<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56897_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Organisatieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2000-11-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dorpsbode, 2007, 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Organisatieverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 103 en 159</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-10-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-11-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-07-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Organisatieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Schiermonnikoog;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op de Gemeentewet, in het bijzonder de artikelen 103 en 159;</al><al><vet>b</vet><vet> e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de volgende</al><al><vet>ORGANISATIEVERORDENING</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Afdeling: de organisatorische eenheid die is ontstaan na
                                    toewijzing van taken, als bedoeld in artikel 2;</al></li><li nr="b."><al>Afdelingshoofd: de ambtenaar, benoemd door burgemeester en
                                    wethouders, die belast is met en verantwoordelijk is gesteld
                                    voor de algemene en dagelijkse leiding van een afdeling;</al></li><li nr="c."><al>Hoofdenoverleg: het overlegorgaan bestaande uit de
                                    gemeentesecretaris en de afdelingshoofden als bedoeld in artikel
                                    12.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>De taaktoewijzing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting van de ambtelijke
                                    organisatie.</titel></kop><al>De ambtelijke organisatie van de gemeente bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de afdeling, die werkzaamheden verricht op het gebied
                                            van Algemene Zaken en Middelen</al></li><li nr="b."><al>de afdeling, die werkzaamheden verricht met betrekking
                                            tot Grondgebiedzaken.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting van afdelingen</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders regelen, op voorstel van de
                                    gemeentesecretaris, de structuur van elke afdeling;</al><al/><al>2. Het afdelingshoofd doet de gemeentesecretaris desgevraagd een
                                    voorstel, als bedoeld in het eerste lid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Taakafbakening tussen afdelingen</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders stellen op voorstel van de
                                    gemeentesecretaris, gehoord het Hoofdenoverleg, met inachtneming
                                    van artikel 2 een nadere taakafbakening tussen de afdelingen
                                    vast.</al><al/><al>2. Op voorstel van de gemeentesecretaris gehoord de betrokken
                                    afdelingshoofden kunnen burgemeester en wethouders onderdelen
                                    van het takenpakket van een afdeling bij een andere afdeling
                                    onderbrengen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verhouding tot de gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor een doelmatige
                                    ondersteuning van de raad en zijn leden.</al></li><li nr="2."><al>Hij draagt zorg voor een behoorlijke verslaglegging van de
                                    vergaderingen van de raad met inachtneming van de vastgestelde
                                    richtlijnen.</al></li><li nr="3."><al>Hij draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst van
                                    raadsvergaderingen.</al></li><li nr="4."><al>De secretaris verstrekt de leden van de raad op verzoek
                                    informatie over onder het gemeentebestuur berustende documenten,
                                    waarvan het college van burgemeester en wethouders of de
                                    burgemeester kennis heeft genomen; Artikel 10 van de Wet
                                    openbaarheid van bestuur vindt overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een bezwaar van een
                                    raadslid tegen weigering van informatie of tegen de vorm van het
                                    verschaffen ervan.</al></li><li nr="6."><al>De secretaris draagt er zorg voor dat de leden van de raad
                                    desgewenst bijstand verkrijgen bij het formuleren van moties,
                                    amendementen, voorstellen, interpellaties, het stellen van
                                    vragen en dergelijke als voorzien in het Reglement van orde op
                                    vergaderingen van de gemeenteraad.</al></li><li nr="7."><al>De secretaris staat de burgemeester bij in zijn zorg voor een
                                    goede voorbereiding en orde van de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verhouding tot burgemeester en
                                    wethouders.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris draagt met inachtneming van de richtlijnen
                                            van burgemeester en wethouders en onverminderd de
                                            verantwoordelijkheden van de burgemeester zorg voor een
                                            goede voorbereiding van de vergaderingen van het college
                                            van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Zonodig adviseert hij burgemeester en wethouders bij het
                                            nemen van besluiten.</al></li><li nr="3."><al>Hij draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst
                                            van de vergaderingen van het college van burgemeester en
                                            wethouders.</al></li><li nr="4."><al>Hij draagt zorg voor de vastlegging van besluiten van
                                            het college van burgemeester en wethouders met
                                            inachtneming van het Reglement van orde voor de
                                            vergaderingen van het college van burgemeester en
                                            wethouders en eventueel door dit college vastgestelde
                                            richtlijnen</al></li><li nr="5."><al>Hij waakt ervoor dat besluiten van burgemeester en
                                            wethouders met voldoende voortvarendheid worden
                                            uitgevoerd.</al></li><li nr="6."><al>De secretaris draagt zorg voor een doelmatige
                                            ondersteuning van de leden van het college van
                                            burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="7."><al>Hij draagt er op verzoek of uit eigen beweging zorg voor
                                            dat de leden van het college van burgemeester en
                                            wethouders over alle informatie beschikken waarover zij
                                            de beschikking moeten hebben om hun functie goed uit te
                                            kunnen oefenen. Hij neemt eventuele richtlijnen van het
                                            college in acht.</al></li><li nr="8."><al>Hij doet periodiek verslag aan het college van
                                            burgemeester en wethouders over de voortgang van de
                                            diverse aan de ambtelijke organisatie opgedragen
                                            werkzaamheden.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a</nr><titel>Verhouding tot de burgemeester</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 6 is van overeenkomstige toepassing in
                                    relatie tot de burgemeester, voor zover het betreft de op hem
                                    rustende taken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6b.</nr><titel>Verhouding tot de comnmissies</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 5 is van overeenkomstige toepassing in
                                    relatie tot door de raad, het college van burgemeester en
                                    wethouders en de burgemeester ingestelde commissies, voor zover
                                    het betreft de daaraan opgedragen taken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verhouding tot de ambtelijke
                                    organisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van burgemeester
                                            en wethouders is de gemeentesecretaris het hoofd van de
                                            ambtelijke organisatie. Zijn speciale zorg betreft de
                                            coördinatie, de beleidsplanning en het personeelsbeleid;
                                            voor de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de
                                            beleidsadvisering mag en moet hij er van uitgaan dat
                                            deze berust bij de afdelingshoofden.</al></li><li nr="2."><al>Ter bevordering van de coördinatie kan hij aanwijzingen
                                            geven.</al></li><li nr="3."><al>Hij kan aanwijzingen geven over vorm en inrichting van
                                            adviezen aan het gemeentebestuur.</al></li><li nr="4."><al>Hij draagt zorg voor een goede interne
                                            informatievoorziening; hij treft in overleg met de
                                            sectorhoofden de nodige maatregelen.</al></li><li nr="5."><al>Hij heeft het recht bij alle hoofden en medewerkers, die
                                            inlichtingen in te winnen en die aanwijzingen te geven,
                                            die naar zijn mening voor de bevordering van de
                                            coördinatie van belang zijn.</al></li><li nr="6."><al>Hij stelt in overleg met de afdelingshoofden procedures
                                            vast voor de behandeling van alle zaken die de
                                            ambtelijke organisatie ter behandeling en afdoening zijn
                                            opgedragen.</al></li><li nr="7."><al>In overleg met de afdelingshoofden legt hij het systeem
                                            van voortgangssignalering vast.</al></li><li nr="8."><al>Hij toetst of aan gemeentelijke bestuursorganen gezonden
                                            ambtelijke stukken beslissingsrijp zijn.</al></li><li nr="9."><al>Over de voortgang van de werkzaamheden voert hij
                                            periodiek overleg met de afdelingshoofden.</al></li><li nr="10."><al>Hij kan vergaderingen op de afdelingen bijwonen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verticale en horizontale coördinatie</titel></kop><al>De secretaris bevordert een goede afstemming van de te
                                    behandelen zaken tussen het college van burgemeester en
                                    wethouders en de portefeuillehouders enerzijds en de
                                    afdelingshoofden anderzijds, alsmede tussen de afdelingen
                                    onderling. Hij onderhoudt daartoe de nodige en/of wenselijke
                                    contacten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris staat de burgemeester in diens
                                            hoedanigheid van bestuurlijk coördinator terzijde bij
                                            diens zorg voor de samenhang alsmede de doelmatige
                                            samenwerking en coördinatie van de bestuursorganen en de
                                            commissies.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris bevordert dat de ambtelijke organisatie op
                                            doelmatige wijze de bestuursorganen en commissies
                                            terzijde staat.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Het afdelingshoofd</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Verhouding tot de afdeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het hoofd van de afdeling heeft de leiding over
                                                  de onder hem ressorterende afdeling.</al></li><li nr="2."><al>Het hoofd is verantwoordelijk voor een goede
                                                  coördinatie binnen de afdeling, zowel voor de
                                                  voorbereiding als voor de uitvoering, als voor de
                                                  inhoudelijke advisering via de gemeentesecretaris
                                                  aan het gemeentebestuur.</al></li><li nr="3."><al>Het hoofd heeft binnen de afdeling de zorg voor
                                                  een goede taakverdeling tussen de medewerkers.
                                                  Basis voor deze taakverdeling is de
                                                  functiebeschrijving, zoals die door burgemeester
                                                  en wethouders is vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Het afdelingshoofd draagt er zorg voor dat
                                                  specifieke taken, door het bestuur opgedragen aan
                                                  een ambtenaar van diens afdeling, naar behoren
                                                  worden en kunnen worden vervuld.</al></li><li nr="5."><al>Het afdelingshoofd heeft de zorg voor en goed
                                                  functionerend afdelingsoverleg.</al></li><li nr="6."><al>Het afdelingshoofd heeft de zorg voor het
                                                  personeel van de afdeling en is de eerst
                                                  aangewezene voor de juiste en tijdige advisering
                                                  over de personeelsbezetting, de bewaking van de
                                                  voortgang en de kwaliteit van de aangeboden
                                                  diensten. Verder is hij de eerst aangewezene om de
                                                  medewerkers te stimuleren, te instrueren en
                                                  zonodig te corrigeren alsmede om met de medewerker
                                                  van de afdeling gesprekken te voeren over
                                                  klachten, problemen, beoordelingen en andere
                                                  aangelegenheden. Hij is tevens de eerste
                                                  beoordelaar van zijn personeel. Burgemeester en
                                                  wethouders stellen nadere regels voor het houden
                                                  van personeels-beoordelingen. Tevens draagt hij
                                                  zorg voor het jaarlijks houden van
                                                  functioneringsgesprekken.</al></li><li nr="7."><al>Hij neemt deel aan alle gesprekken met
                                                  sollicitanten naar functies binnen de
                                                  afdeling.</al></li><li nr="8."><al>Het afdelingshoofd neemt als adviseur of
                                                  anderszins deel aan vergaderingen van (delen van)
                                                  de raadscommissie(s) voor het werkterrein van de
                                                  afdeling.</al></li><li nr="9."><al>Het afdelingshoofd houdt zich op de hoogte van
                                                  ontwikkelingen op het werkterrein van de afdeling
                                                  en draagt er zorg voor en ziet erop toe dat zijn
                                                  medewerkers eveneens de ontwikkelingen blijven
                                                  volgen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Inhoudelijke advisering is de taak van de
                                                  daarvoor aangestelde ambtenaar. Wanneer het
                                                  afdelingshoofd en de medewerker van mening
                                                  verschillen over een bepaalde zaak, is de visie
                                                  van het afdelingshoofd bepalend. De visie van de
                                                  medewerker komt in het advies tot uiting.</al></li><li nr="2."><al>Het afdelingshoofd draagt zorg voor een zodanige
                                                  advisering dat deskundige inbreng integraal is
                                                  verzekerd en dat elk advies (zo mogelijk met
                                                  alternatieven) volledig wordt voorgelegd aan het
                                                  gemeentebestuur.</al></li><li nr="3."><al>Indien een zaak tevens het taakgebied van één of
                                                  meer afdelingen raakt of er coördinatiebe-hoefte
                                                  of mogelijkheden bestaan, overlegt hij met die
                                                  andere afdeling. Dit overleg moet bij voorkeur
                                                  resulteren in een eensluidend advies. Zo dit
                                                  absoluut niet mogelijk is, legt het hoofd van de
                                                  primair verantwoordelijke afdeling de zaak aan de
                                                  gemeentesecretaris voor ter bespreking in het
                                                  hoofdenoverleg.</al></li><li nr="4."><al>Het afdelingshoofd beoordeelt of de door de
                                                  afdeling uitgebrachte adviezen passen in het door
                                                  het gemeentebestuur vastgelegde kader van
                                                  doelstellingen en plannen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Vervanging</titel></kop><al>Het afdelingshoofd wordt bij afwezigheid vervangen door
                                            de door burgemeester en wethouders aangewezen vervanger.
                                            Is deze vervanging niet geregeld of is ook de vervanger
                                            afwezig, dan neemt de secretaris het afdelingshoofd
                                            waar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Overlegvormen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Hoofdenoverleg</titel></kop><al>1. Ter bewaking van de eenheid in uitoefening van de aan de
                                    ambtelijke organisatie opgedragen taken voert de
                                    gemeentesecretaris regelmatig overleg met de loco-secretaris, de
                                    afdelingshoofden en de stafmedewerker financiën. Dit overleg
                                    wordt 'Hoofdenoverleg' genoemd.</al><al>2. Het hoofdenoverleg heeft tot taak:</al><lijst><li nr="-"><al>de coördinatie van en advisering over het personeels- en
                                            organisatiebeleid;</al></li><li nr="-"><al>de onderlinge afstemming van de stijlen en
                                            leidinggeven;</al></li><li nr="-"><al>de coördinatie van activiteiten tussen afdelingen
                                            onderling en in relatie tot het bestuur;</al></li><li nr="-"><al>de zorg voor planning, prioriteitenstelling en voortgang
                                            van de werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>de informatie-uitwisseling van algemene
                                            (gemeenschappelijke) zaken;</al></li><li nr="-"><al>de zorg voor de beleidsintegratie binnen de
                                            organisatie;</al></li><li nr="-"><al>de bespreking en coördinatie van vergaderingen van het
                                            gemeentebestuur;</al></li><li nr="-"><al>de totstandkoming van een taakgerichte cultuur;</al></li><li nr="-"><al>tijdig signaleren van relevante ontwikkelingen;</al></li><li nr="-"><al>overige zaken, die voor meer afdelingen van belang
                                            zijn.</al></li><li nr="3."><al>In het hoofdenoverleg hebben de gemeentesecretaris, de
                                            loco-secretaris, de afdelingshoofden en de
                                            stafmedewerker financiën zitting. De gemeentesecretaris
                                            is voorzitter. Afhankelijk van de te bespreken
                                            onderwerpen kunnen anderen op verzoek van de voorzitter
                                            aan het overleg deelnemen.</al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen van het hoofdenoverleg vindt in de
                                            regel wekelijks plaats.</al></li><li nr="5."><al>De gemeentesecretaris stelt de agenda samen. Op verzoek
                                            van de deelnemers kunnen agendapunten worden
                                            ingebracht.</al></li><li nr="6."><al>Het overleg is raadgevend en laat de
                                            verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd
                                            onverlet.</al></li><li nr="7."><al>Van de vergadering wordt een beknopt verslag gemaakt. De
                                            afdelingshoofden dragen zorg voor overdracht van het
                                            besprokene naar de afdelingen.</al></li><li nr="8."><al>De leden worden vervangen door hun vervangers of bij
                                            afwezigheid van dezen, door een door het lid in overleg
                                            met de voorzitter aan te wijzen functionaris. De
                                            vervanger van de gemeentesecretaris/voorzitter is de
                                            loco-secretaris, al dan niet tevens afdelingshoofd. Het
                                            hoofdenoverleg is voorts nog eindverantwoordelijk
                                            voor:</al></li><li nr="-"><al>het management van de ambtelijke organisatie;</al></li><li nr="-"><al>de inhoud van afdelingsoverstijgende adviezen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Afdelingsoverleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter bewaking van de eenheid in advisering door de
                                            afdeling en ter bevordering van de onderlinge
                                            coördinatie wordt afdelingsoverleg gevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het afdelingsoverleg heeft tot taak:</al><lijst><li nr="-"><al>doorkoppeling van het besprokene in het hoofdenoverleg
                                            en bespreking van de vergaderingen van het
                                            gemeentebestuur; planning en coördinatie van de
                                            werkzaamheden van de afdeling;</al></li><li nr="-"><al>het bespreking en aanpakken van nieuwe zaken;</al></li><li nr="-"><al>het bespreken van personeelsbeleid;</al></li><li nr="-"><al>overige zaken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Aan het overleg nemen alle medewerkers deel. De opbouw
                                            van de afdeling of de aard van de werkzaamheden kunnen
                                            aanleiding zijn voor het afdelingshoofd, gehoord de
                                            gemeentesecretaris, te besluiten met delen van de
                                            afdeling overleg te voeren.</al></li><li nr="4."><al>Het afdelingoverleg vindt minimaal éénmaal per twee
                                            weken plaats. De opbouw van de afdeling of de aard van
                                            de werkzaamheden kunnen aanleiding zijn voor het hoofd
                                            van de afdeling, gehoord de gemeentesecretaris, te
                                            besluiten minder frequent te overleggen.</al></li><li nr="5."><al>Het afdelinghoofd draagt zorg voor de agendering van
                                            stukken. Hij zit het overleg voor. Op verzoek kunnen
                                            medewerkers van de afdeling agendapunten inbrengen.</al></li><li nr="6."><al>Van het overleg wordt een beknopt verslag gemaakt. De
                                            medewerkers van de afdeling en de deelnemers aan het
                                            hoofdenoverleg krijgen een kopie van het verslag.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overlegafdelingshoofd met
                                        portefeuillehouder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het afdelingshoofd voert regelmatig overleg met de
                                            portefeuillehouder over:</al><lijst><li nr="-"><al>wat in het hoofdenoverleg, afdelingsoverleg en in het
                                            bestuur besproken of besloten is;</al></li><li nr="-"><al>het voorbereidingen van zaken die op korte termijn voor
                                            een besluit in aanmerking komen;</al></li><li nr="-"><al>de voortgang en planning van diverse zaken van de
                                            afdeling/portefeuille;</al></li><li nr="-"><al>bespreking van zaken die in het kader van mandatering
                                            problemen geven;</al></li><li nr="-"><al>het bespreken van nieuwe zaken voor de
                                            afdeling/portefeuille.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het overleg vindt minstens éénmaal per twee weken
                                            plaats.</al></li><li nr="3."><al>Van het overleg maakt het afdelingshoofd een kort
                                            verslag. Een kopie van het verslag wordt ter hand
                                            gesteld aan de deelnemers van het hoofdenoverleg- en
                                            afdelingsoverleg en aan burgemeester en wethouders, met
                                            vermelding van de punten die naar het oordeel van de
                                            portefeuillehouder en het afdelingshoofd in het
                                            hoofdenoverleg aan de orde moeten worden gesteld.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overleg burgemeester en wethouders -
                                        hoofdenoverleg</titel></kop><al>Ten minste één maal per jaar vindt er overleg plaats tussen
                                    burgemeester en wethouders en het hoofdenoverleg over met name
                                    beleidsontwikkelingen en het in gang zetten van nieuw
                                    beleid.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Bestuursopdrachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel/></kop><al>Voor aangelegenheden waarvoor burgemeester en wethouders een
                                    kader wenselijk achten voor de inbreng van de ambtelijke
                                    organisatie bij het ontwikkelen van beleid geven zij een
                                    zogenoemde "bestuursopdracht". </al><al>In een bestuursopdracht geven burgemeester en wethouders in
                                    ieder geval een aanduiding van de probleemstelling en het
                                    beoogde resultaat van de opdracht. Hierbij wordt afhankelijk van
                                    de aard van de bestuursopdracht ingegaan op;</al><lijst><li nr="a."><al>de verhouding tot eventuele bestuurlijke
                                            uitgangspunten;</al></li><li nr="b."><al>de procesverantwoordelijkheid;</al></li><li nr="c."><al>de inschakeling van andere gemeentelijke
                                            organisatieonderdelen;</al></li><li nr="d."><al>de inschakeling van externe instanties;</al></li><li nr="e."><al>een raming van de beschikbaar te stellen middelen;</al></li><li nr="f."><al>de procedure van besluitvorming;</al></li><li nr="g."><al>termijnen;</al></li><li nr="h."><al>bevoegdheden;</al></li><li nr="i."><al>bij de uitwerking te betrekken materiaal.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Mandatering en delegatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders, alsmede de burgemeester
                                            kunnen voor bepaalde categorieën zaken de
                                            gemeentesecretaris, een afdelingshoofd of een andere
                                            door hem aan te wijzen ambtenaar de bevoegdheid geven
                                            namens hem of in hun plaats beslissingen te nemen of
                                            stukken te ondertekenen.</al></li><li nr="2."><al>Het afdelingshoofd adviseert over het actueel houden van
                                            mandaterings- en delegatiebesluiten.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Citeerwijze</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de
                                    'Organisatieverordening gemeente Schiermonnikoog'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel/></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet wordt
                                    voorzien door burgemeester en wethouders.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste van de maand
                                    volgende waarop deze is vastgesteld.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Schiermonnikoog op 24
                        oktober 2000.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>