<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56463_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Maatregelen IOAW/IOAZ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maas- en Geleenbode, 19-09-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 108 lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-09-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-09-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12vra00180</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Maatregelen IOAW/IOAZ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE BEEK;</al><al/><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouder van 25 mei 2010;</al><al/><al>gelet op artikel 147, eerste lid en artikel 108, tweede lid Gemeentewet,
                        artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel</al><al/><al>20, tweede lid I0AW, alsmede artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel
                        20, eerste lid IOAZ;</al><al/><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al/><al>Vast te stellen de Verordening Maatregelen IOAW/IOAZ</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Verordening Maatregelen IOAW/IOAZ</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="b."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="c."><al>De IOAW/IOAZ: de IOAW alsmede de IOAZ, beiden voor zover zij op
                                    belanghebbende van toepassing zijn;</al></li><li nr="d."><al>Uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid
                                    IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="e."><al>Uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde netto
                                    grondslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="f."><al>Maatregel: het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van
                                    artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste lid IOAZ
                                    alsmede het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van
                                    een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW en
                                    artikel 20, tweede lid IOAZ;</al></li><li nr="g."><al>Inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="h."><al>Benadelingbedrag: bruto bedrag dat als gevolg van het niet of
                                    niet behoorlijk nakomen van een inlichtingenverplichting ten
                                    onrechte is verleend als uitkering op grond van de
                                    IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="i."><al>Belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op grond
                                    van de IOAW, voor zover hij is aangewezen op arbeid in
                                    dienstbetrekking, alsmede hij die recht heeft op een uitkering
                                    op grond van de IOAZ;</al></li><li nr="j."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Beek</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
                                verplichting als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ of een op grond van
                                hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting –
                                anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid,
                                onderdeel c IOAZ - schendt, wordt overeenkomstig deze verordening
                                een maatregel opgelegd. Daarnaast wordt tevens een maatregel
                                opgelegd indien belanghebbende onder omstandigheden die rechtstreeks
                                verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich jegens het
                                college zeer ernstig misdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is gelijkelijk van toepassing op de belanghebbende
                                die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij de op
                                basis van artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur
                                uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende
                                verplichtingen schendt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de uitkeringsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij in de verordening anders is bepaald bedraagt de duur van de
                                maatregel een maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het
                            percentage waarmee de uitkeringsnorm wordt verlaagd of geweigerd, het
                            bedrag waarmee de uitkeringsnorm wordt verlaagd of geweigerd en, indien
                            van toepassing, de reden om af te wijken van een
                            standaardmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in
                                    de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te
                                    brengen.</al></li><li nr="2."><al>Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is
                                            gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich
                                            sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
                                            voorgedaan; of</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van
                                            het college of een door haar ingeschakelde derde, om
                                            binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken
                                            als bedoeld in artikel 13 van IOAW/IOAZ.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan <cursief>één jaar </cursief>vóór
                                        constatering van die gedraging door het college heeft
                                        plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de
                                        inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging
                                        ten onrechte een uitkering is verleend. Een maatregel wegens
                                        schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na
                                        verloop van <cursief>vijf jaren </cursief>nadat de
                                        betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
                                schriftelijk mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd bij voorkeur met ingang van de eerste
                                dag van de kalendermaand die nog betaald moet worden op het moment
                                dat de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt<vet>.
                                </vet>Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende
                                bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de uitkering nog niet is
                                uitbetaald.1.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de IOAW/IOAZ genoemde verplichtingen, wordt één
                                maatregel opgelegd. Indien voor schending van die verplichtingen
                                maatregelen van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste
                                maatregel opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren
                                van één of meerdere in de IOAW/IOAZ genoemde verplichtingen, wordt
                                voor iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze
                                maatregelen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op
                                artikel 4, eerste lid, niet verantwoord is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen van
                            algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond
                            van artikel 37 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting, bedoeld in
                            artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAW/IOAZ, niet of onvoldoende zijn
                            nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:</al><al/><lijst><li nr="1."><al> Eerste categorie:</al><lijst><li nr=""><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende
                                            bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of
                                            het niet tijdig laten verlengen van de registratie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie</al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in de arbeid
                                            belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een door het
                                            college aangeboden voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale
                                            activering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>10 procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de
                                        eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al>25 procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de
                                        tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>50procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde
                                        categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het college, indien
                                belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de
                                belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a,
                                dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door
                                eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                blijvend een maatregel op ter hoogte van het door eigen toedoen niet
                                verkregen netto inkomen uit deze arbeid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid,
                            alsmede het nalaten algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde
                                arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college, met in
                                achtneming van artikel 20, vierde lid IOAW/IOAZ, blijvend een
                                maatregel op indien de belanghebbende door eigen toedoen een inkomen
                                uit of in verband met arbeid is verloren en:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende
                                        reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek
                                        7 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de
                                        belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige
                                        bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting
                                        redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel is gelijk aan het door dit gedrag
                                verloren netto inkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college blijvend
                                een maatregel op indien de belanghebbende een uitkering ontvangt op basis van de
                                IOAW en hij weigert hem aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid te
                                aanvaarden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel is gelijk aan het door eigen toedoen niet
                                verkregen netto inkomen uit deze arbeid.1.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Te laat verstrekken van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college een maatregel
                                op van vijf procent van de uitkeringsnorm, indien belanghebbende de
                                verplichting op grond van artikel 13 IOAW/IOAZ niet is nagekomen
                                door informatie die van belang is voor de verlening van de uitkering
                                of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe
                                gestelde termijn te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het opleggen van de maatregel kan worden afgezien en worden
                                volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij
                                het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt
                                binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop
                                eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is
                                gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen
                                voor de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel13 IOAW/IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of
                                tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering, wordt de
                                maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld
                                op 10 % van het benadelingsbedrag met een minimum van € 100,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet
                                opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het Openbaar
                                Ministerie en blijft definitief achterwege indien ter zake een
                                strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een
                                aanvang heeft genomen dan wel het recht tot strafvervolging is
                                vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het Openbaar Ministerie besluit niet over te gaan tot
                                strafvervolging, wordt alsnog een maatregel opgelegd en wordt de
                                zwaarte van de maatregel afgestemd op de hoogte van het
                                benadelingsbedrag, zulks analoog aan het bepaalde in lid 2 van dit
                                artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                                gevolgen voor de uitkering</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college een maatregel op
                            van € 50 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                            inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ niet heeft geleid tot
                            het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een
                            uitkering.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien belanghebbende zich zeer ernstig tegenover het college of de in
                            zijn opdracht werkende medewerkers en organisaties, onder omstandigheden
                            die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, wordt
                            onverminderd het bepaalde in artikel 4 lid 1 een maatregel opgelegd van
                            minimaal 20% en maximaal 100% van de uitkeringsnorm.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>De inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de Maatregelenverordening IOAW en
                            IOAZ.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad der gemeente Beek in zijn openbare
                        vergadering van 1 juli 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raadsgriffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. G.H.M. Erven drs. A.M.J. Cremers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>Op 15 december 2009 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Wetsvoorstel
                            bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG).
                            Met de inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 krijgt de
                            gemeente een grotere beleidsmatige rol en financiële
                            verantwoordelijkheid rond de uitvoering van de IOAW, IOAZ, WWIK en
                            Bbz2004.</al><al>De IOAW, IOAZ en het Bbz 2004 kenden tot 1 januari 2010 een
                            financieringsystematiek waarbij 75% bij het Rijk kon worden gedeclareerd
                            en 25% drukte op het gemeentelijke budget; de WWIK kende daarnaast een
                            financieringssystematiek waarbij 100% kon worden gedeclareerd. Per 1
                            januari 2010 is een systeem van volledige budgetfinanciering ingevoerd,
                            zoals dit nu van toepassing is op het WWB-inkomensdeel. Met de Wet BUIG
                            worden de financiële middelen van de ‘kleine inkomensregelingen’
                            gebundeld in het volledig gebudgetteerde I-deel dat de gemeente ontvangt
                            voor de bijstandsverstrekking op grond van de WWB.</al><al>Gemeenten krijgen door de wet aldus een grotere verantwoordelijkheid en
                            lopen ook meer financieel risico.</al><al><cursief>Opmerking:</cursief></al><al><cursief>Niet gebundeld met het I-deel wordt de financiering van de
                                kosten van levensonde</cursief><cursief>r</cursief><cursief>houd van
                                gevestigde, oudere en beëindigende zelfstandigen en van
                                bedrijfskapitaal vanuit het Bbz 2004. Hiervoor blijft aparte
                                financiering bestaan.</cursief></al><al>Door de Wet BUIG wordt het aantal landelijke regels verder sterk
                            teruggedrongen. In de plaats komt een grotere beleidsruimte voor de
                            gemeente. Daardoor wordt de gemeente ook gevorderd om op een aantal
                            punten zelf beleid te ontwikkelen.</al><al>De huidige verordening voorziet daarbij in het afstemmingsbeleid voor de
                            IOAW en IOAZ. Dit beleid was geregeld bij AMvB. Deze landelijke
                            regelingen, alsmede de nog bestaande boetebepalingen, zijn echter met de
                            Wet BUIG komen te vervallen. Op basis van het inwerkingtredingbesluit is
                            het aan de gemeente om per 1 juli 2010 in een bij verordening vastgelegd
                            beleid te voorzien.</al><al>In deze verordening is er daarbij voor gekozen om met betrekking tot de
                            IOAW en IOAZ te komen tot een zo veel mogelijk analoog aan het
                            WWB-regime toe te passen afstemmingsbeleid. Daarbij zij opgemerkt dat in
                            afwijking van de WWB, de IOAW en IOAZ in een aantal situaties de
                            mogelijkheid creëren om de uitkering (gedeeltelijk) blijvend te
                            weigeren. </al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Dit artikel bevat de verschillende begripsomschrijvingen. Een aantal
                            omschrijvingen verdient enige extra aandacht.</al><al><cursief>Onder c. de IOAW/IOAZ</cursief></al><al>Gekozen is voor een definitie die gelijktijdig naar beide wetten
                            verwijst nu een groot deel van de bepalingen in beide wetten identiek is
                            qua nummering en inhoud en aldus voorkomen wordt dat steeds specifiek
                            naar elke afzonderlijke wet verwezen moet worden.</al><al><cursief>Onder e. uitkeringsnorm</cursief></al><al>De WWB werkt met verlagingen op de netto bijstand. Om een identiek
                            systeem in de IOAW en IOAZ te creëren is het wenselijk om een begrip te
                            introduceren dat verwijst naar een netto norm.</al><al><cursief>Onder f. maatregel</cursief></al><al>In afwijking van de WWB wordt ook het blijvend of tijdelijk
                            (gedeeltelijk) weigeren van de uitkering binnen deze verordening als
                            maatregel aangemerkt. Dit houdt verband met de extra mogelijkheden
                            binnen de IOAW en IOAZ op dit vlak.</al><al><cursief>Onder g. inkomen</cursief></al><al>Qua inkomensbegrip wordt aangesloten bij het inkomensbegrip binnen de
                            IOAW en IOAZ. Dit wijkt af van het binnen de WWB gehanteerde
                            inkomensbegrip.</al><al><cursief>Onder i. belanghebbende</cursief></al><al>Daar de in artikel 20, tweede lid IOAW opgenomen bevoegdheden tot het
                            opleggen van een maatregel, blijkens dat artikel,daar enkel gelden voor
                            de persoon die is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking, is ook het
                            begrip belanghebbende in die zin ingeperkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Dit artikel bundelt het bepaalde in artikel 20, eerste lid IOAZ en
                            artikel 20, tweede lid IOAW.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Zoals reeds aangegeven wordt de maatregel toegepast op de netto
                            norm.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Dit artikel bepaalt de algemene duur van een maatregel op 1 maand. Door
                            de duur van de maatregel in de algemene bepalingen op te nemen, wordt
                            voorkomen dat overal waar een maatregel wordt genoemd steeds weer moet
                            worden aangegeven dat deze voor 1 maand wordt opgelegd. Het derde lid
                            maakt hier een algemene uitzondering op, door bij recidive de duur te
                            verdubbelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>tot en met 9</titel></kop><al>Deze artikelen zijn identiek aan hetgeen hierover in de model
                            afstemmingsverordening is opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Ten opzichte van de WWB-maatregelenverordening zijn in deze bepaling
                            geen gedragingen opgenomen die verband houden met het niet aanvaarden
                            dan wel het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde
                            arbeid. Dit houdt verband met het feit dat juist bij deze gedragingen de
                            IOAW en IOAZ de mogelijkheid biedt tot tijdelijke of blijvende
                            (gedeeltelijke) weigering van de uitkering. De sanctie bij deze vorm van
                            gedragingen is daarom in een apart hoofdstuk opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>In het tweede lid is uitwerking gegeven aan de binnen de IOAW geboden
                            mogelijkheid om ook bij het door eigen toedoen niet verkrijgen van
                            algemeen geaccepteerde arbeid de uitkering (gedeeltelijk) te
                            weigeren.</al><al>Indien gekozen wordt voor volledige weigering, kan de belanghebbende in
                            wezen per direct aankloppen voor een aanvulling in het kader van de WWB.
                            Binnen het kader van de WWB zal dan moeten worden beoordeeld of
                            belanghebbende recht heeft op WWB <cursief>(in afwijking van de IOAW en
                                IOAZ kent de WWB een beperkte
                                ve</cursief><cursief>r</cursief><cursief>mogensvrijlating en een
                                ruimer inkomensbegrip)</cursief> en in hoeverre het
                            maatregelwaardige gedrag ook binnen de WWB tot een verlaging zou hebben
                            geleid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>en 13</titel></kop><al>In deze bepalingen zijn de mogelijkheden die de IOAW en IOAZ biedt om de
                            uitkering blijvend geheel of gedeeltelijk te weigeren volledig
                            uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>tot en met 17</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich. Bij inwerkingtreding na 1 juli 2010 is
                            vanwege het sanctiekarakter van deze regelgeving geen terugwerkende
                            kracht mogelijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>