<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56455_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake speelautomatenhallen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ermelo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ermelo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ermelo's Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening speelautomatenhallen van de gemeente Ermelo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de kansspelen, titel Va</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Speelautomatenbesluit</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1994-09-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Verordening speelautomatenhallen van de gemeente Ermelo van 27 augustus 1987</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake speelautomatenhallen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet op de Kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomatenbesluit: Koninklijk Besluit van 24 november 1986;</al></li><li nr="c."><al>speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een
                                spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
                                mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat
                                kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen
                                of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te
                                spelen;</al></li><li nr="d."><al>behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan:</al><lijst><li nr="1."><al>het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde
                                        speelduur of het recht op gratis spellen, en;</al></li><li nr="2."><al>het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de
                                        speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel
                                        van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de
                                        daartoe geboden middelen hangt of en in welke mate de
                                        speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen
                                        wordt;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat
                                is;</al></li><li nr="f."><al>speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek
                                gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te
                                beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c van de
                                wet;</al></li><li nr="g."><al>ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal
                                exploiteert;</al></li><li nr="h."><al>beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke
                                leiding in de speelautomatenhal is belast;</al></li><li nr="i."><al>openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen
                                bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en
                                zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden
                                liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                            speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan voor maximaal 1 speelautomatenhal een vergunning
                            verlenen. In deze hal mogen maximaal 24 speelautomaten aanwezig zijn, in
                            de samenstelling van maximaal 12 behendigheidsauto-maten en maximaal 12
                            kansspelautomaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen
                                de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven
                                op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel-
                                en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en
                                Fabrieken;</al></li><li nr="c."><al>een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte
                                te beschikken;</al></li><li nr="d."><al>een verklaring omtrent het gedrag:</al><lijst><li nr="-"><al>van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een
                                        rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens
                                        de (eventueel bij te voegen) statuten vertegenwoordigt(en)
                                        en;</al></li><li nr="-"><al>van de beheerder.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>(Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>(Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer
                            en is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze
                            hebben in elk geval betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de sluitingstijden van de speelautomatenhal;</al></li><li nr="b."><al>het toezicht in de speelautomatenhal;</al></li><li nr="c."><al>het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;</al></li><li nr="d."><al>de exploitatie van de hal.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning wordt geweigerd, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximaal aantal af te geven vergunningen voor
                                    speelautomatenhallen is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de
                                    openbare weg voor het publiek</al><al> toegankelijk is; </al></li><li nr="c."><al>de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben)
                                    bereikt;</al></li><li nr="d."><al>de ondernemer of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of
                                    bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende
                                    goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19 van het Burgerlijk
                                    Wetboek;</al></li><li nr="e."><al>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel
                                    van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste
                                    omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;</al></li><li nr="f."><al>de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd
                                    oplevert met het geldende bestemmingsplan, dan wel een
                                    stadsvernieuwingsplan c.q. leefmilieuverordening in de zin van
                                    de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste,
                            gesteld in het vorige lid, onder c.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een overeenkomstig artikel 6, tweede lid in de vergunning
                            vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren dient de
                            ondernemer onder overlegging van de in artikel 3, onder d genoemde
                            bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen twee weken nadat
                            de in artikel 3 bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is
                            verzonnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor een
                            nieuwe vergunning voor het vestigen dan wel exploiteren van een
                            speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan wel
                            indien geen aanvrage is ingediend binnen 26 weken na het verlies van de
                            hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is</al><al> verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
                                    vergunning is afgegeven zodanig</al><al> zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in
                                    artikel 7, onder e;</al></li><li nr="c."><al>indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
                                    voorschriften en beperkingen;</al></li><li nr="d."><al>indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode
                                    van langer dan 26 weken wordt onderbroken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>(vervallen).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een ondernemer komt te overlijden dient, indien voortzetting van
                            de exploitatie wordt beoogd, binnen 13 weken een nieuwe vergunning te
                            worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer dient binnen vijf
                            weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te
                            worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist is voortzetting
                            van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en
                            beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Overtreding van artikel 2 van deze verordening en van de krachtens dit
                        artikel gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                        twee maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De opsporing van de in artikel 11 strafbaar gestelde feiten is, behalve aan
                        de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                        opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders
                        met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
                        zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze
                        verordening bepaalde dit vereist, wordt de bevoegdheid te allen tijde de
                        speelautomatenhal, desnoods tegen de wil van de rechthebbende of gebruiker,
                        te betreden verleend aan de ambtenaren:</al><lijst><li nr="a."><al>(vervallen);</al></li><li nr="b."><al>die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het
                                toezicht op de naleving van het</al><al> bepaalde bij of krachtens deze verordening; </al></li><li nr="c."><al>die en voor zover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen
                                van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>(Vervallen).</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                            speelautomatenhallen van de gemeente Ermelo".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze verordening vervalt
                            de Verordening speelautomatenhallen van de gemeente Ermelo van 27
                            augustus 1987, nr. 89.712.</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening inzake
                        speelautomatenhal</vet></tussenkop><tussenkop>Artikel 1 - Begripsbepalingen.</tussenkop><al>De in artikel 1 gegeven aanschrijving van "weg" is ruimer dan die van de
                    wegenverkeerswetgeving en omvat met name ook de kampeerplaatsen.</al><al>De kampeerplaatsen worden in het bijzonder vermeld, omdat in kantines op
                    campings speelautomaten mogen worden opgesteld, wanneer het inrichtingen betreft
                    in de zin van artikel 30c van de wet. Het</al><al>verdient de aandacht, dat de omschrijving van het begrip speelautomaat wordt
                    gegeven in artikel 30 van de wet en alleen duidelijkheidshalve in deze
                    verordening is opgenomen. Deze wettekst is in de herziening van de Wet op de
                    kansspelen (wetsontwerp 16481), gelijkluidend aan de tekst in artikel 1, onder e
                    van deze verordening.</al><al>De begrippen behendigheidsautomaat en kansspelautomaat zijn onder het regime van
                    de herziening van de Wet op de kansspelen opgenomen in het Speelautomatenbesluit
                    (Koninklijk Besluit van 24 november 1986). De begripsomschrijving blijft
                    gelijkluidend aan artikel 1, onder d en e van de verordening.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>De bevoegdheid die de raad heeft geen speelautomatenhallen in de gemeente toe te
                    laten door het vaststellen van de onderhavige verordening achterwege te laten,
                    impliceert ook de bevoegdheid het aantal te beperken tot een bepaald maximum. </al><al>Tevens wordt in dit artikel ingevolge de Wet op de Kansspelen het maximum aantal
                    speelautomaten dat aanwezig mag zijn vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De ondernemer kan tevens eigenaar en beheerder zijn, maar het is ook mogelijk
                    dat deze hoedanigheden niet samenvallen. De bescheiden die moeten worden
                    overgelegd zijn afhankelijk van de concrete situatie die zich voordoet.</al><al>De onder e bedoelde verklaring kan bijvoorbeeld een huurcontract zijn, waaruit
                    de beschikkingsbevoegdheid blijkt. </al><al>Het aangegeven van het aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten in de
                    plattegrond, als bedoeld onder a, staat in verband met artikel 21 van het
                    Speelautomatenbesluit. Het staat los van het in artikel 6, derde lid, onder c
                    bepaalde op grond waarvan in de exploitatievergunning beperkingen kunnen worden
                    gesteld aan het aantal speelautomaten.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>In de algemene politieverordeningen is over het algemeen een openings- en
                    sluitingstijdregime opgenomen voor vermakelijkheidsinrichtingen.</al><al>Indien dit het geval is, dienen de speelautomatenhallen in verband met
                    vorenstaande bepaling hiervan te worden uitgezonderd.</al><al>Het is niet geoorloofd een voorwaarde op te nemen, inhoudende dat voorafgaande
                    aan de aanvrage voor een speelautomatenhalvergunning, beschikt wordt over een
                    aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten. Een voorwaarde van die strekking
                    verdraagt zich namelijk niet met artikel 30c, eerste lid, ander c en artikel
                    30f, eerste lid, onder b van de wet. Het is wel mogelijk beide
                    vergunningaanvragen gelijktijdig in behandeling te nemen. Voorschriften en
                    beperkingen met betrekking tot het aantal en het type speelautomaten zijn niet
                    alleen te verbinden aan de aanwezigheidsvergunning. In beginsel kunnen deze
                    voorschriften en beperkingen ook worden gekoppeld aan de exploitatievergunning.
                    Met het oog daarop is onder e in het derde lid opgenomen.</al><al>Bij de vaststelling van het aantal toe te laten automaten zal gewicht worden
                    toegekend aan de plaats en de wijze van exploitatie. Zo zal bijvoorbeeld op een
                    camping mogelijk een hal met uitsluitend behendigheidsautomaten rendabel kunnen
                    zijn.</al><al>Wil er over het algemeen sprake kunnen zijn van een goed beheer en toezicht dan
                    moet een hal rendabel kunnen exploiteren. Bij de vaststelling van de verhouding
                    tussen behendigheids- en kansspelautomaten zou ook hieraan betekenis kunnen
                    worden toegekend.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Het bepaalde onder a levert een extra weigeringsgrond op, indien in artikel 2
                    een maximumstelsel is opge-nomen. Zo niet, dan dient onderdeel a te
                    vervallen.</al><al>Het vereiste onder b dient om een speelautomatenhal duidelijk van de openbare
                    weg af voor een ieder herkenbaar te maken. Tevens om te voorkomen dat in een
                    achteraf lokaal van een gebouw, waarin bijvoorbeeld een horecabedrijf wordt
                    uitgeoefend, een speelautomatenhal wordt geëxploiteerd en deze automatenhal mede
                    of uitsluitend via het andere bedrijf bereikbaar zou zijn. </al><al> Verwezen zij voorts naar de toegangseisen die in artikel 21 van het
                    Speelautomatenbesluit zijn gesteld, wanneer in een hal- en kansspel- als
                    behendigheidsautomaten aanwezig zijn.</al><al>Het criterium openbare orde wordt niet opgenomen in de verordening voor de
                    exploitatie van speelautomatenhallen. De wet noemt dit criterium reeds in
                    verband met de weigeringsgronden voor een aanwezigheidsvergunning van
                    speelautomaten.</al><al>De strekking van de verordening is het afwenden van een ontoelaatbare nadelige
                    beïnvloeding van de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving van de hal.</al><al>De jurisprudentie op artikel 30 van de Wet op de kansspelen geeft blijk dat bij
                    de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal acht mag
                    worden geslagen op de mogelijke gevolgen voor het leefklimaat. (De navolgende
                    uitspraken zijn samengevat in bijlage 1: ARRS 28 april 1983, Amsterdam; ARRS 21
                    oktober 1983, Zeist; Besch. Vz. 5 juli 1984, Harlingen; ARRS 16 augustus 1985,
                    ID 1986, nr. 11, blz. 201 Oss).</al><al>In het bepaalde onder e komt tot uiting dat de vergunning dient te worden
                    geweigerd, wanneer gevreesd moet worden dat de woon- en leefsituatie door de
                    vestiging van (nog) een hal op ontoelaatbare wijze zal worden aangetast. Daarbij
                    wordt rekening gehouden met het karakter van de straat, het winkelniveau aldaar
                    en van de wijk waarin de speelautomatenhal is gelegen of zal komen te liggen. In
                    de beoordeling van de aanvrage wordt de spanning waaraan het woonmilieu ter
                    plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan betrokken.</al><al>Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer er sprake is van een
                    op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een (deel van)
                    winkelstraat/-buurt/-centrum. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in een
                    winkelstraat met winkels van een "exclusief" karakter. Door de vestiging van een
                    automatenhal zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar spanningsveld,
                    waardoor een te grote inbreuk mag worden gevreesd op de bestaande functie van de
                    winkelstraat.</al><al>Onder f is als weigeringsgrond opgenomen dat er geen sprake mag zijn van strijd
                    met een geldend bestemmingsplan.</al><al>In dit verband dient gewezen te worden op de mogelijkheden van vrijstelling of
                    ontheffing die het bestemmingsplan nogal eens biedt, alsook de mogelijkheid van
                    een anticipatieprocedure als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke
                    Ordening en artikel 50, achtste lid van de Woningwet.</al><al>Deze mogelijkheden beperken de burgemeester niet in de weigeringsongelijkheid,
                    maar het lijkt een zaak van behoorlijk bestuur om, voordat tot weigering van de
                    vergunning wordt overgegaan, de mogelijkheid van ontheffing, vrijstelling of
                    anticipatie in overweging te nemen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt
                    handelen op grond van een vrijstelling van het geldende bestemmingsplan
                    beschouwd als handelen in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Doel
                    van dit lid is de koppeling van de vereiste vergunning met het planologisch
                    regime.</al><al>Vereist is dus niet dat de locatie waar vergunning voor wordt gevraagd is
                    aangewezen als speelautomatenhal in het bestemmingsplan, maar dat een
                    bestemmingsplan de vestiging niet mag uitsluiten.</al><al>Op deze wijze wordt voorkomen dat op basis van deze verordening een vergunning
                    moet worden verleend, terwijl later op grond van strijd met het bestemmingsplan
                    tegen de vestiging moet worden opgetreden. Deze constructie is blijkens het
                    Koninklijk Besluit van 2 januari 1980, AB 1980, 151 mogelijk. Zie ook ARRS 28
                    oktober 1983, AB 1984, 42.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Indien een ondernemer de beheerder verliest, hetzij door overlijden, hetzij door
                    vertrek, behoeft de ondernemer de bedrijfsuitoefening niet te staken, indien
                    binnen de aangegeven termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd. Het
                    vervallen van de bestaande vergunning van rechtswege betekent dat
                    belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of beroep kunnen aantekenen, aangezien
                    van een beschikking geen sprake is.</al><al>Het verdient aanbeveling schriftelijk mededeling te doen van de constatering,
                    dat niet meer wordt voldaan aan de eisen die aan een beheerder worden gesteld.
                    Daarbij kan er op gewezen worden dat een situatie dreigt waardoor de vergunning
                    kan vervallen.</al><al>De vaststelling van de termijnen is arbitrair. Voor de in het tweede lid
                    gestelde termijn zou aansluiting kunnen worden gezocht bij artikel 34, tweede
                    lid van de Drank- en horecawet, waarvoor een soortgelijke situatie een termijn
                    van zes maanden wordt gesteld na het verlies van bedoelde hoedanigheid.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Onderbreking van de exploitatie voor een periode langer dan in de bepaling
                    genoemd, behoeft niet in alle gevallen aanleiding te geven om de vergunning in
                    te trekken. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan verbouwingen die langere tijd
                    blijken te vergen of aan campings die buiten het seizoen gesloten zijn.</al><al>Met betrekking tot de in het eerste lid, order d, genoemde intrekkingsgrond
                    (intrekking in verband met gewijzigde omstandigheden of inzichten) zij
                    opgemerkt, dat bij gebruikmaking daarvan de motivering aan zware eisen dient te
                    voldoen. Het betreft immers omstandigheden waarop de betrokken ondernemer
                    doorgaans geen invloed kan uitoefenen. Voorts mag hij erop vertrouwen dat een
                    aan hem verleende vergunning normaal gesproken in stand blijft temeer gelet op
                    de financiële consequenties. Het in het tweede lid bepaalde is gelijk aan de
                    procedure in artikel 30f, vierde lid van de wet met betrekking tot intrekking
                    van de Aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Het eerste lid van het onderhavige artikel beoogt aan de erfgenamen bij
                    overlijden van een ondernemer enig respijt te geven om zich te beraden over de
                    al dan niet voortzetting van het bedrijf. Ingevolge het bepaalde in artikel 6,
                    eerste lid, is de vergunning niet overdraagbaar en dient een nieuwe vergunning
                    te worden aangevraagd door de degene die de exploitatie voortzet. In afwachting
                    hiervan behoeft de bedrijfsuitoefening niet te worden gestaakt, mits de aard van
                    de inrichting en overige omstandigheden ongewijzigd blijven.</al><al>Bij wisseling van ondernemerschap geldt eveneens dat de bedrijfsuitoefening niet
                    behoeft te worden gestaakt gedurende de beslissingsperiode op een nieuwe
                    aanvraag. Ook hier geldt als voorwaarde, evenals in het eerste lid, voor het
                    voortzetten van de exploitatie dat de aard van de inrichting en de wijze van
                    exploitatie ongewijzigd blijven.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>In artikel 30w, tweede lid van de wet wordt aan burgemeester en wethouders de
                    bevoegdheid toegekend ambtenaren aan te wijzen die met het toezicht op de
                    naleving van de speelautomatenvergunning worden belast. De in artikel 141 Sv.
                    genoemde ambtenaren hebben een algemene opsporingsbevoegdheid. Ingevolge artikel
                    142 Sv. kunnen met de opsporing van strafbare feiten ook zijn belast zij aan wie
                    bij verordening de handhaving of de zorg voor de naleving daarvan is
                    toevertrouwd.</al><al>Het ligt in de lijn dat aan hen ook het toezicht op de naleving van de
                    speelautomatenhalvergunning wordt opgedragen.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>De aandacht wordt er op gevestigd dat deze bepaling moet worden aangepast,
                    wanneer de Algemene wet inzake het binnentreden in werking treedt.</al><tussenkop>Artikel 14.</tussenkop><al>Voor de vestiging en exploitatie van speelautomatenhallen bevatte de wet voor de
                    herziening van de Wet op de kansspelen geen specifieke regeling. De daarvoor
                    verleerde vergunningen worden een basis in artikel 30 (oud) en in diverse
                    gemeenten tevens in bepalingen in de APV dan wel in de overlastverordening
                    .</al><al>De overgangsregeling in artikel V van de wet is dan ook niet op de
                    speelautomatenhallen van toepassing, maar betreft, voor zover in het kader van
                    deze verordening van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>vergunningen, die op het moment van inwerkingtreding van deze wet van
                            kracht zijn op grond van artikel 30 (oud);</al></li><li nr="2."><al>speelautomaten die op het moment van inwerkingtreding op basis van de
                            onder 1 genoemde vergun-ningen zijn opgesteld.</al></li></lijst><tussenkop>Ad 1</tussenkop><al>Op grond van artikel V, tweede lid van de wet gelden vergunningen, gebaseerd op
                    artikel 30 (oud) zolang zij niet zijn vervallen of ingetrokken, als een
                    aanwezigheidsvergunning in de zin van artikel 30b van de wet.</al><al>Deze vergunningen zijn op voet van artikel 30 (oud) verlengbaar tot uiterlijk 2
                    jaar na de inwerkingtreding van deze wet. Binnen die periode kan de vergunning
                    derhalve aflopen of worden ingetrokken.</al><tussenkop>Ad2</tussenkop><al>De toelatingsregeling in de artikelen 30m en 30t treedt op grond van artikel V,
                    eerste lid, pas twee maanden na het van kracht worden van de wet in
                    werking.</al><al>Het verbod inzake niet-toegelaten speelautomaten is dan ingevolge artikel V,
                    vierde lid nog niet van toepassing op de speelautomaten die op de voet van de
                    oude regeling zijn opgesteld.</al><al>Op grond van de overgangsbepalingen (artikel 24 van het Speelautomatenbesluit)
                    mogen behendigheids-automaten, als in het vorenstaande bedoeld, mits voorzien
                    van een "sticker" in totaal uiterlijk 32 kalender-maanden zijn opgesteld. Twee
                    jaar op de voet van artikel 30 (oud) en 8 maanden op basis van een
                    aanwezigheidsvergunning ingevolge artikel 3Ob van de wet.</al><al>Voor kansspelautomaten, waarvan de inzet niet meer dan f 0,25 per spel bedraagt
                    en die zodanig zijn ingericht dat de inworp slechts in de vorm van geldige
                    Nederlandse pasmunt kan worden gedaan, geldt een overgangstermijn, mits voorzien
                    van een "sticker", tot uiterlijk 26 kalendermaanden.</al><al>De in artikel 14 van de (model-)verordening getroffen overgangsregeling gaat uit
                    van een zo snel mogelijke aanpassing aan het nieuwe regime voor
                    speelautomatenhallen.</al><al>Er zijn echter ook andere mogelijkheden die meer zijn afgestemd op de
                    overgangsregeling in artikel V van de wet, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>de oude vergunningen voor de speelautomatenhallen blijven van kracht tot
                            de datum waarop zij aflopen en zijn niet verlengbaar;</al></li><li nr="b."><al>de oude vergunningen voor de speelautomatenhallen blijven van kracht tot
                            en met de 24<sup>e</sup> kalender-maand na de inwerkingtreding van de
                            wet waarop de vergunningen op de voet van artikel 30 (oud) aflopen.</al></li></lijst><al>De eerbiedigende werking voor de vergunningen die op voet van artikel 30 (oud)
                    zijn verleend, is slechts zinvol zolang aan een verlengde werkingsduur behoefte
                    bestaat om aanpassing aan het nieuwe regime soepel te laten verlopen.</al><al>Het derde lid biedt de mogelijkheid de overgangstermijn ingevolge de verordening
                    te verruimen, indien de speelautomatenhal afwijkt van de in deze verordening
                    gestelde eis van rechtstreekse toegankelijkheid vanaf de openbare weg. Er kan
                    behoefte aan bestaan een ruimere overgangstermijn te gunnen om aanpassing aan de
                    nieuwe regeling mogelijk te maken.</al><al>Het ligt in de rede aan vergunninghouders van bestaande speelautomatenhallen
                    prioriteit te verlenen bij het verlenen van een vergunning. Dit zal te meer het
                    geval zijn, wanneer uit een oogpunt van openbare orde en overlast geen bezwaren
                    tegen de aanwezigheid van een speelautomatenhal op de betreffende locatie zijn
                    gerezen. Is dat wel het geval, dan zal een goede overgangsregeling verplaatsing
                    naar elders mogelijk moeten kunnen maken.</al><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="15*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="35*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>wijziging</al></entry><entry colname="col2"><al>besluit</al></entry><entry colname="col3"><al>publicatie</al></entry><entry colname="col4"><al>gewijzigde artikelen</al></entry><entry colname="col5"><al>inwerkingtreding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>22-05-2003</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 2, lid 2 en</al><al>artikel 2 van de toelichting</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>