<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56696_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman Groningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Groningen (Gr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2005, 92</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman Groningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman Groningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen 2005</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RECHTSPOSITIE GEMEENTELIJKE OMBUDSMAN GRONINGEN
            2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al> Ombudsman: degene, die is benoemd in de functie bedoeld in artikel 1
                            van de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toekomstige wijzigingen van artikelen van de Arbeidsvoorwaardenregeling
                            gemeente Groningen (ARG) of andere rechtspositieregelingen van de
                            gemeente Groningen waarnaar in de onderhavige verordening wordt
                            verwezen, zijn van overeenkomstige toepassing op de Ombudsman.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bericht van aanstelling</titel></kop><al>Aan de Ombudsman wordt bij aanstelling zo spoedig mogelijk kosteloos een
                        bericht van aanstelling uitgereikt, welke tenminste vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de
                                Ombudsman;</al></li><li nr="b."><al>de datum, met ingang waarvan hij tot Ombudsman is benoemd;</al></li><li nr="c."><al>de duur waarvoor de aanstelling geldt;</al></li><li nr="d."><al>de bezoldiging welke de Ombudsman wordt toegekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bezoldiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Ombudsman heeft aanspraak op bezoldiging met ingang van de datum
                            waarop zijn benoeming ingaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bezoldiging wordt in maandelijkse termijnen betaalbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanspraak op bezoldiging eindigt met ingang van de dag:</al><lijst><li nr="a."><al>van ontslag;</al></li><li nr="b."><al>volgend op die dag waarop de termijn van benoeming is
                                    verstreken;</al></li><li nr="c."><al>volgend op die waarop de Ombudsman is overleden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Ombudsman wordt ingeschaald in salarisschaal 15 van bijlage IIa van
                            de CAR, salaristabel gemeenteambtenaren, nieuwe structuur (bijlage 4
                            ARG), tenzij de Raad anders besluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De plaatsvervangend ombudsman wordt ingeschaald overeenkomstig de
                            juridisch (onderzoeks)medewerker bij het bureau van de Ombudsman,
                            waarbij artikel 23:2:3 ARG van overeenkomstige toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De plaatsvervangend ombudsman vervangt de Ombudsman daadwerkelijk op een
                            door de gemeenteraad te bepalen datum zodra mag worden aangenomen, dat
                            de ombudsman voor langere duur zijn functie niet zal kunnen vervullen.
                            Hij ontvangt in dat geval een tijdelijke maandelijkse toelage door de
                            Raad vastgesteld, tot dat de ombudsman zijn werkzaamheden heeft hervat,
                            dan wel tot dat een nieuwe ombudsman in functie treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bezoldiging tijdens afwezigheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de Ombudsman wegens vakantie of afwezigheid verhinderd is zijn
                            functie te vervullen, behoudt hij gedurende deze verhindering zijn
                            bezoldiging, voor zover de ARG niet anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van ziekte van de Ombudsman is hoofdstuk 7 ARG van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vakantie en vakantietoelage</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Ten aanzien van de vakantie van de Ombudsman zijn de bepalingen van
                                de artikelen 6:1, 6:1:1, 6:2, 6:2:1, 6:2:2, 6:2:3, 6:2:4, 6:2:6,
                                6:4:1, 4:2:1, 6:4, 6:4:3 en 6:4:6 ARG van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li><li nr="b."><al>De Ombudsman heeft aanspraak op een vakantietoelage overeenkomstig
                                de bepalingen van de artikelen 6:3 en 6:3:1 ARG.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mededelingsplicht</titel></kop><al>Indien de Ombudsman wegens ziekte of om andere redenen zijn functie niet kan
                        vervullen, geeft hij daarvan terstond kennis aan het college. Van ziekte en
                        herstel doet hij tevens terstond mededeling aan de Arbo-dienst
                        overeenkomstig het bepaalde in het Concern Verzuimprotocol.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanspraken bij ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hoofdstuk 7 ARG is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van
                            de artikelen 7:14, eerste lid, en 7:16, eerste lid onder a en b</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Concern Verzuimprotocol is van overeenkomstige toepassing, waarbij
                            voor werkgever gelezen wordt: de raad</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De geneeskundige begeleiding van de Ombudsman geschiedt door de
                            Arbo-dienst op de wijze zoals is aangegeven in artikel 7:2:2, tweede lid
                            ARG.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verplaatsingskosten</titel></kop><al>Hoofdstuk 18 van de ARG en de krachtens deze paragraaf vastgestelde
                        regelingen zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ambtsjubileum en eindejaarsuitkering</titel></kop><al>Artikelen 3:5 en 3:5:1 ARG inzake gratificatie wegens 25-, 40- of 50-jarige
                        dienstvervulling en de daaruit voortvloeiende regelgeving alsmede artikel 3:
                        6 ARG inzake eindejaarsuitkering zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reis- en verblijfskosten</titel></kop><al>De Ombudsman heeft aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfskosten
                        overeenkomstig de Reisregeling 1996.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ontslaguitkeringen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de wettelijke ontslaggronden zijn de ontslaggronden opgenomen in
                            artikel 2 van de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de Ombudsman wordt ontslagen wegens opheffing van de functie van
                            gemeentelijke Ombudsman, dan wel op grond van artikel 81q lid 3f van de
                            Gemeentewet of indien hij na afloop van de termijn waarvoor zijn
                            benoeming geldt niet wordt herbenoemd, anders dan op eigen verzoek, zijn
                            de bepalingen van hoofdstuk 10A van de ARG van overeenkomstige
                            toepassing, inclusief paragraaf 3 (Aansluitende uitkering).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Ombudsman wordt ontslagen wegens ziekte of gebreken, is
                            hoofdstuk 11A van de ARG van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de Ombudsman wordt ontslagen op een grond als bedoeld in artikel
                            81q lid 3c Gemeentewet of artikel 2, vierde lid, sub b van de
                            Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen, is hoofdstuk 10A van de
                            ARG van toepassing, met dien verstande dat het betreffende ontslag
                            gelijk gesteld wordt met een ontslag op grond van artikel 8:12 ARG.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Behoudens bijzondere omstandigheden wordt ongevraagd ontslag niet
                            verleend of blijft herbenoeming niet achterwege dan nadat de Ombudsman
                            in de gelegenheid is gesteld, desgewenst bijgestaan door een raadsman,
                            door of vanwege de gemeenteraad te worden gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ordemaatregel: schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Ombudsman kan door de gemeenteraad worden geschorst indien het
                            voornemen bestaat hem ontslag te verlenen op een grond genoemd in
                            artikel 5, lid 4 van de Verordening gemeentelijke Ombudsman
                            Groningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Ombudsman kan voorts door de gemeenteraad worden geschorst
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>tegen hem een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige
                                    hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;</al></li><li nr="b."><al>tegen hem een strafrechtelijk onderzoek ter zake van een
                                    misdrijf wordt ingesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Ombudsman geschorst is, kan de gemeenteraad bepalen dat zijn
                            bezoldiging wordt ingehouden volgens het bepaalde in artikel 8:15:2
                            ARG.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Straffen</titel></kop><al>Disciplinaire straffen worden de Ombudsman niet opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nagelaten betrekkingen</titel></kop><al>Ten aanzien van de nabestaanden van de Ombudsman respectievelijk gewezen
                        Ombudsman vinden artikel 8:16:2 respectievelijk artikel 7:6 ARG
                        overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gewezen Ombudsman
                        geacht wordt ambtenaar in vaste dienst te zijn geweest.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Uitwisselen van arbeidsvoorwaarden</titel></kop><al>Hoofdstuk 4A ARG is, voor zoveel mogelijk, van overeenkomstige toepassing op
                        de Ombudsman.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>FPU-gemeenten</titel></kop><al>Hoofdstuk 5A ARG is, voor zoveel mogelijk, van overeenkomstige toepassing op
                        de Ombudsman.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De rechtspositionele erkenning van alternatieve samenlevingsvormen</titel></kop><al>Hoofdstuk 21 ARG is van overeenkomstige toepassing op de Ombudsman.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Secundaire arbeidsvoorwaarden</titel></kop><al>De secundaire arbeidsvoorwaarden van de gemeente Groningen zijn, voor zoveel
                        mogelijk, van overeenkomstige toepassing op de Ombudsman.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet of niet genoegzaam voorziet,
                        beslist de gemeenteraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            gemeentelijke Ombudsman Groningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij treedt in werking op 1 januari 2006.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>