<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56612_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 04-04-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">Wet werk en bijstand, art. 8 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">artikelen 8, eerste lid, onderdeel c</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=30">30 van de Wet werk en bijstand</extref>, overwegende dat het
                        noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van
                        uitkeringen van bijstandsgerechtigden van 21 jaar of ouder doch jonger dan
                        65 jaar bij verordening te regelen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>de wet de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>;</al><lijst><li nr="-"><al>gehuwdennorm: de norm als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=21">artikel 21, onderdeel c. van de wet</extref>;</al></li><li nr="-"><al>verzorgingsbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging
                                    ter voorkoming van opname in een verpleeghuis of
                                    verzorgingstehuis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Toepasselijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor
                                    belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In
                                    geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening
                                    alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan
                                    65 jaar zijn.</al></li><li nr="2."><al>De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 laten de toepassing <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18, eerste lid, van de wet</extref> onverlet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Toeslagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toeslag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=25">artikel 25, eerste lid, van de wet</extref> bedraagt 20%
                                    van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder
                                    in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.</al></li><li nr="2."><al>De toeslag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=25">artikel 25, eerste lid, van de wet</extref> bedraagt 10%
                                    van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande
                                    ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf
                                    hebben.</al></li><li nr="3."><al>De toeslag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=25">artikel 25, eerste lid, van de wet</extref> bedraagt 2% van
                                    de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die
                                    geen woning bewoont.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van het tweede lid van dit artikel worden de
                                    volgende personen niet aangemerkt als een ander die in dezelfde
                                    woning zijn hoofdverblijf heeft: </al><lijst><li nr="a."><al>kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar
                                            met een inkomen van ten hoogste de norm als bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=20">artikel 20, onder a, van de wet</extref>
                                            vermeerdert met 10% van de gehuwdennorm;</al></li><li nr="b."><al>meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond
                                            van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20studiefinanciering%202000">Wet studiefinanciering 2000</extref>;</al></li><li nr="c."><al>meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond
                                            van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tegemoetkoming%20onderwijsbijdrage%20en%20schoolkosten">Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                                schoolkosten</extref>;</al></li><li nr="d."><al>verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden
                                            verzorgd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toeslag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=29">artikel 29 van de wet</extref> bedraagt voor een
                                    belanghebbende van 21 jaar, in afwijking van artikel 3,
                                    nihil.</al></li><li nr="2."><al>De toeslag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=29">artikel 29 van de wet</extref> bedraagt voor een
                                    belanghebbende van 22 jaar, in afwijking van artikel 3, 10% van
                                    de gehuwdennorm.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van lid 1 en lid 2 wordt de toeslag vastgesteld op
                                    de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag,
                                    indien deze toeslag minder bedraagt dan de toeslag waartoe
                                    toepassing van lid 1 of 2 zou leiden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 Verlaging gehuwdennorm</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verlaging als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=26">artikel 26 van de wet</extref>bedraagt 10% van de
                                    gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met één of meer
                                    anderen.</al></li><li nr="2."><al>De verlaging als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=27">artikel 27 van de wet</extref> bedraagt voor gehuwden die
                                    geen woning bewonen 18% van de gehuwdennorm.</al></li><li nr="3."><al>Het vierde lid van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing
                                    op lid 1. van dit artikel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van
                            de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: toeslagenverordening <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand 2007</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Intrekking bestaande verordening</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                            toeslagenverordening <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en Bijstand</extref>, vastgesteld door de raad op 2 juni
                            2004 ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>Op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> dient de gemeenteraad een verordening vast te stellen met
                    betrekking tot het verhogen en verlagen van de norm als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=30">artikel 30 WWB</extref>, de zogenaamde toeslagenverordening. De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invoeringswet%20wet%20werk%20en%20bijstand">Invoeringswet WWB</extref> zet de Toeslagenverordening Abw van rechtswege
                    om in een Toeslagenverordening <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>.</al><al>Uit oogpunt van leesbaarheid is het gewenst dat de lokale verordeningen worden
                    aangepast aan de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>. Daarnaast kunnen gemeenten deze gelegenheid te baat nemen om
                    de Toeslagenverordening zonodig bij te stellen, aan te passen aan de nieuwe
                    financiële verantwoordelijkheden van de gemeente, maar zonodig ook aanpassingen
                    op onderdelen die in de praktijk problemen oplever(d)en.</al><al>De projectgroep invoering <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> heeft voor geheel Noord-Limburg een nieuwe
                    Toeslagenverordening voorbereid. Bij het opstellen van deze verordening is,
                    inherent aan de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> zelf, als uitgangspunt gekozen voor het verminderen van
                    (uniforme) regels en een doelmatige uitvoering. Een van de belangrijkste
                    wijzigingen ten opzichte van de bestaande situaties is daardoor het verdwijnen
                    van de begrippen kostgangers, onderhuur en kamerhuur. Dit leidt tot een sterke
                    vereenvoudiging van de regelgeving.</al><al><vet>2. Norm, toeslag en verlaging</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Hoofdstuk 3 van de WWB</extref> kent voor de algemeen noodzakelijke kosten
                    van het bestaan een systeem van basisnormen en toeslagen en verlagingen.</al><al>Dit systeem is grotendeels overgenomen uit de Abw. In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> maakt het voor de financiering door het rijk echter geen
                    verschil of bijstand is toegekend als norm of als toeslag.</al><al>De bijstandsnormen zijn geregeld in paragraaf 2, in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=20">artikelen 20 tot en met 24 WWB</extref>.</al><al>Daarnaast voorziet paragraaf 3 in toeslagen en verlagingen, namelijk in de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=25">artikelen 25 tot en met 29 WWB</extref>.</al><al>Het college is verplicht om in voorkomende gevallen de norm te verhogen met een
                    toeslag. Van de mogelijkheid om een verlaging toe te passen hoeft geen gebruik
                    gemaakt te worden. Dus: verhogen moet, verlagen mag.</al><al>Norm</al><al>Voor personen van 21 jaar tot en met 65 jaar bestaan er een drietal basisnormen
                        (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=21">artikel 21 WWB</extref>), te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>gehuwden: 100% van het wettelijk minimumloon (= de gehuwdennorm);</al></li><li nr="-"><al>alleenstaande ouders: 70% van de gehuwdennorm</al></li><li nr="-"><al>alleenstaanden: 50% van de gehuwdennorm</al></li></lijst><al>Toeslagen</al><al>Een toeslag kan worden verstrekt aan een alleenstaande of alleenstaande ouder
                    indien de algemeen noodzakelijke bestaanskosten niet of niet geheel gedeeld
                    kunnen worden. De mogelijkheid tot het delen van kosten wordt aanwezig geacht
                    als naast betreffende belanghebbende nog één of meer anderen hun hoofdverblijf
                    hebben in dezelfde woning.</al><al>Dan kunnen zaken als huur, gas, water en licht, vastrechtkosten, maar ook
                    afvalstoffenheffing, krant etc. gedeeld worden.</al><al>De toeslag bedraagt ten hoogste 20% van de gehuwdennorm, zodat de uitkering
                    maximaal bedraagt voor:</al><lijst><li nr="-"><al>alleenstaande ouders: 90% van de gehuwdennorm</al></li><li nr="-"><al>alleenstaanden: 70% van de gehuwdennorm</al></li></lijst><al>De toeslag kan worden vastgesteld op elk bedrag binnen dit maximum van 20% van
                    de gehuwdennorm, mits dit aansluit bij het niveau van de noodzakelijke
                    bestaanskosten. Dit is uitgewerkt in de artikelen 3 en 4 van de
                    Toeslagenverordening. Budgettaire overwegingen mogen bij het vaststellen van de
                    toeslag geen rol spelen. Het college is overigens niet verplicht om bij de
                    verlening van een toeslag rekening te houden met lagere bestaanskosten. Het
                    college heeft de mogelijkheid om alle alleenstaanden en alleenstaande ouders,
                    zonder nader onderscheid, de maximale toeslag te verstrekken. (Zie TK 28870, nr.
                    3, p. 52 en 53.)</al><al>Verlagingen</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> noemt de volgende verlagingen:</al><lijst><li nr="-"><al>verlaging in verband met het geheel of gedeeltelijk kunnen delen met een
                            ander van algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan bij gehuwden
                                (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=26">artikel 26 WWB</extref>);</al></li><li nr="-"><al>verlaging in verband met de woonsituatie (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=27">artikel 27 WWB</extref>);</al></li><li nr="-"><al>verlaging in verband met het recentelijk beëindigen van een studie
                                (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=28">artikel 28 WWB</extref>);</al></li><li nr="-"><al>verlaging in verband met de leeftijd van 21 of 22 jaar bij
                            alleenstaanden (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=29">artikel 29 WWB</extref>).</al></li></lijst><al>De verlagingen zijn uitgewerkt in artikel 5 van de verordening. In deze concept
                    verordening wordt géén verlaging voorgesteld in verband met recentelijk
                    beëindigen van een studie (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=28">artikel 28 WWB</extref>).</al><al><vet>3. De Toeslagenverordening</vet></al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">artikel 8 lid 1 onder c</extref>, jo. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=30">artikel 30 WWB</extref> is geregeld dat de gemeenteraad bij verordening
                    dient vast te stellen voor welke categorieën de bijstandsnorm verhoogd of
                    verlaagd wordt en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of
                    verlaging wordt bepaald.</al><al>Het door het college voorgestane beleid ten aanzien van de toeslagen moet dus
                    worden vastgelegd in de Toeslagenverordening door de gemeenteraad, opdat het
                    college het beleid kan uitvoeren.</al><al>Categorieën</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=30">Artikel 30 WWB</extref> bepaalt dat de Toeslagenverordening een categoriaal
                    karakter moet hebben. Bij het afbakenen van categorieën is steeds getracht te
                    komen tot in de praktijk eenvoudig te hanteren criteria. Daarom is er gekozen
                    voor een forfaitaire benadering.</al><al>In dit model Toeslagenverordening wordt, naast de toeslagen, invulling gegeven
                    aan alle verlagingen die de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> mogelijk maakt, behoudens de schoolverlaterverlaging.</al><al>Schoolverlaterverlaging</al><al>In de praktijk blijkt bijstandsbehoevendheid van schoolverlaters voornamelijk
                    veroorzaakt te worden door de economische omstandigheden. Bovendien kan niet
                    zonder meer gesteld worden dat de noodzakelijke algemene kosten van het bestaan
                    voor de schoolverlater lager liggen dan voor de niet-schoolverlater. Studenten
                    hebben immers vaak een baantje gehad tijdens de studie en hebben daar hun
                    bestaanskosten dan op afgestemd. Weliswaar wordt in de toelichting op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=28">artikel 28 WWB</extref> gesteld dat daarmee geen rekening mag worden
                    gehouden, maar dat is in strijd met de opvatting van de CRvB ten aanzien van het
                    met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=28">artikel 28 WWB</extref> overeenkomstige <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20bijstandswet">artikel 36 Abw</extref>. (Zie CRvB 07 12 1999, nr. 98/1937 NABW.)</al><al>Een verlaging van uitkering voor schoolverlaters als stimulans om (eerder) werk
                    te aanvaarden, schiet o.i. het doel voorbij. Wanneer er sprake is van nalatig
                    handelen in de periode voorafgaande aan de bijstandsperiode, dan kan de gemeente
                    een (tijdelijke) maatregel opleggen, of - zoals de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> dat noemt - de bijstand afstemmen op het betoonde besef van
                    verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.</al><al>Verlaging bij woonsituatie</al><al>Ten opzichte van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20bijstandswet/article=35">artikel 35 lid 1 Abw</extref> is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=27">artikel 27 WWB</extref> ruimer. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20bijstandswet/article=35">Artikel 35 lid 1 Abw</extref> voorzag enkel in een verlaging in het geval
                    aan de door belanghebbende bewoonde woning geen woonkosten verbonden waren.
                    Volgens de toelichting op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=27">27 WWB</extref> is de verruiming bedoeld om ook ingeval er helemaal geen
                    woning wordt bewoond, een verlaging te kunnen toepassen.</al><al>Indien een belanghebbende uitzonderlijk lage woonkosten heeft, kan dat
                    aanleiding zijn om met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18 lid 1 WWB</extref> de bijstand lager vast te stellen. In de wet
                    wordt overigens niet het begrip 'woonkosten' gehanteerd, maar “lagere
                    noodzakelijke kosten van het bestaan als gevolg van de woonsituatie”. Daarmee
                    wordt duidelijk dat het hebben van kosten voor water, gas, licht en dergelijke,
                    voor belanghebbende niet afdoende is om een verlaging van uitkering te
                    voorkomen. Dit verdraagt zich ook met de invulling die de Centrale Raad van
                    Beroep heeft gegeven aan de invulling van het begrip woonkosten in de zin van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20bijstandswet/article=35">artikel 35 lid 1 Abw</extref>. (Zie CRvB 06-11-2001, nrs. 99/7 en 99/29
                    NABW en CRvB 06-05-2003, nr. 00/4951 NABW.).</al><al>Wanneer met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18 lid 1 WWB</extref> overgegaan wordt tot verlaging van de
                    bijstand, zal de gemeente zich zorgvuldig moeten vergewissen van aard en omvang
                    van deze verlaging.</al><al>De hoogte van een verlaging krachtens dit artikel heeft geen invloed op de vorm
                    waarin de bijstand verleend wordt. Indien bijstand verleend wordt aan daklozen,
                    kan het college gebruik maken van zijn bevoegdheid om een budgetteringsplicht op
                    te leggen of de bijstand in natura (in de vorm van opvang) te verlenen.</al><al>Overigens geschiedt de verlening van bijstand aan belanghebbenden zonder adres
                    als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeentelijke%20basisadministratie%20persoonsgegevens/article=1">Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, art. 1</extref> op
                    grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=40">artikel 40 lid 1 en 2 WWB</extref> door bij amvb (Bijstandsbesluit
                    adreslozen) aan te wijzen centrumgemeenten. Maar niet elke belanghebbende zonder
                    woning is een adresloze in de zin van aangehaalde wet. Belanghebbende kan immers
                    ook de beschikking hebben over een postadres bij familie of een instantie.</al><al>Om redenen van inzichtelijkheid is ook de werking van de verordening beperkt tot
                    belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, hoewel de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> de mogelijkheid biedt om de verlagingen ook toe te passen op
                    belanghebbenden van 18, 19 of 20 jaar. In een uitzonderlijke situatie waarin een
                    belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar slechter af zou zijn
                    dan een belanghebbende van 18, 19 of 20 jaar in overigens vergelijkbare
                    omstandigheden ligt het voor de hand dat het college eveneens op grond van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18 lid 1 WWB</extref> de bijstand aanpast. (Zie ook de
                    Artikelsgewijze toelichting bij artikel 2 van de Toeslagenverordening.)</al><al><vet>4. Berekening toepasselijke bijstandsnorm</vet></al><al>In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> is - in tegenstelling tot in de Abw - niet voorgeschreven dat
                    in gevallen waarin zowel de toeslag als de norm verlaagd kunnen worden, de
                    verlaging met voorrang op de toeslag dient plaats te vinden. De reden van het
                    vervallen van het voorschrift is gelegen in de financieringsstructuur van de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>, waarbij het niet uitmaakt of de norm of de toeslag verlaagd
                    wordt. Voor de toepassing van de leeftijdsverlaging bij 21- en 22 jarigen maakt
                    dit echter wel uit. Omdat noch uit de wettekst noch uit de Memorie van
                    toelichting kan worden opgemaakt dat de wetgever heeft beoogd de
                    leeftijdsverlaging een zwaarder gewicht te geven, blijft het bij voorrang
                    toepassen van de verlaging op de toeslag de aangewezen volgorde. In de praktijk
                    leidt dit overigens alleen bij de combinatie verlaging wegens woonsituatie en
                    leeftijdsverlaging (een andere verlaging is niet mogelijk in combinatie met de
                    leeftijdsverlaging) tot verschillende uitkomsten.</al><al>Aangezien wij voorstellen om geen categoriale verlaging wegens leeftijd - maar
                    een aangepaste toeslag van respectievelijk 0 en 10% - toe te passen, zal een
                    cumulatie van verlagingen in principe niet aan de orde zijn.</al><al>Bovenstaande in acht nemend kan de hoogte van de uitkering algemene bijstand
                    voor personen van 21 tot 65 jaar als volgt worden berekend:</al><lijst><li nr="1."><al>Basisnorm;</al></li><li nr="2a."><al>Optellen toeslag (alleen bij alleenstaanden en alleenstaande ouders)
                            OF</al></li><li nr="2b."><al>Korten met verlaging (alleen bij gehuwden) wegens het delen van een
                            woning met anderen of bij geen woning bewonen;</al></li><li nr="3."><al>Voor 21- en 22 jarigen geldt een afwijkende toeslag (0 en 10%).</al></li></lijst><al>De uitkomst van deze berekening laat een eventueel aan de orde zijnde afstemming
                    van de bijstand bij wijze van individualisering onverlet. Denk hierbij aan
                    verlaging in verband met de woonsituatie.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> niet afzonderlijk te definiëren in de Verordening. Dit
                    voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> ook de verordening moet worden gewijzigd.</al><al>Voor het gebruik van het begrip gehuwdennorm is gekozen, omdat de hoogte van
                    deze norm in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> zelf wordt gegeven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=21">artikel 21 onder c WWB</extref>. Dit bedrag is feitelijk gelijk aan het
                    netto minimumloon.</al><al>Om een persoon als verzorgingsbehoevende in de zin van de Toeslagenverordening
                    aan te kunnen merken, moet belanghebbende aannemelijk maken, dat deze door hem
                    verzorgde persoon bij ontsteltenis van de verzorging zou zijn aangewezen op een
                    verpleeghuis of verzorgingstehuis. Er moet een duidelijke indicatie zijn op
                    grond waarvan de verzorgingsbehoevendheid kan worden aangenomen, bij voorkeur
                    een verklaring van deze strekking die is afgegeven door een arts. Het feit dat
                    een belanghebbende als verzorger van een verzorgingsbehoevende is aan te merken
                    is overigens geen reden om hem te ontheffen van de verplichting om algemeen
                    geaccepteerde arbeid te zoeken en te aanvaarden.</al><al>Een nadere omschrijving voor begrippen als “kamerhuurder” of “onderhuurder” is
                    overbodig. In deze verordening wordt geen onderscheid gemaakt tussen
                    onderhuurders (commercieel of niet-commercieel), kostgangers of woningdelers. In
                    al deze gevallen bedraagt de toeslag bij alleenstaanden en alleenstaande ouders
                    10%, of bedraagt de verlaging bij gehuwden 10%. Er wordt louter gekeken naar
                    medebewoners die een bijdrage (kunnen) leveren in de lasten. In alle genoemde
                    situaties treden schaalvoordelen op. Daarbij is het niet bepalend of
                    belanghebbende daadwerkelijk hogere (of lagere) bestaanskosten heeft, maar of
                    belanghebbende (woon)lasten kan delen. Als uitgangspunt is gekozen voor een
                    forfaitair percentage. Dit betekent voor de uitvoering vereenvoudiging, en de
                    regelgeving is minder fraudegevoelig.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Hoewel de tekst van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=26">artikelen 26</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=27">27</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=28">28 WWB</extref> ook categoriale verlagingen mogelijk maakt voor
                    belanghebbenden van 18, 19 of 20 jaar, moet dit niet opportuun geacht worden. De
                    normen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=20">artikel 20 WWB</extref> zijn laag vastgesteld, vanwege de onderhoudsplicht
                    van de ouders van belanghebbenden. Betreffende ouders kunnen bijvoorbeeld
                    voldoen aan hun onderhoudsplicht door hun kind bij hen in te laten wonen of de
                    huur voor hen te betalen. In dergelijke gevallen zou als het ware 'dubbel
                    gekort' worden als hierdoor ook nog krachtens de Toeslagenverordening de
                    uitkering verlaagd zou worden. Bovendien zou de toepassing van de categoriale
                    verlagingen op belanghebbenden van 18, 19 of 20 jaar de uitvoering van de
                    Toeslagenverordening nodeloos ingewikkeld maken.</al><al>Mocht echter het niet toepassen van de verordening op de jongerennorm van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=20">artikel 20 WWB</extref> onredelijke uitkomsten geven, dan blijft het
                    college bevoegd om op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18 lid 1 WWB</extref> de bijstand lager vast te stellen. In de
                    praktijk zal dit zich gezien de geringe hoogte van de jongerennorm niet
                    veelvuldig voordoen, maar te denken valt aan de situatie waarin
                    gehuwde/samenwonende jongeren met een kind in een kraakpand wonen. De
                    gehuwdennorm van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=21">artikel 21 onder c WWB</extref> minus een verlaging op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18 lid 1 WWB</extref> kan leiden tot een lager bedrag aan bijstand
                    dan de norm van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=20">artikel 20 lid 2 onder c WWB</extref>. In dergelijke uitzonderlijke
                    situaties moet het college gebruik maken van zijn bevoegdheid tot
                    individualiseren.</al><al>De in het tweede lid opgenomen verplichting voor het college om - zo nodig in
                    afwijking van de uit de Toeslagenverordening voortvloeiende hoogte van de
                    bijstand - de bijstand anders vast stellen, als dat gelet op de omstandigheden,
                    mogelijkheden en middelen van belanghebbende opportuun is, volgt uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=30">artikel 30 lid 4 WWB</extref>. De individualiseringsplicht geldt evenzeer
                    in situaties waarin de Toeslagenverordening niet voorziet. Om hierover bij de
                    uitvoering van de Toeslagenverordening geen misverstand te laten bestaan is er
                    voor gekozen om deze plicht expliciet in de Toeslagenverordening op te
                    nemen.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De hoogte van 20% van de gehuwdennorm als hoogte van de toeslag voor de
                    alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn
                    hoofdverblijf heeft, is verplicht op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=30">artikel 30 lid 2 onder a WWB</extref>.</al><al>Uit het systeem van normen, toeslagen en verlagingen volgt dat bij de
                    alleenstaande ouder inwonende ten laste komende kind(eren) beneden 18 jaar niet
                    aangemerkt worden als “een ander die in de woning zijn hoofdverblijf
                    heeft”.</al><al>Ingeval in de woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verondersteld dat
                    er noodzakelijke kosten van het bestaan gedeeld kunnen worden (bijvoorbeeld huur
                    en stookkosten). Daarbij is de mate waarin de kosten ook daadwerkelijk gedeeld
                    worden niet van belang. Dat is een verantwoordelijkheid van belanghebbende
                    zelf.</al><al>Zolang er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding moet er echter van
                    worden uitgegaan dat niet alle kosten gedeeld kunnen worden. Een toeslag blijft
                    op zijn plaats. In de toeslagenverordening is daarom gekozen voor een toeslag
                    van 10% van de gehuwdennorm in het geval één of meer anderen in dezelfde woning
                    zijn hoofdverblijf hebben. Ook bij onderhuur en kamerhuur is er sprake van het
                    (gedeeltelijk) kunnen delen van kosten met een ander.</al><al>In het derde lid wordt de toeslag geregeld voor de alleenstaande en de
                    alleenstaande ouder die geen woning bewoont. De bijstandsuitkering (is norm +
                    toeslag of verlaging) dient voldoende te zijn om in de algemeen noodzakelijke
                    kosten van het bestaan te kunnen voorzien. De kosten van wonen maken daar deel
                    van uit. Indien belanghebbende geen woonkosten heeft omdat hij geen woning
                    bewoont, wordt de toeslag vastgesteld op 2%. Immers, voor het deel woonkosten is
                    in de norm 18% van de gehuwdennorm inbegrepen. Worden deze lasten gemist, dan is
                    het redelijk om 18% af te trekken van de maximale toeslag van 20%.</al><al>In het vierde lid wordt geregeld dat kinderen die niet (meer) in de norm
                    begrepen zijn, maar die tevens in omstandigheden verkeren waardoor het niet
                    aannemelijk is, dat zij kunnen bijdragen in de kosten van het huishouden, niet
                    meetellen als personen die in de woning hun hoofdverblijf hebben. Daarbij is
                    nadrukkelijk overwogen dat in de WSF 2000 en Wtos aan thuiswonende studenten al
                    een lager bedrag wordt verstrekt. Aangezien betreffende kinderen niet in de
                    bijstand begrepen zijn, is het aan de alleenstaande ouder om zodanige
                    inlichtingen te verstrekken dat kan worden vastgesteld of de onderdelen a, b of
                    c van toepassing zijn.</al><al>In onderdeel d van het vierde lid wordt geregeld dat verzorgingsbehoevenden
                    eveneens niet worden meegeteld als personen die in dezelfde woning hun
                    hoofdverblijf hebben. Uitgangspunt daarbij is dat het niet wenselijk is om
                    belanghebbende vanwege deze verzorgingstaken te confronteren met een lagere
                    toeslag.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=29">Artikel 29 WWB</extref> geeft het college de bevoegdheid om de toeslag,
                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=25">artikel 25</extref>, voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar afwijkend
                    vast te stellen voor zover het college van oordeel is dat, gezien de hoogte van
                    het minimum jeugdloon er een drempel zou kunnen zijn om werk te aanvaarden.
                    Aangezien het minimum jeugdloon voor een 21-jarige lager is dan dat voor een
                    22-jarige ligt het voor de hand om voor een 21-jarige een lagere toeslag toe te
                    passen dan voor een 22 jarige. Door een afwijkende toeslag voor 21- en
                    22-jarigen toe te passen, wordt afstemming gezocht bij de minimumjeugdlonen en
                    andere sociale voorzieningen zoals de Wajong en wordt voorkomen dat de gemeente
                    bovenop de Wajong-uitkering een aanvullende <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>-uitkering moet verstrekken.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>In de gehuwdennorm is al rekening gehouden met het feit dat beide echtgenoten de
                    kosten van hun huishouden volledig kunnen delen met elkaar. Indien in de woning
                    nog een ander zijn hoofdverblijf heeft, kunnen de algemeen noodzakelijke kosten
                    van het bestaan nog verder gedeeld worden. Daarbij is de mate waarin de kosten
                    ook daadwerkelijk gedeeld worden niet van belang. Dat is een
                    verantwoordelijkheid van belanghebbenden zelf.</al><al>Uit het systeem van normen, toeslagen en verlagingen volgt dat bij de
                    echtgenoten inwonende ten laste komende kind(eren) beneden 18 jaar niet
                    aangemerkt worden als “anderen” met wie de woning wordt gedeeld.</al><al>Gekozen is voor een verlaging van 10% van de gehuwdennorm, ongeacht het aantal
                    anderen dat in de woning zijn hoofdverblijf heeft. Evenals bij alleenstaanden
                    wordt vanaf de vierde persoon die in de woning zijn hoofdverblijf heeft geen
                    noemenswaardige vermindering van de algemeen noodzakelijke kosten van het
                    bestaan aanwezig geacht. Daarbij moet ook bedacht worden dat in de praktijk bij
                    meer bewoners van een woning, het ook vaak om een grotere en duurdere woning
                    gaat, zodat de feitelijke kosten van het bestaan doorgaans niet lager uitvallen
                    dan in gevallen waarin maar één ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning
                    heeft.</al><al>Artikel 5 lid 2 is een spiegel van artikel 3, lid 3. Daar waar de alleenstaande
                    (ouder) die geen woning bewoont, een toeslag ontvangt van 2%, levert dezelfde
                    systematiek bij gehuwden een verlaging op van 18%.</al><al>Ingevolge artikel 5 lid 3 worden bepaalde personen niet aangemerkt als een ander
                    die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. Ter zake wordt verwezen naar de
                    toelichting op artikel 3, vierde lid.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Evenals de uitvoering van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> ligt de uitvoering van de Toeslagenverordening bij het
                    college.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kunnen
                    burgemeester en wethouders ten gunste van de belanghebbende afwijken van de
                    bepalingen. Van deze mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik gemaakt te
                    worden, om het scheppen van precedenten tegen te gaan.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>