<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56190_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Doetinchems Vizier, 7 januari 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 3.30 en Algemene wet bestuursrecht, paragraaf 3.5.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doetinchem; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van </al><al>10 december 2008; </al><al>gelet op artikel 3.30 en verder van de Wet ruimtelijke ordening en paragraaf
                        3.5.3 van de Algemene wet bestuursrecht; </al><al>b e s l u i t : </al><al>vast te stellen de: </al><al><vet>Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag
                                om een bouwvergunning en/of om de vaststelling van een
                                bestemmingsplan heeft ingediend; </al></li><li nr="b."><al>besluit: besluit als bedoeld in artikel 3:30, lid 1, sub a van de
                                Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="c."><al>bestemmingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="d."><al>bouwen: bouwen als bedoeld in artikel 1, sub a van de
                                Woningwet;</al></li><li nr="e."><al>bouwvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 40 van de
                                Woningwet of de eerste fase daarvan, als bedoeld in artikel 56a, lid
                                2 van de Woningwet;</al></li><li nr="f."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="g."><al>coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden van
                                besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de
                                coördinatieregeling van Afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke
                                ordening;</al></li><li nr="h."><al>projectbesluit: een besluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="i."><al>structuurvisie: een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 van de
                                Wet ruimtelijke ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al>Deze verordening, gebaseerd op artikel 3.30, lid 1 van de Wet ruimtelijke
                        ordening, is alleen van toepassing op het coördineren van de voorbereiding
                        van een besluit om een bestemmingsplan en/of een daaraan voorafgaand
                        projectbesluit vast te stellen met het besluit over een of meer daarmee
                        samenhangende bouwvergunningen als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet,
                        al dan niet met de aan de bouwvergunning en/of aan het
                        projectbesluit/bestemmingsplan gerelateerde vergunningen en ontheffingen als
                        bedoeld in artikel 3. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningen en ontheffingen die naast de bouwvergunning deel kunnen
                            uitmaken van de coördinatie met het besluit om een bestemmingsplan vast
                            te stellen</titel></kop><al>De voorbereiding van besluiten over onderstaande vergunningen of
                        ontheffingen kunnen worden gecoördineerd met de in artikel 2 genoemde
                        besluiten die de basis vormen voor de toepassing van de coördinatieregeling
                        op grond van deze verordening: </al><lijst><li nr="a."><al>een ontheffing Bouwbesluit 2003 als bedoeld in artikel 6 van de
                                Woningwet;</al></li><li nr="b."><al>een aanlegvergunning, een sloopvergunning, als bedoeld in
                                respectievelijk artikel 3.3, onder a en artikel 3.3, onder b van de
                                Wet ruimtelijke ordening; </al></li><li nr="c."><al>een ontheffing als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder c, in
                                artikel 3.22 of in artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening;
                            </al></li><li nr="d."><al>een milieuvergunning, als bedoeld in artikel 8.1, lid 1 van de Wet
                                milieubeheer;</al></li><li nr="e."><al>een monumentenvergunning, een sloopvergunning, als bedoeld in
                                respectievelijk artikel 11, lid 1 en artikel 37, lid 1 van de
                                Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="f."><al>een 'ontheffing van voorschrift' als bedoeld in artikel 11 van de
                                Woningwet, een gebruiksvergunning, een sloopvergunning als bedoeld
                                in de Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>een vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van de
                                weg (artikel 2.1.5.2), een uitwegvergunning (artikel 2.1.5.3) als
                                bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening; </al></li><li nr="h."><al>een kapvergunning als bedoeld in artikel 2 van de
                                Bomenverordening;</al></li><li nr="i."><al>een rioleringsvergunning;</al></li><li nr="j."><al>het besluit tot vaststelling van een hogere waarde ('ontheffing) als
                                bedoeld in artikel 45, 47, 55, 61, 83, 85 of 100a van de Wet
                                geluidhinder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd</titel></kop><al>In de volgende gevallen en onder de volgende condities bevordert het college
                        een gecoördineerde voorbereiding van besluiten als bedoeld in de artikelen 2
                        en 3: </al><lijst><li nr="a."><al>het besluit over een bouwvergunningaanvraag die op het moment van
                                indienen op grond van artikel 44, lid 1 onder c van de Woningwet
                                geweigerd zou moeten worden en het besluit over het bestemmingsplan
                                dat de bouwvergunningverlening mogelijk maakt, maken ten minste deel
                                uit van de te coördineren besluiten en </al></li><li nr="b."><al>een ander besluit, als dat bij de coördinatie wordt betrokken, is
                                genoemd in artikel 3 en houdt verband met de aanvraag of met het
                                bestemmingsplan als bedoeld onder a en</al></li><li nr="c."><al>door of namens het college is vastgesteld dat het besluit als
                                bedoeld onder b gecoördineerd kan worden voorbereid en</al></li><li nr="d."><al>door of namens het college is vastgesteld dat zich geen belemmering
                                als bedoeld in artikel 5 voordoet en</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager heeft zich schriftelijk akkoord verklaard met de
                                gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de
                                aanvrager heeft en</al></li><li nr="f."><al>de aanvraag bedoeld in lid a betreft een of meer van de volgende
                                activiteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>het realiseren van een project dat is opgenomen in een
                                        structuurvisie;</al></li><li nr="-"><al>het bouwen of verbeteren van woningen;</al></li><li nr="-"><al>het realiseren van nutsvoorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>het realiseren van maatschappelijke voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>het bouwen en renoveren van bedrijven;</al></li><li nr="-"><al>het realiseren van infrastructurele werken;</al></li><li nr="-"><al>het realiseren van een project dat leidt tot verbetering van
                                        de luchtkwaliteit, de veiligheid, de geluidssituatie of de
                                        CO2-uitstoot.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze verordening
                            plaatsvindt</titel></kop><al>In de volgende gevallen is een gecoördineerde voorbereiding op grond van
                        deze verordening niet mogelijk: </al><lijst><li nr="a."><al>er moet op grond van artikel 7, lid 2 van de Wet milieubeheer een
                                milieueffectrapport worden opgesteld en het betreft geen deelproject
                                van een grotere ontwikkeling waarvoor al een milieueffectrapport is
                                opgesteld;</al></li><li nr="b."><al>er moet op grond van artikel 6.12, lid 1 van de Wet ruimtelijke
                                ordening een exploitatieplan worden opgesteld en er kan geen
                                toepassing worden gegeven aan artikel 6.12, lid 2 van de Wet
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="c."><al>indien de bouw schade kan veroorzaken als bedoeld in artikel 6.1 van
                                de Wet ruimtelijke ordening en de aanvrager is niet bereid deze
                                schade voor zijn rekening te nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Procedureregeling</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college kan een procedureregeling vaststellen ten behoeve van
                                een goede uitvoering van de coördinatieregeling.</al></li><li nr="b."><al>De procedureregeling geeft in ieder geval aan binnen welke periode
                                aanvragen moeten worden ingediend om voor coördinatie in aanmerking
                                te kunnen komen; de procedure kan bepalen hoe het college toepassing
                                geeft aan artikel 3.20 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="c."><al>Zolang het college geen regeling als bedoeld in het eerste lid heeft
                                vastgesteld, is, aanvullend op de artikelen 3.30 tot en met 3.32 van
                                de Wet ruimtelijke ordening en op deze verordening, § 3.5.3 van
                                Afdeling 3.5 'Samenhangende besluiten' van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.28
                                en 3.29 van die wet. </al></li><li nr="d."><al>Bij de toepassing van lid c is het college het aangewezen
                                coördinerend orgaan als bedoeld in artikel 3.22 van de Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></li><li nr="e."><al>Als de gemeenteraad heeft besloten dat het wenselijk is dat de
                                coördinatieregeling wordt toegepast in een of meer andere gevallen
                                dan de gevallen die op grond van deze verordening mogelijk zijn,
                                zijn de leden a tot en met d van toepassing op de voorbereiding van
                                de besluiten die behoren bij die gevallen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt de dag na de dag van bekendmaking in werking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Coördinatieverordening Wet ruimtelijke
                        ordening. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld 18 december 2008 </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>