><al>In principe worden adviesorganen reeds in de oriëntatiefase bij de
                                beleidsvorming betrokken.</al></li><li nr="4."><al>Als door het college een zaak aan het adviesorgaan wordt voorgelegd
                                dient in zijn algemeenheid binnen 6 weken advies te worden
                                uitgebracht.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan gemotiveerd een andere adviestermijn bepalen.</al></li><li nr="6."><al>Een adviesorgaan kan het college gemotiveerd tot uitstel
                                verzoeken.</al></li><li nr="7."><al>Het college deelt het adviesorgaan binnen een termijn van twee
                                maanden mee op welke wijze in het gemeentelijk beleid met het
                                uitgebrachte advies rekening wordt gehouden.</al></li><li nr="8."><al>Mocht binnen deze periode geen besluitvorming plaats vinden dan
                                wordt meegedeeld welke verdere procedure de behandeling van het
                                advies zal ondergaan.</al></li><li nr="9."><al>Door het adviesorgaan wordt geaccepteerd dat door het
                                gemeentebestuur uiteindelijk een brede afweging van soms strijdige
                                belangen moet worden gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Overleg en evaluatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Minimaal eenmaal per jaar heeft de betreffende portefeuillehouder
                                een overleg met het adviesorgaan over de algemene gang van zaken en
                                over actuele onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Elke drie jaar werkt het adviesorgaan mee aan een evaluatie waarin
                                de in de artikelen 3 en 4 genoemde aspecten worden getoetst, evenals
                                de effectiviteit van het adviesorgaan.</al></li><li nr="3."><al>Een evaluatie kan ook tussentijds plaats vinden als het college van
                                oordeel is dat daartoe aanleiding bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Faciliteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een erkend adviesorgaan kan aanspraak maken op een vergoeding van de
                                kosten die direct verband houden met het advieswerk, zoals:
                                administratie- en vergaderkosten, deskundigheidsbevordering en
                                kosten die te maken hebben met het consulteren van de
                                achterban.</al></li><li nr="2."><al>Voor de dekking van de hiervoor genoemde kosten wordt door het
                                college elke vier jaar, ingaande 2006, per adviesorgaan een vast
                                taakstellend bedrag per jaar bepaald, onverlet het budgetrecht van
                                de raad.</al></li><li nr="3."><al>Bij de subsidiëring is de ‘subsidieverordening onderwijs, welzijn,
                                sport en cultuur’ van toepassing, te weten de hoofdstukken 1 en
                                3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking per 1 augustus 2005.</al></li><li nr="2."><al>Per deze datum vervalt de verordening sportraad Venlo, maart
                                1988.</al></li><li nr="3."><al>Op 21 november 2001 heeft de raad de Gehandicaptenraad Venlo en de
                                Seniorenraad Venlo erkend. Artikel 2 is daarom niet op deze organen
                                van toepassing, behoudens een bevestiging hiervan in een
                                beleidsregel waarin nadere regels worden vastgelegd.</al></li><li nr="4."><al>In die gevallen waarin deze verordening of de specifieke
                                beleidsregels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Besturingsmodel</vet></al><al>In het besturingsmodel van de gemeente Venlo komt het streven naar interactieve
                    beleidsvorming prominent naar voren. Kort gezegd houdt dit in dat gemeentelijk
                    beleid wordt ontwikkeld en getoetst in nauw contact en overleg met de mensen
                    waarop dit beleid betrekking heeft. In het coalitieprogramma 2001-2006 wordt
                    groot belang gehecht aan de relatie burger - bestuur. Het gaat om transparantie,
                    participatie en communicatie, uitgaande van de mondigheid en
                    verantwoordelijkheid van burgers. Het betrekken van burgers bij gemeentelijk
                    beleid krijgt op uiteenlopende wijze gestalte zoals via de wijkgerichte aanpak,
                    themabijeenkomsten en -debatten, inspraakprocessen bij specifieke plannen en
                    enquêtes onder de bevolking. In dit kader vervullen ook particuliere
                    adviesorganen een rol.</al><al><vet>Adviesorganen</vet></al><al>Voor een aantal beleidsterreinen bestaan particuliere adviesorganen die gevraagd
                    of ongevraagd het gemeentebestuur van advies dienen. Sommigen hebben reeds een
                    lange traditie, anderen zijn van recenter datum. De autoriteit van deze organen
                    is gebaseerd op de aanwezige kennis en kunde van het beleidsveld en van de
                    situatie, problemen en wensen van bepaalde groepen uit de bevolking. De
                    informatie die hieruit naar voren komt kan een belangrijke toegevoegde waarde
                    hebben voor de gemeentelijke beleidsvorming.</al><al><vet>Terugblik</vet></al><al>Sinds de gemeentelijke herindeling is behoefte ontstaan aan een algemene formele
                    regeling van de relatie tussen de gemeente en de betreffende adviesorganen. Het
                    is van belang dat de verwachtingen wederzijds met elkaar sporen en dat
                    discussies worden geconcentreerd op de inhoud en niet op procedures. Met deze
                    verordening wordt hieraan gestalte gegeven. Eind 2001 heeft het college een
                    notitie uitgebracht met enkele hoofdlijnen t.a.v. de relatie
                    gemeente-adviesorganen Tot nog toe is deze als algemene leidraad gehanteerd. Tot
                    op heden heeft een formalisering niet plaats gehad vanwege de aanvankelijke
                    onduidelijkheid over de gevolgen van de dualisering en omdat het verstandig leek
                    om na de herindeling eerst ervaring met de bestaande adviesorganen op te doen
                    alvorens een uniforme basisregeling vast te leggen.</al><al><vet>Algemene regeling</vet></al><al>Voor enkele adviesorganen bestaan reeds regelingen en afspraken die op
                    wisselende manieren zijn beschreven. Deze zijn in de nieuwe algemene regeling
                    ingebed, zonodig aangepast. Voor ogen staat een uniforme basisregeling
                    (verordening), waarbij op maat aanvullende afspraken worden vastgelegd c.q.
                    bestaande afspraken worden bevestigd of aangepast. In verband hiermee zal door
                    het college voor elk adviesorgaan een afzonderlijke beleidsregel worden
                    vastgelegd.</al><al><vet>Verordening als instrument</vet></al><al>De onderhavige verordening heeft niet automatisch betrekking op alle
                    adviesorganen van de gemeente. Daar waar zaken op een andere manier goed zijn
                    geregeld heeft deze verordening geen functie. Waar dat niet het geval is kan
                    deze verordening als instrument worden gebruikt.</al><al><vet>Kerntaak adviesorgaan</vet></al><al>De praktijk heeft laten zien dat sommige adviesorganen een bredere taak hebben
                    dat enkel het adviseren van het gemeentebestuur. Op zich geen probleem, maar het
                    leidt wel tot het risico dat een en ander met elkaar wordt verweven. Met deze
                    verordening wordt de focus op de kerntaak gericht, te weten: advisering van het
                    college op basis van deskundigheid en kennis van het specifieke beleidsveld.
                    Indien door een adviesorgaan voor andere activiteiten subsidie wordt gevraagd
                    wordt dit afzonderlijk beoordeeld.</al><al><vet>Erkenning</vet></al><al>Een besluit tot erkenning op basis van deze verordening is in een aantal
                    gevallen een bevestiging van de huidige situatie. Over de beleidsregel is
                    overeenstemming nodig omdat zonder overeenstemming geen sprake kan zijn van een
                    effectieve advisering gericht op kwaliteitsverbetering van de gemeentelijke
                    beleidsvorming. Om deze reden is ook geen formeel bezwaar mogelijk indien het
                    college niet tot erkenning besluit of een erkenningsbesluit intrekt. Deze
                    verordening adviesorganen is niet bedoeld om een officiële status te verlenen
                    aan groepen van pure belangenbehartiging c.q. actiegroepen. Deze zijn uiteraard
                    wel van maatschappelijk belang, maar hebben doorgaans minder boodschap aan de
                    gemeentelijke regie van beleidsprocessen.</al><al>Het is evident dat een adviesorgaan onafhankelijk van de gemeente moet kunnen
                    opereren. Dit betekent ondermeer dat college- of raadsleden geen deel uit kunnen
                    maken van een adviesorgaan</al><al>Adviesorganen behartigen weliswaar belangen van specifieke doelgroepen, maar zij
                    doen dit binnen gemeentelijke structuren en processen. Zij zijn gericht op een
                    structurele bijdrage en niet op ad hoc interventies. Adviesorganen zijn zich
                    bewust van de brede afwegingskaders waar de gemeente mee te maken heeft, waarbij
                    vaak vele en soms tegengestelde belangen een rol kunnen spelen. Adviesorganen
                    helpen mee om binnen dat geheel oplossingen te vinden die het belang van de
                    betreffende doelgroep dienen, evenwel zodanig dat in zijn geheel een evenwichtig
                    en verantwoord gemeentelijk beleid tot stand komt. Een goede
                    informatieuitwisseling, wederzijdse openheid en communicatie dragen hieraan
                    bij.</al><al><vet>Faciliteiten</vet></al><al>De geboden faciliteiten zijn gericht op het adequaat kunnen functioneren als
                    gemeentelijk adviesorgaan. Vanwege de verscheidenheid van adviesorganen worden
                    de faciliteiten door het college op maat bepaald. Gestreefd wordt naar 4-jarige
                    subsidiebeschikkingen, zodat administratieve lasten worden beperkt en de
                    subsidieontvanger meerjarige zekerheid wordt geboden. De verleende subsidies
                    zijn taakstellend. De ambities van het adviesorgaan worden hierop
                    afgestemd.</al><al><vet>Verplichtingen gemeente</vet></al><al>Erkenning van een adviesorgaan schept ook verplichtingen voor de gemeente. Bij
                    relevante beleidsprocessen zal de rol van een adviesorgaan vooraf goed moeten
                    worden ingebed. Ook in de tijdsplanning zal hiermee rekening gehouden moeten
                    worden. Waar mogelijk worden adviesgroepen ook betrokken in de oriëntatiefase
                    van een beleidsproces. Verder is steeds een gemotiveerde terugkoppeling van de
                    uitgebrachte adviezen van belang. Voor een goede communicatie tussen de gemeente
                    en het adviesorgaan zal per adviesorgaan een contactambtenaar worden aangewezen.
                    Hij/zij is het eerste aanspreekpunt, zowel intern als extern, maar ook andere
                    beleidsmedewerkers zullen rechtstreeks met een adviesorgaan in contact treden
                    als advisering over hun beleidsproject aan de orde is. Minimaal eenmaal per jaar
                    vindt bestuurlijk overleg plaats. In de beleidsregel kan een en ander nader
                    worden uitgewerkt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>