<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56147_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Brandbeveiligingsverordening Venlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Brandbeveiligingsverordening Venlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=12">Brandweerwet 1985, art. 12 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Brandbeveiligingsverordening Venlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tot%20samenvoeging%20van%20de%20gemeenten%20Venlo%2C%20Tegelen%20en%20Belfeld">Wet tot samenvoeging van de gemeenten Venlo, Tegelen en
                            Belfeld</extref>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijving</titel></kop><al>Onder inrichting wordt verstaan een voor mensen toegankelijke ruimtelijk
                            begrensde plaats.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Werkingssfeer</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op bouwwerken als bedoel in de
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=woningwet">Woningwet</extref> en de bouwverordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Brandveilig gebruik</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van
                                    burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te hebben
                                    of te houden waarin: </al><lijst><li nr="a."><al>meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen
                                            zijn;</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsmatig de in artikel 8 bedoelde stoffen zullen
                                            worden opgeslagen;</al></li><li nr="c."><al>aan meer dan vier personen bedrijfsmatig of in het kader
                                            van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;</al></li><li nr="d."><al>aan personen in het kader van de Wet op de
                                            bejaardenoorden huisvesting zal worden verschaft;</al></li><li nr="e."><al>aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar, of
                                            aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk
                                            gehandicapte personen dagverblijf zal worden
                                            verschaft.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning
                                    voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen,
                                    beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar
                                    en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand.</al></li><li nr="3."><al>Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist
                                    op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering
                                    van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden
                                    na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en
                                    wethouders aan de vergunning nieuwe voorschriften verbinden en
                                    gestelde voorschriften wijzigen of intrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Weigeren vergunning</titel></kop><al>Een vergunning moet worden geweigerd indien de in de aanvraag vermelde
                            wijze van gebruik van de inrichting in relatie tot de beoogde
                            gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig gebruik te zijn
                            en door het stellen van voorschriften geen voldoende brandveilig gebruik
                            kan worden bereikt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken indien:</al><lijst><li nr="1."><al>blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van onjuiste of
                                    onvolledige gegevens hebben verleend;</al></li><li nr="2."><al>blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft voldaan aan
                                    een voorschrift aan de vergunning;</al></li><li nr="3."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken na
                                    het onherroepelijk worden van de vergunning; dan wel de datum of
                                    periode waarop of waarin een activiteit is voorzien waarvoor de
                                    vergunning is verleend, is verstreken zonder dat bedoelde
                                    activiteit heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="4."><al>van de vergunning gedurende een periode van 26 weken of langer
                                    geen gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="5."><al>het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op
                                    grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van
                                    de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na
                                    het verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk blijkt door
                                    het stellen of wijzigen van voorschriften dat belang voldoende
                                    te beschermen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verplicht aanwezige bescheiden</titel></kop><al>In de inrichting waar de activiteiten plaatsvinden waarop de vergunning
                            betrekking heeft moet de vergunning aanwezig zijn, en moet op verzoek
                            van degene die is belast met de zorg voor de naleving van deze
                            verordening, ter inzage worden gegeven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Gebruikseisen voor inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken, indien de wijze van
                                    gebruik van de inrichting in relatie tot de beoogde
                                    gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig gebruik
                                    te zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken in strijd met de
                                    gebruikseisen zoals die per onderwerp vermeld staan in de van
                                    overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 3 bij de
                                    bouwverordening.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het gestelde in het tweede lid, is het verboden een
                                    inrichting niet zijnde een woonschip, uitgezonderd een woonschip
                                    waarin sprake is van verminderde zelfredzaamheid van bewoners in
                                    combinatie met permanente aanwezigheid van personeel en
                                    begeleiding van bewoners, te gebruiken in strijd met de
                                    gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in de van
                                    overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 4 van de
                                    bouwverordening.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het vijfde en zesde lid van
                                    artikel 3 van bijlage 3 bij de bouwverordening, buiten
                                    toepassing verklaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Verbod stoffen aanwezig te hebben</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit
                                    brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel II van
                                    de Regeling tot wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188) in, op of nabij
                                    een inrichting aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorhanden hebben voor huishoudelijke en al het
                                            andere niet-bedrijfsmatige gebruik van de in het eerste
                                            lid bedoelde stoffen, indien dit de in bijlage 5 van de
                                            bouwverordening aangegeven maximum hoeveelheden niet
                                            overschrijdt;</al></li><li nr="b."><al>het voorhanden hebben van de in het eerste lid bedoelde
                                            stoffen in een inrichting waarvoor een vergunning
                                            overeenkomstig artikel 3 is verleend;</al></li><li nr="c."><al>de brandstof in een inrichting tot het bewaren, bezigen
                                            of afleveren van vloeibare brandstoffen, dat voldoet aan
                                            de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening opslag
                                            gas-, huisbrand- en stookolie;</al></li><li nr="d."><al>de brandstof in het reservoir bij een
                                            verbrandingsmotor;</al></li><li nr="e."><al>de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of
                                            ander warmte-ontwikkelend toestel.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het tweede
                                    lid, onder a, worden de inhoudsmaten van vaatwerk dat
                                    gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat lid
                                    volledig meegerekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Opslag en verwerking stoffen</titel></kop><al>Stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt.
                            1992, nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging (Stcrt.
                            1992, nr. 188) moeten worden opgeslagen volgens de in bijlage 6 van de
                            bouwverordening aangegeven wijze.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen</titel></kop><al>De rechthebbende op een inrichting, ten behoeve waarvan een
                            bluswaterwinplaats aanwezig is, is verplicht deze zodanig te
                            onderhouden, dat daaruit te allen tijde over voldoende bluswater kan
                            worden beschikt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Gebruik middelen en voorzieningen</titel></kop><al>Het is verboden voorwerpen of stoffen op zodanige wijze te plaatsen of
                            te hebben dat daardoor het onmiddellijke gebruik of de zichtbaarheid
                            wordt belemmerd van:</al><lijst><li nr="a."><al>middelen en voorzieningen tot melding van alarmering bij en
                                    bestrijding van brand;</al></li><li nr="b."><al>middelen en voorzieningen tot ontvluchting en redding van
                                    personen en dieren bij brand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Verrichten van werkzaamheden</titel></kop><al>Bij het verrichten of doen verrichten van onderhouds-, herstellings-,
                            wijzigings- of sloopwerkzaamheden, waarbij stoffen als bedoeld in de
                            Regeling Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede
                            artikel II van de Regeling tot wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188), of
                            gereedschappen worden gebruikt, waarvan het gebruik aanleiding kan geven
                            tot het ontstaan van brand, moeten voldoende maatregelen zijn getroffen
                            tegen het ontstaan van brand.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Verbod open vuur en roken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken of vuur te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>in een ruimte in gebruik als opslagplaats van één of
                                            meer van de stoffen genoemd in de Regeling Bouwbesluit
                                            brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel
                                            II van de Regeling tot wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188),
                                            onder a tot en met h;</al></li><li nr="b."><al>bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen
                                            van brandbare vloeistoffen en (of) gassen kunnen
                                            veroorzaken;</al></li><li nr="c."><al>bij het vullen van een brandstofreservoir met een
                                            brandbare vloeistof of een brandbaar gas.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van het verbod gesteld in het eerste lid kunnen burgemeester en
                                    wethouders ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Verboden handelingen met stoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een brandbaar gas of gasmengsel uit een vat te
                                    doen overstromen in een ander vat dat niet bestemd of ingericht
                                    is om dat gas of gasmengsel te bevatten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden gassen of gasmengsels in drukvaten of in
                                    leidingen te verwarmen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een brandbaar gas te bezigen voor het vullen van
                                    speelgoed, hobby- en sportartikelen, anders dan luchtvaartuigen
                                    bedoeld in de Regeling inzake het met bepaalde luchtvaartuigen
                                    opstijgen van en landen op alsmede het inrichten van niet als
                                    luchtvaartterreinen aangewezen terreinen (stb. 1988, 511).</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden een brandbare vloeistof, een brandbaar gas of
                                    gasmengsel of een brandbare damp te laten wegstromen op zodanige
                                    wijze dat daardoor brand kan ontstaan.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden gloeiende vaste stoffen op te slaan, te
                                    vervoeren of weg te gooien op zodanige wijze dat daardoor brand
                                    ontstaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Melden van brand en broei</titel></kop><al>Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit
                            onmiddellijk aan de brandweer te melden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Bossen, heidevelden en venen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar van een naaldhoutbos, een heideveld, een veen of een
                                    ander terrein, dat met brandbare gewassen is begroeid, is
                                    verplicht - na een van burgemeester en wethouders ontvangen
                                    aangetekende brief - de voorschriften op te volgen, die
                                    burgemeester en wethouders in die brief geven tot het voorkomen
                                    van brand en het beperken van de gevolgen van brand.</al></li><li nr="2."><al>Onder een in het eerste lid genoemd naaldhoutbos wordt verstaan
                                    elke aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand, die voor
                                    meer dan de helft bestaat uit naaldhout.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening wordt
                            opgedragen aan ambtenaren van de brandweer en daartoe door burgemeester
                            en wethouders aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de
                            derde categorie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die
                                    waarop zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip worden ingetrokken: </al><lijst><li nr="a."><al>de Brandbeveiligingsverordening Venlo 1993, vastgesteld
                                            door de gemeenteraad van Venlo;</al></li><li nr="b."><al>de Brandbeveiligingsverordening 1980, vastgesteld door
                                            de gemeenteraad van Tegelen;</al></li><li nr="c."><al>de Brandbeveiligingsverordening, vastgesteld door de
                                            gemeenteraad van Belfeld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen verleend krachtens verordeningen bedoeld in artikel
                                    19, tweede lid, blijven - indien en voorzover het gebod of
                                    verbod waarop de vergunning betrekking heeft, ook vervat is in
                                    deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden
                                    verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Vergunningen als bedoeld in het eerste lid worden geacht
                                    vergunningen in de zin van onderhavige verordening te zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Brandbeveiligingsverordening
                            Venlo”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>