<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR5683_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorziening gehandicapten gemeente Zaanstad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad 2001 nr 1 dd. 15-01-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorziening gehandicapten gemeente Zaanstad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet voorzieningen gehandicapten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2005-04-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2000 nr. 22</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen gehandicapten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>gehandicapte:</al><al>een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare
                                        belemmeringen ondervindt op het gebied van het wonen of van
                                        het zich binnen of buiten de woning verplaatsen;</al></li><li nr="2."><al>voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of
                                        een rolstoel.</al><lijst><li nr="a."><al>Woonvoorziening: een voorziening die verband houdt
                                                met een maatregel die gericht is op het opheffen of
                                                verminderen van ergonomische belemmeringen die een
                                                gehandicapte bij het normale gebruik van zijn
                                                woonruimte ondervindt en waarvan de kosten niet meer
                                                bedragen dan f 100.000,-/€ 45.378,02.</al></li><li nr="b."><al>Vervoersvoorziening: een voorziening die is gericht
                                                op het opheffen of verminderen van belemmeringen die
                                                een gehandicapte ondervindt bij het normaal gebruik
                                                van vervoer in de directe woonomgeving;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>inkomen:</al><lijst><li nr="a."><al>het bruto-inkomen, inclusief de
                                                overhevelingstoeslag, van de gehandicapte, indien de
                                                gehandicapten 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot
                                                heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 6 Wvg;</al></li><li nr="b."><al>het gezamenlijk bruto-inkomen, inclusief de
                                                overhevelingstoeslag, van de ouders of pleegouders
                                                van de gehandicapte, indien de gehandicapte jonger
                                                is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin
                                                van artikel 1 lid 2 t/m 6 Wvg;</al></li><li nr="c."><al>het gezamenlijk bruto-inkomen, inclusief de
                                                overhevelingstoeslag, van de gehandicapte en zijn
                                                echtgenoot, indien de gehandicapte een echtgenoot
                                                heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 6 Wvg,
                                                verminderd met de over het bruto-inkomen
                                                verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies
                                                en pensioenpremies, met uitzondering van de
                                                procentuele premie voor de verplichte
                                                ziekenfondsverzekering;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>norminkomen:</al><al>het netto-inkomen op het voor de gehandicapte relevante
                                        bijstandsniveau;</al></li><li nr="5."><al>hoofdverblijf:</al><al>de woonruimte waar de gehandicapte zijn vaste woon- en
                                        verblijfplaats heeft en welke bestemd en geschikt is voor
                                        permanente bewoning en op welk adres de gehandicapte in de
                                        gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat
                                        ingeschreven, dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het
                                        feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een postadres
                                        is, dan wel zal staan ingeschreven in de gemeentelijke
                                        basisadministratie;</al></li><li nr="6."><al>gemeenschappelijke ruimte:</al><al>gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de
                                        onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning
                                        van de gehandicapte vanaf de toegang van het woongebouw te
                                        bereiken;</al></li><li nr="7."><al>woningaanpassing:</al><al>ingreep van bouw- of woontechnische aard die gericht is op
                                        het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die
                                        een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van zijn
                                        woonruimte;</al></li><li nr="8."><al>wet:</al><al>de Wet voorzieningen gehandicapten;</al></li><li nr="9."><al>forfaitaire vergoeding:</al><al>een bijdrage ineens die los van het inkomen en los van de
                                        werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al
                                        dan niet met inachtneming van de inkomensgrens;</al></li><li nr="10."><al>gemaximeerde vergoeding:</al><al>een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een
                                        vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met
                                        inachtneming van de inkomensgrens;</al></li><li nr="11."><al>financiële tegemoetkoming:</al><al>een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening. De
                                        tegemoetkoming kan bestaan uit een forfaitaire of een
                                        gemaximeerde vergoeding of uit een vergoeding van de
                                        subsidiabele kosten van een voorziening, al dan niet met
                                        inachtneming van de inkomensgrens;</al></li><li nr="12."><al>voorzieningen in natura:</al><al>een voorziening die in eigendom of in bruikleen wordt
                                        verstrekt;</al></li><li nr="13."><al>normbedrag:</al><al>een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding;</al></li><li nr="14."><al>burgemeester en wethouders:</al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                        Zaanstad;</al></li><li nr="15."><al>financieel besluit:</al><al>Het besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen
                                        gehandicapten maakt onderdeel uit van deze verordening. Het
                                        besluit bevat tevens het kernassortiment Wvg
                                        Zaanstreek/Waterland. De bedragen en het kernassortiment
                                        worden jaarlijks geactualiseerd;</al></li><li nr="16."><al>verstrekkingenboek:</al><al>Het verstrekkingenboek/de beleidsnotitie behorende bij deze
                                        verordening. Hierin heeft de gemeente haar beleid ter
                                        uitvoering van de verordening toegelicht en uitgewerkt;</al></li><li nr="17."><al>RIO Zaanstreek:</al><al>Het Regionaal Indicatieorgaan Zaanstreek. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beperkingen en belemmeringen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze in overwegende mate op het individu is
                                            gericht;</al></li><li nr="b."><al>deze langdurig noodzakelijk is om diens belemmeringen op
                                            het gebied van het wonen of het zich binnen of buiten de
                                            woning verplaatsen op te heffen of te verminderen;</al></li><li nr="c."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de
                                            goedkoopste adequate voorziening kan worden
                                            aangemerkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking op hetgeen in het eerste lid onder sub a is
                                    gesteld, kan een voorziening worden verstrekt in de vorm van het
                                    gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel
                                    3.1.1 a en b.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                            algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>voorzover op grond van enige andere wettelijke regeling
                                            aanspraak gemaakt kan worden op de voorziening.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene omschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Type woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr/><al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                        woonvoorziening kan bestaan uit een financiële
                                        tegemoetkoming in de kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>verhuizing en inrichting;</al></li><li nr="b."><al>woningaanpassing, voorzover dit de volgende kosten
                                                betreft:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en
                                                  materiaalkosten) voor het treffen van de
                                                  voorziening.</al></li><li nr="2."><al>de risicoverrekening van loon- en
                                                  materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde
                                                  in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw
                                                  1991.</al></li><li nr="3."><al>het werkelijk overeengekomen en betaalde
                                                  architectenhonorarium.</al></li><li nr="4."><al>het toezicht op de uitvoering, indien dit
                                                  noodzakelijk is: een bedrag van f 500,-/€ 226,89
                                                  vermeerderd met 1 % van de aanneemsom.</al></li><li nr="5."><al>de leges voorzover deze betrekking hebben op
                                                  het treffen van de voorziening.</al></li><li nr="6."><al>de verschuldigde en niet-verrekenbare of
                                                  terugvorderbare omzetbelasting.</al></li><li nr="7."><al>renteverlies, in verband met het verrichten
                                                  van noodzakelijke betaling aan derden voordat de
                                                  bijdrage is uitbetaald, voorzover deze verband
                                                  houdt met de bouw dan wel het treffen van
                                                  voorzieningen.</al></li><li nr="8."><al>de prijs van bouwrijpe grond indien
                                                  noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke
                                                  kavel gebouwd kan worden, gemaximeerd aan hetgeen
                                                  gesteld is in artikel 2.12.</al></li><li nr="9."><al>de meerkosten, die ten tijde van de raming van
                                                  de kosten redelijkerwijs niet waren te voorzien,
                                                  tot een maximum van 2 % van de aanneemsom.</al></li><li nr="10."><al>de kosten in verband met noodzakelijk
                                                  technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot
                                                  het verrichten van de aanpassing.</al></li><li nr="11."><al>de kosten van de heraansluiting op de openbare
                                                  nutsvoorziening.</al></li><li nr="12."><al>de kosten die de verhuurder in de rol van
                                                  opdrachtgever maakt ten behoeve van het treffen
                                                  van een voorziening voor de gehandicapte;
                                                  voorzover de kosten onder 1 tot en met 11 meer dan
                                                  f 2.000,-/€ 907,56 bedragen, 10 % van die kosten,
                                                  met een maximum van f 750,-/€ 340,34.</al></li><li nr="13."><al>de kosten van een onderzoek naar de
                                                  bodemgesteldheid, indien dit onderzoek
                                                  noodzakelijk is;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of
                                                woontechnische aard;</al></li><li nr="d."><al>onderhoud, keuring en reparatie;</al></li><li nr="e."><al>tijdelijke dubbele woonlasten;</al></li><li nr="f."><al>huurderving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid onder
                                        c genoemde voorziening ook als voorziening in natura
                                        verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Uitbetaling financiële tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten genoemd in artikel 2.1 lid 1
                                        onder b, d en f, wordt uitbetaald aan de eigenaar van de
                                        woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten genoemd in artikel 2.1 lid 1
                                        onder a, c en e, worden uitbetaald aan de leverancier of aan
                                        de hoofdbewoner van de woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Woon- en verblijfsruimte waarvoor geen woonvoorziening
                                        wordt verstrekt</titel></kop><al>De bepalingen van hoofdstuk 2 zijn niet van toepassing op het
                                    treffen van voorzieningen aan hotels/pensions,
                                    trekkerswoonwagens, verzorgingshuizen, vakantiewoningen, tweede
                                    woningen en kamerverhuur.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Het recht op een woonvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Het primaat van de verhuizing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een voorziening als bij artikel
                                        2.1 lid 1 onder a genoemd in aanmerking worden gebracht,
                                        wanneer aantoonbare beperkingen van ergonomische aard het
                                        normale gebruik van de woning belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij
                                        artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder b en c genoemd in
                                        aanmerking worden gebracht indien de in het eerste lid
                                        genoemde voorziening niet te realiseren is of niet de
                                        goedkoopste adequate oplossing is.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden bij verlening van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Aard van de materialen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming ten behoeve van ingrepen van bouwkundige of
                                    woontechnische aard voorzover de ondervonden ergonomische
                                    beperkingen niet voortvloeien uit de aard van de in de woning
                                    gebruikte materialen of uit de bouwkundige staat van de
                                    woning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Verzekering van de voorzieningen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming, indien de getroffen voorzieningen toereikend
                                    zijn verzekerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de gemaakte kosten, indien de gehandicapte
                                        zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte
                                        waaraan de voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                        financiële tegemoetkoming worden verleend in de kosten van
                                        het aanpassen van één woonruimte indien de gehandicapte zijn
                                        hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag wordt ingediend in de gemeente waar de aan te
                                        passen woning staat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming bedoeld in het tweede lid wordt
                                        verleend onder de voorwaarde, dat de gemeente waar de
                                        gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft, verklaart dat haar
                                        niet bekend is dat ten behoeve van de gehandicapte reeds
                                        eerder een woning bezoekbaar is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming betreft slechts een
                                        tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar maken van de
                                        in het tweede lid bedoelde woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder het in het vijfde lid genoemde bezoekbaar maken van de
                                        woonruimte wordt verstaan, dat de gehandicapte in ieder
                                        geval de woonruimte, de woonkamer en één toilet kan
                                        bereiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Aanvang werkzaamheden en inzicht in de woning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming, indien:</al><lijst><li nr="1."><al>niet reeds een begin met de werkzaamheden waarop de
                                            financiële tegemoetkoming betrekking heeft is gemaakt
                                            zonder hun toestemming;</al></li><li nr="2."><al>de door hen aangewezen personen toegang is verstrekt tot
                                            de woonruimte waar de woningaanpassing wordt
                                            verricht;</al></li><li nr="3."><al>aan de onder 2 genoemde personen inzicht wordt geboden
                                            in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op
                                            de woningaanpassing;</al></li><li nr="4."><al>de onder 2 genoemde personen de gelegenheid wordt
                                            geboden tot het controleren van de
                                            woningaanpassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Gereedmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden, doch
                                        uiterlijk binnen 15 maanden na het verlenen van de
                                        financiële tegemoetkoming, verklaart diegene aan wie de
                                        financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald aan burgemeester
                                        en wethouders dat de bedoelde werkzaamheden zijn
                                        voltooid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en
                                        uitbetaling van de financiële tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gereedmelding bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld
                                        van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen
                                        is voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële
                                        tegemoetkoming is verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Diegene aan wie de financiële tegemoetkoming wordt
                                        uitbetaald, dient gedurende een periode van 5 jaar alle
                                        rekeningen en betalingswijzen met betrekking tot de
                                        werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Vaststellen van de financiële tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders instemmen met het verzoek
                                        tot vaststelling en uitbetaling van de financiële
                                        tegemoetkoming, stellen zij de financiële tegemoetkoming
                                        vast. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gelijk
                                        aan de subsidiabele kosten van de voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen degene aan wie de financiële
                                        tegemoetkoming wordt uitbetaald hiervan mededeling onder
                                        vermelding van de wijze van uitbetaling van de financiële
                                        tegemoetkoming.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Duidelijkheid over financiering van het
                                        niet-gesubsidieerde deel van de kosten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1 lid 1
                                    onder b en c, indien in de financiering van het niet door
                                    subsidie gedekte deel van de voorziening is voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11.a</nr><titel>Frequentie van de woningaanpassing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel
                                        2.1. wordt geweigerd, indien: de noodzaak tot het treffen
                                        van deze woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing
                                        waartoe op grond van ergonomische beperkingen geen
                                        aanleiding bestond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorafgaande is niet van toepassing, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een gehandicapte langer dan 7 jaar woont in een
                                                woning die bij of krachtens de Wvg of RGSHG is
                                                aangepast;</al></li><li nr="b."><al>de verhuizing plaatsvindt als gevolg van het
                                                aanvaarden van een werkkring in een andere
                                                gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de verhuizing plaatsvindt als gevolg van
                                                zwaarwegende familieomstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>het een verhuizing naar een aanleunwoning of
                                                ADL-woning betreft.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Beperking in de verlening van woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Het verwerven van grond</titel></kop><al>Voorzover het treffen van voorzieningen, als bedoeld in artikel
                                    2.1 lid 1 onder b, betreft het uitbreiden van bestaande woningen
                                    dan wel het groter bouwen van een nieuw te bouwen woning dan
                                    zonder de voorzieningen nodig zou zijn, kunnen burgemeester en
                                    wethouders een bijdrage verlenen voor de extra te verwerven
                                    grond die ten hoogste overeenkomt met de bijdrage voor het
                                    aantal vierkante meters per vertrek en een gedeelte van de
                                    buitenruimte bij de woning, zoals toegelicht in het
                                    verstrekkingenboek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Woningaanpassingen van gemeenschappelijke ruimten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële tegemoetkoming
                                    verlenen voor het treffen van de volgende voorzieningen aan een
                                    gemeenschappelijke ruimte, indien zonder deze woningaanpassing
                                    de woonruimte voor de gehandicapte ontoegankelijk blijft:</al><lijst><li nr="1."><al>het verbreden van toegangsdeuren;</al></li><li nr="2."><al>het aanbrengen van elektrische deuropeners;</al></li><li nr="3."><al>aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de
                                            toegang van het gebouw (mits de woningen in het
                                            woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel);</al></li><li nr="4."><al>drempelhulpen of vlonders;</al></li><li nr="5."><al>het aanbrengen van een extra trapleuning bij een
                                            portiekwoning;</al></li><li nr="6."><al>een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur
                                            van het woongebouw.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Verhuis- en (her)inrichtingskosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Verhuis- en (her)inrichtingskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële
                                        tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als
                                        bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a verstrekken aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de gehandicapte;</al></li><li nr="b."><al>een persoon die op verzoek van de gemeente ten
                                                behoeve van een gehandicapte de woonruimte heeft
                                                ontruimd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid onder a,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat
                                                burgemeester en wethouders op de aanvraag hebben
                                                beschikt, tenzij zij daar schriftelijk toestemming
                                                voor hebben verleend;</al></li><li nr="b."><al>de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig gaat
                                                wonen;</al></li><li nr="c."><al>de gehandicapte verhuist vanuit en naar een
                                                woonruimte die geschikt is om het hele jaar door
                                                bewoond te worden;</al></li><li nr="d."><al>de gehandicapte niet verhuist naar een
                                                AWBZ-instelling of een verzorgingshuis;</al></li><li nr="e."><al>in de te verlaten woning ergonomische belemmeringen
                                                zijn ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een
                                                ADL-woning betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid onder b, indien
                                        het een woonruimte betreft, waaraan met toepassing van deze
                                        verordening, dan wel de Beschikking geldelijke steun
                                        gehandicapten of de Regeling geldelijke steun huisvesting
                                        gehandicapten een aanpassing is verricht waarvan de
                                        aanvaarde kosten ten minste f 15.000,-/€ 6.806,70 hebben
                                        bedragen.</al><lijst><li nr="a."><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedoeld
                                                in lid 1 sub a bedraagt f 5.000,-/€ 2.268,90.</al></li><li nr="b."><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedoeld
                                                in lid 1 sub a bedraagt f 7.500,-/€ 3.403,35 indien
                                                met de gehandicapte een kind of kinderen onder de 18
                                                jaar gedwongen is/zijn om mee te verhuizen.</al></li><li nr="c."><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedoeld
                                                in lid 1 sub b bedraagt f 7.500,-/€ 3.403,35.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Facultatieve woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Kosten in verband met onderhoud, keuring en
                                        reparatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en
                                        reparatie als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder d,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonvoorziening in het kader van deze verordening
                                                dan wel de Beschikking geldelijke steun huisvesting
                                                gehandicapten of de Regeling geldelijke steun
                                                huisvesting gehandicapten is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de woonvoorziening voorkomt in hoofdstuk 2 van het
                                                Besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen
                                                gehandicapten;</al></li><li nr="c."><al>de gehandicapte ten tijde van het onderhoud, de
                                                keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf
                                                bewoont.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van
                                        onderhoud en keuring zal het bedrag zoals genoemd in
                                        hoofdstuk 2 van het Besluit financiële tegemoetkoming
                                        voorzieningen gehandicapten niet te boven gaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Kosten in verband met tijdelijke dubbele
                                        woonlasten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële
                                        tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke dubbele
                                        woonlasten verlenen die door de gehandicapte moeten worden
                                        gemaakt in verband met het aanpassen van:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn huidige woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de door de gehandicapte nog te betrekken
                                                woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>de financiële tegemoetkoming als bedoeld onder a en
                                                b wordt verleend uitsluitend voor de periode, dat de
                                                aan te passen woonruimte ten gevolge van het
                                                realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan
                                                worden en de gehandicapte als gevolg daarvan voor
                                                dubbele woonlasten komt te staan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke dubbele
                                        woonlasten als de gehandicapte redelijkerwijs niet kan
                                        voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen maximaal zes maanden een
                                        financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke
                                        huisvesting als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen uitsluitend een
                                        financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke
                                        dubbele woonlasten als bedoeld in het eerste lid, indien
                                        deze kosten gemaakt worden in verband met het:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk betrekken van een zelfstandige
                                                woonruimte,</al></li><li nr="b."><al>tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige
                                                woonruimte of</al></li><li nr="c."><al>langer moeten aanhouden van de te verlaten
                                                woonruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gebaseerd op
                                        de kale huur en servicekosten, doch zal niet meer bedragen
                                        dan de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van een
                                        bedrag gelijk aan de huurprijsgrens of het normbedrag dat
                                        geldt bij flankerend beleidopname, ter tegemoetkoming in de
                                        kosten als bedoeld in het vierde lid onder b.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Kosten in verband met huurderving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte,
                                        die voor meer dan f 15.000,-/€ 6.806,70 is aangepast, kunnen
                                        burgemeester en wethouders een financiële tegemoetkoming
                                        verlenen aan de eigenaar van woning in verband met derving
                                        van huurinkomsten van maximaal 6 maanden, waarbij de eerste
                                        maand huurderving niet voor een financiële tegemoetkoming in
                                        aanmerking komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in
                                        het eerste lid is de kale huur van de woonruimte met een
                                        maximum van een bedrag gelijk aan de huurprijsgrens van de
                                        sociale sector.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Meerwaarde woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Restitutie meerwaarde bij verkoop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een
                                        financiële tegemoetkoming in de kosten voor het treffen van
                                        een woonvoorziening heeft ontvangen en die binnen een
                                        periode van vijf jaar na de datum van gereedmelding van de
                                        werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een
                                        week na het passeren van de akte burgemeester en wethouders
                                        hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde
                                        die door het treffen van de voorziening is ontstaan, dient
                                        gedeeltelijk aan de gemeente te worden teruggestort. Voor de
                                        toepassing van deze verordening staat de meerwaarde gelijk
                                        aan 80 % van de verleende subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in lid 1 gestelde, behoeft de
                                        meerwaarde niet te worden teruggestort indien de verleende
                                        subsidie niet meer dan f 15.000,-/€ 6.806,70 heeft
                                        bedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al> voor het eerste jaar 100 % van de meerwaarde,</al></li><li nr="-"><al>voor het tweede jaar 80 % van de meerwaarde,</al></li><li nr="-"><al>voor het derde jaar 60 % van de meerwaarde,</al></li><li nr="-"><al>voor het vierde jaar 40 % van de meerwaarde en</al></li><li nr="-"><al>voor het vijfde jaar 20 % van de meerwaarde,</al></li><li nr="-"><al>in alle gevallen minus het percentage dat voor
                                                rekening van de eigenaar van de woonruimte is
                                                gekomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het in lid 3
                                        gestelde, indien de eigenaar-bewoner aantoont dat de
                                        meerwaarde niet kon worden gehaald bij de verkoop van de
                                        woning.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Algemene omschrijving</titel></kop><lid><lidnr/><al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                    vervoersvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een collectief systeem van aanvullend openbaar
                                            vervoer;</al></li><li nr="b."><al>een collectief systeem van aanvullend persoonlijk
                                            vervoer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>een voorziening in natura in de vorm van:</al><lijst><li nr="a."><al>een al dan niet aangepaste bruikleenauto;</al></li><li nr="b."><al>een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;</al></li><li nr="c."><al>een open elektrische buitenwagen;</al></li><li nr="d."><al>een ander verplaatsingsmiddel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>een tegemoetkoming of vergoeding in de kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>aanpassing van een eigen auto;</al></li><li nr="b."><al>gebruik van een bruikleenauto;</al></li><li nr="c."><al>gebruik van een taxi of een eigen auto;</al></li><li nr="d."><al>gebruik van een rolstoeltaxi;</al></li><li nr="e."><al>aanschaf of gebruik van een ander
                                            verplaatsingsmiddel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Het recht op een vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel
                                    3.1.1 vermeld in aanmerking worden gebracht, wanneer aantoonbare
                                    beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk
                                            maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel
                                    3.1.2 en 3.1.3 vermeld in aanmerking worden gebracht wanneer
                                    aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het
                                    gebruik van een collectief systeem, als bedoeld in artikel
                                    3.1.1.a onmogelijk maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bij artikel 3.1.1.b, artikel 3.1.2 sub b, c en d en
                                    artikel 3.1.3 sub a tot en met e genoemde voorzieningen geldt,
                                    in uitzondering op het gestelde in het vorige lid onder b, dat
                                    zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief
                                    vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1.1.a verstrekt kunnen
                                    worden, indien er door toekenning een substantiële
                                    vervoersbehoefte mee gedekt wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de hoogte van de
                                    vervoerskostenvergoeding, als bedoeld in artikel 3.1.3 sub b, c
                                    en d kan rekening worden gehouden met de individuele
                                    vervoersbehoefte van de gehandicapte en de mate waarin een
                                    collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1.1 in die
                                    vervoersbehoefte kan voorzien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voorzover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt
                                    niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend
                                    indien deze voorziening verstrekt wordt middels een financiële
                                    tegemoetkoming.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rolstoelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Algemene omschrijving</titel></kop><al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                rolstoelvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>een rolstoel voor verplaatsing binnen, dan wel voor
                                        verplaatsing binnen en buiten de woonruimte, dan wel een
                                        aanpassing daaraan;</al></li><li nr="2."><al>een sportrolstoel;</al></li><li nr="3."><al>onderhoud, gebruik en reparatie;</al></li><li nr="4."><al>accessoires.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Het recht op een rolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gehandicapte kan voor een rolstoel in aanmerking worden
                                    gebracht wanneer de aantoonbare beperkingen op grond van ziekte
                                    of gebrek in belangrijke mate zittend verplaatsen in en om de
                                    woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden
                                    op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten een
                                    onvoldoende oplossing bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverkort het gestelde in het eerste lid kan een gehandicapte in
                                    aanmerking voor een sportrolstoel worden gebracht, indien hij
                                    zonder sportrolstoel niet in staat is tot sportbeoefening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Bruikleen of eigendom</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een rolstoel wordt in bruikleen verstrekt en kan na afloop van
                                    de bruikleenperiode op basis van een afgesloten
                                    bruikleenovereenkomst in eigendom worden overgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>in tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid wordt een
                                    sportrolstoel verstrekt in de vorm van een forfaitaire
                                    vergoeding waarmee voor een periode van drie jaar een rolstoel
                                    aangeschaft en onderhouden kan worden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Gemaximeerde en forfaitaire vergoedingen, collectief systeem van
                                aanvullend openbaar vervoer en inkomensgrenzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Gemaximeerde vervoerskostenvergoedingen</titel></kop><al>Met inachtneming van hetgeen hiertoe in artikel 3.2 lid 4 is
                                bepaald, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de
                                vervoerskostenvergoeding voor auto- en taxikosten als bedoeld in
                                artikel 3.1.3 sub b t/m d uitgegaan van de normbedragen zoals
                                vermeld in het Besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen
                                gehandicapten, waarbij:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een
                                        eigen auto geldt een normbedrag gebaseerd op 3000 km per
                                        jaar;</al></li><li nr="2."><al>Voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een
                                        bruikleenauto geldt een normbedrag van 3.000 maal
                                        y-gulden/euro, waarbij y staat voor het
                                        kilometerbedrag;</al></li><li nr="3."><al>Voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een
                                        (rolstoel)taxi geldt een normbedrag;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Collectief systeem van aanvullend openbaar vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 3.1.1.a bestaat
                                    uit het recht om tegen betaling van verminderd tarief gebruik te
                                    maken van deze voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de in het eerste lid bedoelde bedragen is bepaald
                                    in het Besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen
                                    gehandicapten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Inkomensgrens vervoerskostenvergoedingen en het verstrekken
                                    van een bruikleenauto</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het inkomen zoals bedoeld onder artikel 1.1.3 hoger is
                                    dan 1,5 x het norminkomen voor een echtpaar, wordt geen
                                    financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen
                                    als bedoeld in artikel 3.1.3 sub b t/m d verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het inkomen zoals bedoeld in artikel 1.1.3 hoger is dan
                                    1,5 x norminkomen, wordt geen vervoersvoorziening in natura als
                                    bedoeld in artikel 3.1.3 sub a en b verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Forfaitaire vergoeding voor de sportrolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de forfaitaire vergoeding voor de aanschaf en het
                                    onderhoud van een sportrolstoel zoals bedoeld in artikel 4.3 lid
                                    2 is vermeld in het Besluit financiële tegemoetkoming
                                    voorzieningen gehandicapten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze vergoeding wordt niet vaker dan eens in de drie jaar
                                    verstrekt.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Procedures</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Het verkrijgen van een voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitvoering van de verordening is door de gemeente Zaanstad
                                    opgedragen aan het RIO Zaanstreek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor een voorziening dient schriftelijk te worden
                                    gedaan op een door het RIO Zaanstreek beschikbaar gesteld
                                    formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Gronden voor weigering</titel></kop><al> Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde voorzieningen in
                                ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="1."><al>voorzover de aanvraag een financiële tegemoetkoming betreft
                                        in kosten die de aanvrager voor de aanvraagdatum heeft
                                        gemaakt;</al></li><li nr="2."><al>indien reeds een begin is gemaakt met de werkzaamheden
                                        waarop de financiële tegemoetkoming betrekking heeft zonder
                                        hun toestemming;</al></li><li nr="3."><al>indien een middel als waarop de aanvraag betrekking heeft
                                        reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed of
                                        verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor dat middel
                                        nog niet is verstreken, tenzij het eerder vergoede of
                                        verstrekte middel geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan
                                        als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn
                                        toe te rekenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Bijzondere bepalingen betreffende financiële
                                    tegemoetkomingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een financiële tegemoetkoming wordt verleend, wordt in de
                                    beschikking vermeld op welke kosten de tegemoetkoming betrekking
                                    heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een periodieke tegemoetkoming wordt verleend, wordt in de
                                    beschikkingen tevens vermeld: de geldingsduur, de
                                    uitkeringsmaatstaf, alsmede de voorschriften waaraan de
                                    rechthebbende dient te voldoen alvorens tot uitbetaling van de
                                    tegemoetkoming kan worden overgegaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen en bevoegdheden van rechthebbende en het college
                                van burgemeester en wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, voorzover dit van
                                    belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op een
                                    voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend op te
                                    roepen in persoon te verschijnen op een nader te bepalen plaats
                                    en tijdstip en deze persoon te laten ondervragen of
                                    onderzoeken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders hebben de uitvoering hiervan
                                    opgedragen aan het RIO Zaanstreek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De indicatieadviseur van het RIO Zaanstreek dient te beschikken
                                    over kennis op de volgende gebieden:</al><lijst><li nr="a."><al>medische kennis</al></li><li nr="b."><al>sociale kennis</al></li><li nr="c."><al>ergonomische kennis</al></li><li nr="d."><al>technische kennis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De medische rapportages worden opgesteld door een arts.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gehandicapte is verplicht aan het RIO Zaanstreek die gegevens
                                    te (doen) verschaffen:</al><lijst><li nr="a."><al>die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de
                                            aanvraag</al></li><li nr="b."><al>die noodzakelijk zijn bij de financiële afwikkeling van
                                            een voorziening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is
                                verstrekt, is verplicht aan het RIO Zaanstreek mededeling te doen
                                van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet
                                zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een
                                voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Intrekking van een besluit tot verlening van een
                                    voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking, genomen op
                                    grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                            krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                            gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                            gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                            genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming, dan
                                    wel een gemaximeerde vergoeding, kan worden ingetrokken, indien
                                    blijkt dat de tegemoetkoming of vergoeding binnen zes maanden na
                                    de uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het
                                    middel waarvoor deze was verleend.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Slot</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Afwijken van bepalingen, hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste
                                van de gehandicapte of de woningeigenaar afwijken van de bepalingen
                                in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot
                                onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                    verordening niet voorziet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen
                                    gehandicapten en het verstrekkingenboek/de beleidsnotitie maken
                                    onderdeel uit van deze verordening en zijn op dezelfde wijze
                                    vastgesteld en gepubliceerd en hebben dezelfde
                                    rechtskracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende,
                                    waarin deze verordening, het Besluit financiële tegemoetkoming
                                    voorzieningen gehandicapten en het verstrekkingenboek/de
                                    beleidsnotitie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks per 1 januari de in het
                                kader van deze verordening geldende bedragen en de bedragen vermeld
                                in het Besluit financiële tegemoetkoming voorzieningen gehandicapten
                                verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex
                                volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en de landelijke
                                Wvg-normen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4</nr><titel>Periodieke evaluatie gemeentelijk beleid en bijstelling
                                    verordening</titel></kop><al>Het door de gemeente gevoerde beleid wordt eenmaal per jaar
                                geëvalueerd. Indien deze evaluatie daar aanleiding toe geeft, wordt
                                de verordening aangepast.</al><al>Burgemeester en wethouders zenden hiertoe binnen een jaar en
                                vervolgens telkens na 6 maanden na de inwerkingtreding van de
                                verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid
                                en de effecten van de verordening in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                                gehandicapten gemeente Zaanstad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 februari
                                2001.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.7</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><al>Deze verordening zal worden bekend gemaakt in januari 2001 door het
                                plaatsen van de verordening in het Gemeenteblad 2001 nummer 1.
                                Tevens zal deze verordening dan worden opgenomen in de algemeen
                                verkrijgbare uitgave die is getiteld ‘Verzameling gemeentelijke
                                verordeningen, besluiten en beleidsregels Zaanstad’.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 december 2000,</al></slotformulering><ondertekening><functie>voorzitter</functie><naam><voornaam>dr. R.L.</voornaam><achternaam>Vreeman</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>secretaris</functie><naam><voornaam>drs. W.</voornaam><achternaam>van der Molen</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>