<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55953_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de gemeente De Ronde Venen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Ronde Vener 12-01-2011, VAR 13-01-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente De Ronde Venen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de gemeente De Ronde Venen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                beperkt mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en de
                                beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk
                                worden behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van minimaal twee
                            (delen van) programma’s en / of paragrafen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college onderzoekt periodiek of de inrichting van de gemeentelijke
                            organisatie -in brede zin de personeelsformatie, de
                            informatievoorziening, de administratieve organisatie- aan de gestelde
                            eisen voldoet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt ieder jaar uiterlijk voor 15 november een
                            onderzoeksplan naar de raad van de in het erop volgende jaar te
                            verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode</al></li><li nr="d."><al>doorlooptijd van het onderzoek</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de
                            productenraming zijn opgenomen voor de uitvoering van de
                            onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en
                        jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden na vaststelling door het college terstond ter
                            kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college neemt op basis van het
                            plan van verbetering organisatorische maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip wordt ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de Verordening doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente
                                    Abcoude vastgesteld door de gemeenteraad van Abcoude bij besluit
                                    van 6 juli 2006;</al></li><li nr="b."><al>de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van
                                    de gemeente de Ronde Venen vastgesteld door de gemeenteraad van
                                    De Ronde Venen bij besluit van 22 april 2004.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “"Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en</al><al>doeltreffendheid van de gemeente De Ronde Venen 2011”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De
                        Ronde Venen van 3 januari 2011,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening onderzoeken doelmatigheid en
                        doeltreffendheid van de gemeente De Ronde Venen.</titel></kop><tussenkop>Artikel 2. Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al>Toetsing op doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid is van
                    groot belang voor de algemene oordeelsvorming voer het gevoerde beleid. Het
                    behoort daarom tot de verantwoordelijkheid van de raad en het college dat
                    periodiek getoetst wordt of bij de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk
                    beleid, bijvoorbeeld inzake milieu, leefbaarheid, openbaar vervoer en
                    volkshuisvesting, wordt voldaan aan deze eisen. Ook dient periodiek te worden
                    onderzoek of de inrichting van de gemeentelijke organisatie - in brede zin de
                    personeelsformatie, de informatievoorziening, de administratieve organisatie -
                    aan de gestelde eisen voldoet.</al><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                    programma's of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan
                    gehele begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kan het paragrafen
                    van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten. </al><tussenkop>Artikel 3. Onderzoeksplan</tussenkop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het
                    onderzoeksplan. </al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken,
                    zij het uiteraard nog globaal. De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per
                    onderzoek uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de
                    raad kan het ter bespreking agenderen, maar het wordt door het college
                    vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven wat in een onderzoeksplan
                    in ieder geval moet</al><al>worden opgenomen. </al><al>De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden
                    toegelicht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                            aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij
                            de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten
                            aanzien van de te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de
                            doeltreffendheidonderzoeken worden duidelijk de scheidslijnen met andere
                            beleidsvelden aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                            organen (raad, college), organisatie-eenheden en instellingen waarvoor
                            de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten
                            geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De
                            reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven
                            van het te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen,
                            organisatie-eenheden en instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet
                            van te voren duidelijk worden aangegeven. Aangegeven moet worden welk
                            tijdvak wordt onderzocht en welke organisatie-eenheden en niet
                            gemeentelijke instellingen bij het onderzoek worden betrokken.</al></li><li nr="c."><al>Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                            (benchmarking, enquête, enzovoorts).</al></li><li nr="d."><al>Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel onderverdeeld
                            in fasen. </al></li><li nr="e."><al>Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd door
                            het ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van deskundigheid van
                            derden) of door derden. Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken
                            uitvoert zullen in de onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden
                            ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen
                            ter verbeteringen worden gegarandeerd. Dat betekent dat van het
                            onderzoek wel mag worden uitgevoerd door functionarissen die in hun
                            dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse en de
                            aanbevelingen tot verbetering echter moeten zoveel als mogelijk
                            onafhankelijk tot stand komen en uitgevoerd worden door functionarissen
                            die niet in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject.
                            Voor de aankondiging van de uit te voeren onderzoeken zal aansluiting
                            worden gezocht bij de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. Voortgang onderzoeken</tussenkop><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens over de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met de inhoud van de programma's van
                    de begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens
                    te rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al><tussenkop>Artikel 5. Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter niet uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld.</al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het
                    doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering, daarom is in
                    deze verordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering
                    onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van
                    verbetering het vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een
                    zaak van het college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot
                    verbetering. Het college moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren.
                    Het plan van verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad
                    gestuurd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>