<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56560_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 17-11-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=225">Gemeentewet, art. 225 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=225">artikel 225 van de Gemeentewet</extref>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het RVV 1990: het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli
                                        1990, Stb. 459</extref>;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens
                                    1990</extref>;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van
                                    goederen, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref> aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al></li><li nr="a."><al>is aangeduid met bord E9 uit Bijlage I van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref> of</al></li><li nr="b."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit Bijlage I
                                    van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref> met het onderschrift "ZONE", voor zover
                                    deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="h."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op de daartoe aangewezen
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningsbewijzen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken
                                    besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                    parkeren door vergunninghouders.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken
                                    besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan
                                    vergunninghouders is toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een aanvraag één vergunning
                                    verlenen voor het parkeren op een daartoe aangewezen
                                    belanghebbendenplaats.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan onder door burgemeester en wethouders te
                                    stellen voorwaarden worden verleend aan de eigenaar of houder
                                    van een motorvoertuig wanneer deze: </al><lijst><li nr="a."><al>woont en/of een beroep of bedrijf uitoefent in een
                                            gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn,
                                            voorzover die plaatsen zijn voorzien van parkeerbeugels
                                            (parkeerbeugelplaats);</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                            belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn (bedrijfsstraten)
                                            en aantoont dat: </al><lijst><li nr="-"><al>zijn pand een uitgang heeft in het gebied waar
                                                  belanghebbendenplaatsen (de bedrijfstraat)
                                                  aanwezig zijn;</al></li><li nr="-"><al>op ieder moment van de dag het noodzakelijk is,
                                                  dat hij over zijn motorvoertuig moet kunnen
                                                  beschikken ter uitvoering van zijn bedrijf;</al></li><li nr="-"><al>in het belang van diens beroeps- of
                                                  bedrijfsuitvoering het noodzakelijk is, dat in dat
                                                  gebied zijn motorvoertuig wordt geparkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                    vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van
                                    motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het tweede
                                    lid genoemde voorwaarden.</al></li><li nr="4."><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                    betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                                    betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het
                                    bepaalde in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor
                                    het aanvragen en verlenen van een vergunning.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na
                                    ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                    termijn met ten hoogste zes weken verlengen.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders weigeren een vergunning, indien voor
                                    alle belanghebbendenplaatsen in het gebied, waarvoor de aanvraag
                                    is ingediend, vergunningen zijn verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt verleend hetzij tot wederopzegging hetzij
                                    voor een bepaalde termijn.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam, voorletters, het adres van de
                                            vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>het kenteken van het motorvoertuig van de
                                            vergunninghouder;</al></li><li nr="c."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="d."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op aanvraag van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefend beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>indien het voor de vergunning verschuldigde parkeerbelasting
                                    niet of niet tijdig is voldaan;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig
                                    te plaatsen of te laten staan: </al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats een motorvoertuig
                                    te parkeren of geparkeerd te hebben indien de aanwijzingen
                                    omtrent het gebruik van de parkeerapparatuurplaats niet in acht
                                    worden genomen.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden buiten de aangeduide parkeervakken op plaatsen
                                    die kennelijk niet als parkeervakken bedoeld zijn en indien het
                                    motorvoertuig zich niet in zijn geheel bevindt binnen de grenzen
                                    van het parkeervak, te parkeren.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    bepaalde in het eerste en het vierde lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is
                                    toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te
                                    houden: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder geldige vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig is voorzien van een
                                            duidelijk zichtbaar bewijs dat het parkeren op die
                                            parkeerplaats krachtens vergunning is toegestaan;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                            voorwaarden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders of
                            de burgemeester aangewezen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in hoofdstuk 3 van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 11 strafbaar gestelde feiten is, behalve
                            aan de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering/article=141">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</extref> genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze
                            verordening zijn belast, ieder voorzover het de feiten betreft die in de
                            aanwijzing zijn vermeld.</al><al>Deze wijziging treedt in werking op de 8e dag na de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op een door burgemeester en
                                    wethouders bij openbaar besluit bekend te maken datum.</al></li><li nr="2."><al>Op de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening, zoals die is vastgesteld bij raadsbesluit
                                    van 23 oktober 1991.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening
                                    2004”.</al></li><li nr="4."><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    1992 worden geacht te zijn verleend krachtens deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>