<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56198_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Doetinchems Vizier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2 en Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doetinchem;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6
                        december 2006;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Wegenverkeerswet
                        1994;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Parkeerverordening 2007</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459; </al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;
                                </al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden; </al></li><li nr="d."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven; </al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
                                </al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorend bij
                                    parkeerapparatuur; </al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die </al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            of </al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone,
                                            voorzover deze plaats niet is uitgezonderd; </al></li></lijst></li><li nr="h."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen; </al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend; </al></li><li nr="j."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden; </al></li><li nr="k."><al>aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                                    motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt; </al></li><li nr="l."><al>deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                                    gesloten inzake autodate; </al></li><li nr="m."><al>standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd
                                    voor autodate geparkeerd wordt. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan
                                vergunninghouders is toegestaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of parkeerapparatuurplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan in ieder geval worden verleend aan: </al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en niet beschikt over een eigen garage, een
                                        parkeerplaats of een parkeerplaats op particulier terrein
                                        categorie I);</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die
                                        niet beschikt over een eigen garage, een parkeerplaats of
                                        een parkeerplaats op particulier terrein, en die aantoont
                                        dat het in het belang van diens beroep of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren (categorie II); </al></li><li nr="c."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                        autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een gebied
                                        waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                        te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (categorie III). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                                en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
                                vergunning voor categorie III kunnen burgemeester en wethouders
                                voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming
                                van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer
                                veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het
                                milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt
                                begrepen het stimuleren van selectief autogebruik. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na ontvangst
                                van een aanvraag voor een vergunning. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste zes weken verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend hetzij tot wederopzegging, hetzij voor
                                een bepaalde termijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder; </al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunningbouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt; </al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning; </al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het desbetreffende gebied het stelsel van
                                    vergunningen komt te vervallen; </al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften; </al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan: </al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de in artikel 141 Wetboek van
                                strafverordening genoemde ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen personen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Parkeerverordening 1994, laatstelijk gewijzigd 13 april 2000,
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum
                                van inwerkingtreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening 1994
                                worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Parkeerverordening
                                    2007</vet>.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2006,</al></slotformulering><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>