<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56443_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening op de raadscommissies 2010</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Verordening op de raadscommissies 2010
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie zijnde een raadslid of een
                                    fractievertegenwoordiger;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie,
                                    programmacommissie trefpunt of een uitgebreide
                                    commissievergadering.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>de commissie fysiek</al></li><li nr="b."><al>de commissie sociaal</al></li><li nr="c."><al>de commissie bestuur</al></li><li nr="d."><al>de commissie trefpunt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie fysiek adviseert en overlegt over onderwerpen uit
                                de volgende programma’s:</al><lijst><li nr="·"><al>woonconsumenten</al></li><li nr="·"><al>gebruikers van de openbare ruimte</al></li><li nr="·"><al>mens en milieu</al></li><li nr="·"><al>stad in ontwikkeling;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie sociaal adviseert en overlegt over onderwerpen uit
                                de volgende programma’s:</al><lijst><li nr="·"><al>mens in ontwikkeling</al></li><li nr="·"><al>mens in de samenleving</al></li><li nr="·"><al>zorg voor de mens</al></li><li nr="·"><al>werk en inkomen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie bestuur adviseert en overlegt over onderwerpen uit
                                de volgende programma’s:</al><lijst><li nr="·"><al>inwoners en bestuur</al></li><li nr="·"><al>concernfinanciën</al></li><li nr="·"><al>de zogenoemde paragrafen uit de beleidsbegroting</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp op voorstel van het presidium in een gezamenlijke
                                vergadering van twee of meer raadscommissies behandeld (de
                                uitgebreide commissievergadering).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, wordt het voorzitterschap van de uitgebreide raadscommissie
                                bij toerbeurt door de commissievoorzitters vervuld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onderwerpen worden in de commissies inclusief de financiële aspecten
                                besproken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De programmacommissie trefpunt bereidt besluiten van de gemeenteraad
                                voor door het organiseren van discussies, overleggen met
                                belangstellende burgers, organisaties en belanghebbenden,
                                hoorzittingen, inspraak etc. en door overleggen te organiseren
                                tussen college en raad.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college van B&amp;W kan de programmacommissie Trefpunt verzoeken
                                om activiteiten vanwege het college te programmeren. De
                                programmacommissie Trefpunt voert overleg met het college over de
                                organisatie van de activiteiten en biedt daarvoor faciliteiten. Het
                                college blijft inhoudelijk verantwoordelijk voor de eigen
                                activiteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>De raadscommissies fysiek, sociaal en bestuur hebben de volgende
                            taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    of vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede lid, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li><li nr="d."><al>De programmacommissie trefpunt is verantwoordelijk voor de
                                    organisatie van de trefpuntactiviteiten en de rapportage van
                                    bevindingen aan de gemeenteraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke raadsfractie heeft twee zetels in de commissies fysiek, sociaal
                                en bestuur</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle raadsleden zijn lid van de in lid 1 genoemde commissies. De
                                fractie bepaalt zelf welke van zijn leden de fractie in de commissie
                                vertegenwoordigt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Leden van de in lid 1 genoemde commissies kunnen zowel raadslid als
                                niet-raadslid zijn (fractievertegenwoordiger). De artikelen 10, 11,
                                12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing
                                op alle leden van een raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de commissie die fractievertegenwoordiger zijn dienen
                                tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de
                                kandidatenlijst van een fractie. Zij vertegenwoordigen de
                                desbetreffende fractie en genieten het vertrouwen van deze
                                fractie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de programmacommissie trefpunt worden door de raad in
                                functie benoemd</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Fractievertegenwoordigers kunnen als lid van de programmacommissie
                                worden benoemd</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van een raadscommissie en zijn vervanger worden door
                                de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het opmaken van de agenda</al></li><li nr="b."><al>het voorbereiden en leiden van de vergadering</al></li><li nr="c."><al>het handhaven van de orde</al></li><li nr="d."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een fractievertegenwoordiger houdt op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien niet meer is voldaan aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan fractievertegenwoordiger als lid van een commissie
                                ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het
                                commissielid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De fractie kan aangeven dat een raadslid de fractie niet langer
                                vertegenwoordigt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een
                                medewerker van de griffie als commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                daartoe door de raad aangewezen medewerker van de griffie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><al>De burgemeester, de wethouders en de secretaris hebben een doorlopende
                            uitnodiging om in de</al><al>vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen,
                            tenzij de commissie anders beslist.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>l</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raadscommissie gedurende een jaar
                                        worden aan het begin van ieder kalenderjaar bekend
                                        gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                        nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties
                                        schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                        aanvangsuur bepalen of een andere</al></li></lijst><al>vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de
                                griffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadspresidium (RvO werkzaamheden van de raad, artikel 5)
                                    bepaalt in welke commissie een raadsvoorstel wordt
                                    geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium kan besluiten om een raadsvoorstel voorafgaande
                                    aan de commissiebehandeling eerst in het trefpunt te
                                    agenderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raadscommissie stelt de voorlopige
                                    commissieagenda op met ondersteuning van de commissiegriffier.
                                    De voorzitter kan daarbij (al dan niet op verzoek van de
                                    commissie) overige onderwerpen agenderen die vallen binnen de
                                    taakstelling van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter brengt de voorlopige agenda ter kennis van het
                                    college en voert indien gewenst overleg daarover met de
                                    betrokken portefeuillehouders</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter van het presidium kan voorstellen de
                                    gemeentesecretaris uit te nodigen voor een vergadering van het
                                    presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 13, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of
                                    huis-aan-huisbladen, in het gemeentelijk informatieblad of op de
                                    voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijk website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur
                                    indien de aanwezige leden de helft van het aantal fracties plus
                                    1 vertegenwoordigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de afwezige
                                    fracties, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers
                                    gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren
                                    over geagendeerde onderwerpen met een maximum van 5 minuten per
                                    persoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9: l van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt
                                    daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp,
                                    waarover hij het woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                    als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                    commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                    verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                    tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                                    van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                    moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt het verslag van de vorige
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                    hebben het recht een voorstel tot wijziging van het verslag aan
                                    de raadscommissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat
                                    of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                    voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de
                                    vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier te worden
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            commissiegriffier, de burgemeester en de
                                            wethouders,</al></li><li nr="b."><al>de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                            allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige
                                            personen die het woord gevoerd hebben,</al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="d."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen der aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="e."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder
                                            vermelding van de namen van de leden die mededeling
                                            hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met
                                            aantekening van de namen van de leden die zich niet
                                            uitgelaten hebben;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 26 door de raadscommissie is
                                            toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                                    griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde of een interruptie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem door tussenkomst van de voorzitter
                                            interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker
                                            zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over hetzelfde onderwerp of voorstel voert één lid per fractie
                                    het woord met inbegrip van eventuele interrupties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                    zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                    verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
                                    voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan
                                    het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                    de vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Advies en stemmingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties en
                                    buitengewone leden opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij stemmingen worden de uitgebrachte stemmen per fractie
                                    gewogen naar rato van het aantal zetels dat de fractie in de
                                    raad inneemt</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als een fractie verdeeld stemt krijgt ieder lid de helft van het
                                    aantal stemmen toegekend.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over
                                het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde
                                verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86,</al><al>eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en
                            het verhandelde</al><al>geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de
                            geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de</al><al>geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die
                            geheimhouding heeft</al><al>opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de
                            raadscommissie overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze</al><al>aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik,</al><al>alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen, die inbreuk</al><al>kunnen maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de
                            voorzitter niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de</al><al>verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus gedaan door de raad der gemeente Hengelo in zijn openbare vergadering van 9 november 2010</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier, De voorzitter,
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING OP DE VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES</tussenkop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en Andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Deze verordening heeft
                    betrekking op de raadscommissies. In veel gemeenten is de afgelopen jaren stil
                    gestaan bij het bestaande vergaderstelsel. De praktijk laat zien dat het
                    commissiestelsel niet alleen op verschillende manieren wordt heringericht, maar
                    dat er ook gemeenten zijn die de keuze hebben gemaakt om zonder raadscommissies
                    te werken. De 'Handreiking vernieuwend vergaderen: voorbeelden uit de praktijk'
                    gaat uitgebreid in op de nieuwe overlegvormen.</al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht.</al><al>De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                    raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben
                    in stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht
                    overigens niet tot het instellen van raadscommissies.</al><al>Om te bevorderen dat de discussie in de raad plaatsvindt, zijn er gemeenten die
                    ervoor kiezen om Geen raadscommissie(s) in te stellen. De instelling van
                    raadscommissies geschiedt veelal bij verordening, waarin de taken bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies worden vastgelegd.</al><al>Op hoofdlijnen is de model VNG-verordening uit 2006 gevolgd. Na vier jaar
                    ervaring met de duale werkwijze van de raad was er behoefte aan een herziening
                    van verordening op de raadscommissies. Ten opzichte van het VNG model zijn in
                    Hengelo in 2006 reeds enkele afwijkingen doorgevoerd. Deze hebben hoofdzakelijk
                    betrekking op het lidmaatschap van de commissies van raadsleden en
                    fractievertegenwoordigers, het quorum en de stemmingen, de afbakening van het
                    werkterrein van de commissies, het Trefpunt en de agendering. </al><al>Vanuit het Politiek testament dat in de raadsvergadering van 1 juni 2010 is
                    vastgesteld is aangegeven dat de verordening op een aantal punten aangepast moet
                    worden. Zo zal in deze toelichting aandacht worden besteed aan de toepassing van
                    het spreekrecht en aan het gegeven dat raadsleden bij voorkeur technische en
                    feitelijke vragen stellen in de week voorafgaand aan de
                    raadscommissievergadering. </al><al>Voorts worden de regels rond de vergaderorde aangevuld met een tweetal afspraken
                    die we hebben gemaakt te weten: </al><lijst><li nr="§"><al>over de wijze waarop interrupties worden toegestaan en </al></li><li nr="§"><al>de afspraak dat over een agendapunt er één woordvoerder per fractie het
                            woord voert. </al></li></lijst><al>Verder worden er ambtshalve enige wijzigingen een aanvullingen voorgesteld; </al><al>Zo is ondermeer artikel 15 (oud) vervallen, welk artikel uitgaat van een
                    presentielijst voor de raadscommissievergadering die getekend zou moeten worden
                    door de leden. In de praktijk wordt hiervan geen gebruik gemaakt, is een
                    overbodig artikel en is in deze verordening vervallen. </al><al>In artikel 18 was onder c opgenomen dat ook de afwezige leden genoteerd werden;
                    dat is ook een overbodig artikel dat niet werd toegepast, en is verwijderd. </al><al>De overige wijzigingen worden hierna in de artikelgewijze toelichting nader
                    toegelicht.</al><al/><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk l Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel l Begripsbepalingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><al>Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Het presidium is als
                    coördinatielichaam aangewezen. Het presidium wordt gevormd door de voorzitters
                    van de raadscommissies (inclusief de Voorzitter van de programmacommissie
                    Trefpunt) en de plaatsvervangend voorzitters van de raad. De raadsvoorzitter is
                    adviserend lid van het presidium. Als een onderwerp meerdere commissies betreft
                    wordt het in twee of meer commissies behandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming
                    van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te
                    brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener
                    beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor
                    besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie
                    dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en
                    volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het
                    presidium.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de</al><al>Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige
                    vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen.</al><al>De leden van een raadscommissie hoeven geen raadslid te zijn. Wel is er in deze
                    verordening vanuit gegaan dat de politieke groeperingen (fracties) de bedoelde
                    leden voordragen en dat zij als fractievertegenwoordiger door de raad zijn
                    benoemd. Daarnaast moeten de bedoelde leden op de kandidatenlijst van een
                    fractie hebben gestaan.</al><al>Op grond van het derde lid moeten leden en buitengewone leden, evenals
                    raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15
                    van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn,
                    over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar
                    moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in
                    strijd mogen handelen met artikel 15.</al><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt
                    lid 1 dat iedere fractie twee zetels heeft in een commissie.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies en zijn plaatsvervanger door de raad te laten benoemen.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter
                    op grond van artikel l van de verordening) geen lid van de raadscommissie. Dit
                    is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn
                    taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een andere keuze is echter
                    ook denkbaar, de Gemeentewet verzet zich er niet tegen dat de (plaatsvervangend)
                    voorzitter tevens lid van een raadscommissie is. Indien de raad er voor kiest om
                    de voorzitters tevens lid van de raadscommissies te laten zijn dan zullen de
                    artikelen 4 en 5 hierop aangepast moeten worden.</al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de
                    voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen
                    termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen.</al><al>Hetzelfde geldt overigens voor artikel 4, tweede lid.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad
                    hoeft hen niet te ontslaan. Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap
                    van een raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet
                    aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. Als een raadslid geen vertrouwen
                    geniet van zijn fractie zal het lid niet namens de fractie naar de commissie
                    worden afgevaardigd. Het afgevaardigd zijn namens een fractie is daarmee
                    voorwaarde voor actieve deelname aan het commissiewerk.</al><al>Indien een of meer raadsleden een eigen fractie vormen ontstaat een nieuwe
                    situatie waarin actieve deelname opnieuw mogelijk is.</al><al>De raad kan een fractievertegenwoordiger die op voorstel van de fractie is
                    voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een
                    splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen commissielid.</al><al>Door het ontbreken van een eigen kieslijst kunnen afsplitsingen van fracties op
                    grond van lid 4 echter geen fractievertegenwoordigers ter benoeming
                    voordragen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Deze werkt
                    onder verantwoordelijkheid van de griffier.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Hengelo kiest voor een doorlopende uitnodiging aan de leden van het college van
                    B&amp;W om raadscommissies bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen.
                    Alleen in uitzonderingsgevallen kan de commissie anders beslissen. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf l Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. In plaats van twee fracties kan gekozen worden voor een
                    bepaald deel van de raadscommissie. Ook zou de agendacommissie of het presidium
                    hierin een rol kunnen vervullen. Deze keuzes zijn aan de raad voorbehouden.
                    Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter
                    gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats
                    bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffier.
                    Indien de commissiegriffier echter meer inhoudelijke taken vervult, is het ook
                    denkbaar dat hierover overleg wordt gevoerd met de commissiegriffier.</al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling wordt
                    artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies. Dit
                    betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het openbaar
                    plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een
                    raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Agendacommissie</tussenkop><al>Dit artikel is aan de verordening toegevoegd omdat is gebleken dat binnen
                    gemeenten waar raadscommissies zijn ingesteld veelal behoefte bestaat aan een
                    agendacommissie. De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de
                    agendering van zaken in commissies. De agendacommissie stelt de agenda's van de
                    raadscommissies voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van
                    een raadscommissie geschiedt door de betreffende commissie bij de aanvang van de
                    vergadering. De voorzitter van de agendacommissie voert overleg met het
                    presidium over de voorlopige agenda van de raad. Dit is bepaald in het reglement
                    van orde voor de raad.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Oproep</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere
                    termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig moeten zijn dat
                    de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te lezen. De stukken
                    ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                    kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 13, derde lid).</al><al/><tussenkop>Artikel 12 De agenda</tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda voorlopig
                    vast (artikel 10). Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken
                    geregeld.</al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college.</al><al>Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de
                    secretaris.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen in de
                    leeszaal van de raad voor een ieder ter inzage gelegd. Voor het publiek liggen
                    de stukken ter inzage bij de gemeentewinkel. In de openbare kennisgeving wordt
                    vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de
                    gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd
                    kunnen leden van raadscommissies inzien via de gesloten kast in de leeszaal of
                    de stukken liggen op de griffie ter inzage.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd.</al><al>Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van deze
                    verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de verplichting
                    opgenomen om de agenda en stukken ook op internet te plaatsen. Vanuit het
                    oogpunt van service aan de burger is dit een voor de hand liggende regeling die,
                    doordat alle gemeenten beschikking hebben over een website, ook praktisch
                    uitvoerbaar is.</al><al>Dit is echter niet verplicht op grond van de Gemeentewet; gemeenten kunnen
                    ervoor kiezen het derde lid niet over te nemen.</al><al/><tussenkop>Paragraaf 2 Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 15 Opening der vergadering en quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 15
                    voorziet hierin. In deze verordening is opgenomen dat er kan worden vergaderd
                    indien de aanwezige leden meer de helft van het aantal fracties plus 1
                    vertegenwoordigen. In de verordening raadscommissie 2006 was opgenomen dat voor
                    het quorum de helft plus 1 van het aantal raadsleden aanwezig moet zijn. Dat
                    betekent dat er 19 aanwezige leden moeten zijn om een raadscommissievergadering
                    te kunnen houden. In de praktijk komen we niet toe aan dit aantal, en wordt dit
                    ook niet als maatstaf voor het bepalen van het quorum aangehouden. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    russen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Een
                    schriftelijke oproep die via extranet en/ of via de mail wordt aangeboden wordt
                    ook als een schriftelijke oproep beschouwd. Overigens ligt het in de rede dat de
                    voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe
                    vergadering.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Spreekrecht burgers</tussenkop><al>In de Model Reglementen van Orde van 2006 is ervoor gekozen om het spreekrecht
                    in de raadsvergadering te schrappen en in de commissievergadering meer uit te
                    werken. Dit omdat het besluitvormingsproces in de raadsvergadering al zover
                    gevorderd is dat aan het inspreken geen recht kan worden gedaan. Wij hebben dit
                    toentertijd overgenomen.</al><al>Tijdens de commissievergaderingen zijn er meer mogelijkheden voor de inspreker
                    om van gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij te dragen aan de
                    besluitvorming. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van
                    de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van de
                    doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur.</al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, omdat burgers
                    op die manier een doeltreffende bijdrage kunnen leveren aan de beraadslagingen
                    van een raadscommissie. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op geagendeerde
                    onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen die een
                    raadscommissie aangaan. Als een burger zich meldt voor een onderwerp dat een
                    andere raadscommissie aangaat, ligt het voor de hand dat de griffier de
                    betreffende persoon naar de juiste raadscommissie verwijst.</al><al>Uit het politiek testament van 2006-2010 komt naar voren dat het goed zou zijn
                    als insprekers zich van tevoren aanmelden en dat hun bijdrage van tevoren (ruim
                    voor de raadscommissievergadering) al beschikbaar zou zijn. Op die manier kunnen
                    raadsleden zich ook beter voorbereiden op de inbreng en die inbreng nog afwegen
                    ten opzichte van het voorliggende voorstel. </al><al>We gaan echter niet zover dat wij insprekers willen verplichten om zich
                    bijvoorbeeld 24 uur van tevoren aan te melden. Een aanpassing van artikel 16,
                    derde lid, in die zin maakt de drempel om gebruik te maken van het spreekrecht
                    nodeloos hoog. Wel kan de griffie in de advertentie en in het telefonisch of
                    mailcontact met een inspreker aangeven dat de raad bij voorkeur de aanmelding en
                    de inhoudelijke bijdrage eerder ontvangt. Tevens verstrekt de griffie bij het
                    eerste contact schriftelijk:</al><lijst><li nr="§"><al>de spelregels rond het spreekrecht zodat er bij insprekers meer begrip
                            kan ontstaan over de reikwijdte van het spreekrecht, en:</al></li><li nr="§"><al> enkele tips (bijvoorbeeld: kort en bondig heeft vaak meer effect, lever
                            uw bijdrage van tevoren al aan, herhaal niet alleen maar wat u al in uw
                            bezwaarschrift heeft aangegeven), </al></li></lijst><al>zodat insprekers beter voorbereid aan bod komen.</al><al>Het burgerinitiatief is een instrument voor burgers om een niet geagendeerd
                    onderwerp op de agenda van de raad- of commissie te plaatsen. Dit is uitgewerkt
                    in de Handreiking burgerinitiatief van de Vernieuwingsimpuls.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich vooraf melden bij de griffier.
                    Uiteraard kan er afhankelijk van de beschikbaarheid, ook gekozen worden voor
                    aanmelding bij de commissiegriffier. In het zesde lid is ervoor gekozen om een
                    burger één maal het woord te geven. De raad kan er ook voor kiezen om burgers
                    die inspreken een tweede termijn te geven. In dat geval zal het zesde lid moeten
                    worden aangepast. Op basis van artikel 17, eerste lid, wordt het verslag
                    toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Verslag</tussenkop><al>Het conceptverslag worden tegelijkertijd met de schriftelijk oproep verstuurd
                    aan de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben toegezonden. De
                    voorzitter, de leden, de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de
                    vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend.. Het recht om
                    aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid
                    en een collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het
                    is aan de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                    aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie het verslag
                    vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep
                    (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Het is aan te bevelen
                    uitsluitend een zakelijke samenvatting van hetgeen besproken is, te geven. De
                    commissiegriffier stelt het verslag, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid
                    ligt hiervoor bij de griffier op grond van het vijfde lid. Er kan ook voor
                    worden gekozen om deze verantwoordelijkheid bij de commissiegriffier te leggen.
                    Na vaststelling van het verslag ondertekenen de voorzitter en de
                    commissiegriffier deze. Als een gemeente de mogelijkheid aan burgers biedt om
                    burgerinitiatief voorstellen in te dienen, moet het verslag ook hiervan melding
                    maken. Dit betekent dat het vierde lid aangevuld moet worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van mening is, dat na de tweede
                    termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Spreektijd</tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. </al><al> De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie.</al><al>Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een
                    raadscommissie. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel
                    32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde
                    betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg)
                    pauze.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden. </al><al>Vanuit het politiek testament 2006-2010 is geconstateerd dat<cursief> ‘
                        </cursief><cursief>in de verordening op de raadsommissies kan worden
                        opgenomen dat als regel technische en feitelijke vragen vooraf aan de
                        vergadering ingediend worden. (Om die reden hebben de raadsleden de bundel
                        ook 10 dagen voor de raadscommissievergadering in bezit). </cursief></al><tussenkop> De fractievoorzitters en het politiek beraad kunnen er op toezien dat
                    daarvan zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt. Ook kunnen uiteraard
                    commissieleden elkaar hierop aanspreken. De commissievoorzitter heeft dan een
                    instrument om het debat meer in de richting van meningsvorming te leiden.
                    Diverse andere gemeenten hebben hiermee de nodige successen geboekt. Bijkomend
                    voordeel van het vooraf beantwoorden van technische vragen is dat ook het
                    College in de beantwoording tijd kan besparen. Bij actuele gebeurtenissen is het
                    wel mogelijk in de commissievergadering zelf met feitelijke vragen in te spelen
                    op die actualiteit’. </tussenkop><al>Alles overwegend menen wij dat het in dit geval moet blijven bij een afspraak
                    die we met zijn allen proberen na te leven en waarop de commissievoorzitter
                    eventueel sturend kan optreden, maar die niet in deze verordening kan worden
                    vastgelegd.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid is sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 29 van deze verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 20).</al><al/><tussenkop>Artikel 23 Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen (bij voorbeeld de
                    voorzitter van een deelraad aan de beraadslaging over deelgemeente
                    aangelegenheden). Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de
                    voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze hebben op
                    grond van de artikel 8 van deze verordening reeds het recht om aan de
                    beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet
                    dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om
                    een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over de
                    spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><al/><tussenkop>Artikel 24 Advies en stemmingen</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 25 Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><tussenkop>Artikel 26 Verslag</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid dat
                    het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de griffier.</al><al/><tussenkop>Artikel 27 Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel
                        <cursief>25,</cursief> tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de
                    Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is
                    bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien
                    waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de
                    geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al><al/><tussenkop>Artikel 28 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><al/><tussenkop>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/><tussenkop>Artikel 31 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand by te laten
                    staan.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 32 Uitleg verordening en artikel 33 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>