<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56585_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Venlo 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 04-04-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Venlo 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">Wet werk en bijstand, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen bij inwerkingtreding van de Participatieverordening 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Venlo 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> (WWB), de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers</extref> (Ioaw) en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            gewezen zelfstandigen</extref> (Ioaz).</al><al>Overwegende dat op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">artikel 8, eerste lid onder a WWB</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers/article=35">artikel 35 Ioaw</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen/article=35">artikel 35 Ioaz</extref> de gemeenteraad bij verordening regels stelt
                        met betrekking tot het ex <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7 WWB</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers/article=34">artikel 34 Ioaw</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen/article=34%20">artikel 34 Ioaz</extref> bieden van ondersteuning bij
                        arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op
                        arbeidsinschakeling.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> (WWB) en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> (Awb).</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> (Staatsblad 2003,
                                            nummer 375), zoals deze nadien is of wordt
                                            gewijzigd;</al></li><li nr="b."><al>Ioaw: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werknemers">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werknemers</extref>;</al></li><li nr="c."><al>Ioaz: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20zelfstandigen">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte zelfstandigen</extref>;</al></li><li nr="d."><al>uitkeringsgerechtigde: degene die een periodieke
                                            uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de
                                            wet, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">Ioaw</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">Ioaz</extref>;</al></li><li nr="e."><al>Anw-er: persoon die een uitkering ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref> ontvangt en die
                                            als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het
                                            Centrum Werk en Inkomen;</al></li><li nr="f."><al>niet-uitkeringsgerechtigde (nugger): een persoon als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=6">artikel 6 onder a. van de wet</extref>, die als
                                            werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij het Centrum
                                            Werk en Inkomen.</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: een persoon die behoort tot de doelgroep
                                            en die aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie
                                            ondersteuning wordt geboden;</al></li><li nr="h."><al>werknemer in gesubsidieerde arbeid: werknemer als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=10">artikel 10, lid 2 van de wet</extref>;</al></li><li nr="i."><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7, lid 1 onder a. van de wet</extref> door
                                            burgemeester en wethouders ondersteuning kan worden
                                            geboden;</al></li><li nr="j."><al>voorzieningen: voorzieningen bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7, lid 1 onder a van de wet</extref>; een
                                            instrument binnen een traject dat ingezet wordt om
                                            belemmeringen bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid weg te nemen;</al></li><li nr="k."><al>arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar
                                            burgerlijk recht. Met een arbeidsovereenkomst wordt
                                            gelijkgesteld een aanstelling op grond van het
                                            ambtenarenrecht;</al></li><li nr="l."><al>vrijwilligerswerk: het verrichten van onbetaalde
                                            maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op
                                            arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke
                                            participatie;</al></li><li nr="m."><al>traject: een met de belanghebbende overeengekomen, dan
                                            wel door burgemeester en wethouders aan hem opgelegd
                                            geheel van activiteiten gericht op het verkrijgen en
                                            behouden van betaalde arbeid;</al></li><li nr="n."><al>wettelijk minimumloon: het wettelijk minimumloon dat van
                                            toepassing is op de werknemer, exclusief
                                            werkgeverslasten;</al></li><li nr="o."><al>scholing: het systematisch verwerven van
                                            arbeidsmarktrelevante kennis en/of vaardigheden voor de
                                            uitoefening, het behoud of het verkrijgen van een taak,
                                            functie of (zelfstandig) beroep onder begeleiding van
                                            daartoe aangestelde docenten. Het dient zowel voor het
                                            uitoefenen als het verkrijgen van een (deel)kwalificatie
                                            voor taak, functie of beroep;</al></li><li nr="p."><al>training: het regelmatig en systematisch toedienen van,
                                            in omvang en intensiteit toenemende, belastingprikkels
                                            met de bedoeling het prestatievermogen te laten
                                            stijgen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Opdracht aan burgemeester en wethouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders bieden ondersteuning bij
                                    arbeidsinschakeling aan belanghebbenden.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zorgen voor een voldoende gevarieerd
                                    aanbod van voorzieningen. Burgemeester en wethouders houden
                                    daarbij rekening met de aard en omvang van door burgemeester en
                                    wethouders te bepalen doelgroepen en de voorzieningen die het
                                    meest geschikt zijn voor de leden van die doelgroepen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het bepalen van het aanbod
                                    aan voorzieningen prioriteiten stellen in verband met de
                                    financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en
                                    conjuncturele ontwikkelingen.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders bevorderen de beschikbaarheid van
                                    voorzieningen voor de opvang van kinderen jonger dan 12 jaar
                                    voor belanghebbende, voor zover die opvang nodig is voor het
                                    volgen van een traject of voor deelname aan een voorziening, of
                                    voor het bereiken van het doel van een traject of een
                                    voorziening.</al></li><li nr="5."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde, aan wie een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, ook
                                    inburgeringspichtig is ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering">Wet Inburgering</extref>, en een door het college van
                                    burgemeester en wethouders aangeboden inburgeringvoorziening
                                    heeft geaccepteerd, draagt het college er zorg voor dat de
                                    inburgeringvoorziening op de voorzieningvoor arbeidsinschakeling
                                    wordt afgestemd.</al></li><li nr="6."><al>Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door
                                    de gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Doel en doelgroep</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Doel van de ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een belanghebbende
                                    ondersteuning bieden bij het vinden van algemeen geaccepteerde
                                    arbeid, of als dat doel niet bereikbaar is, bij zelfstandige
                                    maatschappelijke participatie.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat belanghebbenden
                                    aan wie een nader te bepalen voorziening ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning%20">Wet Maatschappelijk Ondersteuning</extref> is toegekend,
                                    voor de toepassing van deze verordening gelijk worden gesteld
                                    met uitkeringsgerechtigden. Zij geven daarbij aan voor welke
                                    voorzieningen ingevolge de wet deze gelijkstelling van
                                    toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Vorm van de ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden een traject,
                                    waarbij zonodig voorzieningen kunnen worden ingezet, of door het
                                    bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere
                                    instanties.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die
                                    voorziening die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is
                                    voor het doel dat beoogd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Onder een voorziening wordt tevens verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>vergoeding van noodzakelijke reiskosten voor deelname
                                            aan een voorziening, volgens het goedkoopste openbaar
                                            vervoer tarief, voor zover de enkele reisafstand van
                                            woonadres tot het adres waar aan de voorziening dient te
                                            worden deelgenomen, meer bedraagt dan 10 kilometer
                                            enkele reis. Indien het niet beschikken over een
                                            vervoersmogelijkheid de deelname aan een voorziening
                                            belemmert, of indien het gebruik van openbaar vervoer
                                            niet mogelijk is, kunnen burgemeester en wethouders een
                                            andere vorm van vervoer beschikbaar stellen. In die
                                            gevallen kunnen zij eveneens van de enkele reisafstand
                                            van 10 kilometer afwijken;</al></li><li nr="b."><al>kosten van noodzakelijke kinderopvang gedurende deelname
                                            aan een voorziening en de hiermee samenhangende
                                            reistijd;</al></li><li nr="c."><al>de kosten onder a. en b. worden niet vergoed indien de
                                            voorziening bestaat uit een I/D-baan of een
                                            loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 5 van de Wiw
                                            of artikel 12 van deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden
                                    alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen
                                    geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening beëindigen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                            verplichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=9">artikel 9 van de wet</extref> niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                            doelgroep van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">wet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid
                                            aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een
                                            voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                            de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Onderzoek</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen voordat besloten wordt tot een traject
                            en/of tot de inzet van voorzieningen een onderzoek (laten) doen naar de
                            mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor hem van
                            de voorzieningen of andere vormen van begeleiding.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verplichtingen</titel></kop><al>Onverminderd de verplichtingen die gelden op grond van de wet of van
                            andere wetten gelden voor de belanghebbende de volgende
                            verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>verstrekken van de inlichtingen aan burgemeester en wethouders
                                    die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject en/of
                                    een geschikte voorziening;</al></li><li nr="b."><al>verlenen van medewerking aan een onderzoek als bedoeld in
                                    artikel 5;</al></li><li nr="c."><al>het naar vermogen deelnemen aan de verschillende onderdelen van
                                    het traject;</al></li><li nr="d."><al>na te laten hetgeen de realisatie van het doel van het traject
                                    of van de voorzieningen belemmert;</al></li><li nr="e."><al>anderszins het slagen van een traject te bevorderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Beperking</titel></kop><al>Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een
                            voorliggende voorziening welke naar mening van burgemeester en
                            wethouders in voldoende mate bijdraagt aan de</al><al>re-integratie van de aanvrager.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Werken als instrument voor re-integratie</titel></kop><afdeling><kop><titel>Afdeling 1 Vrijwilligerswerk</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 Sociale activering (vrijwilligerswerk)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een
                                        uitkeringsgerechtigde als onderdeel van een traject
                                        activiteiten in het kader van sociale activering en/of
                                        vrijwilligerswerk aanbieden gericht op arbeidsinschakeling
                                        of, als dat nog niet mogelijk is, gericht op
                                        maatschappelijke participatie en het voorkomen van sociaal
                                        isolement.</al></li><li nr="2."><al>Activiteiten als bedoeld in lid 1 hebben als doel de
                                        uitkeringsgerechtigde werkritme op te laten doen en/of
                                        behouden.</al></li><li nr="3."><al>Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties
                                        zonder winstoogmerk.</al></li><li nr="4."><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door burgemeester
                                        en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld
                                        dat de belanghebbende op (middel-)lange termijn een reëel
                                        perspectief heeft op regulier werk, danwel dat dit
                                        perspectief onduidelijk is en dat inzet van het instrument
                                        wenselijk is.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 2 Werken met behoud van uitkering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 Leerwerkstages</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een
                                        uitkeringsgerechtigde als onderdeel van een traject een
                                        leerwerkstage aanbieden, gericht op
                                        arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De leerwerkstage heeft als doel de belanghebbende door
                                        middel van een stage te trainen in sociale vaardigheden,
                                        werknemersvaardigheden en/of vaardigheden in een bepaald
                                        vakgebied</al></li><li nr="3."><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door burgemeester
                                        en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld
                                        dat de belanghebbende op korte of (middel-)lange termijn een
                                        reëel perspectief heeft op regulier werk en een
                                        leerwerkstage geïndiceerd is.</al></li><li nr="4."><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste
                                        vastgelegd het doel van de werkstage, alsmede de wijze
                                        waarop de begeleiding plaatsvindt.</al></li><li nr="5."><al>De leerwerkstage duurt maximaal zes maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Proefplaatsingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een
                                        uitkeringsgerechtigde een proefplaatsing aanbieden als
                                        onderdeel van een traject gericht op
                                        arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De proefplaatsing heeft als doel de beoogde werkgever
                                        inzicht te verschaffen in de vaardigheden van
                                        belanghebbende.</al></li><li nr="3."><al>Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door
                                        burgemeester en wethouders aan de hand van een onderzoek is
                                        vastgesteld dat de belanghebbende op korte termijn een reëel
                                        perspectief heeft op regulier werk en een proefplaatsing
                                        geïndiceerd is.</al></li><li nr="4."><al>De proefplaatsing duurt maximaal zes maanden.</al></li><li nr="5."><al>Voor een proefplaatsing kan van de instelling of het bedrijf
                                        een vergoeding worden gevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Participatieplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een uitkeringsgerechtigde,
                                        voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering
                                        is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de
                                        arbeidsmarkt, een participatieplaats aanbieden.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met
                                        betrekking tot de criteria voor plaatsing, de te verrichten
                                        werkzaamheden en de maximale duur van de
                                        participatieplaats.</al></li><li nr="3."><al>Voor een participatieplaats kan van de instelling of het
                                        bedrijf een vergoeding worden gevraagd.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 3 Betaald werk</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Detacheringbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een
                                        uitkeringsgerechtigde een detacheringbaan aanbieden als een
                                        onderdeel van een traject gericht op
                                        arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders dragen de uitvoering van artikel
                                        11 op aan een private rechtspersoon.</al></li><li nr="3."><al>Plaatsing in een baan heeft ten doel om de belanghebbende
                                        vaardigheden te laten opdoen die nodig zijn om betaalde
                                        arbeid te verrichten.</al></li><li nr="4."><al>De belanghebbende wordt een arbeidsovereenkomst voor
                                        bepaalde tijd aangeboden. De duur van de arbeidsovereenkomst
                                        bedraagt maximaal een jaar met een loon van 100% van het
                                        wettelijk minimumloon (WML).</al></li><li nr="5."><al>De private rechtspersoon als bedoeld in lid 2 van dit
                                        artikel heft een inleentarief per gedetacheerde
                                        werknemer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Loonkostensubsidie gericht op
                                    re-integratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van een
                                        uitkeringsgerechtigde een loonkostensubsidie aan een
                                        werkgever verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring
                                        of de overgang naar een reguliere functie bij betreffende
                                        werkgever voor een belanghebbende mogelijk te maken.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van een
                                        uitkeringsgerechtigde of een niet-uitkeringsgerechtigde
                                        jonger dan 23 jaar een loonkostensubsidie verstrekken aan
                                        een werkgever welke een leerwerkovereenkomst met betrokkene
                                        aangaat in het kader van een BBL-opleiding.</al></li><li nr="3."><al>De loonkostensubsidie wordt slechts uitbetaald voor zover de
                                        arbeidsovereenkomst daadwerkelijk van kracht is en naar rato
                                        van een voltijds dienstverband.</al></li><li nr="4."><al>De duur van de subsidie als bedoeld in lid 1 bedraagt
                                        maximaal 1 jaar. De duur van de subsidie als bedoeld in lid
                                        2 bedraagt maximaal 2 jaar.</al></li><li nr="5."><al>De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 80% van het voor
                                        belanghebbende geldende wettelijk minimum loon</al></li><li nr="6."><al>De duur en hoogte van de subsidie worden met inachtneming
                                        van het bepaalde in dit artikel door burgemeester en
                                        wethouders vastgesteld op basis van een individuele afweging
                                        ten aanzien van de betreffende belanghebbende.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Aanvullende voorwaarde</titel></kop><al>Aan de loonkostensubsidie wordt de voorwaarde verbonden dat, naast
                                de arbeidsovereenkomst, een persoonlijk ontwikkelingsplan door
                                werkgever en belanghebbende wordt opgesteld waarin de voorgenomen
                                ontwikkeling van de belanghebbende wordt vastgelegd. De werkgever en
                                belanghebbende kunnen bij het opstellen van het persoonlijk
                                ontwikkelingstraject door burgemeester en wethouders worden
                                ondersteund. Het persoonlijk ontwikkelingsplan moet door
                                burgemeester en wethouders worden goedgekeurd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Samenloop van subsidies</titel></kop><al>Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door
                                de gemeente, reeds een andere subsidie wordt verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Aanvraag subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie dient te worden aangevraagd bij burgemeester en
                                        wethouders voor de datum waarop de arbeidsovereenkomst van
                                        kracht wordt.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met
                                        betrekking tot de wijze van indiening van de aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Definitieve vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het subsidie wordt na afloop van de subsidieperiode
                                        definitief vastgesteld door burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met
                                        betrekking tot de bescheiden welke voor de definitieve
                                        vaststelling van het subsidie moeten worden overgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Voorschotten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten verstrekken
                                        als aan de andere voorwaarden voor subsidie is voldaan.</al></li><li nr="2."><al>Voorschotten worden verrekend met de definitief vastgestelde
                                        subsidie.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Scholing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19 Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vorm van scholing
                                    aanbieden gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde scholing kan worden aangeboden in
                                    de vorm van subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Voor de scholing die wordt aangeboden of waarvoor subsidie wordt
                                    verleend gelden de navolgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>de scholing dient te zijn gericht op het behalen van een
                                            startkwalificatie arbeidsmarkt, dan wel een algemeen
                                            geaccepteerd en bruikbaar alternatief hiervoor;</al></li><li nr="b."><al>andere scholing dient kortdurend te zijn en gericht op
                                            snelle arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="c."><al>de goedkoopste scholingsmogelijkheid moet worden
                                            benut.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Voor niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers geldt daarnaast de
                                    aanvullende voorwaarden dat belanghebbende zich beschikbaar
                                    dient te stellen voor de arbeidsmarkt voor tenminste 16 uur per
                                    week.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Specifieke kosten in verband met scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de scholing die met toepassing van artikel 18 wordt gevolgd
                                    komen de volgende kostensoorten voor vergoeding in aanmerking: </al><lijst><li nr="a."><al>opleidingskosten en cursusbijdragen;</al></li><li nr="b."><al>boeken en leermiddelen die door het opleidingsinstituut
                                            verplicht zijn gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers gelden naast de in
                                    artikel 18, 3e lid de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>de kosten als bedoeld in lid 1. onder b. en artikel 4,
                                            lid 3 onder a komen enkel voor vergoeding in aanmerking
                                            indien het traject geresulteerd heeft in
                                            werkaanvaarding, waarbij de periode van werkaanvaarding
                                            ligt op een aaneengesloten periode van minimaal een half
                                            jaar;</al></li><li nr="b."><al>kosten van kinderopvang komen niet voor vergoeding in
                                            aanmerking.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In individuele gevallen kan op grond van persoonlijke
                                    omstandigheden, welke deelname aan scholing belemmeren,
                                    gemotiveerd worden afgeweken van lid 2.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Premies en kostenvergoedingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Premies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde tijdelijk werk verricht voor
                                    een periode langer dan 1 maand, doch niet langer dan 6 maanden
                                    aaneengesloten, dan ontvangt hij een premie.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een uitkeringsgerechtigde
                                    die werkzaamheden verricht in het kader van een
                                    participatieplaats een premie verstrekken.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking
                                    tot de hoogte van de premies als bedoeld in lid 1 en lid 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Kostenvergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde met goedkeuring van
                                    burgemeester en wethouders vrijwilligerswerk verricht in het
                                    kader van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet maatschappelijke ondersteuning</extref>, ontvangt hij
                                    een kostenvergoeding van € 95,00 per maand met een maximum van €
                                    764,00 per jaar, voor zover deze niet wordt verstrekt door de
                                    organisatie ten behoeve waarvan het vrijwilligerswerk wordt
                                    verricht. Indien dit vrijwilligerswerk wordt verrichten in het
                                    kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als
                                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet</extref>
                                    bedraagt de kostenvergoeding € 150,00 per maand met een maximum
                                    van € 1.500,00 per jaar.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964/article=2">artikel 2, 6e lid, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964</extref> wijzigen, worden de bedragen, genoemd in het
                                    vorige lid, herzien met het percentage van deze wijziging.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Afstemming en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23 Afstemming en terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een persoon die door burgemeester en wethouders een voorziening
                                    wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken, en wel
                                    op zodanige wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid onverkort
                                    kan plaatsvinden.</al></li><li nr="2."><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden de
                                    verplichtingen die voortvloeien uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">wet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20structuur%20uitvoeringsorganisatie%20werk%20en%20inkomen">Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen</extref>, artikel
                                    6 van deze verordening, alsmede de verplichtingen die
                                    burgemeester en wethouders aan de aangeboden voorziening hebben
                                    verbonden, na te komen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een uitkeringsgerechtigde die
                                    deelneemt aan een voorziening en die niet voldoet aan het
                                    gestelde in het eerste of tweede lid een verlaging van de
                                    uitkering toepassen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                    Afstemmingsverordening.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van een belanghebbende niet
                                    zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een
                                    voorziening en die niet voldoet aan het gestelde in het tweede
                                    lid, de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of
                                    gedeeltelijk terugvorderen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Nadere regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze
                            verordening nadere regels vaststellen</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van
                            de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Re-integratieverordening WWB
                            gemeente Venlo 2007”.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Intrekking bestaande verordeningen</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                            Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Venlo,
                            vastgesteld op 2 juni 2004, ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de re-integratieverordening WWB gemeente Venlo
                        2007</titel></kop><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>Deze verordening regelt de ondersteuning die burgemeester en wethouders van
                        de gemeente Venlo bieden bij de arbeidsinschakeling van werklozen die horen
                        tot de doelgroep van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>. De opdracht om die ondersteuning te bieden is geregeld in
                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7 van de Wet werk en bijstand</extref> (WWB). Het voorschrift
                        om een verordening vast te stellen waarin deze ondersteuning nader vorm
                        wordt gegeven volgt uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">artikel 8 WWB</extref>.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit artikel zijn allerlei begrippen gedefinieerd. Met ingang van 2007
                        zijn definities opgenomen van de begrippen scholing en training, om daarmee
                        ook het onderscheid tussen beide te verhelderen. De definitie van scholing
                        is dezelfde die de UWV hanteert en is overgenomen uit de Beleidsregels
                        protocol scholing 1 februari 2005, Stcrt. 2005, 126, Inwerkingtreding: 6
                        juli 2005, ten aanzien van WW, WAO en Wajong.</al><al>Het begrip ‘training’ is niet gedefinieerd in wet- en regelgeving. De
                        definitie is afkomstig uit de sportwereld, maar is ook in het kader van
                        arbeidsre-integratie bruikbaar.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 Opdracht aan burgemeester en wethouders</titel></kop><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> geeft aan burgemeester en wethouders de
                        verantwoordelijkheid voor het bieden van ondersteuning bij
                        arbeidsinschakeling. Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen maken op
                        ondersteuning, is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de manier
                        zoals de belanghebbende dat mogelijk het liefst zou zien. Het is aan
                        burgemeester en wethouders om zorg te dragen voor een voldoende aanbod van
                        voorzieningen, waarbij zij te maken hebben met beperkte financiële middelen,
                        terwijl de vraag naar ondersteuning afhankelijk is van een veelheid aan
                        sociaaleconomische factoren.</al><al>Lid 5 van dit artikel regelt de afstemming tussen voorzieningen in het kader
                        van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> en voorzieningen in het kader van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Doel van de ondersteuning</titel></kop><al>Het doel van de ondersteuning bij arbeidsinschakeling, zoals in allerlei
                        vormen is vastgelegd in deze verordening, is het vinden van algemeen
                        geaccepteerde arbeid of als dat doel niet bereikbaar is, zelfstandige
                        maatschappelijke participatie. Bij dit laatste valt te denken aan
                        vrijwilligerswerk, mantelzorg of deelname aan activiteiten in wijk of
                        buurt.</al><al>In 2007 is lid 2 van dit toegevoegd, welk het mogelijk maakt om personen met
                        een indicatie in het kader van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet Maatschappelijke Ondersteuning</extref> in het kader van deze
                        verordening gelijk te stellen met uitkeringsgerechtigden. Daardoor kan
                        deelname aan bepaalde voorzieningen, die alleen voor uitkeringsgerechtigden
                        beschikbaar zijn, ook voor betrokkenen mogelijk worden gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4. Vorm van de ondersteuning</titel></kop><al>Ondersteuning hoeft niet altijd te bestaan uit een door derden uitgevoerde
                        diagnose, gevolgd door een vastgesteld traject met één of meerdere
                        voorzieningen. Als dat kan, kan worden volstaan met advies of doorverwijzing
                        naar andere instanties. Voorzieningen worden alleen ingezet als zonder die
                        inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.
                        Bovendien worden de voorzieningen alleen ingezet als aan de hand van
                        onderzoek is gebleken, dat door de inzet van die voorzieningen het vinden
                        van algemeen geaccepteerde arbeid binnen afzienbare tijd mogelijk wordt.
                        Gesubsidieerde arbeid wordt op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> gezien als vorm van algemeen geaccepteerde arbeid, met
                        dien verstande dat gesubsidieerde arbeid in beginsel geen einddoel kan
                        zijn.</al><al>Re-integratie moet bovendien de kortste weg naar arbeid zijn. Daarmee wordt
                        niet alleen de tijd tussen de inzet van het instrument en de werkaanvaarding
                        bedoeld, maar ook de inspanningen die het kost om dat doel te bereiken.</al><al>Alleen als arbeidsinschakeling binnen afzienbare termijn niet tot de
                        mogelijkheden behoort, kan zelfstandige maatschappelijke participatie een
                        doel van de inzet van voorzieningen zijn. Ook in dat geval geldt dat de
                        voorziening beschikbaar moet zijn en dat het adequaat en toereikend moet
                        zijn voor het beoogde doel.</al><al>De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de inhoud van het traject ligt
                        bij burgemeester en wethouders, die immers ook verantwoordelijk zijn voor de
                        effectieve en doelgerichte inzet van schaarse middelen. Binnen de grenzen
                        van die verantwoordelijkheid wordt rekening gehouden met de wensen van de
                        belanghebbende. Voor het slagen van het traject is de motivatie van de
                        belanghebbende belangrijk. Bovendien wordt, voordat tot het traject wordt
                        besloten, de inhoud van het traject besproken met de belanghebbende, waarna
                        het trajectplan door beide partijen ondertekend wordt.</al><al>Ook vergoeding van noodzakelijke reiskosten en kosten van kinderopvang
                        worden aangemerkt als voorziening. In de praktijk blijkt dat een voorziening
                        niet altijd per openbaar vervoer bereikbaar is. Ook levert de overbrugging
                        van kortere afstanden in de praktijk vaker problemen op, als mensen niet
                        over een eigen vervoermiddel beschikken. De aanvulling in de laatste zin
                        maakt het mogelijk om in dergelijke gevallen ander vervoer (bijvoorbeeld een
                        fiets) beschikbaar te stellen.</al><al>Ingeval van een I/D-baan of een loonkostensubsidie is er sprake van een
                        arbeidsovereenkomst met een werkgever en ligt de verantwoordelijkheid voor
                        het al dan niet vergoeden van deze kosten bij de werkgever. Dit is
                        voortzetting van bestaand beleid.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 Onderzoek</titel></kop><al>In de meeste gevallen zal voordat tot de inzet van voorzieningen wordt
                        besloten een advies worden gevraagd van een bedrijf dat gespecialiseerd is
                        in diagnoses met betrekking tot re-integratie. Niet uitgesloten is dat het
                        onderzoek door burgemeester en wethouders wordt verricht. Eventueel kan na
                        zo'n onderzoek besloten worden alsnog advies van derden in te winnen. Ook is
                        denkbaar dat uit het eigen onderzoek al blijkt dat een diagnose door derden
                        en/of de inzet van voorzieningen niet nodig is.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Verplichtingen</titel></kop><al>Deelname aan re-integratie is niet vrijblijvend. Bijstandsgerechtigden zijn
                        reeds door het ontvangen van een uitkering aan bepaalde verplichtingen
                        gehouden. Voor diegenen zonder uitkering moeten voorwaarden aan het
                        re-integratietraject gekoppeld worden. Deze gelden vanzelfsprekend ook voor
                        de bijstandsgerechtigden. Het niet nakomen van de verplichtingen geeft de
                        mogelijkheid om een traject af te breken of gevraagde ondersteuning te
                        weigeren, bijvoorbeeld als iemand niet mee wil werken aan een onderzoek. Ook
                        is denkbaar dat gemaakte kosten van de belanghebbende worden terug
                        gevorderd, als door verwijtbaar handelen een traject niet tot het gewenste
                        resultaat leidt. Om die mogelijkheid open te houden is het wenselijk dat de
                        belangrijkste voorwaarden voor het behalen van succes als verplichting zijn
                        opgenomen.</al><al>Natuurlijk heeft de belanghebbende ook rechten. Deze rechten zijn meestal
                        elders in wet- of regelgeving ondergebracht. Tegen beslissingen op grond van
                        deze verordening staat bezwaar en beroep open op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> (Awb). Het recht op inzage in
                        gegevens en zonodig correctie daarvan is geregeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bescherming%20persoonsgegevens">Wet bescherming persoonsgegevens</extref> (Wbp).</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7 Beperking</titel></kop><al>Indien gebruik gemaakt kan worden van een voorliggende voorziening
                        (bijvoorbeeld studiefinanciering) vindt geen ondersteuning op basis van deze
                        wet plaats.</al><al>Bij de voorbereiding van deze verordening is overwogen om de inzet van
                        ondersteuning voor de doelgroep nuggers en Anw-ers inkomensafhankelijk te
                        maken en te beperken tot de doelgroep met een laag inkomen. Dit levert
                        echter een arbeidsintensieve en fraudegevoelige regeling op, reden waarom
                        hiervan is afgezien. De ondersteuning voor de doelgroep nuggers en Anw-ers
                        wordt in deze verordening beperkt tot diegenen die niet over een
                        startkwalificatie voor de arbeidsmarkt beschikken, danwel van wie de
                        kwalificatie dusdanig is verouderd dat actualisering noodzakelijk is voor
                        duurzame arbeidsinschakeling, waarbij tevens het in de wet vastgelegde
                        uitgangspunt van de kortste weg naar werk blijft gelden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8 Sociale activering (vrijwilligerswerk)</titel></kop><al>Activiteiten in het kader van sociale activering en vrijwilligerswerk met
                        behoud van uitkering kunnen een nuttig instrument zijn om werkritme op te
                        doen of te laten behouden. Zij kunnen worden ingezet als uitstroom naar
                        algemeen geaccepteerde arbeid pas op middellange of lange termijn te
                        realiseren is, of als nog onduidelijk is, of er perspectief is op regulier
                        werk . Er is bewust voor gekozen om geen exacte termijnen te noemen voor dit
                        arbeidsperspectief. Niet alleen zou dat ten onrechte de suggestie wekken dat
                        dit altijd vooraf exact vast te stellen is, het arbeidsperspectief is ook
                        niet alleen afhankelijk van in de persoon gelegen omstandigheden. Ook een
                        veranderende arbeidsmarkt maakt dat het arbeidsperspectief wijzigt. Als
                        indicatie kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="-"><al>korte termijn: binnen een half jaar;</al></li><li nr="-"><al>middellange termijn: tussen een half jaar en anderhalf jaar;</al></li><li nr="-"><al>lange termijn: niet binnen twee jaar.</al></li></lijst><al>Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties die geen
                        winstoogmerk hebben. Uit de definitie van vrijwilligerswerk in artikel 1
                        onder l. volgt bovendien dat het moet gaan om maatschappelijk nuttige
                        activiteiten.</al><al>Voor sociale activering en vrijwilligerswerk wordt geadviseerd om een
                        maximale duur van 2 jaren vast te stellen, om ervoor te zorgen dat deze
                        instrumenten ingezet kunnen worden voor degenen voor wie uitstroom naar
                        betaald werk op korte termijn niet mogelijk is en voor wie het
                        vrijwilligerswerk en sociale activering zelfstandige maatschappelijke
                        participatie als doel heeft. De maximale duur van 2 jaren wordt ingevoerd om
                        een ijkpunt in te bouwen, waardoor de individuele omstandigheden en
                        ontwikkelingen van de belanghebbende kunnen worden gevolgd en herijkt.
                        Hierdoor is men in staat om tijdig verbeteringen met betrekking tot de
                        mogelijkheden tot arbeidsinschakeling bij belanghebbenden vast te stellen,
                        waardoor meer gerichte instrumenten ter bevordering van arbeidsinschakeling
                        kunnen worden ingezet. Mocht na twee jaren blijken, dat dit niet het geval
                        is, kan overgegaan worden tot verlenging van de periode, gedurende welke
                        vrijwilligerswerk wordt uitgeoefend dan wel sociale activering plaatsvindt.
                        Als vrijwilligerswerk een onderdeel van een traject naar betaald werk is,
                        wordt de duur so wie so beperkt doordat een traject van beperkte duur
                        is.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9 Leerwerkstages</titel></kop><al>De leerwerkstage heeft als belangrijkste doel het trainen van ‘in het werk’
                        van vaardigheden van een uitkeringsgerechtigde, zodat zijn of haar
                        prestatievermogen kan stijgen naar een normaal niveau, waardoor uitstroom
                        naar betaald werk mogelijk wordt gemaakt. De leerwerkstage is bedoeld voor
                        belanghebbenden die op korte termijn perspectief op betaald werk hebben. Wat
                        die termijnen inhouden is nader uitgewerkt in de toelichting op artikel 8.
                        Voor de leerwerkstage geldt dat niet alleen het arbeidsperspectief bepalend
                        is voor de inzet van de voorziening. Aan de leerwerkstage is een beperkte
                        duur verbonden, een en ander afhankelijk van de aard en inhoud van de
                        stage.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10 Proefplaatsingen</titel></kop><al>De proefplaatsing is met name bedoeld om de werkgever, de
                        re-integratieconsulent of de klantmanager inzicht te geven in de
                        vaardigheden van betrokkene, voorafgaand aan reguliere plaatsing. Net als de
                        leerwerkstage kan het instrument worden ingezet voor leden van de doelgroep
                        met een perspectief op betaald werk op korte termijn. Wat die termijnen
                        inhouden is nader uitgewerkt in de toelichting op artikel 8. De
                        proefplaatsing duurt maximaal zes maanden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11 Participatieplaatsen</titel></kop><al>In oktober 2006 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een wetsvoorstel tot
                        invoering van zgn. participatieplaatsen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>. Dit wetsvoorstel is echter op 5 december controversieel
                        verklaard door de Eerste Kamer. Om invoering van participatieplaatsen toch
                        mogelijk te maken, is hiervoor reeds een artikel in de verordening
                        opgenomen, dat het mogelijk maakt om een uitkeringsgerechtigde die vrijwel
                        geen kans heeft op regulier werk en dus nog niet bemiddelbaar is naar een
                        baan, werk met behoud van uitkering aanbieden op een zogenaamde
                        participatieplaats. In tegenstelling tot de reeds bestaande vormen van
                        werken met behoud van uitkering gaat het hier om additionele werkzaamheden.
                        De nadere invulling kan plaatsvinden door burgemeester en wethouders.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 12 Detacheringsbanen</titel></kop><al>De detacheringsbaan is een gesubsidieerde baan die bedoeld is om de
                        belanghebbende sneller op een reguliere baan geplaatst te krijgen. Gelet op
                        de maximale duur van een detacheringsbaan is deze is alleen bedoeld voor
                        mensen die op korte termijn naar regulier werk kunnen uitstromen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 13 Doel van de subsidies voor de werkgever en aanvullende
                            voorwaarde</titel></kop><al>Doel van subsidiering van arbeidsplaatsen is om uitkeringsgerechtigden die
                        door de grotere afstand tot de arbeidsmarkt minder productief zijn, of
                        waarvoor werkgevers door een gebrek aan werkervaring huiverig zijn deze in
                        dienst te nemen vanwege de extra financiële risico's die daaraan verbonden
                        zijn, sneller en makkelijker aan werk te helpen. Door deze subsidiering
                        worden die financiële risico’s tijdelijk gecompenseerd. Uitgangspunt is, dat
                        belanghebbende gedurende de periode dat de loonkostensubsidie wordt
                        verstrekt, aanvullende vaardigheden en werkervaring kan opdoen, zodat de
                        afstand tot de arbeidsmarkt aan het eind van de subsidieperiode is
                        verdwenen. Daarom is in artikel 13 als aanvullende voorwaarde opgenomen dat
                        een persoonlijk ontwikkelingsplan door werkgever en belanghebbende wordt
                        opgesteld.</al><al>Burgemeester en wethouders hebben in december 2005 via een beleidsregel ook
                        loonkostensubsidies voor jongeren zonder uitkering (zgn. NUG’ers) jonger dan
                        23 jaar mogelijk gemaakt. In de praktijk blijkt dat deze vooral wordt
                        ingezet als jongeren een leerwerkovereenkomst krijgen in het kader van een
                        BBL-opleiding. Hiermee krijgen deze jongeren alsnog een kans om een
                        startkwalificatie op de arbeidsmarkt te verwerven. Door het nieuwe lid 2
                        wordt deze vorm van loonkostensubsidie met ingang van 2007 vastgelegd in
                        deze verordening.</al><al>Inmiddels loopt een experiment, waarbij ook volwassen uitkeringsgerechtigden
                        een BBL-opleiding volgen en daarmee een startkwalificatie voor de
                        arbeidsmarkt kunnen halen. Er zijn echter ook BBL-opleidingen die 2 jaar
                        duren, waarbij ook voor 2 jaar een leerwerkovereenkomst moet worden
                        aangegaan. Toevoeging van een nieuw lid 5 maakt het mogelijk om in geval van
                        een 2-jarige BBL-opleiding ook 2 jaar een loonkostensubsidie te kunnen
                        inzetten.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Doel van het artikel is echter om te zorgen dat werkgever en werknemer
                        afspraken over de persoonlijke ontwikkeling van werknemer vastleggen. Om
                        verwarring met het re-integratietraject te voorkomen, wordt in dit artikel
                        gesproken over een “persoonlijk ontwikkelingsplan” en een “persoonlijk
                        ontwikkelingstraject”. Werkgever en werknemer kunnen dit samen vastleggen,
                        maar de gemeente moet wel instemmen met de gemaakte afspraken.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 15 Samenloop van subsidies</titel></kop><al>Dit artikel beoogt dubbele subsidiëring van dezelfde kosten uit
                        verschillende bronnen te voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 16 Aanvraag subsidie</titel></kop><al>Een loonkostensubsidie dient te worden aangevraagd voordat de
                        arbeidsovereenkomst van kracht wordt.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 17 Definitieve vaststelling</titel></kop><al>Het definitieve recht op subsidie wordt vastgesteld na afloop van de
                        subsidieperiode. Immers, pas op dat moment kan definitief worden bepaald of
                        en gedurende welke periode aan de subsidievoorwaarden is voldaan.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 18 Voorschotten</titel></kop><al>Voorschotverlening is mogelijk gemaakt omdat de subsidie pas achteraf
                        definitief wordt vastgesteld, en de bedrijfsvoering van werkgevers niet
                        altijd toelaat dat de loonkosten worden betaald zonder dat daar de inkomsten
                        uit de loonkostensubsidie tegenover staat. Als is vastgesteld dat aan de
                        voorwaarden van subsidiering is voldaan, kunnen periodiek voorschotten
                        worden verstrekt ter hoogte van een voorlopige schatting van het
                        uiteindelijk toe te kennen subsidiebedrag. Bij de definitieve vaststelling
                        van de subsidie vindt verrekening van de verstrekte voorschotten
                        plaats.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 19 Scholing</titel></kop><al>Met dit artikel worden regels gesteld ten aanzien van de noodzakelijkheid en
                        de duur van de scholing, de omvang en de maximale kosten.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de scholing zowel aangeboden kan worden als
                        voorziening die door de gemeente ingekocht kan worden, als in de vorm van
                        een subsidie. Dit laatste kan van belang zijn indien de cliënt op eigen
                        initiatief met een vorm van scholing komt die door het college als
                        noodzakelijk wordt geacht, maar die niet bestaat binnen het reguliere
                        scholingsaanbod van de gemeente.</al><al>Met de in het derde lid bedoelde startkwalificatie wordt bedoeld het
                        succesvol afronden van een beroepsopleiding op niveau 2 in het MBO of met
                        het behalen van een diploma van het HAVO of het VWO. Niet voor alle
                        belanghebbenden zal een startkwalificatie op genoemd niveau haalbaar zijn.
                        Sommigen beschikken eenvoudigweg niet over het vereiste leer- en
                        denkvermogen om een dergelijke kwalificatie te bemachtigen. Gestreefd moet
                        worden naar door de arbeidsmarkt geaccepteerde en bruikbare alternatieven,
                        die middels duale trajecten (= leren en werken) tot stand worden gebracht.
                        Voor de beoordeling van de vraag of de scholing leidt tot snelle
                        arbeidsinschakeling, wordt gebruik gemaakt van de meest recente RAIL
                        -rapportage/rayonrapportage. In beginsel wordt enkel scholing ingezet die
                        opleidt naar beroepssectoren, waarnaar volgens deze rapportages op de korte
                        of middellange termijn vraag naar is.</al><al>In het kader van dit artikel is in principe ook scholing mogelijk gericht op
                        het starten van een eigen bedrijf.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 20 Specifieke kosten in verband met scholing</titel></kop><al>Met dit artikel worden regels gesteld ten aanzien van de maximale kosten die
                        in verband met scholing voor vergoeding in aanmerking komen.</al><al>Voor nuggers en Anw-ers gelden beperkende voorwaarden. Scholingskosten komen
                        slechts voor vergoeding in aanmerking indien de scholing heeft geresulteerd
                        in werkaanvaarding. Onder werkaanvaarding wordt verstaan het aanvaarden van
                        een dienstverband met een omvang van tenminste 16 uur per week. De
                        vergoeding wordt op declaratiebasis verleend nadat het dienstverband een
                        half jaar heeft voortgeduurd.</al><al>De kosten van kinderopvang komen voor Nuggers en Anw-ers in principe niet
                        voor vergoeding in aanmerking omdat voor de ouderbijdrage kinderopvang reeds
                        een inkomensafhankelijke bijdrage geldt.</al><al>Soms weerhoudt deze voorwaarde een betrokkene ervan om de opleiding
                        daadwerkelijk te volgen. Dit speelt soms bij jongeren die thuis niet worden
                        ondersteund bij het volgen van een opleiding, soms ook in gevallen waarin de
                        partner wel een inkomen heeft, maar de kosten van opleiding en/of
                        kinderopvang een zware claim op het beschikbare inkomen leggen. In een
                        dergelijk geval kan een klantmanager gemotiveerd afwijken van deze regel en
                        eerdere betaling of vergoeding van de kosten van kinderopvang mogelijk
                        maken.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 21 Premies</titel></kop><al>Artikel 21 lid 1 maakt het mogelijk om indien een uitkeringsgerechtigde
                        tijdelijk werk accepteert, de negatieve inkomensgevolgen - met name het
                        uitstel of verlies van het recht op langdurigheidtoeslag - te compenseren.
                        De bevoegdheid om hiervoor een compensatieregeling te treffen is gedelegeerd
                        aan het college van burgemeester en wethouders, omdat de bedragen jaarlijks
                        wijzigen en deze dus jaarlijks moeten worden aangepast. De periode van
                        minimaal 1 maand tot maximaal 6 maanden aaneengesloten is gekozen, omdat
                        enerzijds bij werkzaamheden korter dan 1 maand het in verband met de
                        administratieve belasting voor zowel betrokkene als voor de gemeente beter
                        is om in dat geval te kiezen voor werken met behoud van uitkering en
                        anderzijds na 6 maanden betrokkene recht krijgt op een WW-uitkering. Het toe
                        te kennen premiebedrag kan voor bepaalde categorieën uitkeringsgerechtigden
                        hoger uitvallen dan de op grond van de wet maximaal in een kalenderjaar toe
                        te kennen premie. In dat geval zal betaling in 2 opvolgende jaren
                        plaatsvinden.</al><al>In lid 2 van dit artikel is ook de mogelijkheid opgenomen om voor het werken
                        op een participatieplaats (hetgeen tot een periode van 4 jaar mogelijk is)
                        een premie toe te kennen, vanuit de gedachte dat werk moet lonen en
                        betrokkenen in feite geen ander perspectief hebben.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 22 Kostenvergoedingen</titel></kop><al>In dit artikel is de mogelijkheid gecreëerd om een uitkeringsgerechtigde die
                        met toestemming van burgemeester en wethouders vrijwilligerswerk verrichten
                        in het kader van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet Maatschappelijke Ondersteuning</extref>, een kostenvergoeding te
                        verstrekken, voor zover die niet wordt verstrekt door de organisatie
                        waarvoor met vrijwilligerswerk doet. De hier opgenomen bedragen zijn
                        ontleend aan de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> en komen overeen met de op grond van de
                        belastingwetgeving vrijgestelde vergoedingsbedragen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 23 Afstemming en terugvordering</titel></kop><al>In dit artikel wordt verwezen naar de bepalingen in de
                        afstemmingsverordening, waarin is geregeld welke gevolgen het niet of
                        onvoldoende voldoen aan de verplichtingen ingevolge de wet, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20structuur%20uitvoeringsorganisatie%20werk%20en%20inkomen">Wet SUWI</extref> alsmede deze verordening voor de hoogte van de
                        uitkering van een uitkeringsgerechtigde kan hebben. Voor Anw-ers en nuggers
                        is dit niet van toepassing. Voor deze doelgroepen is een mogelijkheid tot
                        (gehele of gedeeltelijke) terugvordering van kosten van een voorziening
                        opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 24 Nadere regels</titel></kop><al>In deze verordening zijn de belangrijkste voorwaarden voor subsidieverlening
                        opgenomen. Desondanks kan het wenselijk zijn dat bepaalde voorwaarden worden
                        aangevuld of aangescherpt, bijvoorbeeld als blijkt dat bestaande regels
                        oneigenlijke subsidiering mogelijk maken. Omgekeerd kan het wenselijk zijn
                        dat ten behoeve van bepaalde categorieën van de doelgroep of van werkgevers
                        in gunstige zin kan worden afgeweken. Om te voorkomen dat telkens in
                        individuele gevallen van de gestelde regels wordt afgeweken, is de
                        mogelijkheid voor burgemeester en wethouders opgenomen tot vaststelling van
                        algemene nadere regels.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 25 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kunnen
                        burgemeester en wethouders ten gunste van de belanghebbende afwijken van de
                        bepalingen. Van deze mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik gemaakt te
                        worden, om het scheppen van precedenten tegen te gaan.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>