<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56914_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 20-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=228&amp;g=2013-04-03">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/055/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening precariobelasting 2010, zoals vastgesteld op 12 november 2009.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>besluit :</vet></al><al/><al><vet>vast te stellen de “verordening op de heffing en invordering van
                        precariobelasting”</vet></al><al>(verordening precariobelasting 2011)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al> a. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een
                            gedeelte daarvan; </al><al>b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al><al>c. maand: een kalendermaand;</al><al>d. jaar: een kalenderjaar</al><al>e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                            gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                            persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                            dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor
                            het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de
                            daarbij behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat
                                voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare </al><al> dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
                                een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                                rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid,
                                tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op
                                of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van:</al><lijst><li nr="a."><al>het hebben van voorwerpen waarvoor op andere wijze een
                                    vergoeding wordt bedongen;</al></li><li nr="b."><al>openbare aankondigingen of voorwerpen waarvoor krachtens een
                                    andere gemeentelijke heffingsverordening reeds belasting wordt
                                    geheven;</al></li><li nr="c."><al>het hebben van voorwerpen in, op of boven openbare
                                    gemeentegrond, welke aanwezigheid ingevolge een wettelijk
                                    voorschrift kosteloos of tegen een bij of krachtens dat
                                    voorschrift bepaalde vergoeding moet worden gedoogd;</al></li><li nr="d."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
                                    voorwerpen die in gebruik zijn bij derden;</al></li><li nr="e."><al>voor het hebben van wegwijzers in, op of boven de openbare
                                    gemeentegrond door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond
                                    A.N.W.B. en de Koninklijke Nederlandse Automobielclub
                                    K.N.A.C.;</al></li><li nr="f."><al>voorwerpen, welke uitsluitend worden gebezigd voor
                                    niet-commerciële doeleinden van culturele, maatschappelijke of
                                    daarmee gelijk te stellen instellingen met ideële motieven;</al></li><li nr="g."><al>voorwerpen, waarvoor vergunning wordt verleend aan
                                    niet-commerciële plaatselijke instellingen en verenigingen op
                                    cultureel en maatschappelijk terrein;</al></li><li nr="h."><al>spiegels buiten het venster en vlaggenstokken en vlaggen welke
                                    niet zijn uitgehangen met het doel om reclame te maken;</al></li><li nr="i."><al>letters en reclameborden welke in verticale stand tegen een
                                    gevel zijn aangebracht, mits het voorvlak van deze voorwerpen
                                    zich niet meer dan 5 centimeter buiten de gevel bevindt;</al></li><li nr="j."><al>het hebben in openbare gemeentegrond van stoeptreden voor
                                    bestaande ingangen of van koekoeken of licht- of luchtkolken
                                    voor bestaande ramen, wanneer daartoe door het college van
                                    burgemeester en wethouders vergunning is verleend in verband met
                                    wijziging van het straatprofiel;</al></li><li nr="k."><al>sfeerverlichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nadere bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond wordt de
                                oppervlakte bepaald op die, welke door de voorwerpen wordt
                                overdekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hebben van voorwerpen onder gemeentegrond wordt de
                                oppervlakte bepaald op die uitgaande van een horizontale projectie
                                van de voorwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief toegepast
                                zou kunnen worden, wordt dat tarief toegepast, dat het hoogste
                                bedrag tot uitkomst heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                            inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot
                                een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een
                                gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                                precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                                projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van
                                het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                                precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die
                                vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een
                                kortere periode heeft voorgedaan en de vergunning is ingetrokken. In
                                dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid
                                van overeenkomstige toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
                                verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
                                precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest
                                voordelige wijze.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening
                                van de precariobelasting:</al><lijst><li nr="a."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een
                                        week; </al></li><li nr="b."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand
                                        gelijkgesteld met een maand. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
                                weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een
                                langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand
                                omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand
                                van het belastingtijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor
                                het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak
                                de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende
                                geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan
                                het kalenderjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                                belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten
                                periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft
                                voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde
                                precariobelasting geheven door middel van een mondelinge
                                kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop
                                het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige
                                bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8, eerste lid, is de
                                precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                                verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven
                                geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                                dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak,
                                na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving
                                bedoeld in artikel 9, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan,
                                        binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Verordening precariobelasting 2010" van 12 november 2009, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening
                                precariobelasting 2011".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november
                            2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.Vervuurt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.M.J.M. van Beers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>Bijlage bij de Verordening op de heffing en invordering van de
                    precariobelasting 2011</tussenkop><al/><tussenkop>Tarieventabel:</tussenkop><al/><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemeen tarief</tussenkop><al>voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, indien voor het
                    hebben van die voorwerpen in de navolgende rubrieken niet in een bijzonder
                    tarief is voorzien:</al><al>1.1 per m² per dag of een gedeelte daarvan € 0,90 </al><al>1.2 per m² per week € 2,15</al><al>1.3 per m² per maand € 4,25</al><al>1.4 per m² per jaar € 18,35 </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2 Bouwmaterialen e.d</tussenkop><al>2.1. voor de door bouwmaterialen, grond, keten, loodsen, bouw-</al><al> werktuigen (waaronder begrepen rails en kraanbanen) en </al><al> stellingen ingenomen oppervlakte, per m² per week:</al><al>-voor een periode van maximaal 6 weken (week 1 t/m 6) € 1,55</al><al>-voor de volgende periode van 6 weken (week 7 t/m 12) € 1,-</al><al>-voor de resterende periode, week 13 en langer) € 0,45</al><al>2.2 voor stutten, schoren en palen per stuk per week € 1,60</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3 Diverse voorwerpen</tussenkop><al>3.1 spoorrails, per m¹ per jaar € 18,35</al><al>3.2 licht- en luchtopening (koekoek) of kelderingang</al><al>- per m² per maand, € 3,60</al><al>- per m² per jaar € 15,55</al><al>3.3 zonnescherm, markies of luifel niet voorzien van reclame, </al><al> per m¹ per jaar € 2,75</al><al>3.4 rijwielrekken, per stuk per jaar € 1,55</al><al> met een minimum van € 8,05</al><al>3.5 olietanks e.d. ten behoeve van verwarmingsinstallatie</al><al>a. voor een olietank, deel uitmakende van een verwarmings- </al><al> installatie, inclusief leidingen, per stuk per jaar € 50,55</al><al>b. voor een vulput, in verbinding staande met een olietank, </al><al> als bedoeld onder a, per stuk per jaar € 7,35</al><al>3.6 lampen en lantaarns, per stuk per jaar € 8,55</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4 Buizen en kabels</tussenkop><al>4.1.buizen en transportleidingen voor zover niet vallend onder 4.2. per m¹
                    per jaar € 5,80</al><al>4.2.kabels, gasbuizen tot een werkdruk van 10 bar, waterleiding- </al><al>en stadsverwarmingsbuizen, per m¹ per jaar € 0,85</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5 Terrassen</tussenkop><al>5.1. kernwinkelgebied, per m² per jaar € 34,15</al><al>(Stationsplein, Hamstraat, Kloosterwandstraat, </al><al>Graaf Gerardstraat, Munsterplein, Steenweg, Varkensmarkt, </al><al>Schoenmakersstraat, H. Geeststraat (ged. tussen Jesuïtenstraat </al><al>en Lindanusstraat) Kazerneplein, Markt, Bergstraat, Brugstraat, </al><al>Marktstraat, Neerstraat (ged. tussen Brugstraat en Paredisstraat), </al><al>Paredisstraat, Sint Christoffelstraat), met een minimum van € 341,50</al><al>5.2 in afwijking van het tarief genoemd in artikel 5.1. geldt voor </al><al> de pleinterrassen gelegen aan de Markt een tarief van € 29,15</al><al> per m² per jaar met een minimum van € 291,50</al><al>5.3 overige gedeelte van de binnenstad, per m² per jaar € 23,50</al><al> (het gebied gelegen tussen Wilhelminasingel, Buitenop, </al><al> Roerkade, Roersingel, Minderbroederssingel, Zwartbroekplein, </al><al> Willem II Singel en Godsweerdersingel (binnen de singelring),</al><al> met een minimum van € 235,-</al><al>5.4 op grondgebied van voormalige gemeente Swalmen, </al><al> per m² per jaar € 3,45 met een minimum van € 34,50</al><al>5.5 overige locaties, per m² per jaar € 13,85 met een minimum van </al><al>€ 138,50</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 6 Standplaatsen op openbare gemeentegrond </tussenkop><al>6.1 standplaats voor de verkoop van waren, anders dan op markten,</al><al> gedurende de aangewezen marktdagen,</al><al>- per dag per m² € 0,65</al><al>- per week per m² € 3,30</al><al>- per jaar per m² € 39,50</al><al>6.2 het innemen van een standplaats door een circusbedrijf, </al><al> het houden van een tentoonstelling e.d., per dag € 189,90</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 7 Uitstallen</tussenkop><al>uitstallen van goederen, per m² per jaar € 18,35</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 8 Benzineservice-installatie</tussenkop><tussenkop><cursief>8.1. aftappunten voor levering van benzine, olie of persgas, al
                        dan niet omgeven door een mantel, per stuk per jaar €
                    249,50</cursief></tussenkop><al>8.2 elke in een aftappunt als bedoeld in 8.1 aangebrachte extra</al><al>gelegenheid tot levering van benzine, olie of persgas, per stuk per jaar </al><al>€ 123,60</al><al>8.3 water- of luchtaftappunten, per stuk per jaar € 35,70</al><al>8.4 perrons of voetstukken, per m² per jaar € 21,35</al><al>8.5 benzine-, olie- of gastanks, per stuk per jaar € 356,65</al><al>8.6 benzine-, olie- of gasleidingen, per m¹ per jaar € 14,35</al><al>8.7 vulputten, per stuk per jaar € 49,80</al><al>8.8 lichtmasten, per stuk per jaar € 28,35</al><al>8.9 overkapping boven een benzine-, olie- of persgas-aftappunt,</al><al> per stuk per jaar € 249,50</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 9 Automaten</tussenkop><al>9.1 automatische weeg-, verkoop- of andere toestellen, over de</al><al> frontoppervlakte, per m² per jaar € 43,05</al><al>9.2 als 9.1, met een frontoppervlakte van minder dan 0,10 m²,</al><al> per stuk per jaar € 18,35</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 10 Openbare aankondigingen voor het hebben van:</tussenkop><al>10.1 een reclamebord, reclamevlag, lichtreclame, uithangbord, uithang-teken,
                    letteropschrift, letterreclame, reclamekast, reclametegel, lichtpunten met
                    reclameopschrift, uitstalkast of vitrine, bij een tot reclame dienende
                    oppervlakte per object per jaar bedraagt: </al><al>- tot en met 0,5 m² € 14,35</al><al>- van 0,5 m² tot en met 1 m² € 24,85</al><al>- voor elke m² meer dan 1 m² € 10,75</al><al>10.2 een zonnescherm, markies of luifel, indien daarop enige reclame</al><al>is aangebracht, per m¹ per jaar € 7,35</al><al>10.3 een spandoek, per doek per dag € 1,40</al><al>10.4 verlichte contourbalken, neonbuizen, lampenlijnen e.d.</al><al> aangebracht bij een reclame of andere aankondiging, </al><al> per m¹ per jaar € 4,35 met een minimum van € 21,25</al><al>10.5 een panelbord 3,50 x 2,50 m, per stuk per jaar € 115,40</al><al>10.6 een affichevak 0,85 x 1,20 m, per stuk per jaar € 19,80</al><al/><tussenkop>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november
                    2010.</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="76*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>De griffier,</al><al>J.Vervuurt</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter,</al><al>H.M.J.M. van Beers</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>