<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56465_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsbrief, 2010, 45</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren gemeente Schiermonnikoog</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147, lid 1 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0026054&amp;artikel=12">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1, onderdeel a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-07-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>De raad van de gemeente Schiermonnikoog</vet></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2010;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en arikel 12, eerste
                        lid, onderdeel a van de Wet investeren in jongeren;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen
                        aangaande de inhoud van het werkleeraanbod in het kader van de Wet
                        investeren in jongeren;</al><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al>vast te stellen de volgende <vet>Verordening werkleeraanbod Wet investeren
                            in jongeren.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="b."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden; </al></li><li nr="c."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                    artikel 7.2.2 eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
                                    educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
                                    voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
                                    als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Schiermonnikoog;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>- Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod,
                                algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie
                                van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan
                                uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf,
                                als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
                                krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een
                                werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het
                                werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en
                                omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre
                                de wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod
                                kunnen worden betrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking
                                voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op de naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk geachte en beschikbare
                                voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die
                                gesteld zijn in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Arbeidsinschakeling</titel></kop><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod en
                            naar het oordeel van het college direct inzetbaar zijn op de
                            arbeidsmarkt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid of ondersteuning
                            bij de arbeidsinschakeling aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, kan het college jongeren die recht hebben op een
                            werkleeraanbod, één of meer van de volgende voorzieningen
                            aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c."><al>arbeidsactivering en –toeleiding;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering;</al></li><li nr="e."><al>(werk)stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="f."><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen;</al></li><li nr="g."><al>gesubsidieerd werk;</al></li><li nr="h."><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="i."><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid; </al></li><li nr="j."><al>diagnose-instrumenten; </al></li><li nr="k."><al>ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang,
                                    schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en taal- en
                                    beroepsgerichte scholing;</al></li><li nr="l."><al>overige eventueel nog te ontwikkelen effectieve
                                    instrumenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inzet van de voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen
                                die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat wordt
                                beoogd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van
                                duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
                                werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen
                                van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op andere wijze
                                vergroten van persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Combinatie arbeid en zorg</titel></kop><al>Onverminderd artikel 17, vierde lid, van de wet, betrekt het college bij
                            de invulling van het werkleeraanbod de beschikbaarheid van passende
                            kinderopvang, het belang van voldoende scholing en de belastbaarheid van
                            de jongere.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jongeren met medische beperkingen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 17, tweede lid, van de wet, stemt het college het
                            werkleeraanbod af op de medische beperkingen van de jongere.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Uitvoering door derden</titel></kop><al>Het college kan in verband met de invulling en uitvoering van het
                            werkleeraanbod afspraken maken met derden, waaronder werkgevers,
                            opleidingsinstituten of re-integratiebedrijven, alsmede subsidies
                            verstrekken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verplichtingen van de jongere</titel></kop><al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekking werkleeraanbod</titel></kop><al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit
                            te verwijten valt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>- subsidie en vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een jongere
                                een arbeidsovereenkomst sluiten, als tegemoetkoming in de loonkosten
                                en in de kosten van voorbereiding op een beoogd dienstverband met de
                                jongere.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de duur van de subsidie,
                                de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een subsidieplafond vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de subsidies bedoeld in dit artikel is artikel 9 van de
                                re-integratieverordening Wet werk en bijstand van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van
                            een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al><al>Artikel 16. Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1
                                oktober 2009.</al><al/><al>Artikel 17. Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Verordening
                                    werkleeraanbod Wet investeren in jongeren gemeente
                                    Schiermonnikoog.</vet></al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 19
                        oktober 2010,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, voorzitter (L.K. Swart).</ondertekening><ondertekening>, griffier (S.T. van der Zwaag).</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet> Toelichting verordening werkleeraanbod WIJ</vet></al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde
                                betekenis als in de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen.
                                Gedefinieerd zijn o.a. de begrippen ‘startkwalificatie’ en ‘algemeen
                                geaccepteerde arbeid’, omdat deze in de WIJ niet nader zijn
                                omschreven. Het begrip ‘startkwalificatie’ is afkomstig uit de Wet
                                educatie en beroepsonderwijs en wordt wel in de WWB gedefinieerd
                                (art. 6, eerste lid, onderdeel d WWB). De omschrijving van ‘algemeen
                                geaccepteerde arbeid’ is afkomstig uit de nota naar aanleiding van
                                het verslag (Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 7, p.28).</al><al>Artikel 2. Opdracht college</al><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord, zoals
                                deze voortvloeit uit de artikelen 11, eerste lid en 13, eerste lid,
                                WIJ. Hoewel deze opdracht ook uit het samenstel van deze bepalingen
                                en artikel 5, eerste lid, WIJ kan worden afgeleid, is er uit een
                                oogpunt van duidelijkheid voor gekozen de opdracht aan het college
                                nader te omschrijven. </al><al>In het tweede lid is tevens verduidelijkt dat het werkleeraanbod ook
                                samengesteld kan zijn uit een combinatie van algemeen geaccepteerde
                                arbeid, ondersteuning bij arbeidsinschakeling en één of meerdere
                                voorzieningen. Onder voorziening wordt verstaan een instrument dat
                                wordt ingezet om de jongere dichterbij de arbeidsmarkt te brengen.
                                Dit kan zoals gezegd allerlei vormen hebben, variërend van
                                schuldhulpverlening tot training van werknemersvaardigheden.</al><al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan
                                bestaan uit ondersteuning bij een traject gericht op werk in
                                zelfstandig beroep of bedrijf. Dit volgt reeds uit artikel 17, zesde
                                lid, WIJ. Uit een oogpunt van herkenbaarheid en consistentie,
                                alsmede gelet op het belang dat gehecht wordt aan het begeleiden van
                                jongeren naar zelfstandig werk, is deze bepaling opgenomen.
                                Aangetekend moet daarbij worden dat het een zgn. ‘kan’-bepaling
                                is:het college bepaalt of het zinvol is de jongere een aanbod te
                                doen gericht op ondersteuning richting zelfstandig bedrijf of
                                beroep. Ter zake kan beleid worden geformuleerd.</al><al>Het vierde lid vormt een herhaling van artikel 17, eerste lid, WIJ.
                                Wederom uit een oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede
                                gelet op het belang van maatwerk bij het vaststellen van het
                                werkleeraanbod, is dit artikel opgenomen. Toegevoegd is de
                                gemeentelijke onderzoeksplicht en de plicht om de wensen van de
                                jongere bij de invulling te betrekken. Met het oog op motivering en
                                kansbenutting zal het college daarmee rekening dienen te houden.
                                Daarmee is niet gezegd dat de jongere recht heeft op een bepaalde
                                specifieke voorziening en deze kan opeisen. De uiteindelijke
                                invulling van de aard en de samenstelling van het aanbod is
                                voorbehouden aan het college.</al><al>Artikel 3. Aanspraak op ondersteuning</al><al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college, zoals verwoord in
                                artikel 2, eerste lid, komen jongeren die recht hebben op een
                                werkleeraanbod in aanmerking voor ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling en voorzieningen. Dit vloeit reeds voort uit
                                artikel 13, eerste lid, WIJ maar is omwille van de herkenbaarheid en
                                eenduidigheid hier nader geconcretiseerd. Wat de vorm van de
                                ondersteuning is, bepaalt het college zelf (bijv. Kamerstukken II
                                2008-2009, 31 775, nr. 3, p. 22). </al><al>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om jongeren moet
                                gaan die recht op een werkleeraanbod hebben. </al><al> Dat is niet iedere ‘jongere’ in de zin van de WIJ (zie artikel 2,
                                eerste lid, WIJ), want daaronder wordt verstaan de jongere in de
                                leeftijd van 16 tot 27 jaar. Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de
                                doelgroep af.</al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de
                                algemene aanspraak van de jongere en de criteria die gesteld zijn
                                voor het aanbieden van een werkleeraanbod. Daarbij wordt verwezen
                                naar de verordening.</al><al>Artikel 4. Arbeidsinschakeling</al><al>Het staat het college vrij om bij het werkleeraanbod aan de jongere
                                een keuze te maken tussen het aanbieden van algemeen geaccepteerde
                                arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en een voorziening
                                gericht op arbeidsinschakeling. Deze zijn nevengeschikt. De kortste
                                weg naar duurzame arbeidsparticipatie is echter het doel van het in
                                te zetten werkleeraanbod. In dat verband kan de gemeenteraad als
                                beleidslijn opnemen dat jongeren die direct inzetbaar zijn op de
                                arbeidsmarkt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid wordt
                                aangeboden, of ondersteuning bij de arbeidsinschakeling, als bijv.
                                arbeid niet direct beschikbaar is. Het blijft uiteraard een kwestie
                                van maatwerk of daar in het concrete geval ook toe besloten wordt.
                                De woorden ‘in beginsel’ moeten in die context worden gelezen.</al><al>Artikel 5. De voorzieningen</al><al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en
                                ondersteuning bij de arbeidsinschakeling kan het college
                                voorzieningen aanbieden. Die voorzieningen zijn primair bedoeld voor
                                jongeren die niet direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt, maar kan
                                in een krimpende arbeidsmarkt ook worden aangeboden aan jongeren
                                zonder direct aanwijsbare belemmeringen. </al><al>In dit artikel zijn de voorzieningen opgesomd die het college ter
                                beschikking staan. Dat hoeft trouwens geen statisch geheel te zijn.
                                Het is denkbaar dat het college nog andere voorzieningen ontwikkelt.
                                Hierin voorziet artikel 5, sub l van de verordening. Deze
                                verordening staat nieuwe voorzieningen niet in de weg. Uiteraard is
                                het ook denkbaar dat de beschikbare voorzieningen in een beleidsplan
                                nog nader worden aangeduid, in die zin, dat tevens aangegeven wordt
                                wat de concrete inhoud is van de betreffende voorzieningen, wie de
                                feitelijke aanbieders zijn (opleidingsinstituten,
                                re-integratiebedrijven e.d.) en het aantal trajecten dat beschikbaar
                                is. Daarbij kan ook per voorziening worden aangegeven welk budget
                                daarvoor beschikbaar wordt gesteld en of er een budgetplafond van
                                toepassing is. </al><al>Het college kan niet gedwongen worden om in een concreet geval een
                                specifieke voorziening aan te bieden. Het staat het college in
                                beginsel vrij om het werkleeraanbod zelf invulling te geven en
                                daarbij ook te betrekken de mate waarin voorzieningen noodzakelijk
                                geacht worden en feitelijk beschikbaar zijn.</al><al><vet>Artikel 6. Inzet van de voorzieningen </vet></al><al>In het eerste lid is het maatwerk-principe gerelateerd aan de inzet
                                van voorzieningen. De voorzieningen die worden ingezet moeten een
                                adequaat en toereikend middel zijn om het doel te bereiken. </al><al>In het tweede lid is het doel van de inzet van voorzieningen
                                verwoord. Afhankelijk van de aard van de voorziening zal sprake zijn
                                van één van de aangegeven (tussen)doelen, met als eindbestemming de
                                duurzame arbeidsparticipatie. </al><al><vet>Artikel 7. Combinatie arbeid en zorg</vet></al><al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale
                                aandacht besteed aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en
                                mogelijk verminderde belastbaarheid. Daarom geldt voor alleenstaande
                                ouders met een ten laste komend kind jonger dan vijf jaar, dat het
                                werkleeraanbod desgevraagd wordt ingevuld door middel van scholing
                                of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij
                                een dergelijke scholing de krachten of bekwaamheden van de jongere
                                te boven gaat (artikel 17, vierde lid, WIJ). Daaraan wordt in
                                artikel 7 van deze verordening toegevoegd dat het college bij de
                                invulling van het werkleeraanbod de situatie van de alleenstaande
                                ouder betrekt, ongeacht de leeftijd van het kind. Evt. kosten voor
                                kinderopvang die niet toereikend door voorliggende voorzieningen
                                worden gecompenseerd, kunnen op grond van artikel 14 worden vergoed
                                en ten laste van het participatiebudget worden gebracht.</al><al><vet>Artikel 8. Jongeren met medische beperkingen</vet></al><al>Jongeren met medische beperkingen nemen eveneens een bijzondere
                                positie in binnen de WIJ. Voor deze groep jongeren is het van belang
                                dat het aanbod aansluit bij hun mogelijkheden. Het uitgangspunt van
                                maatwerk bij het werkleerrecht zal vooral voor deze groep een
                                cruciale rol spelen. Aan de hand van de individuele situatie zal het
                                college beoordelen welk aanbod past bij de jongere met inachtneming
                                van zijn/haar mogelijkheden en beperkingen. Voor de groep jongeren
                                die weinig perspectief heeft op arbeidsinschakeling behoort sociale
                                activering tot mogelijkheden. Is arbeidsinschakeling in het geheel
                                (nog) niet aan de orde, dan brengt artikel 17, tweede lid, WIJ met
                                zich mee dat (tijdelijk) geen werkleeraanbod wordt gedaan. Er
                                bestaat gedurende die periode wel aanspraak op inkomensvoorziening.
                                Zodra de belemmeringen zijn opgeheven, dient een gericht
                                werkleeraanbod te worden gedaan. </al><al>Artikel 9. Uitvoering door derden </al><al>In artikel 11, vierde lid van de WIJ is bepaald dat het college de
                                uitvoering van de WIJ, behoudens het vaststellen van de rechten en
                                plichten en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn
                                omstandigheden, door derden kan laten verrichten. De genoemde
                                vaststelling kan wel worden gemandateerd aan bestuursorganen. Er
                                zijn in de WIJ geen wettelijke belemmeringen opgeworpen om de
                                feitelijke werkzaamheden m.b.t. de uitvoering van het werkleeraanbod
                                of de inrichting van het werkleeraanbod in handen te stellen van
                                derden, zoals opleidingsinstituten en re-integratiebedrijven. Binnen
                                de beleidskaders die de gemeenteraad vaststelt kan het college
                                nadere afspraken maken met deze derden. </al><al><vet>Artikel 10 Verplichtingen van de jongere</vet></al><al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het
                                recht op een werkleeraanbod (zie de artikelen 44 en 45 WIJ). Daaraan
                                is toegevoegd dat de jongere de verplichtingen dient na te komen die
                                voortvloeien uit de verordening of die in concreto aan een
                                voorziening zijn verbonden. Dit kunnen verplichtingen van
                                uiteenlopende aard zijn, die een concretisering vormen van de in de
                                WIJ opgenomen verplichtingen. Zo kan bepaald worden dat een jongere
                                gedurende het traject op gezette tijden met de consulent de
                                voortgang bespreekt. </al><al><vet>Artikel 11. Intrekking werkleeraanbod</vet></al><al>Dit artikel vormt een herhaling van artikel 21 WIJ. De meerwaarde
                                van opname van deze bepaling in de verordening werkleeraanbod is
                                gelegen in de overweging dat intrekking van het werkleeraanbod
                                complementair is aan het voeren van beleid m.b.t. de invulling het
                                werkleeraanbod. Daar waar het recht op werkleeraanbod wordt
                                toegekend en ingevuld, kan dit ook worden ingetrokken, onder de
                                voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ. </al><al> Met betrekking tot intrekking van het werkleeraanbod in verband met
                                schending van de verplichtingen verbonden aan het werkleeraanbod,
                                wordt het aan het college overgelaten om te bepalen onder welke
                                voorwaarden daartoe kan worden besloten. Het is niet aan de
                                gemeenteraad om daarover voorschriften te geven, niettemin dient het
                                intrekken van het werkleeraanbod met terughoudendheid plaats te
                                vinden. Intrekking is in wezen slechts aan de orde als er een
                                situatie is ontstaan dat niet langer kan worden gevergd dat het
                                werkleeraanbod wordt voortgezet en een andere invulling (via
                                gedeeltelijke herziening) evenmin soelaas biedt. Gedacht kan worden
                                aan herhaalde misdragingen jegens andere jongeren of begeleiders op
                                de werk/leerplek of veelvuldig verzuim. Daarbij kunnen bijv. ook een
                                rol spelen de positie van gemotiveerde jongeren die wachten op een
                                werk/leerplek, de staat van de arbeidsmarkt en de kosten van de
                                voorziening. Het verdient aanbeveling als het college slechts tot
                                intrekking besluit nadat de individuele situatie zorgvuldig
                                afgewogen is.</al><al>Artikel 12. Budgetplafonds </al><al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare middelen over
                                de verschillende voorzieningen. Dit kan in een beleidsplan of de
                                begroting gebeuren. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan
                                echter nooit een reden zijn om geen werkleeraanbod te doen. De
                                verplichting daartoe is immers vastgelegd in artikel 13, eerste lid
                                WIJ. Wel kan de invulling van het werkleeraanbod beïnvloed worden
                                door budgettaire beperkingen. Zijn er vanwege die beperkingen voor
                                bepaalde voorzieningen geen middelen meer dan dient te worden
                                nagegaan welke andere instrumenten beschikbaar zijn. Dit houdt dus
                                in dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is
                                dat per voorziening een plafond wordt ingebouwd. Dit laat de
                                mogelijkheid open dat er naar een ander instrument wordt uitgeweken
                                om tot duurzame arbeidsparticipatie te komen. </al><al><vet>Artikel 13. Subsidies</vet></al><al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid.
                                Dit wordt ook als voorziening aangemerkt. </al><al>In het eerste lid is vastgelegd dat de subsidie aan de werkgever kan
                                bestaan in een tegemoetkoming in de loonkosten of andere bijkomende
                                kosten. Deze subsidie vormt als zodanig een noodzakelijke voorwaarde
                                voor de voorziening. Voor het verstrekken van een subsidie is een
                                wettelijke grondslag vereist (art. 4:23, eerste lid Awb). Om die
                                reden is een specifiek artikel opgenomen dat deze grondslag biedt. </al><al>In het eerste lid worden loonkostensubsidies en subsidies ter
                                voorbereiding van een dienstverband van een grondslag voorzien. </al><al>Op grond van het tweede lid kan het college nadere regels kan
                                stellen over enkele zaken over de subsidiëring. Hoewel uitgangspunt
                                is dat het beleid over het werkleeraanbod door de gemeenteraad wordt
                                vastgesteld, is reeds eerder aangegeven dat waar het om
                                uitvoeringsbeleid gaat, dit door het college ter hand kan worden
                                genomen. </al><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen,
                                subsidieplafonds vaststellen. </al><al>Om subsidies te kunnen weigeren bij ontbrekende middelen is het een
                                vereiste dat een dergelijk plafond is ingesteld, zie ook art. 4:24
                                e.v. Awb. In lid 3 is de bevoegdheid van het college vastgesteld om
                                plafonds in te stellen. Een subsidieplafond dient wel bekendgemaakt
                                te worden vóór de periode waarvoor deze geldt (art. 4:27 lid 1
                                Awb).</al><al><vet>Artikel 14. Vergoedingen</vet></al><al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het uitvoeren van het
                                werkleeraanbod kunnen worden vergoed op grond van dit artikel. </al><al> Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan kosten van kinderopvang, voor
                                zover de voorliggende voorziening (Wet Kinderopvang) daarin
                                onvoldoende voorziet. Ook noodzakelijke reiskosten en andere kosten,
                                bijvoorbeeld voor verplichte kleding of schoeisel, kunnen voor
                                vergoeding in aanmerking komen, mits de kosten aantoonbaar en
                                noodzakelijk zijn en er geen andere voorzieningen zijn. De kosten
                                kunnen ten laste worden gebracht van het participatiebudget.</al><al><vet>Artikel 15. Onvoorziene omstandigheden en
                                    hardheidsclausule</vet></al><al>In de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en college past het
                                dat de gemeenteraad beleidskaders vaststelt. Dat is in deze
                                verordening uitgewerkt. Het college is belast met de uitvoering van
                                dat beleid en op sommige onderdelen, met de nadere uitwerking
                                daarvan. Doen zich situaties voor waarin niet is voorzien of waarin
                                onverkorte toepassing van de gestelde bepalingen onverhoopt tot
                                onbillijkheden van overwegende aard leidt, dan is het aan het
                                college om besluiten te nemen waarin recht wordt gedaan aan
                                enerzijds het belang van handhaving van het gemeentelijk beleid en
                                anderzijds het individuele belang van de jongere. Dat kan onder
                                omstandigheden betekenen dat besluiten worden genomen die afwijken
                                van deze verordening. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>