<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56931_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumenten- &amp; Archeologieverordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 19-07-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumenten- &amp; archeologieverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004471&amp;g=2013-04-03">Monumentenwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;g=2013-04-03">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-07-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-07-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/013/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 37 bevat een hardheidsclausule.</al><al>Artikel 38 bevat een overgangsbepaling.</al><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.</al><al>Deze regeling vervangt de Monumenten- &amp; Archeologieverordening 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumenten- &amp; Archeologieverordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>MONUMENTEN- &amp; ARCHEOLOGIEVERORDENING 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al><onderstreept>Archeologisch terrein of vindplaats:</onderstreept></al><al>Een terrein waarvan bekend is dat er in het verleden archeologische vondsten
                        zijn gedaan. </al><al><onderstreept>College:</onderstreept></al><al>Het college van burgemeester en wethouders.</al><al><onderstreept>Gemeentelijk monument:</onderstreept></al><al>Van algemeen belang zijnde onroerende zaken die bij besluit van de
                        gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders als gemeentelijk
                        monument zijn aangewezen.</al><al><onderstreept>Rijksmonument:</onderstreept></al><al>Onroerende monumenten, die zijn ingeschreven in de ingevolge de
                        Monumentenwet 1988 vastgestelde registers.</al><al><onderstreept>Niet-rendabel rijksmonument:</onderstreept></al><al>Een rijksmonument dat uit de aard der zaak niet op een rendabele wijze
                        geëxploiteerd kan worden.</al><al><onderstreept>Beschermd stads- c.q. dorpsgezicht:</onderstreept></al><al>Stads- c.q. dorpsgezicht dat als zodanig ingevolge artikel 35 van de
                        Monumentenwet 1988 is aangewezen.</al><al>Casco:</al><al>De muren en de kap inclusief de fundering. Hiertoe worden ook de
                        buitenafwerking en de ramen, vensters, kozijnen en deuren in de buitenmuren
                        gerekend.</al><al><onderstreept>Commissie Beeldkwaliteit:</onderstreept></al><al>De in hoofdstuk 3 bedoelde en in de Verordening op de Commissie
                        Beeldkwaliteit voorziene commissie.</al><al><onderstreept>Eigenaar:</onderstreept></al><al>De natuurlijke persoon of rechtspersoon, die het recht van eigendom dan wel
                        een ander zakelijk recht heeft op een monument.</al><al><onderstreept>Subsidiabele kosten</onderstreept>:</al><al>De voor een subsidie in aanmerking komende kosten zoals beschreven in
                        hoofdstuk 4 van deze verordening.</al><al><onderstreept>Subsidieplafond:</onderstreept></al><al>Het door het college voor het verlenen van subsidies in het kader van deze
                        verordening bestemde deel van het door de raad beschikbaar gestelde bedrag
                        voor het uitvoeren van monumenten- en archeologiebeleid.</al><al>Technische omschrijving:</al><al>Een beschrijving van de geplande werkzaamheden waaruit blijkt:</al><lijst><li nr="a)"><al>waarom ze noodzakelijk zijn (eventueel geïllustreerd met
                                foto’s);</al></li><li nr="b)"><al>hoe en met welke materialen ze worden uitgevoerd.</al></li></lijst><al><onderstreept>Vakafdeling:</onderstreept></al><al>De afdeling binnen de gemeentelijke organisatie welke belast is met het
                        beleid op het gebied van monumentenzorg.</al><al><onderstreept>Omgevingsvergunning:</onderstreept></al><al>Een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al><al><onderstreept>Bevoegd gezag:</onderstreept></al><al>Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>gebruik van het monument en/of beschermd stads- c.q.
                            dorpsgezicht</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument en/of het beschermd stads- c.q. dorpsgezicht.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk
                        monument.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Wat kan er worden aangewezen tot gemeentelijk
                            monument?</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van belanghebbenden,
                                besluiten onroerende zaken aan te wijzen tot gemeentelijk
                                monument;</al></li><li nr="2."><al>Onroerende zaken kunnen worden aangewezen tot gemeentelijk monument
                                wegens hun schoonheid of betekenis voor de wetenschap;</al></li><li nr="3."><al>De in lid 2 genoemde aspecten kunnen met name tot uitdrukking komen
                                in cultuurhistorische waarde, architectuurhistorische waarde,
                                bouwhistorische waarde, archeologische waarde, ensemble waarde,
                                zeldzaamheid en gaafheid;</al></li><li nr="4."><al>Het geheel van tot gemeentelijk monument aangewezen zaken dient een
                                evenwichtige selectie uit de voor Roermond belangwekkende perioden,
                                typen, functies en constructies te vormen en dient in verhouding te
                                staan tot de mogelijkheden van de gemeente om dit geheel adequaat te
                                beheren;</al></li><li nr="5."><al>Zaken die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6
                                van de Monumentenwet 1988 worden niet aangewezen tot gemeentelijk
                                monument;</al></li><li nr="6."><al>Zaken die na aanwijzing tot gemeentelijk monument worden
                                ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de
                                Monumentenwet 1988, worden geacht niet meer te zijn aangewezen tot
                                gemeentelijk monument;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Een aanvraag tot
                        aanwijzing</titel></kop><al>Een aanvraag tot aanwijzing tot gemeentelijk monument dient vergezeld te
                        gaan van de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="·"><al>De exacte omvang van hetgeen voor aanwijzing wordt
                                voorgedragen;</al></li><li nr="·"><al>Namen en adressen van alle gerechtigden op die percelen en van
                                eventuele hypothecaire schuldeisers, zoals die bij de dienst voor
                                het kadaster en de openbare registers bekend zijn;</al></li><li nr="·"><al>Een beschrijving van exterieur, interieur en bouwgeschiedenis van
                                alle gebouwen en bijgebouwen:</al><lijst><li nr="-"><al>constructie;</al></li><li nr="-"><al>interessante onderdelen;</al></li><li nr="-"><al>plattegrond;</al></li><li nr="-"><al>interieuronderdelen;</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Recente originele kleurenfoto’s van exterieur en interieur:</al><lijst><li nr="-"><al>overzichtsfoto’s van alle gebouwen of gebouwdelen die voor
                                        bescherming worden;</al></li><li nr="-"><al>voorgedragen (op foto’s aangeven op welk
                                        object/gevel/onderdeel zij betrekking hebben);</al></li><li nr="-"><al>detailopnamen van architectuur- of bouwhistorisch
                                        interessante onderdelen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De aanwijzingsprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet binnen tien werkdagen mededeling van het voornemen
                                tot het nemen van het in art. 3, lid 1 genoemd besluit aan degenen
                                die in de kadastrale registers als eigenaar en beperkt gerechtigde
                                staan vermeld en binnen dertig werkdagen aan de ingeschreven
                                hypothecaire schuldeisers;</al></li><li nr="2."><al>het college wint naar aanleiding van aanvragen om aanwijzing tot
                                gemeentelijk monument het advies van de gemeentelijke vakafdeling
                                in;</al></li><li nr="3."><al>Het college neemt met betrekking tot kerkelijke monumenten geen
                                beslissing tot aanwijzing tot gemeentelijk monument dan na overleg
                                met de eigenaar;</al></li><li nr="4."><al>Het college neemt binnen zes weken nadat de mededeling als bedoeld
                                in lid 1 is verzonden een beslissing. Het college kan zijn besluit
                                eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen;</al></li><li nr="5."><al>Een redengevende omschrijving maakt onderdeel uit van een besluit
                                omtrent aanwijzing tot gemeentelijk monument. Deze redengevende
                                omschrijving omvat de plaatselijke aanduiding, de kadastrale
                                aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het beschermde
                                monument met een exacte omschrijving van de omvang van de
                                bescherming alsmede een op de in art. 3, lid 2 en 3 genoemde
                                criteria gebaseerde motivatie daarvan;</al></li><li nr="6."><al>Het college kan ambtshalve of op aanvraag van belanghebbenden in een
                                redengevende omschrijving wijzigingen aanbrengen. Indien de
                                wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte
                                betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de
                                inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft
                                overeenkomstige toepassing van de leden 1 tot en met 3,
                                achterwege.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bescherming in afwachting van een
                            besluit.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met ingang van de datum waarop de mededeling als bedoeld in art 5,
                                lid 1 is verzonden tot dat omtrent de aanwijzing tot gemeentelijk
                                monument door het college een besluit is genomen en dit besluit
                                onherroepelijk is geworden zijn de artikelen 7 tot en met 11 van
                                deze verordening van overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan besluiten lid 1 buiten werking te stellen met
                                betrekking tot de zaak of zaken waarover de in lid 1 genoemde
                                mededeling is gedaan of gedaan zal worden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Vergunningen tot wijziging, verplaatsing of afbraak van
                        beschermde gemeentelijke monumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Het is verboden ...</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                                vernielen;</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in strijd met bij
                                zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>Een gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te
                                        verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>Een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te
                                        laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of
                                        in gevaar gebracht.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>De aanvraag van een vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vervallen </al></li><li nr="2."><al>In een cultuurhistorisch rapport als bedoeld in hoofdstuk 5 van de
                                Regeling omgevingsrecht wordt in ieder geval opgenomen:</al><lijst><li nr="·"><al>Een gedetailleerde beschrijving van de in het geding zijnde
                                        monumentale waarden van het object voor wat betreft de bouw-
                                        en architectuurhistorie, de functie en de ontwikkeling;</al></li><li nr="·"><al>Een matrix waarin de relevante onderdelen van de structuur,
                                        constructie en verschijningsvorm van het object worden
                                        afgezet tegen de kwalificaties ‘zeker te behouden’,
                                        ‘eventueel te behouden’ en ‘te amoveren’;</al></li><li nr="·"><al>een uitvoerige documentatie van de actuele alsmede de
                                        historische verschijningsvorm, constructie en structuur in
                                        foto en tekening alsmede van de relevante historische
                                        afbeeldingen;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Ingeval de voorgenomen activiteiten van ondergeschikte aard zijn of
                                wanneer het opstellen van een cultuurhistorisch rapport geen of
                                weinig meerwaarde oplevert bij de beoordeling van de aanvraag kan
                                het bevoegd gezag besluiten dat geen cultuurhistorisch rapport als
                                bedoeld in Hoofdstuk 5 van de Regeling omgevingsrecht noodzakelijk
                                is.</al></li><li nr="4."><al>Vervallen</al></li><li nr="5."><al>het bevoegd gezag wint naar aanleiding van aanvragen om
                                omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7, lid 2 het advies in
                                van de Commissie Beeldkwaliteit wanneer het gaat om een groot en
                                complex project;</al></li><li nr="6."><al>Vervallen</al></li><li nr="7."><al>Vervallen </al></li><li nr="8."><al>De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang
                                van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing
                                houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Een kerkelijk monumen</titel></kop><al>Vervallen </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Aan een vergunning verbonden
                            voorschriften</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan aan een vergunning voorschriften verbinden in het
                        belang van de monumentenzorg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekken van een vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                                opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel
                                10, niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig
                                hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te
                                wegen.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>RIJKSMONUMENTEN.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Cultuurhistorische analyse</titel></kop><al>Artikel 8 lid 2 en lid 3 is van overeenkomstige toepassing op de aanvragen
                        om omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1
                        onder f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Adviescommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college vraagt de Commissie Beeldkwaliteit, in haar hoedanigheid
                                van commissie op het gebied van monumentenzorg als bedoeld in
                                artikel 15 lid 1 van de Monumentenwet 1988, advies, voordat:</al><lijst><li nr="a."><al>zij beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor
                                        een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,
                                        onderdeel f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>zij advies uitbrengt omtrent een aanvraag om, of het ontwerp
                                        van, een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld
                                        in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De Commissie Beeldkwaliteit, in haar hoedanigheid van commissie op
                                het gebied van monumentenzorg als bedoeld in artikel 15 lid 1 van de
                                Monumentenwet 1988, adviseert schriftelijk binnen acht weken na de
                                datum van het verzoek om advies. </al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>SUBSIDIES</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Welke kosten komen voor een subsidie in aanmerking.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Kosten aan een gemeentelijk- of een
                            niet-rendabel rijksmonument</titel></kop><al>Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument en / of een
                        niet-rendabel rijksmonument subsidie verlenen in de kosten van werkzaamheden
                        en onderzoeken zoals in artikel 15 genoemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Welke werkzaamheden en tot welk
                            maximum</titel></kop><al>Voor een subsidie komen in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>Werkzaamheden welke het behoud van monumentale waarden en / of het
                                casco van een gemeentelijk monument en / of een niet-rendabel
                                rijksmonument ten doel hebben. Deze werkzaamheden komen in
                                aanmerking voor een subsidie van 25% van de kosten. Het
                                subsidiebedrag is gebonden aan een maximum van een door het college
                                vast te stellen bedrag per monument;</al></li><li nr="b."><al>Een in het kader van een vergunningaanvraag op grond van artikel 8
                                van deze verordening door de gemeente geëist onderzoek naar de
                                cultuurhistorische waarden van het monument. Dit onderzoek komt in
                                aanmerking voor een subsidie van 50% van de kosten. Het
                                subsidiebedrag is gebonden aan een maximum van een door het college
                                vast te stellen bedrag per monument per jaar;</al></li><li nr="c."><al>De te subsidiëren werkzaamheden en onderzoeken dienen sober doch
                                doelmatig van aard te zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Zelfwerkzaamheid</titel></kop><al>Van werkzaamheden welke niet door een bij een Kamer van Koophandel
                        ingeschreven bedrijf worden uitgevoerd komen slechts de materiaalkosten voor
                        subsidiëring in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Stapeling van subsidies</titel></kop><al>Per monument of complexonderdeel kan maximaal éénmaal per twee jaar een
                        subsidie worden toegekend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>De aanvraag van de subsidie en de beslissing daarop.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hoe een aanvraag in te dienen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieaanvraag dient schriftelijk te worden ingediend bij het
                                college. In deze aanvrage dient minimaal het volgende te worden
                                vermeld:</al><lijst><li nr="a)"><al>Het adres van het monument;</al></li><li nr="b)"><al>Naam, adres en telefoonnummer van de aanvrager;</al></li><li nr="c)"><al>Een technische omschrijving van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d)"><al>Een begroting van de werkzaamheden waarbij de in de
                                        begroting genoemde posten herleid moeten kunnen worden naar
                                        de onder lid c. genoemde technische omschrijving;</al></li><li nr="e)"><al>Geschatte begin- en einddatum van de werkzaamheden;</al></li><li nr="f)"><al>Naam, adres en telefoonnummer van een eventuele
                                        contactpersoon;</al></li><li nr="g)"><al>Het bank- of gironummer waarop de eventuele subsidie
                                        overgemaakt kan worden;</al></li><li nr="h)"><al>Ondertekening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op verzoek van de aanvrager stelt de betrokken ambtenaar zich ter
                                plekke op de hoogte van de noodzaak en de wijze van uitvoering van
                                de geplande werkzaamheden. Indien naar het oordeel van de betrokken
                                ambtenaar de noodzaak en de wijze van uitvoering van de geplande
                                werkzaamheden voldoende duidelijk zijn kan de aanvraag in
                                behandeling worden genomen zonder de onder lid 1.c genoemde
                                omschrijving van de werkzaamheden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Wanneer kunnen aanvragen worden
                            ingediend?</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidieaanvragen kunnen vanaf 1 januari van het betreffende
                                begrotingsjaar worden ingediend;</al></li><li nr="2."><al>De subsidieaanvragen worden in volgorde van binnenkomst (datum
                                poststempel) in behandeling genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Beslissing op de
                        aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt een besluit op de aanvraag binnen 6 weken na
                                ontvangst van de aanvraag;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan zijn besluit eenmaal voor ten hoogste 6 weken
                                verdagen. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk in kennis
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Wanneer wordt subsidie niet
                            toegekend?</titel></kop><al>Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor zover door de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond
                                wordt doorbroken;</al></li><li nr="2."><al>Indien voor de werkzaamheden de vergunning, bedoeld in artikel 7 van
                                deze verordening of in artikel 11 van de Monumentenwet 1988
                                noodzakelijk is doch niet is verleend;</al></li><li nr="3."><al>Indien met de werkzaamheden is begonnen voordat het college heeft
                                beslist omtrent de aanvraag tot subsidie;</al></li><li nr="4."><al>Voor zover het kosten van werkzaamheden betreft welke op grond van
                                een verzekering worden gedekt;</al></li><li nr="5."><al>voor zover binnen de termijn van een redelijke onderhoudcyclus voor
                                dezelfde werkzaamheden reeds eerder een subsidie op grond van deze
                                regeling is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Toestemming om alvast te mogen
                            beginnen</titel></kop><al>Op schriftelijk verzoek van de aanvrager kan het college ontheffing verlenen
                        van de verplichting op grond van artikel 21, lid 3 te wachten met de aanvang
                        van de werkzaamheden, totdat een besluit is genomen over de aanvraag tot
                        subsidie, mits de op grond van deze verordening benodigde vergunning is
                        verleend en de werking daarvan niet is opgeschort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Begin en einde van de
                        werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met de uitvoering van de werkzaamheden dient te zijn aangevangen
                                binnen 26 weken na de datum van het besluit tot
                                subsidieverlening;</al></li><li nr="2."><al>De werkzaamheden dienen te zijn voltooid binnen 52 weken na de datum
                                van het besluit tot subsidieverlening;</al></li><li nr="3."><al>Van de aanvang en het einde van de gesubsidieerde werkzaamheden doet
                                de aanvrager terstond schriftelijk mededeling aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>De gemeente krijgt geen
                            subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie wordt niet verleend aan de gemeente Roermond;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan besluiten in afwijking van lid 1 aan de gemeente een
                                subsidie te verlenen wanneer het werkzaamheden betreft aan een
                                monument dat met het doel is verworven het voor verval te behoeden
                                niet voor de gemeentelijke dienst gebruikt wordt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Voorschotten en subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders kunnen op schriftelijk verzoek van de aanvrager
                        voorschotten verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen drie maanden na het einde van de werkzaamheden zendt de
                                aanvrager kopieën van de rekeningen van de gesubsidieerde kosten aan
                                het college;</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 genoemde rekeningen dienen eenduidig herleid te kunnen
                                worden naar de begroting, op basis waarvan de subsidie is
                                verleend;</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt uiterlijk zes weken na ontvangst van de in het
                                eerste lid genoemde bescheiden de subsidie vast naar aanleiding van
                                de in het eerste lid genoemde rekeningen;</al></li><li nr="4."><al>Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste lid
                                genoemde bescheiden lager blijken te zijn dan de in de bij de
                                subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie naar rato
                                verlaagd worden;</al></li><li nr="5."><al>Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste lid
                                genoemde bescheiden hoger blijken te zijn dan de in de bij de
                                subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie niet verhoogd
                                worden;</al></li><li nr="6."><al>Uitbetaling van de subsidie vindt uiterlijk zes weken na
                                vaststelling van de subsidie plaats.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Aan de subsidie verbonden voorwaarden en voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan door het college aangewezen ambtenaren wordt te allen tijde
                                toegang tot het werk en de werkplaatsen verleend;</al></li><li nr="2."><al>Aan door het college aangewezen ambtenaren worden door de eigenaar
                                alle bescheiden getoond en alle inlichtingen verstrekt, die
                                noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Kettingbeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de eigenaar zijn recht op het monument ten behoeve waarvan
                                een subsidie is verstrekt overdraagt is hij gehouden ten behoeve van
                                de gemeente Roermond van zijn rechtsopvolger te bedingen dat deze de
                                verplichtingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening zal
                                nakomen;</al></li><li nr="2."><al>In het geval bedoeld in het eerste lid, bedingt de eigenaar tevens
                                ten behoeve van de gemeente Roermond dat zijn rechtsopvolger bij
                                niet nakoming van het geding, bedoeld in het eerste lid, als boete
                                het bedrag verschuldigd is dat Burgemeester en Wethouders als
                                subsidie hebben verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Nadere voorwaarden</titel></kop><al>Het college kan aan de subsidieverlening nadere voorwaarden verbinden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ARCHEOLOGIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Archeologie in de
                            bestemmingsplannen</titel></kop><al>In door de gemeente op te stellen dan wel te wijzigen bestemmingsplannen
                        wordt een paragraaf opgenomen waarin wordt aangegeven welke archeologische
                        verwachting voor het plangebied geldt en welke eventuele maatregelen voor
                        het behoud van eventuele archeologische relicten worden voorgeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Verplichting tot archeologisch
                            onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voorafgaande aan grondwerkzaamheden dient een archeologisch
                                vooronderzoek plaats te vinden waar uit moet blijken wat de
                                archeologische verwachting is;</al></li><li nr="2."><al>Indien de resultaten van het in lid 1 genoemde onderzoek daartoe
                                aanleiding geven kan het college besluiten aanvullend onderzoek
                                verplicht te stellen waaruit moet blijken wat de omvang en de
                                kwaliteit van de archeologische vindplaats is;</al></li><li nr="3."><al>Indien de resultaten van het in lid 2 genoemde onderzoek daartoe
                                aanleiding geven kan het college besluiten een definitieve
                                archeologische opgraving verplicht te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Uitzonderingen op de verplichting tot
                            archeologisch onderzoek</titel></kop><al>Het college kan vrijstelling verlenen van het in artikel 32, lid 1 verplicht
                        gestelde onderzoek wanneer:</al><lijst><li nr="1."><al>de geplande grondwerkzaamheden evident geen archeologische relicten
                                verstoren;</al></li><li nr="2."><al>de geplande grondwerkzaamheden een gebied beslaan kleiner dan 2500
                                m2 en verder dan 50 meter verwijderd liggen van een archeologisch
                                terrein of vindplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Het Bestemmingsplan voor de
                            Binnenstad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen de grenzen van het Bestemmingsplan voor de Binnenstad gelden
                                de regels met betrekking tot archeologie zoals die in de
                                planvoorschriften en in de Atlas voor de Ruimtelijke Kwaliteitszorg
                                zijn vastgelegd;</al></li><li nr="2."><al>Binnen de grenzen van het Bestemmingsplan voor de Binnenstad is
                                artikel 33, lid 2 van deze verordening niet van toepassing.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Opsporing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De opsporing van de in artikel 13 strafbaar gestelde feiten is,
                                naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                                opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met de
                                zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
                                zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld;</al></li><li nr="2."><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit
                                vereist, wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten
                                ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen
                                de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden, aan
                                hen die en voorzover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het
                                toezicht op de naleving van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Terugvordering subsidie</titel></kop><al>Indien door of namens de eigenaar onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                        verstrekt of indien één of meerdere voorwaarden of voorschriften als bedoeld
                        in hoofdstuk 4 van deze verordening niet worden nageleefd, of indien de
                        werkelijke kosten zoals bedoeld in artikel 26 lid 4, lager blijken te zijn
                        dan de begrootte kosten op grond waarvan de subsidie is toegezegd, kan het
                        college de subsidie bedoeld in artikel 14 wijzigen dan wel intrekken, het
                        verstrekken van voorschotten opschorten of de uitbetaalde subsidie geheel of
                        gedeeltelijk terugvorderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven kan het college
                        afwijken van het in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                        deze verordening, worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór
                        het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is
                        getreden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. </al></li><li nr="2."><al>De Monumenten- &amp; Archeologieverordening 2007, wordt op dat
                                tijdstip ingetrokken;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Aanhaling</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumenten- &amp;
                        Archeologieverordening 2010”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 10 juni 2010.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>