<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR56128_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">WMO-verordening Venlo</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet maatschappelijke ondersteuning </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Maatschappelijke%20Ondersteuning">Wet Maatschappelijke Ondersteuning</extref> en de <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                        Venlo</extref></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene regels over het persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1. Verstrekking op aanvraag</titel></kop><al>Verstrekking van een individuele voorziening in de vorm van een
                            persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2. Budgetperiode</titel></kop><al>Het (bruto-)persoonsgebonden budget wordt geacht in ieder geval
                            toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de normale
                            afschrijvingstermijn die, voor zover van toepassing, geldt voor de met
                            het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3. Weigeringsgronden persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van aanwijzingen, die tijdens het onderzoek zijn
                                    verkregen, het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager
                                    problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden
                                    budget;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager eerder een persoonsgebonden budget is verleend op
                                    grond van de <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">WMO-verordening</extref> en de aanvrager zich niet gehouden
                                    heeft aan de bij de verlening van dat eerdere persoonsgebonden
                                    budget opgelegde verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de voorzienbare duur van de noodzakelijkheid van de voorziening
                                    korter is dan de normale afschrijvingstermijn van de
                                    geïndiceerde voorziening;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van bezwaren van overwegende aard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4. Algemene verplichtingen persoonsgebonden
                                budget</titel></kop><al>Bij de verlening van het persoonsgebonden budget gelden in ieder geval
                            de volgende verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>het persoonsgebonden budget wordt uitsluitend gebruikt voor
                                    betaling van de geïndiceerde voorziening en de daarmee
                                    samenhangende kosten;</al></li><li nr="b."><al>de geïndiceerde voorziening die de aanvrager inkoopt met het
                                    persoonsgebonden budget dient adequaat, veilig, cliëntgericht en
                                    kwalitatief verantwoord te zijn;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager dient een particuliere
                                    aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor schade die door
                                    het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager bewaart de rekening(en) en betalingsbewijs
                                    (betalingsbewijzen) van de met het persoonsgebonden budget
                                    ingekochte voorziening gedurende 5 jaar of, indien de normale
                                    afschrijvingsduur langer is dan deze termijn, overeenkomstig
                                    deze langere termijn en stelt deze desgevraagd ter beschikking
                                    van het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5. Verantwoording persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder
                            aan burgemeester en wethouders vindt desgevraagd plaats na aanschaf van
                            de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt of na
                            afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing
                            is of na afloop van elk kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6. Netto persoonsgebonden budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) wordt de eigen
                                    bijdrage vastgesteld die van toepassing is op het bruto
                                    persoonsgebonden budget voor de voorziening hulp bij het
                                    huishouden. De eigen bijdrage wordt vervolgens door het CAK
                                    geïnd.</al></li><li nr="2."><al>Bij de overige individuele voorzieningen wordt bij toekenning
                                    direct het netto persoonsgebonden budget vastgesteld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Eigen bijdragen, eigen aandeel, meerkosten en grens
                            compensatiebeginsel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1. Eigen bijdrage of eigen aandeel hulp bij het
                                huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de verstrekking van de voorziening hulp bij het huishouden
                                    is een eigen bijdrage of een eigen aandeel in de kosten
                                    verschuldigd.</al></li><li nr="2."><al>Bij de berekening van de maximale eigen bijdrage of het maximale
                                    eigen aandeel wordt uitgegaan van het daadwerkelijke ontvangen
                                    aantal uren zorg per 4 weken maal een fictief uurtarief van het
                                    HbH1 € 15,00; voor HbH2 € 23,25 en voor HbH3 € 24,10.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2. Hoogte eigen bijdrage of eigen aandeel, ongehuwd,
                                jonger dan 65 jaar</titel></kop><al>Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 jaar dienen te betalen,
                            bedraagt € 16,80 per 4 weken bij een inkomen tot € 16.301.</al><al>Indien het inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van € 16,80 verhoogd
                            met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het inkomen en €
                            16.301.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3. Hoogte eigen bijdrage of eigen aandeel, ongehuwd,
                                ouder dan 65 jaar</titel></kop><al>Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar of ouder dienen te
                            betalen, bedraagt € 16,80 per 4 weken bij een inkomen tot € 14.365.</al><al>Indien het inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van € 16,80 verhoogd
                            met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het inkomen en €
                            14.365.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.4. Hoogte eigen bijdrage of eigen aandeel, gehuwd, (een
                                van) beide partners jonger dan 65 jaar</titel></kop><al>Het bedrag dat gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65
                            jaar of beiden jonger zijn dan 65 jaar, dienen te betalen bedraagt €
                            24,20 per 4 weken bij een gezamenlijk inkomen van € 21.002.</al><al>Indien het gezamenlijk inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van €
                            24,20 verhoogd met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het
                            gezamenlijk inkomen en € 21.002.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5. Hoogte eigen bijdrage of eigen aandeel, gehuwd,
                                beide partners ouder dan 65 jaar</titel></kop><al>Het bedrag dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn dienen
                            te betalen bedraagt € 24,20 per 4 weken bij een gezamenlijk inkomen van
                            € 19.759.</al><al>Indien het gezamenlijk inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van €
                            24,20 verhoogd met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het
                            gezamenlijk inkomen en € 19.759.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.6. Vergoeding meerkosten ander
                                verplaatsingsmiddel</titel></kop><al>Bij de verstrekking van een driewielfiets of, een fiets in bijzondere
                            uitvoering worden de meerkosten ten opzichte van een gewone fiets
                            vergoed. Conform de Nibud-richtlijnen, wordt een bedrag ad. € 350,00
                            voor de kosten van een gewone fiets, als algemeen gebruikelijk
                            aangemerkt.</al><al>Betreft het een voorziening voor een kind dan geldt een bedrag ad. €
                            220,00 zijnde de kosten van een kinderfiets, maat 24 inch, als algemeen
                            gebruikelijk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.7. Ontbreken compensatieplicht vanwege financiële
                                situatie aanvrager</titel></kop><al>Door burgemeester en wethouders wordt individueel beoordeeld of de
                            aanvrager, in financiële zin, in staat is om zelf zodanige voorzieningen
                            te treffen dat beperkingen gecompenseerd worden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1. Beleidsregels gebruikelijke zorg en hulp bij het
                                huishouden</titel></kop><al>Hulp bij het huishouden wordt verstrekt met inachtneming van de
                            bepalingen in de Beleidsregels gebruikelijke zorg en Beleidsregels hulp
                            bij het huishouden zoals opgenomen in Bijlage I en Bijlage II van dit
                            besluit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2. Keuzevrijheid bij hulp bij het huishouden</titel></kop><al>Aanvrager heeft de vrijheid om bij hulp bij het huishouden in natura te
                            kiezen uit meerdere aanbieders, zoals gecontracteerd door burgemeester
                            en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3. Hoogte persoonsgebonden budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De omvang van het bruto-persoonsgebonden budget voor hulp in de
                                    huishouding bedraagt per klasse per jaar: </al><lijst><li nr="Klasse"><al>1 (0 - 1,9 uur) € 904</al></li><li nr="Klasse"><al>2 (2 - 3,9 uur) € 2.714</al></li><li nr="Klasse"><al>3 (4 - 6,9 uur) € 4.977</al></li><li nr="Klasse"><al>4 (7 - 9,9 uur) € 7.692</al></li><li nr="Klasse"><al>5 (10 -12,9 uur) € 10.407</al></li><li nr="Klasse"><al>6 (13 -15,9 uur) € 13.120</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Bij additionele uren boven klasse 6 wordt het tarief van de
                                    hoogste klasse verhoogd met het bedrag van klasse 1
                                    vermenigvuldigd met het aantal uren waarmee de bovengrens van de
                                    hoogste klasse wordt overschreden.</al></li><li nr="2."><al>Het bruto persoonsgebonden budget wordt berekend naar het bedrag
                                    per klasse gedurende de periode waarin de voorziening
                                    noodzakelijk is.</al></li><li nr="3."><al>Het netto persoonsgebonden budget bedraagt het verschil tussen
                                    het bruto persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage/eigen
                                    aandeel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4. Aanvangsdatum en gebruik persoonsgebonden
                                budget</titel></kop><al>Een persoonsgebonden budget wordt verleend voor een periode die aanvangt
                            op de dag waarop het recht op een persoonsgebonden budget is ontstaan,
                            voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop het persoonsgebonden
                            budget is aangevraagd. Burgemeester en wethouders keren de aanvrager per
                            kalendermaand een evenredig gedeelte van het verleende persoonsgebonden
                            budget uit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5. Bijzondere verplichtingen persoonsgebonden
                                budget</titel></kop><al>Bij de verlening van een persoonsgebonden budget worden de budgethouder
                            de volgende bijzondere verplichtingen opgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de
                                    persoon of instantie bij wie hij de huishoudelijke voorziening
                                    betrekt waarin ten minste de volgende afspraken zijn opgenomen: </al><lijst><li nr="1*"><al>declaraties voor de hulp bij het huishouden worden niet
                                            betaald indien zij niet binnen 6 weken na de maand
                                            waarin de zorg is verleend bij de budgethouder zijn
                                            ingediend;</al></li><li nr="2*"><al>een declaratie van een persoon bij wie de budgethouder
                                            de hulp bij het huishouden betrekt bevat een overzicht
                                            van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het
                                            aantal te betalen uren, het sociaal-fiscaal
                                            nummer/burgerservicenummer en de naam en het adres van
                                            deze persoon en wordt door deze persoon
                                            ondertekend;</al></li><li nr="3*"><al>een declaratie van een instantie bij wie de budgethouder
                                            de hulp bij het huishouden betrekt, bevat het BTW-nummer
                                            van die instantie, een overzicht van de dagen waarop is
                                            gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren,
                                            alsmede de naam en het adres van de instantie en wordt
                                            namens de instantie ondertekend.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de budgethouder bewaart de in onderdeel a bedoelde originele
                                    overeenkomsten en declaraties gedurende 5 jaar en stelt,
                                    desgevraagd, kopieën hiervan ter beschikking aan burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al>na afloop van het kalenderjaar wordt desgevraagd door de
                                    budgethouder een daartoe bestemd formulier aan burgemeester en
                                    wethouders ter beschikking gesteld, waarop hij naam, adres en
                                    sociaal-fiscaal nummer/burgerservicenummer van de huishoudelijke
                                    hulp(en) respectievelijk naam, adres en BTW-nummer en/of
                                    inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel van de hulpverlenende
                                    instantie heeft aangetekend, alsmede het in dat kalenderjaar aan
                                    die persoon of die instantie betaalde bedrag. Deze verplichting
                                    is niet van toepassing indien de aanvrager verplicht is tot
                                    loonheffing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6. Onderdelen en periode beschikking persoonsgebonden
                                budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot verlening van een persoonsgebonden budget
                                    bevat, naast de onderdelen als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007#artikel-6-persoonsgebonden-budget">artikel 6 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke
                                        ondersteuning</extref>, tenminste de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt
                                            verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>het bruto persoonsgebonden budget en de wijze waarop dit
                                            is berekend;</al></li><li nr="c."><al>de hoogte van de te verlenen maandelijkse
                                            betalingen;</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat de in artikel 3.5. onder c. van dit
                                            Besluit bedoelde formulieren door burgemeester en
                                            wethouders worden doorgezonden naar de
                                            Belastingdienst;</al></li><li nr="e."><al>de verplichtingen van de budgethouder, zoals genoemd
                                            onder artikel 3.5 van dit besluit;</al></li><li nr="f."><al>de hoogte van het bedrag waarover de budgethouder geen
                                            verantwoording hoeft af te leggen en de wijze waarop dit
                                            bedrag is berekend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt
                                    verstrekt in meer dan één kalenderjaar is gelegen, wordt
                                    jaarlijks het bedrag van het bruto-persoonsgebonden budget
                                    meegedeeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7.</titel></kop><al>Het vrij besteedbaar deel van het pgb, dit is dat deel waarover geen
                            verantwoording behoeft te worden afgelegd zoals bedoeld in artikel 3.6,
                            lid 1 sub f, is 1,5% van het netto persoonsgebonden budget met een
                            minimum van € 250 en een maximum van € 1.250 per jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8. Bijzondere intrekkingsgronden</titel></kop><al>Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 36 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke
                                ondersteuning</extref> wordt de beschikking, waarbij het
                            persoonsgebonden budget is toegekend, geheel of gedeeltelijk
                            ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>met ingang van de 14e dag gelegen ná de dag waarop de
                                    budgethouder overlijdt;</al></li><li nr="b."><al>met ingang van de dag waarop de budgethouder langer dan 2
                                    maanden aaneengesloten verblijft in een instelling als bedoeld
                                    in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bijzondere%20Ziektekosten">Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Zorgverzekeringswet">Zorgverzekeringswet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>met ingang van de dag waarop de budgethouder schriftelijk heeft
                                    aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1. Hoogte financiële tegemoetkoming in kosten van
                                verhuizing en inrichting</titel></kop><al>De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen
                            tegemoetkoming als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en sub a</extref>. van de Verordening voorziening
                            maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 2.544,00.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2. Kosten onderhoud, keuring, en reparatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de kosten van onderhoud, keuring en reparatie als bedoeld in
                                        <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en sub e</extref>. van de Verordening
                                    voorziening maatschappelijke ondersteuning wordt een
                                    woonvoorziening verstrekt, indien deze kosten betrekking hebben
                                    op: </al><lijst><li nr="a."><al>stoelliften;</al></li><li nr="b."><al>rolstoel- of sta-plateauliften;</al></li><li nr="c."><al>woonhuisliften;</al></li><li nr="d."><al>hefplateauliften;</al></li><li nr="e."><al>balansliften;</al></li><li nr="f."><al>de mechanische inrichting voor het verstellen van een in
                                            hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;</al></li><li nr="g."><al>elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van
                                            deuren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De hoogte van de te verlenen voorziening als bedoeld in lid1 van
                                    dit artikel is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met een
                                    maximum van de hierna genoemde bedragen:</al></li></lijst><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Keuring liften</al></entry><entry colname="col2"><al>Beginkeuring</al></entry><entry colname="col3"><al>Kosten excl. btw</al></entry><entry colname="col4"><al>Frequentie</al></entry><entry colname="col5"><al>Kosten excl. btw</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Stoellift</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 312,68</al></entry><entry colname="col4"><al>1 x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 228,69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rolstoel-plateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 312,68</al></entry><entry colname="col4"><al>1 x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 228,69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sta-plateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 489,97</al></entry><entry colname="col4"><al>1 x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 282,64</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonhuislift</al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>1 x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 278,62</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hefplateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>1 x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 282,64</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Balansliften</al></entry><entry colname="col2"><al>N.v.t.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>1 x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 80,93 per uur</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderhoud liften</al></entry><entry colname="col2"><al>Frequentie</al></entry><entry colname="col3"><al>Kosten excl. btw</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Stoellift</al></entry><entry colname="col2"><al>1 x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 468,92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rolstoel-plateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>1 x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 468,92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sta-plateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>1 x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 468,92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonhuislift</al></entry><entry colname="col2"><al>2 x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 937,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hefplateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>2 x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 937,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Balansliften</al></entry><entry colname="col2"><al>1 x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 468,92</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Maximale toeslagen op bovenstaande tarieven:</al><lijst><li nr="-"><al>50% voor installaties geplaatst buiten de woning;</al></li><li nr="-"><al>50% voor installaties die meer dan 1 verdieping
                                    overbruggen;</al></li><li nr="-"><al>50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven
                                    plateaus en/of afrijdbeveiliging respectievelijk elektrisch
                                    wegklapbare raildelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3. Kosten van tijdelijke huisvesting</titel></kop><al>De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen
                            woonvoorziening als bedoeld in de <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en sub f</extref>. van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is gelijk aan de werkelijk
                            gemaakte kosten, met een maximum van het bedrag genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Huurtoeslag/article=13">artikel 13 eerste lid onder a van de Wet op de
                            Huurtoeslag</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.4. Kosten huurderving</titel></kop><al>De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen
                            woonvoorziening als bedoeld in de <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en sub g</extref>. van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is gelijk aan de kale huur
                            van de woonruimte, met een maximum van het bedrag genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Huurtoeslag/article=13">artikel 13 eerste lid onder a van de Wet op de
                            Huurtoeslag</extref>. Betaling vindt plaats aan de eigenaar van de
                            woning. De periode waarvoor een vergoeding wordt verstrekt bedraagt
                            maximaal 6 maanden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5. Kosten bezoekbaar maken</titel></kop><al>Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als
                            genoemd in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 19 lid 2 tot en met 5</extref> van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 2.558,00.
                            Betaling vindt plaats aan de eigenaar van de woning.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.6. De financiële tegemoetkoming voor (niet-)bouwkundige
                                of (niet-) woontechnische woonvoorzieningen of uitraasruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de woonvoorziening als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en sub b., c. en d</extref>. van de
                                    Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning wordt
                                    vastgesteld op het bedrag vermeld in de door burgemeester en
                                    wethouders geaccepteerde offerte. De eigenaar van de woning is
                                    verplicht om minimaal twee offertes op te vragen, indien sprake
                                    is van een voorziening als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/Afvalstoffenverordening-gemeente-Venlo-2005/02-03-2005">artikel 15 aanhef en sub b. en d</extref>. van de
                                    Verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager niet de eigenaar is van de woning waarin de
                                    voorziening dient te worden aangebracht, wordt de tegemoetkoming
                                    of het persoonsgebonden budget als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/Afvalstoffenverordening-gemeente-Venlo-2005/02-03-2005">artikel 15 aanhef en sub b. en d</extref>. van de
                                    Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning,
                                    conform <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Maatschappelijke%20Ondersteuning/article=7%20">artikel 7 lid 2 Wet Maatschappelijke
                                    Ondersteuning</extref>, betaald aan de eigenaar van de
                                    woning.</al></li><li nr="3."><al>Indien de woonvoorziening als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en sub c</extref>. van de Verordening
                                    voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bestaat uit een
                                    woningsanering wordt bij de bepaling van de hoogte van de
                                    tegemoetkoming rekening gehouden met de ouderdom van de te
                                    vervangen vloerbedekking en gordijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.7. Afschrijvingsschema</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van het terug te betalen bedrag als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 21</extref> Verordening voorzieningen
                                    maatschappelijke ondersteuning wordt gebaseerd op een
                                    afschrijvingsschema van 10 jaar.</al></li><li nr="2."><al>De meerwaarde van de woning wordt gesteld op een bedrag gelijk
                                    aan de verstrekte vergoeding voor de woonvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.8. Bijzondere bepalingen persoonsgebonden budget voor
                                woonvoorziening</titel></kop><al>Indien de woonvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget is
                            verleend dan gelden de volgende bijzondere bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een
                                    voorziening als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en onder b., c. en d</extref>. van de
                                    Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, maar
                                    uiterlijk binnen 15 maanden na het verlenen van het
                                    persoonsgebonden budget, verklaart de woningeigenaar desgevraagd
                                    aan burgemeester en wethouders dat de bedoelde werkzaamheden
                                    zijn voltooid;</al></li><li nr="b."><al>de gereedmelding als bedoeld onder a. gaat vergezeld van een
                                    verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan
                                    aan de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget is
                                    verleend;</al></li><li nr="c."><al>degene aan wie het persoonsgebonden budget in de kosten genoemd
                                    in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 15 aanhef en onder b.,c. en d</extref>. wordt
                                    uitbetaald, dient gedurende een periode van 10 jaar alle
                                    rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de
                                    werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1. Hoogte financiële tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen
                                    financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld
                                    in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 25, lid 1, ad d., sub 2 tot en met 4</extref> van
                                    de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is
                                    een forfaitaire (of gemaximeerde) vergoeding. Voor de
                                    vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                    de volgende normbedragen: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
                                            een collectief systeem van aanvullend al dan niet
                                            openbaar vervoer wordt geen vergoeding verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
                                            een eigen auto, bruikleen-, huur- of lease-auto of taxi
                                            geldt een normbedrag van € 1.032,41 per jaar, indien de
                                            gehandicapte niet tevens de beschikking heeft over een
                                            vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
                                            een eigen auto, bruikleen-, huur- of lease-auto of taxi
                                            geldt een normbedrag van € 516,33 per jaar, indien de
                                            gehandicapte tevens de beschikking heeft over een
                                            vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="d."><al>voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
                                            een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 1.551,93 per
                                            jaar, indien de gehandicapte niet tevens de beschikking
                                            heeft over een vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="e."><al>voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
                                            een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 775,84 per
                                            jaar, indien de gehandicapte tevens de beschikking heeft
                                            over een vervoersvoorziening in natura.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien beide echtgenoten in aanmerking komen voor een financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als
                                    bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 25, lid 1, ad d., sub 2 tot en met 4</extref> van
                                    de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning,
                                    bedraagt de hoogte van de financiële tegemoetkoming per persoon
                                    maximaal 75% het normbedrag als bedoeld in lid 1.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2. Persoonsgebonden budget voor
                                vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt, met
                            uitzondering van het bepaalde in artikel 5.1, en 5.5 van dit Besluit,
                            vastgesteld op het bedrag van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate
                            voorziening, inclusief kosten van onderhoud, zoals dat aan de
                            leverancier betaald zou worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3. Kosten reparatie</titel></kop><al>De hoogte van een te verlenen persoonsgebonden budget voor de kosten van
                            reparatie van een individuele vervoersvoorziening als bedoeld <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 25, lid 1, ad b. onder 2, 3 en 4</extref> van de
                            Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is gelijk aan
                            het factuurbedrag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4. Inkomensgrens vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>De inkomensgrens als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 25, lid 2</extref>, van de Verordening voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuning, bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="1."><al>voor alleenstaanden jonger dan 65 jaar € 16.044,48</al></li><li nr="2."><al>voor alleenstaanden die 65 jaar of ouder zijn € 17.550,18</al></li><li nr="3."><al>voor alleenstaande ouders jonger dan 65 jaar € 20.628,54</al></li><li nr="4."><al>voor alleenstaande ouders die 65 jaar of ouder zijn €
                                    21.645,54</al></li><li nr="5."><al>voor gehuwden, beiden jonger dan 65 jaar € 22.920,66</al></li><li nr="6."><al>voor gehuwden, waarvan een van de partners 65 jaar of ouder is €
                                    24.078,96</al></li><li nr="7."><al>voor gehuwden, beiden 65 jaar of ouder € 24.078,96</al></li><li nr="8."><al>voor gehuwden in een inrichting € 9.324,72</al></li><li nr="9."><al>voor alleenstaande in een inrichting € 6.075,90</al></li><li nr="10."><al>voor een alleenstaande ouder in een inrichting € 6.075,90</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.5. Overige kosten</titel></kop><al>De financiële tegemoetkoming die verstrekt wordt voor de kosten van
                            aanpassing van eigen auto als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 25, lid 1, ad d., sub 1</extref>, van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is gelijk aan de door
                            burgemeester en wethouders geaccepteerde offerte. De aanvrager is
                            verplicht minimaal twee offertes te overleggen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.6. Bovenregionale vervoersbehoefte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien zich een uitzonderingssituatie voordoet als omschreven in
                                    (het 2e deel van) <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 26, lid 1</extref> van de Verordening voorzieningen
                                    maatschappelijke ondersteuning wordt, op declaratiebasis, een
                                    bedrag verstrekt dat gelijk is aan de werkelijke kosten. Daarbij
                                    geldt het vervoer middels Valys als een voorliggende
                                    voorziening.</al></li><li nr="2."><al>De financiële tegemoetkoming die voor de vervoersvoorziening als
                                    bedoeld in dit artikel wordt verleend, wordt per maand, na
                                    ontvangst van de declaratie, vastgesteld en betaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1. Persoonsgebonden budget voor rolstoel</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld op het
                            bedrag van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening,
                            inclusief kosten van onderhoud, zoals dat door burgemeester en
                            wethouders aan de leverancier betaald zou worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2. Kosten reparatie</titel></kop><al>De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen
                            persoonsgebonden budget in de kosten van reparatie van een individuele
                            rolstoelvoorziening als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 27 aanhef onder b. en c</extref>. van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is gelijk aan het
                            factuurbedrag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3. Kosten sportrolstoel</titel></kop><al>Voor een sportrolstoel wordt uitsluitend een financiële tegemoetkoming
                            verstrekt. De hoogte van deze tegemoetkoming bedraagt, ongeacht het
                            inkomen, € 2.550,00 welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in
                            aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportrolstoel voor een periode
                            van 3 jaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Samenhangende afstemming en heronderzoek</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.1. Samenhangende afstemming</titel></kop><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te
                            stemmen op de situatie van de aanvrager wordt bij het onderzoek inzake
                            het advies <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">ex artikel 33</extref> van de Verordening voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuning indien van toepassing aandacht besteed
                            aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de algemene gezondheidstoestand van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren ondervindt
                                    als gevolg van ziekte of gebrek;</al></li><li nr="c."><al>de woning en de woonomgeving van de aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>het psychisch en sociaal functioneren van de aanvrager;</al></li><li nr="e."><al>de sociale omstandigheden van de aanvrager.</al></li></lijst><al>Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt door
                            burgemeester en wethouders bij deze bevindingen aangesloten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2. Heronderzoeken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks een heronderzoek
                                    instellen naar het voortduren van het recht op de ingevolge de
                                    Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                    toegekende voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Indien naar aanleiding van een heronderzoek blijkt dat de
                                    gehandicapte niet langer recht heeft op een voorziening
                                    ingevolge <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 36</extref> van de Verordening voorzieningen
                                    maatschappelijke ondersteuning trekken burgemeester en
                                    wethouders deze voorziening in.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.1. Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit nadere regels Wmo
                            Venlo.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Beleidsregels hulp bij het huishouden en beleidsregels gebruikelijke
                        zorg</titel></kop><divisie><kop><titel>1. Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet maatschappelijke ondersteuning</extref>;</al></li><li nr="1.1"><al>Verordening: de <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                    gemeente Venlo</extref>.</al></li><li nr="1.2"><al>Hulp bij het huishouden: het ondersteunen bij of overnemen van
                                activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van
                                een persoon dan wel van de leefeenheid waartoe een persoon behoort.
                                Deze activiteiten bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>huishoudelijke werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>organisatie van het huishouden;</al></li><li nr="c."><al>hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische
                                        stoornis.</al></li></lijst></li><li nr="1.2.1."><al>Huishoudelijke werkzaamheden: dit omvat de volgende activiteiten: </al><lijst><li nr="a."><al>boodschappen doen;</al></li><li nr="b."><al>broodmaaltijd bereiden;</al></li><li nr="c."><al>warme maaltijd bereiden;</al></li><li nr="d."><al>licht huishoudelijk werk doen;</al></li><li nr="e."><al>zwaar huishoudelijk werk doen;</al></li><li nr="f."><al>de was doen;</al></li><li nr="g."><al>huishoudelijke spullen in orde houden.</al></li></lijst></li><li nr="1.2.2"><al>Organisatie van het huishouden: dit omvat de volgende activiteiten: </al><lijst><li nr="a."><al>anderen helpen in huis met zelfverzorging;</al></li><li nr="b."><al>anderen helpen in huis bij bereiden maaltijd;</al></li><li nr="c."><al>dagelijkse organisatie van het huishouden.</al></li></lijst></li><li nr="1.2.3"><al>Hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische stoornis
                                omvat de volgende activiteiten: </al><lijst><li nr="a."><al>begeleiding gericht op de huishoudelijke verzorging;</al></li><li nr="b."><al>advies, instructie en voorlichting.</al></li></lijst></li><li nr="."><al>Leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die al dan niet
                                tezamen met één of meer ongehuwden duurzaam een huishouden voeren,
                                dan wel een ongehuwde meerderjarige die met één of meer minderjarige
                                of meerderjarige ongehuwden duurzaam een huishouden voert. Onder
                                gehuwden worden daarbij ook verstaan ongehuwd samenwonenden en
                                andere volwassenen die met elkaar en/of met minderjarige en/of
                                meerderjarige kinderen samenwonen.</al></li><li nr="1.3.1"><al>Huisgenoot: iedere persoon met wie de aanvrager duurzaam
                                gemeenschappelijk een woning bewoont.</al></li><li nr="1.4"><al>Gebruikelijke zorg: de krachtens deze beleidsregels in aanmerking te
                                nemen hulp van huisgenoten.</al></li><li nr="1.5"><al>Mantelzorg: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=1">artikel 1, lid 1, onder b. van de wet</extref>.</al></li><li nr="1.6"><al>Spoedzorg: zorg die direct, in afwachting van een indicatie,
                                verstrekt kan worden en die louter betrekking kan hebben op
                                niet-uitstelbare taken waarbij gebruikelijke zorg en mantelzorg geen
                                oplossing biedt.</al></li><li nr="1.7"><al>Overige begrippen: alle begrippen die in deze beleidsregels worden
                                gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis
                                als in de wet, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> en de <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">verordening maatschappelijke voorzieningen gemeente
                                    Venlo</extref>.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>A. Beleidsregels hulp bij het huishouden</titel></kop><divisie><kop><titel>2. Uitgangspunten</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>2.1 Hulp bij het huishouden</titel></kop><al>Hulp bij het huishouden bestaat uit:</al><lijst><li nr="1."><al>huishoudelijke werkzaamheden;</al></li><li nr="2."><al>organisatie van het huishouden;</al></li><li nr="3."><al>hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische
                                stoornis.</al></li></lijst><al>Deze voorziening is gericht op ondersteunen bij, of overnemen van
                        huishoudelijke verrichtingen ofwel op activiteiten op het gebied van
                        verzorgen van het huishouden in relatie tot (dreigend) disfunctioneren van
                        het huishouden, de veiligheid van en de regie over het huishouden. Hulp bij
                        het huishouden komt dus in beeld als disfunctioneren van de leefeenheid als
                        gevolg van gezondheidsproblemen van (een van) de verzorgende (leden) dreigt.
                        Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding),
                        verwaarlozing (gezondheidsrisico’s, voeding en vocht) of ontreddering van
                        zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis
                        maar ook buitenshuis belemmerd wordt.</al><al>Het doel van hulp bij het huishouden kan dan zijn het schoonhouden van het
                        huis en/of het verrichten van de dagelijks voorkomende huishoudelijke
                        activiteiten, maar ook het ondersteunen bij het organiseren van het
                        huishouden dan wel het geven van psychosociale begeleiding, het verstrekken
                        van advies en het geven van instructie en voorlichting ten behoeve van het
                        huishouden.</al><al>Het kan daarbij dan gaan om het motiveren, adviseren, instrueren, aansturen
                        en zonodig overnemen van, in volgorde van belangrijkheid:</al><lijst><li nr="•"><al>het verzorgen van de aanwezige hulpbehoevende personen
                                (kinderen);</al></li><li nr="•"><al>het zorgen voor eten en drinken: aanschaffen van voedingsmiddelen,
                                bereiden en tot zich doen nemen van voeding en drinken, afvoeren van
                                vuilnis.</al></li><li nr="•"><al>de essentiële hygiëne van de huishouding: schone bedden, kleding,
                                sanitair, vloeren stofzuigen en dweilen;</al></li><li nr="•"><al>verzorgen van dieren en planten;</al></li><li nr="•"><al>incidentele werkzaamheden als het schoonhouden van ramen, kasten
                                enz.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>2.1.1 Huishoudelijke taken: uitstelbaar en niet uitstelbaar</titel></kop><al>Onder huishoudelijke taken vallen zowel de uitstelbare als de
                        niet-uitstelbare taken. Het verzorgen van - overigens gezonde - kinderen
                        valt ook onder de functie hulp bij het huishouden. Als uitgangspunt (niet
                        limitatief) geldt daarbij:</al><lijst><li nr="•"><al>Niet-uitstelbare taken zijn: maaltijd verzorgen, de kinderen
                                verzorgen, afwassen en opruimen.</al></li><li nr="•"><al>Wel-uitstelbare taken zijn: boodschappen doen, wasverzorging, zwaar
                                huishoudelijk werk zoals stofzuigen, sanitair, keuken, bedden
                                verschonen.</al></li></lijst><al>Spoedzorg kan slechts verleend worden voor zover het niet-uitstelbare taken
                        betreft.</al><al>Hierdoor zal spoedzorg slechts zelden voorkomen omdat:</al><lijst><li nr="a."><al>het louter de niet-uitstelbare taken betreft;</al></li><li nr="b."><al>er veelal gebruikelijke zorg (van huisgenoten) en/of mantelzorg
                                aanwezig geacht mag worden/zal zijn;</al></li><li nr="c."><al>situaties waarbij geen gebruikelijke zorg aanwezig is en waarbij
                                acuut zorg verleend dient te worden voor niet-uitstelbare taken zich
                                slechts zelden zullen voordoen. Dat daarbij gedacht moet worden aan
                                onverwachte, plotseling voordoende situaties zonder dat de
                                leefeenheid deze situatie kan oplossen.</al></li></lijst><al>Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan eenoudergezin met kinderen
                        beneden 5 jaar waarbij de ouder bijvoorbeeld, een ongeluk krijgt. Directe
                        hulp is dan vereist. Doet zich dat voor tijdens kantooruren dan kan door de
                        betrokkene en/of een hulpverlener (bijvoorbeeld, een huisarts, een
                        verpleegkundige) contact worden opgenomen met het zorgloket waardoor direct
                        indicering kan plaatsvinden. Buiten kantooruren (bijvoorbeeld, gedurende het
                        weekend) zal hulp bij het huishouden ingezet kunnen worden zonder een
                        indicatie. Dit alles onder de voorwaarde dat zo spoedig als mogelijk het
                        zorgloket ingeschakeld wordt voor de indicering. Zo spoedig als mogelijk
                        betekent in dergelijke situaties dat op de eerstvolgende werkdag het
                        zorgloket ingeschakeld wordt.</al></divisie><divisie><kop><titel>2.1.2 Begeleiding en instructie</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>A. Begeleiding</titel></kop><al>Voor de bepaling van de inhoud en omvang van de begeleiding en instructie
                        bij een ontregelde huishouding in verband met psychische stoornis zal eerst
                        het verschil met de begeleiding die onder de Awbz voorziening Ondersteunende
                        Begeleiding (OB) en/of Activerende Begeleiding (AB) valt, duidelijk gemaakt
                        moeten worden.</al><al>• Activerende begeleiding</al><al>Hierbij ligt het accent op de mogelijkheid om via, in principe, kortdurende
                        begeleidingsvormen iemands zelfstandig functioneren te herstellen of
                        substantieel te verbeteren. Deze vorm van begeleiding beoogt verbeterdoelen
                        te stellen die in een relatief korte periode gehaald dienen te kunnen
                        worden. De volgende uitgangspunten worden door het CIZ gehanteerd bij de
                        indicering van deze Awbz voorziening:</al><lijst><li nr="-"><al>de grondslag voor Activerende Begeleiding is aanwezig indien er
                                sprake is van gedrags- of psychische problematiek of een somatische
                                of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke,
                                lichamelijke of zintuiglijke handicap (Besluit Zorgaanspraken AWBZ,
                                artikel 7);</al></li><li nr="-"><al>Activerende Begeleiding (AB) richt zich op die stoornissen en
                                beperkingen, waarvan te verwachten valt dat door een doelgerichte en
                                methodische aanpak (blijvende) verbeteringen in het functioneren
                                kunnen worden bereikt;</al></li><li nr="-"><al>Activerende Begeleiding is een functie die AWBZ-breed wordt
                                toegepast. AB kan zowel in revalidatie van somatische aandoeningen
                                als in de training van psychologische vaardigheden en
                                gedragsverandering aan de orde zijn;</al></li><li nr="-"><al>naar verwachting is de cliënt in staat zich te ontwikkelen of door
                                nieuw gedrag en vaardigheden in staat om verergering te voorkomen.
                                Motivatie en trainbaarheid van de cliënt is cruciaal. Beschrijven
                                van de doelstelling van de zorg is richtinggevend;</al></li><li nr="-"><al>AB richt zich op verbeteren van functioneren. Het kan daarbij gaan
                                om het aanleren van vaardigheden op het gebied van persoonlijke
                                verzorging, mobiliteit, sociale vaardigheden, enz.;</al></li><li nr="-"><al>de interventie is gestructureerd, programmatisch volgens de geldende
                                beroepsnormen onder vakgenoten en vergt professionele deskundigheid
                                van de uitvoerder;</al></li><li nr="-"><al>AB is per definitie begrensd in tijd. In beginsel wordt na 1 jaar
                                een nieuwe indicatie gesteld;</al></li><li nr="-"><al>AB kan ook in combinatie met Ondersteunende Begeleiding en/of
                                Behandeling zijn aangewezen, maar AB kan ook als afzonderlijke
                                functie geïndiceerd worden;</al></li><li nr="-"><al>Activerende Begeleiding heeft nooit betrekking op gebruikelijke zorg
                                van mensen voor elkaar.</al></li></lijst><al>• Ondersteunende begeleiding</al><al>Hieronder wordt door het CIZ de begeleiding bij het dagelijkse leven
                        verstaan in verband met een problematische regie over het leven, toezicht,
                        praktische hulp, oefenen van vaardigheden en/of participatie. Hieronder valt
                        ook enige verzorging die door de begeleider kan worden uitgevoerd in directe
                        samenhang met de functie begeleiding. De noodzaak van deze begeleiding is
                        aanwezig bij mensen met een sterk beperkte sociale redzaamheid die verband
                        houdt met “een bijzondere ziekte of stoornis. Men kan denken aan cognitieve
                        beperkingen, waaronder ernstiger verstandelijke beperking,
                        oriëntatiestoornissen (zoals bij dementie) of ernstiger psychische
                        stoornissen.</al><al>Het uitgangspunt daarbij is de omschrijving in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20Zorgaanspraken%20AWBZ/article=6">artikel 6 het Besluit Zorgaanspraken AWBZ</extref>:</al><al>Ondersteunende begeleiding omvat ondersteunende activiteiten in verband met
                        een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of
                        beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een
                        psychosociaal probleem, gericht op bevordering of behoud van zelfredzaamheid
                        of bevordering van de integratie van de verzekerde in de samenleving, te
                        verlenen door een instelling.</al><al>Blijkens het CIZ is kenmerkend voor deze functie:</al><lijst><li nr="-"><al>de functie betreft handhaven van de zelfredzaamheid door het
                                compenseren van beperkingen, acceptatie van de situatie en het
                                bevorderen van integratie in de samenleving door begeleiding bij het
                                dagelijkse leven (waar men ook woont) in verband met problematische
                                regie over het leven (regelvermogen), toezicht en praktische hulp.
                                De functie is gericht op het behoud van (verworven) vaardigheden.
                                Hieronder valt ook enige verzorging die door de begeleider kan
                                worden uitgevoerd in directe samenhang met de functie begeleiding.
                                Voor zover aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan kan gedacht
                                worden aan de volgende activiteiten:</al></li><li nr="-"><al>begeleiden bij beperkte vaardigheden van een cliënt, zoals
                                dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren
                                van taken, beheerszaken regelen, communicatie, oriëntatie naar
                                plaats tijd en persoon;</al></li><li nr="-"><al>begeleiden bij de integratie in de samenleving en sociale
                                participatie bij dreigend sociaal isolement.</al></li></lijst><al>De noodzaak van deze begeleiding is, volgens het protocol Ondersteunende
                        Begeleiding van het CIZ, aanwezig bij mensen met een sterk beperkte
                        zelfredzaamheid die verband houdt met één van de genoemde grondslagen. Men
                        kan daarbij, volgens het CIZ, vooral denken aan cognitieve beperkingen,
                        waaronder een verstandelijke beperking, oriëntatiestoornissen (zoals bij
                        dementie) of ernstige psychische stoornissen. De noodzaak voor
                        ondersteunende begeleiding kan ook aanwezig zijn bij mensen met een
                        lichamelijke of zintuiglijke aandoening. In tegenstelling tot de andere
                        groepen beschikken zij veelal over een adequaat regel- en
                        organisatievermogen. Zij zijn vaak voldoende zelfredzaam en in staat, al dan
                        niet met gebruikmaking van voorliggende voorzieningen of mantelzorg,
                        maatschappelijk te participeren. Onder omstandigheden (dreigend sociaal
                        isolement) is het mogelijk dat er een aanspraak op ondersteunende
                        begeleiding bestaat.</al><al>De functie is, krachtens het protocol, niet alleen bedoeld voor volwassenen
                        en ouderen die onvoldoende in staat zijn hun eigen leven te regelen en een
                        eigen huishouden te organiseren. Ondersteunende Begeleiding is ook mogelijk
                        voor cliënten in en gezinshuishoudens waar sprake is van langdurige en
                        intensieve zorg voor een persoon met een sterk beperkte zelfredzaamheid. De
                        begeleiding kan hier nodig zijn als een vorm van respijtzorg; namelijk
                        verlichting brengen bij degenen/naasten die voortdurende zorg bieden. Men
                        kan denken aan begeleiding in het gezin van een ernstig-meervoudig
                        gehandicapt kind dat thuis woont bij de ouder(s); of begeleiding rond een
                        thuiswonend persoon met gevorderde dementie die van de partner of vanuit de
                        familie voortdurend hulp krijgt. Deze vormen van individuele ondersteunende
                        begeleiding zijn ofwel bij de cliënt thuis ofwel buitenshuis en worden
                        uitgedrukt in uren per week.</al><al>Ook kan Ondersteunende Begeleiding worden geboden als groepsgewijze
                        dagactiviteit (in dagdelen per week) buitenshuis, gericht op structurering
                        van tijdbesteding. Ondersteunende Begeleiding in dagdelen kan ook
                        nachtopvang betreffen (de functie verblijf is namelijk per definitie
                        gedurende het etmaal).</al><al>De functie Ondersteunende Begeleiding omvat geen zaken, zoals informatie en
                        advies over maatschappelijke voorzieningen (bijv. ouderenadvisering),
                        bemiddeling naar voorzieningen, maaltijdservice, klussendiensten,
                        woonservice of welzijnsdiensten zoals sociaal-culturele activiteiten.</al><al>Het verschil tussen begeleiding die onder Ondersteunende Begeleiding (OB)
                        en/of Activerende Begeleiding (AB) valt en begeleiding bij hulp bij een
                        ontregelde huishouding (zie 1.2.3) is niet altijd geheel helder. De (ook
                        door het CIZ in het kader van de AWBZ-voorzieningen gehanteerde) stelregel
                        is dat begeleiding bij hulp bij het huishouden is gericht op motiveren,
                        aansturen, instrueren en zo nodig het overnemen van het huishouden. Er is
                        daarbij sprake van een gebrek in het organisatievermogen van de leefeenheid
                        dat is ingegeven door het fysiek/psychisch uitvallen van degene die dat
                        normaal gesproken op zich neemt. Ondersteunende Begeleiding (OB) is aan de
                        orde wanneer er structurele regieproblemen zijn die zich uiten op meerdere
                        gebieden van het dagelijks leven en de sociale redzaamheid in het algemeen
                        in het geding is. Activerende Begeleiding (AB) is aangewezen als min of meer
                        duurzame verbetering van het functioneren in het algemeen wordt beoogd.</al><al>Doorslaggevend is de doelstelling: verbetering of handhaven van het niveau
                        van functioneren valt onder een van de begeleidingsfuncties (ook enige
                        sturing in het wonen en woningonderhoud valt daaronder). Slechts als het
                        louter (dus 100%) gaat om de organisatie van het onderhoud van de woning en
                        het overnemen van enige activiteiten op het gebied van het huishouden moet
                        hulp bij het huishouden worden geïndiceerd. In alle andere situaties is
                        activerende en/of ondersteunende begeleiding aan de orde. Dit betekent dat
                        indicering van begeleiding gericht op de huishoudelijke verzorging zelden
                        zal plaatsvinden.</al></divisie><divisie><kop><titel>B. Instructie bij ontregelde huishouding in verband met psychische
                            stoornis (artikel 1.2.3)</titel></kop><al>Leeftijd of het niet gewend zijn aan huishoudelijk werk kunnen invloed
                        hebben op het vermogen van andere leden uit het leefeenheid om
                        huishoudelijke taken over te nemen.</al><al>Als dit noodzakelijk is door uitval van een van de leden kan aan de gezonde
                        anderen een instructie worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op
                        huishoudelijk gebied.</al><al>Ook het trainen van huisgenoten om bepaalde huishoudelijke handelingen te
                        verrichten of om te gaan met huishoudelijke hulpmiddelen valt als activiteit
                        onder de functie hulp bij het huishouden: instructie. Het gaat dan om een
                        kortdurende indicatie voor beperkte tijd, waarin de noodzakelijke
                        huishoudelijke vaardigheden worden aangeleerd.</al><al>Een andere situatie treedt op, wanneer iemand doelgerichte training nodig
                        heeft in ondermeer huishoudelijke vaardigheden met als doel het dagelijkse
                        functioneren te verbeteren op meer gebieden dan alleen het huishouden. Een
                        methodische aanpak is daarbij noodzakelijk. In dat geval geldt de
                        AWBZ-voorziening AB als dominante functie.</al><al>De instructie moet dus in directe relatie staan met de verzorgende
                        activiteiten wil er sprake kunnen zijn van de Wmo-functie/voorziening
                        instructie bij ontregelde huishouding.</al></divisie><divisie><kop><titel>2.2 Eigen verantwoordelijkheid cliënt</titel></kop><al>De cliënt ondervindt derhalve beperkingen in het huishouden; deze zijn
                        gerelateerd aan beperkingen op twee andere terreinen, te weten: sociale
                        redzaamheid en/of mobiliteit.</al><al>Uitgangspunt hierbij is dat de leefeenheid primair zelf de
                        verantwoordelijkheid draagt voor het bevorderen en in stand houden van
                        gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Dat
                        betekent dat van een leefeenheid verwacht wordt dat, bij uitval van een van
                        de leden van die leefeenheid, gestreefd wordt naar een herverdeling van de
                        huishoudelijke taken binnen die leefeenheid. De aanspraak op de voorziening
                        hulp bij het huishouden bestaat slechts aanvullend op eigen mogelijkheden.
                        Daarbij geldt dat in ieder geval altijd beoordeeld wordt in hoeverre hulp
                        antirevaliderend kan werken, welke technische hulpmiddelen voor oplossing
                        van huishoudelijke problemen kunnen zorgen en welke hulp in redelijkheid
                        langdurig noodzakelijk is èn tevens de goedkoopst, adequate is. Ook wordt
                        beoordeeld of aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening in de zin
                        van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=2">artikel 2 Wmo</extref> en <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007#artikel-2-begrenzingen">artikel 2 lid 2 onder i</extref> van de Verordening.</al></divisie><divisie><kop><titel>2.2.1 Revalideren</titel></kop><al>Wanneer de aandoening die de oorzaak vormt voor de huishoudelijke
                        beperkingen naar de mening van de medisch adviseur (op basis van informatie
                        van de behandelend specialist) nog behandelmogelijkheden biedt, kan in de
                        regel geen hulp bij het huishouden alleen worden geïndiceerd. Hulp bij het
                        huishouden kan in zo’n situatie immers antirevaliderend werken. Ook deze
                        mening dient gebaseerd te zijn op informatie van de behandelend specialist.
                        Wel kan hulp bij het huishouden naast een te volgen behandeling of
                        revalidatie worden geïndiceerd. Hierover is afstemming met de behandelaar
                        nodig. Zo’n indicatie heeft dan in principe een korte geldigheidsduur,
                        afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject.</al></divisie><divisie><kop><titel>2.2.2 Technische hulpmiddelen</titel></kop><al>Er is geen indicatie voor hulp bij het huishouden als de problemen van de
                        cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen.
                        Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke
                        apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Deze hulpmiddelen dienen uit
                        oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden ook voor een helpende aanwezig
                        te zijn. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van al aanwezige hulpmiddelen,
                        zoals een droogtrommel of een afwasmachine. Als dergelijke apparaten niet
                        aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het
                        probleem, hebben deze hulpmiddelen de voorkeur boven het inzetten van hulp.
                        Hulpmiddelen kunnen ook gefinancierd zijn uit een andere betalingsregeling,
                        gericht op of aangepast aan de handicap van de cliënt (AWBZ, Regeling
                        hulpmiddelen of Wmo (indien het overige voorzieningen betreft)). Zonodig kan
                        de cliënt gewezen worden op de mogelijkheid van de eerstelijns ergotherapie
                        voor ergonomische consultatie bij het leren omgaan met hulpmiddelen/het
                        reorganiseren van het huishouden. De cliënt kan voor de tijd dat de
                        hulpmiddelen er niet zijn in aanmerking komen voor kortdurende hulp bij de
                        huishouding, bij wijze van overbruggingszorg.</al></divisie><divisie><kop><titel>2.2.3 Omvang zorg</titel></kop><al>Een indicatie is altijd de beoordeling van de zorg waarop een cliënt in
                        redelijkheid is aangewezen minus de zorg waarin voorzien is of dient te
                        zijn. Indien een cliënt (meer) hulp bij het huishouden wenst, omdat
                        zijn/haar standaarden met betrekking tot het huishouden hoger liggen dan de
                        algemeen gebruikelijke normeringen (zie bijlage 2 en 3) toelaten, is er voor
                        deze activiteiten geen indicatie voor de voorziening hulp bij het
                        huishouden.</al></divisie><divisie><kop><titel>2.3 De leefeenheid</titel></kop><al>Met de definitie van het begrip leefeenheid worden alle bewoners van één
                        adres die samen een duurzaam huishouden voeren, aangeduid.</al><al>Als er sprake is van kamerverhuur, rekenen we de huurder van de betreffende
                        ruimte niet tot het huishouden. Als mensen zelfstandig samenwonen op een
                        adres en gemeenschappelijke ruimten delen (bijvoorbeeld bij
                        woongemeenschappen van kloosterlingen, ouderen of gehandicapten),
                        veronderstellen we dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij
                        uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van de
                        leefeenheid.</al><al>De eventuele indicatie voor hulp bij het huishouden betreft dan alleen de
                        eigen woonruimte (kamers) van de zorgvrager. Indien alle bewoners
                        zorgbehoevend zijn bestaat geen indicatie voor het schoonmaken van de
                        gemeenschappelijke ruimten. Het vinden van een oplossing hiervoor wordt als
                        een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid gezien en als inherent aan de
                        gekozen woonvorm.</al></divisie><divisie><kop><titel>3. Voorliggende, algemeen gebruikelijke en algemene
                            voorzieningen</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>3.1 Voorliggende voorzieningen</titel></kop><al>Krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=2%20">artikel 2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning</extref> en <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 2, lid 2 onder i</extref> van de Verordening heeft men geen
                        recht op een voorziening voor zover een voorziening op grond van een andere
                        wettelijke bepaling met betrekking tot de problematiek bestaat. In <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/WMO-verordening-Venlo/01-01-2007">artikel 2, lid 2 onder 1</extref> van de Verordening is hieraan
                        toegevoegd dat ook geen recht op een voorziening bestaat wanneer op grond
                        van een privaatrechtelijke verbintenis een aanspraak bestaat.</al><al>Dit alles wil zeggen dat wanneer een adequate oplossing wordt geboden door
                        het gebruik maken van deze voorzieningen, deze optie voorgaat boven een, in
                        casu, aanspraak op de voorziening hulp bij het huishouden. Het bestaan van
                        een wettelijke, anders bekostigde voorliggende voorziening maakt de
                        Wmo-aanspraak onmogelijk. Het is daarbij niet van belang of van de
                        voorliggende voorziening daadwerkelijk gebruik gemaakt wordt of niet.</al><al>Er moet bij de indicatiestelling vanuit worden gegaan dat de voorliggende
                        voorziening beschikbaar is. Het feit dat de instantie die verantwoordelijk
                        is voor de realisatie van de voorziening in gebreke is gebleven, is geen
                        reden dit af te wentelen op de Wmo.</al><al>Voorbeeld: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Zorgverzekeringswet">Zorgverzekeringswet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bijzondere%20Ziektekosten">Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</extref>.</al><al>De afweging of voorliggende voorzieningen een adequate oplossing bieden voor
                        het probleem van de zorgvrager is een vraag die de indicatiesteller zich
                        stelt nadat de afweging: “Is hier sprake van gebruikelijke zorg?” heeft
                        plaatsgevonden.</al></divisie><divisie><kop><titel>3.2 Algemeen gebruikelijke voorzieningen</titel></kop><al>Van algemeen gebruikelijke voorzieningen dient gebruik te worden gemaakt
                        voor zover zich (in redelijkheid) geen ernstige beletselen voordoen.</al><al>Op basis van jurisprudentie is duidelijk wat begrepen wordt onder de
                        algemeen gebruikelijke voorziening. Er moet voldaan zijn aan de volgende
                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>het aan te schaffen object kan voor een niet-gehandicapte in een
                                financieel vergelijkbare positie tot het normale
                                aanschaffingspatroon worden gerekend;</al></li><li nr="2."><al>het is gewoon te koop;</al></li><li nr="3."><al>het is niet duurder dan soortgelijke producten;</al></li><li nr="4."><al>het is niet speciaal voor gehandicapten.</al></li></lijst><al>Tot de algemeen gebruikelijke voorzieningen behoren (niet limitatieve
                        lijst):</al><lijst><li nr="•"><al>kinderopvang (crèche, overblijfmogelijkheden op school);</al></li><li nr="•"><al>voor- en naschoolse opvang;</al></li><li nr="•"><al>oppascentrale;</al></li><li nr="•"><al>maaltijddienst;</al></li><li nr="•"><al>hondenuitlaatservice;</al></li><li nr="•"><al>boodschappendienst;</al></li><li nr="•"><al>sociale alarmering.</al></li></lijst><al>Er zal altijd moeten worden nagegaan of dergelijke voorzieningen ook
                        daadwerkelijk beschikbaar en adequaat zijn.</al><al>De wens geen gebruik te maken van voorliggende en/of algemeen gebruikelijke
                        voorzieningen, terwijl die wel wettelijk verankerd òf feitelijk aanwezig
                        zijn, kan niet tot een indicatie leiden. Of de cliënt dan daadwerkelijk de
                        betreffende voorziening zal gaan gebruiken is niet relevant. Het behoort tot
                        de verantwoordelijkheid van de cliënt en zijn leefeenheid. Van cliënten die
                        bij de aanvraag om hulp al gebruik maken van dergelijke voorzieningen wordt
                        verwacht dat zij dit blijven doen.</al><al>Aanspraak op de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden bestaat aanvullend
                        op de eigen mogelijkheden van de leefeenheid. Afwijking van deze norm is
                        geoorloofd als het verrichten van een taak geschiedt vanuit intenties als
                        ‘aanleren’, ‘observeren’ dan wel stimulering van de zelfredzaamheid.</al><al>Bij cliënten die geen gebruik maken van voorliggende en/of algemeen
                        gebruikelijke voorzieningen dient bekeken te worden in hoeverre
                        mogelijkheden aanwezig zijn om hiervan gebruik te maken. Van een cliënt
                        verwachten we dat hij/zij alles in het werk stelt om zo snel mogelijk in
                        aanmerking te komen voor adequate voorzieningen. In crisissituaties kan voor
                        een termijn van 3 maanden een indicatie worden afgegeven om de eigen
                        oplossing te regelen. Financiële omstandigheden zijn geen reden om een
                        indicatie af te geven, maar ook niet om daarvan af te zien. Tijdelijke
                        oplossingen zoals een gastgezin, buren, oppas aan huis kunnen als
                        overbrugging fungeren van de wachttijd voor een voorliggende voorziening. De
                        indicatiesteller moet de sociale kaart goed in beeld hebben, zodat hij/zij
                        kan beoordelen of een algemeen gebruikelijke voorziening daadwerkelijk
                        beschikbaar is.</al></divisie><divisie><kop><titel>3.3 De algemene voorzieningen</titel></kop><al>Krachtens de verordening geldt het primaat van de algemene voorziening. Een
                        algemene voorziening is, volgens de verordening, een voorziening die wordt
                        geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte
                        toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt
                        voor de beperkingen die een persoon ondervindt. Indien een dergelijke
                        voorziening beschikbaar is en een adequate oplossing biedt is er geen reden
                        om een indicatie af te geven.</al></divisie><divisie><kop><titel>3.4 Particuliere hulp</titel></kop><al>Dit is geen voorliggende voorziening. Wanneer iemand beperkingen heeft in
                        het huishouden en daardoor aanspraak zou maken op de voorziening hulp bij
                        het huishouden, maar gebruik maakt van particuliere zorg, is dat een keuze
                        van de cliënt. Dit heeft geen invloed op zijn indicatie, tenzij ervoor
                        gekozen wordt deze hulp op eigen kosten te continueren.</al></divisie><divisie><kop><titel>3.5 Mantelzorg</titel></kop><al>Krachtens de wet is mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een
                        hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit
                        diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit
                        de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar
                        overstijgt.</al><al>Gebruikelijke zorg en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Bij
                        mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of
                        intensiteit overschreden. Mantelzorg vindt plaats op basis van
                        vrijwilligheid, dat wil zeggen dat de mantelzorger bereid en in staat geacht
                        mag worden deze zorg te leveren. Enige uitzondering kan bijvoorbeeld het
                        18-jarig tot 23-jarig kind zijn; dat kind kan mantelzorg verlenen.</al></divisie><divisie><kop><titel>3.6 Vrijwilligerswerk is vervangende mantelzorg</titel></kop><al>Vrijwilligers moeten niet worden opgevat als een ‘voorliggende voorziening’
                        maar als vervanging van mantelzorg. Dat betekent dat indien er vrijwilligers
                        aanwezig, beschikbaar en bereid zijn om de zorg vrijwillig te (blijven)
                        leveren, er voor dat deel geen aanspraak bestaat op de voorziening hulp bij
                        het huishouden.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>B. Beleidsregels gebruikelijke zorg</titel></kop><divisie><kop><titel>4. Uitgangspunten</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>4.1 Eén- en meerpersoonshuishouden</titel></kop><al>Indien de zorgvrager deel uitmaakt van een leefeenheid bestaande uit
                        meerdere personen (meerpersoonshuishouden) moet de indicatiesteller
                        vaststellen wat, gezien de samenstelling van die leefeenheid, in dat geval
                        verstaan wordt onder gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar. Pas dan
                        kan het college besluiten op welke Wmo-zorg de zorgvrager redelijkerwijs is
                        aangewezen.</al><al>In geval zorgvrager een éénpersoonshuishouden voert is er geen sprake van
                        gebruikelijke zorg.</al></divisie><divisie><kop><titel>4.2 Maatschappelijke participatie</titel></kop><al>Iedere volwassen (in casu 23 jaar of ouder) burger wordt verondersteld naast
                        een volledige baan of opleiding een meerpersoonshuishouden te kunnen
                        voeren.</al><al>In geval van een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een normale
                        baan of het volgen van een opleiding per definitie het leveren van
                        gebruikelijke zorg niet in de weg.</al><al>Gebruikelijke zorg gaat voor op andere activiteiten van leden van de
                        leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie.</al></divisie><divisie><kop><titel>4.3 Culturele diversiteit</titel></kop><al>Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van het huishouden wordt
                        geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van
                        inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van
                        huishoudelijke taken. Er is sprake van een pluriforme samenleving waarin een
                        ieder gelijke aanspraken op Wmo-zorg maakt.</al></divisie><divisie><kop><titel>4.4 Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting</titel></kop><al>Een indicatiesteller kan besluiten dat een huisgenoot of partner geen
                        gebruikelijke zorg kan leveren als deze zodanige gezondheidsproblemen heeft
                        dat de indicatiesteller redelijkerwijs moet concluderen dat de betreffende
                        taken niet door hem uitgevoerd kunnen worden.</al><al>Een indicatiesteller moet altijd onderzoeken of een leefeenheid, gegeven de
                        voor die leefeenheid geldende gebruikelijke zorg, door de (chronische)
                        uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast wordt en
                        overbelasting dreigt.</al><al>Wanneer partner of huisgenoot gezondheidsproblemen en beperkingen heeft of
                        door de combinatie van een (volledige) werkkring of opleiding en het voeren
                        van het huishouden overbelast dreigt te raken, zullen de (medische) gegevens
                        ter onderbouwing daarvan door de betrokkene moeten worden aangeleverd. De
                        indiceerder en/of het college moet zich daar dan een geobjectiveerd oordeel
                        over vormen.</al><al>Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van
                        werk en gebruikelijke zorg en andere activiteiten dan werk en huishouden,
                        gaan werk en gebruikelijke zorg voor.</al><al>Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om een
                        indicatie te geven voor gebruikelijke zorg.</al><al>Met andere woorden: ondanks beoefening van vrijetijdsbesteding wordt
                        gebruikelijke zorg van de huisgenoot verwacht.</al><al>In geval de leden van een leefeenheid dreigen overbelast te raken door de
                        combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een
                        indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de
                        gebruikelijke zorg worden gerekend. In eerste instantie zal die indicatie
                        van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge
                        taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als
                        een partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere
                        ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging
                        van de inwonende kinderen.</al></divisie><divisie><kop><titel>4.5 Fysieke afwezigheid</titel></kop><al>Indien de huisgenoot van een zorgvrager vanwege zijn/haar werk fysiek niet
                        aanwezig is wordt hiermee bij de indicatiestelling uitsluitend rekening
                        gehouden, wanneer het om aaneengesloten perioden van ten minste 7 etmalen
                        gaat.</al><al>De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en
                        inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan off-shore werk,
                        internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Wanneer iemand
                        aaneengesloten perioden van ten minste 7 etmalen van huis is, is er in die
                        periode feitelijk sprake van een éénpersoonshuishouden en kan er geen
                        gebruikelijke zorg worden geleverd.</al></divisie><divisie><kop><titel>4.6 Korte levensverwachting</titel></kop><al>In geval de zorgvrager een zeer korte, bekende levensverwachting heeft kan
                        ter ontlasting van de leefeenheid van de zorgvrager afgeweken worden van de
                        normering van gebruikelijke zorg.</al></divisie><divisie><kop><titel>4.7 Indicatie voor het aanleren van huishoudelijke
                            activiteiten</titel></kop><al>Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijke werk willen en/of
                        kunnen (in de zin van “niet geleerd hebben”) verrichten' leiden niet tot een
                        indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken. Indien hiervoor
                        motivatie aanwezig is, kan er een indicatie worden gesteld voor 6 weken zorg
                        voor het aanleren van huishoudelijke taken en/of het leren (efficiënter)
                        organiseren van het huishouden.</al></divisie><divisie><kop><titel>5. De zorgvrager</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>5.1 De zorgvrager</titel></kop><al>De zorgvrager is degene die een gezondheidsprobleem heeft en daardoor
                        beperkingen ondervindt in de zelfredzaamheid. Ook wanneer ondersteuning
                        wordt gevraagd in het functioneren van het huishouden door een ander dan de
                        zorgvrager (zoals de echtgenote of de ouder), is degene met het
                        gezondheidsprobleem de zorgvrager.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.1.1 De mantelzorger</titel></kop><al>Krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=1">artikel 1 lid 1 onder b van de wet</extref> wordt onder mantelzorg de
                        langdurige zorg verstaan die niet in het kader van een hulpverlenend beroep
                        wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe
                        omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale
                        relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar
                        overstijgt.</al><al>Dit betekent, gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=1">artikel 1, lid 1 onder g onderdeel 4 van de wet</extref>, dat er een
                        indicatie kan bestaan indien de mantelzorger zijn taken tijdelijk niet kan
                        waarnemen.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.1.2 Huishoudelijke verzorging in terminale situaties</titel></kop><al>In terminale of andere chronische situaties waarin mantelzorgers zwaar
                        belast worden met zorgtaken kunnen de normeringen betreffende gebruikelijke
                        zorg soepeler worden gehanteerd.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.1.3 Betrekken van huisgenoten/mantelzorgers bij het
                            indicatieonderzoek</titel></kop><al>Indien er sprake is van huisgenoten, die gebruikelijke zorg dan wel
                        mantelzorg leveren, is het zaak dat de indicatiesteller die huisgenoten
                        altijd persoonlijk hoort in het kader van het indicatieonderzoek. Zo kan
                        bijvoorbeeld een 18- tot 23-jarig kind mantelzorg verlenen. Op die manier
                        kan de indicatiesteller correct inventariseren welke taken de huisgenoot/
                        mantelzorger uitvoert en hoe hij/zij de belasting van deze taken ervaart in
                        relatie tot zijn/haar maatschappelijke participatie.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.2 Zorgplicht ouders</titel></kop><al>Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. De ouders zorgen voor de
                        opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en
                        lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun
                        persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit
                        alles).</al><al>Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en
                        opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de
                        leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken
                        geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziekte.</al><al>Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg
                        voor de kinderen over.</al><al>Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van
                        een verantwoordelijke ouder of derde persoon conform de leeftijd en
                        ontwikkeling van het kind. Verzorging van de kinderen kan, zonodig, wel een
                        Wmo-aanspraak zijn.</al><al>Structurele opvang van kinderen is geen Wmo-zorg.</al><al>Niet-structurele opvang van kinderen kan alleen bij ontwrichting of
                        calamiteiten tijdelijk tot een Wmo-aanspraak leiden.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.2.1 Eigen oplossingen gaan voor</titel></kop><al>Indien nodig dient de ouder gebruik te maken van de voor hem/haar geldende
                        regeling voor zorgverlof. De indicatiesteller onderzoekt, in geval er
                        mantelzorg aanwezig is, wat in redelijkheid met mantelzorg kan worden
                        opgevangen.</al><al>Is dit niet mogelijk dan dient de ouder gebruik te maken van (een combinatie
                        van) crèche, opvang op school, buitenschoolse opvang, gastouder e.d. (de
                        zogenaamde algemeen gebruikelijke dan wel voorliggende en/of algemene
                        voorzieningen). Het verplichte gebruik van alternatieve opvangmogelijkheden
                        voor kinderen is redelijk, onafhankelijk van de financiële
                        omstandigheden.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.2.2 Voorkomen van crisis en ontwrichting</titel></kop><al>Zijn deze mogelijkheden reeds maximaal gebruikt of afwezig, of is er slechts
                        kortdurend overbrugging nodig in noodgevallen, dan kan de voorziening hulp
                        bij het huishouden worden ingezet.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.3 Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding</titel></kop><al>Bij echtscheiding vervalt het samenwonen en daarmee dus ook de gebruikelijke
                        zorg voor het huishouden en de onderlinge persoonlijke verzorging van
                        partners. De zorgplicht voor de kinderen verdwijnt niet. Bij uitval van de
                        verzorgende ouder moet wel onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheid van
                        opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder door te kijken naar
                        de voor de rechtbank vastgelegde afspraken tussen de ex-echtgenoten en de
                        feitelijke uitvoering daarvan. Voor die perioden dat de kinderen bij de
                        verzorgende -uitgevallen - ouder zijn kan er dan een indicatie voor opvang
                        zijn. Als de zorgplicht door de niet-verzorgende ouder kennelijk niet wordt
                        nagekomen, beschouwen we de situatie als een éénoudergezin.</al></divisie><divisie><kop><titel>5.4 Uitval van ouder in éénoudergezin</titel></kop><al>Indien er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of beide
                        ouders ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen,
                        wordt er eerst nagegaan wat mantelzorg opvangt, en wat vrijwilligers als
                        vervangende mantelzorg, voorliggende, algemeen gebruikelijke en algemene
                        voorzieningen kunnen opvangen.</al><al>Oppas en opvang van gezonde kinderen zijn in principe geen Wmo-zorg,
                        daarvoor zijn andere, algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen
                        voorhanden. Wel is er een indicatie mogelijk voor de verzorging van de
                        kinderen conform leeftijd.</al><al>Gebruik van kinderopvang/crèche als voorliggende voorziening voor oppas en
                        opvang van gezonde kinderen tot 5 dagen per week is redelijk.</al><al>Indien indicatiesteller zich ervan heeft vergewist dat de voorliggende en/of
                        algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen niet aanwezig of niet
                        toepasbaar zijn of zijn uitgeput is bij uitval van de ouder in een
                        éénoudergezin, afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind, een
                        indicatie voor hulp bij het huishouden mogelijk tot 40 uur per week voor
                        oppas en opvang van gezonde kinderen. Een dergelijke indicatie is in
                        principe van korte duur (maximaal 3 maanden), de periode waarin een eigen
                        oplossing moet worden gevonden.</al></divisie><divisie><kop><titel>6. De Leefeenheid</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>6.1 Taak volwassen huisgenoot</titel></kop><al>Van een volwassen (in casu 23 jaar of ouder) gezonde huisgenoot wordt
                        verwacht dat deze de huishoudelijke taken van het meerpersoons huishouden
                        overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt.</al></divisie><divisie><kop><titel>6.2 Huisgenoot/partner ouder dan 75 jaar</titel></kop><al>Wanneer in redelijkheid niet (meer) kan worden verondersteld dat een nieuwe
                        taak als het huishouden nog is te trainen of aan te leren, zoals bij ouderen
                        op hoge leeftijd (&gt; 75 jaar) kan, indien nodig, hulp voor die zwaar
                        huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke zorg
                        zouden worden gerekend.</al><al>Als binnen een leefeenheid degene die de huishouding voert, uitvalt en de
                        andere partner is weliswaar gezond, maar ouder dan 75, en niet meer
                        leerbaar, dan wordt toch hulp bij het huishouden geïndiceerd.</al><al>Wanneer de hulpbehoevende partner overlijdt, treedt een heel nieuwe situatie
                        in. Na een periode waarin de overblijvende partner heeft kunnen wennen aan
                        de nieuwe situatie, ervan uitgaande dat deze nog steeds gezond is, wordt een
                        nieuwe indicatie gesteld. Daarbij geldt dat er wel kan worden geïndiceerd
                        voor het aanleren van de huishoudelijke activiteiten, maar niet meer voor
                        het volledig overnemen ervan. Ook in dergelijke situaties wordt dus van de
                        overblijvende partner een, in redelijkheid te bepalen, hoeveelheid
                        huishoudelijke activiteiten verwacht.</al></divisie><divisie><kop><titel>7. De kinderen</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>7.1 Bijdrage van kinderen aan het huishouden</titel></kop><al>In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan
                        gaat de indicatiesteller ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun
                        leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de
                        huishoudelijke taken.</al><lijst><li nr="•"><al>Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.</al></li><li nr="•"><al>Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden
                                betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen,
                                tafel dekken/afruimen, afwassen/ afdrogen, boodschap doen, kleding
                                in de wasmand gooien.</al></li><li nr="•"><al>Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen
                                kamer op orde houden, dat wil zeggen rommel opruimen, stofzuigen,
                                bed verschonen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>7.1.1 Taken 18-23 jarige kinderen</titel></kop><al>Een 18-23 jarige huisgenoot wordt verondersteld de taken van een eenpersoons
                        huishouden te kunnen uitvoeren.</al><al>De huishoudelijke taken voor een éénpersoons huishouden zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>schoonhouden van sanitaire ruimte;</al></li><li nr="•"><al>keuken en een kamer;</al></li><li nr="•"><al>de was doen;</al></li><li nr="•"><al>boodschappen doen;</al></li><li nr="•"><al>maaltijd verzorgen;</al></li><li nr="•"><al>afwassen en opruimen.</al></li></lijst><al>Dit betekent dat bij aanwezigheid van een huisgenoot van 18-23 jaar met de
                        volgende normering rekening kan worden gehouden:</al><lijst><li nr="-"><al>te normeren naar 2 uur: uitstelbare, zware huishoudelijke taken
                                en</al></li><li nr="-"><al>naar 3 uur: lichte, niet uitstelbare huishoudelijke taken per
                                week.</al></li></lijst><al>Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en
                        begeleiden.</al></divisie><divisie><kop><titel>8 Overig</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>8.1 Hulp bij het huishouden bij huisstofallergie</titel></kop><al>Bij allergie voor huisstofmijt zal er advisering rond het saneren van de
                        woning plaatsvinden door de daartoe bevoegde instanties, i.c. de CARA/COPD
                        verpleegkundige. Een vraag naar hulp bij het huishouden zal dus pas aan de
                        orde zijn wanneer sanering van de woning reeds heeft plaatsgevonden. Voor
                        het stofvrij houden van de woning kan één klasse extra worden
                        geïndiceerd.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Bijlage 1 Normeringskader</titel></kop><divisie><kop><titel>1. Normering huishoudelijke taken in minuten</titel></kop><al>Naast de in bijlage 3 opgenomen normering gelden de volgende
                        standaardindicaties.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.1 Huishoudelijke werkzaamheden</titel></kop><al>1.1.1 Boodschappen voor het dagelijkse leven doen</al><lijst><li nr="•"><al>Boodschappenlijst samenstellen</al></li><li nr="•"><al>Boodschappen inkopen en opslaan - wekelijks</al></li></lijst><al>Totaal: 1 maal per week 60 minuten p/w</al><al>Factoren meer/minder hulp</al><lijst><li nr="-"><al>Indien het leefeenheid bestaat uit meer dan 4 personen, of er zijn
                                kinderen &lt; 12 jaar, kan er 2x per week boodschappen worden
                                geïndiceerd; +30 minuten, wanneer afstand tot de winkels groot
                                is.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>1.1.2 Maaltijdverzorging: broodmaaltijd</titel></kop><al>(Bereiding broodmaaltijd/warme maaltijd)</al><lijst><li nr="•"><al>Broodmaaltijd klaarzetten</al></li><li nr="•"><al>Tafel dekken en afruimen</al></li><li nr="•"><al>Koffie/thee zetten</al></li><li nr="•"><al>Afwassen (machine-handmatig)</al></li><li nr="•"><al>Eten bereiden - voorbereiden - koken</al></li><li nr="•"><al>Opslaan en beheer levensmiddelenvoorraad</al></li><li nr="•"><al>Afwassen en opruimen</al></li></lijst><al>Totaal: warm 30 minuten p.k</al><al>Totaal: brood 15 minuten p.k</al><al>Factoren meer/minder hulp</al><lijst><li nr="-"><al>Aanwezigheid kinderen &lt; 12 jaar: + 20 minuten per keer.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>1.1.3 Licht poetswerk in huis: kamers opruimen</titel></kop><lijst><li nr="•"><al>Activiteiten Afwassen, indien geen maaltijdvoorbereiding is
                                geïndiceerd</al></li><li nr="•"><al>Handmatig: 15 - 30 minuten per keer</al></li><li nr="•"><al>Machine in- en uitruimen: 10 minuten per keer</al></li><li nr="•"><al>Hand en spandiensten</al></li><li nr="•"><al>Opruimen</al></li><li nr="•"><al>Totaal dagelijkse beurt interieur</al></li><li nr="•"><al>is afhankelijk van de grootte van</al></li><li nr="•"><al>de woning en de specifieke</al></li><li nr="•"><al>kenmerken van het leefeenheid</al></li><li nr="•"><al>15 tot 40 minuten per keer</al></li><li nr="•"><al>Stof afnemen/ragen</al></li><li nr="•"><al>Bedden opmaken</al></li></lijst><al>Totaal: 60-90 minuten p.w.</al><al>Factoren meer/minder hulp:</al><lijst><li nr="-"><al>PG problematiek/communicatieproblemen.</al></li><li nr="-"><al>Aantal kinderen onder de 12.</al></li><li nr="-"><al>Huisdieren: bij allergie: eerst sanering.</al></li><li nr="-"><al>Allergie voor huisstofmijt, COPD: in gesaneerde woning.</al></li><li nr="-"><al>Ernstige beperkingen in gebruik van armen en handen.</al></li><li nr="-"><al>Alleen de kamers die in gebruik zijn, worden schoongehouden.</al></li></lijst><al>Voor een leefeenheid zonder kinderen maximaal. 20 minuten per keer, voor een
                        leefeenheid met kinderen &lt; 12 maximaal 30 minuten per keer.</al><al>Frequentie</al><al>In principe maximaal. 3 maal per week 20-30 minuten</al><lijst><li nr="-"><al>Dit betekent dat iemand die naast overname zwaar huishoudelijk werk
                                1.5 ook overname van licht huishoudelijk werk 1.4 nodig heeft, in de
                                praktijk één klasse boven de klasse voor 1.5 uitkomt. Dus klasse 2
                                (klein huis, tot 3 kamers/seniorenwoning/1 persoon) of 3 (groot
                                huis/3 kamers of meer/tweepersoons huishouden)</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>1.1.4 Huishoudelijke werkzaamheden: stofzuigen, wc/badkamer
                            schoonmaken</titel></kop><lijst><li nr="•"><al>Stofzuigen</al></li><li nr="•"><al>Schrobben dweilen soppen: sanitair en keuken</al></li><li nr="•"><al>Bedden opmaken/verschonen</al></li><li nr="•"><al>Opruimen huishoudelijk afval</al></li></lijst><al>Totaal: Zwaar huishoudelijk werk: de omvang van de benodigde ondersteuning
                        is meer afhankelijk van de grootte en inrichting van de woning dan van de
                        aanwezigheid van een extra persoon.</al><al>1 persoonshuishouden/&lt; 2 kmrs klasse 1 1x per 3 uur in de 14 dagen.</al><al>2 persoonshuishouden/&gt; 3 kmrs klasse 2.</al><al>Factoren meer/minder hulp: zie ook onder 2.1.3.</al><lijst><li nr="-"><al>In grote woningen met hoge bezettingsgraad, vervuilingsgraad, COPD
                                problematiek of aanwezigheid van jonge kinderen is een hogere klasse
                                reëel. Verzorgen van huisdieren valt in de marge van de klasse.</al></li><li nr="-"><al>xxxx</al></li></lijst><al>Frequentie</al><al>- Met de genoemde verrichtingen worden de wekelijkse activiteiten
                        bedoeld.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.1.5 Verzorging kleding/linnengoed</titel></kop><lijst><li nr="•"><al>Kleding en linnengoed sorteren en wassen in wasmachine</al></li><li nr="•"><al>Centrifugeren, ophangen, afhalen</al></li><li nr="•"><al>Was drogen in droogmachine</al></li><li nr="•"><al>Vouwen, strijken16, opbergen</al></li><li nr="•"><al>Ophangen/afhalen wasgoed</al></li></lijst><al>Totaal: 1 persoon 60 minuten / 2 personen 90 minuten per week</al><al>Factoren meer minder werk</al><lijst><li nr="-"><al>Aantal kinderen &lt; 16 jaar + 30 minuten per kind per week.</al></li><li nr="-"><al>Bedlegerige patiënten + 30 minuten.</al></li><li nr="-"><al>Extra bewassing in verband met overmatige transpiratie,
                                incontinentie, speekselverlies enz.: + 30 minuten.</al></li></lijst><al>Frequentie</al><al>- Eenmaal per week, huishoudens met kleine kinderen maximaal 3x per
                        week.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.2 Organisatie van het huishouden</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>1.2.1 Opvang en/of verzorging van kinderen/volwassen
                            huisgenoten</titel></kop><al>(Anderen helpen met zelfverzorging) en anderen helpen bij het bereiden van
                        maaltijden</al><al>De grondslag ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de
                        ouderrol op zich te nemen.</al><lijst><li nr="•"><al>Wassen en aankleden</al></li><li nr="•"><al>Hulp bij eten en/of drinken</al></li><li nr="•"><al>Maaltijd voorbereiden</al></li><li nr="•"><al>Sfeer scheppen, spelen</al></li><li nr="•"><al>Opvoedingsactiviteiten</al></li></lijst><al>Totaal: tot maximaal van 40 uur aanvullend op eigen mogelijkheden</al><al>Factoren meer/minder werk</al><lijst><li nr="•"><al>Aantal kinderen -/+</al></li><li nr="•"><al>Leeftijd kinderen -/+</al></li><li nr="•"><al>Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten</al></li><li nr="•"><al>Aanwezigheid gedragsproblematiek +</al></li><li nr="•"><al>Samenvallende activiteiten17 -</al></li></lijst><al>Klasse: afhankelijk van de situatie, indien kinderen &lt; 6 jaar
                        gecombineerd met HBH activiteiten tot een maximaal omvang van 40 uur per
                        week.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.2.2 Dagelijkse organisatie van het huishouden</titel></kop><lijst><li nr="•"><al>Administratieve werkzaamheden ten behoeve van klant 18</al></li><li nr="•"><al>Organisatie huishoudelijke activiteiten</al></li><li nr="•"><al>Plannen en beheren van middelen met betrekking tot het
                                huishouden</al></li></lijst><al>Totaal: 30 minuten p.w.</al><al>Factoren meer/minder werk</al><lijst><li nr="-"><al>Communicatieproblemen</al></li><li nr="-"><al>Aantal huisgenoten, vooral kinderen &lt; 16</al></li><li nr="-"><al>(Psychosociale) problematiek bij meerdere gezinsleden.</al></li></lijst><al>Frequentie</al><al>- 1 x per week klasse 1-2.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.3 Hulp bij ontregelde huishouding, in verband met psychische
                            stoornissen</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>1.3.1 Begeleiding, tevens observeren</titel></kop><lijst><li nr="•"><al>Formuleren doelen/bijstellen doelen met betrekking tot het
                                huishouden</al></li><li nr="•"><al>Helpen handhaven/verkrijgen/herkrijgen structuur in het
                                huishouden</al></li><li nr="•"><al>Helpen handhaven vergroten van zelfredzaamheid met betrekking tot
                                budget</al></li></lijst><al>Totaal: in combinatie met activiteiten onder 1. en 2., 30 minuten p.w.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.3.2 Advies, instructie, voorlichting, gericht op het
                            huishouden</titel></kop><lijst><li nr="•"><al>Instructie omgaan met hulpmiddelen</al></li><li nr="•"><al>Instructie licht huishoudelijk werk</al></li><li nr="•"><al>Instructie textielverzorging </al><lijst><li nr="-"><al>boodschappen doen</al></li><li nr="-"><al>koken</al></li></lijst></li></lijst><al>Totaal: 30 minuten per keer</al><al>Factoren meer/minder werk:</al><al>- Communicatieproblemen +</al><al>Frequentie</al><al>- 3 x per week maximaal 6 weken</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Bijlage 2 Standaardindicaties</titel></kop><divisie><kop><titel>A. Huishoudelijke werkzaamheden alleenstaande
                            (seniorenwoning/flat)</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Nr.</al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Boodschappen doen voor het dagelijks leven</al></entry><entry colname="col3"><al>60 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Broodmaaltijd bereiden</al></entry><entry colname="col3"><al>15 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.45</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Warme maaltijd bereiden</al></entry><entry colname="col3"><al>30 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>03.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht huishoudelijk werk (kamers opruimen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>60 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Zwaar huishoudelijk werk (huis schoonmaken, stofzuigen,
                                            wc/badkamer reinigen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>90 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De was doen (kleding/linnengoed wassen)</al></entry><entry colname="col3"><al>60 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Huishoudelijke spullen in orde houden</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Veel voorkomende combinaties</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + zwaar</al></entry><entry colname="col3"><al>150</al></entry><entry colname="col4"><al>02.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + zwaar</al></entry><entry colname="col3"><al>120</al></entry><entry colname="col4"><al>02.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>150</al></entry><entry colname="col4"><al>02.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.5 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>210</al></entry><entry colname="col4"><al>03.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2 + 1.4 + 1.5 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Brood (7x) + licht + zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>315</al></entry><entry colname="col4"><al>05.15</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>B. Huishoudelijke werkzaamheden alleenstaande
                            (eengezinswoning)</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Nr.</al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Boodschappen doen voor het dagelijks leven</al></entry><entry colname="col3"><al>60 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Broodmaaltijd bereiden</al></entry><entry colname="col3"><al>15 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.45</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Warme maaltijd bereiden</al></entry><entry colname="col3"><al>30 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>03.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht huishoudelijk werk (kamers opruimen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>60 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Zwaar huishoudelijk werk (huis schoonmaken, stofzuigen,
                                            wc/badkamer reinigen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>180 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>03.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De was doen (kleding/linnengoed wassen)</al></entry><entry colname="col3"><al>60 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>01.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Huishoudelijke spullen in orde houden</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Veel voorkomende combinaties</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + zwaar</al></entry><entry colname="col3"><al>240</al></entry><entry colname="col4"><al>04.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + was</al></entry><entry colname="col3"><al>180</al></entry><entry colname="col4"><al>03.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5 + 16</al></entry><entry colname="col2"><al>Zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>240</al></entry><entry colname="col4"><al>04.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.5 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>300</al></entry><entry colname="col4"><al>05.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2 + 1.4 + 1.5 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Brood (7x) + licht + zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>405</al></entry><entry colname="col4"><al>06.45</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>C. Huishoudelijke werkzaamheden twee-/meerpersoonshuishouden
                            (woonsituatie niet van belang)</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Nr.</al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Boodschappen doen voor het dagelijks leven</al></entry><entry colname="col3"><al>60 p/w (evt.* +)</al></entry><entry colname="col4"><al>01.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Broodmaaltijd bereiden</al></entry><entry colname="col3"><al>15 p/w (evt. +)</al></entry><entry colname="col4"><al>01.45</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Warme maaltijd bereiden</al></entry><entry colname="col3"><al>30 p/w (evt. +)</al></entry><entry colname="col4"><al>03.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht huishoudelijk werk (kamers opruimen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>90 p/w (evt. +)</al></entry><entry colname="col4"><al>01.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Zwaar huishoudelijk werk (huis schoonmaken, stofzuigen,
                                            wc/badkamer reinigen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>180 p/w (evt. +)</al></entry><entry colname="col4"><al>03.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De was doen (kleding/linnengoed wassen)</al></entry><entry colname="col3"><al>90 p/w (evt. +)</al></entry><entry colname="col4"><al>01.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Huishoudelijke spullen in orde houden</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* ‘evt +’ houdt in dat extra tijd geïndiceerd kan worden bij grotere
                        leefeenheden, aanwezigheid kleine kinderen, extra bewassing etc.</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Veel voorkomende combinaties</al></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + zwaar</al></entry><entry colname="col3"><al>270</al></entry><entry colname="col4"><al>04.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + was 180 03.00 K2</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5 + 16</al></entry><entry colname="col2"><al>Zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>270</al></entry><entry colname="col4"><al>04.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4 + 1.5 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Licht + zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>360</al></entry><entry colname="col4"><al>06.00</al></entry><entry colname="col5"><al>K3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2 + 1.4 + 1.5 + 1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Brood (7x) + licht + zwaar + was</al></entry><entry colname="col3"><al>465</al></entry><entry colname="col4"><al>07.45</al></entry><entry colname="col5"><al>K4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>D. Organisatie van het huishouden alleenstaanden/twee- of
                            meerpersoonshuishouden</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Nr.</al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Anderen helpen in huis met zelfverzorging</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Anderen helpen in huis bij bereiden maaltijd tot max. 40
                                            uur per week</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Dagelijkse organisatie van het huishouden</al></entry><entry colname="col3"><al>30 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>00.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>E. Hulpbij ontregelde huishouding in verband met psychische
                            stoornis</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Nr.</al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Uren</al></entry><entry colname="col5"><al>Klasse</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Psychologische begeleiding</al></entry><entry colname="col3"><al>30 p/w</al></entry><entry colname="col4"><al>00.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Advies, instructie, voorlichting (6 weken)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 p/w (max 3 x p/w)</al></entry><entry colname="col4"><al>01.30</al></entry><entry colname="col5"><al>K1</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Bijlage 3 Het onderzoeken van overbelasting</titel></kop><divisie><kop><titel>3.1 Algemeen</titel></kop><al>De indicatiesteller onderzoekt altijd of er in de individuele situatie moet
                        worden afgeweken van de algemene regels. Een van de redenen om in de
                        individuele situatie af te wijken kan zijn dat degene van wie wordt verwacht
                        dat zij taken overneemt, reeds overbelast dreigt te raken.</al><al>In van Dale wordt overbelasting uitgelegd als “meer belasten dan het
                        prestatievermogen toelaat”. In medische kringen praten we dan over het
                        (on)evenwicht tussen draagkracht (= belastbaarheid) en draaglast (=
                        belasting).</al><al>Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van
                        lichamelijke en/of psychische aard en wordt het bepaald door in- en
                        uitwendige factoren.</al><al>Factoren die van invloed zijn op de draagkracht zijn onder meer:</al><lijst><li nr="•"><al>lichamelijke conditie mantelzorger;</al></li><li nr="•"><al>geestelijke conditie mantelzorger;</al></li><li nr="•"><al>wijze van omgaan met problemen (coping);</al></li><li nr="•"><al>motivatie voor zorgtaak;</al></li><li nr="•"><al>sociaal netwerk.</al></li></lijst><al>Factoren die van invloed zijn op de draaglast zijn onder meer:</al><lijst><li nr="•"><al>omvang en mate van (on)planbaarheid van zorgtaken;</al></li><li nr="•"><al>ziektebeeld en prognose;</al></li><li nr="•"><al>inzicht van mantelzorger in ziektebeeld van de zorgvrager;</al></li><li nr="•"><al>woonsituatie;</al></li><li nr="•"><al>bijkomende sociale problemen;</al></li><li nr="•"><al>bijkomende emotionele problemen;</al></li><li nr="•"><al>bijkomende relationele problemen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>3.2 Onderzoek naar de draaglast-draagkracht mantelzorger</titel></kop><al>Het kan soms heel duidelijk zijn dat de mantelzorger overbelast is, in
                        andere gevallen is dat minder duidelijk en zal dit in het indicatieonderzoek
                        moeten worden uitgediept.</al><al>Er bestaat niet één, simpel af te nemen test, die hierover direct
                        uitsluitsel geeft.</al><al>Wel bestaan er allerlei vragenlijsten op dat gebied en kunnen door de
                        mantelzorger ervaren klachten duiden op overbelasting.</al><al>Uit een uitspraak van het Cvz (Zknr. 23010188) blijkt dat het College van
                        mening is dat de beperkingen in de belastbaarheid vanwege de gezondheid van
                        de mantelzorger dienen te worden beoordeeld door of onder
                        verantwoordelijkheid van een arts. In voorkomende gevallen kan het opnemen
                        van contact met de behandelende sector volstaan om hierover een oordeel te
                        vormen. Dit dient dan wel onder aanwijzing van een arts te gebeuren; deze
                        dient vervolgens ook bij het eindoordeel te worden betrokken.</al></divisie><divisie><kop><titel>3.3 Onderzoeksvragen</titel></kop><al>Hieronder volgt een reeks van vragen die de indicatiesteller zou kunnen
                        helpen bij het verkrijgen van een indruk over de eventuele overbelasting van
                        de mantelzorger.</al><lijst><li nr="•"><al>Wat zegt de mantelzorger er zelf over, hoe ervaart hij of zij het
                                zorgen?</al></li><li nr="•"><al>Hoe is de (lichamelijke en geestelijke) gezondheid van de
                                mantelzorger?</al></li><li nr="•"><al>Zijn er signalen van overbelasting: nervositeit, vermoeidheid?</al></li><li nr="•"><al>Heeft de mantelzorger een “uitlaatklep”? Heeft hij of zij de
                                mogelijkheid om activiteiten buitenshuis te doen? Kan iemand zijn
                                verhaal kwijt bij vrienden, familie of professionals? Wordt er
                                respijtzorg geboden zodat de mantelzorger even op adem kan
                                komen?</al></li><li nr="•"><al>Hoe is de relatie tussen de mantelzorger en de cliënt? Hoe stelt de
                                cliënt zich op, veeleisend of juist dankbaar? Kan de mantelzorger
                                grenzen aangeven en ‘nee’ zeggen? Is er irritatie tussen de
                                mantelzorger en cliënt?</al></li><li nr="•"><al>Heeft de mantelzorger inzicht in de ziekte van de cliënt? (Als men
                                weet dat bepaald gedrag uit de ziekte voortkomt, kan het
                                gemakkelijker zijn dat gedrag te accepteren.)</al></li><li nr="•"><al>Hoeveel tijd heeft de mantelzorger? Heeft iemand een baan, een eigen
                                gezin, een ander familielid dat zorg behoeft? Voorbeeld: een
                                echtgenoot wordt ziek, terwijl zijn vrouw ook al voor haar ouders
                                zorgt.</al></li><li nr="•"><al>Is de zorg te plannen of is er continue controle en toezicht
                                nodig?</al></li><li nr="•"><al>Hoe is de prognose? (Een terminale situatie is altijd zwaar, maar
                                een situatie die langdurig en stabiel is, kan ook veeleisend
                                zijn.)</al></li><li nr="•"><al>Wat zijn de knelpunten in de zorg?</al></li><li nr="•"><al>Hoe is de woonsituatie? Woont men afgelegen, of in een flat zonder
                                lift zodat de cliënt en de mantelzorger min of meer samen opgesloten
                                zitten.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>3.4 Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting</titel></kop><al>Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. Het is
                        mogelijk, dat slechts één van deze symptomen waarneembaar is. Over het
                        algemeen zullen meerdere symptomen gecombineerd optreden. De mate, waarin ze
                        zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen.</al><al>Daarnaast dient men zich te bedenken dat het hierbij om veelal, aspecifieke
                        symptomen gaat, die ook bij andere stoornissen kunnen passen (dit is een van
                        de redenen waarom het Cvz de beoordeling hiervan bij de arts neerlegt). Het
                        bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat.
                        Indien er meerdere van onderstaande symptomen aanwezig zijn, is het raadzaam
                        dat de zorger zijn huisarts raadpleegt, omdat bij langdurige aanwezigheid
                        en/of verwaarlozing van dergelijke symptomen weer kunnen leiden tot andere,
                        ernstige stoornissen.</al><al>Mogelijke symptomen van overbelasting zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug</al></li><li nr="•"><al>Hoge bloeddruk</al></li><li nr="•"><al>Gewrichtspijn</al></li><li nr="•"><al>Gevoelens van slapte</al></li><li nr="•"><al>Slapeloosheid</al></li><li nr="•"><al>Migraine, duizeligheid</al></li><li nr="•"><al>Spierkrampen</al></li><li nr="•"><al>Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid</al></li><li nr="•"><al>Opvliegingen</al></li><li nr="•"><al>Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst</al></li><li nr="•"><al>Plotseling hevig zweten</al></li><li nr="•"><al>Gevoelens van beklemming in de hals</al></li><li nr="•"><al>Spiertrekkingen in het gezicht</al></li><li nr="•"><al>Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie,
                                zwijgen</al></li><li nr="•"><al>Ongeduld</al></li><li nr="•"><al>Vaak huilen</al></li><li nr="•"><al>Neerslachtigheid</al></li><li nr="•"><al>Isolering</al></li><li nr="•"><al>Verbittering</al></li><li nr="•"><al>Concentratieproblemen</al></li><li nr="•"><al>Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen</al></li><li nr="•"><al>Rusteloosheid</al></li><li nr="•"><al>Perfectionisme</al></li><li nr="•"><al>Geen beslissingen kunnen nemen</al></li><li nr="•"><al>Denkblokkades</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>