<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56563_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureregeling planschadevergoeding 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureregeling planschadevergoeding 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureregeling planschadevergoeding 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op het bepaalde in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20ruimtelijke%20ordening/article=6.1">artikelen 49</extref> en 49a van de Wet op de Ruimtelijke
                        Ordening.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>planschade: schade als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20ruimtelijke%20ordening/article=6.1">artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</extref>
                                (WRO);</al></li><li nr="b."><al>planologische maatregel: de bepalingen van een bestemmingsplan, dan
                                wel een besluit omtrent vrijstelling als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20ruimtelijke%20ordening/article=17">artikelen 17</extref> of 19 WRO, dan wel één van de andere in
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20ruimtelijke%20ordening/article=6.1">artikel 49</extref> genoemde schadeoorzaken;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende: degene die een verzoek om vergoeding van planschade
                                indient;</al></li><li nr="d."><al>derde-belanghebbende: degene als bedoeld in artikel 49a van de WRO
                                die heeft verzocht om ten behoeve van de verwezenlijking van een
                                project een bestemmingsplan te herzien of te wijzigen dan wel om
                                vrijstelling te verlenen, anders dan bedoeld in artikel 31a of 31b
                                van de WRO, en die met de gemeente een overeenkomst heeft gesloten
                                inhoudende dat geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening komt de
                                schade die rechtstreeks haar grondslag vindt in het besluit op dit
                                verzoek en waarvan de aanvrager vergoeding vraagt;</al></li><li nr="e."><al>adviseur: een door het college van burgemeester en wethouders aan te
                                wijzen extern deskundig persoon, rechtspersoon of commissie belast
                                met het adviseren inzake een aanvraag om vergoeding van planschade
                                en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Venlo;</al></li><li nr="g."><al>aanvraag: een verzoek om planschadevergoeding middels het door het
                                college van burgemeester en wethouders vastgesteld
                                standaardformulier;</al></li><li nr="h."><al>drempelbedrag: recht als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20ruimtelijke%20ordening/article=6.1">artikel 49 lid 3 WRO</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag wordt bij het college ingediend met gebruikmaking van
                                een door het college vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Het college tekent de datum van ontvangst van de aanvraag onverwijld
                                aan op het formulier waarbij de aanvraag is ingediend. De ontvangst
                                wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan
                                belanghebbende. Van de aanvraag wordt een afschrift toegezonden aan
                                de derde-belanghebbende.</al></li><li nr="3."><al>In de mededeling van ontvangst wijst het college de belanghebbende
                                erop dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag
                                verschuldigd is en deelt hem mede dat het verschuldigde bedrag
                                binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de
                                rekening van de gemeente dan wel op een aangegeven plaats moet zijn
                                gestort.</al></li><li nr="4."><al>Indien het drempelbedrag niet binnen de in lid 3 genoemde termijn is
                                bijgeschreven of gestort, verklaart het college de belanghebbende
                                niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld
                                dat belanghebbende in verzuim is geweest.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de aanvraag binnen 5 weken na afloop van de
                                termijn zoals bedoeld in artikel 2, lid 3 in handen van de adviseur.
                                De belanghebbende en derde-belanghebbende worden hiervan zo spoedig
                                mogelijk in kennis gesteld.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van lid 1, kan het college beslissen het inwinnen van
                                advies achterwege te laten, indien de aanvraag kennelijk
                                niet-ontvankelijk, kennelijk gegrond of kennelijk ongegrond is.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk is omdat de
                                schadeveroorzakende planologische maatregel nog niet onherroepelijk
                                is, dient de aanvrager te worden aangehouden tot op de dag dat de
                                planologische maatregel onherroepelijk is geworden. De aanvraag
                                wordt dan beschouwd te zijn ingediend op de dag dat de planologische
                                maatregel onherroepelijk is geworden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Voorbereiding advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De adviseur stelt de belanghebbende, het college en
                                derde-belanghebbende(n), die het college van burgemeester en
                                wethouders bij de aanvraag om advies vermeld, in de gelegenheid hun
                                zienswijze, schriftelijk of mondeling, naar voren te brengen.</al></li><li nr="2."><al>De adviseur kan de naar zijn oordeel daarvoor in aanmerking komende
                                personen horen of uitnodigen voor hem te verschijnen voor het geven
                                van inlichtingen.</al></li><li nr="3."><al>Van hetgeen mondeling naar voren wordt gebracht, wordt een verslag
                                gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Uitbrengen advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De adviseur brengt schriftelijk advies uit binnen een door het
                                college te bepalen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Het advies wordt door het college zo spoedig mogelijk toegezonden of
                                uitgereikt aan de belanghebbende en de derde-belanghebbende.</al></li><li nr="3."><al>De belanghebbende en de derde-belanghebbende kunnen hun zienswijze
                                op het advies binnen 4 weken na ontvangst van het advies
                                schriftelijk of mondeling kenbaar maken bij het college. Artikel 4,
                                lid 3, is van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Het besluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen 8 weken na het verstrijken van de in
                                artikel 5, lid 3 bedoelde termijn. Indien de beslissing het
                                toekennen van schadevergoeding inhoudt, wordt tevens het bedrag
                                vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet om advies in handen wordt gesteld van de
                                adviseur, bedraagt de beslistermijn 10 weken na ontvangst van de
                                aanvraag.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de in dit artikel opgenomen termijnen met ten
                                hoogste 6 weken verdagen.</al></li><li nr="4."><al>Het besluit van het college wordt binnen 2 weken aan belanghebbende
                                en derde-belanghebbende kenbaar gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Uitbreiding toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze regeling kan door het college van toepassing worden verklaard op
                        verzoeken om schadevergoeding die zijn gebaseerd op andere
                        publiekrechtelijke regelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Uitzondering toepassingsbereik</titel></kop><al>Indien het college een mogelijke planschadevergoeding kan verhalen op een
                        ander bestuursorgaan, is deze verordening c.q. zijn onderdelen van deze
                        regeling niet van toepassing indien met dit andere bestuursorgaan een
                        regeling terzake is getroffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in met ingang van 1 september 2005 in werking</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Procedureregeling
                        planschadevergoeding 2005”.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al>Toelichting procedureregeling planschadevergoeding 2005</al><divisie><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>De belanghebbende is de belanghebbende in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20ruimtelijke%20ordening/article=6.1">artikel 49 van de WRO</extref> en betreft de (voormalig) zakelijk als
                        de persoonlijk gerechtigde op een onroerende zaak.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2, lid 2</titel></kop><al>Registratie van de datum van ontvangst van de aanvraag is van belang voor de
                        bepaling van de wettelijke rente over een eventueel uit te keren
                        schadevergoeding, maar is ook van belang in het kader van de
                        verjaringsregeling uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20ruimtelijke%20ordening/article=6.1">artikel 49, lid 2 van de WRO</extref>.</al><al>Vanaf 1 september 2005 dient een aanvraag om vergoeding planschade binnen 5
                        jaar na het onherroepelijk worden van een besluit te zijn ingediend.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2. lid 3</titel></kop><al>Ter zake van een aanvraag om vergoeding van planschade is per 1 september
                        2005 een drempelbedrag verschuldigd. De wet bepaalt dat teruggaaf wordt
                        verleend indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt
                        beslist.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3, lid 2</titel></kop><al>Indien het duidelijk is dat één van deze gevallen zo voordoet is het uit een
                        oogpunt van besparing van tijd en kosten, niet nodig advies in te
                        winnen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4, lid 1</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan bij de aanvraag om advies
                        aangeven wie door de adviseur als derde-belanghebbende gehoord dienen te
                        worden. Met name is hierbij gedacht aan Rijkswaterstaat bij wie de gemeente
                        in een aantal gevallen de kosten voor deze vergoeding, kan verhalen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5, lid 1</titel></kop><al>In dit lid is geen exacte termijn aangegeven waarbinnen de adviseur het
                        advies dient uit te brengen. Gelet op de ingewikkeldheid van een aanvraag
                        kan het college van burgemeester en wethouders mitsdien flexibel omgaan met
                        het stellen van een termijn.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Indien geen beslistermijn wordt aangegeven geldt de termijn zoals geregeld
                        is in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>. Dit is circa 8 weken en te kort om
                        een beslissing op een aanvraag om planschadevergoeding te nemen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Naast een verzoek om planschadevergoeding zijn c.q. kunnen er
                        publiekrechtelijke regelingen zijn, die een recht op schadevergoeding openen
                        (nadeelcompensatie). Indien die regeling zelf niet voorzien in de te volgen
                        procedure, kan het bestuursorgaan deze regeling op de aanvraag van
                        toepassing verklaren.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Er zijn gevallen waarbij de gemeente de mogelijkheid heeft kosten voor
                        planschadevergoedingen te verhalen op een ander bestuursorgaan, zoals bij de
                        aanleg van een rijksweg op het Rijk.</al><al>Vaak wordt met dit ander bestuursorgaan een convenant gesloten waarin het
                        een en ander wordt geregeld, bijvoorbeeld dat het Rijk ter advisering een
                        schadebeoordelingscommissie instelt. Het volgen van de procedure zoals
                        geregeld in deze regeling is dan niet op zijn plaats.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>