<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR5622_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en het Zaanstad Beraad van de gemeente Zaanstad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en het Zaanstad Beraad van de gemeente Zaanstad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-08-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>redactionele wijzigingen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/2008/41450</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>college en raad, bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>redactionele wijzigingen en spelfouten verbeterd</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                            de raad en het Zaanstad Beraad van de gemeente Zaanstad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen en organen van de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>a.</al><al/></entry><entry><al>raadsvergadering:</al></entry><entry><al> de besluitvormende vergadering van de gemeenteraad
                                                van Zaanstad</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>Zaanstad Beraad:</al></entry><entry><al> een programma van de gemeenteraad van Zaanstad
                                                bestaande uit activiteiten en bijeenkomsten met een
                                                informerend en/of meningsvormend karakter</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>voorzitter:</al></entry><entry><al> de voorzitter van de gemeenteraad of diens
                                                vervanger, respectievelijk de voorzitter van een
                                                bijeenkomst van het Zaanstad Beraad</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>griffier:</al></entry><entry><al>de door de raad benoemde functionaris als bedoeld in
                                                artikel 100 van de Gemeentewet</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al>commissiegriffier: </al></entry><entry><al>de griffiemedewerker die de bijeenkomsten van het
                                                Zaanstad Beraad en zijn voorzitter terzijde
                                                staat</al></entry></row><row><entry><al>f.</al></entry><entry><al>college:</al></entry><entry><al> het college van burgemeester en wethouders als
                                                bedoeld in artikel 34 van de Gemeentewet</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al>secretaris: </al></entry><entry><al>de door burgemeester en wethouders benoemde
                                                functionaris als bedoeld in artikel 100 van de
                                                Gemeentewet</al></entry></row><row><entry><al>h.</al></entry><entry><al>steunfractielid:</al></entry><entry><al> een door de raad op voordracht van een raadsfractie
                                                beedigd persoon, die voldoet aan voorwaarden die
                                                gesteld zijn in de verordening op de
                                                fractieondersteuning.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitters</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad, de plaatsvervangend voorzitter van de
                                raad en de voorzitters van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad
                                zijn belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                        opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad benoemt de vervanger van de voorzitter van de raad uit zijn
                                midden en de voorzitters van de bijeenkomsten van het Zaanstad
                                Beraad uit de zittende raadsleden en steunfractieleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het voorzitterschap van de plaatsvervangend voorzitter van de raad
                                en de voorzitters van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad
                                eindigt:</al><lijst><li nr="a)"><al>door beëindiging van het lidmaatschap van de raad resp. het
                                        steunfractie lidmaatschap</al></li><li nr="b)"><al>door ontslag op eigen verzoek</al></li><li nr="c)"><al>door ontslag door de raad, wanneer hij naar het oordeel van
                                        de raad door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt
                                        aan het in hem te stellen vertrouwen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier en de commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen in de raad deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In elke bijeenkomst van het Zaanstad Beraad is een door of namens de
                                griffier aangewezen griffiemedewerker als commissiegriffier
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De griffier kan in iedere bijeenkomst van het Zaanstad Beraad
                                aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De griffier en/of de commissiegriffier kunnen, indien daartoe door
                                de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen in de
                                bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het college</titel></kop><al>Voor het college geldt, tenzij expliciet anders is aangegeven, een
                            doorlopende uitnodiging voor alle raadsvergaderingen en bijeenkomsten
                            van het Zaanstad Beraad om daarin aanwezig te zijn, informatie te
                            verstrekken en/of aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de raadsvergadering
                            en/of de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad aanwezig te laten zijn en
                            deel te laten nemen aan de beraadslagingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium heeft tot taak de werkwijze en de orde van de raad te
                                bepalen, voor zover deze taak niet is opgedragen aan de
                                agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                                fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het
                                presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad is tevens de voorzitter van het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de wethouder, de secretaris, en/of de
                                leden van de agendacommissie uit te nodigen voor een in het
                                presidium te bespreken onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een fractievoorzitter kan zich bij zijn afwezigheid laten vervangen
                                door een raadslid uit zijn fractie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter heeft een stem in het presidium. Indien bij
                                een stemming het besluit niet overeenstemt met de mening van de
                                getalsmatige meerderheid van de raad, dan heroverweegt het presidium
                                zijn beslissing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het presidium komt circa 5 maal per jaar bijeen. In spoedeisende
                                kwesties kan een extra bijeenkomst plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agendacommissie draagt zorg voor de wekelijkse agendering van het
                                Zaanstad Beraad en de raadsvergaderingen. Zij heeft tot taak de
                                behandelprocedures, tijdstippen en vergaderduur vast te stellen, met
                                inachtneming van dit reglement van orde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, de
                                griffier, en twee raadsleden. De twee raadsleden worden door de raad
                                uit hun midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad is tevens de voorzitter van de
                                agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agendacommissie werkt als een team en streeft naar consensus.
                                Indien bij een stemming de stemmen staken beslissen de twee
                                raadsleden. Als de stemmen staken en de twee raadsleden verschillen
                                van mening beslist de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De agendacommissie kan voorstellen de wethouder en/of de secretaris
                                uit te nodigen voor een in de agendacommissie te bespreken
                                onderwerp. De agendacommissie kan bij complexe en/of politiek
                                gevoelige onderwerpen met het presidium overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Commissies</titel></kop><al>De raad kan besluiten commissies in te stellen conform artikel 82 van de
                            Gemeentewet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden, fracties, steunfractieleden, en benoeming
                            wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging van nieuwe leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal)
                                stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden op om
                                in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling,
                                bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of
                                verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als een fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts een lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien: </al><al>- één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                                optreden;</al><al>- twee of meer fracties als een fractie gaan optreden;</al><al>- één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                                fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                                gedaan aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met de in het vorige lid beschreven veranderde situatie wordt
                                rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de
                                raad na de mededeling daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toelating en ontslag steunfractieleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie heeft het recht maximaal twee personen, niet zijnde
                                raadsleden, voor te dragen als steunfractielid, ter ondersteuning
                                van de fractie in het raadswerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorgedragen steunfractieleden worden doorde raad toegelaten, en
                                beëdigd als steunfractielid naar analogie van artikel 14
                                Gemeentewet, als men voldoet aan de artikelen 10,11,12,13 en 15 van
                                de Gemeentewet en als men de gedragscode van de raad
                                ondertekent.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toelating van een steunfractielid wordt overeenkomstig
                                artikel 9 eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de
                                kandidaat aan de gestelde eisen voldoet. De werkwijze van deze
                                commissie is overeenkomstig het tweede lid van artikel 9.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>het steunfractielidmaatschap eindigt:</al><lijst><li nr="a)"><al>wanneer het steunfractielid niet meer voldoet aan de
                                        vereisten zoals vermeld in het tweede lid;</al></li><li nr="b)"><al>bij opzegging door het steunfractielid;</al></li><li nr="c)"><al>bij opzegging door de voorzitter van de fractie die het
                                        steunfractielid heeft voorgedragen;</al></li><li nr="d)"><al>bij installatie van een nieuwe gemeenteraad na
                                        verkiezingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Benoeming wethouder</titel></kop><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig artikel 9,
                            eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat
                            voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie
                            is overeenkomstig het tweede lid van artikel 9.</al><al>De raad kan besluiten om nadere criteria en procedureregels vast te
                            stellen met betrekking tot de benoeming van wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Raadsvergadering</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergadertijd en plaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats een keer
                                    in de drie weken op de donderdagavond, vangen aan om 19.30 en
                                    duren tot 23.00, en worden gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag,
                                    aanvangsuur en sluitingsuur bepalen en/of een andere
                                    vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake
                                    is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium of de
                                    agendacommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Oproep en vergaderstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt tenminste zes dagen voor een
                                    raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep
                                    onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De door de agendacommissie vastgestelde voorlopige agenda en de
                                    daarbij behorende stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 15 tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor aanvang van
                                    de raadsvergadering aan de leden van de raad ter beschikking
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd blijven deze
                                    stukken in afwijking van het tweede lid onder berusting van de
                                    griffier. De griffier zendt deze stukken in beginsel aan de
                                    leden van de raad toe, waarbij conform artikel 25, tweede lid,
                                    van de Gemeentewet melding wordt gemaakt van de plicht tot
                                    geheimhouding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de
                                    raadsvergadering vast en geeft daarbij aan over welke
                                    onderwerpen voorafgaand aan stemming gedebatteerd wordt en over
                                    welke onderwerpen stemming zonder beraadslaging
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk de aanvang van een
                                    raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen en ter
                                    beschikking van de leden stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan
                                    de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de
                                    agenda toevoegen of van de agenda afvoeren, van de stemlijst
                                    naar de debatagenda verplaatsen of van de debatagenda naar de
                                    stemlijst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    raadsvergadering voorbereid acht, kan hij het onderwerp
                                    verwijzen of terugverwijzen naar het Zaanstad Beraad of aan het
                                    college nadere inlichtingen of advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een
                                    openbare kennisgeving</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsvergadering wordt door aankondiging in op de voor
                                    afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="A."><al>datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="B."><al>wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige
                                            agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de raadsvergadering worden een besluitenlijst, een digitale
                                    video/audio opname, en een uitgebreid schriftelijk verslag
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluitenlijst van de raadsvergadering wordt opgesteld onder
                                    verantwoordelijkheid van de griffier, zo snel mogelijk op de
                                    website gepubliceerd en ter beschikking gesteld aan raadsleden,
                                    steunfractieleden en het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een video/audio opname van de raadsvergadering wordt live
                                    uitgezonden via internet en zo spoedig mogelijk na de
                                    laatstgehouden vergadering op de website gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een uitgebreid schriftelijk verslag van de raadsvergadering
                                    wordt zo snel mogelijk op de website gepubliceerd en ter
                                    beschikking gesteld aan raadsleden, steunfractieleden en het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de raad, de raadsvoorzitter, het college en de
                                    griffier hebben het recht binnen tien dagen na publicatie van de
                                    besluitenlijst en het schriftelijke verslag een voorstel tot
                                    wijziging ervan bij de griffier in te dienen, indien de
                                    besluitenlijst en/of het schriftelijke verslag naar hun oordeel
                                    onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat besproken
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien er binnen tien dagen na publicatie van de besluitenlijst
                                    en het schriftelijke verslag voorstellen tot wijziging zijn
                                    ingediend, brengt de voorzitter van de raad een advies uit over
                                    de voorgestelde wijziging.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De besluitenlijst en het schriftelijke verslag wordt met het
                                    advies van de voorzitter van de raad ter besluitvorming
                                    aangeboden en vastgesteld in de eerstkomende raadsvergadering.
                                    Deze besluitenlijst en dit verslag wordt als het definitief
                                    vastgestelde besluitenlijst en verslag op de website
                                    gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor archivering van de
                                    verslaglegging.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde van de raadsvergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Debat en besluitvorming</titel></kop><al>De raadsvergadering bestaat uit een debat over de op de debatagenda
                                geplaatste onderwerpen, en besluitvorming over de op de stemlijst
                                geplaatste onderwerpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering
                                wordt die lijst door de raadsvoorzitter en de griffier door
                                ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium
                                    bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Opening raadsvergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige raadsleden, dag en uur van
                                    de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad en van het college spreken vanaf de
                                    spreekgestoelten. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter
                                    bepalen dat de leden van de raad en van het college vanaf een
                                    andere plaats spreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers. Een lid van
                                    de raad of van het college voert het woord na het aan de
                                    voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
                                    Interrumperen is toegestaan maar uitsluitend via de voorzitter.
                                    De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
                                    interrupties zijn betoog zal afronden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De woordvoerders van de fracties en het college sluiten in hun
                                    debatbijdrage aan bij wat al besproken is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het debat worden geen informatieve of technische vragen meer
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De fracties en het college zijn in het debat in de regel niet
                                    gebonden aan een spreektijd. De voorzitter kan een spreker
                                    verzoeken zijn betoog in te korten en af te ronden. De
                                    voorzitter sluit het debat over een onderwerp wanneer naar zijn
                                    mening de argumenten voldoende zijn gewisseld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De agendacommissie en/of de voorzitter kan aan de raad
                                    voorstellen om voor een vergadering of een gedeelte daarvan een
                                    spreektijdregeling toe te passen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                    raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort
                                    kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                    raadsvergadering betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Handhaving orde en schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen
                                    gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    raadsvergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsvergadering
                                    voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de raadsvergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad, het college of op voorstel
                                    van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor
                                    een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of
                                    de raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader
                                    beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                    schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de raadsvergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren. Hij kan de motivering namens de overige aanwezige
                                fractieleden uitspreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel
                                    zoals het dan luidt in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt verlangd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is
                                    aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien stemming wordt verlangd geschiedt dit door handopsteking,
                                    tenzij hoofdelijke stemming wordt verlangd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de raadsvergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd, alsmede dat zij zich op grond van de Gemeentewet
                                    van stemming moeten onthouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Stemming door handopsteking geschiedt in twee rondes. In de
                                    eerste ronde worden de voorstemmers gevraagd hun hand op te
                                    steken. In de tweede ronde worden de tegenstemmers gevraagd hun
                                    hand op te steken. Of andersom. De voorzitter stelt na de
                                    stemming vast welke fracties voor of tegen hebben gestemd. Bij
                                    stemming door handopsteking zijn de leden 4 en 10 van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder, op grond van de getekende
                                    presentielijst, ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van
                                    deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem
                                    uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Alvorens met hoofdelijke stemming wordt begonnen deelt de
                                    voorzitter mede bij welk lid van de raad de stemming zal
                                    beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                                    presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                    hoofdelijke stemming.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit
                                    te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor
                                    overeenkomstig dit artikel lid 7 is aangewezen. Vervolgens
                                    geschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                                    presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord Voor' of 'tegen'
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende (sub)amendement het eerst in
                                    stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het
                                    voorstel. (Amendement 41 E)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een aanbeveling moet
                                    plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op een briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat als gevolg van het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a)"><al>een blanco stembriefje;</al></li><li nr="b)"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c)"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="d)"><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e)"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter van het stembureau.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Zaanstad Beraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Vergadertijd en plaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Zaanstad Beraad vindt in de regel plaats twee keer in de
                                    drie weken op de donderdagavond, vangt aan om 19.00, duurt tot
                                    23.00, en wordt gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie kan indien nodig een andere dag, aanvangsuur
                                    en sluitingsuur bepalen en/of een andere vergaderplaats
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad die tot het
                                    nevenprogramma behoren vinden in de regel niet plaats op de
                                    donderdagavond. De agendacommissie bepaalt wat tot het
                                    nevenprogramma behoort en bepaalt het tijdstip en
                                    vergaderplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Oproep en programma</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agendacommissie stelt het programma vast van het Zaanstad
                                    Beraad en het nevenprogramma, evenals de agenda's van de
                                    bijeenkomsten die tot het programma behoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie zendt tenminste zes dagen voor het Zaanstad
                                    Beraad de leden van de raad en de steunfractieleden een
                                    schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en
                                    plaats van het programma.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het door de agendacommissie vastgestelde programma of agenda en
                                    de daarbij behorende raadsnotities worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep verzonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agendacommissie kan tot uiterlijk de aanvang van het
                                    programma van het Zaanstad Beraad of de aanvang van een
                                    bijeenkomst uit het nevenprogramma, een aanvulling geven. Deze
                                    aanvulling op het programma of de agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen worden zo spoedig mogelijk aan de raadsleden,
                                    steunfractieleden en het college ter kennis gebracht, doch
                                    uiterlijk voor de aanvang van het Zaanstad Beraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Vergaderstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aan de leden van de raad aangeboden vergaderstukken worden
                                    tenminste acht werkdagen voor agendering in het Zaanstad Beraad
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de
                                    griffier. De griffier zendt deze stukken in beginsel toe aan de
                                    leden van de raad waarbij conform artikel 25, tweede lid van de
                                    Gemeentewet melding wordt gemaakt van de plicht tot
                                    geheimhouding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                het programma of de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het
                                gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                mededeling gedaan aan de leden van de raad en de steunfractieleden
                                en zo mogelijk in een openbare kennisgeving</al><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht.</al><al>Indien over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid
                                van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                in afwijking van het eerste lid onder berusting van de
                                griffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het programma van het Zaanstad Beraad wordt door aankondiging in
                                    op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en
                                    door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt: </al><al>- datum, aanvangstijd en plaats van de vergaderingen;</al><al>- wijze waarop en de plaats waar een ieder het programma en de
                                    daarbij behorende stukken kan inzien;</al><al>- de mogelijkheid tot bijwonen van en deelname aan het Zaanstad
                                    Beraad en het uitoefenen van spreekrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het programma en de daarbij behorende stukken worden, indien
                                    digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad wordt een
                                    besluitenlijst gemaakt. Deze besluitenlijst bevat
                                    tenminste:</al><lijst><li nr="-"><al>de formele gegevens van de bijeenkomst zoals tijd,
                                            plaats, aanwezigen, vergaderstukken,</al></li><li nr="-"><al>doel van de vergadering</al></li><li nr="-"><al>een samenvatting van de meningen van de fracties en van
                                            het college</al></li><li nr="-"><al> de gedane toezeggingen en gemaakte afspraken</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie kan beslissen van een bepaalde bijeenkomst
                                    van het Zaanstad Beraad een video/audio opname, een digitale
                                    geluidsopname of een uitgebreid schriftelijk verslag te laten
                                    maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluitenlijst van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad
                                    worden opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier, zo
                                    snel mogelijk op de website gepubliceerd en ter beschikking
                                    gesteld aan raadsleden, steunfractieleden en het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de raad, de steunfractieleden, de raadsvoorzitter,
                                    het college en de griffier hebben het recht binnen tien dagen na
                                    publicatie van de besluitenlijst een voorstel tot wijziging
                                    ervan bij de griffier in te dienen, indien de besluitenlijst
                                    naar hun oordeel onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft
                                    wat besproken is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien er binnen tien dagen na publicatie van de besluitenlijst
                                    geen voorstel tot wijziging is ingediend, wordt de
                                    besluitenlijst geacht definitief te zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien er binnen tien dagen na publicatie van de besluitenlijst
                                    voorstellen tot wijziging zijn ingediend, beslist de voorzitter
                                    van de betreffende bijeenkomst over de voorgestelde wijziging,
                                    en stelt de besluitenlijst definitief vast. De besluitenlijst
                                    wordt met inachtneming van de beslissing over de voorgestelde
                                    wijziging op de website gepubliceerd en ter beschikking gesteld
                                    aan de raadsleden, steunfractieleden en het college.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel> Orde van de bijeenkomsten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Informatie en meningsvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Zaanstad Beraad bestaat uit activiteiten en bijeenkomsten
                                    met een informerend en/of meningsvormend karakter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatieve bijeenkomsten zijn gericht op het verkrijgen en
                                    verhelderen van informatie, meningen en invalshoeken van
                                    belanghebbenden en belangstellenden ten behoeve van de
                                    fracties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De meningsvormende bijeenkomsten zijn gericht op het uitwisselen
                                    van politieke stellingnames en argumenten tussen fracties en
                                    college en tussen de fracties onderling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Deelname aan de bijeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deelnemers aan de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad zijn een
                                    woordvoerder per fractie, door de fractie aangewezen, alsmede de
                                    voorzitter en de commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts kunnen, afhankelijk van het doel en de aard van de
                                    bijeenkomst, andere personen zoals insprekers, collegeleden,
                                    behandelend ambtenaren, als deelnemer worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van twijfel beslist de voorzitter van de
                                    bijeenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de bijeenkomst, de commissiegriffier en één
                                    woordvoerder per fractie en door de fractie aangewezen, hebben
                                    een zitplaats aan de vergadertafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij inspraakgesprekken geeft de voorzitter de insprekers een
                                    zitplaats aan de vergadertafel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij bijeenkomsten met het college geeft de voorzitter de
                                    betreffende portefeuillehouder uit het college en zonodig de
                                    behandelende ambtenaar een zitplaats aan de vergadertafel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In alle overige gevallen beslist de voorzitter van de
                                    bijeenkomst over de verdeling van zitplaatsen aan de
                                    vergadertafel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De woordvoerders van de fracties en de overige deelnemers aan de
                                    bijeenkomst spreken vanaf hun zitplaats aan de vergadertafel,
                                    tenzij de voorzitter anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers. Een
                                    woordvoerder van de fracties of een andere deelnemer aan de
                                    bijeenkomst voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en
                                    van hem verkregen te hebben. Interrumperen is toegestaan maar
                                    uitsluitend via de voorzitter. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                    afronden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De woordvoerders van de fracties en de andere deelnemers aan de
                                    bijeenkomst sluiten in hun bijdrage aan bij wat al besproken
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de meningsvormende bijeenkomsten worden geen informatieve of
                                    technische vragen meer gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor insprekers geldt een richttijd van 5 minuten spreektijd. De
                                    fracties en het college zijn in de regel niet gebonden aan een
                                    spreektijd. De voorzitter kan een spreker verzoeken zijn betoog
                                    in te korten en af te ronden. De voorzitter sluit de
                                    beraadslaging over een onderwerp wanneer naar zijn mening de
                                    argumenten voldoende zijn gewisseld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De agendacommissie en/of de voorzitter kan besluiten om voor een
                                    vergadering of een gedeelte daarvan een spreektijdregeling toe
                                    te passen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Handhaving orde en schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen
                                    gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering,
                                    waarin dat plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Voortgangsbeslissingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en iedere deelnemer aan de bijeenkomst kunnen
                                    tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat
                                    kort kan worden toegelicht. De voorzitter beslist terstond
                                    conform het gestelde in lid 6 van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het onderwerp van bespreking in de daarvoor vastgestelde
                                    duur van de bijeenkomst onvoldoende kan worden afgerond wordt
                                    een vervolgvergadering belegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een meningsvormend debat is gevoerd over een
                                    raadsvoorstel wordt afgesproken of het voorstel op de
                                    debatagenda van de raad wordt geplaatst of alleen op de
                                    stemlijst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer een zienswijze is gevraagd geven alle fracties ieder
                                    voor zich hun zienswijze. Wanneer één of meerdere fracties een
                                    raadsuitspraak wensen zal die fractie of fracties een verzoek
                                    tot agendering op de debatagenda doen en/of een motie
                                    aankondigen voor de eerstvolgende raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer een rondvraag of een agenda-initiatief is besproken
                                    geeft in eerste instantie de initiatiefnemende fractie aan of er
                                    een vervolg zal komen en in welke vorm.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alle voortgangsbeslissingen worden genomen door de voorzitter
                                    van de bijeenkomst, na consultatie van de deelnemers aan de
                                    bijeenkomst en strevend naar consensus. Bij verschil van mening
                                    weegt de voorzitter de diverse belangen af tegen de ingeschatte
                                    getalsmatige meerderheid van de raad.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Instrumenten van de raad en rechten van de leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voorte
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk,
                                totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bepaalt de wijze en datum van behandeling. Indien
                                het voorstel eerst in een bijeenkomst van het Zaanstad Beraad dient
                                te worden besproken, wordt het voorstel op het programma van het
                                Zaanstad Beraad geplaatst en tegelijk voor een preadvies aan het
                                college gezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het voorstel rechtstreeks door de raad kan worden behandeld,
                                wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering
                                geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor met de voorlopige
                                agenda reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel
                                op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst, tenzij
                                naar het oordeel van de agendacommissie sprake is van een
                                spoedeisend voorstel als bedoeld in het tweede lid van artikel
                                15.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het voorstel rechtstreeks door de raad kan worden behandeld,
                                vindt bespreking plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt
                                dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen
                                met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden
                                behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van
                                een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van
                                toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad
                                terstond aan de agenda toegevoegd worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Raadsvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd evenals de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen aan de burgemeester en/of het college, worden
                                kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting
                                worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of
                                mondelinge beantwoording wordt verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden ingediend bij een, door de griffier van de raad,
                                aangegeven adres. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo
                                spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het
                                college worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke lid van het college de
                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                                aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                                bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college en/of de burgemeester worden aan de
                                leden van de raad toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van
                                de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>De raad bepaalt het onderwerp van het onderzoek zoals bedoeld in artikel
                            155a van de gemeentewet en formuleert de doelstelling. Tevens bepaalt de
                            raad de wijze van onderzoek, de organisatie, de tijdsduur en het
                            beschikbare budget.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Agenda-initiatief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties kunnen bij de agendacommissie een verzoek indienen om een
                                onderwerp te agenderen in een meningsvormende bijeenkomst van het
                                Zaanstad Beraad, teneinde over dat onderwerp politieke meningen
                                tussen fracties en met de wethouder uit te wisselen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek dient 8 dagen voorafgaand aan het Zaanstad Beraad
                                schriftelijk bij de agendacommissie ingediend te zijn, en omvat een
                                duidelijke omschrijving van het onderwerp en een duidelijke
                                formulering van de opvattingen of bedenkingen van de
                                initiatiefnemende fractie als inzet van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Rondvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties kunnen bij de agendacommissie een verzoek indienen om een
                                rondvraag te agenderen in een bijeenkomst van het Zaanstad Beraad,
                                teneinde van het college een antwoord te ontvangen en ter
                                vergadering te bespreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek dient 8 dagen voorafgaand aan het Zaanstad Beraad
                                schriftelijk bij de agendacommissie ingediend te zijn, en omvat een
                                duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                worden verlangd evenals de te stellen vragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Actualiteiten</titel></kop><al>Fracties en college hebben het recht om een korte, actuele en mondelinge
                            vraag te stellen of mededeling te doen tijdens het Zaanstad Beraad. De
                            agendacommissie bepaalt op welk moment daar in het programma van het
                            Zaanstad Beraad ruimte voor wordt gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen
                                van het college aan de raad, worden door de raadsgriffier op een
                                lijst geplaatst met een voorstel tot wijze van afdoening. Deze lijst
                                wordt eenmaal per week aan de leden van de raad toegezonden en op de
                                website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na toezending van de lijst van ingekomen stukken kan
                                een raadslid aan de agendacommissie gemotiveerd een andere wijze van
                                afdoening van een stuk voorstellen. De agendacommissie beslist over
                                dit voorstel en maakt, indien besloten wordt tot een andere wijze
                                van afdoening, dit kenbaar aan de raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er binnen een week na publicatie van de lijst van ingekomen
                                stukken geen ander voorstel tot afdoening is ingediend, wordt geacht
                                te zijn ingestemd met het in het eerste lid genoemde voorstel tot
                                wijze van afdoening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het vorenstaande laat onverlet dat raadsleden en fracties gebruik
                                kunnen maken van hun rechten naar aanleiding van ingekomen
                                stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die het presidium in overleg met de
                            agendacommissie vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, evenals de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium in overleg
                            met de agendacommissie vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester, de secretaris
                                of een ander door de gemeenteraad aangewezen persoon, die door de
                                gemeenteraad is aangewezen tot lid van het bestuurvan een openbaar
                                lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op
                                grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht voor
                                het sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het
                                bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Indien een raadslid bespreking
                                wenst van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de
                                agendacommissie ten behoeve van agendering in het Zaanstad
                                Beraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 51, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                52, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden of een ander door
                                gemeenteraad aangewezen persoon, heeft benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Burgers, belanghebbenden en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Verstrekken van informatie door burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers kunnen bij de agendacommissie een verzoek indienen om
                                tijdens het informatieve deel van het Zaanstad Beraad een marktkraam
                                ten behoeve van het geven van informatie te betrekken, en/of om een
                                informatieve bijeenkomst te agenderen ten behoeve van het geven van
                                een presentatie aan de raadsfracties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek dient 8 dagen voorafgaand aan het Zaanstad Beraad
                                schriftelijk bij de agendacommissie ingediend te zijn en omvat een
                                duidelijke omschrijving van het onderwerp en het doel van de
                                gewenste informatieverstrekking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Rondvraag voor burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers kunnen bij de agendacommissie een verzoek indienen om een
                                rondvraag te agenderen in een informatieve bijeenkomst van het
                                Zaanstad Beraad, teneinde van de raadsfracties een antwoord te
                                ontvangen en ter vergadering te bespreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rondvraag kan niet worden gebruikt voor het stellen van vragen
                                aan het college, voor klachten en bezwaarschriftprocedures, voor
                                benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verzoek dient 8 dagen voorafgaand aan het Zaanstad Beraad
                                schriftelijk bij de agendacommissie ingediend te zijn, en omvat een
                                duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                worden verlangd evenals de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de vraag voldoet aan de voorwaarden neemt de agendacommissie
                                de rondvraagbijeenkomst op in het programma van het Zaanstad
                                Beraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Spreekrecht voor burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers kunnen bij de agendacommissie een verzoek indienen om in te
                                spreken op een onderwerp dat geagendeerd is in het Zaanstad
                                Beraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek kan ingediend worden vanaf publicatie van het programma
                                van het Zaanstad Beraad tot de aanvang (19.00) van de avond van het
                                Zaanstad Beraad waar het betreffende onderwerp geagendeerd is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een inspreker zich gemeld heeft organiseert de
                                agendacommissie een inspraakbijeenkomst over het aangemelde
                                onderwerp op de avond van het Zaanstad Beraad waarop het onderwerp
                                geagendeerd is. Een inspreker heeft een spreektijd van 5 minuten.
                                Bij meerdere insprekers over hetzelfde onderwerp kan de voorzitter
                                van de inspraakbijeenkomst de spreektijd aanpassen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel>Burgerinitiatief</titel></kop><al>Burgers hebben het recht van initiatief om een voorstel in het Zaanstad
                            Beraad te brengen, conform de Verordening op het Burgerinitiatief.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen op de voor
                                hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan voor de aanvang van de
                            vergadering mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                            aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de
                            vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr><titel>Regels voor gebruik communicatiemiddelen</titel></kop><al>In de vergaderzaal en op de publieke tribune is het alleen toegestaan
                            gebruik te maken van communicatiemiddelen als een mobiele telefoon,
                            indien alle geluidsfuncties die de orde van de vergadering kunnen
                            verstoren uitgeschakeld staan. In uitzonderlijke gevallen kan door de
                            voorzitter ontheffing verleend worden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering en geheimhouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deuren van de raadsvergadering worden gesloten conform de
                                procedureregels van artikel 23 Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren van een bijeenkomst in het Zaanstad Beraad worden gesloten
                                als de agendacommissie of de voorzitter het nodig oordeelt. In
                                beslotenheid kan diegene(n) die een verzoek voor een besloten
                                bijeenkomst heeft gedaan dit toelichten. De voorzitter beslist, na
                                het horen van de fractiewoordvoerders, of in beslotenheid wordt
                                vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een besloten raadsvergadering of besloten bijeenkomst in het
                                Zaanstad Beraad zijn de bepalingen van dit reglement van
                                overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig
                                zijn met het besloten karakter van de vergadering of
                                bijeenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het begin van een besloten raadsvergadering of een besloten
                                bijeenkomst in het Zaanstad Beraad wordt besloten of er een verslag
                                van de raadsvergadering respectievelijk een besluitenlijst van de
                                bijeenkomst wordt gemaakt en zo ja of daar geheimhouding op wordt
                                gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier zendt het verslag van een besloten vergadering
                                respectievelijk de besluitenlijst van een besloten bijeenkomst in
                                beginsel toe aan de raadsleden, de leden van het college en de
                                overige bij de besloten vergadering aanwezige personen, waarbij
                                wordt gewezen op het besloten karakter van de vergadering en/of de
                                plicht tot geheimhouding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsleden, leden van het college en de overige bij de besloten
                                vergadering aanwezige personen hebben het recht binnen tien dagen na
                                toezending of ter inzage legging van het verslag een voorstel tot
                                wijziging ervan bij de griffier in te dienen, indien het verslag
                                naar hun oordeel onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat
                                besproken is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien er binnen tien dagen na toezending van het verslag van een
                                besloten bijeenkomst van het Zaanstad Beraad geen voorstel tot
                                wijziging is ingediend, wordt het verslag geacht definitief te zijn
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien er binnen tien dagen na toezending van het verslag van een
                                besloten bijeenkomst van het Zaanstad Beraad voorstellen tot
                                wijziging zijn ingediend, beslist de voorzitter van de besloten
                                vergadering over de voorgestelde wijziging, stelt het verslag
                                definitief vast, en stelt alle betrokkenen daarvan op de
                                hoogte.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien er binnen tien dagen na toezending van het verslag van een
                                besloten raadsvergadering voorstellen tot wijziging zijn ingediend,
                                brengt de voorzitter een advies uit over de voorgestelde wijziging.
                                Het schriftelijke verslag wordt met het advies van de voorzitter ter
                                besluitvorming aangeboden en vastgesteld in de eerstkomende
                                raadsvergadering. Wanneer beraadslaging wordt verlangd worden de
                                deuren van de vergadering gesloten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Na definitieve vaststelling van verslagen of besluitenlijsten waarop
                                geheimhouding is gelegd beslist in geval van een verslag van een
                                raadsvergadering de raad over het openbaar maken van het verslag, en
                                in geval van een besloten bijeenkomst in het Zaanstad Beraad de
                                agendacommissie over openbaarmaking van het verslag, nadat het
                                college, de burgemeester of het betrokken collegelid is
                                gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>70</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van een besloten raadsvergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de afloop van een besloten bijeenkomst in het Zaanstad Beraad
                                beslist de voorzitter van de besloten bijeenkomst of over het
                                verhandelde geheimhouding zal gelden, en stelt de voorzitter vast of
                                er op de stukken geheimhouding rust conform artikel 25 van de
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>71</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding niet te bekrachtigen dan wel
                            op te heffen, wordt indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de
                            geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het
                            desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>72</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter, en in het geval van een bijeenkomst in het Zaanstad Beraad
                            de voorzitter van de bijeenkomst na consultatie van de deelnemers aan de
                            bijeenkomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>73</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit reglement treedt in werking op 1 september 2008.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen
                                en andere werkzaamheden van de gemeenteraad vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 8 september 2005, evenals de verordening op de
                                raadscommissies vastgesteld bij raadsbesluit van 8 september
                                2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>74</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement kan worden aangehaald als Reglement van orde voor de
                            vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en het Zaanstad Beraad
                            van de gemeente Zaanstad.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 28 augustus 2008.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Geheimhouding en beslotenheid</titel></kop><tussenkop>Spelregels, procedures, interpretaties en werkprocessen bij de
                    Raadsvergadering en het Zaanstad Beraad</tussenkop><tussenkop>Behorend bij het Reglement van Orde voor de vergadering en andere
                    werkzaamheden van de raad en het Zaanstad Beraad van de gemeente
                    Zaanstad.</tussenkop><al/><lijst><li nr="."><al>Alles openbaar, tenzij</al></li><li nr="."><al>De begrippen beslotenheid, geheimhouding en vertrouwelijkheid</al></li><li nr="."><al>Voor wie geldt geheimhouding</al></li><li nr="."><al>Schending geheimhouding</al></li><li nr="."><al>Niet eens met geheimhouding</al></li><li nr="."><al>Geheimhouding opleggen op stukken en bekrachtiging in de raad</al></li><li nr="."><al>Verspreiding van geheime stukken</al></li><li nr="."><al>Hoe wordt een vergadering besloten en wie zijn aanwezig</al></li><li nr="."><al>Geheimhouding opleggen op de beraadslaging en op het verslag</al></li><li nr="."><al>Opheffen van de geheimhouding</al><al/></li></lijst><tussenkop>Alles openbaar, tenzij</tussenkop><al>In beginsel is elke vergadering van de raad en het Zaanstad Beraad openbaar. En
                    in principe is gemeentelijke informatie voor ieder (dus ook voor raadsleden)
                    toegankelijk.</al><al>Dit beginsel staat in de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), die ook de
                    uitzonderingsgronden aangeeft om onderwerpen niet in de openbaarheid te
                    behandelen of om informatie niet te verstrekken. De informatie kan dan wel
                    gegeven en/of besproken worden, maar onder oplegging van geheimhouding.
                    Bijvoorbeeld vanwege financiële belangen van de gemeente.</al><al>Ook de Gemeentewet kent een weigeringsgrond in artikel 169 lid 3 en artikel 180
                    lid 3: het college resp. de burgemeester geeft de door een of meer raadsleden
                    gevraagde inlichtingen tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het
                    openbaar belang.</al><al>De Gemeentewet (artikel 24) noemt andersom ook een aantal onderwerpen waarover
                    niet in beslotenheid mag worden beraadslaagd en besloten. Zoals bijvoorbeeld de
                    begroting en</al><al>jaarrekening.</al><tussenkop>De begrippen beslotenheid, geheimhouding en vertrouwelijkheid</tussenkop><al>Geheimhouding kan worden opgelegd op stukken, op hetgeen besproken is in een
                    besloten vergadering (de beraadslaging), en op het
                    verslag/notulen/besluitenlijst van een besloten vergadering. Met geheimhouding
                    ontstaat een zwijgplicht.</al><al>Beslotenheid heeft betrekking op een vergadering. Een besloten vergadering is
                    niet openbaar, er wordt zogezegd achter gesloten deuren (of met de deuren dicht)
                    vergaderd. Op wat in een besloten vergadering is besproken ligt niet automatisch
                    ook geheimhouding. Geheimhouding op het besprokene moet expliciet worden
                    opgelegd. Indien geen geheimhouding wordt opgelegd, kan na afloop van de
                    vergadering mededeling worden gedaan van het in de vergadering behandelde. Het
                    woord vertrouwelijk komt wel voor in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en ook
                    in de WOB, maar de Gemeentewet kent alleen het begrip geheim en geheimhouding<noot id="d11674e2331"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>De WOB hanteert het begrip "geheime stukken": dat zijn volgens de
                            WOB stukken die vertrouwelijk zijn!</noot.al></noot>. De strekking van de begrippen is vrijwel gelijk, maar 'geheim' is
                    formeel beter geregeld. Voor de term 'geheim' zijn in de wet regels opgenomen
                    over het opleggen en opheffen, alsmede over de schending van geheimhouding. Voor
                    stukken met vertrouwelijk erop gelden die regels niet eenduidig voor altijd en
                    iedereen (jurisprudentie). Dit is tevens het geval met de term 'niet openbaar'.
                    Voor de eenduidigheid wordt daarom op de stukken waarop geheimhouding is
                    opgelegd alleen nog de term "geheim" vermeld: dan weet iedereen waar hij aan toe
                    is (formele procedures en de WOB toetsingscriteria gelden, strafrechtelijk
                    vervolgbaar).</al><tussenkop>Voor wie geldt geheimhouding</tussenkop><al>De Gemeentewet geeft aan (artikel 25) dat de geheimhoudingsplicht geldt voor
                    iedereen die bij de behandeling in een vergadering aanwezig waren, en voor
                    diegenen die kennis dragen van het behandelde en/of voor iedereen die kennis
                    draagt van de geheime stukken. De geheimhouding geldt dus niet alleen voor
                    raadsleden, maar ook voor anderen, zoals steunfractieleden, wethouders of
                    ambtenaren.</al><tussenkop>Schending geheimhouding</tussenkop><al>Het schenden van geheimhouding kan tot strafrechtelijke vervolging leiden. Een
                    procedure kan bijvoorbeeld worden aangespannen door de raad. De rechter
                    beoordeelt of er van schending van geheimhouding sprake is. Het Wetboek van
                    Strafrecht (artikel 272) geeft aan welke straf er maximaal op staat. Ook hebben
                    raadsleden en steunfractieleden de gedragscode ondertekend waarin regels staan
                    over hoe om te gaan met geheimhouding. Overtreding van de regels kan sancties
                    tot gevolg hebben.</al><al>De Algemene wet Bestuursrecht (artikel 2:5) bepaalt daarnaast dat iedereen die
                    betrokken is bij de uitvoering van een taak van een bestuursorgaan, en over
                    vertrouwelijke informatie beschikt, verplicht is tot geheimhouding<noot id="d11674e2347"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Dit is het voorbeeld van de onduidelijkheid over de norm van
                            vertrouwelijk en geheim. Er is geen wet die "vertrouwelijkheid"
                            afspreken of opleggen verbiedt. Dan is het openbaar maken van
                            vertrouwelijke informatie misschien niet netjes gelet op de cultuur en
                            onderlinge verhoudingen, maar is het strafbaar? In dat geval is het
                            beter te spreken van "geheim".</noot.al></noot>. Ook geven raadsleden en steunfractieleden met de eedaflegging in de
                    raadsvergadering aan dat zij de wetten zullen nakomen.</al><tussenkop>Niet eens met geheimhouding</tussenkop><al>Indien een raadslid, steunfractielid of een ander persoon het niet eens is met
                    de opgelegde geheimhouding op een stuk, staat de weg open van de administratieve
                    rechter. Die rechter beoordeelt dan of de geheimhouding voldoet aan de
                    wettelijke vereisten voor het opleggen van geheimhouding. Dat kan betekenen dat
                    het besluit tot oplegging van geheimhouding wordt vernietigd.</al><tussenkop>Geheimhouding opleggen op stukken en bekrachtiging in de raad</tussenkop><al>Met stukken wordt hier bedoeld de stukken die aan de raad ter besluitvorming
                    worden voorgelegd, de stukken die voor een zienswijze aan de raad worden
                    voorgelegd en de stukken die de raad ter kennisname ontvangt.</al><al>Geheimhouding op stukken kan worden opgelegd door de burgemeester, het college,
                    de raad, een commissie en de commissievoorzitter. De geheimhouding (o.g.v. WOB)
                    moet op het stuk worden gemotiveerd.</al><al>In de Gemeentewet (Art 25, derde lid) wordt m.b.t. het opleggen van
                    geheimhouding gesteld dat de opgelegde geheimhouding vervalt indien de
                    geheimhouding op stukken die aan de raad zijn overlegd, niet in de eerstvolgende
                    raadsvergadering worden bekrachtigd. De Gemeentewet is niet duidelijk of dit
                    voor alle aan raadsleden toegezonden stukken geldt of alleen voor de stukken
                    waarover in de raadsvergadering besluitvorming plaatsvindt
                    (raadsvoorstellen).</al><al>Op basis van jurisprudentie (rechtbank Assen) en uit praktische overwegingen
                    hanteren we in de gemeente Zaanstad de procedure dat bekrachtiging van de
                    geheimhouding door de raad plaatsvindt bij stukken die aan de raad ter
                    besluitvorming zijn voorgelegd. Bij geheime stukken die aangeboden zijn ter
                    kennisname of zienswijze (bespreking in het Zaanstad Beraad) volstaat de
                    oplegging van de geheimhouding door het betreffende orgaan (veelal het college)
                    en is geen bekrachtiging (in de raadsvergadering) door de raad vereist.</al><al>Indien een zienswijze na bespreking in het Zaanstad Beraad alsnog ter
                    besluitvorming in de raadsvergadering wordt voorgelegd, is het betreffende stuk
                    "van de raad" geworden en geldt alsnog de regel van bekrachtiging van de
                    geheimhouding.</al><al>Indien bij een openbaar raadsvoorstel sprake is van een geheime bijlage, en die
                    bijlage maakt onderdeel uit van de besluitvorming, dan dient de geheimhouding op
                    die bijlage ook in de raadsvergadering bekrachtigd te worden.</al><tussenkop>Verspreiding van geheime stukken</tussenkop><al>De stukken waarop geheimhouding is gelegd worden duidelijk als "geheim"
                    gemarkeerd (in rood gekopieerd met opdruk "geheim"), en in beginsel toegezonden
                    in een gesloten envelop aan de raadsleden. Ook steunfractieleden hebben het
                    recht om de beschikking te krijgen over stukken waarop geheimhouding is gelegd
                    of om deze stukken in te zien.<noot id="d11674e2376"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>voor zover de wet zich daar niet tegen verzet, zoals bijvoorbeeld
                            in het geval van een Vertrouwenscommissie bij een
                            burgemeestervacature.</noot.al></noot> Wanneer het gaat om omvangrijke en complexe geheime stukken en het niet
                    zinvol is om deze te reproduceren en toe te zenden, liggen de geheime stukken
                    ter inzage liggen bij de griffier, en wordt na inzage door raads- en
                    steunfractieleden getekend voorgezien. Geheime stukken liggen niet op de
                    gebruikelijke plekken ter inzage en worden niet in BIS geplaatst.</al><tussenkop>Hoe wordt een vergadering besloten en wie zijn aanwezig</tussenkop><al>Alle besloten vergaderingen starten (formeel) in het openbaar, omdat het verzoek
                    om een vergadering besloten te houden (in principe) in de openbaarheid gedaan
                    moet worden. In de raadsvergadering worden Je deuren gesloten (besloten) als
                    tenminste een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter
                    het nodigt oordeelt, en in het Zaanstad Beraad wanneer de agendacommissie of de
                    voorzitter het nodig oordeelt. In beslotenheid kan diegene die een verzoek voor
                    beslotenheid heeft gedaan dit toelichten. Vervolgens beslist de raad of er in
                    beslotenheid wordt vergaderd. In het Zaanstad Beraad beslist de voorzitter na
                    het horen van de fractiewoordvoerders.</al><al>In de praktijk zal de agendacommissie vooraf aangeven of de vergadering in
                    beslotenheid gehouden wordt. Formeel geldt de bovengenoemde procedure, die bij
                    meningsverschillen of onduidelijkheid over de noodzaak van beslotenheid
                    letterlijk zo gevolgd zal worden. In een besloten raadsvergadering zijn aanwezig
                    de voorzitter, raadsleden, de griffier en/of griffiemedewerker en het
                    collegelid, wiens portefeuille het betreft. De raad beslist wie verder bij de
                    vergadering aanwezig mogen zijn, bijvoorbeeld ambtenaren of steunfractieleden.
                    In een besloten bijeenkomst van het Zaanstad Beraad geldt hetzelfde met dien
                    verstande dat in de regel ook steunfractieleden aanwezig zijn en dat de
                    voorzitter van de vergadering verder beslist na het horen van de
                    fractiewoordvoerders.</al><tussenkop>Geheimhouding opleggen op de beraadslaging en op het verslag</tussenkop><al>De raad kan, op wat er in een besloten raadsvergadering is besproken (de zgn
                    mondelinge beraadslaging), geheimhouding opleggen op grond van de Wet
                    Openbaarheid van Bestuur (WOB). In het Zaanstad Beraad maakt de voorzitter van
                    de bijeenkomst dat expliciet bekend nadat hij de fractiewoordvoerders gehoord
                    heeft. De geheimhouding moet opgelegd worden in dezelfde vergadering als waar
                    het besproken is. Dat kan niet achteraf.</al><al>Hoewel geheimhouding leggen op het besprokene in een besloten vergadering
                    vanzelfsprekend lijkt of gelijk aan het besluit om die vergadering besloten te
                    houden, is het dat niet. Het is immers denkbaar dat aan het einde van een
                    besloten vergadering geconcludeerd wordt dat het besprokene bij nader inzien of
                    ondanks de eerdere verwachting geenszins geheim is of zou moeten zijn. Daarom is
                    het verstandig altijd aan het einde van de besloten vergadering de al dan niet
                    geheimhouding op het besprokene te expliciteren.</al><al>Hetzelfde gaat op voor het opleggen van geheimhouding op het verslag van de
                    vergadering. Het kan wenselijk zijn te besluiten om een openbaar verslag van de
                    vergadering te maken met weglating van de onderdelen waarvan in de vergadering
                    bepaald is dat deze geheim zijn. In het Reglement van Orde (artikel 69) is de
                    procedure beschreven met betrekking tot de vaststelling van een geheim verslag
                    van een besloten raadsvergadering respectievelijk een geheime besluitenlijst van
                    een besloten bijeenkomst van het Zaanstad Beraad.</al><tussenkop>Opheffen van de geheimhouding</tussenkop><al>Algemene regel is dat het orgaan dat de geheimhouding oplegt, deze ook weer zelf
                    moet opheffen.<noot id="d11674e2401"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Uitzondering is wanneer de raad een raadsvoorstel waarop (veelal
                            door het college) geheimhouding is gelegd niet bekrachtigt, want in dat
                            geval vervalt de geheimhouding op die stukken van rechtswege. Wanneer de
                            raad de geheimhouding op deze stukken wel bekrachtigt is het vervolgens
                            ook aan de raad om de geheimhouding weer op te heffen.</noot.al></noot> Dat impliceert dat de raad de geheimhouding kan opheffen van
                    raadsvoorstellen/raadsbesluiten, van de verslagen en van het besprokene in
                    raadsvergaderingen die besloten waren. In het Reglement van Orde is aangegeven
                    dat de agendacommissie kan besluiten over openbaarmaking van verslagen van
                    besloten bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad. In de praktijk kan het handig
                    zijn deze opheffingsbesluiten allemaal in een pakket door de raad te laten
                    nemen.</al><al>De geheimhouding op de stukken ter kennisname en voor zienswijze moet door het
                    college worden opgeheven.</al><al>Dergelijk opheffingsbesluiten vergen voorbereiding, waaronder het voorgeschreven
                    overleg met het college, de burgemeester of het betrokken collegelid, en
                    vervolgens agendering in een vergadering van respectievelijk raad,
                    agendacommissie of college ten behoeve van besluitvorming. Wanneer er
                    beraadslaging wordt verlangd over het opheffingsvoorstel zullen de deuren van de
                    (raads)vergadering opnieuw gesloten moeten worden en geheimhouding worden
                    opgelegd. Het verdient aanbeveling om al bij de oplegging van de geheimhouding
                    aan te geven voor hoe lang of onder welke voorwaarden de geheimhouding zal
                    gelden en dat expliciet mee te nemen in het formele besluit van het betreffende
                    orgaan. Daarmee is de opheffing van de geheimhouding gewaarborgd, en spaart dat
                    later veel werk uit.</al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de raad en het Zaanstad Beraad van de gemeente
                        Zaanstad</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al-groep><al>Na bijna 1½ jaar werken met het Zaanstad Beraad, in februari 2007 ingevoerd
                        en in juli 2007 en april 2008 op de hoofdlijnen positief geëvalueerd, is het
                        tijd om deze werkwijze nu in een Reglement van Orde (RvO) vast te leggen, en
                        het oude Reglement van Orde (RvO2005) en de verordening op de
                        raadscommissies uit 2005 in te trekken.</al><al>Een belangrijke wijziging is dat de bijeenkomsten in het Zaanstad Beraad
                        geen raadscommissies zijn in de zin van artikel 82 Gemeentewet. Daarmee is
                        de verordening op de raadscommissies uit 2005 overbodig geworden. Wanneer de
                        gemeenteraad om redenen een raadscommissie conform artikel 82 Gemeentewet
                        instelt, bijvoorbeeld in geval van de auditcommissie of een
                        burgemeestersvacature, stelt de raad ook de verordening specifiek ten
                        behoeve van die raadscommissie vast. Dit betekent dat er nu een Reglement
                        van Orde voor de gemeenteraad van Zaanstad is, waarin alle
                        raadswerkzaamheden geregeld worden. Datgene wat geregeld moet worden over de
                        bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad is opgenomen in een apart hoofdstuk 4.
                        Ook is er met het oog op het Zaanstad Beraad een aantal artikelen toegevoegd
                        aan het hoofdstuk 5 over de instrumenten van de raad en de rechten van de
                        leden, en aan hoofdstuk 6 over de rechten van burgers. Voor het overige is
                        ons RvO2005 zoveel mogelijk gevolgd, en is het modelreglement van de
                        Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit 2006 geraadpleegd (VNGmodel). Hier
                        en daar zijn ten opzichte van deze twee voorbeelden aanpassingen gemaakt in
                        indeling en benaming van hoofdstukken en artikelen, als dat logischer leek
                        en het reglement daarmee toegankelijker werd. Waar inhoudelijke aanpassingen
                        zijn gemaakt wordt dat hoofdstuksgewijs en/of artikelsgewijs gemotiveerd en
                        toegelicht met verwijzing naar "RvO2005" respectievelijk "VNGmodel".</al></al-groep><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en organen van de raad</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>De definitie van steunfractieleden is in overeenstemming met de definitie in de
                    Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden en steunfractieleden van januari
                    2007 en de verordening op de fractieondersteuning van april 2007.</al><tussenkop>Artikel 2 De voorzitters</tussenkop><al-groep><al>De Grondwet artikel 125 derde lid en de Gemeentewet artikel 9 schrijven
                        (nog) dwingend voor dat de burgemeester de voorzitter van de raad is. De
                        Gemeentewet artikel 77 eerste lid regelt ook de waarneming van het
                        voorzitterschap van de raad, maar staat toe dat de raad zelf een lid van de
                        raad met de waarneming kan belasten. Voor dit laatste is in dit reglement
                        gekozen. Als de waarnemend voorzitter ook afwezig is wordt de wettelijke
                        regeling gevolgd.</al><al>In dit artikel 2 wordt geregeld hoe de waarnemend voorzitter van de raad en
                        de voorzitters van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad worden benoemd,
                        wanneer hun voorzitterschap eindigt, en wat hun formele taken zijn. Al
                        jarenlang zijn er in Zaanstad raadsleden tot commissievoorzitter benoemd of
                        aangewezen. Met de invoering van het Zaanstad Beraad is een relatief groot
                        aantal voorzitters nodig om enigszins flexibel een programma met
                        bijbehorende voorzitters te kunnen vaststellen. Ook steunfractieleden kunnen
                        nu deze bijeenkomsten voorzitten. De benoeming doorde raad geeft aan dat de
                        raad aan de voorzitters het gezag zal toekennen dat nodig is om de
                        bijeenkomst te kunnen leiden.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 3 De griffier en de commissiegriffier</tussenkop><al-groep><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Gemeentewet). De
                        griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de
                        raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De
                        Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel
                        107d, eerste lid). In het tweede lid van dit artikel 3 is daarover een
                        bepaling opgenomen.</al><al>Ten behoeve van de bijeenkomsten in het Zaanstad Beraad is in lid 4 van dit
                        artikel 3 de bijstand van een griffiemedewerker geregeld. In de
                        ambtsinstructie voor de griffier heeft de raad de taken van de griffier
                        vastgesteld. In het mandaatbesluit heeft de raad de personele
                        aangelegenheden van de raadsgriffie aan de griffier gemandateerd, waardoor
                        de griffier de in het vierde lid van dit artikel 3 bedoelde
                        commissiegriffiers kan aanwijzen.</al><al>In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde en
                        zesde lid van dit artikel 3 een bepaling opgenomen met betrekking tot het
                        deelnemen van de griffier resp. de commissiegriffier aan de
                        beraadslaging.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 4 Het college</tussenkop><al>In VNGmodel staat dat de collegeleden uitgenodigd kunnen worden, en in ons
                    RvO2005 is een uitnodiging afhankelijk van de te behandelen agendapunten. Een
                    doorlopende uitnodiging zoals nu opgenomen is attenter, gemakkelijker, en past
                    beter in de Zaanse praktijk.</al><tussenkop>Artikel 5 De secretaris</tussenkop><al>De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college
                    en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan
                    het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van
                    de raad. De secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Dit
                    houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te
                    zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris
                    opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te
                    nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en
                    informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen
                    aan een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie. In de
                    Verordening op de fractieondersteuning (april 2007) is de ambtelijke bijstand
                    voor de raad door de gemeentesecretaris en/of zijn ambtenaren nader
                    geregeld.</al><tussenkop>Artikel 6 Het presidium</tussenkop><al-groep><al>Het presidium heeft een procedurele rol. Omdat het presidium is samengesteld
                        uit fractievoorzitters kunnen er in de vergaderingen zonodig ook andere
                        overlegonderwerpen, relevant voor fractievoorzitters, geagendeerd worden.
                        Wat betreft de inhoudelijke aspecten dient het presidium niet meer dan een
                        ondergeschikte rol te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er
                        binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, wat in strijd is
                        met de Grondwet die het primaat expliciet bij de raad legt (artikel 125,
                        eerste lid Grondwet).</al><al>Vanwege zijn ondersteunende rol voor de raad is de griffier bij het
                        presidium aanwezig.</al><al>Vanwege de relatie met werkzaamheden van de agendacommissie kan gezamenlijk
                        overleg gewenstzijn. Voor de onderwerpen "agendering begroting" en
                        "agendering jaarrekening" is dat in artikel 58en 59 van dit reglement ook
                        vastgelegd.</al><al>Vanwege de aard van de werkzaamheden (raadsaangelegenheden) is geregeld dat
                        vervanging vaneen fractievoorzitter alleen kan door een raadslid, en niet
                        door een steunfractielid.</al><al>Om de positie van minderheden te beschermen en om de betrokkenheid van elke
                        fractie bij raadsaangelegenheden te ondersteunen heeft in het presidium elke
                        fractie een stem die even zwaar weegt. Bovendien heeft de minister van
                        Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een brief (april 2008) laten
                        weten dat een zogenoemde gewogen stemming slechts mogelijk is als de
                        wetgever dat uitdrukkelijk zou hebben geregeld, en dat is niet het geval. De
                        toegevoegde regel betreffende heroverweging van het besluit wanneer dit niet
                        overeenkomt met de mening van de getalsmatige meerderheid van de raad wordt
                        al enige jaren in praktijk gebracht in het presidium van Zaanstad.</al><al>Deze regel verwijst er naar dat beslissingen van het presidium, bijvoorbeeld
                        over de agenda of orde van raadsvergaderingen, bij ordevoorstel of motie in
                        de vergadering van de gemeenteraad ter stemming gebracht en uiteindelijk
                        door de getalsmatige meerderheid beslist kunnen worden. Het kan van wijsheid
                        getuigen dat de leden van het presidium daar op anticiperen.</al><al>Hoe de verslaglegging van de vergaderingen van het presidium plaatsvindt, is
                        in het reglement niet geregeld. Het presidium is een functioneel, intern
                        beraad waarvan de vergaderingen niet voor publiek zijn opengesteld. De
                        procedurele en procesmatige afspraken die in de vergaderingen gemaakt
                        worden, worden direct gecommuniceerd naar de betrokkenen, veelal richting de
                        raadsleden maar zonodig ook in de openbaarheid.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 7 De agendacommissie</tussenkop><al-groep><al>Beoogd wordt een kleine en snelwerkende agendacommissie, die met
                        inhoudelijke kennis van zaken kan anticiperen op de politieke zwaarte die
                        fracties aan de te agenderen onderwerpen zullen toekennen. Het is belangrijk
                        dat de agendacommissie die inschatting goed maakt en omzet in
                        behandelprocedures, tijdstippen en vergaderduur. Maar anderzijds zijn er ook
                        vangnetten wanneer de raadsleden (in meerderheid) de agendering toch anders
                        willen, zoals ordevoorstellen in de raad en opnieuw agenderen in Zaanstad
                        Beraad.</al><al>De samenstelling van de agendacommissie is zo klein mogelijk gehouden,
                        waarbij er van uit gegaan wordt dat een raadslid deel uitmaakt van de
                        coalitiefracties en een raadslid van de fracties van de oppositie.</al><al>Er is bewust niet geregeld dat er plaatsvervangers worden aangewezen. Het
                        gaat immers niet om de verdediging van belangen of posities maar om inzicht
                        en wijsheid. Bij incidentele afwezigheid van een lid van de agendacommissie
                        is vervanging door een persoon die niet ingewerkt is niet zinvol. Bij
                        structurele afwezigheid kan de raad de situatie op dat moment oplossen met
                        de benoeming van een nieuw lid.</al><al>Wat betreft de verslaglegging van de vergaderingen van de agendacommissie
                        geldt hetzelfde als bij het presidium.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 8 Commissies</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om aan te geven dat de raad altijd "officiële"
                    raadscommissies kan instellen wanneer informele overleggen of de bijeenkomsten
                    in het Zaanstad Beraad niet voldoen. Bijvoorbeeld bij bijzondere opdrachten,
                    zoals de vertrouwenscommissie bij een burgemeestersvacature, of de
                    auditcommissie. Wanneer de raad een dergelijke commissie instelt wordt bij
                    verordening tevens de opdracht, de samenstelling en de werkwijze
                    vastgesteld.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden, fracties, steunfractieleden, en
                    benoeming wethouders</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging nieuwe leden</tussenkop><al-groep><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                        benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit
                        benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De
                        benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2
                        Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden
                        aan de raad stukken overgelegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de
                        eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende
                        stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij
                        bekleedt, een uittrekstel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en
                        -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet
                        aan de vereisten van artikel 10, tweede lid Gemeentewet (artikel V3
                        Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare
                        vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15,
                        derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer
                        bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie
                        welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel
                        mondeling als schriftelijk.</al><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de
                        voorzitter een commissie instelt, die het zogenoemde geloofsbrievenonderzoek
                        verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft
                        benoemd. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop
                        van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de
                        eerste samenkomst van de nieuwe raad na verkiezingen. Het onderzoek van de
                        geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten
                        en van de lijstverbindingen.</al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van
                        zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling
                        van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na
                        een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de
                        raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De
                        voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling
                        kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de
                        raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van
                        de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                        raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                        vastgelegd.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 10 Fractie</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel wordt geregeld wat onder een fractie moet worden verstaan. De
                        Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel
                        33 tweede lid uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde
                        groeperingen.</al><al>Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen,
                        worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als een fractie
                        beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding
                        die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie
                        tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de
                        burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding
                        boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de
                        fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop van een
                        zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een
                        dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie
                        plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter
                        mede.</al><al>Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit
                        een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich
                        aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is
                        dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen. De
                        Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet
                        bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor
                        ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of
                        zelfstandig verder te gaan.</al><al>Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de
                        fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen
                        zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van
                        fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen.
                        Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is
                        gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan
                        mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Gevolgen van
                        fractieafsplitsing en ontstaan nieuwe fractie zijn onder meer wijzigingen in
                        de fractievergoeding, nieuwe steunfractieleden inclusief vergoeding, en de
                        toetreding van een nieuwe fractievoorzitter in het presidium, een en ander
                        conform dit reglement van orde en de verordening op de
                        fractieondersteuning.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 11 Toelating en ontslag steunfractieleden</tussenkop><al>Met de invoering van het Zaanstad Beraad is beoogd veel van het raadswerk te
                    concentreren op een avond in de week. Dat kan betekenen dat fracties zich willen
                    of moeten laten bijstaan door zogenoemde steunfractieleden voorzover het gaat om
                    informatieverwerving en meningsvorming. De positie en de rechten van
                    steunfractieleden zijn ook vastgelegd in de Verordening op de
                    fractieondersteuning. In dit Reglement van Orde wordt de toelating en ontslag
                    van steunfractieleden geregeld.</al><tussenkop>Artikel 12 Benoeming wethouder</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet
                        vloeit het geloofsbrieven onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de
                        wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de
                        Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld
                        worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De
                        formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de
                        vereisten voor het raadslidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41 b en
                        41 c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een
                        commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit
                        artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de
                        raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en nevenfuncties dienen immers
                        opnieuw beoordeeld te worden.</al><al>Het tweede lid opent de mogelijkheid dat de raad nadere criteria vaststelt
                        voor de benoeming van een wethouder, wanneer daar bij de vervulling van een
                        incidentele vacature of na raadsverkiezingen behoefte aan is.</al></al-groep><tussenkop>Hoofdstuk 3 Raadsvergaderingen</tussenkop><al-groep><al>In dit hoofdstuk wordt de gang van zaken met betrekking tot de
                        raadsvergaderingen geregeld, ingedeeld in drie paragrafen:</al><lijst><li nr="1."><al>tijdstip van vergaderen, en de te treffen voorbereidingen zoals het
                                verzenden van de agendastukken en de verslaglegging van de
                                vergaderingen</al></li><li nr="2."><al>de orde van de raadsvergadering zoals het quorum en de wijze van
                                vergaderen</al></li><li nr="3."><al>de procedures bij stemmingen</al></li></lijst></al-groep><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 13 vergadertijd en plaats</tussenkop><al>Als gevolg van artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij
                    daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of
                    indien tenminste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met
                    opgave van redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de
                    voorzitter in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel
                    mogelijk overleg pleegt met de agendacommissie. Het wijzigen van het aanvangsuur
                    is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het
                    raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie.</al><tussenkop>Artikel 14 Oproep en vergaderstukken</tussenkop><al-groep><al>In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester
                        de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering.</al><al>Het eerste lid bepaalt dat de voorzitter tenminste zes dagen voor een
                        vergadering de leden een brief (de schriftelijke oproep) stuurt, waarin de
                        vergadering wordt aangekondigd. Deze termijn is t.o.v. VNGmodel aangepast
                        aan de praktijk in Zaanstad. Omdat er de donderdag voorafgaand aan de
                        raadsvergadering nog een Zaanstad Beraad is waarvan de resultaten doorwerken
                        naar de raadsvergadering, kan de agenda met vergaderstukken voor de
                        raadsvergadering niet eerder dan op vrijdag, dus zes dagen van te voren
                        verstuurd worden.</al><al>Lid 3 van dit artikel sluit aan op de Zaanse praktijk waarin toegevoegde of
                        gewijzigde agendapunten en stukken naar de raadsleden worden gemaild en
                        tegelijkertijd in de postbakjes wordt verspreid en/of op de vergadertafel in
                        de raadzaal worden neergelegd.</al><al>Onder vergaderstukken wordt verstaan het "inhoud voorstel aan Raad" en het
                        bijbehorende "Raadsbesluit".</al><al>De eerste zin van lid 4 over geheime stukken is conform het VNGmodel. Maar
                        in Zaanstad is afgesproken en in het RvO2005 ook vastgelegd dat in principe
                        de griffier geheime stukken aan de leden toestuurt i.e. via de postbakjes
                        verspreidt. In voorkomende gevallen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om
                        omvangrijke stukken met veel cijfermatige informatie, kan de griffier
                        besluiten om de stukken niet te vermenigvuldigen en toe te zenden maar op de
                        griffie ter inzage te leggen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 15 Agenda</tussenkop><al>In het VNGmodel wordt de mogelijkheid geopend om na de verzending van de agenda
                    nog een aanvullende agenda op te stellen "die ook zicht heeft op de 'waan' van
                    de dag", tot twee dagen voor aanvang van de vergadering. In het reglement van
                    Zaanstad wordt die beperking van twee dagen niet gemaakt. Immers conform lid 3
                    en 4 van dit artikel kan de gemeenteraad zelf in de raadsvergadering beslissen
                    hoe de agenda er uit komt te zien, en kan een onderwerp dat onvoldoende
                    voorbereid is worden terugverwezen naar het Zaanstad Beraad of naar het college.
                    Deze "agenda- en orderechten" van raadsleden zijn het vangnet voor alle
                    beslissingen van de agendacommissie en/of de voorzitter van de raad:
                    uiteindelijk bepaalt de raad zijn eigen agenda.</al><tussenkop>Artikel 16 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel gaat het om de zogenoemde "achterliggende" stukken waarvan
                        vaak in de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen,
                        toelichtende nota's, etc.). Uiteraard dienen alle raadsleden en andere
                        geïnteresseerden de mogelijkheid te hebben om alle stukken desgewenst in te
                        zien. Een stuk is een 'document' in de zin van de Wet openbaarheid van
                        bestuur (WOB). Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend
                        schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten
                        vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander
                        materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor
                        overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda's, notulen,
                        (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in de
                        zin van de WOB. Het kan niet de bedoeling zijn, dat een lid van de raad of
                        een ander het originele stuk mee naar huis neemt. Dit zou betekenen dat
                        andere raadsleden en geïnteresseerden niet meer de mogelijkheid hebben om
                        het document in te zien. Een raadslid of een andere geïnteresseerde mag
                        echter wel een kopie van een ter inzage gelegd stuk maken.</al><al>In de Zaanse praktijk worden de "inhoud voorstel aan Raad" inclusief de
                        achterliggende stukken door het college aan de raad aangeboden, en door de
                        griffie meteen aan de raadsleden doorgestuurd. De raadsleden hebben daardoor
                        de achterliggende stukken in bezit, ruim voordat de agendacommissie de
                        agenda heeft vastgesteld en toegezonden. Veelal vindt ook eerst bespreking
                        plaats in een bijeenkomst van het Zaanstad Beraad (zie hoofdstuk 4 van dit
                        reglement). De achterliggende stukken zijn in toenemende mate ook digitaal
                        te raadplegen. Deze stukken staan op BIS (Bestuursinformatiesysteem) dat via
                        Internet openbaar is, of kunnen daar in worden geplaatst opdat de stukken
                        digitaal openbaar worden.</al><al>Dit artikel over ter inzage leggen van stukken "voor een ieder op het
                        gemeentehuis" komt in de praktijk neer op het verlenen van toegang "voor een
                        ieder" tot alle vergaderstukken en achterliggende stukken.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Het
                        ligt dan ook in de rede dat stukken, die betrekking hebben op de agenda en
                        de voorstellen van de raadsvergadering waaronder ook de stukken die geheim
                        moeten blijven bij hem ter inzage worden gelegd. Op verzoek kan de griffier
                        inzage verlenen aan de leden van de raad en, indien de wet zich daar niet
                        tegen verzet, aan de steunfractieleden,. Zoals ook bij artikel 14 is
                        toegelicht is in Zaanstad de afspraak dat wanneer het gaat om geheime
                        vergaderstukken de griffier de stukken in beginsel toezendt, maar wel kan
                        besluiten, bijvoorbeeld bij (omvangrijke) geheime achterliggende stukken de
                        geheime stukken alleen ter inzage te leggen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 17 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De verplichting
                    om de agenda en stukken ook op het internet te plaatsen stond al in het RvO2005,
                    maar is niet verplicht op grond van de gemeentewet. Vanuit het oogpunt van
                    service aan de burger is dit echter wel gewenst.</al><tussenkop>Artikel 18 Verslaglegging</tussenkop><al>Dit artikel regelt de verslaglegging van de raadsvergadering en de wijze waarop
                    de verslaglegging wordt vastgesteld. Het maken van een "verslag" is niet
                    verplicht. In de Gemeentewet wordt in artikel 23, vijfde lid alleen gesproken
                    over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken. In de Zaanse praktijk
                    wordt naast een schriftelijk verslag (voorheen "notulen") nu ook een
                    besluitenlijst opgesteld en een video/audio opname van de raadsvergadering
                    gemaakt. De besluitenlijst wordt zo snel mogelijk, veelal de eerstvolgende
                    werkdag op de website gepubliceerd, en de video/audio opname wordt live (op
                    internet) uitgezonden. Vertrouwend op de kwaliteit van de besluitenlijst
                    (griffier) en van het schriftelijk verslag (notuleerbureau plus technische
                    correctie van de griffier) kunnen besluitenlijst en schriftelijk verslag
                    gepubliceerd worden voorafgaand aan de definitieve vaststelling in de
                    eerstvolgende raadsvergadering. Dat is in het belang van een snelle en openbare
                    informatievoorziening over het debat en de besluitvorming in de gemeenteraad.
                    Het artikel regelt langs welke weg de "bezwaarmaking" en definitieve
                    vaststelling vervolgens plaatsvindt. Lid 8 van dit artikel maakt nog melding van
                    de noodzaak van archivering. Uitgangspunt blijft het opbergen van het door de
                    raad vastgestelde schriftelijke verslag, ondertekend door voorzitter en
                    griffier, in het fysieke archief van de gemeente Zaanstad. Daarnaast zijn er
                    meerdere mogelijkheden om raadsvergaderingen uit het verleden snel toegankelijk
                    te maken voor alle belangstellenden. De video/audio opname van de
                    raadsvergadering wordt per agendapunt en per spreker doorzoekbaar gemaakt, wordt
                    gekoppeld aan het schriftelijke verslag en (tegen betaling) door een leverancier
                    in een online archief beschikbaar gehouden. Het schriftelijke getekende verslag
                    wordt in het BIS (bestuursinformatiesysteem) van Zaanstad digitaal opgeslagen en
                    eveneens online beschikbaar gehouden. En de schriftelijke verslagen zullen, per
                    jaargang ingebonden,, raadpleegbaar zijn in de leeskamer van de raadsleden.</al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde van de raadsvergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 19 Debat en besluitvorming</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel is afkomstig uit het raadsbesluit van januari 2007 over de
                        werkwijze van het Zaanstad Beraad. Er wordt een onderscheid gemaakt in
                        informatieverwerving (zoals vragen stellen), meningsvorming, en
                        besluitvorming. Met dit artikel wordt aangegeven dat in de raadsvergadering
                        besluitvorming aan de orde is, alsmede (afrondend) debat over onderwerpen
                        die daartoe aangewezen zijn.</al><al>In de Zaanse praktijk wordt eerst over alle daartoe aangewezen onderwerpen
                        gedebatteerd, en daarna over alle op de stemlijst geplaatste onderwerpen
                        gestemd in volgorde van nummering van het raadsbesluit. In een blok stemmen
                        over alle onderwerpen aan het einde van de vergadering is efficiënt en geeft
                        duidelijkheid over tijdstip en aanwezigheid van raadsleden. Ook geeft het de
                        (woordvoerders van de) fracties nog tijd en gelegenheid om in de loop van de
                        avond het stemgedrag te overwegen, een stemverklaring op te stellen, een
                        motie of amendement in te trekken, of anderszins zich voor te bereiden op de
                        stemmingen. Het nadeel kan zijn dat het aanwezige publiek bij de
                        beraadslagingen (het debat) tot het einde van de avond moet wachten om de
                        stemuitslag te vernemen. In voorkomende gevallen kan de raad dit
                        "publieks"belang afwegen tegen de afgesproken werkwijze, en bij ordevoorstel
                        besluiten een uitzondering te maken en meteen na afronding van het debat
                        over een onderwerp over dat onderwerp te besluiten.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 20 Presentielijst</tussenkop><al-groep><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit
                        artikel 20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De
                        handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vastte stellen,
                        dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het
                        stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de
                        Gemeentewet.</al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft.
                        Daarom stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en
                        ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst
                        volledig is en het quorum aanwezig was. De getekende presentielijst wordt
                        bij het te archiveren exemplaar van het vastgestelde schriftelijke verslag
                        gevoegd.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 21 Zitplaatsen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al><tussenkop>Artikel 22 Opening vergadering en quorum</tussenkop><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20
                    ven de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien
                    het vereiste aantal leden niet op komt dagen.</al><tussenkop>Artikel 23 Spreekregels</tussenkop><al-groep><al>Voorheen was het gebruikelijk om in het reglement van orde een tweetal
                        spreektermijnen te regelen, te bepalen dat er in de eerste termijn niet werd
                        geïnterrumpeerd, en te bepalen dat het college na de eerste termijn en na de
                        tweede termijn een reactie geeft. Deze wijze van beraadslaging via
                        "fractierondjes in twee termijnen" is in enkele gemeenten, waaronder ook
                        Zaanstad losgelaten om een effectiever en levendiger politiek debat te
                        kunnen voeren waarin fracties zich niet beperken tot vragen stellen aan het
                        college maar ook onderling in politiek debat gaan en zo vaak het woord
                        kunnen nemen als het debat vraagt en de voorzitter met het oog op
                        herhalingen nog toestaat.</al><al>Dit artikel over spreekregels is een samentrekking van diverse artikelen uit
                        VNG-model, RvO2005, het raadsbesluit van januari 2007 over de werkwijze van
                        het Zaanstad Beraad, en voorbeelden van andere gemeenten. Bij elkaar geeft
                        het artikel de Zaanse praktijk weer. Met dit nieuwe artikel over
                        spreekregels wordt beoogd dat er een levendig en interactief debat kan
                        plaatsvinden, aantrekkelijk en goed te volgen voor het publiek, zonder al te
                        veel herhalingen of lange beschouwingen, maar voortbordurend op de eerdere
                        besprekingen in het Zaanstad Beraad en toegespitst op de te nemen besluiten
                        (lid 3). En waarbij niet meer naar informatie wordt gevraagd maar gesproken
                        wordt aan de hand van informatie die verkregen is in de stukken en in de
                        fase van informatieverwerving (lid 4) De raadsleden en de collegeleden
                        kunnen gelijkelijk het woord vragen aan de voorzitter en aan het debat
                        deelnemen (lid 2), in de regel door achter een van de spreekgestoeltes te
                        gaan staan (lid 1). Om het debat gedisciplineerd te laten verlopen heeft de
                        voorzitter bevoegdheden om in te grijpen, zoals het tijdelijk niet langer
                        toestaan van interrupties, het verzoek om een bijdrage af te ronden en de
                        mogelijkheid het debat te sluiten als de argumenten voldoende zijn gewisseld
                        en er herhalingen dreigen (lid 2 en 5).</al><al>Deze werkwijze staat toe dat er zonder spreektijd gedebatteerd kan worden.
                        Alleen bij uitzondering, bijvoorbeeld bij het debat over de kadernota of de
                        begroting, kan een spreektijdregeling ingesteld worden om te waarborgen dat
                        het debat aan het einde van de vergadertijd ook afgerond is.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 24 Voorstellen van orde</tussenkop><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van
                    een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel
                    niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad
                    sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct,
                    zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het
                    voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing).</al><tussenkop>Artikel 25 Handhaving orde en schorsing</tussenkop><al-groep><al>De bevoegdheid die in het eerste lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                        spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver
                        dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om
                        aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
                        belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde
                        bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Dit artikel is slechts
                        een aanvulling op de Gemeentewet.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van
                        goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de
                        orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune
                        wordt verwezen naar artikel 65 van dit reglement.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 26 Deelname aan de beraadslagingen door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht voor "de leden van het gemeentebestuur en andere
                    personen die deelnemen aan de beraadslaging". De deelname van de burgemeester is
                    geregeld in artikel 21, eerste lid van de Gemeentewet, en de deelname van de
                    wethouder in artikel 4, van de secretaris in artikel 5 en van de griffier in
                    artikel 3 van dit reglement van orde.</al><tussenkop>Artikel 27 Stemverklaring</tussenkop><al>Een Stemverklaring dient kort te zijn en mag niet het karakter krijgen van een
                    heropening van het debat als reactie op voorgaande sprekers. De Stemverklaring
                    wordt gegeven voor de handopsteking, of de hoofdelijke oproep van de leden tot
                    de stemming over dat onderwerp begint.</al><tussenkop>Artikel 28 Beslissing</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht en de argumenten voldoende zijn gewisseld, tenzij de
                    raad anders beslist. Dit artikel legt vast dat ook nog een beslissing over het
                    voorstel (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet
                    worden genomen. De volgende paragraaf van dit hoofdstuk regelt vervolgens in
                    detail de wijze waarop.</al><tussenkop>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Algemene bepalingen over stemming</tussenkop><al-groep><al>Het stemmen in de gemeenteraad is geregeld in de artikelen 27 t/m 32 van de
                        Gemeentewet. Deze paragraaf in het reglement van orde geeft aan hoe de
                        stemming in de Zaanse praktijk verloopt. In voorgaande jaren was een Zaanse
                        praktijk ontwikkeld die op onderdelen niet meer in overeenstemming bleek te
                        zijn met de Gemeentewet, bijvoorbeeld dat raadsleden en fracties zich om
                        politiekinhoudelijke redenen onthielden van stemming. Als resultaat van
                        discussie in het toenmalige presidium is de wijze van stemmen in het RvO2005
                        in detail beschreven en in dit reglement grotendeels overgenomen.</al><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de
                        stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze
                        bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand
                        stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wel kan men
                        aantekening vragen dat men geacht wordt te hebben tegengestemd (derde lid),
                        uiteraard alleen indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en
                        slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Als die uitkomst niet duidelijk is
                        zal de voorzitter stemming verlangen (lid 1). In de Zaanse praktijk
                        geschiedt stemming door handopsteking. En omdat in lid 2 geregeld is "tenzij
                        hoofdelijke stemming wordt verlangd" wordt nog steeds voldaan aan de
                        vereisten van de Gemeentewet. Beide vormen van stemming worden beschreven in
                        lid 5 t/m 10. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond
                        van artikel 28 Gemeentewet (de schijn van belangenverstrengeling), en deze
                        beslissing is voorbehouden aan het individuele raadslid. In alle andere
                        gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen.
                        Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient
                        duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de
                        achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. Bij staking
                        van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing.
                        Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn
                        verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                        besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen
                        staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 30 Stemmingen over amendementen en moties</tussenkop><al>In dit artikel wordt een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en
                    een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming
                    over het onderliggende voorstel. In Zaanstad is het gebruikelijk om ook de
                    moties eerst in stemming te brengen, en daarna te stemmen over het gehele
                    raadsbesluit (al dan niet geamendeerd). Dit is in afwijking van het VNG-model
                    waarin, omdat een motie niet strekt tot wijziging van het besluit maar alleen
                    nog iets meegeeft wat niet (juridisch) nageleefd behoeft te worden, over zo een
                    motie een apart besluit wordt genomen nadat de besluitvorming over het
                    aanhangige voorstel is afgerond. In Zaanstad prevaleert de gedachte dat pas na
                    de beslissing over de moties de gehele context van het te nemen raadsbesluit
                    bekend is. Deze context wordt van belang geacht om het uiteindelijke stemgedrag
                    inzake het aanhangige voorstel te bepalen, en dientengevolge wordt er over de
                    bij het raadsvoorstel behorende moties eerst gestemd.</al><tussenkop>Artikel 31 Stemming over personen</tussenkop><al>Eind 2005 is de Gemeentewet gewijzigd wat betreft het stemmen over personen.
                    Voorheen was bepaald dat dit schriftelijk dient te geschieden middels
                    stembriefjes, nu vermeldt artikel 31, eerste lid alleen dat stemming over
                    personen geheim is. Gemeenten kunnen dus ook middels een middels een
                    elektronisch stemsysteem stemmen over personen, mits de geheimhouding
                    gewaarborgd is. Dit reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door
                    middel van een behoorlijk ingevuld stembriefje. Wat onder een (niet) behoorlijk
                    ingevuld stembriefje moet worden verstaan is niet in de wet geregeld. In lid 5
                    van dit reglement wordt dit nader uitgewerkt. Daarbij is van belang dat een
                    voordracht voor de raad bindend is: de raad heeft slechts keus tussen degenen
                    die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling daarentegen is een voorstel
                    waarvan de raad mag afwijken, een zogeheten vrije stemming. Is er twijfel over
                    het stembriefje, dan heeft de raad het laatste woord (lid 6).</al><tussenkop>Artikel 32 Herstemming over personen </tussenkop><tussenkop>Artikel 33 Beslissing door het lot</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting en zijn conform het VNGmodel en
                    RvO2005</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Zaanstad Beraad</tussenkop><al>In dit hoofdstuk wordt het Zaanstad Beraad vastgelegd, zoveel mogelijk naar
                    analogie van het hoofdstuk 3 over de raadsvergaderingen, in twee
                    paragrafen:</al><lijst><li nr="1."><al>tijdstip van vergaderen en de te treffen voorbereidingen, zoals het
                            verzenden van de agendastukken en de verslaglegging van de
                            vergaderingen</al></li><li nr="2."><al>de orde van de bijeenkomsten</al></li></lijst><al>De avonden van het Zaanstad Beraad zijn mede ingesteld om het contact met
                    burgers en instellingen te vergroten. De avonden moeten gemakkelijk toegankelijk
                    te zijn voor derden, en zijn daarom informeel, open en laagdrempelig
                    georganiseerd.</al><tussenkop>Artikel 34 Vergadertijd en plaats</tussenkop><al>In tegenstelling tot de raadsvergadering (artikel 13) is het niet de voorzitter
                    van de raad die in bijzondere gevallen een andere dag, aanvangsuur of
                    vergaderlocatie kan vaststellen, maar de agendacommissie die indien nodig een
                    andere tijd en plaats vaststelt. Dat zit in het verschil in status van de
                    raadsvergadering (besluitvormend) en het Zaanstad Beraad (informatief en
                    meningsvormend). Naast het reguliere Zaanstad Beraad of een extra Zaanstad
                    Beraad op een ander tijdstip (meestal dinsdagavond) wordt in lid 3 ook de
                    mogelijkheid genoemd van een "nevenprogramma" wanneer het bijvoorbeeld gaat om
                    bijeenkomsten ter verdieping of nadere oriëntatie op een onderwerp, die ook qua
                    tijdsduur niet zouden passen in een regulier Zaanstad Beraad op de
                    donderdagavond.</al><tussenkop>Artikel 35 Oproep en programma</tussenkop><tussenkop>Artikel 36 Vergaderstukken</tussenkop><tussenkop>Artikel 37 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Deze artikelen zijn voor zoveel als mogelijk is analoog aan artikel 14 "oproep
                    en vergaderstukken", artikel 15 "agenda" en 16 "ter inzage leggen van stukken",
                    zodat grotendeels kan worden verwezen naar de toelichting bij die artikelen. Een
                    belangrijk verschil is de betekenis van het begrip "vergaderstukken", dat in de
                    context van het Zaanstad Beraad betrekking heeft op de zogenoemde "lichtgroene
                    stukken". Dat zijn de voorstellen die ter besluitvorming of zienswijze worden
                    aangeboden, in de regel door het college, maar ook fractie(s), burgemeester en
                    griffier, presidium, voorzitter &amp; secretaris van een raadscommissie kunnen
                    vergaderstukken toesturen. Dat betreft een "inhoud voorstel aan de raad" of een
                    "inhoud voorstel aan B&amp;W" als het gaat om een zienswijze, en in veel
                    gevallen nog geen toelichtende notitie, een beleidsnota, een bestemmingsplan
                    o.i.d. In de Zaanse praktijk worden deze stukken meteen na ontvangst door de
                    griffie doorgestuurd aan de raadsleden en steunfractieleden, en op het BIS
                    geplaatst. Artikel 36 regelt nu dat agendering van een dergelijk vergaderstuk in
                    het Zaanstad Beraad plaatsvindt tenminste 8 werkdagen (twee weekends) nadat het
                    vergaderstuk verzonden is. Het programma van het Zaanstad Beraad, en de agenda
                    met de bijbehorende raadsnotitie ter toelichting op de bijeenkomst waarin het
                    betreffende vergaderstuk wordt behandeld kan niet eerder dan zes dagen
                    voorafgaand aan het Zaanstad Beraad worden verzonden (artikel 35). Het
                    betreffende vergaderstuk is dan evenwel al langer in bezit. De vergaderstukken
                    kunnen na behandeling in het Zaanstad Beraad op de raadsagenda worden geplaatst.
                    In de context van de raadsvergadering wordt onder vergaderstukken verstaan het
                    "inhoud voorstel aan raad" en het bijbehorende "raadsbesluit". De overige
                    stukken zijn dan de "achterliggende stukken" geworden. Deze zijn dan feitelijk
                    al veel eerder in het bezit van de raadsleden en digitaal beschikbaar via BIS,
                    dan de toezending van de "raadsagenda met vergaderstukken" zes dagen voorafgaand
                    aan de raadsvergadering.</al><tussenkop>Artikel 38 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Dit artikel is analoog aan artikel 17 "openbare kennisgeving" uit hoofdstuk 3
                    voor de raadsvergadering, maar met de belangrijke toevoeging dat
                    belangstellenden kunnen deelnemen aan het Zaanstad Beraad en spreekrecht
                    hebben.</al><tussenkop>Artikel 39 Verslaglegging</tussenkop><al>Dit artikel regelt de verslaglegging van de bijeenkomsten van het Zaanstad
                    Beraad en de wijze waarop de verslaglegging wordt vastgesteld. Omdat de meeste
                    bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad een voorbereiding vormen op de
                    besluitvorming in de gemeenteraad heeft de verslaglegging een ander doel dan de
                    verslaglegging van de raadsvergaderingen. Om als geheugensteuntje te kunnen
                    dienen waar het gaat om de meningen van fracties en college die in eerste
                    instantie geuit zijn, moet de verslaglegging van het Zaanstad Beraad vooral snel
                    zijn. In de praktijk zijn de besluitenlijsten gereed binnen 2 à 3 werkdagen na
                    de Zaanstad Beraad bijeenkomsten, en daarmee minimaal 2 à 3 werkdagen
                    voorafgaand aan de raadsvergadering waar de fracties middels hun stemgedrag een
                    definitief standpunt innemen. De verslaglegging moet accuraat en correct zijn
                    waar het gaat om zaken die voor raadpleging ook in de verdergelegen toekomst van
                    belang zijn, zoals de gemaakte afspraken en gedane toezeggingen, en de formele
                    gegevens van de bijeenkomst. In lid 1, basisvereisten van de besluitenlijst, en
                    lid 3 van dit artikel is dat geregeld, alsmede in lid 4 t/m 6 over de wijze van
                    vaststelling van de besluitenlijst. In lid 2 van het artikel wordt geregeld dat
                    de agendacommissie kan besluiten een zwaardere vorm van verslaglegging te laten
                    maken van een bepaalde bijeenkomst. De praktijk zal moeten gaan uitwijzen onder
                    welke omstandigheden dat gewenst wordt geacht.</al><tussenkop>Paragraaf 2: Orde van de bijeenkomsten</tussenkop><tussenkop>Artikel 40 Informatie en meningsvorming</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel is afkomstig uit het raadsbesluit van januari 2007 over het
                        Zaanstad Beraad. Met dit artikel wordt aangegeven en uitgewerkt dat in het
                        Zaanstad Beraad geen besluitvorming plaatsvindt -daartoe zou een
                        raadsvergadering uitgeschreven moeten worden - maar bijeenkomsten ten
                        behoeve van informatieverwerving en meningsvorming.</al><al>In het Zaanstad Beraad vinden meer activiteiten plaats dan de bijeenkomsten
                        want er is ruimte voor marktkraampjes, presentaties, en informele gesprekken
                        van de raadsleden met burgers, instellingen, ambtenaren en wethouders. De
                        rechten en middelen van burgers zijn apart geregeld in hoofdstuk 6 van dit
                        reglement. De aanwezigheid van ambtenaren vloeit voort uit het recht van
                        raadsleden op ambtelijke bijstand, geregeld in de Verordening op de
                        fractieondersteuning.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 41 Deelname aan de bijeenkomst </tussenkop><tussenkop>Artikel 42 Zitplaatsen</tussenkop><al>Deze artikelen zijn een weergave van de Zaanse praktijk en behoeven geen verdere
                    toelichting.</al><tussenkop>Artikel 43 Spreekregels</tussenkop><al>Het spreken vanaf de zitplaats aan een gangbare vergadertafel (lid 1) is bedoeld
                    om het minder formele en open karakter van de bijeenkomsten vorm te geven. Als
                    de bijeenkomst plaatsvindt in de raadzaal of op een andere locatie wordt naar
                    bevind van zaken gehandeld, en beslist de voorzitter. Lid 2, 3 en 4 zijn gelijk
                    aan de debatregels voor de raadsvergadering. Ook in het Zaanstad Beraad zijn
                    deze regels niet bedoeld om de vrijheid van meningsuiting van de woordvoerders
                    in te perken, maar om de voorwaarden te scheppen voor een levendig en
                    interactief debat. De voorzitters in het Zaanstad Beraad hebben eveneens de
                    bevoegdheden om het debat geordend te laten verlopen. Zie ook de toelichting bij
                    artikel 23 over de spreekregels van de raadsvergadering. Voor insprekers is een
                    spreektijd van 5 minuten opgenomen. In de praktijk wordt er, gezien de
                    bedoelingen van het Zaanstad Beraad, naar gestreefd dat insprekers maximaal aan
                    bod kunnen komen; niet alleen in de bijeenkomst zelf (het inspraakgesprek) maar
                    juist ook in het informele gesprek met de raadsleden in de foyer en in de
                    mogelijkheid van informatiekraampjes en presentaties. Ook zal de agendacommissie
                    bij veel insprekers extra ruimte in het programma vrij kunnen maken. Desondanks
                    is het met het oog op het beheersen van de vergaderduur van inspraakgesprekken
                    bij meerdere insprekers nodig een regel te hebben over de inspreektijd, zie ook
                    artikel 63 over het spreekrecht voor burgers.</al><tussenkop>Artikel 44 Handhaving orde en schorsing</tussenkop><al>De voorzitter van de bijeenkomsten heeft in dit artikel dezelfde bevoegdheden
                    gekregen als de voorzitter van de raad in artikel 25 over handhaving en
                    schorsing. Lid 3 van artikel 25 (schorsing tijdens de beraadslaging) is in de
                    bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad niet aan de orde.</al><tussenkop>Artikel 45 Voortgangsbeslissingen</tussenkop><al-groep><al>In de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad kan de raad geen besluiten
                        nemen, daarvoor is een raadsvergadering noodzakelijk. Maar in de
                        bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad moeten wel besluiten genomen worden
                        over de voortgang van een onderwerp, over de afronding van een discussie
                        over een zienswijze, en dergelijke. In dit artikel is aangegeven wat de
                        vervolgstappen zijn en wie daarvoor het initiatief kunnen nemen.</al><al>Om een heldere conclusie zeker te stellen krijgt de voorzitter in lid 6 van
                        dit artikel de verantwoordelijkheid om de Voortgangsbeslissingen te nemen.
                        In de Zaanse praktijk wordt er naar gestreefd een onderwerp pas dan in het
                        Zaanstad Beraad af te ronden en naar de raadsvergadering te brengen wanneer
                        alle fracties van mening zijn dat zij het onderwerp voldoende hebben kunnen
                        voorbereiden en behandelen (lid 2), en een onderwerp ook op de debatagenda
                        te plaatsen wanneer slechts 1 fractie dat zou wensen (lid 3). Er kunnen
                        echter ook andere belangen en overwegingen zijn, bijvoorbeeld een
                        tijdslimiet die niet gepasseerd kan worden. In deze gevallen zal de
                        voorzitter er voor moeten zorgen dat elke fractie zijn belang of mening kan
                        uiten en vervolgens een afweging maken. De zinsnede in lid 6 over de
                        ingeschatte getalsmatige meerderheid van de raad verwijst er naar dat
                        dergelijke beslissingen vaak bij ordevoorstel of motie in de vergadering van
                        de gemeenteraad ter stemming gebracht en doorde getalsmatige meerderheid
                        beslist kunnen worden. Het getuigt van wijsheid dat de voorzitter daar op
                        anticipeert.</al></al-groep><tussenkop>Hoofdstuk 5 Instrumenten van de raad en rechten van de leden</tussenkop><al-groep><al>In dit hoofdstuk komen eerst de rechten van de raadsleden en instrumenten
                        met betrekking tot de raadsvergadering aan de orde in artikel 46 t/m 53.
                        Daarna volgen aanvullende rechten/instrumenten speciaal voor het Zaanstad
                        Beraad (artikel 54 t/m 56). Tot slot worden in dit hoofdstuk nog een viertal
                        onderwerpen geregeld (ingekomen stukken, procedure begroting, procedure
                        jaarrekening, lidmaatschap van andere organisaties) die op een andere plaats
                        staan in VNGmodel en RvO2005 maar ook goed onder deze (nieuwe)
                        hoofdstuktitel vallen.</al><al>In afwijking van VNGmodel en RvO2005 zijn de voorstellen van orde niet in
                        dit hoofdstuk 5 opgenomen. Deze staan nu in de paragrafen over de orde van
                        respectievelijk de raadsvergadering (hoofdstuk 3 artikel 25) en van het
                        Zaanstad Beraad (hoofdstuk 4 artikel 45).</al></al-groep><tussenkop>Artikel 46 Amendementen</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel is conform VNGmodel en RvO2005.</al><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet.
                        Dit artikel verplicht de raad een amendement te behandelen, en daarvoor
                        nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in het tweede tot en met
                        het vierde lid.</al><al>Met een amendement kunnen leden van de raad aan de raad wijzigingen op het
                        voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen. Met het
                        amendement wordt een voorgestelde besluitregel gewijzigd, geschrapt, of kan
                        een nieuwe besluitregel toegevoegd. Wanneer een amendement is ingediend, kan
                        dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een
                        wijziging voor te stellen, het subamendement.</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel
                        30. Een amendement inhoudende een voorstel tot splitsing van een
                        voorgestelde beslissing waarover dan afzonderlijke stemming zal plaatsvinden
                        (lid 1 van dit artikel) kan in de Zaanse praktijk mondeling worden
                        voorgelegd aan de raad en kan, indien aangenomen door de raad, meebrengen
                        dat een onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard.</al><al>Om alle individuele raadsleden en kleine fracties in staat te stellen actief
                        deel te nemen aan de beïnvloeding van de besluitvorming is er geen
                        zogenaamde drempelsteun opgenomen (aantal raadsleden of fracties dat
                        amendement moet steunen om ingediend te kunnen worden).</al><al>In de Zaanse praktijk kan een voorgenomen amendement voorafgaand aan de
                        vergadering bij de raadsgriffie worden bekend gemaakt, die het amendement
                        verspreidt en op de stemlijst plaatst. Het amendement wordt geacht te zijn
                        ingediend mits de indiener, zoals lid 1 van dit artikel vraagt, ter
                        vergadering aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. In de praktijk
                        zal de indiener in het debat zijn amendement noemen en zo nodig toelichten.
                        Het is niet nodig dat het amendement in zijn geheel wordt voorgelezen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 47 Motie</tussenkop><al-groep><al>Ook dit artikel is conform VNG-model en RvO2005</al><al>Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om
                        het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard),
                        het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen
                        of om het doen van een verzoek Een motie betreft dus niet een concreet
                        besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische,
                        maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel
                        niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het
                        naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een
                        vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn
                        consequentie trekken.</al><al>Voor wat betreft de stemming over moties wordt verwezen naar artikel 30:
                        over een motie wordt een apart besluit genomen. De beraadslaging vindt
                        plaats gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp. Wat betreft de
                        drempelsteun en de praktische wijze van indienen van een motie geldt
                        dezelfde praktijk als boven beschreven bij het amendement.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 48 Initiatiefvoorstel</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel is conform RvO2005 en wijkt vanwege de rol van de
                        agendacommissie qua redactie enigszins af van VNGmodel.</al><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen.
                        Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of
                        ontwerpbeslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het
                        recht van initiatief toegekend en uitgewerkt in artikel 147a van de
                        Gemeentewet. Dit wetsartikel maakt een onderscheid tussen
                        initiatiefvoorstellen die een verordening zijn en initiatiefvoorstellen niet
                        zijnde een verordening.</al><al>Het tweede lid van artikel 147a van de Gemeentewet bepaalt dat de raad
                        regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening wordt
                        ingediend en behandeld. Het eerste tot en met het vierde lid van artikel 47
                        voorzien hierin.</al><al>Artikel 147a derde lid van de Gemeentewet bepaalt dat de raad voorwaarden
                        kan stellen aan de indiening en behandeling van andere initiatiefvoorstellen
                        (dan verordeningen). Dit is opgenomen in het vijfde lid van het artikel in
                        dit reglement. Bij (aanvullende) voorwaarden kan gedacht worden aan strijd
                        met de wet, het algemeen belang, het belang van de gemeente of het
                        gemeentelijk beleid. De raad zelf bepaalt of een voorstel in strijd is met
                        de wet (bijvoorbeeld de Wet op de ruimtelijke ordening), het algemeen belang
                        (bijvoorbeeld de volksgezondheid), het belang van de gemeente (bijvoorbeeld
                        het terugtrekken uit een publiekprivate samenwerking die gericht is op het
                        renoveren van achtergestelde woonwijken) of het gemeentelijk beleid (het
                        bouwen van een parkeergarage in het centrum als enkele maanden geleden de
                        binnenstad autoluw is gemaakt). Een gewone raadsmeerderheid kan aldus op
                        basis van bovenstaande aanvullende voorwaarden besluiten een
                        initiatiefvoorstel (niet zijnde een verordening) niet in behandeling te
                        nemen. De minister heeft daar desgevraagd over aangegeven (uit toelichting
                        VNG-model): "Het recht op initiatief houdt niet in dat individuele
                        raadsleden en raadsminderheden het recht moeten hebben om onderwerpen op de
                        agenda van de raad te plaatsen maar het houdt in dat zij in beginsel invloed
                        moeten kunnen hebben op de agenda. Het is immers aan de raad om, aan het
                        begin van de raadsvergadering, met meerderheid van stemmen, de agenda vast
                        te stellen. Het is dan ook de raad die beslist welke onderwerpen worden
                        behandeld. Zou elk individueel raadslid het recht toekomen om agendapunten
                        voor de vergadering aan te dragen dan zou het effectief functioneren van de
                        raad in gevaar kunnen komen. Een raadsminderheid die bij herhaling
                        onderwerpen op de agenda plaatst, waarover de raadmeerderheid niet wenst te
                        beraadslagen, kan de besluitvorming van de raad ernstig belemmeren".</al><al>Een initiatiefvoorstel hoeft formeel niet langs het college, maar het kan
                        raadzaam zijn het initiatiefvoorstel ook aan het college voor te leggen voor
                        advies, bijvoorbeeld bij personele en financiële consequenties (lid 2).</al><al>Het zesde lid is toegevoegd omdat de gedualiseerde Gemeentewet de
                        mogelijkheid geeft een wethouder na een motie van wantrouwen te ontslaan
                        (artikel 49 Gemeentewet). In de oude Gemeentewet was een afkoelingstermijn
                        van 30 dagen opgenomen. Zonder de bepaling in het zesde lid is deze
                        ontslagmogelijkheid niet mogelijk door de procedure regels van het reglement
                        van orde.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 49 Raadsvoorstel</tussenkop><al-groep><al>In het VNGmodel heeft dit artikel de titel "collegevoorstel". In de Zaanse
                        praktijk verschijnen deze voorstellen van het college aan de raad sinds jaar
                        en dag als raadsvoorstellen op de agenda. Het is ook mogelijk dat anderen,
                        bijvoorbeeld het presidium, of voorzitter en griffier, een voorstel doen aan
                        de raad. Als niet het college maar anderen de indiener zijn van een
                        raadsvoorstel geldt naar analogie hetzelfde als nu in dit artikel geregeld
                        is voor het college.</al><al>Waar het in dit artikel om gaat is het agenderingsrecht van de raad. De raad
                        is de enige die een voorstel kan agenderen, en zal daarom toestemming moeten
                        geven wanneer het college (of een andere indiener) verdere behandeling niet
                        wenselijk vindt en het voorstel wil intrekken.</al><al>Indien de raad van oordeel is dat het voorstel niet voldoende is voorbereid
                        of onderbouwd kan de raad het voorstel terugzenden en bepalen wanneer het
                        voorstel opnieuw wordt behandeld. De raad kan dat in dezelfde vergadering
                        regelen, maar uiteraard ook aan de agendacommissie overlaten.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 50 Interpellatie</tussenkop><al-groep><al>In artikel 155 van de Gemeentewet is neergelegd dat een lid van de raad aan
                        het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk vragen kan stellen
                        (lid 1) en dat een lid van de raad aan de raad verlof kan vragen tot het
                        houden van een interpellatie over een onderwerp dat niet staat vermeld op de
                        agenda (lid 2).</al><al>Het schriftelijke en mondelinge vragenrecht dat uit dit wetsartikel
                        voortvloeit is geregeld in artikel 51 (schriftelijke vragen) en 55
                        (rondvraag) en 56 (actualiteiten) van dit reglement. Het interpellatierecht
                        ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht.</al><al>De minister heeft m.b.t. het verlof vragen aan de raad desgevraagd
                        aangegeven (uit toelichting VNG-model) dat de raad de ruimte heeft eigen
                        beleid te ontwikkelen, waardoor de raad dus de vrijheid heeft om te bepalen
                        dat een raadsmeerderheid nodig is om een interpellatiedebat te houden. De
                        minister juicht dit echter niet toe. Voor de democratie lijkt het hem goed
                        om de regels van de Tweede Kamer te volgen. Dit houdt in dat de toestemming
                        van een betekenende minderheid (ondersteuning door 30 van de 150 leden)
                        volstaat. In de Zaanse praktijk komt dit middel van een "gekwalificeerde
                        minderheid" wat geforceerd over, omdat de gemeenteraad in de regel zonder
                        stemming het houden van een interpellatie toestaat. Wel komt het voor dat er
                        discussie is of het instrument interpellatie goed gebruikt wordt ten
                        opzichte van de andere instrumenten zoals rondvraag in het Zaanstad Beraad
                        en schriftelijke vragen. Een interpellatie heeft het karakter van het
                        ondervragen en ter verantwoording roepen van het college (of de
                        burgemeester) op een belangrijk en politiek gevoelig onderwerp dat actueel
                        is, met de mogelijkheid om de interpellatie af te ronden met een uitspraak
                        van de raad (motie). In allerlei andere gevallen is agendering in het
                        Zaanstad Beraad als een aparte "rondvraag" bijeenkomst een instrument dat
                        beter past bij de aard van de gevraagde informatie, en ook meer gericht is
                        op het voeren van een discussie tussen fracties en wethouder dan op het
                        uitspreken van een oordeel. Zie artikel 55.</al><al>Voorheen werd in dit artikel een voor de interpellatie specifieke
                        spreekregel neergelegd. In de huidige werkwijze is dat niet meer nodig en
                        gelden de spreekregels voor het debat van artikel 23.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 51 Schriftelijke vragen</tussenkop><al-groep><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te
                        vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de
                        burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van
                        informatieve strekking. De verantwoordelijke portefeuillehouder dient de
                        vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen, indien de beantwoording niet
                        binnen de gestelde termijn van dertig dagen nadat de vragen zijn
                        binnengekomen kan plaatsvinden.</al><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid
                        gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het
                        antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de
                        beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij
                        het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp
                        of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.</al><al>Dit artikel is conform RvO2005 en stond in de Zaanse praktijk bekend als
                        "het stellen van artikel 40 vragen". Van de mogelijkheid om de schriftelijke
                        vragen mondeling te beantwoorden in de eerstvolgende raadsvergadering wordt
                        in de Zaanse praktijk geen gebruik gemaakt. Daarvoor leent zich nu artikel
                        55 over de rondvraag beter, omdat in de bijeenkomst van het Zaanstad Beraad
                        discussie over de beantwoording mogelijk is.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 52 Inlichtingen</tussenkop><al>In dit artikel, conform VNG-model en RvO2005, wordt een procedurele uitwerking
                    gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten
                    opzichte van de raad, zoals vastgelegd in artikel 169 (college) en artikel 180
                    (burgemeester) van de gemeentewet. In het tweede lid van beide wetsartikelen is
                    neergelegd dat college respectievelijk burgemeester de raad alle inlichtingen
                    geeft die voor de uitoefening van zijn taak nodig zijn. In het derde lid van
                    deze wetsartikelen wordt geregeld dat zij de door een of meer leden van de raad
                    gevraagde inlichtingen schriftelijk of mondeling verstrekken, tenzij dit in
                    strijd is met het openbaar belang. De procedurele uitwerking van deze
                    wetsartikelen 169 en 180 in artikel 52 van dit reglement verschilt feitelijk
                    niet zo veel van de schriftelijke vragen in artikel 51 die een procedurele
                    uitwerking zijn van artikel 155 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 53 Onderzoek</tussenkop><al>Dit artikel is conform RvO2005 en verwijst naar het recht van de gemeenteraad om
                    een onderzoek in te stellen naar het door het college of de burgemeester
                    gevoerde bestuur, zoals is neergelegd in artikel 155a en verder van de
                    Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 54 Agenda-initiatief </tussenkop><tussenkop>Artikel 55 Rondvraag </tussenkop><tussenkop>Artikel 56 Actualiteiten</tussenkop><al-groep><al>Deze artikelen zijn nieuw en reglementeren de gegroeide werkwijze in het
                        Zaanstad Beraad. Het betreffen varianten op de instrumenten van de raad en
                        de rechten van raadsleden om onderwerpen en voorstellen te agenderen en
                        vragen te stellen aan het college en burgemeester. Het agenda-initiatief, de
                        rondvraag en de actualiteiten zijn bedoeld als instrumenten voor de
                        bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad en kunnen niet in de raadsvergadering
                        gebruikt worden. Het gaat in deze artikelen niet om informatieve vragen die
                        ook via ambtelijke bijstand opgelost kunnen worden of die informeel aan de
                        wethouder gesteld kunnen worden.</al><al>Wanneer een fractie een vraag om politieke redenen in het openbaar wil
                        stellen aan het college of de burgemeester kan dat door de vragen bij de
                        agendacommissie in te dienen met het verzoek om een bijeenkomst die in de
                        regel een half uur zal duren. In die bijeenkomst is er tevens gelegenheid om
                        over de verstrekte informatie een discussie met de wethouder en tussen de
                        fracties aan te gaan. Wanneer de vragen en de discussie het karakter hebben
                        van een ter verantwoording roepen en gekoppeld zijn aan het uitspreken van
                        een raadsoordeel is een interpellatie in de raadsvergadering het geëigende
                        middel, zie artikel 50. Maar het is ook mogelijk dat een rondvraag in het
                        Zaanstad Beraad leidt tot een zelfstandige motie of een initiatiefvoorstel
                        voor de raadsvergadering, zie artikel 47 en 48. Als het gaat om een concrete
                        vraag die actueel is en die kort gesteld en beantwoord kan worden, zal de
                        agendacommissie daar ruimte voor maken in het programma van het Zaanstad
                        Beraad, meestal in een apart blokje "actualiteiten".</al><al>Een agenda-initiatief geeft raadsleden het recht om zelf een onderwerp voor
                        het Zaanstad Beraad voor te bereiden en te agenderen. Bijvoorbeeld om
                        informatie die door het college aan de raad ter kennis is gebracht toch te
                        bespreken. Bij een agenda-initiatief beperkt de aanvrager zich niet tot het
                        stellen van vragen aan het college (dan is het een rondvraag conform artikel
                        55) maar geeft de indiener een mening over het onderwerp waarover ook de
                        opvatting of instemming van de andere fracties wordt gevraagd.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 57 Ingekomen stukken</tussenkop><al>In VNGmodel en RvO2005 staat het artikel over ingekomen stukken onder het
                    hoofdstuk Raadsvergadering. In de Zaanse praktijk wordt de lijst van ingekomen
                    stukken gericht aan de raad niet meer in de raadsvergadering behandeld maar
                    opgesteld, vastgesteld en afgedaan volgens de in dit artikel beschreven
                    procedure. De lijst van ingekomen stukken functioneert als een instrument van de
                    raad. Lid 4 van dit artikel geeft de aansluiting met de rechten van de
                    raadsleden naar aanleiding van de ingekomen stukken, zoals het recht tot
                    agenderen en vragen stellen.</al><tussenkop>Artikel 58 Procedure begroting </tussenkop><tussenkop>Artikel 59 Procedure jaarrekening</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting. In de Zaanse praktijk wordt ook
                    de procedure van behandeling van de Kadernota op deze wijze vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 60 Lidmaatschap van andere organisaties</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel wordt geregeld, conform VNG-model en RvO2005, dat en hoe
                        verslag wordt gedaan en verantwoording wordt gegeven aan de raad door
                        degenen die door de raad zijn benoemd in (het bestuur van) een organisatie
                        of institutie.</al><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder
                        of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een
                        gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van
                        dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de
                        wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling
                        functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen
                        heeft aangewezen. Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze
                        verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad
                        bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge
                        verslaglegging, en wordt aangegeven dat bespreking in het Zaanstad Beraad
                        kan plaatsvinden.</al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke
                        vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel
                        51.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                        aansluit bij de regels voor inlichtingen.</al><al>Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren
                        op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft
                        benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en
                        vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin
                        voorziet het vierde lid.</al></al-groep><tussenkop>Hoofdstuk 6 Burgers, belanghebbenden en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 61 Verstrekken van informatie door burgers </tussenkop><tussenkop>Artikel 62 Rondvraag voor burgers </tussenkop><tussenkop>Artikel 63 Spreekrecht voor burgers </tussenkop><tussenkop>Artikel 64 Burgerinitiatief</tussenkop><al-groep><al>Deze vier artikelen regelen de rechten van burgers en belanghebbenden zoals
                        dat in de Zaanse praktijk van het Zaanstad Beraad nu vorm gekregen heeft.
                        Tijdens de donderdagavonden van het Zaanstad Beraad is er ruim gelegenheid
                        voor alle burgers en instellingen die dat wensen om de raadsleden te
                        ontmoeten en om hen van informatie te voorzien, om in te spreken op
                        geagendeerde onderwerpen, om een onderwerp te bespreken dat niet geagendeerd
                        is (rondvraag) en om zelf een raadsvoorstel in te dienen (burgerinitiatief).
                        Artikel 64 over het burgerinitiatief verwijst naar de vigerende verordening
                        van maart 2002 over het burgerinitiatief.</al><al>Voor de invoering van het Zaanstad Beraad kende Zaanstad korte tijd de
                        driewekelijkse "burgeravond" op donderdagavond, waar insprekers konden
                        inspreken op de onderwerpen die geagendeerd waren voor de eerstkomende
                        raadsvergadering, maar waarover dan al overleg tussen fracties en wethouder
                        in commissieverband had plaatsgevonden. In de werkwijze van het Zaanstad
                        Beraad is het juist de bedoeling dat het inspraakgesprek en de behandeling
                        tussen fracties en wethouder op dezelfde avond plaatsvindt. Dat geeft de
                        betrokken insprekers en het publiek de mogelijkheid om te volgen hoe de
                        fracties met de inspraakbijdrage omgaan in de bijeenkomst met de wethouder,
                        en om de raadsleden ook nog informeel voor en na de bijeenkomst aan te
                        spreken. De spreektijd voor burgers van 5 minuten in lid 3 van dit artikel
                        is als richttijd genoemd in artikel 43, vijfde lid over de spreekregels in
                        de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad. In de toelichting op dat artikel
                        is al aangegeven dat in de Zaanse praktijk er naar gestreefd wordt dat
                        insprekers maximaal aan bod kunnen komen. De agendacommissie zal bij veel
                        insprekers eerst extra ruimte in het programma vrij maken. Desondanks kan
                        het in voorkomende gevallen noodzakelijk zijn om de spreektijd in te korten,
                        bijvoorbeeld bij uitzonderlijk veel insprekers over hetzelfde onderwerp met
                        dezelfde boodschap. De laatste zin in lid 3 van artikel 63 voorziet
                        hierin.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 65 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Dit artikel is conform VNGmodel en RvO2005. De hier aangeven procedurebepalingen
                    zijn gebaseerd op de in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet
                    gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de raad om toehoorders die de orde
                    verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging te
                    ontzeggen. Onder "pers" wordt begrepen alle vertegenwoordigers van publieke
                    media.</al><tussenkop>Artikel 66 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Dit artikel is conform het VNGmodel. Aangezien de vergaderingen van de raad in
                    principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en
                    beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten
                    vergadering betreft</al><tussenkop>Artikel 67 Regels voor gebruik communicatiemiddelen</tussenkop><al>Dit artikel is conform het artikel "regels voor gebruik mobiele telefoons" van
                    RvO2005, in een soepeler formulering dan in VNGmodel waarin sprake is van een
                    verbod van het gebruik van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen
                    zonder toestemming van de voorzitter. Omdat er in de tekst van het artikel
                    sprake is van andere communicatiemiddelen dan de mobiele telefoon, waarbij
                    bijvoorbeeld gedacht kan worden aan een laptop, is dit tot uitdrukking gebracht
                    in de titel van het artikel.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering en geheimhouding</tussenkop><tussenkop>Artikel 68 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 69 Verslag</tussenkop><tussenkop>Artikel 70 Geheimhouding</tussenkop><tussenkop>Artikel 71 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al-groep><al>De artikelen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op VNG-model en RvO2005, maar
                        zijn aangepast aan de werkwijze van het Zaanstad Beraad. Omdat de
                        bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad geen raadscommissies zijn in de zin
                        van artikel 82 van de Gemeentewet kan niet naar dit wetsartikel verwezen
                        worden. In de artikelen 68 over besloten vergadering en artikel 69 over het
                        verslag van een besloten vergadering wordt telkens een onderscheid gemaakt
                        naar raadsvergadering en naar bijeenkomst van het Zaanstad Beraad, waarbij
                        voor de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad gezocht is naar regelingen die
                        in het verlengde liggen van die voor de raadsvergadering en die aansluiten
                        bij de wijze waarop het Zaanstad Beraad in hoofdstuk 4 geregeld is. Artikel
                        68 lid 3 geeft aan dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                        toepassing zijn op besloten vergaderingen. Gedacht kan worden aan het tijdig
                        verzenden van de stukken, het recht van amendement en motie e.d. Strijdig
                        met het besloten karakter zijn bijvoorbeeld het maken van beeld- en
                        geluidregistraties.</al><al>Artikel 69 regelt uitvoerig de wijze waarop omgegaan wordt met het verslag
                        van een besloten vergadering. Omdat hetgeen besproken wordt in een besloten
                        vergadering niet van rechtswege valt onder de geheimhoudingsplicht, is
                        toepassing van de procedure volgens artikel 25 Gemeentewet noodzakelijk. Dit
                        is vastgelegd in artikel! 70 lid 1 voor de raadsvergadering, en in lid 2 van
                        dit artikel voor de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad.</al><al>In voorgaande jaren vormden de procedures rondom de geheimhouding (toen vaak
                        "vertrouwelijkheid" genoemd) een lastig leerstuk. Dit heeft er toe geleid
                        dat het presidium een uitgebreide "procedure en werkwijze voor geheimhouding
                        en besloten vergaderingen van de raad en voorbereidende commissies" heeft
                        vastgesteld. Deze procedure is aangepast aan de bijeenkomsten van het
                        Zaanstad Beraad, en als aanhangsel bij dit reglement van orde
                        opgenomen.</al></al-groep><tussenkop>Hoofdstuk 8 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 72 t/m 74</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>INHOUD</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen en organen van de raad</vet></al><al>Artikel 1 begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2 de voorzitters</al><al>Artikel 3 de griffier en de commissiegriffier</al><al>Artikel 4 het college</al><al>Artikel 5 de secretaris</al><al>Artikel 6 het presidium</al><al>Artikel 7 de agendacommissie</al><al>Artikel 8 commissies</al><al><vet>Hoofdstuk <cursief>2 </cursief>Toelating van nieuwe leden, fractles,
                            steunfractieleden, en benoeming wethouders</vet></al><al>Artikel 9 onderzoek geloofsbrieven en beëdiging nieuwe Ieden</al><al>Artikel 10 fractie</al><al>Artikel 11 toelating en ontslag steunfractieleden</al><al>Artikel 12 benoeming wethouder</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Raadsvergadering</vet></al><al>Paragraaf 3.1 <cursief>Tijdstip van vergaderen en
                        voorbereidingen</cursief></al><al>Artikel 13 vergadertijd en plaats</al><al>Artikel 14 oproep en vergaderstukken</al><al>Artikel 15 agenda</al><al>Artikel 16 ter inzage leggen van stukken</al><al>Artikel 17 openbare kennisgeving</al><al>Artikel 18 verslaglegging</al><al>Paragraaf 3.2 Orde <cursief>van de raadsvergadering</cursief></al><al>Artikel 19 debat en besluitvorming</al><al>Artikel 20 presentielijst</al><al>Artikel 21 zitplaatsen</al><al>Artikel 22 opening vergadering en quorum</al><al>Artikel 23 spreekregels</al><al>Artikel 24 voorstellen van orde</al><al>Artikel 25 handhaving orde en schorsing</al><al>Artikel 26 deelname aan de beraadslaging door anderen</al><al>Artikel 27 stemverklaring</al><al>Artikel 28 beslissing</al><al><cursief>Paragraaf 3.3 Procedures bij stemmingen</cursief></al><al>Artikel 29 algemene bepalingen over stemming </al><al>Artikel 30 stemming over amendementen en moties</al><al>Artikel 31 stemming over personen</al><al>Artikel 32 herstemming over personen</al><al>Artikel 33 beslissing door het lot</al><al><vet>Hoofdstuk 4 Zaanstad Beraad</vet></al><al><cursief>Paragraaf 4.1 Tijdstip van vergaderen en
                        voorbereidingen</cursief></al><al>Artikel 34 vergadertijd en plaats</al><al>Artikel 35 oproep en programma</al><al>Artikel 36 vergaderstukken</al><al>Artikel 37 ter inzage leggen van stukken</al><al>Artikel 38 openbare kennisgeving</al><al>Artikel 39 verslaglegging</al><al><cursief>Paragraaf 4.2 Orde van de bijeenkomsten</cursief></al><al>Artikel 40 informatie en meningsvorming</al><al>Artikel 41 deelname aan de bijeenkomst</al><al>Artikel 42 zitplaatsen</al><al>Artikel 43 spreekregels</al><al>Artikel 44 handhaven van de orde en schorsing </al><al>Artikel 45 voortgangsbeslissingen</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Instrumenten van de raad en rechten van de leden</vet></al><al>Artikel 46 amendementen</al><al>Artikel 47 moties</al><al>Artikel 48 initiatiefvoorstel</al><al>Artikel 49 raadsvoorstel</al><al>Artikel 50 interpellatie</al><al>Artikel 51 schriftelijke vragen</al><al>Artikel 52 inlichtingen</al><al>Artikel 53 onderzoek</al><al>Artikel 54 agenda-initiatief</al><al>Artikel 55 rondvraag</al><al>Artikel 56 actualiteiten</al><al>Artikel 57 ingekomen stukken</al><al>Artikel 58 procedure begroting</al><al>Artikel 59 procedure jaarrekening</al><al>Artikel 60 lidmaatschap van andere organisaties</al><al><vet>Hoofdstuk 6 Burgers, belanghebbenden en pers</vet></al><al>Artikel 61 verstrekken van informatie door burgers</al><al>Artikel 62 rondvraag voor burgers</al><al>Artikel 63 spreekrecht voor burgers</al><al>Artikel 64 burgerinitiatief</al><al>Artikel 65 toehoorders en pers</al><al>Artikel 66 geluid- en beeldregistraties</al><al>Artikel 67 regels voor gebruik communicatiemiddelen</al><al><vet>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering en geheimhouding</vet></al><al>Artikel 68 besloten vergadering</al><al>Artikel 69 verslag</al><al>Artikel 70 geheimhouding</al><al>Artikel 71 opheffing geheimhouding</al><al><vet>Hoofdstuk 8 Slotbepalingen</vet></al><al>Artikel 72 uitleg reglement</al><al>Artikel 73 inwerkingtreding</al><al>Artikel 74 citeertitel</al><al/><al><vet>Toelichting ophet regelement van orde</vet></al><al><vet>Aanhangsel: Geheimhouding en beslotenheid</vet></al></bijlage></regeling></body></cvdr>