<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Woonschepenverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommelander Courant, 12-07-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Woonschepenverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Scheepvaartverkeerswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Binnenvaart Politie Reglement</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, art. 7 en art. 88</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-08-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Woonschepenverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WINSUM; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; </al><al>gelet op artikel 149 en artikel 156, 3e lid van de Gemeentewet, en artikel
                        88 van de Huisvestingswet; </al><al>overwegende dat het wenselijk is om voor het gebruik van het openbaar
                        vaarwater in de gemeente Winsum regels te stellen: </al><al>1. Aan de ligplaats voor woonschepen uit oogpunt van ordelijk gebruik van de
                        ligplaatsen (gezondheids-, veiligheids- en milieu-aspecten en aanzien van de
                        gemeente); </al><al>2. Ter bevordering van de rechtszekerheid van eigenaren, bewoners en
                        gebruikers van woonschepen; </al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>‘Woonschepenverordening’</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Woonschip: een schip of drijvende inrichting dat/die uitsluitend of
                                in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al> Ligplaats: plaats in het openbaar vaarwater, welke door een schip
                                wordt ingenomen; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Aangewezen ligplaats: het gedeelte van het openbaar vaarwater, dat
                                conform de ligplaatsenkaart door een woonschip met bijbehorende
                                voorzieningen mag worden ingenomen; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het
                                woonschip als woning niet goed mogelijk is, zoals o.a. een bijboot,
                                steiger en een loopplank; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Openbaar vaarwater: alle wateren die, al dan niet met enige
                                beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk
                                zijn; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Bijboot: een kleiner vaartuig dan het woonschip, niet langer dan 10
                                meter en breder dan 4 meter, dat behoort bij het woonschip en
                                geschikt is voor het onderhoud of het kunnen bereiken van het
                                woonschip en niet gebruikt wordt voor bewoning; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Ligplaatsenkaart: aangewezen gedeelten binnen de gemeente waarbinnen
                                woonschepen mogen liggen; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Verwaarloosd woonschip: een woonschip waarvan casco en / of opbouw
                                zodanig onvoldoende zijn beschermd tegen water- en weersinvloeden,
                                dat het woonschip water maakt en de instandhouding van het schip,
                                zonder daarvoor ingrijpender maatregelen dan het normaal te
                                verrichten onderhoud te treffen, in gevaar komt; </al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Authentiek schip: een schip dat: </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorheen is gebruikt ter uitvoering van een beroep zoals ten behoeve
                                van de beroepsvaart of de visserij en; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door het behoud van het oorspronkelijke casco-met-opbouw de
                                oorspronkelijke contouren niet wezenlijk verloren heeft; </al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Historisch schip: een authentiek schip dat aan de criteria van de
                                Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen (FONV) voldoet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op al het openbaar vaarwater binnen
                            de grenzen van de gemeente Winsum. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in
                                het belang van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De openbare orde; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Volksgezondheid; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Veiligheid; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De milieuhygiëne; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing
                                is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en
                                beperkingen na te komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van meten</titel></kop><al>De in deze verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten daar waar
                            zij het grootst zijn. Ondergeschikte bouwdelen zoals lichtkoepels en
                            antennes worden niet meegerekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verboden ligplaatsen</titel></kop><al>Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben
                            of een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen buiten de op
                            grond van artikel 6 aangewezen ligplaatsen in gedeelten van het openbaar
                            vaarwater. </al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                            omstandigheden en bij uitzondering gemotiveerd ontheffing verlenen van
                            het genoemde in lid 1. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aangewezen ligplaatsen op ligplaatsenkaart</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De plaatsen waar woonschepen ligplaats mogen hebben, zijn aangewezen
                                op de ligplaatsenkaart, die als bijlage bij deze verordening is
                                opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het
                                wijzigen van de ligplaatsenkaart en/of om deze in overeenstemming te
                                brengen met een bestemmingsplan dat na het van kracht worden van
                                deze verordening is goedgekeurd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aangewezen ligplaatsen bij Garnwerd en Schaphalsterzijl mogen
                                alleen door authentieke of historische schepen als woonschip worden
                                ingenomen, behoudens ontheffing van burgemeester en wethouders.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Op de op grond van artikel 6, eerste lid, aangewezen ligplaatsen
                                mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van
                                het woonschip beschikt over een ligplaatsvergunning van het college
                                van burgemeester en wethouders en de bewoner van het woonschip staat
                                ingeschreven in de gemeentelijke basis administratie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Voor de ligplaats al vergunning is verleend; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De aanvrager zich niet deugdelijk kan legitimeren als eigenaar van
                                het woonschip; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het woonschip langer is dan 30 meter of breder dan 6 meter of een
                                hoogte boven de waterlijn heeft van meer dan 4 meter wat betreft de
                                dakrand/boeiboord. Het college van burgemeester en wethouders is
                                bevoegd ontheffing te verlenen van de hoogtemaat tot een maximum van
                                5 meter; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het woonschip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te
                                water; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken met het
                                woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd,
                                kan innemen, tenzij het college van burgemeester en wethouders
                                toestemming verlenen om binnen een andere termijn ligplaats in te
                                nemen; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De aanvraag niet in overeenstemming is met bijbehorende
                                voorzieningen; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>De aanvrager al een vergunning heeft voor een andere aangewezen
                                ligplaats; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>De afstand tot de naastgelegen woonschepen minder dan 5 meter
                                bedraagt, behoudens ontheffing van burgemeester en wethouders; </al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Het woonschip, waarvoor vergunning wordt gevraagd, verwaarloosd is.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het
                                woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende
                                ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het
                                woonschip, zoals o.a. naam en afmetingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wachtlijst ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een wachtlijst worden door burgemeester en wethouders uitsluitend
                                geplaatst: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Zij die in aanmerking wensen te komen voor een ligplaats met een
                                woonschip in de gemeente Winsum in een daarvoor aangewezen gedeelte
                                van het openbaar vaarwater voor zover aan hem of haar al niet
                                vergunning voor een aangewezen ligplaats is verleend; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Zij die reeds in het bezit zijn van een ligplaatsvergunning als
                                bedoeld in artikel 7 eerste lid en in aanmerking wensen te komen
                                voor een andere ligplaats in de gemeente Winsum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inschrijvingen op de wachtlijst geschieden op volgorde van datum van
                                ontvangst. Bij meerdere inschrijvingen op een datum geschiedt de
                                inschrijving op volgorde van tijdstip. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de plaatsing op de wachtlijst doorhalen indien:
                            </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De ingeschrevene is verhuisd zonder burgemeester en wethouders
                                schriftelijk, binnen vier weken, van de adreswijziging op de hoogte
                                te stellen of anderszins kennelijk heeft opgehouden belang te hebben
                                bij plaatsing op de lijst; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Driemaal een door of namens burgemeester en wethouders aangeboden
                                ligplaats, die valt binnen de door de ingeschrevenen eventueel
                                kenbaar gemaakte voorkeuren bij de inschrijving, door de
                                ingeschrevene als bedoeld onder lid 1 van dit artikel, zonder
                                redelijke grond is geweigerd; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een door of namens burgemeester en wethouders aangeboden ligplaats
                                wordt geaccepteerd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag om een ligplaatsvergunning wordt geweigerd omdat
                                de gewenste aangewezen ligplaats aan een ander is toegewezen en er
                                verder geen aangewezen ligplaatsen vrij zijn, kan de naam van de
                                aanvrager op zijn of haar verzoek op een door het college van
                                burgemeester en wethouders aan te houden wachtlijst worden
                                geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien één van de op grond van artikel 6, eerste lid, aangegeven
                                plaatsen vrijkomt, stelt het college van burgemeester en wethouders
                                de op de wachtlijst geplaatste gegadigden, te beginnen met de hoogst
                                geplaatste, in de gelegenheid schriftelijk een nieuwe aanvraag voor
                                een ligplaatsvergunning in te dienen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de nieuwe aanvraag niet binnen vier weken na de datum van
                                verzending van het in het vijfde lid bedoeld schrijven is ontvangen,
                                wordt aangenomen dat geen prijs meer op de vrijgekomen aangewezen
                                ligplaats wordt gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overdragen ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning overdragen aan een
                                rechtverkrijgende van het woonschip. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op gezamenlijke aanvraag van de vergunninghouder (behoudens bij
                                overlijden) en van de rechtverkrijgende schrijft het college van
                                burgemeester en wethouders de vergunning over op de naam van de
                                rechtverkrijgende. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijziging ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien wijziging van de ligplaatsvergunning noodzakelijk is, dient
                                de vergunninghouder vooraf bij het college van burgemeester en
                                wethouders een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning in.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een aanvraag voor wijziging van een ligplaatsvergunning is het
                                bepaalde in artikel 7, tweede lid, onder b tot en met i, van
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekking ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr/><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de
                                ligplaatsvergunning intrekken indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of
                                informatie is verleend; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met
                                de feitelijke situatie; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder
                                toestemming van het college van burgemeester en wethouders gedurende
                                een periode langer dan 1 jaar de aangewezen ligplaats heeft verlaten
                            </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft gedurende een
                                periode van 12 tot 52 weken de aangewezen ligplaats heeft verlaten
                                en hiervan geen schriftelijke melding is gedaan aan het college van
                                burgemeester en wethouders; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Op de ligplaats bijbehorende voorzieningen aanwezig zijn die niet
                                zijn vermeld op de ligplaatsvergunning; </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aansluiting aan drinkwaterleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip
                                is aangesloten aan het distributienet van de openbare waterleiding.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien het schip is
                                voorzien van een of meer drinkwatertanks. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aansluiting aan de riolering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip
                                is aangesloten aan een openbaar riool. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>In delen van de gemeente waarin geen openbare riolering aanwezig is;
                            </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van het bepaalde in het eerste lid, indien voorzieningen aanwezig
                                zijn welke de afvoer op een andere wijze zonder verontreiniging van
                                water, bodem of lucht mogelijk maken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nakoming aanwijzingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het innemen van een aangewezen ligplaats en bij het uitvoeren
                                van werkzaamheden aan of nabij de aangewezen ligplaats worden de
                                door, of namens, het college van burgemeester en wethouders gegeven
                                aanwijzingen in acht genomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht gevolg te geven aan de door, of
                                namens, het college van burgemeester en wethouders gegeven bevelen
                                en aanwijzingen in het belang van de openbare orde of van de
                                vrijheid of veiligheid van het verkeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester
                            en wethouders aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Overtreding van een ge- of verbodsbepaling, bij of krachtens deze
                            verordening gesteld, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of een geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><al> Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woonschip zonder toestemming
                            van de bewoner indien hiervoor een machtiging op grond van de Algemene
                            wet op het binnentreden is afgegeven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt niet eerder in werking dan zes weken na de
                                datum van bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Aanwijzingsbesluit ligplaatsen voor woonschepen van 4 oktober
                                1990 wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid bedoelde
                                datum. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: 'Woonschepenverordening'.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ligplaatsvergunningen, afgegeven op grond van de Algemene
                                Plaatselijke Verordening, worden geacht vergunningen op grond van
                                artikel 7 van deze verordening te zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen van vergunning waarop, op het moment van inwerkingtreding
                                van deze verordening, nog geen beslissing is genomen, worden
                                afgehandeld op grond van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aangewezen ligplaatsen die op het moment van inwerkingtreding van
                                deze verordening zijn ingenomen door woonschepen, bedoeld in artikel
                                1, waarvan het innemen van de aangewezen ligplaatsen gedurende meer
                                dan een jaar is gedoogd door burgemeester en wethouders, worden nog
                                één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening gedoogd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten minste dertig dagen voor het verstrijken van het jaar na
                                inwerkingtreding van deze verordening dient voor de woonschepen die
                                worden gedoogd krachtens lid 3, een aanvraag voor een
                                ligplaatsvergunning voor het innemen van een aangewezen ligplaats,
                                te zijn ingediend bij burgemeester en wethouders. </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 juni 2004.
                    </ondertekening><ondertekening>voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Woonschepenverordening</label></kop><al><onderstreept>De wettelijke grondslag.</onderstreept></al><al>De gemeente Winsum heeft binnen haar grenzen nogal wat openbaar
                            vaarwater. Daarom is bij het opstellen van deze verordening ook de
                            Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaart Politie Reglement (BPR) en
                            artikel 7 en 88 van de Huisvestingswet van belang. Het Binnenvaart
                            Politie Reglement als uitwerking van artikel 1 van de Wet van 15 april
                            1891 (Stb. 91, houdende bepalingen tot voorkoming van aanvaring of
                            aandrijving op de openbare wateren in het Rijk die voor de scheepvaart
                            openstaan), kent in hoofdstuk 7 van deel I regels over het met schepen
                            innemen van ligplaatsen. Onder schepen wordt in het BPR verstaan: elk
                            vaartuig.... gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van
                            vervoer te water. Artikel 7.02 sub a van deel I van het BPR geeft aan
                            dat het verboden is met een schip een ligplaats in te nemen in een
                            gedeelte van een vaarweg als dat bij algemene regeling verboden is. De
                            toelichting noemt een gemeentelijke verordening als voorbeeld van een
                            dergelijke algemene regeling. Voor woonschepen is naast het BPR artikel
                            7 van de Huisvestingswet van belang. De centrale wetgever heeft
                            aangegeven dat het verboden is zonder vergunning van burgemeester en
                            wethouders aangewezen woonruimte in gebruik te nemen of te geven.
                            Daarbij wordt het in gebruik nemen of geven van een woonschip dat op een
                            ligplaats ligt aangemerkt als het in gebruik nemen of geven van de
                            ligplaats. Artikel 88 geeft daarbij aan dat dit niet mag leiden tot een
                            algemeen verbod tot het innemen van ligplaatsen door woonschepen. In
                            iedere gemeente moet, voor zover er openbaar vaarwater aanwezig is, de
                            mogelijkheid bestaan om een ligplaats in te nemen met een woonschip. Dat
                            deze relatief schaarse ruimte via bijvoorbeeld een vergunningenstelsel
                            nader gereguleerd wordt, is met deze bedoeling, getuige de
                            jurisprudentie, niet in strijd. Daarnaast heeft de centrale wetgever
                            gemeend dat de overheid (rijks-, provinciale en gemeentelijke) geen
                            eisen meer mag stellen aan de inrichting en het gebruik van het
                            woonschip zelf. Dus eisen bijvoorbeeld uit een oogpunt van
                            brandveiligheid en volksgezondheid mogen niet door de gemeentelijke
                            overheid gesteld worden aan woonschepen als deze de inrichting van het
                            woonschip zelf betreffen. De verordening heeft dan ook voor wat betreft
                            woonschepen alleen betrekking op de ligplaats voor woonschepen. Op dit
                            gebied heeft de centrale wetgever de gemeente de verordenende
                            bevoegdheid gelaten. De rechtsbasis van deze verordening is artikel 149
                            en 156, derde lid van de Gemeentewet. Dit artikel bepaalt dat de raad de
                            bevoegdheid heeft om verordeningen te maken, die in het belang van de
                            openbare orde, zedelijkheid of volksgezondheid worden vereist en andere
                            verordeningen betreffende de huishouding van de gemeente. </al><al/><al><onderstreept>Toelichting per
                                artikel.</onderstreept></al><al><vet><onderstreept>Artikel 1</onderstreept></vet></al><al>Deze verordening geldt voor woonschepen. Zowel de permanent bewoonde
                            woonschepen als drijvende inrichtingen Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
                            art. 1.10 sub k (woonarken) vallen onder de begripsbepaling. Tevens
                            beperkt de woonschepenverordening dit begrip niet tot woonschepen waarop
                            uitsluitend dag- en/of nachtverblijf wordt gehouden. Ook schepen die in
                            hoofdzaak daartoe worden gebruikt (derhalve ook voor andere doeleinden
                            worden gebruikt) vallen onder de definitie. Men kan denken aan een
                            klompenmakerij, een winkeltje of een werkplaats. Met deze bepaling wordt
                            overigens niet beoogd de schepen waarmee bedrijfsmatige activiteiten
                            worden gedreven (binnenscheepvaart) onder de werkingssfeer van de
                            woonschepenverordening te brengen. De woonschepenverordening geldt niet
                            voor jachten en andere pleziervaartuigen Bepalingen hierover zijn
                            opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening, als en zolang deze
                            als zodanig worden gebruikt. Jachten en andere pleziervaartuigen worden
                            geacht niet als zodanig te worden gebruikt als - bijvoorbeeld op grond
                            van aansluiting op openbare nutsvoorzieningen, andere aan de wal
                            getroffen voorzieningen of anderszins - redelijkerwijs moet worden
                            aangenomen, dat het gebruik als zodanig feitelijk slechts bijzaak is.
                            Onder d is de in onderdeel c gebruikte term 'bijbehorende voorzieningen'
                            gedefinieerd. Als men het wonen op het water erkent, moet men ook de
                            voorzieningen toestaan die daarbij horen (zoals een loopplank of een
                            bijboot). Een bijboot is een klein vaartuig dat behoort bij het
                            woonschip en bestemd en geschikt is voor het onderhoud, de voortstuwing
                            of het kunnen bereiken van het woonschip. Zo'n bijboot is voor veel
                            bewoners noodzakelijk. Te denken valt aan hoge waterstanden in
                            uiterwaarden. Als de woonschepenverordening uitsluitend regels zou
                            stellen ten aanzien van woonschepen (en dus niet ten aanzien van
                            bijbehorende voorzieningen), kan blijken dat er een hiaat is tussen de
                            verordening en de Woningwet. Wanneer de bewoner zijn woonruimte namelijk
                            wil uitbreiden door bijvoorbeeld een vlot te overkappen, kan de gemeente
                            daartegen op grond van de woonschepenverordening niet optreden. Ook de
                            Woningwet kan niet worden gebruikt, omdat het vlot geen bouwwerk is. In
                            de meeste gevallen zal evenmin strijd zijn met de bepalingen van het
                            bestemmingsplan. Om deze redenen is in de woonschepenverordening
                            geregeld dat op de ligplaats bijbehorende voorzieningen zijn toegestaan.
                            De gewenste voorzieningen kunnen op het aanvraagformulier worden
                            vermeld. Die gewenste voorzieningen worden getoetst aan de door
                            burgemeester en wethouders gestelde regels (zie artikel 7, lid 2, onder
                            f). De toegestane voorzieningen worden opgenomen in de
                            ligplaatsvergunning. Als vervolgens op de ligplaats voorzieningen
                            aanwezig zijn die afwijken van de toegestane voorzieningen, kan de
                            gemeente de ligplaatsvergunning intrekken. Op deze manier kunnen
                            excessen op het water worden voorkomen. Onder e is het begrip 'openbaar
                            vaarwater' gedefinieerd. Een openbaar water in de zin van Boek 5 van het
                            Burgerlijk Wetboek is ieder water, dat voor enig gebruik open staat voor
                            het publiek. 'Openbaar' is hier dus synoniem aan 'feitelijk voor het
                            publiek toegankelijk'. Het openbaar water heeft dus niet alleen
                            betrekking op het water dat in beheer is bij de gemeente.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 4</onderstreept></vet></al><al>Bij de wijze van meten moet worden bedacht dat het woonschip in zijn
                            geheel niet die omvang mag hebben dat de doorvaartmogelijkheden van de
                            beroeps- of recreatievaart worden bemoeilijkt. Ook kunnen de
                            mogelijkheden van verplaatsing een rol spelen. Voor onderhoud aan
                            ijzeren casco's moet immers een werf bereikbaar zijn.
                                </al><al><vet><onderstreept>Artikel 5</onderstreept></vet></al><al> Uitgangspunt is dat het slechts is toegestaan om binnen de gemeente met
                            een woonschip een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                            stellen op de daartoe aangewezen plaatsen. Bij het aanwijzen als
                            ligplaatsen gaat het om een afweging van diverse belangen (zoals
                            planologische en nautische). Daarnaast is andere wetgeving (zoals een
                            provinciale landschaps- of woonschepenverordening, de Wet milieubeheer,
                            de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Binnenvaartpolitiereglement)
                            relevant bij het al dan niet aanwijzen van ligplaatsen. Om niet in
                            strijd te komen met de Huisvestingswet (artikel 88) moet een
                            aanwijzingsbesluit worden genomen. Er moet immers tenminste één
                            mogelijkheid zijn om met een woonschip binnen de gemeente een ligplaats
                            in te nemen.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 6</onderstreept></vet></al><al>De woonschepenverordening gaat ervan uit dat de acceptabele ligplaatsen
                            worden aangegeven op een kaart die onderdeel vormt van de verordening:
                            een ligplaatsenkaart (lid 1). Zodra de woonschepenverordening met
                            ligplaatsenkaart is vastgesteld, is het vervolgens raadzaam om de kaart
                            bij wijziging van bestemmingsplannen actueel te houden. De situatie dat
                            een aanvraag om ligplaatsvergunning past in het nieuwe bestemmingsplan,
                            terwijl die aanvraag op grond van de (inmiddels verouderde)
                            ligplaatsenkaart moet worden geweigerd, moet immers worden voorkomen. In
                            lid 2 is daarom aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om
                            de ligplaatsenkaart te actualiseren ingeval er een nieuw bestemmingsplan
                            is opgesteld of een bestemmingsplan is herzien. Deze delegatie is
                            logisch omdat dit actualiseren van de ligplaatsenkaart als een
                            uitvoeringshandeling kan worden beschouwd. De kaart wordt immers in
                            overeenstemming gebracht met een door de gemeenteraad vastgesteld
                            bestemmingsplan. Wanneer een aanvraag van een ligplaats wordt ingediend
                            voor een plaats die op grond van een nieuw bestemmingsplan is aangewezen
                            als ligplaats, maar op grond van de Woonschepenverordening moet worden
                            geweigerd omdat de ligplaatsenkaart nog niet is geactualiseerd, ligt het
                            voor de hand dat burgemeester en wethouders de aanvraag aanhouden, de
                            ligplaatsenkaart actualiseren en vervolgens de vergunning verstrekken
                            (indien althans aan de overige voorwaarden van de verordening wordt
                            voldaan). Voorkomenmoet worden dat het gemeentebestuur in
                            strijd moet handelen met eigen regelgeving (het bestemmingsplan). </al><al><vet><onderstreept>Artikel 7</onderstreept></vet></al><al>De eigenaar van het woonschip moet beschikken over een
                            ligplaatsvergunning, ook in die (weinig voorkomende) gevallen waarin er
                            sprake is van een verhuurd woonschip. Dit artikel bepaalt niet dat de
                            aanvraag van een vergunning moet worden ingediend op een door
                            burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. Deze bepaling kan
                            achterwege blijven nu dit aspect is geregeld in de Algemene wet
                            bestuursrecht (artikel 4:4 Awb). Lid 2 omvat de weigeringsgronden voor
                            de ligplaatsvergunning. Onder a is bepaald dat de ligplaatsvergunning
                            wordt geweigerd indien voor de betreffende ligplaats al vergunning is
                            verleend. Te denken valt aan een situatie waarbij twee aanvragers bijna
                            tegelijkertijd een ligplaatsvergunning hebben aangevraagd om een lege
                            ligplaats in te nemen. Burgemeester en wethouders hebben aan de
                            aanvrager die het eerst een aanvraag heeft ingediend een
                            ligplaatsvergunning verstrekt, maar de vergunninghouder heeft de
                            ligplaats nog niet ingenomen met zijn woonschip. Op grond van de
                            bepaling onder a kunnen burgemeester en wethouders de andere aanvraag
                            weigeren. Om vanuit de invalshoeken brandveiligheid en zichtrelatie
                            tussen wal en water meer ruimte te scheppen tussen de schepen, zal de
                            onderlinge afstand tussen de schepen (gaandeweg) op 5 meter moeten
                            worden gebracht. Dat betekent dat in geval van vervanging van een schip
                            die afstand tot de naastgelegen schepen de maximale lengtemaat van het
                            vervangende schip bepaalt c.q. kan inperken. Om te voorkomen dat de
                            gevolgen van deze bepaling onevenredig drukken op diegene die eerder een
                            schip vervangt dan zijn buren, moet als volgt met de regel gewerkt
                            worden, uiteraard alleen in de gevallen waarbij de tussenruimte minder
                            is dan 5 meter. Bij een voorgenomen vervanging dient aan beide zijden op
                            basis van de 5-meter-regel vanaf de uiteinden van de naastgelegen
                            schepen bepaald te worden welke lengte er voor het vervangende schip
                            resteert, en wat het verschil daarvan is met de lengte van het te
                            vervangen schip. Van dit verschil dient de helft toegerekend te worden
                            aan het te vervangen schip, de andere helft dient – gelijkelijk verdeeld
                            – toegerekend te worden aan de belendende schepen als
                            (inkortings)verplichting wanneer (een van de) belendende schepen daarna
                            zou worden vervangen. Alle bestaande situaties waarin de onderlinge
                            afstand kleiner is, vallen uiteraard onder overgangsrecht. Lid 3 bepaalt
                            welke gegevens de ligplaatsvergunning omvat: de gegevens van de
                            eigenaar, de ligplaats, de toegestane voorzieningen en de gegevens van
                            het betreffende woon-schip (zoals de maatvoering en de naam van het
                            schip). De toegestane voorzieningen zijn zaken zonder welke het gebruik
                            van het schip als woning niet (goed) mogelijk is, zoals bijboten,
                            steigers, en een loopplank. Verwezen wordt naar de toelichting bij
                            artikel 1. Dit artikel bevat geen bepaling over het stellen van
                            voorwaarden bij het verlenen van de vergunning. Ook zonder expliciete
                            opname van deze mogelijkheid in de woonschepenverordening, kunnen
                            dergelijke voorwaarden echter worden gesteld. De vergunning wordt
                            geweigerd als niet door middel van het stellen van voorwaarden aan de
                            eisen van de woonschepenverordening kan worden voldaan.
                                </al><al><vet><onderstreept>Artikel 8</onderstreept></vet></al><al>De woonschepenverordening gaat uit van een wachtlijst. Voor bestaande
                            aangewezen ligplaatsen heeft een dergelijke lijst weinig betekenis,
                            omdat bestaande aangewezen ligplaatsen in de praktijk vrijwel altijd
                            samen met het daarop aanwezige woonschip worden verkocht. Aangewezen
                            ligplaatsen komen derhalve zelden vrij voor toewijzing aan personen die
                            op een wachtlijst staan. Alhoewel een wachtlijst voor de verdeling van
                            ligplaatsen dus over het algemeen niet noodzakelijk is, kan uit een
                            dergelijke lijst wel blijken hoeveel behoefte er is aan nieuwe
                            ligplaatsen. De wachtlijst gaat uit van het beginsel 'wie het eerst
                            komt, het eerst maalt'. De gegadigde die zich het eerst meldt, staat
                            bovenaan de wachtlijst. Als een lege ligplaats vrijkomt, kan deze hoogst
                            geplaatste als eerste een aanvraag om een ligplaatsvergunning
                            indienen.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 9</onderstreept></vet></al><al>In lid 1 is geregeld dat de ligplaatsvergunning overdraagbaar is. Dit
                            betekent dat ingeval de eigenaar zijn woonschip met aangewezen ligplaats
                            verkoopt aan een ander, die rechtsopvolger tevens in bezit komt van de
                            ligplaatsvergunning. Dit is logisch omdat de vergunning geen eisen stelt
                            aan de eigenaar van het woonschip. Uitsluitend de plaatsaanduiding van
                            de ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het
                            woonschip worden immers vermeld op de ligplaatsvergunning (zie artikel
                            7, lid 3). Indien de eigenaar zijn woonschip wil vervangen door een
                            ander schip, dan is wél een nieuwe ligplaatsvergunning vereist. Lid 2
                            houdt in dat burgemeester en wethouders verplicht zijn tot
                            overschrijving als daarom wordt gevraagd door de vergunninghouder en de
                            rechtverkrijgende. Zowel de rechtverkrijgende onder bijzondere titel
                            (bijvoorbeeld de volgende eigenaar) als de rechtverkrijgende onder
                            algemene titel (bijvoorbeeld de erfgenaam) moet om overschrijving
                            vragen. Met 'recht' in het woord 'rechtverkrijgende' wordt hier het
                            recht bedoeld dat is neergelegd in de ligplaatsvergunning. In dit
                            artikel is niet bepaald dat de nieuwe vergunning pas geldt nadat zij aan
                            de betrokkene is gezonden, omdat de Awb dat bepaalt (artikel 3:40). Als
                            de eigenaar zijn woonschip verkoopt en de ligplaatsvergunning aan de
                            nieuwe eigenaar geeft zonder medeweten van de gemeente, kunnen
                            burgemeester en wethouders die vergunning intrekken. De gegevens op de
                            vergunning komen immers niet meer overeen met de feitelijke situatie.
                            Dit waarborgt dat bij eigendomsoverdracht om overschrijving wordt
                            gevraagd en de gemeente een actueel overzicht behoudt van de eigenaren
                            van de woonschepen. </al><al><vet><onderstreept>Artikel 10</onderstreept></vet></al><al>Als er een wijziging van de ligplaatsvergunning nodig is (bijvoorbeeld
                            omdat aan het schip veranderingen zullen worden aangebracht), moet de
                            vergunninghouder een nieuwe ligplaatsvergunning aanvragen (lid 1). Een
                            dergelijke wijziging kan worden beschouwd als een nieuwe aanvraag.
                            Vandaar dat dezelfde procedureregels gelden, behoudens de bepaling dat
                            de vergunning wordt geweigerd als voor die aangewezen ligplaats al
                            vergunning is verleend. De bestaande vergunning geldt immers nog.
                                </al><al><vet><onderstreept>Artikel 11</onderstreept></vet></al><al>De onder c opgenomen bepaling is bedoeld om te kunnen optreden tegen
                            excessen. Gedacht wordt bijvoorbeeld aan een verwaarloosd woonschip dat
                            al half gezonken is.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 12</onderstreept></vet></al><al> De verplichting voor de eigenaar om te zijn aangesloten op de
                            drinkwaterleiding kan de varende woonschipper beperken en brengt een
                            zeker risico van vollopen en zinken van het woonschip met zich mee.
                            Vandaar dat burgemeester en wethouders ontheffing kunnen verlenen van
                            deze verplichting, indien het schip is voorzien van een of meer
                            drinkwatertanks. Een waterleidingbedrijf heeft geen wettelijke
                            verplichting om water te leveren, maar wel een morele. Doorgaans zal de
                            levering van leidingwater langs kades geen problemen opleveren. In de
                            zogenoemde 'onrendabele gebieden' echter zal het bedrijf water leveren,
                            mits de aanvrager de kosten van de aansluiting betaalt.
                                </al><al><vet><onderstreept>Artikel 13</onderstreept></vet></al><al>Dit artikel bevat de verplichting voor de houder van de
                            ligplaatsvergunning om het woonschip aan te sluiten op het openbaar
                            riool indien dat riool aanwezig is. Als de gemeente openbaar riool heeft
                            aangelegd, is het namelijk gewenst dat daarvan gebruik wordt gemaakt.
                            Deze regeling is ontleend aan die in de Bouwverordening (artikelen 2.7.4
                            en 2.7.7). Verwezen wordt naar de toelichting bij die regeling. In dit
                            verband wordt opgemerkt dat de gemeentelijke zorgplicht voor de
                            riolering niet zover gaat dat een gemeente riolering moet aanleggen
                            indien een ligplaatsvergunning is verleend. In dit artikel is geen
                            verbod opgenomen om huishoudelijk afvalwater of fecaliën in openbaar
                            water te lozen. Reden hiervoor is dat het lozen op het water wordt
                            geregeld op basis van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Voor
                            het lozen van huishoudelijk en eventueel ander afvalwater op
                            oppervlaktewater is een vergunning vereist van de
                            waterkwaliteitsbeheerder. </al><al><vet><onderstreept>Artikel 16</onderstreept></vet></al><al>Het ligplaats innemen buiten de aangewezen ligplaatsen en het innemen en
                            hebben van een aangewezen ligplaats zonder ligplaatsvergunning is een
                            overtreding. Artikel 154, lid 1, van de Gemeentewet laat aan de
                            gemeentelijke wetgever de keuzemogelijkheid om op overtreding van
                            verordeningen een geldboete te stellen van de tweede of de eerste
                            categorie. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht zijn de
                            geldboetecategorieën opgenomen. De op te leggen boete voor strafbare
                            feiten in de eerste categorie is maximaal € 226,89; voor de tweede
                            categorie maximaal € 2268,90. Het is de gemeente niet toegestaan om een
                            hogere geldboete op te nemen dan in genoemde categorieën. Gelet op de
                            wens om enige preventieve werking te bereiken, is de keuze voor de
                            geldboete van de tweede categorie voor de hand liggend. </al><al><vet><onderstreept>Artikel 17</onderstreept></vet></al><al>De bevoegdheid tot het binnentreden is gestoeld op artikel 149a van de
                            Gemeentewet. Van deze bevoegdheid kan in principe alleen gebruik worden
                            gemaakt indien een machtiging op grond van de Algemene wet op het
                            binnentreden is afgegeven. </al><al><vet><onderstreept>Artikel 18</onderstreept></vet></al><al>De bekendmaking en inwerkingtreding van onder andere verordeningen is
                            geregeld in paragraaf 5 (de artikelen 139 tot en met 145) van de
                            Gemeentewet. Rekening is gehouden met de Tijdelijke referdumwet. Voordat
                            deze verordening wordt bekendgemaakt, zullen enige voorbereidings- en
                            uitvoeringshandelingen moeten worden verricht. Zo zullen de
                            woonschipbewoners moeten worden geïnformeerd over de nieuwe
                            woonschepenverordening en de gevolgen daarvan. </al><al><vet><onderstreept>Artikel 19</onderstreept></vet></al><al>Deze verordening is niet alleen op toekomstige situaties van toepassing,
                            maar ook op reeds bestaande rechtsverhoudingen. Daarom zijn
                            overgangsbepalingen opgenomen. Ligplaats- vergunningen die zijn
                            afgegeven op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening, worden
                            geacht vergunningen op grond van de Woonschepenverordening te zijn (lid
                            1). Lopende aanvragen worden afgehandeld op grond van de
                            Woonschepenverordening (lid 2). Uitgangspunt bij lid 3 is de
                            inventarisatie (nulmeting) gehouden in 2002.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>