<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55945_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning De Ronde Venen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr. 138751, 7 oktober 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet, art. 33 lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-09-23</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanpassing art. 10 lid 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>061/16</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-11135</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning De Ronde Venen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn;</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                        moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de
                                griffier door een ambtenaar gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris neemt het besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                                door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de
                                gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de
                                griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken
                                één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo
                                spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                                bijstand aan een raadslid tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c,
                                        betreft en het raadslid onevenredig veel tijd vraagt in
                                        relatie tot de andere werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om
                                ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij
                                zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                                verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan
                                aan de secretaris;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                kwestie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoeveelheid ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel
                            1, eerste lid, onderdeel c, waarbij de omvang van de bijstand in
                            evenredigheid moet blijven met de andere werkzaamheden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Recht op financiële vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van orde voor
                                de vergaderingen van de raad ontvangen jaarlijks een financiële
                                bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van
                                de fractie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 316,00 voor elke
                                fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 53,00 per
                                raadszetel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Besteding financiële vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden voor zover deze
                                        inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten
                                        van de deelnemers.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Uitbetaling bijdrage fractieondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bedrag van de tegemoetkoming wordt omstreeks 1 juli van elk
                                kalenderjaar in één termijn uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan een door elke fractie aan te
                                wijzen persoon, van welke aanwijzing aan de griffie schriftelijk
                                mededeling wordt gedaan, onder opgave van diens bank- of
                                postbankrekeningnummer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Gevolgen splitsen fractie</titel></kop><al>Indien tijdens een kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                                    optreden;</al></li><li nr="b."><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="c."><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                                    fractie;</al></li></lijst><al>wordt voor de toepassing van deze titel met de daardoor veranderde
                            situatie eerst rekening gehouden met ingang van het eerstvolgende
                            kalenderjaar.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Fractieassistenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Aanstelling fractieassistenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere fractie heeft het recht om één of twee fractieassistenten aan
                                te melden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De fractieassistent wordt door de fractievoorzitter van de politieke
                                groepering, waarvoor hij het fractieassistentschap gaat vervullen,
                                voorgedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een fractieassistent dient een verklaring te overleggen omtrent de
                                aanvaarding en uitoefening van het fractieassistentschap, conform de
                                aangehechte bijlage bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in de artikelen 10, 12, 13 Gemeentewet is van
                                overeenkomstige toepassing op fractieassistenten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanmelding, vergezeld van de onder lid 2 genoemde verklaring,
                                vindt plaats bij de griffier en wordt terstond ter kennis gebracht
                                van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Vervanging</titel></kop><al>Een fractieassistent kan een raadslid in een commissie of werkgroep van
                            de gemeenteraad vervangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inzagerecht</titel></kop><al>Een fractieassistent ontvangt de informatie die aan de raad beschikbaar
                            wordt gesteld en heeft inzage in alle voor de raad bestemde
                            stukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>De op raadsleden betrekking hebbende bepalingen omtrent geheimhouding
                            zijn van overeenkomstige toepassing op een fractieassistent.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Einde fractieassistentschap</titel></kop><al>Het fractieassistentschap eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij het einde van de zittingsperiode van de raad;</al></li><li nr="b."><al>op verzoek van de fractieassistent zelf;</al></li><li nr="c."><al>op verzoek van de fractie die de fractieassistent heeft
                                    aangewezen;</al></li><li nr="d."><al>wanneer niet meer wordt voldaan aan de vereisten genoemd in
                                    artikel 10, lid 4;</al></li><li nr="e."><al>met ingang van de dag waarop het presidium de fractieassistent
                                    schriftelijk heeft meegedeeld diens toelating als
                                    fractieassistent te hebben ingetrokken;</al></li><li nr="f."><al>wanneer zich naar het oordeel van de raad andere zwaarwichtige
                                    redenen of omstandigheden voordoen die beëindiging van een
                                    fractieassistentschap rechtvaardigen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip wordt ingetrokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de Verordening op de ambtelijke bijstand 2003 vastgesteld door de
                                gemeenteraad van Abcoude bij besluit van 5 juni 2003;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de Verordening op de ambtelijke bijstand 2003 vastgesteld door de
                                gemeenteraad van De Ronde Venen bij besluit van 20 februari
                                2003;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de Verordening ondersteuning bestuursarbeid vastgesteld door de
                                gemeenteraad van De Ronde Venen bij besluit van 28 september 1993,
                                gewijzigd bij besluiten van 16 december 1993 en 18 oktober
                                2001.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning 2011.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De
                        Ronde Venen van 3 januari 2011,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting bij de Modelverordening ambtelijke bijstand en
                        fractieondersteuning (artikel 33 Gemeentewet)</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur
                    ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele
                    raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen
                    bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze
                    rechten moet bij verordening worden geregeld.</al><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.</al><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de
                    ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden
                    voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking in het feit dat een
                    raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim moeten worden gehouden. De ambtenaar mag niet onder
                    druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal
                    een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke
                    bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de
                    behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                    het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Vóór de invoering van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en
                    daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het
                    college terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college
                    terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier.</al><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken
                    van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan
                    ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de
                    reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend
                    en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd.
                    Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>Deze modelverordening heeft in de afgelopen jaren zijn waarde bewezen. In
                    jurisprudentie wordt er regelmatig naar verwezen en de minister van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat de modelverordening prima voldoet. Toch
                    is in de geactualiseerde versie een aantal bepalingen gewijzigd en heeft een
                    zekere “fine-tuning” plaatsgevonden. Waar het kon zijn artikelen samengevoegd en
                    zinsconstructies aangepast. Dat leidt tot een overzichtelijker geheel. Ook
                    hebben de diverse artikelen, conform de Aanwijzingen voor de decentrale
                    regelgeving, nu opschriften gekregen.</al><al>Tevens is een nieuw artikel 13 aan deze verordening toegevoegd waarin titel 4.2
                    van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing wordt verklaard op de
                    fractievergoeding.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                        verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                        het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                        afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de
                        griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere
                        ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in
                        de betekenis die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar
                        wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op
                        niet-openbare documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de
                        Gemeentewet van toepassing. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het
                        Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad, het Reglement van orde
                        voor de vergaderingen van het college en de Verordening op de
                        raadscommissies.</al><al>Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het
                        bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de
                        raad en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen,
                        leiden ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de
                        griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal
                        de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De
                        ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijkerwijs tot een
                        verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                        verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de
                        verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De
                        griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                        tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                        gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                        bedoeld die onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de
                        noemer “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de
                        griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                        weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                        eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al>Het verschil tussen het eerste lid en het alternatieve (gecursiveerde)
                        eerste lid ligt er in dat er in het eerste lid voor gekozen is om alle
                        verzoeken om informatie of bijstand eerst voor te leggen aan de griffier. In
                        het alternatieve eerste lid wordt de mogelijkheid geboden aan raadsleden om
                        zich rechtstreeks tot een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie
                        te wenden. De keuze is uiteraard aan de raad.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al>De voormalige artikelen 6 en 7 van de modelverordening zijn vanwege de
                        helderheid nu toegevoegd aan artikel 2, vierde en vijfde lid. Het betreft
                        hier immers regels omtrent hetzelfde onderwerp dat reeds geregeld is in
                        artikel 2.</al><al>In het vierde lid wordt gewezen op het belang dat de betrokken
                        portefeuillehouder heeft van het op de hoogte zijn van het feit dat bijstand
                        is verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren.
                        Gezien de afstand tussen raad en college is het logisch dat desgewenst
                        melding wordt gemaakt van het verlenen van ambtelijke bijstand. Het college
                        en de secretaris kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt
                        gemaakt.</al><al>Het vijfde lid voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen
                        raad en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand
                        verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten
                        van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te
                        verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet
                        om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in
                        het vijfde lid bepaald dat wethouders of de burgemeester zich voor
                        informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de
                        behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de
                        onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel
                        van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke
                        bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit
                        gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent behoudt het college dus de
                        mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich
                        voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                        hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. Artikel 3 regelt dat de
                        uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                        voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover
                        overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het
                        betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover
                        de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                        Gemeentewet).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn
                        of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere
                        instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
                        eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen
                        instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te
                        voeren met de secretaris.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om aan ieder raadslid een vaste
                        hoeveelheid uren of keren recht op ambtelijke bijstand door de reguliere
                        ambtelijke organisatie toe te kennen. Hiermee wordt een extra garantie
                        geboden dat dit recht ook geëffectueerd kan worden. Het biedt de ambtelijke
                        organisatie bovendien de mogelijkheid enigszins grip te houden op de omvang
                        van de werkzaamheden. Deze begrenzing geldt niet voor eenvoudige
                        informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a en
                        b. Deze bijstand kan onbeperkt geboden worden.</al><al>Het door de secretaris bij te houden register maakt het bovendien mogelijk
                        na te gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie.
                        Tevens kan het een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de
                        behoefte aan deze voorzieningen.</al><al>De raad kan een keuze maken tussen de mogelijke alternatieven die zijn
                        gecursiveerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
                        hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting
                        moeten worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De
                        fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste
                        deel garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau
                        te laten ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op
                        facilitair gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere
                        vergoeding krijgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al>Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning wordt
                        de fracties grotendeels de vrijheid gelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de
                        bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                        genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                        andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden
                        gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk
                        (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn
                        grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met
                        de bijdrage voor fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raads- en
                        commissieleden die meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen
                        bekostigd te worden uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge
                        ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze cursussen worden
                        veelal verzorgd door politiek neutrale instituten.</al><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk
                        niet te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm
                        van het beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt
                        niet wenselijk geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning
                        betreft. Fracties moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de
                        fracties eventueel ondersteunen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                        voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast
                        wordt aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld
                        onrechtmatig is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend
                        worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikelen</label><nr>9.</nr><titel>en 10.</titel></kop><al>Het kan gebeuren dat de bijdrage aangepast moet worden aan veranderde
                        verhoudingen in de raad. Dit artikel is zo geformuleerd dat het zowel kan
                        dienen voor fracties die bij de verkiezingen blijken te verdwijnen dan wel
                        na de verkiezingen opkomen, maar het kan ook dienen om de mutaties in aantal
                        op te vangen van de zittende fracties.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                        verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de
                        oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het
                        andere deel van de oorspronkelijke fractie juist helemaal geen voorschot
                        krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is
                        billijker de verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><al>Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan
                        met de splitsing van een fractie. De regeling voorziet in het naar
                        evenredigheid verdelen van de reserve over de nieuw ontstane fracties.
                        Indien een splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt zou een conflict
                        kunnen ontstaan over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter
                        geen twijfel over dat ook in dat geval de reserve verdeeld moet worden.</al><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal
                        niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum
                        gebonden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><al>De controle van het verslag kan door de accountant meegenomen worden met de
                        controle op de jaarrekening. Uit het verslag en de accountantsverklaring kan
                        naar voren komen dat er een verrekening dient plaats te vinden met het
                        verstrekte voorschot. Indien niet verrekend kan worden, bijvoorbeeld omdat
                        een fractie uit de raad verdwijnt, zal de raad het ten onrechte uitgekeerde
                        voorschot kunnen terugvorderen. In kleinere gemeenten waar het om een
                        beperkte bijdrage voor fractieondersteuning gaat, kan wellicht
                        accountantscontrole van het verslag van de fractie achterwege blijven. In
                        dat geval kan het tweede lid vervallen en zal het derde lid aangepast moeten
                        worden.</al><al>Het spreekt vanzelf dat de raad sanctiemogelijkheden kan hanteren voor het
                        geval een fractie niet handelt conform de verordening. Bijvoorbeeld wanneer
                        uitgaven worden gedaan waar de financiële bijdrage niet voor bedoeld is of
                        die niet kunnen worden onderbouwd, wanneer de verantwoording niet tijdig of
                        volledig wordt ingediend, of wanneer teveel ontvangen voorschotten niet
                        tijdig worden terugbetaald. De vermelding in de verordening van de
                        mogelijkheid van terugvordering is stikt genomen overbodig omdat die
                        mogelijkheid ook al bestaat op grond van artikel 4:57 van de Awb.
                        Bestedingen in strijd met deze verordening kunnen worden teruggevorderd voor
                        zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn
                        verstreken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr></kop><al>Indien fractieondersteuning de vorm heeft van financiële middelen is sprake
                        van een subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb.</al><al>De raad kan zelf bepalen of ook afdeling 4.2.8 van de Awb van toepassing is;
                        indien deze afdeling van toepassing is horen daar wel extra verplichtingen
                        bij. Dat kan een dergelijke keuze minder aantrekkelijk maken. Bij de
                        invoering van het recht op fractieondersteuning (amendement-De Cloe c.s.) is
                        niet stilgestaan bij de verhouding met de Awb. In veel gemeenten wordt
                        echter inmiddels de fractieondersteuning met toepassing van titel 4.2 Awb
                        aangewend. Nu blijkt dat dit een juiste wijze van handelen is.</al><al>Wij hebben derhalve besloten in de modelverordening een extra artikel toe te
                        voegen, waarin het verkrijgen van fractieondersteuning gelijk wordt gesteld
                        aan het verkrijgen van subsidie. De wijze waarop lokaal invulling wordt
                        gegeven aan de formele rechtsregels dient lokaal bepaald te worden en wordt
                        derhalve niet in een modelregeling vastgelegd. In de regel zal het met name
                        gaan over de mogelijkheid om bezwaar en beroep in te stellen tegen de
                        beschikking die een bepaald budget ter beschikking stelt, of zoals hierboven
                        omschreven, om de mogelijkheid bezwaar en beroep in te stellen tegen een
                        terugvordering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie></nota-toelichting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/De Ronde Venen/i13116.pdf">Bijlage</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>