<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56577_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1980-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1981-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BV/4496 en 90/008417</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: de gemeenschappelijke regeling
                                            Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en
                                            omstreken;</al></li><li nr="b."><al>het schap: het Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid
                                            Venlo en omstreken;</al></li><li nr="c."><al>het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het
                                            schap;</al></li><li nr="d."><al>het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het
                                            schap;</al></li><li nr="e."><al>de voorzitter: de voorzitter van het algemeen en van het
                                            dagelijks bestuur van het schap;</al></li><li nr="f."><al>de gemeente: een aan de regeling deelnemende
                                            gemeente;</al></li><li nr="g."><al>Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van
                                            Limburg;</al></li><li nr="h."><al>de Wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Sociale%20Werkvoorziening">Wet Sociale Werkvoorziening</extref>;</al></li><li nr="i."><al>werkverbanden en werkobjecten: werkverbanden en
                                            werkobjecten als bedoeld in de Wet;</al></li><li nr="j."><al>werknemer: degene, die ingevolge de Wet in een
                                            dienstbetrekking tot het schap staat;</al></li><li nr="k."><al>dienstbetrekking: een dienstbetrekking krachtens de
                                            wet;</al></li><li nr="l."><al>het personeel: degenen, die anders dan ingevolge de Wet
                                            in dienst van het schap zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien artikelen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet%20">gemeentewet</extref> of van enige andere wet of wettelijke
                                    regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard in de
                                    regeling, wordt in die artikelen gelezen in plaats van de
                                    gemeente, de raad en het college van burgemeester en wethouders,
                                    onderscheidenlijk: het schap, het algemeen bestuur en het
                                    dagelijks bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, genaamd:
                                    “Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken”.
                                    Het is gevestigd te Venlo.</al></li><li nr="2."><al>Het rechtsgebied van het schap omvat het grondgebied van de
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Het doel van het schap</titel></kop><al>Het schap heeft tot doel het uitvoeren van de Wet door middel van:</al><lijst><li nr="1."><al>het aanvaarden van de overdracht van de taken en bevoegdheden,
                                    genoemd in de Wet, van de raden, onderscheidenlijk de colleges
                                    van burgemeester en wethouders van de gemeenten, met dien
                                    verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de taken en bevoegdheden, welke ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20Sociale%20werkvoorziening/article=7">artikel 7, lid 1, van de Wet</extref> aan de
                                    gemeentebesturen zijn opgedragen, mede door de gemeentebesturen,
                                    naast en in samenwerking met het bestuur van het schap worden
                                    uitgeoefend;</al></li><li nr="b."><al>de gemeentebesturen, naast en in samenwerking met het bestuur
                                    van het schap mede verantwoordelijkheid blijven dragen ten
                                    aanzien van de taak om in voldoende, geschikte werkobjecten te
                                    voorzien.</al></li><li nr="2."><al>Het oprichten, exploiteren en in stand houden van werkverbanden,
                                    omvattende industriële bedrijven, cultuurtechnische en/of
                                    civieltechnische objecten, alsmede administratieve en/of
                                    dienstverlenende objecten, welke zoveel mogelijk zijn gericht op
                                    het behoud, het herstel of de bevordering van de
                                    arbeidsgeschiktheid van de in de gemeenten woonachtige personen,
                                    die tot arbeid in staat zijn, doch voor wie, in belangrijke mate
                                    ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder
                                    normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of voorshands
                                    niet aanwezig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Het bestuur van het schap</titel></kop><al>Het bestuur van het schap bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het hoofd van het schap staat het algemeen bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur bestaat uit ten hoogste 16 leden, waarvan: </al><lijst><li nr="a."><al>de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                            gemeenten, al dan niet uit hun midden, elk een lid en
                                            een plaatsvervanger aanwijzen;</al></li><li nr="b."><al>het (algemeen) bestuur van de Stichting Werkplaatsen
                                            voor Aangepaste Arbeid te Venlo, al dan niet uit zijn
                                            midden, ten hoogste zes leden en hun plaatsvervangers
                                            aanwijst;</al></li><li nr="c."><al>het algemeen bestuur ten hoogste drie leden benoemt, van
                                            wie op grond van hun persoonlijke kwaliteiten een
                                            positieve inbreng kan worden verwacht.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in lid 2, sub a en b van dit artikel bedoelde
                                    plaatsvervangers vervangen de leden bij ongesteldheid,
                                    afwezigheid of ontstentenis.</al></li><li nr="4."><al>De aanwijzing of benoeming van de in dit artikel bedoelde leden
                                    en hun plaatsvervangers geschiedt voor de tijd van ten hoogste
                                    vier jaren.</al></li><li nr=""><al>De zittingsduur van alle leden is gelijk aan die van de
                                    gemeenteraad. Zij treden af op de dag, waarop de gemeenteraad
                                    aftreedt. De aftredende leden en hun plaatsvervangers kunnen
                                    terstond opnieuw worden aangewezen of benoemd.</al></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden de voorzitter en de
                                    secretaris.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>a. Elk lid, als bedoeld in artikel 5, lid 2, sub a., van de
                                    regeling brengt voor iedere 10.000 inwoners of gedeelte, daarvan
                                    van de gemeente, welke het vertegenwoordigt, één stem uit. Voor
                                    de berekening van het inwonertal wordt uitgegaan van het aantal
                                    inwoners op 1 januari van het aan het lopende kalenderjaar
                                    voorafgaande jaar.</al></li><li nr=""><al>Voor de vaststelling van het inwonertal worden de door het
                                    Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte
                                    bevolkingscijfers aangehouden. </al><lijst><li nr="b."><al>Elk lid, als bedoeld in artikel 5, lid 2, sub b., van de
                                            regeling brengt twee stemmen uit.</al></li><li nr="c."><al>Elk lid, als bedoeld in artikel 5, lid 2, sub c., van de
                                            regeling brengt één stem uit.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee keer en
                                    voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het
                                    nodig oordeelt of tenminste eenderde van de zitting hebbende
                                    leden dit, met opgave van redenen, schriftelijk verzoekt. In dit
                                    laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na
                                    ontvangst van het verzoek gehouden.</al></li><li nr="3."><al>Een vergadering van het algemeen bestuur wordt niet gehouden,
                                    wanneer blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van de
                                    zitting hebbende leden aanwezig is. In dit geval wordt een
                                    nieuwe vergadering uitgeschreven, binnen veertien dagen te
                                    houden. In deze tweede vergadering worden uitsluitend
                                    onderwerpen, op de agenda van de eerste vergadering vermeld, aan
                                    de orde gesteld. Deze laatste vergadering wordt gehouden,
                                    ongeacht het aantal leden, dat is opgekomen.</al></li><li nr="4."><al>De leden onthouden zich van medestemmen over de zaken,
                                    benoemingen, schorsingen en ontslagen inbegrepen, die hen, hun
                                    echtgenote of hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad
                                    ingesloten, persoonlijk aangaan, of waarin zij als gelastigden
                                    zijn betrokken.</al></li><li nr=""><al>Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan,
                                    wanneer hij behoort tot die personen, tot welke de keuze door
                                    een voordracht of bij een herstemming is beperkt.</al></li><li nr="5."><al>Over alle zaken wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping
                                    gestemd, doch bij het doen van keuzen, voordrachten of
                                    aanbevelingen van personen bij gesloten en ongetekende
                                    briefjes.</al></li><li nr=""><al>Indien bij het nemen van een besluit over een zaak door geen van
                                    de leden stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te
                                    zijn aangenomen.</al></li><li nr="6."><al>Een stemming is nietig, indien niet meer dan de helft van de
                                    leden, die zitting hebben en zich niet van medestemmen moeten
                                    onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen.</al></li><li nr=""><al>Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    personen, worden leden, die blanco briefjes ingeleverd hebben,
                                    voor wat de geldigheid van de stemming betreft, geacht aan de
                                    stemming te hebben deelgenomen.</al></li><li nr="7."><al>Een stemming is geldig, ongeacht het aantal leden, dat er aan
                                    heeft deelgenomen ingeval opnieuw wordt gestemd over een
                                    voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van
                                    personen, ten aanzien waarvan in een vroegere vergadering een
                                    stemming op grond van het bepaalde in het zesde lid nietig was.
                                    Hetzelfde geldt in een vergadering, als bedoeld in de laatste
                                    zin van het derde lid.</al></li><li nr="8."><al>Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de
                                    volstrekte meerderheid vereist van de leden, die aan de stemming
                                    hebben deelgenomen.</al></li><li nr=""><al>Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    personen worden leden, die blanco briefjes ingeleverd hebben,
                                    voor het bepalen van de uitslag geacht niet aan de stemming te
                                    hebben deelgenomen.</al></li><li nr="9."><al>Bij het staken van stemmen over zaken wordt het nemen van een
                                    besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. In deze
                                    vergadering wordt, bij staken van stemmen, het voorstel geacht
                                    niet te zijn aangenomen.</al></li><li nr=""><al>Ingeval omtrent het benoemen, voordragen of aanbevelen van
                                    personen de stemmen bij herstemming staken, beslist terstond het
                                    lot.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Samenstelling en werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit 7 leden, te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>de secretaris van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al>5 leden, door het algemeen bestuur te kiezen uit zijn
                                            midden.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Deze samenstelling geschiedt zodanig, dat van het dagelijks
                                    bestuur tenminste 4 leden, als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-samenstelling">artikel 5, lid 2, sub a</extref> deel uitmaken.</al></li><li nr="2."><al>De leden van het dagelijks bestuur houden van rechtswege op lid
                                    van het dagelijks bestuur te zijn, wanneer zij geen zitting meer
                                    hebben in het algemeen bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur kiest uit zijn midden een plaatsvervangend
                                    voorzitter en een plaatsvervangend secretaris, welke tevens
                                    plaatsvervangend voorzitter onderscheidenlijk plaatsvervangend
                                    secretaris van het algemeen bestuur zijn.</al></li><li nr="4."><al>a. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar
                                    en voorts zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of
                                    tenminste 2 van de leden dit, met opgave van redenen,
                                    schriftelijk verzoeken. </al><lijst><li nr="b."><al>Ten aanzien van het dagelijks bestuur is het bepaalde in
                                                <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-werkwijze">artikel 6, leden 3 tot en met 9</extref>, van
                                            overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De leden van het dagelijks bestuur hebben enkelvoudig
                                    stemrecht.</al></li><li nr="6."><al>Bij aftreden van het algemeen bestuur blijft het dagelijks
                                    bestuur aan totdat het nieuwe algemeen bestuur zijn taak
                                    aanvaard heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Bevoegdheden en verplichtingen van het algemeen en het
                            dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle taken en bevoegdheden in het kader van de regeling, welke
                                    niet aan anderen zijn opgedragen, behoren aan het algemeen
                                    bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Dit bestuur kan, voorzover de regeling daarin niet voorziet, bij
                                    afzonderlijk besluit taken en bevoegdheden aan het dagelijks
                                    bestuur, commissies of werkgroepen overdragen, zo nodig onder
                                    het stellen van regelen en/of voorwaarden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Het algemeen bestuur besluit, onverminderd het overige in de regeling
                            bepaalde, omtrent:</al><lijst><li nr="1."><al>de benoeming en het ontslag van de directeur(en) van het schap;
                                    het stelt voor deze functionaris(sen) een instructie vast;</al></li><li nr="2."><al>de aanwijzing van werkverbanden en de daarmede samenhangende
                                    organisatiestructuur en personeelsformatie in hoofdzaken; het
                                    stelt daarbij het werkterrein en/of de taakomvang per
                                    werkverband vast;</al></li><li nr="3."><al>het aangaan, wijzigen en beëindigen van een rechtsbetrekking, op
                                    grond van het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening/article=11">artikel 11 van de Wet</extref>, met een privaatrechtelijke
                                    rechtspersoon;</al></li><li nr="4."><al>het aanwijzen van een deskundige, als bedoeld in artikel 265 bis
                                    van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet">gemeentewet</extref>, welke deskundige belast is met de
                                    controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van het
                                    schap;</al></li><li nr="5."><al>het kopen, ruilen of vervreemden, het bezwaren of verpanden, het
                                    verhuren of verpachten, of op enige andere wijze in gebruik
                                    geven van de schapseigendommen;</al></li><li nr="6."><al>het voeren van rechtsgedingen vanwege het schap;</al></li><li nr="7."><al>het lid worden van of deelnemen in privaatrechtelijke
                                    rechtspersonen, voorzover zulks voor het realiseren van de
                                    doelstelling nuttig en noodzakelijk wordt geoordeeld en met
                                    inachtneming van de wettelijke bepalingen daaromtrent.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast. Dit
                            reglement mag geen bepalingen bevatten, welke in strijd zijn met de
                            regeling. Het algemeen bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin
                            aan te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van
                            Gedeputeerde Staten en van de besturen van de gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan commissies en/of werkgroepen instellen,
                                    op grond van het bepaalde bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening">Wet</extref> en overigens voorzover het algemeen bestuur
                                    zulks nodig oordeelt.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur regelt de taken, de bevoegdheden en de
                                    samenstelling van de commissies en/of werkgroepen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen en het dagelijks bestuur op verzoek van
                                    Gedeputeerde Staten of één of meer besturen van gemeenten te
                                    dienen van bericht en raad omtrent alle zaken, het schap
                                    betreffende.</al></li><li nr="2."><al>Zij zijn bevoegd ongevraagd aan de besturen van de gemeenten
                                    advies te geven of voorstellen te doen, welke zij in verband met
                                    de regeling nodig achten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>De leden van het algemeen bestuur mogen noch middellijk noch
                            onmiddellijk deelnemen aan onderhandse pacht van goederen of inkomsten
                            van het schap, noch aan leveringen of aannemingen ten behoeve van het
                            schap.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van voorstellen aan het algemeen
                                            bestuur over een verdere ontwikkeling en uitvoering van
                                            de in de doelstelling genoemde taken; het stelt nadere
                                            regels voor of vast met betrekking tot de uitvoering van
                                            deze taken;</al></li><li nr="b."><al>het voorbereiden van al hetgeen voorts in het algemeen
                                            bestuur ter kennisneming, overweging en beslissing moet
                                            worden gebracht;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen
                                            bestuur;</al></li><li nr="d."><al>het plaatsen van personen in een werkverband en het met
                                            hen aangaan van een dienstbetrekking; het dagelijks
                                            bestuur kan, onder nader door het algemeen bestuur te
                                            bepalen voorwaarden; ook werknemers toelaten uit andere
                                            gemeenten dan die de regeling hebben aangegaan;</al></li><li nr="e."><al>het beheren van de inkomsten en uitgaven van het schap,
                                            zover dit niet bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening">Wet</extref> aan anderen is opgedragen;</al></li><li nr="f."><al>de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding,
                                            voorzover deze van het dagelijks bestuur afhangt;</al></li><li nr="g."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in
                                            als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is
                                            ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en
                                            bezit;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen van de organisatiestructuur en de
                                            personeelsformatie in onderdelen, met inachtneming van
                                            het door het algemeen bestuur vastgestelde op grond van
                                            het bepaalde in <vet>artikel</vet> 9, sub 2, van de
                                            regeling;</al></li><li nr="i."><al>het, behoudens het in artikel 9 van de regeling
                                            bepaalde, benoemen en ontslaan van personeel in dienst
                                            van het schap en het zo nodig vaststellen van
                                            instructies voor dat personeel;</al></li><li nr="j."><al>het toezien op het beheer en onderhoud van alle
                                            schapswerken en -eigendommen;</al></li><li nr="k."><al>alles wat verder het dagelijks beheer van het schap
                                            aangaat.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn voor het door dit
                                    college gevoerde bestuur verantwoording schuldig aan het
                                    algemeen bestuur en geven aan dit bestuur te dien aanzien alle
                                    verlangde inlichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Jaarverslag werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór
                                    1 juni een ontwerp-verslag aan over de werkzaamheden van het
                                    schap over het afgelopen kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur stelt dit verslag vast.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zendt dit verslag binnen één maand na de
                                    vaststelling toe aan de minister van sociale zaken, aan
                                    Gedeputeerde Staten en aan de gemeenten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen en van het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Hij is belast met de uitvoering van de besluiten van het
                                    dagelijks bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Hij tekent de stukken, die van het algemeen en van het dagelijks
                                    bestuur uitgaan, met inachtneming van het in artikel 17, lid 2,
                                    van de regeling, bepaalde.</al></li><li nr=""><al>Hij kan onder eigen verantwoordelijkheid en behoudens de
                                    beperkingen, die, wat de stukken betreft welke van het dagelijks
                                    bestuur uitgaan, door dit bestuur worden gesteld, het tekenen
                                    van bepaalde stukken, die van het dagelijks bestuur of van hem
                                    uitgaan, aan anderen opdragen.</al></li><li nr=""><al>Wordt van deze bevoegdheid gebruik gemaakt, dan doet hij hiervan
                                    mededeling aan het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen het schap in en
                                    buiten rechte. Indien de voorzitter en/of de secretaris behoren
                                    tot het bestuur van een van aan de regeling deelnemende
                                    gemeenten, die partij is in een geding, waarbij het schap
                                    betrokken is, dan vertegenwoordigen de plaatsvervangend
                                    voorzitter en/of plaatsvervangend secretaris het schap.</al></li><li nr=""><al>Indien de plaatsvervangend voorzitter en/of de plaatsvervangend
                                    secretaris behoren tot het bestuur van een van de aan de
                                    regeling deelnemende gemeenten, die tevens partij is in het in
                                    de vorige zin bedoelde geding, dan wijst het dagelijks bestuur
                                    een ander lid onderscheidenlijk twee andere leden van het
                                    dagelijks bestuur als vertegenwoordiger(s) aan.</al></li><li nr=""><al>De voorzitter en/of de secretaris kunnen de vertegenwoordiging
                                    buiten rechte aan een door hen aan te wijzen gemachtigde
                                    opdragen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 De secretaris</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretariaatswerkzaamheden worden uitgevoerd door of onder
                                    toezicht en verantwoordelijkheid van de secretaris, als bedoeld
                                    in artikel 5, lid 5.</al></li><li nr="2."><al>Door hem worden alle stukken, die van het algemeen en dagelijks
                                    bestuur uitgaan, mede-ondertekend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Het personeel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><al>Op het personeel zijn van overeenkomstige toepassing de
                            rechtspositieregelingen voor het personeel van de gemeente Venlo, zoals
                            die rechtspositieregelingen thans luiden en in de toekomst komen te
                            luiden, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 De financiën</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19 Regeling betreffende het beheer, de financiën en de
                                controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt, mede gelet op het terzake bepaalde
                                    in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening">Wet</extref>, een regeling vast betreffende het beheer, de
                                    financiën en de controle op het geldelijk beheer en de
                                    boekhouding van het schap.</al></li><li nr=""><al>Deze regeling en de daarin aan te brengen wijzigingen behoeven
                                    de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. In deze regeling wordt
                                    een bepaling opgenomen omtrent het verzekeren van de gelden van
                                    het schap in verband met het risico van benadeling door het
                                    personeel en/of anderen.</al></li><li nr=""><al>Een exemplaar van deze regeling, alsmede van de eventuele
                                    wijzigingen daarin, worden aan de besturen van de gemeenten
                                    toegezonden.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 265 bis tot en met 265 sexies van de gemeentewet
                                    zijn voor de regeling betreffende de controle op het geldelijk
                                    beheer en de boekhouding van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur dient jaarlijks vóór 1 augustus een
                                    ontwerp-begroting van baten en lasten en van kapitaalinkomsten
                                    en -uitgaven voor het volgende kalenderjaar, vergezeld van een
                                    memorie van toelichting, bij het algemeen bestuur in.</al></li><li nr="2."><al>In de ontwerp-begroting worden aangegeven de, naar raming, door
                                    de gemeenten voor het jaar, waarop de begroting betrekking
                                    heeft, verschuldigde bijdragen.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting vóór 1 augustus
                                    tevens aan de besturen van de gemeenten, die vóór 15 september
                                    daaropvolgende bij het algemeen bestuur hun bezwaren kunnen
                                    indienen.</al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur stelt vóór 1 november daaropvolgende de
                                    begroting vast. Deze wordt terstond aan Gedeputeerde Staten ter
                                    goedkeuring ingezonden onder overlegging van de eventueel door
                                    de besturen van de gemeenten ingediende bezwaren. De
                                    vastgestelde begroting wordt tegelijkertijd aan de besturen van
                                    de gemeenten gezonden.</al></li><li nr="5."><al>Na ontvangst van bericht van goedkeuring van de begroting of
                                    onthouding van goedkeuring aan de begroting van Gedeputeerde
                                    Staten worden de besturen van de gemeenten door het dagelijks
                                    bestuur hiervan in kennis gesteld.</al></li><li nr="6."><al>Met betrekking tot wijziging van de begroting is het bepaalde in
                                    de voorafgaande leden van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="7."><al>Voor af- en overschrijvingen op de posten van de begroting is
                                    het bepaalde in dit artikel van overeenkomstige toepassing,
                                    voorzover hiervoor niet bij de begroting zelf of bij een
                                    afzonderlijk, door Gedeputeerde Staten goedgekeurd besluit van
                                    het algemeen bestuur, machtiging is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Rekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt de rekening van baten en lasten en
                                    van kapitaalinkomsten en -uitgaven, alsmede een voorlopige
                                    berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen, met
                                    alle bijbehorende bescheiden, waaronder de balans, vóór 1 juni
                                    van het jaar volgende op het jaar waarop de rekening betrekking
                                    heeft, ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aan.
                                    Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een
                                    onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door
                                    de overeenkomstig artikel 9, lid 4, van de regeling aangewezen
                                    deskundige en verder hetgeen het dagelijks bestuur te zijner
                                    verantwoording dienstig acht.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur stelt de rekening voorlopig vast vóór 1
                                    juli daaropvolgende.</al></li><li nr="3."><al>Zij wordt terstond na de voorlopige vaststelling, met alle
                                    bijbehorende stukken, aan Gedeputeerde Staten ter vaststelling
                                    aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Een exemplaar van de voorlopig vastgestelde rekening wordt onder
                                    vermelding van de voorlopig vastgestelde bijdragen van de
                                    gemeenten aan de besturen van de gemeenten toegezonden.</al></li><li nr="5."><al>Van de vaststelling van de rekening door Gedeputeerde Staten
                                    wordt terstond aan de besturen van de gemeenten mededeling
                                    gedaan.</al></li><li nr="6."><al>Het besluit van Gedeputeerde Staten, houdende vaststelling van
                                    de rekening, strekt, voorzover het de daarin opgenomen
                                    ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur en het
                                    rekenplichtig personeel tot ontlasting, behoudens later in
                                    rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere
                                    onregelmatigheden.</al></li><li nr=""><al>Gedeputeerde Staten kunnen het dagelijks bestuur of het
                                    rekenplichtig personeel afzonderlijk ontlasten, zo zij beider
                                    beheer niet voor gelijktijdige goedkeuring vatbaar achten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Financiering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur regelt de geldleningen, het uitlenen van
                                    gelden, het aangaan van rekening-courantovereenkomsten en
                                    hetgeen verder de geldmiddelen van het schap aangaat.</al></li><li nr="2."><al>De gemeenten zijn gezamenlijk garant voor de juiste betaling van
                                    rente en aflossing van de op grond van het bepaalde in het
                                    vorige lid opgenomen gelden, zulks in verhouding tot het aantal
                                    inwoners van deze gemeenten per 1 januari van het jaar van
                                    sluiting van de lening of het aangaan van de
                                    rekening-courantovereenkomst.</al></li><li nr="3."><al>Besluiten, genomen op grond van het bepaalde in lid 1 van dit
                                    artikel, behoeven de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Verrekening kosten werknemers van buiten de
                                gemeenten</titel></kop><al>De verrekening van de kosten verbonden aan de toelating van de in
                            artikel 14, lid 1, sub d, laatste volzin, genoemde werknemers, vindt
                            plaats overeenkomstig de terzake door het algemeen bestuur vast te
                            stellen regelen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 14,
                            lid 1, aanhef en sub d, van de regeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Verdeling baten en lasten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het exploitatietekort, verband houdende met de algemene
                                    publiekrechtelijke beheerstaak van het schap, verminderd met
                                    verkregen bijdragen op grond van de regelen als bedoeld in
                                    artikel 23 van de regeling, wordt omgeslagen over de gemeenten
                                    op basis van het aantal inwoners per 1 januari van het jaar
                                    voorafgaande aan het begrotingsjaar.</al></li><li nr=""><al>Voor de vaststelling van het inwonertal worden aangehouden de
                                    door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte
                                    bevolkingscijfers.</al></li><li nr=""><al>In het jaar van toetreding tot de regeling geldt voor een
                                    gemeente het aantal inwoners op 1 januari van het jaar van
                                    toetreding, vermenigvuldigd met zoveel twaalfden als die
                                    gemeente in het jaar van toetreding volle maanden aan de
                                    regeling deelneemt.</al></li><li nr="2."><al>Nadat het algemeen bestuur, met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening/article=42">artikel 42 van de Wet</extref>, een zo hoog mogelijke
                                    aanvullende rijksvergoeding heeft verkregen, worden resterende
                                    exploitatietekorten, vastgesteld per werkverband, als volgt per
                                    werkverband omgeslagen over de gemeenten: </al><lijst><li nr="a."><al>de tekorten worden eerst verminderd met verkregen
                                            bijdragen op grond van de regelen, als bedoeld in
                                            artikel 23 van de regeling;</al></li><li nr="b."><al>van de dan resterende tekorten worden: </al><lijst><li nr="-"><al>25% omgeslagen op basis van het aantal inwoners
                                                  per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het
                                                  begrotingsjaar; het bepaalde in de tweede en derde
                                                  volzin van lid 1 van dit artikel is van
                                                  overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="-"><al>75% omgeslagen over de deelnemende woongemeenten
                                                  van de werknemers naar evenredigheid van de
                                                  geleverde direct productieve manuren van die
                                                  werknemers gedurende het begrotingsjaar.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Wanneer het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dient elke
                                    gemeente op verzoek een voorschot op haar vermoedelijk aandeel
                                    in het nadelig saldo te verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>Een exploitatie-overschot wordt door het algemeen bestuur
                                    gereserveerd voor een bestemming die binnen het raam van de
                                    doelstelling van het schap is gelegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9 Het archief</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor en het toezicht
                                    op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het
                                    schap en zijn organen overeenkomstig een door het algemeen
                                    bestuur vast te stellen regeling.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling wordt aan Gedeputeerde Staten medegedeeld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 10 Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 26</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Andere gemeenten kunnen tot de regeling toetreden bij het
                                    besluit van het betrokken gemeentebestuur, goed te keuren door
                                    het algemeen bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur stelt regelen vast, waaronder het deelnemen
                                    aan de regeling wordt toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>De toetreding gaat niet eerder in dan op de dag, volgend op die,
                                    waarop het door Gedeputeerde Staten goedgekeurde besluit van de
                                    toetredende gemeente(n) in de Nederlandse Staatscourant is
                                    gepubliceerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk gemeentebestuur kan, voor het eerst in 1985, een besluit
                                    nemen, waarbij de deelneming aan de regeling wordt opgezegd,
                                    ingaande drie jaren na het verstrijken van het jaar, waarin het
                                    besluit tot opzegging is genomen.</al></li><li nr="2."><al>De uittredende gemeente blijft aansprakelijk voor de schulden
                                    van het schap op het tijdstip van uittreden naar evenredigheid
                                    van de in de laatste drie jaren van deelneming geleverde direct
                                    productieve manuren van de in die gemeente woonachtige
                                    werknemers.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur kan in bijzondere gevallen bij een besluit,
                                    genomen met een meerderheid van tenminste tweederde van het
                                    aantal stemmen, afwijking van de in lid 1 van dit
                                        <vet>artikel</vet> genoemde opzeggingstermijn toestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De regeling wordt gewijzigd of opgeheven, indien tenminste
                                    tweederde van de raden, onderscheidenlijk de college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeenten, ieder voorzover zij
                                    voor hun eigen gemeenten bevoegd zijn, daartoe besluiten.</al></li><li nr="2."><al>De wijziging of de opheffing gaat niet eerder in dan op de dag,
                                    volgende op die, waarop de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde
                                    besluiten in de Nederlandse Staatscourant zijn
                                    gepubliceerd.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen
                                    bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regels
                                    vast. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden
                                    afgeweken. De aansprakelijkheid van eerder uitgetreden
                                    gemeenten, als bedoeld in artikel 27, lid 2, van de regeling,
                                    blijft onverminderd gehandhaafd.</al></li><li nr="4."><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur - gehoord de
                                    gemeenten - vastgesteld en behoeft de goedkeuring van
                                    Gedeputeerde Staten.</al></li><li nr="5."><al>Zo nodig blijft het algemeen bestuur ook na het tijdstip van de
                                    opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 11 Overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 29</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eerste aanwijzing van leden van het algemeen bestuur moet
                                    uiterlijk vier weken na de dag van inwerkingtreding van de
                                    regeling hebben plaatsgevonden.</al></li><li nr="2."><al>a. De begroting wordt voor de eerste maal vastgesteld voor een
                                    tijdvak, aanvangende op de dag, waarop de regeling in werking
                                    treedt, tot het einde van het lopende kalenderjaar. De
                                    vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk na het in werking
                                    treden van de regeling. b. De eerste rekening heeft betrekking
                                    op het in dit lid, sub a, bedoelde tijdvak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30</titel></kop><al>Door het schap wordt met de werknemers, die op grond van het bepaalde in
                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening/article=7">artikelen 7</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening/article=16">16 van de Wet</extref> door:</al><lijst><li nr="a."><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo
                                    in dienst zijn genomen en geplaatst bij de in de artikelen 4 van
                                    de gemeenschappelijke regelingen “Sociale Werkvoorziening
                                    Openluchtobjecten” en “Sociale Werkvoorziening objecten in het
                                    kader van de hoofdarbeid” bedoelde dienst sociale
                                    werkvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo
                                    onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van
                                    de gemeente Bergen in dienst zijn genomen en geplaatst bij de
                                    “Stichting Werkplaatsen voor Aangepaste Arbeid”, waarvan de
                                    werkplaatsen op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening/article=10">artikelen 10</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening/article=11">11 van de Wet</extref> bij besluit van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Venlo van 21 december 1970
                                    onderscheidenlijk bij besluit van burgemeester en wethouders van
                                    de gemeente Bergen van 25 mei 1971, als werkverband zijn
                                    aangewezen, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de
                                    regeling een dienstbetrekking op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20sociale%20werkvoorziening">Wet</extref> aangegaan. Het schap treedt in alle rechten en
                                    verplichtingen voortvloeiende uit de onmiddellijk hieraan
                                    voorafgaande dienstbetrekkingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31</titel></kop><al>Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het
                            schap, ieder voorzover zij bevoegd zijn, benoemen het personeel,
                            dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ingevolge de artikelen 13 van de gemeenschappelijke regelingen
                                    “Sociale Werkvoorziening Openluchtobjecten” en “Sociale
                                    Werkvoorziening objecten in het kader van de hoofdarbeid” in
                                    dienst is van de gemeente Venlo;</al></li><li nr="b."><al>ingevolge arbeidsovereenkomst in dienst is van de Stichting
                                    Werkplaatsen voor Aangepaste Arbeid, in dienst van het schap,
                                    voorzover dit mogelijk is, indien dat personeel zulks wenst en
                                    na overleg met de gemeente Venlo onderscheidenlijk de Stichting
                                    Werkplaatsen voor Aangepaste Arbeid, met ingang van de datum van
                                    inwerkingtreding van de regeling.</al></li><li nr="Het"><al>schap treedt in alle rechten en verplichtingen, voortvloeiende
                                    uit de onmiddellijk hieraan voorafgaande dienstbetrekkingen, met
                                    dien verstande dat deze rechten en verplichtingen niet strijdig
                                    mogen zijn met het bepaalde in artikel 18 van deze
                                    regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32</titel></kop><al>Met ingang van de dag, waarop door het college van burgemeester en
                            wethouders van de gemeente Venlo het opheffingsbesluit, als bedoeld in
                            artikel 23, lid 1, van de gemeenschappelijke regelingen “Sociale
                            Werkvoorziening Openluchtobjecten” en “Sociale Werkvoorziening objecten
                            in het kader van hoofdarbeid” in werking treedt, treedt het schap in
                            alle overige rechten en verplichtingen, omvattende de activa en passiva,
                            waaronder de roerende en onroerende goederen, de kasgelden, de
                            kapitaalverstrekkingen, de in rekening-courant opgenomen kredieten en de
                            overige vorderingen en schulden, alsmede alle rechten en verplichtingen
                            voortvloeiende uit afgesloten contracten, van de in de artikelen 4 van
                            deze gemeenschappelijke regelingen bedoelde dienst sociale
                            werkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33</titel></kop><al>Het schap zal met de Stichting Werkplaatsen voor Aangepaste Arbeid een
                            regeling treffen met betrekking tot de overige rechten en
                            verplichtingen, omvattende de activa en passiva, waaronder de roerende
                            en onroerende goederen, de kasgelden, de geldleningen, de in
                            rekening-courant opgenomen kredieten en de overige vorderingen en
                            schulden, alsmede de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit
                            afgesloten contracten, met ingang van de datum van inwerkingtreding van
                            de regeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1981,
                                    tenzij op die datum nog geen bekendmaking als bedoeld in artikel
                                    8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgehad, in
                                    welk geval de inwerkingtreding ingaat op de eerste dag van de
                                    maand, volgende op die, waarin zij bekend gemaakt is in de
                                    Nederlandse Staatscourant.</al></li><li nr="2."><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo
                                    draagt zorg voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde
                                    bekendmaking, alsmede voor alle andere door de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen geëiste bekendmakingen in de
                                    Nederlandse Staatscourant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35</titel></kop><al>De regeling kan worden aangehaald onder de titel: “Regeling
                            Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>