<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56239_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente West Maas en Waal 2004.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente West Maas en Waal 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/11-14</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding bij benadering ingevuld</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente West Maas en Waal 2004.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: de algemene begraafplaatsen aan de Hogeweg te
                                    Wamel en de Polstraat te Dreumel;</al></li><li nr="b."><al>eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor
                                    aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan
                                    eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van
                                    lijken;</al></li><li nr="d."><al>eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen,
                                    waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten
                                    van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="f."><al>eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="g."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="h."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="i."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="j."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, een
                                    verstrooiingsplaats of gedenkplaats;</al></li><li nr="k."><al>gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te
                                    gedenken;</al></li><li nr="l."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="m."><al>rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen eigen en algemeen
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voorzover van belang onder "eigen graf" mede
                                verstaan: eigen urnengraf, eigen urnennis, eigen verstrooiingsplaats
                                en eigen gedenkplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voorzover van belang onder 'algemeen graf' mede
                                verstaan: algemeen urnengraf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de
                            begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaats(en) is (zijn) voor eenieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.
                                Zij maakt deze tijden openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor
                                het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan
                                voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van het college,
                                werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                                begraafplaats(en) te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 5 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzing
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden
                                gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen
                                en sluiten van het graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lijk dient bij aankomst op de begraafplaats of in het
                                crematorium te zijn voorzien van een identiteitskenmerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de
                                muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal
                                worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid
                                gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking
                                van de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn
                                binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
                                met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn
                                ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of,
                                indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd
                                in artikel 17, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
                                stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op maandag tot en
                                met zaterdag tussen 09.00 en 16.30 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>eigen graven en eigen urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>eigen urnennissen;</al></li><li nr="c."><al>eigen verstrooiingsplaatsen;</al></li><li nr="d."><al>eigen gedenkplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de
                                eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepaalt tevens de afmetingen
                                en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet
                                korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de
                                lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal
                                lijken worden begraven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen
                                aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde
                                van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een eigen graf toewijzen anders dan voor directe
                                begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de
                                situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen
                            graven onderverdelen in categorieën Zij bepaalt voor de verschillende
                            categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Termijnen eigen graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voorzover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig of dertig jaar het
                                recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum
                                waarop het eigen graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan een
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de
                                personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht
                                ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner
                                dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                                Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
                                ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien
                                daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
                                hiertoe wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de
                                rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de
                                vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd
                                het recht op het eigen graf te doen vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een
                                jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een
                                nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen
                                graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring
                            doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de
                            rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van een eigen graf vraagt de vergunning voor het
                                hebben van een grafbedekking aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het
                                college nadere regels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde
                                nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 22, lid 4, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de
                            beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het
                                college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een op het te
                                ruimen graf te plaatsen bordje door het college bekendgemaakt,
                                tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In
                                dat geval maakt zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde
                                tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                                ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog
                                gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een
                                vergunning als bedoeld in artikel 20 was verleend. De aanvraag kan
                                worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde
                                termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de
                                        termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend,
                                        is verstreken;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het
                                        graf is verwijderd, is afgehaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
                                voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het
                                verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de
                                rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
                                enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres
                                van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een
                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een
                                beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de
                                beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
                                het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de
                                beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in het schoonhouden van de paden en draagt zorg
                            voor de winterharde beplantingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en
                            urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en
                                as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf
                                geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf te
                                plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij
                                het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat
                                geval deelt zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat
                                verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn
                                te verlengen maakt zij uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip
                                per brief het voornemen tot ruiming bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de
                                daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de
                                begraafplaats(en).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraven elders.
                                Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een
                                urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraven
                                of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze
                                elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een eigen
                                urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de
                                asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as
                                te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving
                                onderhoudsbehoefte van graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor
                                de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11,
                                tweede lid, 14 en 20, tweede lid, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan het college schriftelijk
                                verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er
                                onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de
                                grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats
                                dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stelt het
                                college het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk in kennis
                                dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel
                                behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het college
                                onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen
                                dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Instandhouden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven lijken en de bezorgde as.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Beheersverordening Algemene Begraafplaatsen Gemeente West Maas en
                            Waal, vastgesteld op 9 december 1993, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de oude
                                verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen van deze verordening
                                wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van artikelen van de verordening kan tevens worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken
                            van een termijn van zes weken na de datum van uitgifte van de
                            "Waalkanter" waarin zij is geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen gemeente West Maas en Waal 2004.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>