<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56154_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Venlo 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 07-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Venlo 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">Gemeentewet, art. 212 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten">Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-11-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BV/10893</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bij besluit van 4 januari 2010 heeft de gemeenteraad deze regeling geldend verklaard voor het gehele gebied dat vanaf 1 januari 2010 deel uitmaakt van de gemeente Venlo.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Venlo 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212%20">artikel 212 van de Gemeentewet</extref> en het Besluit begroting en
                        verantwoording provincies en gemeenten.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 1 Definities</titel></kop><structuurtekst><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dienst: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college heeft;</al></li><li nr="b."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Venlo en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="c."><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Venlo, teneinde te komen tot een
                                    goed inzicht in: </al><lijst><li nr="-"><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="-"><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="-"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="-"><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding;</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    gemeente Venlo;</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                    raadsbesluiten en collegebesluiten voorzover deze financiële
                                    gevolgen hebben;</al></li><li nr="g."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;</al></li><li nr="i."><al>bestuurlijke planning: een jaarlijks vóór 1 januari door de raad
                                    vast te stellen planning met betrekking tot het opstellen van de
                                    begroting, rapportages en jaarstukken;</al></li><li nr="j."><al>indicator: de streefwaarde die aangeeft wat bereikt moet worden
                                    c.q. is binnen een bepaalde periode en voor een bepaald budget,
                                    voor de beoogde beleidsdoelen, maatschappelijke effecten en te
                                    leveren prestaties.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Begroting en verantwoording</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2 Programmabegroting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de
                                            nieuwe raadsperiode een programma-indeling vast.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt per programma vast: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren prestaties;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met
                                            betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en
                                            de te leveren prestaties.</al></li><li nr="4."><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                            vast.</al></li><li nr="5."><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en
                                            vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en
                                            de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                            doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door
                                            de raad, kunnen worden getoetst.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3 Producten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht
                                            gegeven van de toedeling van de producten uit de
                                            productraming aan de programma’s.</al></li><li nr="2."><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten
                                            staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende
                                            redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de
                                            begroting expliciet vermeld.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4 Kaders begroting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks aan de raad een nota ter
                                            vaststelling aan over de kaders voor het volgende
                                            begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota
                                            worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de
                                            begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de
                                            jaarstukken als bedoeld in artikel 8.</al></li><li nr="2."><al>De uiterste datum van aanbieding van deze nota door het
                                            college en het moment van vaststelling door de raad
                                            worden jaarlijks vastgesteld in de bestuurlijke
                                            planning.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5 Uitvoering begroting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de
                                            uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en
                                            doeltreffend verloopt. </al><lijst><li nr="2."><al>Het college draagt ten aanzien van de
                                                  productenraming er zorg voor dat:</al></li><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van
                                                  kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan
                                                  de producten van de productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten
                                                  voor investeringen passen binnen de kaders zoals
                                                  geautoriseerd bij de vaststelling van de
                                                  uiteenzetting van de financiële positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                                  overschreden dat de realisatie van andere
                                                  producten binnen hetzelfde programma onder druk
                                                  komt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de
                                            programma’s zoals geautoriseerd in de (gewijzigde)
                                            begroting niet worden overschreden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6 Interne controle</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en
                                            de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de
                                            jaarlijkse toetsing van de getrouwheid van de
                                            informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                            maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt een tenminste één maal in een
                                            raadsperiode een nota aan inzake de bestrijding van
                                            misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke
                                            regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen 2
                                            maanden nadat deze is aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse toetsing van
                                            een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid
                                            en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening,
                                            de rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik
                                            en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen.
                                            De meest risicovolle bedrijfsonderdelen van de gemeente
                                            wordt minimaal eens in de acht jaar getoetst.</al></li><li nr="4."><al>Het college zorgt op basis van de bevindingen van de
                                            toets bedoeld in het derde lid indien nodig voor een
                                            plan van verbetering. Het college neemt op basis van het
                                            plan van verbetering maatregelen voor herstel van de
                                            tekortkomingen.</al></li><li nr="5."><al>Van belangrijke bevindingen alsmede van belangrijke
                                            maatregelen tot verbetering, zoals bedoeld in het vorige
                                            lid, wordt mededeling gedaan aan de raad .</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7 Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van twee
                                            tussentijdse rapportages over de realisatie van de
                                            begroting van de gemeente van het lopende boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de
                                            tijdstippen als jaarlijks vastgesteld in de bestuurlijke
                                            planning.</al></li><li nr="3."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan
                                            bij de programma-indeling van de begroting.</al></li><li nr="4."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft
                                            baten als lasten, de activiteiten en indien daar
                                            aanleiding voor is op de maatschappelijke effecten
                                            alsmede op nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen.</al></li><li nr="5."><al>De rapportage geeft de voortgang aan van de
                                            verschillende indicatoren.</al></li><li nr="6."><al>In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed
                                            aan afwijkingen van: </al><lijst><li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="b."><al>de renteontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van waarborgen en
                                                  garanties;</al></li><li nr="d."><al>resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="e."><al>realisatie op begrote
                                                  subsidieverwachtingen;</al></li><li nr="f."><al>de jaarlijks door de raad vast te stellen
                                                  bijzondere projecten.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en
                                            neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid
                                            is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                                            college te brengen voorzover het betreft niet bij
                                            begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                                            inzake: </al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 250.000;</al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten
                                                  groter dan € 250.000.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een
                                            besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                            wensen en bedenkingen ter kennis van het college te
                                            brengen indien het college nieuwe meerjarige
                                            verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten
                                            groter zijn dan € 50.000.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8 Jaarstukken</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van
                                            de verantwoording van de diensten naar de
                                            productenrealisatie en naar de
                                            programmaverantwoording.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering
                                            van de programma’s. In de verantwoording geeft het
                                            college aan: </al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt; welke prestaties zijn
                                                  geleverd;</al></li><li nr="b."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="c."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de
                                                  begroting gestelde doelen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de
                                            programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor
                                            het lopende jaar bijstelling behoeven.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Financiële positie</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 9 Financiële positie</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid
                                            waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van
                                            de financiële positie en de meerjarenramingen is
                                            opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen
                                            worden bij de uiteenzetting van de financiële positie
                                            expliciet vermeld.</al></li><li nr="3."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de
                                            financiële positie de investeringskredieten.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 10 Waardering en afschrijving vaste activa</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de uitgangspunten
                                            voor de waardering en de afschrijving van vaste activa
                                            worden vastgelegd in een aan te bieden nota, waarin
                                            verwerkt de uitgangspunten en afschrijvingstermijnen
                                            zoals opgenomen in bijlage 1. bij deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de
                                            nota is aangeboden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 11 Voorziening voor oninbare vorderingen</tussenkop><al>1. Voor openstaande vorderingen betreffende gemeentelijke
                                    belastingen en heffingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage
                                    van oninbaarheid.</al><al>2. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid
                                    van de openstaande vorderingen ouder dan 12 maanden.</al><tussenkop> Artikel 12 Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Het college biedt, ten minste één maal per raadsperiode, een
                                    (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan. De nota
                                    behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen, in relatie tot de nota
                                            weerstandsvermogen bedoeld in artikel 17;</al></li><li nr="d."><al>het college maakt jaarlijks in de financieringsparagraaf
                                            melding of het reservebeleid aan wijziging toe is, al
                                            dan niet in de vorm van het opstellen van een geheel
                                            nieuwe nota;</al></li><li nr="e."><al>jaarlijks wordt in de nota als bedoeld in artikel 4 van
                                            deze verordening een actualisatie gegeven van de
                                            financiële stand van zaken van de reserves en
                                            voorzieningen en wordt bovendien aangegeven of het
                                            beleid ten aanzien van specifieke reserves aan wijziging
                                            onderhevig is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 13 Kostprijsberekening</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten
                                            en diensten van de gemeente Venlo wordt een systeem van
                                            kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening
                                            worden naast de directe kosten ook alle indirecte kosten
                                            betrokken, die samenhangen met de door de gemeente
                                            verleende diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden in ieder geval betrokken
                                            de bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke
                                            vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten
                                            van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                            reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele
                                            BTW.</al></li><li nr="3."><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de
                                            kapitaallasten wordt bepaald door het rentetotaal van de
                                            uitstaande leningen en de bij begroting vastgestelde
                                            gecalculeerde rente over het eigen vermogen en
                                            voorzieningen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 14 Financieringsfunctie</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                            financieringsfunctie zorg voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen
                                                  en het uitzetten van overtollige gelden om de
                                                  programma’s binnen de door de raad vastgestelde
                                                  kaders van de begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                                  financieringsfunctie zoals renterisico’s,
                                                  koersrisico’s en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van
                                                  de leningen en het bereiken van een voldoende
                                                  rendement op de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en
                                                  externe kosten bij het beheren van de geldstromen
                                                  en financiële posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college neemt bij de uitvoering van de
                                            financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen
                                                  gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen
                                                  met minimaal een A-rating afgegeven door tenminste
                                                  één gezaghebbende rating agency, of bij
                                                  instellingen voor wiens waardepapieren een
                                                  solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend
                                                  uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in
                                                  producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het
                                                  eind van de looptijd in tact is;</al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter
                                                  beperking van financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor
                                                  langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven
                                                  bij verschillende financiële instellingen
                                                  gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen,
                                                  het uitzetten van middelen of het verlenen van
                                                  garanties luiden in euro;</al></li><li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm
                                                  gelden de wettelijke waarden. Het college
                                                  informeert de raad indien de kasgeldlimiet of de
                                                  renterisiconorm dreigen te worden
                                                  overschreden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                            financiële participaties anders dan genoemd in het
                                            tweede lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de
                                            publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het
                                            verstrekken van garanties en het aangaan van financiële
                                            participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                            het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                            motiveert in zijn besluit het openbaar belang van
                                            dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van
                                            garanties en financiële participaties.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het
                                            gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt
                                            deze regels alsmede de regels voor taken en
                                            bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                            bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
                                            financieringsstatuut. Het college zendt het besluit
                                            financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 15 Registratie bezittingen, activa en
                                    vermogen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                            registratie van bezittingen. In de registratie worden
                                            ook opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                            cultuurhistorische waarde en de niet- of
                                            netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                            ruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en
                                            de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van
                                            de gemeente systematisch worden gecontroleerd, met dien
                                            verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                            uitstaande leningen, de (debiteuren)vorderingen, de
                                            liquiditeiten, de opgenomen leningen en de
                                            (crediteuren)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                            registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal
                                            in de twee jaar.</al></li><li nr="3."><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt
                                            het college maatregelen voor herstel van de
                                            tekortkomingen. De resultaten van de controle en
                                            eventuele plannen van verbetering worden ter
                                            kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Paragrafen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 16 Lokale heffingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ten minste één maal per raadsperiode, een
                                        (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt
                                        in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                                belastingen en heffingen;</al></li><li nr="b."><al>het te voeren beleid ten aanzien van de
                                                verschillende belastingen en heffingen;</al></li><li nr="c."><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de
                                                diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al></li><li nr="d."><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="e."><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="f."><al>het kwijtscheldingsbeleid en het
                                                tarievenbeleid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen van
                                        de in de gemeente Venlo te heffen belastingen en rechten. De
                                        raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                        aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het college draagt er zorg voor dat er een actueel overzicht
                                        is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                                        verstrekte dienst. In dit overzicht worden de
                                        vaststellingsdata van de verordeningen opgenomen.</al></li><li nr="4."><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke
                                        tarieven, heffingen en prijzen door de raad, verstrekt het
                                        college aan de raad per verordening de actueel geraamde
                                        hoeveelheden per door de gemeente verstrekte dienst,
                                        waarover de tarieven, heffingen en prijzen in rekening
                                        worden gebracht en per verordening het totaal van de
                                        geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente
                                        verstrekte diensten.</al></li><li nr="5."><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de
                                        paragraaf lokale heffingen verslag van: </al><lijst><li nr="-"><al>de opbrengsten per lokale heffing;</al></li><li nr="-"><al>het volume en bedrag aan kwijtscheldingen;</al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de rioolrechten en de
                                                afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="-"><al>de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor
                                                eenpersoonshuishoudingen en
                                                meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 17 Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ten minste één maal per raadsperiode, een
                                        (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement
                                        aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement,
                                        het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen,
                                        het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt
                                        tevens de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. De raad
                                        stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                        aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                        begroting en van de jaarstukken aan de risico’s van
                                        materieel belang en een inschatting van de kans dat deze
                                        risico’s zich voordoen. Het college brengt hierbij in elk
                                        geval de risico’s in beeld en actualiseert de risico’s
                                        genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr=""><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                        begroting en van de jaarstukken aan de weerstandscapaciteit
                                        en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de
                                        risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit
                                        kunnen worden opgevangen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 18 Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ten minste één maal per raadsperiode, een
                                        nota onderhoud openbare ruimte aan. De nota geeft het kader
                                        weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde
                                        onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen,
                                        kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de
                                        normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De
                                        raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                        aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                        rioleringsplan aan. De nota geeft het kader aan voor de
                                        inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau
                                        en de uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van
                                        het milieu en eveneens de normkostensystematiek en het
                                        meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota vast
                                        binnen twee maanden nadat de nota is aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het college biedt ten minste één maal per raadsperiode, een
                                        nota onderhoud gebouwen aan ter behandeling en vaststelling
                                        door de raad. De nota bevat de voorstellen voor het te
                                        plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de
                                        gemeentelijke gebouwen en eveneens de normkostensystematiek
                                        en het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota
                                        vast binnen twee maanden nadat de nota is aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                        paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de
                                        voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele
                                        achterstallig onderhoud aan openbaar groen, water, wegen,
                                        kunstwerken, straatmeubilair, riolering, gebouwen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 19 Financiering</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                        komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie en</al></li><li nr="e."><al>de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de
                                        financieringsfunctie.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 20 Bedrijfsvoering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Onder bedrijfsvoering wordt verstaan de zorg voor de
                                        ambtelijke organisatie met alle elementen die een bijdrage
                                        leveren aan het juist en adequaat functioneren van de
                                        organisatie.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt ten minste één maal per raadsperiode, een
                                        nota bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving
                                        aan de raad gezonden.</al></li><li nr="3."><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt
                                        ingegaan op de tijdelijke en actuele onderwerpen die
                                        aandacht behoeven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het
                                        jaarverslag wordt gerapporteerd over de bij de begroting
                                        bepaalde onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering alsmede
                                        over nieuwe ontwikkelingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van
                                        de begroting en jaarstukken tevens over de voortgang van de
                                        onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid,
                                        bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=213a">artikel 213a Gemeentewet</extref> en de uitputting van
                                        de bijbehorende budgetten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 21 Verbonden partijen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf
                                        verbonden partijen ingegaan op nieuwe verbonden partijen,
                                        het beëindigen van bestaande verbonden partijen, het
                                        wijzigen van bestaande verbonden partijen en eventuele
                                        problemen bij bestaande verbonden partijen.</al></li><li nr="2."><al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het
                                        openbaar belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het
                                        financieel resultaat en het financieel belang en de
                                        zeggenschap van de gemeente.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 22 Grondbeleid</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks een (bijgestelde) nota
                                        grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de
                                        raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid
                                                van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                                projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraad, verwerving en uitgifte van
                                                gronden;</al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de
                                                bijstelling van erfpachtvergoedingen;</al></li><li nr="f."><al>het principe van winstneming.</al></li></lijst></li><li nr="De"><al>raad stelt de nota uiterlijk vast gelijktijdig met de
                                        begroting.</al></li><li nr="2."><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de
                                        jaarstukken wordt ingegaan op de uitvoering van de nota
                                        grondbeleid, met name de belangrijkste financiële
                                        ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, de
                                        verwerving van gronden e.d. en de relaties van het
                                        grondbeleid met de programma’s</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 23 Verstrekking subsidies</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ten minste één maal per raadsperiode, een
                                        (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan.
                                        De nota bevat het kader voor de verstrekking van
                                        gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende
                                        gemeentelijke subsidies.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota
                                        is aangeboden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Financiële organisatie en administratie</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 24 Administratie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                        ieder geval dienstbaar is voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                                processen in de gemeente als geheel en in de
                                                diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen
                                                in de omvang van activa met economisch nut, activa
                                                met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en
                                                schulden, enzovoorts.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders
                                                en voor het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de
                                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                                beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                                  <vet>wet</vet>- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de
                                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                                doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                                                tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter
                                                zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als
                                                zodanig en van de daaraan ontleende informatie
                                                alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de
                                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                                beleidsdoelen.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 25 Financiële administratie</titel></kop><structuurtekst><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                        voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording
                                        provincies en gemeenten en andere relevante wet- en
                                        regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                        provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere
                                        instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen
                                        opleggen aan gemeenten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 26 Financiële organisatie</titel></kop><structuurtekst><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
                                        een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                        diensten;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                        gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                        leveringen tussen de diensten van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de diensten over de te leveren
                                        prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                        frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                        activiteiten en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                        beheer van de diensten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 27 Aanbesteding en inkoop</titel></kop><structuurtekst><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de
                                interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken
                                en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                                overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 28 Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><structuurtekst><al>Het college draagt zorg voor en legt voor iedere aanvraag de interne
                                regels vast voor de toekenning van steunverlening aan ondernemingen
                                en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                                overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de
                                subsidieverordening van de gemeente Venlo.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 29 Inwerkingtreding</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2006, met dien
                                verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                                uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                                behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                                begrotingsjaar 2006 voldoen aan de bepalingen van deze
                                verordening.</al><al>Met ingang van dezelfde datum vervalt de “Financiële verordening
                                Venlo”, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2003, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de accountantscontrole
                                van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) tot en met het
                                verslagjaar 2005.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 30 Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                                verordening gemeente Venlo 2005”.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>