<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56546_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling openbaar onderwijs gemeenten Bernheze, Boekel, Landerd, Oss, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-12-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 01-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling openbaar onderwijs gemeenten Bernheze, Boekel, Landerd, Oss, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet primair onderwijs, art. 48</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2005-08-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/95</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling bevat twee voorgaande wijzigingen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling openbaar onderwijs gemeenten Bernheze, Boekel, Landerd, Oss, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raden van de gemeenten Bernheze, Boekel, Landerd, Oss, Sint Oedenrode,
                        Uden en Veghel, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd
                        zijn:</al><al>overwegende dat het bestuur van het openbaar onderwijs in hun gemeenten
                        wordt ondergebracht in een stichting;</al><al>dat het in verband daarmee wenselijk is de uitoefening van bevoegdheden van
                        raden als bedoeld in artikel 48 Wet op primair onderwijs te coördineren en
                        daartoe een gemeenschappelijke regeling aan te gaan;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
                        d.d.</al><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen:</al><al>b e s l u i t e n</al><al>aan te gaan de </al><al><vet>Gemeenschappelijke regeling openbaar basisonderwijs gemeenten Bernheze,
                        Boekel, Landerd, Oss, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>gemeenschappelijk orgaan: het gemeenschappelijk orgaan genoemd in
                                artikel 2 van de regeling;</al></li><li nr="c."><al>gemeenteraad: een aan deze regeling deelnemende gemeenteraad;</al></li><li nr="d."><al>gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Noord-Brabant;</al></li><li nr="e."><al>wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="f."><al>stichting: de Stichting Openbaar Onderwijs Groep;</al></li><li nr="g."><al>school: de door de Stichting instandgehouden openbare
                                basisschool.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Gemeenschappelijk organ</titel></kop><al>Voor de uitvoering van de regeling wordt een gemeenschappelijk orgaan
                        ingesteld, genaamd “Gemeenschappelijk orgaan Openbaar Basisonderwijs
                        Bernheze, Boekel, Landerd, Oss, Sint-Oedenrode, Uden en Veghel”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelstelling en belang</titel></kop><al>Het gemeenschappelijk orgaan coördineert en oefent de bevoegdheden van de
                        gemeenteraad uit als bedoeld in artikel 48 Wet primair onderwijs en in de
                        statuten van de stichting, met uitzondering van de opheffing van de scholen,
                        de wijziging van de statuten of de ontbinding van de stichting of de
                        terugvordering van de scholen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het gemeenschappelijk organ</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het gemeenschappelijk organ</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit zeven leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraden wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, dan
                            wel uit het college, elk een lid aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lid dat ophoudt lid of voorzitter te zijn van de gemeenteraad, dan
                            wel van het college, houdt tevens op lid van het gemeenschappelijk
                            orgaan te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan te allen tijde ontslag
                            nemen. Van dit ontslag wordt mededeling gedaan aan de voorzitter van het
                            gemeenschappelijk orgaan alsmede aan de gemeenteraad die hem heeft
                            aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid van het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan mag niet als
                            advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve
                            van de wederpartij van het gemeenschappelijk orgaan of ten behoeve van
                            het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan in geschillen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Taak en bevoegdheden gemeenschappelijk organ</titel></kop><al>Het gemeenschappelijk orgaan oefent de bevoegdheden als bedoeld in artikel 3
                        van de regeling uit, voor zover daar in deze regeling niet van wordt
                        afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Taakverdeling en tekenbevoegdheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan wijst uit zijn midden een voorzitter en een
                            secretaris aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris tekenen alle stukken die van het
                            gemeenschappelijk orgaan uitgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan vergadert jaarlijks tenminste twee keer en
                            voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig
                            achten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan vergadert tevens indien ten minste twee
                            leden hiertoe schriftelijk en met opgaaf van redenen aan de voorzitter
                            om verzoeken. Een dergelijke vergadering vindt plaats binnen twee weken
                            nadat de voorzitter het verzoek heeft ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Overleg met het bestuur van de stichting</titel></kop><al>Het gemeenschappelijk orgaan kan bepalen dat, al dan niet op verzoek van dat
                        bestuur, alvorens bepaalde besluiten worden genomen overleg plaatsvindt met
                        het bestuur van de stichting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Oproeping</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat de oproepingen, spoedeisende
                            gevallen uitgezonderd, ten minste vijf dagen voor de dag der vergadering
                            aan de bestuursleden worden toegezonden. De oproepingsbrieven vermelden
                            behalve plaats en tijdstip van de vergadering de te behandelen
                            onderwerpen. Met de oproepingsbrieven worden zoveel mogelijk tevens de
                            stukken meegezonden die betrekking hebben op de te behandelen
                            onderwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering vindt geen doorgang indien niet ten minste de helft van
                            het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval een vergadering op grond van het bepaalde in het vorige lid
                            geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen 14 dagen een
                            nieuwe vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien wegens onvoltalligheid op grond van hett bepaalde in het tweede
                            lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en besluiten de
                            aanwezigen over de onderwerpen die voor de eerste vergadering aan de
                            orde waren gesteld, ongeacht het aantal leden dat aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij deze regeling anders bepaalt, worden besluiten bij volstrekte
                            meerderheid van stemmen genomen. Een blanco stem wordt niet als een
                            uitgebrachte stem beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken mondeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming
                            betreffende, wordt het nemen van een besluit tot een volgende
                            vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden
                            heropend. Indien bij herstemming de stemmen staken, wordt het voorstel
                            geacht te zijn verworpen. Wordt bij stemming over personen, een
                            benoeming betreffende, de vereiste meerderheid niet verkregen, dan vindt
                            herstemming plaats over de personen die de meeste stemmen op zich
                            verenigd hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, dan
                            beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Openbaarheid van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer tenminste twee van de aanwezig leden
                            daarom verzoeken of de voorzitter dit nodig acht. Het gemeenschappelijk
                            orgaan besluit vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde
                            aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten
                            over de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling
                            van de rekening van het gemeenschappelijk orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Geheimhouding van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan kan op grond van een belang genoemd in
                            artikel 10 van de wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een
                            besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die
                            aan het gemeenschappelijk orgaan worden voorgelegd, geheimhouding
                            opleggen. De geheimhouding wordt door hen die van het behandelde of de
                            stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het gemeenschappelijk
                            orgaan haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichting tot geheimhouding als bedoeld in het vorige lid vervalt
                            indien de oplegging niet door het gemeenschappelijk orgaan in zijn
                            eerstvolgende vergadering, waarin blijkens de presentielijst meer dan de
                            helft van de leden aanwezig is, wordt bekrachtigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Informatie en verantwoording gemeenschappelijk organ</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan geeft de gemeenteraden alle informatie die
                            een of meer leden van die gemeenteraden schriftelijk verlangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van het gemeenschappelijk orgaan verschaft aan de gemeenteraad
                            die hem als lid heeft aangewezen, alle informatie die een of meer leden
                            van die gemeenteraad verlangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lid van het gemeenschappelijk orgaan is aan de gemeenteraad, dan wel
                            het college, die hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd over
                            het door hem in het gemeenschappelijk orgaan gevoerde beleid. De
                            verantwoording geschiedt volgens door de gemeenteraad, dan wel het
                            college, nader vast te stellen regels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De gemeenteraad, dan wel het college, kan het door hem aangewezen lid
                            van het algemeen bestuur uit zijn functie ontheffen, indien dit lid niet
                            langer het vertrouwen van de gemeenteraad, dan wel het college
                            heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een dagelijks bestuur, dat gevormd wordt door de voorzitter, de
                            secretaris en een door het gemeenschappelijk orgaan uit zijn midden
                            aangewezen derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding en de uitvoering
                            van besluiten van het gemeenschappelijk orgaan, alsmede het financieel
                            beheer van het gemeenschappelijk orgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt regels vast ten aanzien van zijn
                            vergaderingen. De vergadering van het dagelijks bestuur is niet
                            openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Informatie en verantwoording dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur verschaffen, tezamen en ieder
                            afzonderlijk, aan het gemeenschappelijk orgaan de door een of meer leden
                            van gemeenschappelijk orgaan gevraagde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk,
                            verantwoording verschuldigd aan het gemeenschappelijk orgaan over het
                            door hen gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing van een lid van het dagelijks bestuur kan worden
                            ingetrokken, indien dit lid niet langer het vertrouwen van het
                            gemeenschappelijk orgaan heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Ambtelijk secretaris en kostenverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan en het dagelijks bestuur worden in hun
                            werkzaamheden vanuit een of meerdere gemeenten ambtelijk
                            bijgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan regelt in overleg met de gemeenten de
                            toerekening van de hieruit voortvloeiende kosten naar de deelnemende
                            gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op voor het
                            gemeenschappelijk orgaan voor het volgend boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting met toelichting aan de
                            gemeenteraden ten minste zes weken voordat het deze aan het
                            gemeenschappelijk orgaan aanbiedt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraden kunnen gedurende deze termijn hun zienswijze over de
                            ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur doen toekomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de
                            gemeenteraden zijn vervat bij de ontwerpbegroting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting uiterlijk vast op 1 juli
                            voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet gelden. Terstond na
                            de vaststelling zendt het gemeenschappelijk orgaan de begroting in
                            afschrift aan de gemeenteraden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting onder overlegging van de door
                            de gemeenteraden ingediende zienswijzen binnen een maand vaststelling
                            door het gemeenschappelijk orgaan ter goedkeuring aan gedeputeerde
                            staten. Van de inzending doet het mededeling aan de gemeenteraden. De
                            gemeenteraden kunnen na ontvangst van het bericht van inzending van hun
                            zienswijzen over de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten doen
                            toekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Rekening en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur doet jaarlijks voor 1 juli aan de gemeenteraden
                            verantwoording van het financieel beheer over het afgelopen boekjaar
                            door toezending van de voorlopig vastgestelde rekening en de daarbij
                            behorende toelichtende bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen twee maanden na de in het eerste lid bedoelde toezending kunnen
                            de gemeenteraden hun zienswijzen over de rekening schriftelijk aan het
                            gemeenschappelijk orgaan doen toekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de rekening na afloop van de in het vorige
                            lid bedoelde termijn met de commentaren waarin de zienswijzen van de
                            gemeenteraden zijn vervat ter vaststelling aan gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het besluit van gedeputeerde staten houdende vaststelling van de
                            rekening strekt de leden van het gemeenschappelijk orgaan tot
                            decharge.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Wijziging van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het gemeenschappelijk orgaan voorstelt om de regeling te
                            wijzigen, zendt het dagelijks bestuur dit voorstel aan de gemeenteraden,
                            die een besluit nemen en dit terstond aan het gemeenschappelijk orgaan
                            mededelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een of meer gemeenteraden voorstellen om de regeling te wijzigen,
                            wordt dit voorstel aan het gemeenschappelijk orgaan gezonden, dat dit
                            vervolgens, voorzien van zijn commentaar, binnen drie maanden aan de
                            gemeenteraden zendt, waarna verder wordt gehandeld als in het voorgaande
                            lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan zendt een wijziging van de regeling ter
                            goedkeuring aan gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan stelt de gemeenteraden in kennis van het
                            resultaat van de in dit artikel bedoelde voorstellen en besluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Tot deze regeling kunnen andere gemeenten toetreden die een of meer
                            scholen hebben overgedragen aan de stichting. Deze dienen daartoe een
                            verzoek in bij het gemeenschappelijk orgaan dat de gemeenteraden
                            vervolgens hierover adviseert.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een gemeenteraad kan besluiten tot uittreding uit de regeling.
                            Uittreding geschiedt van rechtswege zodra de stichting niet langer een
                            of meer scholen op het grondgebied van de gemeente instandhoudt. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Behoudens voor zover het gemeenschappelijk orgaan onder goedkeuring van
                            gedeputeerde staten een andere regeling treft, geldt voor een
                            uittredende gemeente een uittredingverplichting voor het eerste jaar
                            gelijk aan 100%, voor het tweede jaar gelijk aan 75%, voor het derde
                            jaar gelijk aan 50% en voor het vierde jaar gelijk aan 25% van het
                            aandeel van de betrokken gemeente in het begrote nadelige saldo van het
                            laatste volledige jaar van deelname.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Bij toetreding en uittreding kan, al dan niet op verzoek van de
                            betrokken gemeenteraad, artikel 11 van de wet worden toegepast.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Een besluit tot toetreding of uittreding wordt door het algemeen bestuur
                            ter goedkeuring aan gedeputeerde staten gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Opheffing en liquidatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven indien de stichting ophoudt te bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling kan worden opgeheven indien alle gemeenteraden hiermee
                            instemmen</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de regeling wordt opgeheven, besluit het gemeenschappelijk orgaan
                            tot liquidatie en stelt het hiervoor de nodige regels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan blijft in functie zolang dit nodig is voor
                            de liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het liquidatieplan wordt door het gemeenschappelijk orgaan, de
                            gemeenteraden gehoord, vastgesteld. Het plan behoeft goedkeuring van
                            gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenteraden tot
                            deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en in de gevolgen
                            die de opheffing heeft voor het personeel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand
                        volgend op die waarin de goedkeuring van de regeling door gedeputeerde
                        staten is ontvangen en de regeling is opgenomen in het register, als bedoeld
                        in artikel 27, lid 2 der wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Duur van de regeling</titel></kop><al>De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In alle zaken de gemeenschappelijke regeling betreffend waarin de regeling
                        niet voorziet, beslist het gemeenschappelijk orgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eerste boekjaar loopt van de dag van inwerkingtreding van de
                            regeling tot 31 december daaropvolgend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeenschappelijk orgaan draagt zorg voor een begroting voor het
                            eerste boekjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling openbaar
                        basisonderwijs gemeenten Bernheze, Boekel, Landerd, Oss, Sint-Oedenrode,
                        Uden, Veghel.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Bernheze
                    van 23 december 1999 en laatstelijk gewijzigd in de openbare vergadering van
                    20 maart 2008</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Boekel
                    van 4 oktober 2007</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Landerd
                    van 20 september 2007</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening> Vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Oss van
                    17 december 1999 en laatstelijk gewijzigd in de openbare vergadering van 15
                    november 2007</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                    Sint-Oedenrode van 23 december 1999 en laatstelijk gewijzigd in de openbare
                    vergadering van 1 november 2007</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Uden van
                    16 december 1999 en laatstelijk gewijzigd in de openbare vergadering van 8
                    november 2007</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Veghel
                    van 16 december 1999 en laatstelijk gewijzigd in de openbare vergadering van
                    20 december 2007</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting WGR-regeling</tussenkop><tussenkop>Het toezicht bij de stichting</tussenkop><al>De onderwijs wetgeving heeft de gemeenteraad het toezicht op de stichting
                    opgedragen. Dit toezicht houdt het volgende in:</al><lijst><li nr="a."><al>De raad benoemt, schorst en ontslaat bestuursleden.</al></li><li nr="b."><al>De raad moet de begroting en de jaarrekening eerst goedkeuren voordat
                            het bestuur die kan vaststellen en die uitgaven kan doen. De AWB bepaalt
                            hier het toetsingskader.</al></li><li nr="c."><al>De raad is bij iedere wijziging van de statuten betrokken. En zo bij
                            iedere verandering van enig belang. De raad moet wijziging
                            goedkeuren.</al></li><li nr="d."><al>Het bestuur brengt jaarlijks aan de raad verslag uit van zijn
                            werkzaamheden, waarbij het in ieder geval aandacht besteedt aan de
                            wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.</al></li><li nr="e."><al>De raad kan in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of
                            het functioneren in strijd met de wet zelf in het schoolbestuur voorzien
                            en zo nodig de stichting ontbinden.</al></li><li nr="f."><al>De raad kan de bestuursvormen op ieder moment ontbinden, met dien
                            verstande dat hij dit bij de stichting voor het eerst na vijf jaar kan
                            doen, tenzij er sprake is van een situatie als hiervoor onder e
                            beschreven.</al></li></lijst><tussenkop>Ontbinding</tussenkop><al>Het bestuur van de stichting heeft alle bevoegdheden van een bevoegd gezag
                    behalve die om de school op te heffen. Opheffen is iets anders dan ontbinding.
                    Bij opheffing gaat de school dicht, bij ontbinding gaat de bestuursvorm teniet,
                    terwijl de school kan blijven bestaan. Bij de stichting is het wel mogelijk dat
                    het bestuur ontbindt. De statuten moeten het bestuur hiertoe dan wel de
                    bevoegdheid verlenen. In onze statuten is dat niet het geval. Wij laten de
                    bevoegdheid bij de gemeente. Die heeft namelijk als onderdeel van haar
                    onderwijsbeleid besloten haar openbare onderwijs in een bepaalde bestuursvorm te
                    gieten. De stichting kan pas na vijf jaar ontbonden worden. Die termijn is in de
                    wet opgenomen om enige continuïteit te waarborgen en de verzelfstandigde
                    besturen een kans te geven zichzelf te bewijzen.</al><tussenkop>Schaalvergroting vraagt om coördinatie van het toezicht</tussenkop><al>In onze regio is de verzelfstandiging van het openbaar basisonderwijs gekoppeld
                    aan bestuurlijke schaalvergroting. De zes gemeenten richten gezamenlijk een
                    stichting op. De betrokken gemeenten houden ieder voor zich hun wettelijke
                    bevoegdheid om toezicht op de stichting uit te oefenen. Om te voorkomen dat
                    stichtingsbestuur telkens met zes gemeenten afzonderlijk moet onderhandelen is
                    coördinatie van het toezicht gewenst. Het toezicht wordt gecoördineerd via een
                    gemeenschappelijk orgaan in de zin van de WGR.</al><tussenkop>Begroting</tussenkop><al>In de eerste bijeenkomst stelt het algemeen bestuur een begroting vast van het
                    gemeenschappelijk orgaan en maakt mede afspraken over de verdeling van de kosten
                    over de deelnemende gemeenten.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 3. Doelstelling en belang</tussenkop><al>Het gemeenschappelijk orgaan is ingesteld om de wettelijke bevoegdheden van de
                    deelnemende gemeenteraden te coördineren. Enkele bevoegdheden zijn uitgezonderd,
                    te weten: de opheffing van scholen, de wijziging van de statuten, ontbinding van
                    de stichting en het terugvorderen van de scholen. Deze bevoegdheden blijven bij
                    de individuele gemeente.</al><tussenkop>Artikel 4. Algemeen bestuur</tussenkop><al>Het algemeen bestuur bestaat uit leden die uit het midden van de deelnemende
                    gemeenteraden worden aangewezen. In de meeste gevallen zal de wethouder
                    onderwijs zitting nemen in het gemeenschappelijk orgaan. Daar is echter niet op
                    voorhand voor gekozen. De gemeenteraad kan de wethouder aanwijzen maar ook een
                    ander raadslid.</al><tussenkop>Artikel 7. Vergaderfrequentie </tussenkop><al>Aan dit artikel is toegevoegd de bevoegdheid van het stichtingsbestuur om op
                    eigen initiatief een overleg te vragen met het algemeen bestuur. In geval
                    situaties die het voortbestaan de stichting in gevaar brengen is het mogelijk om
                    in overleg te komen met het algemeen bestuur teneinde een oplossing te zoeken.
                    Het stichtingsbestuur dient hiervoor een schriftelijk verzoek in bij de
                    voorzitter.</al><tussenkop>Artikel 26. Overgangs- en slotbepaling</tussenkop><al>Hierin is opgenomen dat in alle zaken waarin de regeling niet voorziet het
                    algemeen bestuur beslist. Er is niet gekozen voor een aparte
                    geschillencommissie. Doelstelling was om het toezicht te coördineren in de meest
                    lichte vorm van de WGR-E??? geschillencommissie is nog een orgaan wat in het
                    leven moet worden geroepen. Ook hier moeten weer mensen benoemd worden. Tevens
                    bestaat de mogelijkheid in de Wet Gemeenschappelijke Regeling (artikel 28) om
                    bij geschillen de beslissing van gedeputeerde staten in te roepen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>