<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR5676_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Convenant Woonruimteverdeling 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Convenant Woonruimteverdeling 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">huisvestingswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">huisvestingsbesluit</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">convenant ROA-huisvestingsregio</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>CONVENANT WOONRUIMTEVERDELING 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Ondergetekenden,</al><al>1. W.St. Patrimonium, ten deze vertegenwoordigd door H.C. Möllenkamp.</al><al>W.V. Westzaans Belang, ten deze vertegenwoordigd door mr K.
                        Oosterhuis-Runia,</al><al>W.B.V. Goed Wonen Assendelft, ten deze vertegenwoordigd door A.M.N. van den
                        Broeke</al><al>Stichting De Woonmij Zaanstad, ten deze vertegenwoordigd door V. van
                        Luit</al><al>Stichting Saenwonen, ten deze vertegenwoordigd door F. Beekman</al><al>Vereniging Zaandams Volkshuisvesting, ten deze vertegenwoordigd door drs ir
                        F.C. Sanders</al><al>(hierna te noemen 'de corporaties')</al><al>2. de gemeente Zaanstad, ten deze vertegenwoordigd door P.M.J. Kroesen-van
                        Gelderen </al><al>(hierna te noemen 'de gemeente')</al><al>OVERWEGENDE</al><lijst><li nr="1."><al>dat dit convenant afspraken bevat tussen de gemeente Zaanstad en de
                                corporaties te Zaanstad, met betrekking tot de toewijzing van
                                corporatiewoningen;</al></li><li nr="2."><al>dat het kader voor dit convenant wordt gevormd door de
                                Huisvestingswet, het Huisvestingsbesluit, het Besluit Beheer Sociale
                                Huursector (BBSH), de Huisvestingsverordening Zaanstad 1994 en het
                                Convenant "ROA-huisvestingsregio";</al></li><li nr="3."><al>dat partijen streven naar een passende, evenwichtige en
                                rechtvaardige woonruimteverdeling waarbij de corporaties
                                marktgericht, inzichtelijk en controleerbaar te werk gaan;</al></li><li nr="4."><al>dat zij daartoe in maart 1996, een eerste convenant hebben gesloten
                                - in werking getreden in april 1996 </al><lijst><li nr="-"><al>dat is gewijzigd overeenkomstig het raadsbesluit van 29
                                        januari 1998, voorstel nummer 9, agendapunt 8.1, zoals in
                                        werking getreden met terugwerkende kracht tot 1 januari
                                        1998, </al></li><li nr="-"><al>dat is gewijzigd overeenkomstig het raadsbesluit van 25
                                        maart 1999, voorstel nummer 50, agendapunt 10.2.,</al></li><li nr="-"><al>dat is gewijzigd overeenkomstig het raadsbesluit van 21
                                        december 2000, voorstel nummer 191, agendapunt 7.1
                                        (gelijkschakeling starters en doorstromers en artikel
                                        stadsvernieuwingsurgentie)</al></li><li nr="-"><al>dat is gewijzigd overeenkomstig het raadsbesluit van 20
                                        september 2001, voorstel nummer 116, agendapunt 12.2 (i.v.m.
                                        de invoering van de euro),</al></li><li nr="-"><al>dat is gewijzigd overeenkomstig het B&amp;W besluit d.d. 27
                                        mei 2003/ raadsbesluit van 11 september 2003, voorstel
                                        nummer 106, agendapunt 8.4.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>dat de overdracht van standplaatsen aan Stichting Saenwonen het
                                wenselijk maakt afspraken te maken gericht op de woonruimteverdeling
                                van standplaatsen en woonwagens;</al></li></lijst><al>VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN HUN SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE
                        WOONRUIMTEVERDELING ALS VOLGT VORM TE GEVEN:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In dit convenant worden de navolgende, cursief aangeduide, begrippen
                        gebruikt. Onder deze begrippen wordt verstaan:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5.62*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13.42*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>bewoningsduur:</al></entry><entry colname="col3"><al>de periode waarin een doorstromer, volgens het
                                            persoonsregister, koopcontract, huurcontract of
                                            verhuurdersverklaring, zelfstandig een woning bewoont op
                                            het huidige adres;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>doorstromer:</al></entry><entry colname="col3"><al>iemand die aantoonbaar/daadwerkelijk een zelfstandige
                                            woonruimte leeg achterlaat in de regio, die daardoor in
                                            beginsel voor bewoning voor onbepaalde tijd beschikbaar
                                            komt, ongeacht het onderscheid huur/koop, particuliere/
                                            sociale huurwoning, huurhoogte of gebied;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>tussengrens: </al></entry><entry colname="col3"><al>de huurgrens vanaf waar minimuminkomens-voorwaarden
                                            worden gesteld in het kader van de Huursubsidiewetgeving
                                            en waarboven geen bezettingsnormen gelden. Deze
                                            tussengrens wordt jaarlijks vastgesteld door het college
                                            van burgemeester en wethouders in overleg met de
                                            Federatie van Zaanse Woningcorporaties;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>inschrijfduur:</al></entry><entry colname="col3"><al>de duur van de periode waarin een woningzoekende, niet
                                            zijnde een doorstromer, geregistreerd staat bij een
                                            daartoe functionerende organisatie in de regio;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>huishouden:</al></entry><entry colname="col3"><al>een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
                                            gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan
                                            voeren; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>huurprijs:</al></entry><entry colname="col3"><al>het daaromtrent in artikel 1, eerste lid, sub j van de
                                            Huisvestingswet bepaalde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>huurprijsgrens: </al></entry><entry colname="col3"><al>het daaromtrent in artikel 6, derde lid, sub b van de
                                            Huisvestingswet bepaalde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>ingezetene:</al></entry><entry colname="col3"><al>degene in het persoonsregister van een gemeente in de
                                            regio is opgenomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>inkomen:</al></entry><entry colname="col3"><al>het daaromtrent in artikel 7, juncto artikel 8, derde
                                            lid van het Huisvestingsbesluit bepaalde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>klachtencommissie:</al></entry><entry colname="col3"><al>de commissie bedoeld in artikel 4 lid 2 van de
                                            Huisvestingswet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>labelen:</al></entry><entry colname="col3"><al>bij de aanbieding van een woning, per woning of complex,
                                            aangeven of de betreffende woning bij uitstek of
                                            uitsluitend bestemd is voor een huishouden behorende tot
                                            een bijzondere doelgroep;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>passend:</al></entry><entry colname="col3"><al>zoveel mogelijk conform de verhouding huur/inkomen uit
                                            de tabel van bijlage 1 en de bezettingsnormen uit de
                                            tabel van bijlage 2, met inachtneming van de
                                            woningmarktomstandigheden, landelijke en lokale
                                            volkshuisvestingsdoeleinden en het streven het beslag op
                                            de Huursubsidie zoveel mogelijk te beperken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>regio:</al></entry><entry colname="col3"><al>het grondgebied van de inliggende gemeenten van het
                                            WGR-gebied Amsterdam;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>stadsvernieuwingsurgenten: </al></entry><entry colname="col3"><al>woningzoekenden met een vanwege het college van
                                            Burgemeester en Wethouders afgegeven urgentieverklaring,
                                            indien deze hoofdbewoner zijn van een te slopen of
                                            ingrijpend te verbeteren woning, welke woning in verband
                                            met deze ingreep moet worden ontruimd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>starters:</al></entry><entry colname="col3"><al>personen van 18 jaar en ouder, die geen doorstromer
                                            zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al>SMT:</al></entry><entry colname="col3"><al>Sociaal Medisch Team van de gemeente;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.</al></entry><entry colname="col2"><al>SMT-urgenten:</al></entry><entry colname="col3"><al>woningzoekenden met een vanwege het college van
                                            Burgemeester en Wethouders afgegeven urgentieverklaring
                                            op grond van de in bijlage 3 opgenomen criteria;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.</al></entry><entry colname="col2"><al>zelfstandige woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>woonruimte, welke een eigen toegang heeft en welke door
                                            een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit
                                            daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                            buiten die woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s.</al></entry><entry colname="col2"><al>aftoppingsgrens:</al></entry><entry colname="col3"><al>het huurniveau, waarboven aanvragers die nog geen 65
                                            jaar zijn, voor iedere extra gulden huur geen subsidie
                                            meer krijgen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t.</al></entry><entry colname="col2"><al>standplaats:</al></entry><entry colname="col3"><al>het daaromtrent in artikel 1, eerste lid, sub e van de
                                            Huisvestingswet bepaalde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>u.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonwagen:</al></entry><entry colname="col3"><al>het daaromtrent in artikel 1, eerste lid, sub f van de
                                            Huisvestingswet bepaalde. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>v.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>het daaromtrent in artikel 1, eerste lid, sub b en derde
                                            lid van de Huisvestingswet bepaalde.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Duur van de overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De overeenkomst wordt aangegaan vanaf 1 oktober 2003 tot en met 31
                            december 2003 en komt in de plaats van het Convenant Woonruimteverdeling
                            2001.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 20 weken voor deze einddatum zullen partijen in overleg treden
                            over de wijze waarop vanaf 2004 de verantwoordelijkheden en taken van de
                            partijen op het terrein van de woonruimteverdeling zullen worden
                            vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als niet tijdig wordt aangevangen met het in het vorige lid bedoelde
                            overleg zal het convenant telkenmale stilzwijgend worden verlengd met
                            een periode van een jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taakverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze overeenkomst treedt voor de corporaties in de plaats van de
                            Huisvestingsverordening Zaanstad 1994.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het betrekken van woonruimte die onder de werking van deze
                            overeenkomst valt, is geen huisvestingsvergunning vereist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inschrijving en bemiddeling voor en de toewijzing van woonruimte van
                            corporaties met een huur tot de huurprijsgrens wordt volledig
                            overgedragen aan de corporaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de afgifte
                            van urgentieverklaringen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verifieert, indien de
                            corporaties daarom verzoeken, bij de toewijzing van een woonruimte de
                            relevante persoons- en bewoningsduurgegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bezit van alle corporaties tot de huurprijsgrens geldt één
                            aanbodsysteem, waaronder wordt verstaan een wijze van verdelen waarbij
                            vrijkomende woningen publiekelijk bekend worden gemaakt. Ook woningen
                            vanaf de huurprijsgrens kunnen via het aanbodsysteem worden
                            aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Starters dienen zich in te schrijven bij een daartoe functionerende
                            organisatie in de regio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De corporaties zorgen ervoor dat het aanbod op heldere en toegankelijke
                            wijze aan de woningzoekende kenbaar wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>.Corporaties kunnen woningen labelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Buiten het aanbodsysteem blijft een deel van de woningvoorraad ten
                            behoeve van de aandachtsgroepen:</al><lijst><li nr="a."><al>SMT-urgenten, RIO-Zaanstreekkandidaten en WVG-kandidaten;</al></li><li nr="b."><al>statushouders en VVTV-ers;</al></li><li nr="c."><al>stadsvernieuwings-urgenten;</al></li><li nr="d."><al>standplaats- en woonwagenzoekenden;</al></li><li nr="e."><al>overigen, die gelet op hun bijzondere woonsituatie daarvoor naar
                                    het oordeel van de corporaties in het bijzonder in aanmerking
                                    komen.</al></li></lijst><al>Woningen die tijdelijk worden verhuurd op basis van de Leegstandswet
                            kunnen buiten het aanbodsysteem blijven. Het derde, vierde, vijfde,
                            zesde en zevende lid van artikel 6 zijn niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het streven is het in vorige lid sub a. en sub e. genoemde deel niet
                            groter te laten zijn dan 10% van het jaarlijkse woningaanbod van de
                            corporaties. Het streven is het in het vorige lid sub c. genoemde deel
                            niet groter te laten zijn dan 20% van het jaarlijkse woningaanbod van de
                            corporaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Toewijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De corporaties zullen passend toewijzen, met inachtneming van het
                            bepaalde in de overige leden van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Woningen kunnen slechts worden toegewezen aan personen van 18 jaar en
                            ouder, die de Nederlandse nationaliteit bezitten of over een geldige
                            verblijfstitel beschikken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bepaling van het inkomen geldt de som van de laatstelijk voor de
                            toewijzing bekende inkomens van elk van de leden van het betrokken
                            huishouden en blijven de negatieve inkomens en de inkomens van inwonende
                            kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen van de huurder die op 1 januari
                            van het jaar waarin de woning wordt toegewezen 26 jaar of jonger zijn,
                            buiten beschouwing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de woningzoekende kan aantonen dat het inkomen sinds de
                            vaststelling van het laatst bekende inkomen is gewijzigd of spoedig zal
                            wijzigen, geldt dat lagere of hogere inkomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De corporaties wijzen geen woning toe, waarbij de zogeheten tussengrens
                            wordt overschreden, als dat leidt tot een aanvraag om Huursubsidie,
                            behoudens toestemming vooraf van het college van burgemeester en
                            wethouders, met dien verstande dat de gemeente alleen instemt met de
                            aanbieding van woonruimte boven deze grenzen aan de doelgroepen
                            senioren, gehandicapten en individuele gevallen, indien niet op
                            redelijke termijn in hun huisvesting zal kunnen worden voorzien".</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien zich meer kandidaten voor één woning aanmelden, telt de woonduur
                            van doorstromers en de inschrijfduur van starters bij het bepalen van de
                            rangorde even zwaar. Degene met de langste bewoningsduur dan wel
                            inschrijfduur heeft voorrang. Als meer kandidaten dezelfde woonduur dan
                            wel inschrijfduur hebben, bepaalt de leeftijd wie als eerste wordt
                            geselecteerd, met dien verstande dat de oudste als eerste in aanmerking
                            komt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De corporaties verbinden zich tot het aangaan van een huurovereenkomst
                            met de kandidaat-huurder, die op basis van de vastgestelde rangorde
                            en/of de overige regels genoemd in het convenant als eerste in
                            aanmerking komt voor de woning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Toewijzing van bijzondere categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gelabelde woningen worden bij voorrang toegewezen aan een huishouden
                            behorende tot de doelgroep waarvoor de betreffende woning is
                            gelabeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De corporaties spannen zich in om hun woningen, naar evenredigheid van
                            het aantal beschikbaar komende woningen per jaar, toe te wijzen aan de
                            verschillende aandachtsgroepen vermeld in artikel 5 derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De corporaties spannen zich in om, naar evenredigheid van het totaal van
                            de in Zaanstad beschikbaar komende woningen per jaar, het ,jaarlijks
                            door de rijksoverheid vast te stellen, aantal van de gemeentelijke
                            taakstelling inzake de huisvesting van verblijfsgerechtigden en houders
                            van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf te huisvesten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gronden voor niet toewijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De corporaties kunnen in afwijking van het bepaalde in artikel 6 alleen
                            dan besluiten tot het niet aangaan van een huurovereenkomst met een
                            kandidaat-huurder, zoals bedoeld in artikel 6 eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de huurovereenkomst met betrekking tot diens vorige
                                    woning van rechtswege is ontbonden wegens het veroorzaken van
                                    overlast;</al></li><li nr="b."><al>indien de huurovereenkomst met betrekking tot diens vorige
                                    woning is ontbonden wegens een huurschuld;</al></li><li nr="c."><al>indien betrokkene zijn vorige woning op dusdanig slechte wijze
                                    heeft bewoond dat de woning slechts tegen onaanvaardbaar hoge
                                    kosten weer verhuurbaar kan worden gemaakt, welke schade nog
                                    niet is voldaan of waarvoor nog geen betalingsregeling is
                                    overeengekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien aannemelijk is op basis van vastgelegde met betrokkene
                                    opgedane ervaringen dat het aangaan van een huurovereenkomst het
                                    voldoen aan de wettelijke verplichtingen van de corporaties
                                    jegens haar andere huurders in gevaar brengt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de corporatie niet overgaat tot het sluiten van een
                            huurovereenkomst met een kandidaat huurder voor een woning waarvoor deze
                            gezien het rangorde-criterium als eerste aan de beurt was, zal de
                            corporatie daarvan mededeling doen aan de betreffende
                            kandidaat-huurder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle huurders van Zaanse corporaties, die ontruimd zijn wegens
                            huurschuld en /of overlast komen in principe in aanmerking voor
                            (her)huisvesting door de corporaties onder nader bepaalde voorwaarden
                            als vastgelegd in het tweedekansbeleid (zie bijlage 4).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>SMT-urgenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een woningzoekende met spoed behoefte heeft aan (andere)
                            woonruimte kan hij bij het college van burgemeester en wethouders
                            verzoeken om een urgentieverklaring.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De urgentieverklaring houdt het volgende in :</al><lijst><li nr="a."><al>de erkenning dat (andere) woonruimte voor de woningzoekende
                                    acuut noodzakelijk is en dat voor hem de in artikel 6 zesde lid
                                    genoemde rangorde-criteria niet van toepassing zijn;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de categorie woonruimte waartoe de onder
                                    sub a. omschreven uitzonderingspositie beperkt is;</al></li><li nr="c."><al>de mededeling dat de verklaring wordt ingetrokken, indien zich
                                    de situatie voordoet als bedoeld in het vierde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verlenen van de urgentieverklaring zullen de in bijlage 3
                            opgenomen richtlijnen in acht worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen een urgentieverklaring intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de vereisten voor het verkrijgen van de verklaring niet meer
                                    wordt voldaan;</al></li><li nr="b."><al>de verklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan de
                                    woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij
                                    onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>zich de situatie voordoet als bedoeld in het zevende lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De corporaties spannen zich in om de woningzoekenden aan wie een
                            urgentieverklaring is verstrekt binnen 6 maanden na afgifte van de
                            urgentieverklaring te huisvesten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien bij de urgentieverklaring tevens nadere eisen aan de nieuwe
                            woning zijn gesteld, dient de aangeboden woning te voldoen aan die
                            eisen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De in het vijfde lid bedoelde inspanningsverplichting komt te vervallen
                            indien in die periode aan de urgente minstens één passende aanbieding,
                            met inachtneming van het bepaalde in het vorige lid, is gedaan.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Een feit als bedoeld in het vorige lid wordt door de corporatie ter
                            kennis gebracht van de woningzoekende en van het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Woningzoekenden met een binding aan een gemeente uit de regio, niet
                            zijnde Zaanstad, of Wormerland, moeten voor de urgentieaanvraag verwezen
                            worden naar de betreffende gemeente. Indien zij beschikken over een door
                            die gemeente afgegeven urgentieverklaring of daaraan gelijk te stellen
                            verklaring, waarvan de afgiftedatum 52 weken ligt voor de datum dat zij
                            een beroep doen op de in de Zaanstad geldende regeling voor urgenten,
                            worden ze gelijkgesteld met urgenten met een binding aan Zaanstad,
                            indien zij voldoen aan de criteria vermeld in bijlage 3.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Woningzoekenden uit Wormerland en Zaanstad, waaraan een urgentie is
                            verleend als bedoeld in bijlage 3, behorende bij het convenant, worden
                            wederzijds in de respectievelijke gemeenten als zodanig erkend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9A</nr><titel>Stadsvernieuwingsurgenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van sloop of ingrijpende woningverbetering kan het college van
                            Burgemeester en Wethouders stadsvernieuwingsurgentie toekennen aan
                            huishoudens die hoofdbewoner zijn van de te slopen of ingrijpend te
                            verbeteren woning, welke woning in verband met deze ingreep moet worden
                            ontruimd, tenzij het gaat om huishoudens die op het moment van het
                            besluit over urgentietoekenning een tijdelijk huurcontract op basis van
                            de Leegstandswet hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Stadsvernieuwingsurgentie wordt maximaal twee jaar voor de voorgenomen
                            sloopdatum of datum van de ingrijpende woningverbetering toegekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorwaarde voor het toekennen van stadsvernieuwingsurgentie door
                            Burgemeester en Wethouders is dat de verhuurder een sloop- dan wel
                            ingrijpend verbeteringsplan kan overleggen, waarin is aangegeven om
                            hoeveel en welke woningen het gaat, wanneer de ingreep is gepland en
                            hoeveel en welke woningen door de vervangende nieuwbouw/ingrijpende
                            verbetering worden gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toewijzing aan stadsvernieuwingsurgenten kan worden afgeweken van
                            het gestelde betreffende de passendheidsnormen in artikel 6, eerste,
                            derde, vierde en vijfde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Stadsvernieuwingsurgenten hebben voorrang indien sprake is van terugkeer
                            in de eigen woning of het eigen complex na (ver)nieuwbouw of indien
                            sprake is van een toewijzing van vervangende (tijdelijke of permanente)
                            huisvesting. Het recht van voorrang bij terugkeer geldt alleen bij de
                            eerste passende aanbieding van een woning die ter vervanging van
                            gesloopte woningen is gerealiseerd dan wel van een ingrijpend verbeterde
                            woning. De volgorde tussen de stadsvernieuwingsurgenten onderling wordt
                            bepaald door de criteria genoemd in artikel 6, zesde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Stadsvernieuwingsurgenten worden door corporaties bemiddeld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De stadsvernieuwingsurgentie vervalt indien het betreffende
                            huishouden</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik heeft gemaakt van zijn recht op voorrang bij
                                    herhuisvesting en terugkeer, of</al></li><li nr="b."><al>gebruik heeft gemaakt van zijn recht op voorrang bij
                                    herhuisvesting maar geen gebruik heeft gemaakt van het recht van
                                    voorrang bij de eerste passende aanbieding van een woning die
                                    ter vervanging van gesloopte woningen is gerealiseerd dan wel
                                    van een ingrijpend verbeterde woning, na oplevering van deze
                                    woningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tenzij sprake is van terugkeer naar dezelfde woning op het oude adres,
                            ongeacht of al dan niet sprake is van een nieuw huurcontract, telt bij
                            sloop en ingrijpende verbetering de bewoningsduur zoals genoemd in
                            artikel 1 sub a. vanaf het moment van terugkeer of herhuisvesting. In
                            het geval dat sprake is van terugkeer naar dezelfde woning op het oude
                            adres, telt de bewoningsduur vanaf het moment – voorafgaand aan de
                            ingreep – dat de bewoner op het betreffende adres is gaan wonen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Woningzoekenden uit Zaanstad en Wormerland, waaraan een
                            stadsvernieuwingsurgentie is verleend, worden wederzijds in de
                            respectievelijke gemeenten als zodanig erkend, mits dit de lokale
                            woningmarkt niet ernstig verstoort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9B</nr><titel>Standplaats- en woonwagenzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een woningzoekende behoefte heeft aan een (andere) standplaats,
                            al dan niet in combinatie met een woonwagen, kan hij Stichting Saenwonen
                            verzoeken zich te laten plaatsen op de wachtlijst van standplaats- en
                            woonwagenzoekenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de verdeling van standplaatsen en woonwagens zullen de in bijlage 5
                            opgenomen richtlijnen in acht worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9C</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van
                            de woningzoekende afwijken van het bepaalde in artikelen 9 en 9A van dit
                            convenant, indien toepassing van het convenant tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorafgaande aan de toepassing van het eerste lid kunnen burgemeester en
                            wethouders advies vragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Klachtencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente stelt een klachtencommissie in waar een ieder, die door een
                            besluit ter uitvoering van deze overeenkomst rechtstreeks in zijn belang
                            getroffen is, zijn beklag kan doen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing op klachten van
                            woningzoekenden die betrekking hebben op het besluit op het verzoek tot
                            verlening van een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 9 en
                            9A.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie verricht haar taak onafhankelijk van de gemeente en de
                            corporaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitspraken van de klachtencommissie, strekken voorzover zij betrekking
                            hebben op de uitvoering van dit convenant de partijen bij dit convenant
                            tot bindend advies.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Jaarlijks doet de klachtencommissie ten behoeve van de gemeente en de
                            corporaties verslag van haar werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks, uiterlijk op 1 juni, leveren de corporaties aan het college
                            van burgemeester en wethouders de gegevens, betreffende het voorafgaande
                            jaar, die nodig zijn om de in dit convenant opgenomen regels en
                            richtlijnen inzake de toewijzingen te kunnen toetsen. Alle afwijkingen
                            zullen daarbij gemotiveerd worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het vorige lid bedoelde jaaroverzicht bevat minimaal:</al><lijst><li nr="a."><al>aantallen urgenten uit Zaanstad/regio, geregistreerd en
                                    toegewezen woningen;</al></li><li nr="b."><al>aantallen starters uit Zaanstad/regio, geregistreerd en
                                    toegewezen woningen;</al></li><li nr="c."><al>aantal woningen toegewezen aan doorstromers uit
                                    Zaanstad/regio;</al></li><li nr="d."><al>aantallen op grond van artikel 5 derde lid, geregistreerd en
                                    toegewezen woningen;</al></li><li nr="e."><al>aantal op grond van artikel 5 tweede lid gelabelde woningen per
                                    doelgroep;</al></li><li nr="f."><al>aantal afwijkingen van artikel 6 zevende lid, op grond van
                                    artikel 8 eerste lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het jaaroverzicht bevat eveneens informatie die inzicht geeft in:</al><lijst><li nr="a."><al>de woningbehoefte aan de hand van het aantal geregistreerde
                                    woningzoekenden en de reacties van de woningzoekenden op de
                                    aangeboden woningen;</al></li><li nr="b."><al>de situaties waarin bij de toewijzing is afgeweken van het
                                    criterium passend;</al></li><li nr="c."><al>de kansen voor woningzoekenden op de sociale huurwoningmarkt aan
                                    de hand van de toewijzingen en de reacties van de
                                    woningzoekenden;</al></li><li nr="d."><al>het aantal overschrijdingen van de tussengrens en
                                    aftoppingsgrens.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Corporaties en college van burgemeester en wethouders kunnen in
                            onderling overleg besluiten naast het eerste lid bedoelde jaaroverzicht,
                            incidenteel of structureel, tussentijds informatie uit te wisselen en/of
                            te rapporteren met betrekking tot een of meerdere aspecten zoals bedoeld
                            in de het tweede en derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het college van burgemeester en wethouders een tussentijdse
                            rapportage verlangt over een of meer van de aspecten zoals bedoeld in
                            het eerste en het tweede lid dan zullen de corporaties deze
                            leveren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een in het vorige lid bedoelde rapportage wordt slechts aangevraagd
                            indien het ernstige vermoeden bestaat dat door een of meer corporaties
                            het convenant niet juist wordt nageleefd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De kosten, gemaakt met het leveren van de in het vijfde lid bedoelde
                            rapportage, komen ten laste van een der partijen, al naar gelang het
                            gelijk.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De corporaties dragen er zorg voor dat op heldere en toegankelijke wijze
                            aan de woningzoekenden kenbaar wordt gemaakt:</al><lijst><li nr="a."><al>welke woningen op basis van de criteria genoemd in artikel 6
                                    zesde lid zijn toegewezen, waarbij per woning aangegeven wordt
                                    het aantal reacties en het kenmerk van de woningzoekende aan wie
                                    de woning is toegewezen;</al></li><li nr="b."><al>welke gelabelde woningen op basis van de criteria genoemd in
                                    artikel 6 zesde lid zijn toegewezen, waarbij per woning
                                    aangegeven wordt het aantal reacties en het kenmerk van de
                                    woningzoekende aan wie de woning is toegewezen;</al></li><li nr="c."><al>welke woningen niet op basis van de criteria, genoemd in artikel
                                    6 zesde lid, zijn toegewezen, waarbij afgezien wordt van verdere
                                    vermeldingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Partijen treden regelmatig en gestructureerd in overleg met elkaar om de
                        werking van dit convenant te evalueren. Op basis van deze evaluaties kunnen
                        partijen overeenkomen om dit convenant te wijzigen of aan te vullen. </al><al>In ieder geval zullen in dit overleg aan de orde komen:</al><lijst><li nr="a."><al>de in artikel 11 eerste lid bedoelde rapportages ;</al></li><li nr="b."><al>de inspanningsverplichting van artikel 9 vijfde lid;</al></li><li nr="c."><al>de inspanningsverplichting van artikel 7 derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de hoogte van de in artikel 5 vierde lid vermelde streefpercentages,
                                alsmede de verdeling over de aandachtsgroepen sub a. en sub d..</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Voor starters, m.u.v. de starters die zich voor 1 januari 1996 hebben
                        ingeschreven bij een corporatie in de gemeenten Zaanstad en Wormerland,
                        wordt de inschrijfduur gerekend vanaf 1 januari 1996 of indien men toen nog
                        niet ingeschreven stond vanaf het moment van inschrijving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De huurprijzen en inkomensgrenzen zullen worden gewijzigd, wanneer dit
                            noodzakelijk gemaakt wordt door wijzigingen in het BBSH, het
                            Huisvestingsbesluit of het convenant ROA-huisvestings- regio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit convenant zal in onderling overleg worden gewijzigd om mogelijke
                            harmonisatieafspraken binnen de regio te implementeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het kan zijn dat na de totstandkoming van dit convenant zich
                            omstandigheden voordoen, welke partijen ten tijde van het sluiten van
                            dit convenant niet hebben voorzien of waarvan zij de consequenties ten
                            tijde van het sluiten van dit convenant niet hebben kunnen
                            voorzien.</al><al>Partijen treden, op verzoek van de meest gerede partij, met elkaar in
                            overleg teneinde:</al><lijst><li nr="a."><al>in incidentele gevallen een oplossing te bewerkstelligen;</al></li><li nr="b."><al>dit convenant te wijzigen, aan te vullen of wanneer een andere
                                    oplossing niet mogelijk is te ontbinden, indien die
                                    omstandigheden respectievelijke consequenties van zodanige
                                    structurele aard zijn dat het reeds gesloten convenant of
                                    onderdelen daarvan in redelijkheid niet gehandhaafd kunnen
                                    worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De arrondissementsrechtbank te Haarlem is bij uitsluiting bevoegd
                            geschillen over dit convenant of over de uitvoering daarvan te
                            berechten, tenzij partijen in een voorkomend geval tezamen het besluit
                            nemen het geschil te laten oplossen door arbitrage of bindend
                            advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Het convenant woonruimteverdeling, kan worden aangehaald als het "Convenant
                        Woonruimteverdeling 2003".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus in zevenvoud overeengekomen en ondertekend te Zaanstad</ondertekening><ondertekening>namens W.St. Patrimonium</ondertekening><ondertekening>w.g. H.C. Möllenkamp namens Stichting Saenwonen</ondertekening><ondertekening>w.g. F. Beekman</ondertekening><ondertekening>namens Vereniging Zaandams Volkshuisvesting</ondertekening><ondertekening>w.g. drs ir F.C. Sanders</ondertekening><ondertekening>namens W.V. Westzaans Belang</ondertekening><ondertekening>w.g. mr K. Oosterhuis-Runia</ondertekening><ondertekening>namens W.B.V. Goed Wonen Assendelft</ondertekening><ondertekening>w.g. A.M.N. van den Broeke namens Stichting De Woonmij Zaanstad</ondertekening><ondertekening>w.g. V. van Luit</ondertekening><ondertekening>namens de Gemeente Zaanstad</ondertekening><ondertekening>w.g. P.M.J. Kroesen-van Gelderen, </ondertekening><ondertekening>wethouder </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>, behorende bij het Convenant Woonruimteverdeling 2003</titel></kop><al>Bij de toewijzing zal de volgende tabel voor de verhouding tussen de huurprijs
                    en het daarbij ten hoogste toegestane inkomen gehanteerd worden:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="22*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>peildat. 1/7/2003</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>INKOMEN</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>HUURPRIJS</al></entry><entry colname="col2"><al>alleenst &lt; 65 jr</al></entry><entry colname="col3"><al>Alleenst &gt; 65 jr</al></entry><entry colname="col4"><al>Mphh &lt; 65 jr</al></entry><entry colname="col5"><al>mphh &gt; 65 jr</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>&lt; € 317,03 </vet></al><al>per mnd</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>€ 18.325,-</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>€ 16.275,-</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>€ 24.575,-</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>€ 21.225,-</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>, behorende bij het Convenant Woonruimteverdeling 2003</titel></kop><al>Bij de toewijzing van woningen tot de tussengrens zal de volgende tabel voor de
                    bepaling van het aantal leden van het huishouden en het daarbij ten hoogste
                    toegestane aantal kamers van de woning gehanteerd worden:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="306.00pt"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Omvang huishouden</al></entry><entry colname="col2"><al>Maximum kamertal</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1 persoon</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 5 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>n.v.t</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bij één-ouderhuishoudens telt het hoofd van het huishouden voor twee
                    personen.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>, behorende bij het Convenant Woonruimteverdeling 2003</titel></kop><al>Besluit beleidsregels urgenties 2003</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>4</nr><titel>, behorende bij het Convenant Woonruimteverdeling 2001.</titel></kop><al>Tweedekansbeleid.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>5</nr><titel>, behorende bij het Convenant Woonruimteverdeling 2003</titel></kop><al>Een woningzoekende die behoefte heeft aan een (andere) standplaats, al dan niet
                    in combinatie met een woonwagen, kan zich bij Stichting Saenwonen laten plaatsen
                    op de wachtlijst van standplaats- en woonwagenzoekenden.</al><tussenkop>REGELING VOOR STANDPLAATSEN EN WOONWAGENS</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Stichting Saenwonen houdt buiten het aanbodmodel als bedoeld
                                        in artikel 4 van het Convenant Woonruimteverdeling 2003 een
                                        lijst bij van standplaats- en woonwagenzoekenden.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al><vet>Voorwaarden voor inschrijving</vet></al><al>De corporatie gaat over tot inschrijving op de bij punt 3
                                        van deze bijlage genoemde lijst indien:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanvrager 18 jaar of ouder is en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>een aanvraagformulier volledig is ingevuld</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Als datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van
                                        het aanvraagformulier.</al><al>Aan de aanvrager wordt zo spoedig mogelijk een
                                        inschrijvingsbewijs verstrekt.</al><al>Als datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van
                                        het aanvraagformulier.</al><al>Aan de aanvrager wordt zo spoedig mogelijk een
                                        inschrijvingsbewijs verstrekt.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al><vet>Wachtlijst</vet></al><al>Stichting Saenwonen stelt een wachtlijst vast van kandidaten
                                        die in aanmerking wensen te komen voor een standplaats of
                                        voor een standplaats met woonwagen. Uitsluitend kandidaten
                                        die kunnen aantonen dat zij of hun ouders vóór 1 maart 1999
                                        legaal in een woonwagen op een standplaats woonden of hebben
                                        gewoond (d.m.v. een verklaring van recht of het
                                        bevolkingsregister) kunnen zich laten inschrijven op de
                                        wachtlijst indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd bij
                                        punt 2. In afwijking hiervan komen kandidaten die op of na 1
                                        maart 1999 langer dan 5 jaar in een woning wonen of gewoond
                                        hebben, niet voor plaatsing op de wachtlijst in aanmerking.
                                        De wachtlijst vermeldt de namen van de kandidaten in de
                                        volgorde van inschrijving.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al><vet>Vervallen van de inschrijving</vet></al><al>De inschrijving zoals bedoeld in punt 2 van deze bijlage
                                        vervalt:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>indien de ingeschrevene andere woonruimte, zoals een andere
                                        standplaats, een woning of een ligplaats, wordt toegewezen
                                        en hij deze woonruimte heeft geaccepteerd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>bij overlijden van de ingeschrevene.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al><vet>Toewijzing</vet></al><al>Stichting Saenwonen wijst alleen dan een standplaats en
                                        eventuele woonwagen toe indien de aanvrager staat
                                        ingeschreven op de bij punt 3 van deze bijlage genoemde
                                        lijst. De standplaats en de eventuele woonwagen worden
                                        toegewezen aan een aanvrager wiens naam bovenaan de lijst
                                        staat. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Stichting Saenwonen kan punt 5 van deze bijlage buiten
                                        beschouwing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing
                                        gelet op het doel van deze regeling leidt tot een
                                        onbillijkheid van overwegende aard.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2003. De
                                        Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens
                                        2000 komt met deze regeling per dezelfde datum te
                                        vervallen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>